
| Deze editie bevat driemaal de tekst van het Zesde Boek van Vergilius Aeneïs. Eerst de Latijnse tekst zoals die in 1637 door Thomas Farnabius werd uitgegeven. Over deze druk konden wij niet beschikken, evenmin als over de editie die Vondel mogelijk gebruikt heeft (Pub. Virgilii Maronis Opera cum notis Thomae Farnabii. Amstelodami, ex officina Janssoniana, 1642. 12°, 423 pp.) Daarom is de tekst hier weergegeven naar een herdruk van 1661. Daarna volgen en de beide vertalingen die Vondel ervan gemaakt heeft, één in proza (1646) en één in poëzie (1660). Deze drie afzonderlijke teksten zijn hier in korte passages opgedeeld. Om de prozavertaling doorlopend te lezen, moet men de blauwe tekst volgen; de poëzievertaling is in rood afgedrukt. De verzen van Vergilius en van de poëzievertaling zijn genummerd. De tekst begint met het argumentum van Farnabius en de beide bewerkingen die Vondel daarvan maakte. Ed. A.J.E. Harmsen, Universiteit van Leiden. |
| Latijnse tekst volgens Farnabius, naar de editie van Cornelius Schrevelius: Pub. Virgilii Maronis Opera omnia. Leiden, Franciscus Hackius, 1661. [ex. in privébezit]. |
|
Vertaling van Vondel (proza): Publius Virgilius Maroos Wercken vertaelt door J.V. Vondel. [Vignet: Elck zyn beurt]. tAmsterdam, voor Abraham de Wees, Boeckverkooper op den Middeldam, in t Nieuwe Testament, in t jaer 1646. [KBH 759 E 2]. |
|
Vertaling van Vondel (poëzie): Publius Virgilius Maroos Wercken in Nederduitsch dicht vertaelt door J.V. Vondel. [Vignet: Putje]. tAmsterdam, voor de Weduwe van Abraham de Wees, op den Middeldam in t Nieuwe Testament. 1660. [KBH 759 E 3]. |




