J. van Thil, Gerrit de Ridder en anderen: Verscheide vertooningen, geschikt ter versieringe van eenige (= 24) tooneel-speelen, die op den Amsteldamschen Schouwburg vertoond werden. Amsterdam, 1753.
Uitgegeven door drs. G.C. van Uitert
Red. dr. A.J.E. Harmsen, Universiteit Leiden.
Ceneton119320, 077330, 119330, 119340, 088130, 088220,
088210, 088200, 088150, 088170, 088140, 088160, 119300,
119350, 119370, 088180, 088120, 119420, 119410, 119400,
119360, 119310, 119390 en 088190Ursicula
In deze uitgave zijn evidente zetfouten gecorrigeerd en gemarkeerd met een asterisk.
Continue
[
p. π1r]

VERSCHEIDE

VERTOONINGEN,

Geschikt ter versieringe van eenige

TOONEEL-SPEELEN,

DIE OP DEN

AMSTELDAMSCHEN SCHOUBURG VERTOONT WERDEN.

Nooit voor dezen gedrukt.

[Vignet: Paulatim parva crescunt]

TE AMSTERDAM,
By HENDRIK STOCKINK. 1753.



[p. π1v: blanco]

[p. π2r]

LYST

van de

VERTOONINGEN.

[1] Twee in de CID, Treurspel.
[2] Een in de GEKROONDE NA HAAR DOOD, Treurspel.
[3] Een in de DOOD van JOHAN EN GARCIAS, Treurspel.
[4] Een in GYSBRECHT VAN AEMSTEL, Treurspel.
[5] Een in ANDROMACHÉ, Treurspel.
[6] Een voor RODOGUNE, Treurspel.
[8] Een voor ORONDATES EN STATIRA, Treurspel.
[8] Een in de DOODLYKE MINNENYD, Treurspel.
[9] Een in POLIEUKTE, Treurspel.
[10] Een in de BEKLAAGLYKE DWANG, Treurspel.
[11] Een in JACOBA VAN BEYEREN, Treurspel.
[12] Drie voor ARAN EN TITUS, Treurspel.
[13] Een in KAREL DE STOUTE, Treurspel.
[14] Twee in PALAMEDES, Treurspel.
[15] Een na de DOOD van PRINS WILLEM DE EERSTE,
        Treurspel, met een beschryving der TOMBE.
[16] Twee in ACHILLES, Treurspel.
[17] Twee in de TOVERYEN VAN ARMIDA, Treurspel.
[18] Een voor en een na de GROOTE BELLIZARIUS, Treurspel.
[p. π2v]
[19] Een voor en een na ALKMAARS ONTZET, Kluchtspel.
[20] Een in KONRADYN, Treurspel.
[21] Een in BRUTUS, Treurspel.
[22] Twee na ISABELLA, Princes van Iberien, Hof- en Land-spel.
[23] Een voor de AMERIKAAN, Blyspel.
[24] Een voor de SIPIER VAN ZICH ZELVE, Blyspel.
Continue
[
p. 1]

  • Johannes van Heemskerk: De verduytste Cid. Amsterdam, 1641

    VERTOONING

    in de

    CID.

    Treurspel.

    In het tweede Bedryf, daar Rodrigo den
    Graaf doorsteekt.

    Dus ziet men dapperheyd van hoogmoed zegepraalen,
        En neemen wraak van hoon in toornigheyd gedaan:
        De dood volgt op het kwaad door ’s Graven hand bestaan,
    Rodrigo doet hem in den afgrond nederdaalen.
        (5) Chimeen vervolgt Rodrieg, en tracht haar Vaders dood
        Te wreeken, doch krygt hem in ’t eynd tot echtgenoot.



    Een Andere

    VERTOONING

    In de

    CID.

    Treurspel.

    De dappre don Rodrieg heeft ’s Vaders schand gewrooken;
        De Held don Gormas legt gesneuvelt door zyn staal;
    [p. 2]
    Chimeene ziet het bloed vast uit zyn wonden loopen,
        Terwyl zy schreeuwt om wraak met een benaauwde taal.
    (5) Don Diëgo wischt met bloed de schandvlek van zyn kaaken,
        Maar vreest des Konings haat, en Roderigoos straf;
    Terwyl Chimeene ’t hart tot liefde en wraak voelt blaken,
        Ja doemt, doch vruchteloos haar minnaar na het graf.
    Continue
    [
    p. 3]

    VERTOONING

    in de

    GEKROONDE NA HAAR DOOD.

    Treurspel.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf, daar
    Agnes doorstooten word.

    Ziet hier de zuyvre deugd de blanke borst doorkerven,
        Geen schoonheyd noch geen deugd bevryt haar voor dien slag,
    Noch geen onnozelheyd behoed haar voor het sterven:
        Oprechtheyd werd verdrukt, als Nyd vry woeden mag.
    (5) Hoe wil haar droeve dood den trouwen Pedro rouwen!
    Gelyk ’t vervolg van van ’t spel elk klaarder zal ontfouwen.
    G. de Ridder.
    [p. 4: blanco]
    Continue
    [
    p. 5]

    VERTOONING

    in de

    DOOD

    Van

    JOHAN EN GARCIAS.

    Treurspel.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf, daar Cosmos Garcias, op het Lyk van Johan doorsteekt.

    Ziet hier een spiegel, daar een yder in kan leeren,
    Om kinders, die haar stam en ouders huis onteeren,
        Te straffen naar verdienst, tot voorstand van de deugd;
        Zo blinkt rechtvaardigheid haar glans, en bloeit in vreugd.
    (5) Dit komt vorst Cosmos hier op ’t treurtoneel vertoonen.
    En straft zyn eigen Zooon. zo moet men ’t kwaad beloonen.

    [p. 6: blanco]
    Continue
    [
    p. 7]

  • Joost van den Vondel: Gysbreght van Aemstel. Amsterdam, 1637

    VERTOONING

    in

    GYSBRECHT VAN AEMSTEL,

    Treurspel.

    In het Vierde Bedryf, na het innemen
    van ’t Klooster.
    Ziet hier de Kennemers, als dol en uytgelaaten,
    De menschen moorden als baldadige soldaaten,
        De Bisschop en de Abdis, o gruwel, nooit gehoort!
        Die werden hier zeer wreed en jammerlyk vermoort.
    (5) Geen altaer werd verschoont, ’t werd al door hen verslonden:

    Zo woedt het krygsvolk hier als snoode en dolle honden.
        Hoe duur kwam Amsteldam deez’ Kersnagt niet te staan,
        Nu al haar rykdom moet door vuur en zwaard vergaan.

    [p. 8: blanco]
    Continue
    [
    p. 9]

    VERTOONING

    in

    ANDROMACHÉ

    Treurspel.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf, daar Pyrrhus vermoort werd.

    Verblinde Orestes, door verwoede min gedreven,
        Ontziet zich niet tot wraak van zyn’ Herminoné,
        ’t Recht van gezandschap, van natuur, van kerk en vreê
    Te schenden, en berooft den Koning hier van ’t leven,
        (5) En denkende zyn heyl te vesten in dat bloed,
        Voelt in ’t vervolg de straf in ’t knagende gemoed.
    J. v. Thil.
    [p. 10: blanco]
    Continue
    [
    p. 11]

    VERTOONING

    voor

    RODOGUNE.

    Treurspel.

    Ziet hier Nicanor door zyn gemalinne sneeven,
        Het Partisch leger door het Siriesch heir verjaagt,
        Hoe Rodogune haar gevangenis beklaagt,
    En als slavinne moet van Kleopatra leeven.
        (5) Verwoede koningin, die recht noch wetten acht,
        Verwacht uw loon in ’t kort, voor ’t geen gy hebt volbragt.

    J. v. Thil.
    [p. 12: blanco]
    Continue
    [
    p. 13]

  • Nil Volentibus Arduum: Het huwelijk van Orondates en Statira. Amsterdam, 1670

    VERTOONING

    voor

    ORONDATES EN STATIRA.

    Treurspel.


    De dappere Orondaat van zyn geweer verlaten,
        Werd hier gevangen, schoon zyn moed hem niet begeeft.
    Arbates rukt hem uit de handen der soldaten,
        Eischt voor Roxane hem, waar voor zy schrikt en beeft.
    (5) Doch schoon dat monsterdier hem tracht tot haar te nygen,
        Hy blyft standvastig in zyn lang beproefde min;
    Dit doet hem op het laatst de zege nog verkrygen,
        En met haar, tot zyn vreugd, zyn schoone koningin.

    [p. 14: blanco]
    Continue
    [
    p. 15]

    VERTOONING

    in de

    DOODELYKE MINNENYD.

    Treurspel.

    Tusschen het Tweede en Derde Bedryf.

        De schoone Porcia, door kracht van ’t wreed gebod
    In Tybers snelle vliet geworpen, word het leven,
    Aan ’s Keizers lusthof door zyn hovenier gegeeven,
        Daar ze aan kwam dryven, haar betrouwende op het lot.
    (5) Verwoede Minnenyd! die zo veel leed doet dragen,
        Die d’een zyn rust ontrooft en d’ander zyn verstand:
        Als ’t vrouwelyk gemoed de zuivre schaamte ontmant
    Zult gy op’t laatste uw loon verkrygen voor die plagen.

    J. v. Thil.
    [p. 16: blanco]
    Continue
    [
    p. 17]

    VERTOONING

    in

    POLIEUKTE,

    Treurspel.

    Tusschen het Twede en Derde Bedryf.

    De wreede Felix door verblintheyd ingenomen
    Doet hier het waardig bloed van held Neärkus stroomen,
        En doet zyn schoonzoon zyn, getuige van zyn straf.
    Doch Polieukte geeft van zyne moed de blyken,
    (5) En in de plaats van voor dat doodsgevaar te wyken,
        Braveert hy zyne dood, gevangenis en graf.
    J. v. Thil.
    [p. 18: blanco]
    Continue
    [
    p. 19]

    VERTOONING

    in de

    BEKLAAGLYKE DWANG.

    Treurspel.

    Tusschen het Derde en Vierde Bedryf.

        Rosaura, strandende op de klippen van de dood,
    Werd door Oktavio, de bronaar haarer kwalen
    Geholpen, die haar ramp, in plaats van te bepalen,
        Door zyne onkuysche min vernieuwt, en zelfs vergroot.
    (5) Terwyl Henrikus door de razerny gedreeven,
    Zyn Ega steet betreurt, en walgt van meer te leeven.

    J. v. Thil.
    [p. 20: blanco]
    Continue
    [
    p. 21]

    VERTOONING

    in

    JACOBA VAN BEYEREN.

    Treurspel.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf.

    Getrouwe vriendschap bergt zyn waarde vriend het leven,
        Die door de Staatzucht werd gedrongen na den hals,
        En door een gunsteling, die ’t oor des hertogs vals
    Misbruikt, schoon hy niets heeft, dan trouw bemint, bedreven;
        (5) Waar vondt m’ooit grooter deugd en vriendschap? wagt uw loon
        Lanoy, wanneer de haat is ’s hertogs borst ontvloôn.

    J. v. Thil.
    [p. 22: blanco]
    Continue
    [
    p. 23]

    VERTOONING

    Voor

    ARAN EN TITUS.

    Treurspel.

        Hier werd Andronicus, daar ’t trotsche Rome op praalt,
        Op zyne zege-koets met stacy ingehaalt:
    Hy offert Saturnyn zyn oorlogs-buyt en zeegen,
    Die hy op ’tGottisch-heir heeft door zyn staal verkreegen,
        (5) Hy doemt den Moor ten vier: waar uit den haat ontstaat,
        Die yling zonder toom verwoed aan ’t hollen slaat.
    De weerwraak op het felst van Titus aangegreepen,
    Doet Aran streng geboeid na de offervlamme sleepen;
        De bliksem van de wraak die schroeit hem ’t eerloos hart;
        (10) De weerwraak woedt op ’t felst als ze is tot wraak getart.

    ANDERS.

        Ziet hier den Keyzer op zyn wydberoemde troon:
    Ziet Titus in triomph op zyne zege-wagen:
        De Gotsche Koningin en Moor gevoert ten toon,
    En Tham’raas zoons het juk der Roomsche boejens dragen.
        (5) Het zegepralend Hof staat op zyn voorspoed pal;
        Dog ziet de wiss’ling van het wnakelbaar geval.



    [p. 24]

    ANDERS.

    Hier praalt Andonicus op Romens zegewagen,
        Verwelkomt uit den strydt door Keyzer Saturnyn.
    Hy keert gelauwerierd. De volkren zyn verslagen.
        Daar staat de Gotsche moor. Wie kan nog wreder zyn?
    (5) De wichlaar Leeuwemond staat vaardig hem te slachten;
        Het outer gloeit alrede, en snakt naar Arans bloet.
    De snode Thamera verlost hem door haar klachten,
        En zet des Keyzers borst in heete minnegloet.
    Nu zal de wreedheid zich met bloet en trnen streelen,
    (10) Daar wraak en wederwraak de rollen reeds verdeelen.
    Continue
    [
    p. 25]

    VERTOONING

    in het Vyfde Bedryf van

    KAREL DE STOUTE.

    Treurspel.

    Zynde de onthalsing van Rymond, na dat Kampobasse gezegt heeft:
    Ach! laat ik door uw last hem redden, geef genade.

    De strenge Karel doet zyn steedehouder bukken
        Voor zyne vierschaar; om gepleegde moordery
    En vrouwekracht; dus boet hy zyne gruwelstukken;
        Waar dat Rechtvaardigheyd regeert kiest zy geen zy;
    Want zal haar eevenaar oprecht in ’t midden hangen,
    Zo moet het kwaad doen straf, het goed oen loon ontfangen.
    [p. 26: blanco]
    Continue
    [
    p. 27]

    VERTOONING

    in

    PALAMEDES.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf, daar Palamedes gesteenigt word.

        Hier werd de onnozelheyd vermoort uyt enkle haat:
    Voor zyn getrouwe dienst, en veertig jaren zwerven,
    Moet hy door’t wufte graauw als een verraader sterven.
        Als nyt vry woeden mag, ontziet zy pyl noch maat.
    (5) Wat baart zyn droeve dood Ulis, en Kalchas vreugden!
    Hoe avrechts werd beloont oprechte trouw en deugden!

    VERTOONING

    na het SPEL, daar het Praalbed van Palamedes vertoond werd.

        Dus ziet men hoe de deugd haar minnaars eyndlyk loont.
    Die met stantvastgheid om haar de dood verdragen,
    Vorst Palamedes reets ontworstelt al de plagen
        Van ’t los gevl werd door vrouw Themis hand gekroont:
    (5) Zy stiert zyn edle kruyn met eeuwige lauwrieren,
    Hoe zeer de wangunst woedt, zal deugd steeds zeegevieren.

    [p. 28: blanco]
    Continue
    [
    p. 29]

    VERTOONING

    na het SPEL van de

    DOOD van PRINS WILLEM DE EERSTE,

    Daar zyn Graftombe vertoont werd.

    KLINKDICHT.

        Hier werd Oranjes deugd na zyne dood beloont,
    Schoon dat hy door een schelm verloor zyn dierbaar leven,
    Hy doet zyn vyanden na zyne dood zelfs beven,
        Zo vaak zyn beeltnis aan yder zich vertoont:

        (5) Zyn moed zo menigmaal aan dezen staat betoont:
    Zyn wyze raad zo vaak aan ’t vaderland gegeeven;
    Ja al zyn deugden staan in ’t hart van ’t volk geschreven,
        Waar door hem nederland als haaren vader kroont.

    Dies blaast de faam zyn lof zelf tot in ’t hof van Spanje,
    (10) En doet hem beven voor de stam-naam van Oranje,
        Terwyl de Moorder trilt voor zyn verdiende straf:

    Des schatert ieder uyt, met opgeheve handen,
    Dit ’s Willem! dit ’s de schrik der aardsche dwingelanden;
        Beslooten in een kleen en marmer-steene graf.

    J. v. Thil.



    [p. 30]

    Beschryving der

    TOMBE

    van

    PRINS WILLEM.

    Booven van vooren.

    PRO PATRIA.

    Aan de rechte zyde voor, het beeld van de GERECHTIGHEID; onder de voeten, JUSTITIA.

    Aan de slinke zyde voor, het beeld van de VRYHEID; onder de voeten, LIBERTAS.

    Aan de rechte zyde agter, het beeld van de LIEFDE VOOR ’T VADERLAND; onder de voeten, CHARITAS.

    Aan de slinke zyde agter, het beeld van de VOORZIGTIGHEYD; onder de voeten, PRUDENTIA.

    Voor tusschen de pilaren, het geharnaste beeld van PRINS WILLEM, achter hem op de Tombe, een blazende FAAM.

    Aan de rechte zyde van het tooneel vertoont zich LOUIZA, PRINS MAURITS, en het geheele hof in de rouw: Aan de slinke zyde, van MALDERE met zyn wagten, die den moorder na de geregtsplaats sleepen.

    Het tooneel is in de rouw, weerzyds behangen met de wapenen der zeven provincien, Oranje, Nassouw, Breda, Diest, Grimbergen, Besankon, Arlay, Naseroy, Chastelberlin.
    Continue
    [
    p. 31]

    VERTOONING

    in

    ACHILLES

    Treurspel.

    Tusschen het Derde en Vierde Bedryf.

    De woênde Hector vindt zich in zyn hoop bedroogen,
        Vermits hy, nemende Patroclus voor zyn vrind
        Zich inbeelt dat hy held Achilles overwint,
    Waar door men schaamte en spyt ziet straalen uyt zyne oogen.
        (5) Hy denkt zyn lichaam met de wapens van dien held,
    Om daar door meerder moedt aan al zyn volk te geven.
    Achilles, door zyn dood met droefheid aangedreven,
        Verlaat met schaamt zyn tent en treet weer in het veld;
    Ja zweert, zyn halsvriend of te wreeken, of te sneeven,
    (10) Gelyk ’t vervolg van ’t spel elk zal te kennen geeven.
    J. v. Thil.



    In het zelfde SPEL.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf.

        Achilles neemt hier wraak van zynen besten vrind,
        En toont dat hy hem meer als ’t vaderland bemint,
    Schoon hy zelfs oorzaak is van zyn ontydig sterven;
        Doch Hector blust zyn haat met zyn rampzalge dood,
        (5) Beveyligt met zyn bloed de nood der Grieksche vloot,
    En doet het leger weer gewenste rust verwerven.
    J. v. Thil.
    [p. 32: blanco]
    Continue
    [
    p. 33]

    VERTOONING

    in de Toveryen van

    ARMIDA.

    Treurspel.

    Tusschen het Vierde en Vyfde Bedryf.

    EERSTE VERTOONING.

        Die in de ruige huid zit op den stoel van staat,
    En ’t rechter-ampt bekleet, is Koning van de dieren;
    De twede heet een Beer, die Dares moet bestieren
        En leiden naar de galg, tot straf voor al zyn quaat;
    (5) Het welk die kleine, die een Aap wil zyn, moet schryven.
        Zie Dares bidt vergeefs den Leeuw vergiffenis,
        Om dat hy zeer benaauwt voor ’t doodlyk hangen is:
    Doch dat geschreven is dat moet geschreven blyven.

    TWEEDE VERTOONING.

    Eer het gordyn opging is Dares opgehangen,
        Gelyk men lichtlyk merkt, en Beer-oom staat nog reê
    Om zyn verdroogde keel vuilaardig toe te prangen,
        Naar ’t vonnis van den Leeuw: geen beul wierd ooit gedwee.
    (5) Maar schrikt niet voor die galg, het zyn maar toverstreken,
    Want deze hangebast moet dadelyk weer spreken.

    [p. 34: blanco]
    Continue
    [
    p. 35]

    VERTOONING

    voor de

    GROOTE BELLIZARIUS.

    Treurspel.

    Ziet Bellizarius, die groote held der helden,
        Van vorst Justiniaan met pracht verwellekomt.
    Geen tong noch vlugge pen kan al de daaden melden
        Van dezen oorlogs-held, een yder staat verstomt.
    (5) Het Afrikaansche ryk, heel Asië is verslagen,
        Der Meeden vorst en die der Persen is een lyk;
    De vreede komt hem hier de lauwerkroon opdragen;
        De Keyzer schenkt hem zelfs de helft van zyn ryk;
    Zyn staatcy-wagen krielt van ouden en van jongen;
        (10) Elk roept de glory uit van dezen oorlogshelt;
    Maar ’t nootlot is hy zelfs, helaas! noch niet ontsprongen,
        Gelyk het volgend spel elk klaar voor oogen stelt.



    VERTOONING

    na de

    GROOTE BELLEZARIUS.

    Treurspel.

    Als zyn GRAFTOMBE vertoont werd.


    Op het midden van het Toneel vertoont zich de
        Tombe, waar op het marmere praalbed van Bel-
        lizarius staat: boven het zelve staat met goude
        letteren:
    VIRTUS VIVAT POST MORTEM.
    Aan de regte zyde van het beeld vertoont zich de
        Deugd, en aan de slinke zyde, de Dapperheid,
        welke list, bedrog en onkuysheyd aan een keten
        gekluistert houden.
    [p. 36]
    Het Toneel verbeelt een prachtige Tempel, versiert
        met waapenen van het Oosten, en verwonne vaan-
        delen der Afrikanen, Azianen, Meden, Parten
        en Perzianen.



    VERKLARING.
                Hier rust het pronkbeeld van de deugd,
                Dien held die menigwerf met vreugd,
            Met loftrompet en helden-zangen,
            Wierd in zyn stad en land ontfangen
                (5) Als overwinnaar uit den stryd;
                Die beven deed de Part en Schyt,
            En sloeg het heir der Africaanen,
            Der Meders, Pers en Asianen,
                Die door zyn moed en oorlogskragt,
                (10) Drie waareld deelen t’onderbragt;
            Doch moest door list en vrouwelaagen
            Zyn glorie aan de dood opdraagen;
                ’t Beroemde lichaam word met eer
                Op ’t hoog bevel van d’Opperheer,
            (15) Dit graf vergunt, om elk te toonen
            Hoe hy ’s mans deugden komt te loonen.
    Continue
    [
    p. 37]

    VERTOONING

    voor

    ALKMAARS ONTZET.

    KLUCHT van Ses Bedryven.

        Hier stelt duc d’Alva nu zyn zoon don Fredrik aan
    Tot veltheer in zyn plaats voor zyn baatzugtig moorden;
        Dat hy het leeger zal uit Haarlem voeren gaan,
    Voor Alkmaars oude wal, de hoofdstadt van het Noorden;
    (5) Maar door des hemels hand en raad der agtbre heeren,
        Zo zullen zy met magt hem dryven van haar wal,
    En doen hem met veel schand weer na zyn ryk toekeren,
        Gelyk het volgend spel elk klaar vertoonen zal.
    Na het SPEL.
    Hier zit de Alkmaarsche maagt op haaren troon te praalen,
        En trapt met haare voet gewelt en dwinglandy,
    Die zy verwonnen heeft, zy schroomt geen oorlogsstraalen,
        Dus blyft zy ongeschent van Spanjes slaverny;
       
    Continue
    (5) En tot Noordhollands vreugd zy haare vryheyd toont.
        Wie overwint, moet zyn met lauweren gekroont.

    [
    p. 38: blanco]
    Continue
    [
    p. 39]

  • Ludolph Smids: Konradyn. Amsterdam, 1686

    VERTOONING

    in

    KONRADYN.

    Treurspel.

    Op ’t laatst van ’t Vierde Bedryf.

    De heerzucht door ’t geweld op Konraads throon verheeven,
        Denkt tzitterend van angst aan’t knagend’ naberouw;
    Doch rooft de onnozele door Robards raad het leeven,
        Gestyft door staatzucht van een ongetemde vrouw:
    Heer Reinoud smeekt vergeefs, met hem op ’t hoogst verleegen,
        Geen liefde van Klotild, hoe teer, hoe groot van smart,
    Verzelt met brak getraan, kan ’t wreed gemoed beweegen,
        Wanneer rechtvaardigheid getreden word op’t hart.

    [p. 40: blanco]
    Continue
    [
    p. 41]

    VERTOONING

    in

    BRUTUS.

    Treurspel.

    Zie Titus, Brutus zoon, weleer de steun van Romen,
        Verraat zyn vaderland in de allerjongste nood,
        En gaf voor Tullia de Roomsche vryheid bloot,
    Was niet door Vindex trouw het muyten voorgekomen,
        (5) Die’t godloos eedgespan ontdekt; de Roomsche raad
    Begeert dat Brutus, tot ’s lands vryheid aangedreven,
    Als rechter, zelfs zyn zoon zal ’t doodlyk vonnis geven,
        Die hem voort sneuvlen doet, tot welstand van den staat.

    [p. 42: blanco]
    Continue
    [
    p. 43]

    VERTOONING

    na

    ISABELLA,

    Princes van Iberiën.

    HOF- EN LANDSPEL.

        Hier werd de zuyvre deugd, voor haar geleede hoon
        Op ’t hoogst verheven op de vorstelyke troon,
        Schoon haar de nyd welëer bragt in de woesteny
        Opregtigheyd stont haar op al haar wegen by,
    (5) En bragt haar uyt het woud in vorstelyke zaalen;
    Zy staat voor ’t noodlot pal, en zet het wet noch paalen;
        Maar roept den hemel aan, die haar verlosser strekt,
        En van haar schapen-kooy ten vorsten troon weer trekt.

    ANDERS.

    Dus werd de deugd herstelt na harde tegenspoeden,
        Het vorstelyk berouw blinkt met haar schoonheyd uyt:
        Hy kroont zyn Veld-Godin, als koningin en bruyd.
    Wie kent nu Laura die de schapen plag te hoeden!
        (5) Al word zy toegekuygt van ’t hof en stad en land,
        Haar deugd blinkt schoonder, dan de kroon van diamant.
    [p. 44: blanco]
    Continue
    [
    p. 45]

    VERTOONING

    voor de

    AMERIKAAN.

    Blyspel.

    Heer Lelio in nood, door het ontstuymig woeden
        Der wind en holle zee, bevreest voor het vergaan,
    Die ziet men hier het lyf in deze boot behoeden,
        En zwemmen naar het land de wilde Amerikaan.
    (5) De donder loejende uyt de doorgesplete wolken,
        Brengt hier rampzalig veel elendigen ter doot.
    Flippyn, niet vreezend’ voor onmeetelyke kolken,
        Noch voor het onweer redt zig zelven uyt de nood.
    Dus ziet men na ’t gevaar de druk en blydschap keeren;
    (10) Gelyk het volgend spel aan yder-een zal leeren.

    [p. 46: blanco]
    Continue
    [
    p. 47]

    VERTOONING

    voor de

    SIPIER VAN ZICH ZELVE.

    Blyspel.

    Rudolphus, door de liefde en hoogmoed aangedreeven,
        En willende voor elk beweeren in het veld,
        Dat niemand is zo waard, by hem te zyn gestelt,
    Of de Princesse tot een bruid te zyn gegeeven,
        (5) Word hier door Frederik (dien zulks met recht verdroot,
    En die regtvaardig was om naar deze eer te streven)
    Zodanig aangetast, dat hy het lieve leven
        Verlaat, en leyt te regt een welverdiende dood.
    J. v. Thil.
    [p. 48: blanco]
    Continue