Incipits van 5000 toneelstukken die in Ceneton beschreven zijn
Bijgehouden tot 23 november 2017

000010 - [B.H. van A.] (naar het Frans van Jean François Marmontel) - Zemier en Azor. 1772
S. Wat wonderlyk geval! een Paleys heel verlicht
Gemeubelt, rykelyk verciert, niemant ontmoeten
In dat gebouw? A. Myn Heer, ik raed u dat gy swicht
Wilt gy voorsichtigh doen; laet ons den deur-steyl groeten
Het schynt my hier verdacht. S. Hoe soo? A. ’T is ’t grootste wonder
En maer enk’le guychelery
Misschien is ’t toovery
Misschien is ’t.... S. Dat het soo zy;



000020 - A.B. (Adriaan Booth?) - Apollo, op het feest der Eendracht. 1780 ca.
ô Ja; ’k zie op deez’ dag me een heuch’lijk Feest bereiden;
Niets zal, ô Vriendschap! thans ons van elkander scheiden;
Wij, door het Godendom verbonden aan elkaâr;
Ontvangen hier, verëent, de hulde op één Altaar.



000030 - A.B.C.D. - De bankbreeker door list. 1763a v
L. Hoe laat is ’t Frederik?
F. Ik weet het niet te deeg, maar het moet al heel laat worden, want ik heb myn maag al dapper voelen jeuken, zoo dat ik verlang om wat te eeten; wat zeg jy daar van, ik geloof dat je ook verlangt, niet waar jonker?



000040 - A.B.C.D. - De bankbreeker door list. 1763b v
L. Hoe laat is ’t Frederik?
F. Ik weet het niet te deeg, maar het moet al heel laat worden, want ik heb myn maag al dapper voelen jeuken, zoo dat ik verlang om wat te eeten; wat zeg jy daar van, ik geloof dat je ook verlangt, niet waer jonker?



000050 - [A.E.] - De gefnuikte heerschzucht. 1782
Gij, vloekgenooten! die, door eed en plicht verbonden,
Mij, op mijn wenken, dient! Gij, herwaards afgezonden
Door Eerzucht, die, aan ’t hoofd van een geduchte magt
Verwoede driften, u, op treeken fiks bedagt,
Bij mijne benden worf, om hén verëend te keeren,
Die, doelende op mijn val, mij stoutelijk trotszeeren!



000060 - [A.E.] - De heersch-zugt gefnuikt en de vryheid hersteld. 1796




000070 - A.K. (naar het Frans van Onbekend) - De jaloersche minnaar, of de ongegronde wantrouw. 1797
Dat is gereed. Laat ons eens zien wat ik geschreven heb.
“Mynheer Don Diego, myn zeer geliefd vriend!
Na eene reis van vier maanden bevind ik my eindelyk te Cadix. Ik heb by myne aankomst het overlyden van mynen armen scboonzoon, onzen compagnon, vernomen: de hemel heeft, zo ik hoope, zyne ziel! Hy heeft zyne zaaken hyzonder in order geschikt; hebbende aan myne dochter de honderd duizend piasters gemaakt, die wy in onzen handel hebben, en voorts een aanzienlyk huiscieraad!



000080 - A.L.F. [= Jacob Elias Michielsz.?] (naar het Grieks van Lucianus) - Droom, of de haen. 1731
Dat u de donder slae, wylge u zo vroeg laet hooren,
En met uw boos gekraei myn’ zoeten slaep koomt stooren,
Waerdoor ik buytens tyds gewekt, vervloekte Haen,
Myn’ droom, en met den droom myn vreugde zie vergaen[.]



000090 - A.P. - Camillus, of het rampzalige vonnis van Jupiter. 1786
Naauw hadden we ons op Zee der baren durven wagen,
Of bulderende wind en schrik’lyke onweërs vlagen
Verdreven ons van ’t Strand, en midden in de Zee;
Zo dat schier d’hoop verdwwn, ooit t’ank’ren op een Reê.



000100 - [A.Tr.] - List tot welstandt, ofte bekeerde dronckaert. 1660
T. Flucx her uyt jou beest, en schafje terstont uyt mijn oogen;
Ick wil sulcken dronken luyjaert in huys niet gedoogen:
Gaet my terstont van de deur? V. Ey liefstentje bedaer.
T. Voort verpackje, of ick schenk je droes tot een nieuw jaer;



000110 - A.V.H. (naar het Neolatijn van Macropedius) - Asotus, of den overtolligen jongelingh. 1650
Wat voor een vreemde saeck, of wonder kan het wesen,
Is in mijn rimpel-vel de bleecke dood te lesen?
Geen wonder, want men siet een yder sijn gelaet
Verkeeren na het hem hier in de Werelt gaet;
Soo hem het noot-lot dient, en laet hier alle saken
Soo wel tot goet begin als tot goet eynde raken,
Als dan soo groeytmen aen niet anders als een kruyt,
Wiens wonder-soete geur een vette gront drijft uyt;



000120 - A.V.J.M. - De schoorsteen-vaager prins en de prins schoorsteen-vaager: blijspel in één bedrijf / A.J.V.M. 1800 ca.
Treed in, den den Prins is nog niet op.



000130 - A.V.W. - Zorghart, of de schrandere huisvader. 1780
Wat moeite heeft het niet in, voor het welzijn van zijn huisgezin te waaken! de zorg voor hetzelve heeft mij verscheide slaaplooze nachten doen doorbrengen. — — — Donkre wolken hangen boven ons hoofd; uit het Noordwesten schijnt een zwaare onweersbui op te komen, doch de verkwikkende Oostewind, die thans zagtjes begint te blaazen zou misschien die onweersbuijen kunnen doen verdrijven, en in onze landstreek weer een aangename zonneschijn voordbrengen......



000140 - AAVM [= A.A. van Maarsen?] (naar het Duits van Jos. Marius von Babo) - Dagobert, koning der Franken. 1790




000150 - J. Acket - Clarinde princesse van Mantua, of de rampspoedighe liefde. 1700
Myn Heer, waer is de moet der moedigh Italjanen?
Die in uw’ aêren dreef, wanneer gy voor Milanen
’t Heir vande Lely-vorst bestraelde met een oogh,
Die een lafaertigh hert tot aen de Sterren toogh;



000160 - J. Acket - De geluckige en ongeluckige minne-strydt. 1706
2016



000170 - [A. Adriaansz] (naar het Frans van Antoine Marin Le Mierre) - Hypermnestra. 1762
Ja Hypermnestra! ’t uur, het heuchlyk uur spoedt aan,
Waarin myn’ wensch, door d’echt, in Argos wordt voldaan;
Maar echter beeve ik, en myn min, die noch blyft duchten,
Gevoelt haar vreugd gestoort door heimlyke ongenuchten:



000180 - [A. Adriaansz] (naar het Frans van Antoine Marin Le Mierre) - Hypermnestra. 1766
Ja, Hypermnestra! ’t uur, het heuchlyk uur komt aan,
Waarin myn’ wensch, door d’echt van Argos wordt voldaan;
Maar echter beeve ik, en myn min, die noch blyft duchten,
Gevoelt haar vreugd gestoort door heimlyke ongenuchten:



000190 - A. Adriaansz (naar het Frans van Antoine Marin Le Mierre) - Hypermnestra. 1786
Ja, Hypermnestra! ’t uur, het heuchlyk uur komt aan,
Waarin myn’ wensch, door d’echt van Argos wordt voldaan;
Maar echter beeve ik, en myn min, die noch blyft duchten,
Gevoelt haar vreugd gestoort door heimlyke ongenuchten:



000200 - Heijnz Adriaensz - De Meij. 1599 ca.




000210 - Heijnz Adriaensz - De Neering. 1599 ca.




000220 - H. van Adrichem - Zoetermeer: spel van sinne in Vlaardingen 1616. 1617
Hollandt is dese rijcke Maecht
Daermen dus om loopt vryen:
De Vryers die’r na hebben gevraecht,
Zijn de Monarchyen.



000230 - Pieter Aelbertsz - Spel van sinnen van genaempt der Machabeen, als van Eleaser en den moeder met haer 7 sonen die vanden coninck Anthiochus wredelijck gedoot worden. 1590




000240 - Pieter Aelbertsz - Een spel van sinnen die sin is hoe Sommich Mens al sijn goet beroeft is bijna in desperaet is hoe Veel Menschen met Gemeen Burger om Nering roepen die gena Gods doet het huijs van Nering open maer Veel Mens en beleeft het niet. 1699 ca.




000250 - J. van Aelhuisen (naar Jan Vos) (naar het Nederlands van Jan Vos) - Aran & Titus. Mutua vindicatio, interprete schola Thielana. 1658




000260 - J. van Aerde - Treur-spel van de vier uyterste des menschen, ofte vertooninge van het leste oordeel, afgebeeld in de christelyke standvastigheydvan Elias en Enoch, onder de dwingelandye van de booze antichrist. 1790 ca.
Ach mynen lieven Zoôn, als ik nu kom te denken,
Hoe dat de zondaers boos, hun edel ziele krenken,
Besmetten grouwelyk met alderhande kwaed:
Als ook den ryken mensch leeft in verdoemden staet.
Die leeft naer ons Gebod, sy altyd daer mé gekken,
Besmetten zoo hun ziel met alderhande plekken:
Zeer menig is’t getal, die in onkuysheyd leeft,
Voor’t grouwzaem overspel geen mensch ter wereld beeft.



000270 - [J. van Aerde] - Treurspel van de vier uyterste des menschen, ofte vertooninge van het laetste oordeel, afgebeeld in de Christelyke standvastigheyd van Elias en Enoch, onder de dwingelandye van den boozen Antechrist. 1800 ca.
Ach mynen lieven Zoon, als ik nu kom te denken
Hoe dat de zondaers boos, hun edel ziele krenken,
Besmetten grouwelyk met alderhande kwaed;
Als-ook den ryken mensch leeft in verdoemden staet.



000280 - [J. van Aerde] - Treurspel van de vier uyterste des menschen, ofte vertooninge van het laetste oordeel, afgebeeld in de Christelyke standvastigheyd van Elias en Enoch, onder de dwingelandye van den boozen Antechrist. 1800 ca.
Ach mynen lieven Zoon, als ik nu kom te denken
Hoe dat de zondaers boos, hun edel ziele krenken,
Besmetten grouwelyk met alderhande kwaed;
Als-ook den ryken mensch leeft in verdoemden staet.



000290 - A.B. Agronomi - Heraklius. 1650 ca.




000300 - C. des Aguliers - De verlaten bruid. 1732




000310 - Frans van Aken - De aristocraten. 1785
J. Ha, Buur! welkom, hoe staat het leven? -
B. Zeer wel, en hoe staat gij ’er mede? -
J. Ook heel wel. -
B. Dat ’s goed. - Wel zijt gij al met uw Heer naar het Hof geweest om een Compliment bij den Vorst te maaken?



000320 - Frans van Aken - De bedriegster gestraft. 1785
K. ’t Word tyd dat ik my spoei of anders mag ik vreezen,
Als Juffrouw op komt moet het al in orde weezen.
Ik hoor al reeds gewag. Foei, is dat schrikken Jan!
Dat is zo waar niet mooi! J. Wel schat waar schrik je van!
Ik wensch myn zoetert met een kuschjen goejen morgen.
K. Nou Jan, als ’t iemand zag... J. Ik hou niet veel van borgen,
’t Is nog voor gisteren. - ô Ka lief ’k ben zo bly!



000330 - Frans van Aken (naar het Duits van Heinrich Beck) - Dwaaling zonder boosheid. 1796
W. Maar ik bemin de groote gezelschappe niet, ik ben miet beter in mijn schik als bij de mijnen.
B. Daar hebt gij gelijk in, Broeder. Als men Famielie heeft en een goed inkomen, dan behoeft men niets bij anderen te zoeken.



000340 - Frans van Aken - De edelmoedige aanbieding. 1786




000350 - [Frans van Aken] - Elize. 1786
Wat mag mij toch bewegen om dezen morgen zo droevig te zijn? — Moet ik dit toeschrijven aan de zuivere liefde die ik voor mijne Elize heb? Och! welk een onlijdelijke smart leed mijne ziele toen ik mij als uit heure armen scheurde! — Heb ik haar dan te vooren, als ik zelfs voor veel dagen van haar afscheid nam, zo sterk niet bemind als heden? Immers ja! — Van den beginnen af minde ik haar met de vuurigste liefde! — Ach! dat deeze mijne geweldige aandoening geen kwaade voorbode zij! —



000360 - Frans van Aken - De matroos door list. 1783




000370 - Frans van Aken - De wanhoop der heerszugt, of het Haagsche moordrot verstrooid. 1786




000380 - Frans van Aken - De wapening der landlieden. 1786




000390 - Frans van Aken - De wapening der landlieden. 1786 ca.




000400 - Frans van Aken - De zeldzaame man. 1788




000410 - Karel Albrecht (naar het Duits van Karl Friedrich Hensler) - Repetitie van’t liefhebbery-tooneel. 1800




000420 - Abraham Alewyn - Amarillis. 1693
S. Hoe lieflyk gloeit het morgenlicht,
Zo aangenaam in ons gezicht:
Terwyl de dikke duistre wolken
Wegdeizen uit ons oog na de onderaardsche Volken.



000430 - Abraham Alewyn - Opera of sangspel van Amarillis. 1700 ca.




000440 - Abraham Alewyn - De bedrooge woekeraar. 1702
K. Flip, Flip, waar blyf je?
F. Hier ben ik al.
K. Wat heb je zo lang achter in de schuur gedaan?
F. Ik kon immers ’t arme maag’re beest zo niet in de open lucht laaten staan,



000450 - Abraham Alewyn - De bedrooge woekeraar. 1739a v




000460 - Abraham Alewyn - De bedrooge woekeraar. 1739b v
K: Flip, Flip, waar blyf je?
F: Hier ben ik al.
K: Wat heb je zo lang achter inde schuur gedaan?



000470 - Abraham Alewyn - Beslikte Swaantje, en drooge Fobert, of de boere rechtbank. 1715a v
C. Wat heb je veur met dat Cyteeren?
Wat meug jy leggen prossedeeren?
Myn goeje man; ’k lag met jou plyt;
Ho, Kryn, je bent het byltje kwyt.



000480 - Abraham Alewyn - Beslikte Swaantje, en drooge Fobert, of de boere rechtbank. 1715b v
C. Wat heb je veur met dat Cyteeren?
Wat meug jy leggen prossedeeren?
Myn goeje man; ’k lag met jou plyt;
Ho, Kryn, je bent het byltje kwyt.



000490 - Abraham Alewyn - Beslikte Swaantje, en drooge Fobert, of de boere rechtbank. 1742a v




000500 - Abraham Alewyn - Beslikte Swaantje, en drooge Fobert, of de boere rechtbank. 1742b v




000510 - Abraham Alewyn - Hardersspel ter bruiloft van den Ed. Heere, de Heer Frederik Wilhelm Mandt, en de Ed. Juffrouwe, Mejuffrouw Maria van Blyswyk. 1699




000520 - Abraham Alewyn - Hardersspel ter bruiloft van den Ed. Heere, de Heer Frederik Wilhelm Mandt, en de Ed. Juffrouwe, Mejuffrouw Maria van Blyswyk. Gerymt door A. Alewyn, en met Zang en Speelkunst en Danssen verrykt door S. de Koning, Zangkunstenaar in Amsterdam. 1713




000530 - Abraham Alewyn - Jan Los, of den bedroogen Oostindies vaêr. 1721
C. Och! Claar, wat zal ik gaan beginnen,
Daar is de Vloot uit Indie binnen,
En, zo ’k van anderen heb verstaan,
Jan Los daar op, wat gaat my aan?



000540 - Abraham Alewyn - Latona, of de verandering der boeren in kikvorschen. Kluchtig treurspel, met kunst en vliegwerken. 1703
De Vrinden believen, mit andacht, te letten op dit wydvermaerde Truurigspul.
Ongze Rederykers Kaemr heeft de Story uit de Metteformus van Ovydus ehaeld, en edicht, kotois en wel.
Het zelje verhaelen, hoe de bedroefde Laettone, zongder verstrangen,
In verre Landen ezworven ’et, toenze van twei kyers by Suipitaer goot is egangen.



000550 - Abraham Alewyn - Orpheus hellevaart om Euridice. 1700 ca.
Gy duystere, angstvallige Bergspelonken,
Weêrgalmt vry op het droef gezucht,
Dat uyt myn bange boezem vlucht,
Want schoon gy uyt harde steen zyt geklonken,



000560 - Abraham Alewyn - Orpheus hellevaart om Euridice. 1705 ca.
Gy duystere, angstvallige Bergspelonken,
Weêrgalmt vry op het droef gezucht,
Dat uyt myn bange boezem vlucht,
Want schoon gy uyt harde steen zyt geklonken,



000570 - Abraham Alewyn - Orpheus hellevaart om Euridice. 1713




000580 - Abraham Alewyn - Philippyn, mr. Koppelaar. 1707a v
Gantsch bloemerhart! hoe heeft het dezen nacht gestormt, geroesemoest en gewaait!
Ik heb me, als een Aal in een tobben, wel duizendmaal in ’t bed omgekeert, gewentelt en gedraait.



000590 - Abraham Alewyn - Philippyn, mr. Koppelaar. 1707b v
Gantsch bloemerhart! hoe heeft het dezen nacht gestormt, geroesemoest en gewaait!
Ik heb me, als een Aal in een tobben, wel duizendmaal in ’t bed omgekeert, gewentelt en gedraait.
Want, ik kon geen oog toedoen, dewyl ik de Cabanus geduurig zo elendig hoorde kraaken,
Als of de heele vleet, op yder rukwind, ’t onderste boven zou raaken.



000600 - Abraham Alewyn - Philippyn, mr. Koppelaar. 1707c v
Gantsch bloemerhart! hoe heeft het dezen nacht gestormt, geroesemoest en gewaait!



000610 - Abraham Alewyn - De Puiterveense helleveeg, of beslikte Swaantje aan den tap. 1720a v
2016



000620 - Abraham Alewyn - De Puiterveense helleveeg, of beslikte Swaantje aan den tap. 1720b v
2016



000630 - Abraham Alewyn - De Puiterveense helleveeg, of beslikte Swaantje aan de tap. 1782




000640 - Abraham Alewyn - Harders spel, ter eere van Cornelia Pruimer, onder de naam van Lidia, Arcadische harderinne. Op haer ed: 17de verjaardag den 20 february 1702. 1702




000650 - Abraham Alewyn - Harders spel, ter eere van Cornelia Pruimer, onder de naam van Lidia, Arcadische harderinne. Op haer ed: 17de verjaardag den 20 february 1702. 1713




000660 - Gelasius Aleximomus - Monsieur Joncourtisaen Turlepin. Haegsche vier-blusscher. Drollige comoedie gespeelt op ’t Haegsche schouwburg. 1708 ca. a v
Jc. Au feu, au feu, vier, vier, brandé, brandé, komment niemant om die vier te blus? Die vier blus, die vier blus.
E. Brand, brand! Jb. Waar is die feu die brande, ik sie niets. Jc. Kont gy niet sien? In die Eglise Kerke, die Kerke.



000670 - Gelasius Aleximomus - Monsieur Joncourtisaen Turlepin. Haegsche vier-blusscher. Drollige comoedie gespeelt op ’t Haegsche schouwburg. 1708 ca. b v




000680 - Ali - Prins Zijworm, de hervormer, of de gerechtigden tot de kroon. Uit het vijfde deel van Orpheus. 1790




000690 - K. van Alkemade - Ada, graavin van Holland. 1700 ca.




000700 - K. van Alkemade - Comedie van ’t beroerde Schiedam. 1762 ca.




000710 - Samuel Ampzing - Vasten-avond-spel. 1631




000720 - [Doede van Amsweer] (naar het Latijn van Naogeorgius (Thomas Kirchmeyer)) - Eine christlicke tragedia, die coopman offte dat ordel geheeten. 1593
Oft Emant hier jegenwordich weten wolde, wel dat ick bin, so sal ick mit corten mijn Name wthspreken:



000730 - [Doede van Amsweer] (naar het Latijn van Naogeorgius (Thomas Kirchmeyer)) - Een christelijcke tragedia, die Coopman ofte dat oordeel geheeten. Daerinne die hoovet-stucken ofte gront-leeringhen van twee religien, die Romische Papistische ende die Gereformeerde Euangelische, [...]. Met eene sluyt-reden, ende corte vermaninghe, tot christelijcken eenicheyt ende Reformation, [...] Voormaels in Exilio gestellet, ende al nu revideret, [...] 1613




000740 - Jacob d’Andrade (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - De eigenzinnige. 1778
Holla, myn Volk, verschyn! Hoe! ’k zie den dag genaaken,
En geen van allen heeft tot nog toe lust te ontwaaken?
Lakei! Mynheer Gorjú! zy zyn hier allen stom.
’t Slaapt alles, daar ik waak. ’k Merk in myn huis alöm



000750 - Hermanus Angelkot Jr. (naar het Frans van Thomas Corneille) - Don Cesar, of de broederlyke minnaar. 1717
’k Zeg ja, hy is gezien, uw broeder is gekomen,
Uw vader zegt, dat hy ’t zo even heeft vernomen;
En met de brieven, die hy laast van Cadix zond,
Schreef hy ook duidelyk, dat hy reisvaardig stond.



000760 - [Hermanus Angelkot Jr.] (naar het Frans van Nicolas Boindin en Antoine Houdart de la Motte) - Het vroutje van Ephesen. 1721
F. Kom, Licas, scheppen wy wat lugt, terwyl uw Heer
Zig afmat tot ’er dood, om al dat tegenweer,
Het geen Mevrou doed, die van Honger hier wil sterven.
L. Alree Juffrou! dat graf zou al myn jeugd bederven,
Wat! ’k voel hier beter dat ik leef als in het gat.



000770 - [Hermanus Angelkot Sr.] (naar het Frans van Thomas Corneille) - De buitensporige herder. 1714
Graast waarde Schaapjes, daar uw lust u zal geleiden,
Graast trouw gezelschap, graast, in deze groene weiden;
Dank heb myn Herderin, nu zien wy Herders weer
Die oude gulden eeuw herbooren als wel eer.



000780 - [Hermanus Angelkot Sr.] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Misantrope. 1682
V. Wat is ’t? wat schort u dan? E. ’k Bid u, laat my met vreden:
V. Maar hoor hier, zeg my eens met wat voor viezigheden....
E. Ei, gaat gy maar uws weegs, zeg ik, en laat my staan.
V. Nu steur u niet; men hoort een mensch ten minsten aan.



000790 - [Hermanus Angelkot Sr.] (naar het Frans van Jean François Juvénon, dit la Tuilerie) - Soliman. 1689
’k Beken het, Rustan, ’k heb te lang voor u gezwegen.
Ik deed u ongelyk, en was my zelve tegen;
’k Had wel gedaan, had ik u eêr de smart ontdekt,
Die heerschzucht tot dit ryk, in myne ziel verwekt;



000800 - [Hermanus Angelkot Sr.] - Vechter. 1679a d
Al weer is die bezukste kaerel uit het pothuis elopen.
Ja wel, sulken vent as dat is, daer is ommers niet goets af te hopen:
Altyd het gat uit: altyd het gat uit: en ’t schone werk moet blyven staen.
Daer komt Tryntje Karnelis die wil heur muilen hebben, of ze wil daadlyk op een aâr gaen,



000810 - [Hermanus Angelkot Sr.] - Vechter. 1679b v




000820 - Hermanus Angelkot Sr. - Vechter. 1679c d




000830 - Hermanus Angelkot Sr. - Vechter. 1684




000840 - Hermanus Angelkot Sr. - Vechter. 1702




000850 - [Hermanus Angelkot Sr.] - Vechter. 1707
Al weer is die bezukste kaerel uit het pothuis elopen.
Ja wel, zulken vent as dat is, daer is ommers niets goeds af te hoopen:
Altyd het gat uit: altyd het gat uit, en ’t schone werk moet blyven staen.
Daer komt Tryntje Karnelis die wil heur muilen hebben, of ze wil datelyk op een aâr gaen.



000860 - [Hermanus Angelkot Sr.] - Vechter. 1710
Al weêr is die bezukste kaerel uit het pothuis elopen.
Ja wel, zulken vent as dat is, daer is ommers niets goets af te hopen:
Altyd het gat uit: altyd het gat uit: en ’t schone werk moet blyven staen.
Daer komt Tryntje Karnelis die wil heur muilen hebben, of ze wil daadlyk op een aâr gaen.



000870 - [Hermanus Angelkot Sr.] - Vechter. 1756
2016



000880 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] (naar het Engels van Joseph Addison) - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1715a v
Aurora door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,
Om met een dolle drift, haar razerny ten zoen,
Dien grooten burgerheer, geheel te niet te doen;



000890 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] (naar het Engels van Joseph Addison) - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1715b v
2016



000900 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1715c v
Aurora, door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,
Om met een dolle drift, haar razerny ten zoen,
Dien grooten burgerheer, geheel te niet te doen;



000910 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] (naar het Engels van Joseph Addison) - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1725
Aurora door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,
Om met een dolle drift, haar razerny ten zoen,
Dien grooten burgerheer, geheel te niet te doen;



000920 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] (naar het Engels van Joseph Addison) - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1742a v
Aurora, door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,
Om met een dolle drift, haar razerny ten zoen,
Dien grooten burgeheer, geheel te niet te doen;



000930 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] (naar het Engels van Joseph Addison) - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1742b v
Aurora, door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,



000940 - Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1742c v
Aurora, door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,
Om met een dolle drift, haar razerny ten zoen,
Dien grooten burgerheer, geheel te niet te doen;



000950 - [Hermanus Angelkot Jr. / Pieter Langendijk / H. de Wolff] (naar het Engels van Joseph Addison) - Cato, of de ondergang der Roomsche vryheid. 1785
Aurora, door een wolk betrokken, zwart en naar,
Brengt ons schoorvoetende dien dag in ’t openbaar,
Bezwangerd met het Lot van Cato en van Romen:
Ja Marcus, tweedragt schynt te hebben voorgenomen,
Om met een dolle drift, haar razerny ten zoen,
Dien grooten burgerheer, geheel te niet te doen;



000960 - Louis Anseaume - Le peintre amoureux de son modéle. 1759




000970 - Louis Anseaume & *** - L’yvrogne corrigé. 1760




000980 - Louis Anseaume & ***** - Le docteur Sangrado. 1760




000990 - Louis Anseaume & Pierre-Aug. Lefèvre de Marcouville - Les amans trompés. 1758




001000 - Louis Anseaume & Pierre-Aug. Lefèvre de Marcouville - La fausse aventuriere, 1758




001010 - Reyer Anslo - Parysche bruyloft. 1649a d
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wordt myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleyt, begunstigt van ’t geluk.



001020 - Reyer Anslo - Parysche bruyloft. 1649b d
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wordt myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleyt, begunstight van ’t geluk.



001030 - Reyer Anslo - Parysche bruyloft. 1649c d




001040 - Reyer Anslo - Parysche bruiloft. 1661
Zo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wordt myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleyt, begunstight van ’t geluk.



001050 - Reyer Anslo - Parysche bruiloft. 1662
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zijn waggelende kroon; wordt myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleyt, begunstight van ’t geluk.



001060 - Reyer Anslo - Parysche bruyloft. 1663
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wort myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleyt, begunstigt van ’t geluk.



001070 - Reyer Anslo - Parysche bruiloft. 1695a
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wort myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleit, begunstigt van ’t geluk.



001080 - Reyer Anslo - Parysche bruiloft. 1695b
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wort myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleit, begunstigt van ’t geluk.



001090 - Reyer Anslo - Parysche bruiloft. 1704




001100 - Reyer Anslo - De Parysche bruiloft. 1713
Zoo komt myn Karels eer, met deze kans te wagen,
In hare volle kracht, en hy weêr vast te dragen
Zyn waggelende kroon; wordt myn heldinnestuk
En aanslag, wel beleyt, begunstigt van ’t geluk.



001110 - Reyer Anslo - Parysche bruiloft. 1727




001120 - Jacques Jean Antheunis - De dood van Julius Cesar, eersten keyzer der Romeynen. 1785a d




001125 - Jacques Jean Antheunis (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De dood van Julius Cesar, eersten keyzer der Romeynen. 1785b d
Cesar, dien grooten dag is eyndelyk verschenen,
Daer ’t Koninglyk Gezag u opgedraegen word;
Het Roomsche Volk voorheên u nimmer toegedraegen,
Is door uw deugd geraekt, en gaet in u voortaen
Zyn Overwinnaer, ja zyn Steun en Vorst erkennen.



001130 - Jacques Jean Antheunis - De dood van Julius Cesar, eersten keyzer der Romeynen. 1803
Cesar, dien grooten dag is eyndelyk verschenen,
Daer ’t Koninglyk Gezag u opgedraegen word;
Het Roomsche Volk voorheên u nimmer toegedraegen,
Is door uw deugd geraekt, en gaet in u voortaen
Zyn Overwinnaer, ja zyn Steun en Vorst erkennen.



001140 - B.D. van Antwerpen (naar het Frans van J. Auvray) - De behouden Onnooselheyt 1612
Wat brant verknaecht my thert?
Wat vlamme ongenadich
Inetende tghebeent, verteert my d’merch hestadich,
Zijt ghyt vrouw Venus kint, ghy toovenaer verwoet
Die met u minnen dranck, mijn sinnen woeden doet



001150 - Remaclus Arduenna - Palamedes 1512 ca.




001160 - Roelof Arends (naar het Duits van Friedrich Gottlieb Klopstock) - De dood van Adam. 1774




001170 - Roelof Arends - Zegepralende liefde ter eere van de egtverbintenis zyner vorstelyke hoogheid, den heere prinse van Nassau-Weilburg en mevrouwe de prinsesse Karolina, gevierd den 5 van Lentemaand, 1760. 1760




001180 - [Thomas Arendsz] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Amadis. 1687
Ik keer weêr om te zien, dat ik zo teêr beminne;
Ja yder uur is dier voor my;
Dan in ’t bloed, weet ik ook wat ik u schuldig zy;
Ik kan u zonder schand niet laaten, nu uw zinnen,
Overheert zyn van Tiranny!



001190 - [Thomas Arendsz] (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Bajazeth. 1682
A. Kom, volg; terwijl wy hier de Sultanin verwachten
Wil ik u hooren, en de grond van mijn gedachten
Vryhertig openen. O. Sint welk een tijd, mijn Heer,
Betreed men deze plaats zo vrijelijk? wel eer
Was aan zulk stout bestaan een strenge dood beschooren.



001200 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Philippe Quinault) - Cadmus en Hermione. 1687
Hoe, Cadmus, zoon van een Koning die onder zyn magt heeft
De vruchtbare boorden van de Nyl, en de gebrande gewesten;
Cadmus, heeft na ’t verloop van twee jaaren ver uit Tyrus
En vreemdeling by de Grieken geweest te hebben,
Geen verlangen,
Om het land te zien, wiens hoop hy is?



001210 - Thomas Arendsz (naar het Spaans van Antonio Martinez de Meneses) - Joan Galeasso; dwingeland van Milanen. 1718




001220 - Thomas Arendsz (naar het Spaans van Antonio Martinez de Meneses) - Joan Galeasso; dwingeland van Milanen. 1739
2016



001230 - [Thomas Arendsz] - De krooninge [kroonenge] van haere Majesteiten, Wilhem Hendrik, en Maria Stuart, tot Koning, en Koninginne van Engeland, Vrankryk en Yrland. 1689
Manhafte Hélden, tót uws Konings roem geschapen,
Grondvésten van zyn ryk, Krygsgoden in het wapen,
Door wiens gevreezden arm én onverschrokken ziel,
De roote Lodewyk alom steeds ’t véld behiel,



001240 - Thomas Arendsz - Ter lykstaatzie van de Alleruytmuntenste Koninginne Maria, Gemalinne van den Onverwinnelyken Willem Hendrik, Koning van Engelant, Schotlant, Vrankryk en Yrlant. 1695




001250 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates, koning van Pontus. 1679
Men heeft ons niet misleid, Arbates; het verhaal
Van vaders nederlaag, en Romens zege-praal
Is waar; hy wierd omtrent d’Euphrates overvallen
In’t donker van de nacht. Hier hielp hem niet met allen



001260 - Thomas Arendsz - Mithridates, koning van Pontus enz. 1694
Men heeft ons niet misleid, Arbats; het verhaal
Van vaders nederlaag, en Romens zeegepraal
Is waar; hy wierd omtrent d’Euphrates overvallen
In ’t donker van den nacht. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krijgs voorzightigheit, ’t volk kweet zich lange tyd;



001270 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates, koning van Pontus. 1698
Men heeft ons niet misleyd, Arbats [sic]; het verhaal
Van vaders nederlaag, en Romens zegepraal
Is waar; hy wierd ontrent de Euphrates overvallen
In ’t donker van den nacht. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krijgs voorsigtigheyt, ’t volk queet zich lange tyd;



001280 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates, koning van Pontus. 1706
Men heeft ons niet misleid, Arbates; het verhaal
Van vaders nederlaag, en Romens zegepraal
Is waar; hy wierd omtrent de Euphrates overvallen
In ’t donker van den nacht. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krygsvoorzigtigheid, ’t volk kweet zich lange tyd;
Maar wierd op ’t laast verstrooid, hy sneuvelde in den stryd.



001290 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates, koning van Pontus, enz. 1708
Men heeft ons niet misleyd, Arbates; het verhaal
Van vaders nederlaag, en Roomens zegepraal
Is waar; hy wierd ontrent d’Euphrates overvallen
In ’t donker van den nagt. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krygsvoorsigtigheyt, ’t volk queet zig lange tyd;
Maar wiert op ’t laast verstrooyt, hy sneuvelde in de stryt.



001300 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates, koning van Pontus. 1729
Men heeft ons niet misleid, Arbates: het verhaal
Van vaders nederlaag, en Romens zegepraal
Is waar; hy wierd omtrent de Euphrates overvallen
In ’t donker van den nacht. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krysvoorzigtigheid, ’t volk kweet zich lange tyd;
Maar wierd op ’t laatst verstrooid, hy sneuvelde in den stryd.



001310 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates, koning van Pontus. 1752
Men heeft ons niet misleid, Arbates; het verhaal
Van vaders nederlaag, en Romens zegepraal
Is waar; hy wierd omtrent de Euphrates overvallen
In ’t donker van den nacht. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krygsvoorsigtigheid, ’t volk kweet zich lange tyd;
Maar wierd op ’t laast verstrooid, hy sneuvelde in den stryd.



001320 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates zal vertoond worden door de derthien Reden-ryke Gulden. 1769
Men héft ons niet misleid, Arbates: het verhaal
Van vaders néderlaeg en Romens Zégenprael
Is waer: hy wierd ontrent d’Euphrates overvallen
In ’t donker van den nagt. Hier hielp hem niet met allen
Zyn krysvoorzigtigheid, ’t Volk kweet zig langen tyd,
Maar ’t wierd op ’t laest verstrooit, hy sneuveld’ in den stryd.



001330 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het school voor de vrouwen. 1701
L. Gy komt dan, na gy zegt, om haar uw’ hand te biên?
A. O ja, op morgen wil ’k die zaak ten einde zien.
L. Wy zyn hier beide alleen, en moogen, na ik reken,
Zelfs, zonder dat men ons kan hooren, vry’lyk spreeken.
Wilt gy dat ik, als vrind, u open myn gemoed?
Ik voel, om uw bestaan, een grilling door myn bloed;



001340 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het school voor de vrouwen. 1753
L. Gy komt dan, na gy zegt, om haar uw’ hand te biên?
A. O ja, op morgen wil ’k die zaak ten einde zien.
L. Wy zyn hier beide alleen, en moogen, na ik reken,
Zelfs, zonder dat men ons kan hooren, vry’lyk spreeken.
Wilt gy dat ik, als vrind, u open myn gemoed?



001350 - Thomas Arendsz (naar het Frans van Pierre Corneille) - Sertorius. 1722
Van waer, Aufidius, mag die ontroering koomen,
Die mynen wensch weêrstaet, en myne ziel doet schroomen?
De schrik, die het verraet, myns ondanks, aen my geeft,
Maekt dat myn rede all’ myn begeerte en hoop weêrstreeft.



001360 - Thomas Arendsz - Silo, den hemelschen minnaar, deel 1. 1714
Zoo lang de naare Duisterheyd
Zyn vleugels over ’t Aardryk spreyt,
(Al nypt de kouw, al valt ’er sneeuw,)
Moet ick myn Vee bewaken.



001370 - [Thomas Arendsz] - Silo, den hemelschen minnaar, deel 2. 1714
S. O Rustelooze Nagt daar in myn ziel moet treuren!
Wanneer zal eens het licht de duisternisse scheuren?
Och! ryst de star noch niet zo lang van my verwacht?
Ik heb dus lang myn tyd met klaagen doorgebragt;



001380 - [Thomas Arendsz] - Silo, den hemelschen minnaar, deel 3. 1714
Ik, die van ’s Moeders Buyk, ja eer ik wierd gebooren,
Ben tot een Boet-gezant, en Hemel-Boo verkooren
Van d’Alderhoogsten God, om aan zyn volk, de Joôn,
Te prediken de komst van zyn beminden Zoon,



001390 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het gedwongene huuwelyk. 1682a v
R. Nou zégme, Bély, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wél geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op dry haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit of ’et zeuven jaar had in de kas gelegen.



001400 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - ’t Gedwongene huuwelyk. 1682b v
R. Nou zégme, Bély, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wél geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op dry haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit of ’et zeuven jaar had in de kas gelegen.



001410 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het gedwongene huuwelyk. 1682c v
R. Nou zégme, Bély, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wél geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op dry haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit of ’et zeuven jaar had in de kas gelegen.



001420 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het gedwongene huuwelyk. 1710
R. Nou zégme eens, Bélie, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wel geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op drie haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit óf ’et zeuven jaar had in de kas gelégen.



001430 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het gedwongene huuwelyk. 1712
R. Nou zégme eens, Bélie, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wel geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op drie haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit óf ’et zeuven jaar had in de kas gelégen.



001440 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het gedwongene huuwelyk. 1747
R. Nou, zégme eens, Bélie, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wel geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op drie haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit óf ’et zeuven jaar had in de kas gelégen.



001450 - [Thomas Arendsz c.s. (NVA)] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het gedwongene huuwelyk. 1781
R. Nou zégme eens, Belie, zit men béf met kant ter deegen?
En is men mantel wel geschikt? hoe staat men hoed?
B. Nét op drie haartjes, fiks én vierkant; al je goed
Zit óf ’et zeuven jaar had in de kas gelégen.



001460 - Armand en Gasparing - Les etrennes d’Arlequin. 1750




001470 - Jan van Arp (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Chimon. 1639
Wat ongheluck en ramp,



001480 - Jan van Arp - Boertighe clucht van Claes Klick, op de reghel: “die drocke drinckt en syn wijf plaeght, ten is niet vreemt dat hy hoornen draeght. Ghespeelt op d’Oude kamer ‘In liefd’ bloeyende’. 1632 ca.
Daer heb ic te Bruyloft eweest, op ons Peet-neellen Feest:



001490 - Jan van Arp - Boertighe clucht van Claes Klick. 1640
Daer heb ick te Bruyloft eweest, op ons Peet-neellen Feest:
Dat ick daer geen meyt na mijn sin kreegh, dat spijtmen ’t aldermeest:
Want sulcken elen gheest, als ick ben, is niet om te vermuylen:
Tis al om slimme Piet, waerom se jancken en, huylen.



001500 - Jan van Arp - Singhende klucht van droncke Goosen. 1630
Wn. Hoe swaer valt my dit draghen nu?
Ick word’ werentich moe.
Wt. Swijght Wijf, of ick geef jou een duw’
Of hout jou Backus toe.



001510 - Jan van Arp - Singhende klucht van droncke Goosen. 1639
Waerdin. Hoe swaer valt my dit draghen nu?
Ick word’ werentich moe.
Waert. Swijght Wijf, of ick geef jou een duw’
Of hout jou Backus toe.
Wat Duyvel ofje nou weer schort?
Ick loof niet je bint dol.
Waerdin. Ey Man hoe leghje soo en knort?
Den Dronckaert die is vol.



001520 - Jan van Arp - Echts eer-dicht, ter eeren den e. Iohannes Babtiste vande Velde, bruydegom, met de deughtsaeme ende eerbaere Iohanna van Moiale, bruyt, vereenight den 6. Novemb. 1635. In Amsterdam. 1635
Godsalighe Reye die op dees gewijde drempel,
U Echt te samen bint voor Iunoos hooghste Tempel,
Aenschout my wie ick ben, ick dale tot u hulp,
Dus wijckt van ’t heyligh Choor, Godin der Perel-schulp,
Treet Suster met mijn in, verstandige Minerve,
Laet dese twee altijt u gonsten doch verwerven,



001530 - Jan van Arp - Echts Eer-dicht Willem van Weely. 1634




001540 - Jan van Arp - Hel-vaert van Iuno. 1631
Hoe aenghenaem was my den dach, doen ick verkooren



001550 - Jan van Arp - Prixus, prins van Theben. 1640
Hoe aengenaem was my den dagh, doen ik verkooren
Wiert tot een Coningin van Theben, door ’t verstooren
Van Coninck Athamas, op een Goddin, maer ach!
Onluckigh is de uur, dat ik de gheen besach
Waerom ’k inwendigh voel het innerlijcke blaecken,
Moet ick de felle schicht van Cupido oock smaecken?



001560 - Jan van Arp - Tolimond, prince van Rodes. 1640




001570 - Ars Superat Fortunam - Den geschiedenis van den Hoed. 1768




001580 - Ars Superat Fortunam - Inweiding van Ars Superat Fortunam. 1733




001590 - [Gijsbert Asschenbergh] (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - Het drievoudig huwelyk. 1776
Neen, ik kan niet ten vollen gelukkig zyn: ik heb een vrouw gehad; zy is dood, ik heb haar welstaanshalven beweend,
Terwyl ik my heimelyk verheugde ontslagen te weezen van een hoofdige, die al myn daaden dwarsboomde, zo lang als ik ’er meê was verëend,
En die myn hart, na ’t twee-en twintigjaarig huwelyk, geheel en al wilde bestieren, en al wat ik deed verhindren.
Ik dacht dat haar dood my in vryheid zou laaten, maar nu ben ik de slaaf van myn kindren,
Die my verpligten my te bedwingen, en welvoeglykheden te bewaaren, van welke ik niet zou durven afgaan zonder my te doen bespotten van de gantsche Stad.
Ik heb een’ Zoon die grooter is dan ik: welk een onderdrukking voor een’ Vader, die nooit in zyn’ zin heeft gehad
Om de waereld af te staan! Ik heb een beminnelyke en welgemaakte Dochter, die zich geen Klopje wil laaten maaken.



001600 - Hermanus Asschenbergh - Climeene. 1747
ô Aangenaam geboomt’! dat door uw schom’lend lover,
Myn ziel van zorg bevryt, geeft aan de blydschap over;
ô Zilverblanke beek! ai stoor met uwe vliet,
Myn Schoone die hier slaapt, myn Lief Caliste, niet.



001610 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De deugdzaame galeiroeijer, of de beloonde vaderliefde. 1769a v
Het opgaan van de zon, in ’t schitterend verschiet,
Scheen nimmer my zo schoon als thans myn oog het ziet.
De zee is stil: de lucht, bevryd van onweêrvlaagen,
Belooft den Zeeman een’ der aangenaamste dagen.



001620 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De deugdzaame galeiroeijer, of de beloonde vaderliefde 1769b v
Het opgaan van de zon, in ’t schitterend verschiet,
Scheen nimmer my zo schoon als thans myn oog het ziet.
De zee is stil: de lucht, bevryd van onweêrvlagen,
Belooft den Zeeman een’ der aangenaamste dagen.



001630 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De deugdzaame galeiroeijer, of de beloonde vaderliefde 1769c v
Het opgaan van de zon, in ’t schitterend verschiet,
Scheen nimmer my zo schoon als thans myn oog het ziet.
De zee is stil: de lucht, bevryd van onweêrvlagen,
Belooft den Zeeman een’ der aangenaamste dagen.



001640 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quingey) - De deugdzaame galeiroeijer, of de beloonde vaderliefde. 1780a v




001650 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quingey) - De deugdzaame galeiroeijer, of de beloonde vaderliefde. 1780b v
Het opgaan van de zon, in ’t schitterend verschiet,
Scheen nimmer my zo schoon als thans myn oog het ziet.
De zee is stil: de lucht, bevryd van onweêrvlaagen,
Belooft den Zeeman een’ der aangenaamste dagen.



001660 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quingey) - De deugdzaame galeiroeijer, of de beloonde vaderliefde. 1790




001670 - Hermanus Asschenbergh (naar het Duits van Christian Fürchtegott Gellert) - De deugdzaame zoon en de edelmoedige vrienden. Tooneelspel, voorgeleezen in het Genootschap ter zinspreuk voerende: Diligentiae omnia. Den 8sten & 22sten Maart 1770. 1770
De droefheid die mijn Ziel, op ’t Felst heeft neêrgeslagen,
De Vrees die mij bestormt, de Rampen die mij plaagen,
’t Baart alles onrust in mijn afgematten geest!
Waar vind hij rust of Vreugd die niets, dan onheil vreest?



001680 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Duits van Christian Fürchtegott Gellert) - De deugdzaame zoon en de edelmoedige vrinden. 1792
De droefheid, die myn ziel op ’t felst heeft neêrgeslagen,
De smart, die my bestrormt, de rampen, die my plaagen,



001690 - [Hermanus Asschenbergh] (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - De wispeltuurige. 1762




001700 - [Hermanus Asschenbergh & Henri Jean Roullaud] (naar het Frans van Jean François Collin d’Harleville) - De optimist; of alles wél. 1790
Kan ’t waar zyn? Ben ik reeds ten bedde uit, vóór zes uuren?
Ik, in dit oud kasteel, in deeze sombre muuren,
Hier by myn’ Oom?.. Gelukkig mensch! die zich verbeeld
Dat alles gaat zo ’t moet, daar alles my verveelt.



001710 - [Hermanus Asschenbergh & Henri Jean Roullaud] (naar het Frans van Onbekend) - De twee jonge Savojards. 1790




001720 - Hermanus Asschenbergh & Henri Jean Roullaud - De twee jonge Savojards. 1791
909 83



001730 - Hermanus Asschenbergh of Henri Jean Roullaud (naar het Frans van Pierre Jean Baptiste Choudard Desforges) - De jaloersche vrouw. 1789
Laat kwam hy weder thuis... dit heeft gewis zyn reden....
Wat nieuwe list, wat nieuw ontwerp tracht hy te smeeden?...
Hy ging terstond naar bed; hy slaapt misschien; en, ach!
Ik, ’t offer van de liefde en d’echt, ween nacht en dag.



001740 - [Hermanus Asschenbergh of Jacob Lutkeman] (naar het Frans van Antoine Blanc Leblanc de Guillet) - Albert de Eerste, of de edelmoedige keizer. 1778
B. ô Ja, ’t is hier: ik wil volkomen onderstaan...
Wat? G. Zwyg; gy zult hierna het weeten: wees voldaan.
D. ô Droevig ongeval! ô yslykste aller dagen!
’k Word ongeduldig; ’k moet aan deezen man eens vraagen...



001750 - [Hermanus Asschenbergh of Jacob Lutkeman] (naar het Frans van Thomas Corneille) - De graaf van Essex. 1758
Neen, waarde Salsbury! kom vry uw vrees te boven;
Hoe groot haar toorne ook zy, de min zal dien verdooven.
In deez’ rampzaalgen staat door ’t Lot op ’t wreedst verdrukt,
Verwacht ik vruchtloos dat my ’t leven worde ontrukt.



001760 - Hermanus Asschenbergh of Jacob Lutkeman - Silvaan. 1772




001770 - [Hermanus Asschenbergh of Jacob Lutkeman] (naar het Frans van Jean François Marmontel) - Silvaan. 1777
H. Zeg my, myn waardste Vrind! wat maakt u dus verslaagen?
Gy, gy verbergt me uw smart! gy vreest dat ik zal vraagen
Naar de oorzaak van de zucht die u ontslipte? S. ô Neen;
’t Is niets, myne Egâ, niets; ei, stel uw hart te vreên:
Door ’t jaagen word myn zorg verdreven.



001780 - [Hermanus Asschenbergh of Jacob Lutkeman] (naar het Frans van Jean François Marmontel) - Silvaan. 1783
H. Zeg my, myn waardste Vrind! wat maakt u dus verslaagen?
Gy, gy verbergt me uw smart! gy vreest dat ik zal vraagen
Naar de oorzaak van de zucht die u ontslipte? S. ô Neen;
’t Is niets, myne Egaê, niets; ei, stel uw hart te vreên:
Door ’t jaagen word myn zorg verdreven.



001790 - Hermanus Asschenbergh of Jacob Lutkeman (naar het Frans van Michel Jean Sedaine) - De uitmuntende minnaar. 1786
Och, hy is ’t! hy is ’t! hy is ’t!
Ja het kan geen ander weezen:
Hy is ’t zelf: hy is ’t! hy is ’t!
Och, myn droom heeft niet gemist!
’t Was zo klaar gelyk de dag,
Toen ik hem van verre zag:
Ik kon in zyn wezenstrekken
Straks myn’ lief Lorenze ontdekken.
Welk een schrik deed hy verwekken!
Voel eens hoe het hart my slaat.
Ik kon klaar Lorenze ontdekken;
Maar hy is in slechten staat.



001800 - Hermanus Asschenbergh of Lucas Pater (naar het Italiaans van Pietro Antonio Domenico Buonaventura Metastasio) - Isaäk, of de afschaduwing des Heilands. 1790 ca.
Niet meer,



001810 - Thomas Asselijn - De belegering en hongersnood van Samaria. 1695
Gy zoonen Asaphs, in het strijden onverzaagd,
Van welkers dapperheid, gantsch Syrien gewaagd,
De bloem der Amoreên, Gezur en Jebuziten,
Die Isis godheid eerd, de god der Moabiten,



001820 - [Thomas Asselijn] - Broederschap der schilderkunst, ingewydt door schilders, beeldthouwers en des zelfs begunstigers, op den 21. van Wynmaant 1654, op St Joris Doelen, in Amsterdam. 1654
Gy zaagt, ô Atlas zoon! wanneer gy by de bon
Ons moetten in het dal, het hooge Helikon
Verheugt op uwe komst, toen gy u onder t speelen,
U voegden nevens ons, in Febus Lust-prieelen:



001830 - Thomas Asselijn - De dobbelaar. 1699 ca.
T. Goeden morgen, peete Duifje.
L. O Truitje Labbekaks! ben jij daar?
D. Trui, is mijn broer al bij der hand?
T. Ja, peete Duifje, hij zit binnen bij ’t vuur, allien, en leest de courant.
D. Ay, wil je hem eens zeggen dat ik hier ben.
L. Lustig, haal je loopertje na je, daar zal een maatje haver op staan.
T. Lieverd, hou je rust, ik zeg het jou, laat mij gaan.



001840 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1685a v




001850 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1685b v
A. Davila, Barlaimond, beide ampt en staatgenooten,
Is alles wel bezorgd, het hof rondom beslooten?
Dat onze toeleg niet belet werd noch gestoord?
B. Romero heeft alreê, op uw bevel en woord,



001860 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1685c v
A. Davila, Barlaimond, beide ampt en staatgemooten,
Is alles wel bezorgd, het hof rondom beslooten?
Dat onze toeleg niet belet werd noch gestoord?
B. Romero heeft alreê, op uw bevel en woord,



001870 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1699
A. Davila, Barlaimond, beide ampt en staatgenooten,
Is alles wel bezorgd, het hof rondom beslooten?
Dat onze toeleg niet belet werd noch gestoord?
B. Romero heeft alreê, op uw bevel en woord,



001880 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1722




001890 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1738




001900 - [Thomas Asselijn] - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1754a v
A. Davila, Barlaimond, beide ampt en staatgenoten,
Is alles wel bezorgd, het hof rondom besloten?
Dat onze toeleg niet belet werd noch gestoort?
B. Romero heeft alreê, op uw bevel en woord,



001910 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1754b v
A. Davila, Barlaimond, beide ampt en staatgenoten,
Is alles wel bezorgd, het hof rondom besloten?
Dat onze toeleg niet belet werd noch gestoort?
B. Romero heeft alreê, op uw bevel en woord,



001920 - Thomas Asselijn - De dood van de graaven Egmond en Hoorne. 1754c v




001930 - [Thomas Asselijn] - Echtscheiding van Jan Klaasz en Saartje Jans. 1685
D. Willemijn, Willemijn. W. Wat beliefje Vrouw? D. Komd voort hier met den emmer ende beuzem, ziet hier leid een straat.
De drek komd schier tot aan de deur toe, ist niet schande dat er een mensch verby gaat?
Ik heb et je zo dikwils gezeid, en moet ik et je dan altijd weer zeggen?
Dat je me alle morgen de straat zeld veegen; maar tot zeeven of agt uuren toe op ’t bed te leggen,
Dat kan men hagende veld, en dan eerst het kapje te zetten , en zo wat t’ontbijten, dat gaat veur al;



001940 - [Thomas Asselijn] - De geest-dryvende so, so, of de klucht van ’t nickers-praetjen. 1682 ca.




001950 - [Thomas Asselijn] - De geest-dryvende so, so, of de klucht van ’t nickers-praetjen. 1684 ca.
Wel het is goet, seit men, die na de geest komt te leven,
Want deegelijck, een goe geest selje geen quaet ingeven,
Dat hebben se my van mijn kintse dagen af geseyt;
Maer wat sijnder geesten, of beesten, sonder redelickheyt



001960 - Thomas Asselijn (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Den grooten Kurieen, of Spaanschen bergsman. 1657
Gy dappre hopliên op, ten oorelogh rechtschaapen.
Op Furio, Camil, op helden; waapen, waapen.
Het leeger loopt gevaar, ’t Barbaarse heyr verwoedt
Braveerdt met moordt en brandt, en verft in ’t Roomse bloet,
De zeegestandaarts door u dapperheydt verkreege.
De Roomse moogentheyt, beroemdt door zoo veel zeege,
Wert door hun magt gekreukt, op, op, ter waapenen.



001970 - Thomas Asselijn (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Den grooten Kurieen, of Spaanschen bergsman. 1669a v
Gy dappre hopliên op, ten oorelogh rechtschaapen.
Op Furio, Camil, op helden; waapen, waapen.
Het leger loopt gevaar, ’t Barbaarse heyr verwoedt
Braveert met moord en brant, en verft in ’t Roomse bloet,
De zeegestandaarts door u dapperheydt verkreege.
De Roomse moogentheyt, beroemt door zoo veel zeege,
Wert door hun magt gekreukt, op, op, ter waapenen.



001980 - Thomas Asselijn (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Den grooten Kurieen, of Spaanschen bergsman. 1669b v
Gy dappre hopliên op, ten oorelogh rechtschaapen.
Op Furio, Camil, op helden; waapen, waapen.
Het leger loopt gevaar, ’t Barbaarse heyr verwoedt
Braveert met moord en brant, en verft in ’t Roomse bloet,
De zeegestandaarts door u dapperheydt verkreege.
De Roomse moogentheyt, beroemt door zoo veel zeege,
Wert door hun magt gekreukt, op, op, ter waapenen.



001990 - Thomas Asselijn (naar het Spaans van Mateo Aleman) - Gusman de Alfarache, of de doorsleepene bedelaars. 1693
K. Hoe is ’t, wyf, zel die baron, met dat ander kanailje, haast gang maaken?
Jy moet ’er op passen, ik vertrouw ze niet veul, de handen van zulk volk dat zyn maar meshaaken.
Hy mag dan een baron weezen of niet, als wat dat ze maar zien daar pretendeeren zy eigendom aan.
C. Maar man! wat zegje, een baron! wel jy zelt een gat in den hemel slaan!



002000 - [Thomas Asselijn] - Jan Klaez, of gewaande dienstmaagr [sic] 1682 ca a v
Tza Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toom,
Nu Tromp de oorloogs Wetten
Verlaet om Venus Zoon,



002010 - [Thomas Asselijn] - Jan Klaaz. of gewaande dienstmaagt. 1682 ca b v
’Tza Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogs wetten
Verlaet om Venus Zoon,



002020 - Thomas Asselijn - Jan Klaesz, of gewaende dienstmaagt. 1682 ca c v
Tza Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogs Wetten
Verlaet om Venus Soon,



002030 - Thomas Asselijn - Jan Klaaz. of gewaande dienstmaagt. 1683 ca.




002040 - [Thomas Asselijn] - Jan Claesz. 1683 ca.
Tza Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogs wetten
Verlaat om Venus Zoon,



002050 - Thomas Asselijn - Jan Claesz, off gewaende dienstmaegt; nevens de samen-spraack, en de kristalyne bril. 1683a v
’Tza Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogs wetten
Verlaat om Venus Zoon,



002060 - Thomas Asselijn - Jan Claesz, off gewaende dienstmaegt; nevens de samen-spraack, en de kristalyne bril. 1683b v




002070 - [Thomas Asselijn] - Jan Claasz, off gewaande dienstmaagt; nevens de samen-spraack, en de kristalyne bril. 1683c v
Tza Trompen en Trompetten
Blaast op een Gouden toon,
Nu Tromp de Oorlogs wetten
Verlaat om Venus Zoon,



002080 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaende dienstmaegt. 1684




002090 - Thomas Asselijn - Jan Claasz. of gewaande dienstmaagt. 1684 ca.




002100 - Thomas Asselijn - Jan Claasz. of gewaande dienstmaagt. Den tweeden Druk, van veel merklijke Druck-fouten verbeeterd. 1685 ca.




002120 - Thomas Asselijn - Jan Claasz, off gewaande dienstmaagt; nevens de samen-spraack, en de kristalyne bril. 1698




002130 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaande dienstmaagd. 1705




002140 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaande dienstmaagd; 1709a v
Tsa! Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogswetten
Verlaat om Venus Zoon,



002150 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaande dienstmaagd. 1709b v




002160 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaande dienstmaagd. 1712




002170 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz. Gewaande dienstmaagt. 1718




002180 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaande dienstmaagd. 1725




002190 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz, of gewaande dienstmaagd. 1732




002200 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz. of gewaande dienstmaagt. 1740 ca.
T’Za Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogs Wetten
Verlaat om Venus Zoon,



002210 - Naar Thomas Asselijn - Kortswylige vryery, van Jan Klaasen en Saartje Jans. Klugt-spel. 1751 ca.




002220 - Thomas Asselijn - Jan Klaasz of gewaande dienstmaagt. 1770 ca.




002230 - [Thomas Asselijn] - Jan Klaasz of gewaande dienstmaagt. 1775 ca.
T’Za Trompen en Trompetten
Blaast op een gouden toon,
Nu Tromp de oorlogs Wetten
Verlaat om Venus Zoon,



002240 - Thomas Asselijn - Juliaan de Medicis. 1691
De tyd, Heer Barnardin, bestemd, en ’t uur geslaagen,
Is reets voorby, en ’t staat haast wederom te daagen,
En geen van ’t Eedgespan dat zich noch hier bevind,
De Pazzis, yverig en hoofden van ’t bewind,
Vertraagen vast.



002250 - Thomas Asselijn - Kraem-bedt, of kandeel-mael, van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasen. 1682 ca.




002260 - Thomas Asselijn - Kraem-bedt, of kandeel-mael, van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasen. 1684a d




002270 - [Thomas Asselijn] - Kraam-bedt, of kandeel-maal, van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaazen. 1684b d
D. Brechje, Brechje. B. Wat beliefje, Grootje? D. Hoe is ’t, hebje je werk binnen gedaan?
Voort krygt den emmer met ’t mantje, je moet zo daadelyk iens na de Markt gaen,
Maer eerst na de Nes, daar zelje drie loot Kaneel, twee loot Foely, en anderhalf loot, Naagelen haalen.
Maar Breghje, let’er doch wel op, daer zijnder zommige die zo hiel pluis niet en zijn in’er gewigt en schaalen.



002280 - Thomas Asselijn - Kraam-bed, of kandeel-maal, van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaazen. 1690 ca.




002290 - Thomas Asselijn - Kraem-bedt, of kandeel-mael, van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasen. 1699 ca.




002300 - Thomas Asselijn - Kraambed of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasen. 1706




002310 - Thomas Asselijn - Kraambed of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasen. 1708




002320 - Thomas Asselijn - Het kraam-bed van Zaartje Jans. 1716




002330 - Thomas Asselijn - Het kraam-bed van Zaartje Jans. 1720 ca.




002340 - Thomas Asselijn - Kraam-bed of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasen. 1724
D. Brechje, Brechje. B. Wat belief je, Grootje?
D. Hoe ist, hebje je werk binnen gedaan, voort krijgt den Emmer met ’t mantje, je moet soo daadelijk iens na de Markt gaan;
Maar eerst na de Nes, daar selje drie lood Caneel, twee lood Foely, en anderhalf lood Nagelen halen;
Maar Brechje, letter dog wel op, daar zijnder sommige die zo hiel pluys niet en zijn in ’er gewigt en schalen.



002350 - Thomas Asselijn - Kraam-bed, of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaazen. 1727a v




002355 - Thomas Asselijn - Kraam-bed, of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaazen. 1727b v
D. Brechje, Brechje. B. Wat belief je, Grootje? D. Hoe ist, hebje je werk binnen gedaan, voort krygt den Emmer met ’t maantje, je moet soo daadelyk iens na de Markt gaan,
Maar eerst na de Nes, daar zelje drie lood Caneel, twee lood Foely, en anderhalf lood Nagelen halen,
Maar Brechje, letter dog wel op, daar zyn der sommige die zo hiel pluis niet en zyn in ’er gewicht en schalen.



002360 - [Thomas Asselijn] - Kraam-bed, of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaasz. 1739
D. Brechje, Brechje. B. Wat beliefje, Grootje?
D. Hoe is ’t, hebje je werk binnen gedaan? voort krygt den Emmer met ’t Mantje, je moet zo daadelyk iens na de Markt gaan;
Maar eerst na de Nes, daar zelje drie lood Caneel, twee lood Foely, en anderhalf loodt Nagelen halen;
Maar Brechje, letter doch wel op, daar zynder sommige die zo hiel pluis niet en zyn in ’er gewicht en schaalen.



002370 - Thomas Asselijn - Kraam-bed, of kandeel-maal van Zaartje Jans, Vrouw van Jan Klaazen. 1745 ca.
2016



002380 - [Thomas Asselijn] - Kraambed van Zaartje Jans, vrouw van Jan Klaassen. 1761
D. Brechje, Brechje. B. Wat beliefje, Grootje? D. Hoe is ’t, hebje je werk binnen gedaan,
Voort krygt den Emmer met ’t Mantje, je moet zo daadelyk iens na de Markt gaan;
Maar eerst na de Nes, daar zelje drie lood Caneel, twee lood Foely, en anderhalf lood Nagelen halen,
Maar Brechje, letter dog wel op, daar zyn der zommige die zo hiel pluis niet en zyn in ’er gewicht en schalen.



002390 - Thomas Asselijn - Kraambed van Zaartje Jans, vrouw van Jan Klaassen. 1778
2016



002400 - Thomas Asselijn - Kristalyne bril. 1683 ca.
B. Hael Brillen, hael Brillen! Kristalijne Brillen voor alderhande blinde gesichten, die een anders quaet sien, en ’t haer selver niet en siften.
J. Goeden dagh Brilleman, wat hebt gy daer voor brillen?
B. Het zijn sulcke kostelijke brillen, diese op sen neus set, kan sijn eygen gebreck soo wel sien als een anders, al was het over vyf-en-twintigh jaer gebeurt,



002410 - Thomas Asselijn - Kristalyne bril. 1683a v
B. Hael Brillen, hael Brillen! Kristalijne Brillen voor alderhande blinde gesichten, die een anders quaet sien, en ”t haer selver niet en siften.
J. Goeden dagh Brilleman, wat hebt gy daer voor Brillen?
B. Het zijn sulcke kostelijek Brillen, diese op sen neus set, kan sijn eygen gebreck soo wel sien als een anders,



002420 - Thomas Asselijn - [Samen-spraak over de klucht van Jan Klaasz nevens] de Kristalyne bril. 1683b v
Haal Brillen,



002430 - Thomas Asselijn - Kristalynen bril van Jan Klaasen, om die in Heulen op te setten. 1684 ca.




002440 - Thomas Asselijn (naar het Nederlands van Willem Godschalk van Focquenbroch) - De kwakzalver. De heer W. G. V. Focquenbroch gevolgd. 1692
Hoor, Truitje, de oorzaak dat ik hier kom in schyn om eenig Poeder of ander Medicament te koopen,
Dat en is de meening niet, maar ziende my ten einde van al myn hoope,
En dat uw Vader my u heeft ontzeid, zo is ’t dat myn altyd werkende, en nimmer rustende geest,
In geduurige overlegginge zeederd dien tyd altoos beezig is geweest.



002450 - Thomas Asselijn - Melchior, baron de Ossekop. 1691
P. Myn geld is voort, Andries. A. Wat doe je by de snollen?



002460 - [Thomas Asselijn] - De moort tot Luyk door den graaf van Warfusé aan den burgemeester De la Ruelle, (voorgevallen in ’t jaar 1637,). 1671
Van ond’ren, door een korst, van solpher en van koolen,
En yselijk gevaar, van putten, donkre hoolen,
Koom ik als afgezant, voor af in dit gewest.
Ik ben de Wraak, en volg het spoor der veege pest
Die ’t al verwoest, en zaay mijn zaat in allen oorden.



002470 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelse beroerte (voorgevallen in’t jaar 1647). 1668
P. Anjello, wel wat ’s dit, dus buyten ’s weegs te waaren?
A. Dat hem de blixem schen. P. Wat is ’er gaans? A. De haaren
Staan my te bergh. P. Hoe dat, is u iet quaats ontmoedt?
A. Een bloedthondt, jaa een hondt, die zich met sweet, en bloedt,



002480 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelsche beroerte (voorgevallen in ’t jaar 1647,). 1669
P. Anjello, wel wat ’s dit, dus buyten ’s weegs te waaren?
A. Dat hem de blixem schen. P. Wat is ’er gaans? A. De haaren
Staan my te bergh. P. Hoe dat, is u iet quaats ontmoedt?
A. Een bloedthondt, jaa een hondt, die zich met sweet, en bloedt,



002490 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelsche beroerte (voorgevallen in’t jaar 1647). 1671
P. Anjello, wel wat ’s dit, dus buyten ’s weegs te waaren?
A. Dat hem de blixem schen. P. Wat is ’er gaans? A. De haaren
Staan my te bergh. P. Hoe dat, is u iet quaats ontmoedt?
A. Een bloedthondt, jaa een hondt, die zich met sweet en bloedt,



002500 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelsche beroerte (voorgevallen in’t jaar 1647). 1675




002510 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelsche beroerte (voorgevallen in’t jaar 1647). 1685




002520 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelsche beroerte (voorgevallen in’t jaar 1647). 1701
P. Anjello, wel wat ’s dit, dus buiten ’s weegs te waren?
A. Dat hem de blixem schen. P. Wat is ’er gaens? A. De hairen
Staen my te berg. P. Hoe dat, is u yet quaedts ontmoedt?
A. Een Bloedthont, jaa een Hond, die sig met sweet en bloed,



002530 - Thomas Asselijn - Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelsche beroerte (voorgevallen in’t jaar 1647). 1725
P. Anjello, wel wat ’s dit, dus buiten ’s weegs te waren?
A. Dat hem de blixem schen. P. Wat is ’er gaens? A. De hairen
Staen my te berg. P. Hoe dat, is u yet quaedts ontmoedt?
A. Een Bloedthont, ja een Hond, die sig met sweet en bloed,
En tranen mest, heeft my, met schijn van recht te plegen,
Berooft van al mijn Vis, en dat van ’s Konings wegen.



002540 - Thomas Asselijn - Samen-spraak over de klucht van Jan Klaasz [nevens de Kristalyne bril]. 1683b v
Wel nu,



002550 - Thomas Asselijn - De schoorsteenveeger door liefde. 1692
J. Myn Heer, maar....



002560 - Thomas Asselijn - De schynheilige vrouw, met de uitvaard van Jan Jasperzen, vader van Saartje Jans. 1691a v
L. Wat dochtje van gisteren, Machteld? M. Treflyk, vrouw, je hebtje hartje gisteren niet weinig opgehaald.
L. ’t Is waar, Rondemaat heeft noch niet als maar ouwe schuld betaald;
Maar, Machteld, jy weet nu al myn intriges, en dat ik je tot noch toe voor myn geheimen raad heb gehouwen,
Datje me nou een part wou speelen, ze zoud een kwaad spel tusschen my, en myn man konnen brouwen,
En maaken dat ik by al de waereld stinkende worden zou,
Doch van oneer en zouje niet konnen zeggen. M. Maar hoe! vrouw,



002570 - Thomas Asselijn - De schynheilige vrouw, met de uitvaard van Jan Jasperzen, vader van Saartje Jans. 1691b v




002580 - Thomas Asselijn - De schynheilige vrouw, met de uitvaard van Jan Jasperzen, vader van Saartje Jans. 1691c v
L. Wat dochtje van gisteren, Machteld? M. Treflyk, vrouw, je hebtje hartje gisteren niet weinig opgehaald.



002590 - Thomas Asselijn - De schynheilige vrouw, met de uitvaard van Jan Jasperzen, vader van Saartje Jans. 1691d v




002600 - Thomas Asselijn - De spilpenning, of verkwistende vrouw. 1693a v
Wel, wat of dat kanailje wel meend, zyn dat de muuren witten?
Neen, zy moeten ’er anders uit zien, al zouwen ze ’er noch zes daagen over zitten;
Geef ik ’er niet tyds genoeg toe, foei ’t is schand’ enne zond.
En ik schaam my in myn hart, zo strepig, en noch eeven kakelbont
Als ’er wel uitzien, en dat noch de beste Zaal, behoordenze daar voor al niet op te letten?



002610 - Thomas Asselijn - De spilpenning, of verkwistende vrouw. 1693b v




002620 - Thomas Asselijn - De spilpenning, of verkwistende vrouw. 1693c v
Wel, wat of dat kanailje wel meend, zyn dat de muuren witten?
Neen, zy moeten ’er anders uit zien, al zouwen ze ’er noch zes daagen over zitten;
Geef ik ’er niet tyds genoeg toe, foei ’t is schand’ enne zond.
En ik schaam my in myn hart, zo streepig, en noch eeven kakelbont
Als ’er wel uit zien, en dat noch de beste Zaal, behoordenze daar voor al niet op te letten?



002630 - Thomas Asselijn - De spilpenning, of verkwistende vrouw. 1726a v
Wel, wat of dat kanailje wel meend, zyn dat muuren witten?
Neen, zy moeten ’er anders uit zien, al zouwen ze ’er noch zes daagen over zitten;
Geef ik ’er niet tyds genoeg toe, foei ’t is schand’ enne zond.
En ik schaam my in myn hart, zo strepig, en noch eeven kakelbont
Als ’er wel uitzien, en dat noch de beste Zaal, behoordenze daar voor al niet op te letten?



002640 - Thomas Asselijn - De spilpenning, of verkwistende vrouw. 1726b v




002650 - Thomas Asselijn - De spilpenning, of verkwistende vrouw. 1784
Wel, wat of dat kanailje wel meend, zyn dat de muuren witten?
Neen, zy moeten ’er anders uit zien, al zouwen ze ’er noch zes daagen over zitten;
Geef ik ’er niet tyds genoeg toe, foei ’t is schand’ enne zond.
En ik schaam my in myn hart, zo strpig, en noch eeven kakelbont
Als ’er wel uitzien, en dat noch de beste Zaal, behoordenze daar voor al niet op te letten?



002660 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. 1684a v
K. Angniet, Angniet, hoor je moeder ook ? ay wiljer wat op lette?
A. Hoe ver benje al Klaar? K. De klink is gedaan, nou zei ik de hiel gaan zette.
Ay luister wat toe Angnietje, of je ze ook verneemt of hoort.
A. Klaar! men dunkt dat ik ze daar hoor spreeken! K. Neen, dat is het volk hier naest in de poort.
A. Meid, meid, datze je betrapten, hoe zoud’ er op je land wajen;
Je moest ’s morgens wat vroeger opstaan, dan zouje wat meer beschieten metje brajen.
Maar waarom doeje dit nou?



002670 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. 1684b v
K. Angniet, Angniet, hoor je moeder ook? ay wiljer wat op letten?
A. Hoe ver benje al Klaar? K. De klink is gedaen, nou zel ik de hiel gaan zetten.
Ay luister wat toe, Angnietje, ofje ze ook verneemd of hoord.
A. Klaar! me dunkt dat ik ze daer hoor spreeken! K. Neen, dat is het volk hier naest in de poort.



002680 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. 1684c v
K. Angniet, Angniet, hoor je moeder ook? ay wiljer wat op lette?
A. Hoe ver benje al Klaar? K. De klink is gedaen, nou zel ik de hiel gaan zette.
Ay luister wat toe Angnietje, ofje ze ook verneemt of hoort.
A. Klaar! men dunkt dat ik ze daer hoor spreeken! K. Neen, dat is het volk hier naest in de poort.



002690 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. 1684d v
2016



002700 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. 1684e v
K. Angniet, Angniet, hoor je moeder ook? ay wiljer wat op lette?
A. Hoe ver benje al Klaar? K. De klink is gedaen, nou zel ik de hiel gaan zette.
Ay luister wat toe Angnietje, ofje ze ook verneemt of hoort.
A. Klaar! men dunkt dat ik ze daar hoor spreeken! K. Neen, dat is het volk hier naest in de poort.



002710 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. Ten tonnêel gebragt door de confrêers van den h. Michael gezeyd de Roozieren, binnen Dendermonde op hunne gilde kamer. 1750 ca.




002720 - Thomas Asselijn - De stiefmoer. 1803




002730 - Thomas Asselijn - De stiefvaar. 1690
A. Pieternel, Pieternel. P. Ik kom, juffrouw. A. Ik zel je dat labbekakken aan de deur noch iens zo heerlyk betaalen.
P. Ik ben daar by Sinjeur in ’t pakhuis geweest. A. Dat raakt jou niet, valt daar wat te doen daar mag hy zyn arbeiders toe haalen.
P. Daar heb ik wel een uur met hem beezig geweest, zo in de Salm als gezoute vis;



002740 - Thomas Asselijn - De stiefvaar. 1755
A. Pieternel, Pieternel. P. Ik kom, juffrouw. A. Ik zel je dat labbekekken aan de deur noch eens zo heerlyk betaalen.
P. Ik ben daar by Sinjeur in ’t pakhuis geweest. A. dat raakt jou niet, valt daar wat te doen daar mag hy zyn arbeiders toe haalen.



002750 - Thomas Asselijn - De stiefvaar. 1784




002760 - Thomas Asselijn - Verdragh of vreede-schrift tusschen Jan Klasen en sijn wederpartijders van so so. 1683 ca.
Wel wat ben ick verwondert van al dat roepen by de straet, ja ick stae heel verset, ja so onnosel als doen ick hoorden dat Jan Klaasz. by mijn Dochter Saertjen had geslapen. Ick sta of ick in eenDoolhof was, daer ick niet kan uyt raken, so is ’t met dese Boecken oock, ’t is of ’er geen end aen is.



002770 - Thomas Asselijn - Verdragh of vreede-schrift. 1683 ca.
Wel wat ben ick verwondert van al dat roepen by de straet, ja ick stae heel verset, ja so onnosel als doen ick hoorden dat Jan Klaasz. by myn Dochter Saertjen had geslapen. Ick sta of ick in een Doolhof was, daer ick niet kan uyt raken, so is ’t met dese Boecken oock, ’t is of ’er geen end aen is.



002780 - Augustijnen - B. Didacus. 1732




002790 - Augustijnen - Blasphemia damnata sive Leontinus. 1712
2016



002800 - Augustijnen van Brugge - Goddelycke vraeck ofte Balthassar Chaldeusche Coninck. 1728
1. Den Coninck Balthassar opgeslockt door vleyerey der Hovelingen, 2. berst uyt in hooveerdigheyt, ende gebiet de verwoestinge van de Stadt Hierusalem, 3. wiens onderganck den Propheet Daniel beclaeght.



002805 - Augustijnen van Brugge - Den boer door loosen treck, en uytgevonden raet, die komt ten langen lest, tot eenen ed’len staet. 1728




002810 - Augustijnen - ’t Hoovaerdig huys van Tarquinius in ballinckschap gesonden. 1733




002820 - Augustijnen - Joannes Nepomucenus. 1732




002830 - Augustijnen - Ladislaus XV. 1733




002840 - Augustijnen - Romanus Diogenes utriusque fortunae synopsis. 1746
2016



002850 - Augustijnen - Salomona met haer zeven zoonen de Machabëen. 1771




002860 - Augustijnen - Sigismundus Koning van Bourgoignien. 1731




002870 - Augustijnen - De staet-gierigheyt bestraft in Amalaberga ende Hermofredus. 1731




002880 - Augustijnen - Stupenda. 1696




002890 - Augustijnen - Superba Tarquinii domus exilio multata. 1733




002900 - Augustijnen - Triumphe van het H. Cruys ons Heere Jesu Christi. 1703




002910 - Augustijnen - Wraecklust in Octavianus Augustus, verthoont door de jonckheydt van het collegie van den H. Augustinus, den 5 end 6 Sept. 1708. 1708




002920 - Augustijnen van Antwerpen - Absalom Patri Davidi Rebellis. 1741




002930 - Augustijnen van Antwerpen - Achab koning van Israël. 1764




002940 - Augustijnen van Antwerpen - Achab rex Israël. 1764




002950 - Augustijnen van Antwerpen - De acht gelyke. 1766




002960 - Augustijnen van Antwerpen - Acolin et Rubaea. 1709




002970 - Augustijnen van Antwerpen - Acrio dat sanctum verum. 1731




002980 - Augustijnen van Antwerpen - Adolphus grave van Duytsland. 1776




002990 - Augustijnen van Antwerpen - Adolphus Teutonum comes. 1776




003000 - Augustijnen van Antwerpen - Al-verblijdende victorie. 1686




003010 - Augustijnen van Antwerpen - Alexander Magnus. 1724




003020 - Augustijnen van Antwerpen - Alexii Angeli. 1749




003030 - Augustijnen van Antwerpen - Alphonsus vincens in bono malum. 1765




003040 - Augustijnen van Antwerpen - Amarum amare. 1691




003050 - Augustijnen van Antwerpen - Ambitio fraudulenta sive Demetrius Griska. 1739




003060 - Augustijnen van Antwerpen - Ambitio punita. 1718




003070 - Augustijnen van Antwerpen - Arlequinus Cartouche. 1722




003080 - Augustijnen van Antwerpen - Athenais per Theodosium assumpta. 1722




003090 - Augustijnen van Antwerpen - Audaces fortuna juvat timidosque repellit. 1768




003100 - Augustijnen van Antwerpen - Augustinus ecclesiae propugnator acerrimus. 1751




003110 - Augustijnen van Antwerpen - Austriae pietas in Carolo V. 1732




003120 - Augustijnen van Antwerpen - Avariria sive Avarbolus. 1723




003130 - Augustijnen van Antwerpen - Avarus. 1761




003140 - Augustijnen van Antwerpen - Ballio. 1708




003150 - Augustijnen van Antwerpen - Ballio nanus. 1724




003160 - Augustijnen van Antwerpen - Baltassaris per Cyrum et Darium occasus à Daniële. 1759




003170 - Augustijnen van Antwerpen - Den bespotten paedagoog. 1769




003180 - Augustijnen van Antwerpen - Blasphemia punita. 1728




003190 - Augustijnen van Antwerpen - Boetius. 1725




003200 - Augustijnen van Antwerpen - Calidorus. 1735




003210 - Augustijnen van Antwerpen - Campana Arragonica, seu Petrus. 1692




003220 - Augustijnen van Antwerpen - Carolus VII Franciae rex per Joannam Darciam de Anglis tiumphans. 1737




003230 - Augustijnen van Antwerpen - Castigat mores Mopsus ridendo modernos. 1750




003240 - Augustijnen van Antwerpen - Cba-abas koning van Persien. 1761




003250 - Augustijnen van Antwerpen - Cba-abas Persiae rex. 1761




003260 - Augustijnen van Antwerpen - Centoculus sis. 1759




003270 - Augustijnen van Antwerpen - Chrisocancrio. 1719




003280 - Augustijnen van Antwerpen - Civis nobilitatem affectans. 1739




003290 - Augustijnen van Antwerpen - Civis nobilitatem affectans. 1748




003300 - Augustijnen van Antwerpen - Constantia S. Martyris Joannis Nepomuceni. 1731




003310 - Augustijnen van Antwerpen - Constantinus den Grooten, eersten Christenen keyzer over den Goddeloosen maximianus zegen-praelende. 1767




003320 - Augustijnen van Antwerpen - Cosrhoës koning van Persien. 1763




003330 - Augustijnen van Antwerpen - Cosrhoës Persiae rex. 1763




003340 - Augustijnen van Antwerpen - Crebrò larva nocet. 1721




003350 - Augustijnen van Antwerpen - Crudelis ultio. 1724




003360 - Augustijnen van Antwerpen - Crudelitas punita. 1721




003370 - Augustijnen van Antwerpen - Crudelitas sive peria. 1722




003380 - Augustijnen van Antwerpen - Curae caesarum. 1748




003390 - Augustijnen van Antwerpen - Daniel in lacu leonum. 1758




003400 - Augustijnen van Antwerpen - Daniël somnii interpres. 1756




003410 - Augustijnen van Antwerpen - Decipitur crebro, faciles qui commodat aures. 1727




003420 - Augustijnen van Antwerpen - Decipitur crebrò, faciles qui commodat aures. 1739




003430 - Augustijnen van Antwerpen - Defuncto ficto frustrà medicina paratur. 1733




003440 - Augustijnen van Antwerpen - Defuncto ficto frustrà medicina paratur: Ad mentem ut redeat, sufficit ipsa fames. 1769




003450 - Augustijnen van Antwerpen - Delirus totus tandem sibi redditur astu. 1727




003460 - Augustijnen van Antwerpen - Delusus gorgonius. 1755




003470 - Augustijnen van Antwerpen - Diabolus claudus. 1763




003480 - Augustijnen van Antwerpen - Diogenes Romanus. 1729




003490 - Augustijnen van Antwerpen - Discordia conjugum. 1749




003500 - Augustijnen van Antwerpen - Diversis mediis. 1724




003510 - Augustijnen van Antwerpen - Divinae justitiae tuba, sive justum Dei judicium in Mauritio Romano-Graecorum imperatore. 1754




003520 - Augustijnen van Antwerpen - Divinus martyr Canutus. 1723




003530 - Augustijnen van Antwerpen - Divortium. 1772




003540 - Augustijnen van Antwerpen - Dolus a Phenenna. 1724




003550 - Augustijnen van Antwerpen - Dolus a Phenenna conceptus, ab Almigerino punitus. 1753




003560 - Augustijnen van Antwerpen - Door list van syne vrouw, Den Duyvel is gewis Veraermoed. 1771




003570 - Augustijnen van Antwerpen - Drolio Sylvester. 1761




003580 - Augustijnen van Antwerpen - Drolio sylvester. 1748




003590 - Augustijnen van Antwerpen - Ducitur astutiis. 1723




003600 - Augustijnen van Antwerpen - Dum fueris felix. 1757




003610 - Augustijnen van Antwerpen - Dure senex nimiùm prohibens connubia natae. 1762




003620 - Augustijnen van Antwerpen - Duringus punitus. 1759




003630 - Augustijnen van Antwerpen - Ecclesia ab haereticis oppressa. 1733




003640 - Augustijnen van Antwerpen - Ecclesiae immunitas sive Thomas Cantuariensis. 1734




003650 - Augustijnen van Antwerpen - Een’ die zig doot gelooft, en levend’ niet wil leven,
Weetmen in deze klugt een wyze les te geven. 1763





003660 - Augustijnen van Antwerpen - Eleazar en Saslomona met haer zeven zonen de Machabeën. 1769




003670 - Augustijnen van Antwerpen - Epicurus amans lunae, deluditur astu. 1727




003680 - Augustijnen van Antwerpen - Eripit ex olla Sosiam Pallaestrio fidus: Illi sitque comes decipiendo senes. 1753




003690 - Augustijnen van Antwerpen - Esther. 1762




003700 - Augustijnen van Antwerpen - Esther. Opgedragen aen de Zeer Edele, Wyze ende Voorzienige Heeren 1777




003710 - Augustijnen van Antwerpen - Esther (Latijn). 1762




003720 - Augustijnen van Antwerpen - Esther. Nobilissimis amplissimisque dominis Consulibus, ceterisque Reipublicae Antverpiensis Senatoribus, perpetuis suis mecoenatibus exhibetur a Juventute Literaria M.P. Augustini. 1777
Tertio anno Imperii sui fecit grande convivium (ASSUERUS) ... & ... praecepit ut inducerent Reginam VASTHI... quae renuit... & venire contempsit.



003730 - Augustijnen van Antwerpen - Esther sub rege Assuero. 1740




003740 - Augustijnen van Antwerpen - Eucio quantumvis Dives meditatur avarè. 1736




003750 - Augustijnen van Antwerpen - Eudocia et Romanus Diogenes imperatores. 1725




003760 - Augustijnen van Antwerpen - Exaltatio sanctae crucis. 1730




003770 - Augustijnen van Antwerpen - Eydel is het waght te stellen,, En te breken liefdens bandt:. 1744




003780 - Augustijnen van Antwerpen - Faeminum pectus. 1724




003790 - Augustijnen van Antwerpen - Fallitur is crebrò, faciles qui commodat aures. 1729




003800 - Augustijnen van Antwerpen - Fallitur is, faciles cunctis qui commodat aures. 1753




003810 - Augustijnen van Antwerpen - Fallitur, astuto faciles qui commodat aures. 1770




003820 - Augustijnen van Antwerpen - Farrarius. 1722




003830 - Augustijnen van Antwerpen - Felicitas. 1718




003840 - Augustijnen van Antwerpen - Felicitas. 1750




003850 - Augustijnen van Antwerpen - Fide inexpertâ hominibus credere, semper temerarium est. 1745




003860 - Augustijnen van Antwerpen - Fide, sed cui, vide. 1725




003870 - Augustijnen van Antwerpen - Fide, sed cui, Vide. 1728




003880 - Augustijnen van Antwerpen - Fide, videque cui. 1767




003890 - Augustijnen van Antwerpen - Fide; sed cui vide. 1719




003900 - Augustijnen van Antwerpen - Fides Christiana. 1720




003910 - Augustijnen van Antwerpen - Fides Getae. 1746




003920 - Augustijnen van Antwerpen - Fides, et amor sive Themistocles gloriose occumbens. 1738




003930 - Augustijnen van Antwerpen - Fit comes ex Mopso. 1757




003940 - Augustijnen van Antwerpen - Fit comes ex Mopso; post hâc fit ut ante colonus; Tunc ea, quae fecit, somnia Mopsus habet. 1774




003950 - Augustijnen van Antwerpen - Den Flerecynist. 1760




003960 - Augustijnen van Antwerpen - Fortunatus Sosia. 1746




003970 - Augustijnen van Antwerpen - Fraudibus uxoris Doemon deceptus. 1771




003980 - Augustijnen van Antwerpen - Fraus fraude punita. 1729




003990 - Augustijnen van Antwerpen - Furius. 1723




004000 - Augustijnen van Antwerpen - De Gekheyd verdryft het best de Swaermoedigheyd. 1777




004010 - Augustijnen van Antwerpen - Gelooft geen schalk. 1770




004020 - Augustijnen van Antwerpen - Ghedempte goddeloosheydt ofte Clodoaldus. 1674




004030 - Augustijnen van Antwerpen - Den Gierigaert. 1761




004040 - Augustijnen van Antwerpen - Gratia triumphans in Eugenia. 1743




004050 - Augustijnen van Antwerpen - Grave curiositas est vitium. 1730




004060 - Augustijnen van Antwerpen - H. Nicolaus Tollentinas religieus, eremyt, Augustyn. 1653
Nicolaus ghestiert dooe den Gheest van S. Augustinus religie, naer d’overwonnen sonden wordt vande deughden bewillekomt: Als Eremijt vande boschgodjens begroet: vande Engelen voorsekert van sijnen roep, en gestelt als voor-sprake vande zieltiens in ’t Vagevier.



004070 - Augustijnen van Antwerpen - Hebt hondert oogen. 1765




004080 - Augustijnen van Antwerpen - Heterobulus. 1709




004090 - Augustijnen van Antwerpen - De hooveerdigheyd van Sennacherib. 1765




004100 - Augustijnen van Antwerpen - Het houwelykx krakeel. 1773




004110 - Augustijnen van Antwerpen - Humfredus nobilis. 1738




004120 - Augustijnen van Antwerpen - Ignotos caveas. 1722




004130 - Augustijnen van Antwerpen - Impietas Pyrenaei. 1755




004140 - Augustijnen van Antwerpen - Impii facinoris vindex victoriosus Carolus V. 1715




004150 - Augustijnen van Antwerpen - In amore stabili vana sit custodia. 1744




004160 - Augustijnen van Antwerpen - Inconstans C. Marii fortuna. 1742




004170 - Augustijnen van Antwerpen - Inconstans vitae theatrum. 1733




004180 - Augustijnen van Antwerpen - Individuus Amor Ansbertae. 1744




004190 - Augustijnen van Antwerpen - Ingenium cuivis homini proclive ad habendum. 1736




004200 - Augustijnen van Antwerpen - Ingratitudo Bruti. 1736




004210 - Augustijnen van Antwerpen - Ingratitudo Bruti in patrem Severianum punita. 1726




004220 - Augustijnen van Antwerpen - Ingratitudo filialis. 1722




004230 - Augustijnen van Antwerpen - Ingratitudo hominis redempti per Elenahan in Belisa rebelli damnata. 1707




004240 - Augustijnen van Antwerpen - Ingratitudo in parentes. 1722




004250 - Augustijnen van Antwerpen - Intelligentem non posse phantasmata speculari, docet Mopsus. 1750




004260 - Augustijnen van Antwerpen - Invicta pietas sive Ezechias Rex Juda. 1734




004270 - Augustijnen van Antwerpen - Invidiae ultor. 1724




004280 - Augustijnen van Antwerpen - Ioannes Baptista ab Herode, Galilaeae Tetrarcha, capite minutus. 1729




004290 - Augustijnen van Antwerpen - Irene imperatrix. 1757




004300 - Augustijnen van Antwerpen - Jephte. 1760




004310 - Augustijnen van Antwerpen - Jephte (Latijn). 1760




004320 - Augustijnen van Antwerpen - Jonathas. 1716




004330 - Augustijnen van Antwerpen - Jonathas Machabaeus. 1748




004340 - Augustijnen van Antwerpen - Joseph in fratius pius. 1736




004350 - Augustijnen van Antwerpen - Joseph per invidiam. 1724




004360 - Augustijnen van Antwerpen - Joseph zyne broeders herkennende. 1768




004370 - Augustijnen van Antwerpen - Josephus fratres agnoscens. 1768




004380 - Augustijnen van Antwerpen - Judicium temerarium. 1723




004390 - Augustijnen van Antwerpen - Judicium temerarium sive Adolphus Teutonum comes. 1744




004400 - Augustijnen van Antwerpen - Justinianus imperator. 1767




004410 - Augustijnen van Antwerpen - Justinianus imperator Belisarium de Cabade triumphantem excaecans. 1739




004420 - Augustijnen van Antwerpen - Kesius ex Piscatore miles rusticum decepit. 1729




004430 - Augustijnen van Antwerpen - Laet medecijn en raedt een treurigh hart beproeven. 1743




004440 - Augustijnen van Antwerpen - Laet Medecyn en raed een treurig hert beproeven. 1764




004450 - Augustijnen van Antwerpen - Leonis Armenii. 1764




004460 - Augustijnen van Antwerpen - Leopoldus ende Josephus in den onder-ganck van Mahomet. 1699
1. Het Christendom voor den in-val der Turcken in Oosten-Rijck verlaet seer mistroostigh de hooft-stadt Weenen.
2. Wiens onder-ganck den Vijandt sweirdt.
3. Daer-en-tusschen wort van de Rechtveerdigheyt aen het Christendom een teecken van Victorie voor het Huys van Oosten-Rijck in de Locht aen-ghewesen.



004470 - Augustijnen van Antwerpen - ’t Lichtveerdig oordeel door Adolphus. 1744




004480 - Augustijnen van Antwerpen - Lucta. 1717




004490 - Augustijnen van Antwerpen - Lucta amoris patrem inter et filios sive Adiatorix. 1768




004500 - Augustijnen van Antwerpen - Ludovicus Imperator à filiis suis orbatus imperio. 1729




004510 - Augustijnen van Antwerpen - Lycaster. 1707




004520 - Augustijnen van Antwerpen - Lyricus e potu comprendit vivere frugi. 1726




004530 - Augustijnen van Antwerpen - Magnus Athanasius. 1737




004540 - Augustijnen van Antwerpen - Malè conjugati rustici. 1738




004550 - Augustijnen van Antwerpen - Manasses Rex Judae perfidus. 1730




004560 - Augustijnen van Antwerpen - Mancipium fidele, sive Mahomet paricidam Brahim puniens. 1708




004570 - Augustijnen van Antwerpen - Martyrium sive Procopius. 1723




004580 - Augustijnen van Antwerpen - Mascarillus medicus. 1740




004590 - Augustijnen van Antwerpen - Medicus invitus. 1764




004600 - Augustijnen van Antwerpen - Saepe, licet sapiens, juvenum deluditur asti; exemplun vobis ut Megadorus erit. 1755




004610 - Augustijnen van Antwerpen - Megadorus civis nobilitatem affectans. 1765




004620 - Augustijnen van Antwerpen - Mens fallax. 1740




004630 - Augustijnen van Antwerpen - Mirabilis Cyri et Ariennae fortuna. 1750




004640 - Augustijnen van Antwerpen - Modernus filius prodigus. 1741




004650 - Augustijnen van Antwerpen - Modernus impostor. 1756




004660 - Augustijnen van Antwerpen - Mopsus Jupiter imaginarius. 1712




004670 - Augustijnen van Antwerpen - Mopsus van Boer wordt Graef; dan weêr Boer, en houd staen, Dat ’t droomen is geweest, al wat hy heeft gedaen. 1774




004680 - Augustijnen van Antwerpen - Mors Darii in Besso per Alexandrum vindicata. 1752




004690 - Augustijnen van Antwerpen - Mosus vitam rusticalem pertaesus. 1731




004700 - Augustijnen van Antwerpen - Nabuchodonosor rex Babylonis. 1712




004710 - Augustijnen van Antwerpen - Neanias divina virtute ad fidem conversus, alias Procopius. 1770




004720 - Augustijnen van Antwerpen - Nequitia Hypocritae Sanctitatis fuco larvata. 1730




004730 - Augustijnen van Antwerpen - Niet is ’er dat een Mensch meer smert, Als dobbel loosheyt van het hert. 1767




004740 - Augustijnen van Antwerpen - Nimia Temeritas infaustum sortitur exitum. 1735




004750 - Augustijnen van Antwerpen - Nobilis esse volens vario deluditur astu. 1732




004760 - Augustijnen van Antwerpen - Nobilium titulos capienten errore Colonum, Rustica calliditas fastum deponere cogit. 1770




004770 - Augustijnen van Antwerpen - Novus saeculi Aristides. 1749




004780 - Augustijnen van Antwerpen - Octo similes. 1766




004790 - Augustijnen van Antwerpen - Onprofytige voorsorge. 1762




004800 - Augustijnen van Antwerpen - Ortus in occasu. 1693




004810 - Augustijnen van Antwerpen - Overlast der rykdommen. 1776




004820 - Augustijnen van Antwerpen - Paedagogus ludificatus. 1769




004830 - Augustijnen van Antwerpen - Pamphilus ut sapiat. 1724




004840 - Augustijnen van Antwerpen - Parricidium fato punitum. 1745




004850 - Augustijnen van Antwerpen - Paternum consilium in Aechino Xenophanis filio demonstatum. 1727




004860 - Augustijnen van Antwerpen - Pellitur è medicina sapientia, vi geritur res. 1738




004870 - Augustijnen van Antwerpen - Perfidia vindicata sive Sedecias, Rex Juda, ob perfidiam à Deo per Nabuchodonosorem punitus. 1694




004880 - Augustijnen van Antwerpen - Pessimus est aeger, qui fertur imagine morbi. 1751




004890 - Augustijnen van Antwerpen - Petrus I, monarch van Rusland. 1773




004900 - Augustijnen van Antwerpen - Petrus I, Russiae monarcha. 1773




004910 - Augustijnen van Antwerpen - Phaëton. 1754




004920 - Augustijnen van Antwerpen - Philobertus Nauta. 1728




004930 - Augustijnen van Antwerpen - Philopompus. 1716




004940 - Augustijnen van Antwerpen - Phricodemi tyrannidem in Philone vindicans Themisto. 1761




004950 - Augustijnen van Antwerpen - Plautianus intimum Severo. 1747




004960 - Augustijnen van Antwerpen - Podagricus. 1760




004970 - Augustijnen van Antwerpen - Poliodorums rusticus. 1733




004980 - Augustijnen van Antwerpen - Praecautio inutilis. 1762




004990 - Augustijnen van Antwerpen - Praesumptio humana divinitus punita sive Nabuchodonosor rex Babyloniae. 1727




005000 - Augustijnen van Antwerpen - Prima dabit tactum, visumque: secunda docebit
Olfactum: Auditum pars terita: quartaque Gustum. 1752





005010 - Augustijnen van Antwerpen - Pseudo-Balduinus. 1722




005020 - Augustijnen van Antwerpen - Het quaedt door syn quaedt ghewêer-wraeckt. 1690




005030 - Augustijnen van Antwerpen - Qui spernit homines. 1720




005040 - Augustijnen van Antwerpen - Qui stultè pergit. 1723




005050 - Augustijnen van Antwerpen - Quo semel est imbuta recens servabit odorem testa diu. 1722




005060 - Augustijnen van Antwerpen - Quod displicet ausu, Perplacet eventu. 1746




005070 - Augustijnen van Antwerpen - Quod dolus. 1767




005080 - Augustijnen van Antwerpen - Quod dolus evincit, juvenis dementia tollit. 1745




005090 - Augustijnen van Antwerpen - Rebellio punita. 1719




005100 - Augustijnen van Antwerpen - Regnum unius diei, sive Semiramis. 1770




005110 - Augustijnen van Antwerpen - Res, de quâ duo laborant, saepe tertio cedit. 1747




005120 - Augustijnen van Antwerpen - Richardae fidelitas coronata ab Othone III. 1775




005130 - Augustijnen van Antwerpen - Richardae in conjugem suum Robertum pia fidelitas. 1745




005140 - Augustijnen van Antwerpen - Richardae in conjugem suum Robertum pia fidelitas ab Othone III. per necem imperatricis Mariae coronata. 1724




005150 - Augustijnen van Antwerpen - Rodericus rex et Julianus comes. 1755




005160 - Augustijnen van Antwerpen - Rodericus rex, et Julianus comes. 1728




005170 - Augustijnen van Antwerpen - Rollo fraude docet Mopsum submittere Bertam. 1758




005180 - Augustijnen van Antwerpen - Romanus Diogenes. 1769




005190 - Augustijnen van Antwerpen - Romanus Diogenes. 1746




005200 - Augustijnen van Antwerpen - Roomschen Diogenes. 1769




005210 - Augustijnen van Antwerpen - Rusticus. 1749




005220 - Augustijnen van Antwerpen - Rusticus astrologus. 1756




005230 - Augustijnen van Antwerpen - Het ryk van eenen dag ofte Semiramis. 1770




005240 - Augustijnen van Antwerpen - Saepe dat infaustum finem. 1758




005250 - Augustijnen van Antwerpen - Samson. 1741




005260 - Augustijnen van Antwerpen - Divinae justitiae tuba, sive justum Dei judicium in Mauritio Romano-Graecorum imperatore. 1753




005270 - Augustijnen van Antwerpen - Sanctius, Koning van Navarre en Castilien. 1774




005280 - Augustijnen van Antwerpen - Sanctius, Navarrae et Castellae Rex. 1774




005290 - Augustijnen van Antwerpen - Sanctus Hermengildus. 1721




005300 - Augustijnen van Antwerpen - Sanctus Hermengildus a martyrii laurea redimitus. 1732




005310 - Augustijnen van Antwerpen - Saul, koning van Israël. 1766




005320 - Augustijnen van Antwerpen - Saul, rex Israël. 1766




005330 - Augustijnen van Antwerpen - Scaramouche medicus. 1723




005340 - Augustijnen van Antwerpen - Scaramouche medicus. 1744




005350 - Augustijnen van Antwerpen - Sedecias. 1735




005360 - Augustijnen van Antwerpen - Sedecias. 1757




005370 - Augustijnen van Antwerpen - Sennacherib. 1756




005380 - Augustijnen van Antwerpen - Sennacherib Rex Assyriorum a Deo punitus. 1747




005390 - Augustijnen van Antwerpen - Sequitur superbos. 1722




005400 - Augustijnen van Antwerpen - Serius aut citius qui fallit, fallitur ipse. 1742




005410 - Augustijnen van Antwerpen - Si nubere foret novitiatus. 1732




005420 - Augustijnen van Antwerpen - Sit quisque semper. 1724




005430 - Augustijnen van Antwerpen - Siu vis ludere. 1718




005440 - Augustijnen van Antwerpen - Sortis et amoris inconstans favor, sive Origenon cum Dafrosa. 1730




005450 - Augustijnen van Antwerpen - Sosia languebat, melior tunc esse volebat: Ast ubi convaluit, mansit ut ante fuit. 1753




005460 - Augustijnen van Antwerpen - Srobulus. 1714




005470 - Augustijnen van Antwerpen - Stratagema amoris. 1758




005480 - Augustijnen van Antwerpen - Stulti nec vitare venientia possunt, nec ferre praesentia. 1734




005490 - Augustijnen van Antwerpen - Stultitia languido. 1723




005500 - Augustijnen van Antwerpen - Stultitia languido remedia est. 1764




005510 - Augustijnen van Antwerpen - Stultitia languido remedium est optimum. 1743




005520 - Augustijnen van Antwerpen - Stultitia languido remedium optimum. 1777




005530 - Augustijnen van Antwerpen - Sub impio Turcarum imperatore Frechreddi. 1719




005540 - Augustijnen van Antwerpen - Subacta impietas sive Clodoaldus. 1704




005550 - Augustijnen van Antwerpen - Subdola centoculos. 1765




005560 - Augustijnen van Antwerpen - Subdola centoculos juvenum fraus decipit Argos. 1747




005570 - Augustijnen van Antwerpen - Subdolus ut vixit. 1768




005580 - Augustijnen van Antwerpen - Subdolus ut vixit, quamvis mergatur in undis,
sic post fata redit, decipit usque senem. 1751





005590 - Augustijnen van Antwerpen - Superbia fraudulenter vindicata. 1740




005600 - Augustijnen van Antwerpen - Superbia Sennacherib. 1765




005610 - Augustijnen van Antwerpen - Superbia vindicata sive Ugolinus. 1723




005620 - Augustijnen van Antwerpen - Supernae gratiae. 1714




005630 - Augustijnen van Antwerpen - Susanna Belgica. 1683




005640 - Augustijnen van Antwerpen - ’t Geen loosheyd listig had gestigt, Maekt jonkheyds dwaesheyd onverrigt. 1767




005650 - Augustijnen van Antwerpen - Te conjuge bonis. 1737




005660 - Augustijnen van Antwerpen - Themistocles. 1771




005670 - Augustijnen van Antwerpen - Themistocles. 1771




005680 - Augustijnen van Antwerpen - Theophane. 1772




005690 - Augustijnen van Antwerpen - Theophane. 1772




005700 - Augustijnen van Antwerpen - Thomas Morus Angliae cancellarius. 1735




005710 - Augustijnen van Antwerpen - Tolluntur in altum Ut lapsu graviore ruant. 1730




005720 - Augustijnen van Antwerpen - Tori conjugalis amor inter Julium Sabinum et Eponinam. 1731




005730 - Augustijnen van Antwerpen (naar Jean Baptiste Racine) - Tragica belli Mithridatici coronis. 1751




005740 - Augustijnen van Antwerpen - Triumphe vande vier cardinale deughden. 1671




005750 - Augustijnen van Antwerpen - Triumpherende Gratie in Eugenia. 1743




005760 - Augustijnen van Antwerpen - Triumphus christianae fidei. 1762




005770 - Augustijnen van Antwerpen - Triumphus SS. Crucis. 1716




005780 - Augustijnen van Antwerpen - Turpe senex miles: turpe senilis amor. 1754




005790 - Augustijnen van Antwerpen - Tyndarus. 1715




005800 - Augustijnen van Antwerpen - Ulferus. 1719




005810 - Augustijnen van Antwerpen - Ulferus Merciae rex. 1769




005820 - Augustijnen van Antwerpen - Ut lapsu graviore ruant tolluntur in altum. 1725




005830 - Augustijnen van Antwerpen - Uxoria lis. 1773




005840 - Augustijnen van Antwerpen - Varia sortis alea sive Severinus Boetius à Theodorico Gothorum rege exaltatus et trucidatus. 1752




005850 - Augustijnen van Antwerpen - De verduldige liefde van Joseph. 1763




005860 - Augustijnen van Antwerpen - De verduldige liefde van Joseph, zegenpraelende over den broederlyken haet. Zal vertoont worden door de jonkheyd der schoolen van Augustynen binnen Antwerpen 15. en 16. Februarii 1776. 1776




005870 - Augustijnen van Antwerpen - Vin vivas felix?. 1759




005880 - Augustijnen van Antwerpen - Vincitur in pugnis Hispanus ab Horspide Maphon: Victor in infernas fugit hinc inglorius umbras. 1754




005890 - Augustijnen van Antwerpen - Vindicta divina sive Balthassar. 1727




005900 - Augustijnen van Antwerpen - Vindictae furor. 1719




005910 - Augustijnen van Antwerpen - Viribus enervis variè ridetur imago. 1724




005920 - Augustijnen van Antwerpen - Vis invidiae sive Belisarius. 1723




005930 - Augustijnen van Antwerpen - Vivere vis felix? thesauros quaerere noli. 1741




005940 - Augustijnen van Antwerpen - Vivitur ex rapto. 1722




005950 - Augustijnen van Antwerpen - De waere getrouwigheyd van Richarda aen haeren man Robertus gekroont van Otho III door de dood van Maria zyne vrouwe. 1775




005960 - Augustijnen van Antwerpen - Wambanus Hispanorum rex. 1767




005970 - Augustijnen van Antwerpen - Wambanus koning van Spagnien. 1767




005980 - Augustijnen van Antwerpen - Weder-strydt tvsschen Het Doorluchtighste Huys van Oostenryck Bestiert door de Goddelijcke voorsichtigheydt, ende Het ramp-saligh Huys van Otthoman Opghehitst door de Ongheloovigheydt, Helsche Furien &c. 1689




005990 - Augustijnen van Antwerpen - De wulpsche jonkheyd in Manasses. 1765




006000 - Augustijnen van Antwerpen - Xantippus. 1737




006010 - Augustijnen van Antwerpen - Xantippus humiliatus. 1734




006020 - Augustijnen van Antwerpen - Zelus Joiadae. 1716




006030 - Augustijnen van Antwerpen - Zoo listig als hy heeft geleeft. 1768




006040 - Augustijnen van Antwerpen - Zyt met uw lot te Vred’, men zal met U niet gekken. 1769




006050 - Augustijnen van Dendermonde - Den haet en nyd tusschen C. Marius en Sylla. 1775




006060 - Augustijnen van Dendermonde - Het hooveerdigh huys van Tarquinius moordaedigh en bloedt-schendig in ballinghschap ghesonden [...] door de jonckheydt van het collegie van den grooten vader Augustinus [...] 1 ende 2 september 1716. 1716
2016



006070 - Augustijnen van Dendermonde - Keyser Carel den Vijfden vraeck nemende over het goodeloos schelmstuck van Joannes Fredericus ... / ... sal speel-wys vertoont worden door de jonckheyt van het collegie van Dendermonde. 1729
2016



006080 - Augustijnen van Dendermonde - De liefde overwinnende den haet ofte Basilius overwonnen door Timocrates: bly-eyndigh treur-spel, sal op het tooneel gebrocht worden door de leerlinghen van de vierde schole in het collegie van de ... PP. Augustynen tot Dendermonde den 13 Februarii 1722. 1722
2016



006090 - Augustijnen van Dendermonde - Treur-tonneel der liefde, ende droefheydt, van den lydenden ende stervenden Jesus ge-opent door de jonckheydt van het collegie der eerw: pp. Augustynen binnen Dendermonde den [23 & 24] meert 1695. 1695
2016



006100 - Augustijnen van Dendermonde - Veranderinghe der menschelycke fortunen ofte Horibinon, coningh van Asien ende Dafrosa [...] Sal speel-wys vertoont worden door de studenten van de groote sodaliteyt in het collegie der eerw. paters Augustynen binnen Dendermonde den eersten meert 1726. 1726
2016



006110 - Augustijnen van Dendermonde - De vreyheydt der Kercke bevochten door Henricus Coninck van Engelandt beschermt door Ludovicus den VII. Coninck van Vranckryck voor-gestaen door Thomas Aerts-bisschop van Cantelbergh ... Dendermonde ... jonckheydt van het Collegie vanden grooten Vader Augustinus 1727




006120 - Augustijnen van Gent - Abram triumphans. 1726
2016



006125 - Augustijnen van Gent - Surgit origo mali de turpi saepe sodali. 1726




006130 - Augustijnen van Gent - Acolin et Rubaea. 1726




006140 - Augustijnen van Gent - Aegyptus conservata procurante Joseph. 1722




006150 - Augustijnen van Gent - Alphonsus. 1768




006160 - Augustijnen van Gent - Ambitionis catastrophe sive Demetrius Griska. 1732a d




006165 - Augustijnen van Gent - Rarus homo, aut nullus, si verus quaeris, in orbe est. 1732a d




006170 - Augustijnen van Gent - Ambitiosis catastrophe sive Demetrius Grisca Russiae autocrator. 1732b d




006180 - Augustijnen van Gent - Amor in odia sive Menalippa. 1712




006190 - Augustijnen van Gent - Amor in odio, sive Basilius. 1732 ca.
Thimocrates Cretae Rex in aula Basilii Graecorum Caesaris, Eriphilam ejus filiam sibi sponsam obrineat, Cleomenem metitus, Leandrum secreti conscium ad Basilium ablegat de filia [?] acturum, vel, si negetur, de bello. 2. Imperatorem, dum occisum a Timocrate filium Sebastum plorat, exstructo a se Mausoleo, sub [?] larva Cleomenis Timocrates demulcet, (negatâque sibi filiâ) per Leandrum bellum indicit. 3. Quare in rabiem actus Caesar Eriphilam spondet Julio [?] si, victo Timocrate, ultus fuerit Sebastum.



006200 - Augustijnen van Gent - Andronicus Comnenus, empereur de Constantinople. 1630




006210 - Augustijnen van Gent - Artabanus. 1632




006220 - Augustijnen van Gent - Athanasius inter varias calamitates. 1722




006230 - Augustijnen van Gent - Athanasius tusschen de verscheyde ellenden. 1722




006240 - Augustijnen van Gent - Avaritia. 1716




006250 - Augustijnen van Gent - B. Didacus d’Ortis proto-martyr. 1732




006260 - Augustijnen van Gent - Beverlei. 1774




006270 - Augustijnen van Gent - Boosheyt rechtveerdighlijck ghestraft in Gerardus hertogh van Britannien [...] bly-eyndigh-treur-spel. Verthoont door de studenten, in het collegie van de pp. Augustynen tot Ghendt den 12. 13. ende [ ] september 1673 1673




006280 - Augustijnen van Gent - Brutus primus Reipublicae Romanae consul. 1790




006290 - Augustijnen van Gent - Canutus den IV. Coninck van Denemercken. 1630 ca.




006300 - Augustijnen van Gent - Carolus I Angliae rex decollatus. 1771




006310 - Augustijnen van Gent - Christus patiens. 1729




006320 - Augustijnen van Gent - Le combat nocturne, ou les morts vivants. 1771




006330 - Augustijnen van Gent - Constantia. 1725




006333 - Augustijnen van Gent - Constantia christiana sive Babylas episcopus. 1725




006336 - Augustijnen van Gent - Quid nimium est fugito. 1725




006340 - Augustijnen van Gent - Constantia christiana in Nabore, et Felice. 1724




006340 - Augustijnen van Gent - [Christelijke standvastigheid in Nabor en Felix]. 1724




006350 - Augustijnen van Gent - Constantia christiana, sive Babylas episcopus. 1725




006353 - Augustijnen van Gent - [Babylas]. 1725




006356 - Augustijnen van Gent - Nasutus sis usque licet, sis denique nasus. 1725




006359 - Augustijnen van Gent - Oft dat ghy zyt geneust, of neus zyt metter daet 1725




006360 - Augustijnen van Gent - Controversia inter diem en noctem. 1688




006370 - Augustijnen van Gent - Convivium philosophicum. 1685 ca.




006380 - Augustijnen van Gent - Curae regum, sive Horatiorum Curiatiorumque conflictus sub Tullo Hostilio et Metio Suffetio. 1710




006390 - Augustijnen van Gent - Cyrus coningh der Persianen overwonnen door Tomeris coninginne van Schytien. 1719




006400 - Augustijnen van Gent - Cyrus Persarum rex a Tomeri Schytiae regina superatus. 1719




006410 - Augustijnen van Gent - Daniel in lacu leonum. 1720




006410 - Augustijnen van Gent - Daniel in de kuyl der leeuwen. 1720




006420 - Augustijnen van Gent - Diogenes Romanus. 1728




006425 - Augustijnen van Gent - Poliodorus rusticus. 1728




006430 - Augustijnen van Gent - Dolis icta, non victa innocentia Philysandri. 1726




006440 - Augustijnen van Gent - Ecclesiae immunitas sive Thomas Cantuariensis. 1726




006445 - Augustijnen van Gent - Semper avarus eget. 1726




006450 - Augustijnen van Gent - Ecercitatio scholastica [précédé d’une pièce de théâtre]. 1792




006460 - Augustijnen van Gent - Eschines. 1727




006470 - Augustijnen van Gent - Eugenius triumphans. 1717




006480 - Augustijnen van Gent - Exilium Tarquinii. 1639




006490 - Augustijnen van Gent - Ganda ethnica, catholica, Hispanica. 1683
1. Julius Caesar, subactâ



006510 - Augustijnen van Gent - Ghecroonde memorie des doodts inden heylighen Henricus. 1668




006520 - Augustijnen van Gent - Ghestrafte onghetrouwigheyd ofte Sedecias Coninck van Juda, speelwys vertoont te Ghendt, 5 en 6 sept. 1702. 1702




006530 - Augustijnen van Gent - De ghetrouwigheyt van Belgica in alle haer beroerten aen Carolvs den II. coninck van Spagnien haeren wettighen heere [...] vertoont door de studenten van’t collegie der pp. augustynen den 16. ende 17. september 1675. 1675




006540 - Augustijnen van Gent - Glorieuse doodt van Adrianus onder Maximianus. 1677




006545 - Augustijnen van Gent - Glorieuse doodt van Adrianus onder Maximianus. 1677




006550 - Augustijnen van Gent - Henricus fatalis. 1726




006555 - Augustijnen van Gent - Grillus. 1726




006560 - Augustijnen van Gent - De heylighe vyf wonden. 1655




006570 - Augustijnen van Gent - Hoovaerdig huys van Tarquinius. 1733




006575 - Augustijnen van Gent - Als d’hoovaerdy’ is groot en bot. 1733




006580 - Augustijnen van Gent - Hooveerdigheyt gestraft. 1725




006590 - Augustijnen van Gent - Horatiorum Curatiorumque conflictus sub Tullio Hostilio. 1696




006600 - Augustijnen van Gent - Imperii sacrilega tyrannide foedati. 1728




006605 - Augustijnen van Gent - Pictoribus alta potestas. 1728




006610 - Augustijnen van Gent - Ingratitudo per Elenahan. 1711




006620 - Augustijnen van Gent - Innocentia victrix. 1757




006630 - Augustijnen van Gent - De jagt van Henricus den IV. 1771




006640 - Augustijnen van Gent - Jephte. 1702




006650 - Augustijnen van Gent - Joannes Aratus. 1724




006650 - Augustijnen van Gent - Joannes Aratus. 1724




006660 - Augustijnen van Gent - Joannes Nepomucenus martelaer. 1732




006670 - Augustijnen van Gent - Joannes Nepomucenus martelaer. 1732




006670 - Augustijnen van Gent - Quis dolus affirmet, valeat quod fallere mortem. 1732




006675 - Augustijnen van Gent - De doodt, die door bedrog een ander tracht te plaegen. 1732




006680 - Augustijnen van Gent - Joannes puer impus parricida. 1729




006685 - Augustijnen van Gent - Stultus stultitiâ luditur ipse sua. 1729




006690 - Augustijnen van Gent - Job. 1729




006695 - Augustijnen van Gent - Alludit patiens patienti Mopsus Iöbo. 1729




006700 - Augustijnen van Gent - Jonas Propheta, ceu Justitia Divina misericorditer puniens. 1688




006710 - Augustijnen van Gent - Joseph a fratribus venditus. 1732




006715 - Augustijnen van Gent - Malum consilium consultori pessimum. 1732




006720 - Augustijnen van Gent - Judocus. 1724




006730 - Augustijnen van Gent - Judocus. 1724




006740 - Augustijnen van Gent - Justinianus. 1725




006745 - Augustijnen van Gent - Justinianus. 1725




006750 - Augustijnen van Gent - [Karel I koning van Engeland onthoofd]. 1771




006760 - Augustijnen van Gent - Ladislaus XV. Bohemorum rex. 1732




006765 - Augustijnen van Gent - Subdola diverso tantatur hypocrisis astu. 1732




006770 - Augustijnen van Gent - Langh-ghewensten vrede met omhelsinghe der rechtveerdigheyt in het ghemoeten der bermhertigheyt ende waerheyt. 1698




006780 - Augustijnen van Gent - Marcus Atilius Regulus. 1755




006790 - Augustijnen van Gent - Marcus Atilius Regulus. 1755




006800 - Augustijnen van Gent - Nil nisi principium belli. 1718




006810 - Augustijnen van Gent - Octavianus Augustus C. Julii Caesaeris avunculi sui paricidium vindicans, exhibetur a studiosâ Juventute Gymnasii S. Augustini. 1708




006810 - Augustijnen van Gent - Wraeck-lust in Octavianus Augustus teghen de moortdaet van C. Julius Caesaer synen oom. Speel-wys vertoont door de Jonkheyt van het Collegie van den Grooten Vader Augustinus. 1708




006820 - Augustijnen van Gent - Omsichtigheydt der Coninghen, ofte glorieusen strydt tusschen dry Horatii, ende Curiatii onder Tullus Hostilius Coninck der Romeynen, ende Metius Suffetius Hertogh der Albanen. Speel-wys vertoont door de Ionckheyt van het Collegie van den Grooten Vader Augustinus, binnen Ghent den 5. en 6. September 1710. 1710




006830 - Augustijnen van Gent - Ondancbaerheyt van Elenahan. 1711




006840 - Augustijnen van Gent - Ontrauwige arglistigheyt verandert in zegenpralende loosheyt. 1723




006850 - Augustijnen van Gent - Ortus in occasu, sive Semiramidis mortem mariti Memnonis vindicantis ad solium Assyriae per interitum Regis Nini ascensus. 1730




006860 - Augustijnen van Gent - Perfidia sibi vindex seu Julianus Comes. 1710




006870 - Augustijnen van Gent - Perfidus Ibrahim et fidelis Mahomet. 1724




006880 - Augustijnen van Gent - Petrus I. Russiae autocrator corripiens. 1733




006890 - Augustijnen van Gent - Philenus. 1730




006900 - Augustijnen van Gent - Pressa, non oppressa fidelitas. 1727




006905 - Augustijnen van Gent - Mato ultimae fecis rusticus. 1727




006910 - Augustijnen van Gent - Quis dolus affirmet, valeat quid fallere mortem. 1732




006920 - Augustijnen van Gent - Ride, sed quem, vide. 1732 ca.




006930 - Augustijnen van Gent - Salomona met haere zeven zoonen de Machabëen. 1771




006940 - Augustijnen van Gent - Sedecias. 1776




006950 - Augustijnen van Gent - Sedecias tragoedia exhibetur à studiosa juventute gymnasii Magni P. Augustini. Gandavi die 24. & 26. Augusti 1776. 1776




006960 - Augustijnen van Gent - Semiramis. 1714




006965 - Augustijnen van Gent - Semiramis. 1714




006970 - Augustijnen van Gent - Sigismundus. 1725




006975 - Augustijnen van Gent - Sigismundus. 1725




006980 - Augustijnen van Gent - Spectaculum vindictae per Triphum Aldericum, et Anath. 1716




006990 - Augustijnen van Gent - De staet-gierigheydt bestraft in Amalaberga ende Hermofredus. 1731




006995 - Augustijnen van Gent - Wat is de werelt? ’t is maer schyn. 1731




007000 - Augustijnen van Gent - Stratagema perfidiae versum in calliditatis triumphum. 1723




007010 - Augustijnen van Gent - Subacta impietas, sive Clodoaldus, everso crodo, per Carolum Magnum. 1716




007015 - Augustijnen van Gent - Onderghebrachte Goddeloosheyt ofte Clodoaldus door Carolus den Grooten tot het waer geloof bekeert. 1716




007020 - Augustijnen van Gent - Superba Tarquinii domus. 1733




007030 - Augustijnen van Gent - Superbia punita. 1725




007035 - Augustijnen van Gent - Nobilis esse cupit dives ignobilis antè. 1725




007040 - Augustijnen van Gent - Veranderinge van het menschelyck lot, ofte Origenon ende Dafrosa. 1720




007050 - Augustijnen van Gent - De verbeterde zoonen ofte geluk uyt ongeluk. 1776




007060 - Augustijnen van Gent - Tonneel-spel wraeck-lust in Octavianus Augustus teghen de moordt-daet van Cajus Julius Caesar synen oom [...] speel wijs vertoont door de ionckheyt van het collegie der PP. Augustynen binnen Ghendt, den 4. ende 5. september 1699. 1699




007070 - Augustijnen van Gent - De zegenpraelende gratie in de Heylige Eugenia. 1729




007070 - Augustijnen van Gent - Nicobulus. 1729




007080 - Augustijnen van Ieper - Trevr-spel in Iamires hertoogh van Bohemen, ende zijn broeders Boleslavs ende Odalricvs verthoont door de jonckheyt van het collegie vande eerw: P.P. augustijnen binnen Ipre den 2. ende 3. september 1693 = Tragedie representée en Iamire duc de Boheme, & ses freres Boleslas & Odalric 1693




007090 - Augustijnen van Ieper - Trevr-spel in Iamires hertoogh van Bohemen, ende zijn broeders Boleslavs ende Odalricvs verthoont door de jonckheyt van het collegie vande eerw: P.P. augustijnen binnen Ipre den 2. ende 3. september 1693 = Tragedie representée en Iamire duc de Boheme, & ses freres Boleslas & Odalric 1693
2016



007100 - Augustijnen van Ieper - De ongheluckighe uyt-werckinghe der wraecke vertoont in Hormisda, coninck van Persien. 1666




007110 - Augustijnen van Ieper - Strophio. 1666




007120 - Augustijnen van Leuven - Gvilielmvs eerst hertoghe van Aqvitanien [...] naermaels eremijt van S. Avgvstyns orden. 1636




007130 - Auteur van de Verdeeling van Polen - De samenspanning der arenden, een zinnebeeldige fabel, by wyze van tooneelspel. Door den schrijver der Verdeeling van Poolen [= Theophilus Lindsey]. Uit het Turksch vertaald. 1783 ca.




007140 - Auteur van de Verdeeling van Polen (naar het Frans van Jos-Math. Gérard de Rayneval) - De verdeeling van Polen in VII samenspraken, tusschen hoog standspersonen, tooneelswijze voorgedragen. 1775
Wel nu, Mevrouwen, wie zal ons een Manifest opstellen, dat, voor de oogen van ’t gemeen, met eenen schijn van billijkheid bemantelde een gedrag, dat zoo weinig in acht genomen heeft het geene de menschen regtvaerdigheid noemen.
Zulk een Manifest, (lach niet, Mevrouwen; de stof is te ernstig) zulk een Manifest, zegge ik, is geene zaek zoo gemakkelijk als gij schijnt te gelooven.



007150 - Jacob Awijts - Menschelijcke Broosheit. 1599 ca.




007160 - J. Ayrer (naar het Latijn van Georgius Macropedius) - Aluta 1600 ca.




007170 - J. Ayrer (naar het Latijn van Georgius Macropedius) - Aluta 1618




007180 - Anthony B. (naar het Duits van Gustav Friedrich Wilhelm Grossmann) - De edelmoedige generaal. 1779
G. Is myn Volk noch by het vuur beschadigt?
L. De meesten.
G. ’t Gevaar scheen echter over!
L. Toen de Heer Generaal weg gereeden was, rukte men noch een paar Huizen omver, om de Kerk te redden.
G. De Kerk?..... Het is goed, dat men de hoofdposten zoekt te dekken, maar dit was hier de zaak niet. De Kerk is een gebouw, dat binnen twee jaaren van zelfs zou ingevallen zijn. Een klein onaanzienlyk gebouw het welk aan de Stad geen de minste cieraad bybracht......



007190 - H. van B. [= S. van der Star] - De onkundige diamantslyper, dog slimme koppelaar. 1745 ca.
Ja Fyneman het is nu gants verbruyt,
Die Piljond is maar een duyvelse guyt
De gek is vend, nu ’k meen dat ik werke sel,
Nou kult hy my, en zyt ja ik ken je wel.



007200 - M.B. (naar het Duits van Christoph Heinrich Bindseil) - Luim en goedhartigheid. 1801




007210 - B.P.H.E.S.A.C. - Kloekmoedige martelie van de H. maegd en martelaeresse Catharina, door den vreeden tyran Maximinus, keyser van de Oosten. 1770 ca.
Is ’t droom of spook, wel hoe; wat speelt’er in myn sinnen?



007220 - M. van Baarlant - Cupidoôs speel-tuigh, op-geoffert de seer weerdige Heer: Nicolaus vander Goes, en de deught-gevyerde Juffer, Maria Vager; als sy samen in d’echt verknochten den [geen datum]. 1652
Myn boogh scheen daar verset in ’t micken,
De pees hielt stant; maar waarder stricken
Verheist de seeg’ van Vagers-min:
Wie anders? als de Min-goddin



007230 - Jan Aukes Backer - De aderlating. 1796




007240 - Jan Aukes Backer - Agnes de Castro. 1775 ca.




007250 - Jan Aukes Backer - Alardus, of de zelfmoord door liefde. 1786
2016



007260 - Jan Aukes Backer - Alardus, of de zelfmoord door liefde. 1801




007270 - Jan Aukes Backer - De beloonde deugd. 1785
Waarom, mijn Sternzee! zoekt gij staag mijn oog te ontvluchten?
Wat rouw beknelt uw hart, wat doet u heimlijk zuchten?
In ’t heilrijk oogenblik dat wij ons oudste Kind,
Ons dierbre Elizabeth, van al de buurt bemind,



007280 - Jan Aukes Backer - Brunon, of Niemand is gelukkiger dan die gelukkigen maakt. 1796




007290 - Jan Aukes Backer - De Parysche Schoenmaker, of natuur is deugt. 1796




007300 - [Jan Aukes Backer] - De dood van Seneca. 1796
S. ’t Is waar, Pompeja! ’t geen myn mond u kwam te melden.
P. Wie weet welk ongeluk uw trouw nog zal vergelden!
S. ’k Heb van den tabbaerd my, met meer vermaak ontdaan,
Dan ik ’t zwaarwigtig ampt voorheen heb aangegaan.



007310 - Jan Aukes Backer - Ferdinand en Constantia. 1796




007320 - Jan Aukes Backer (naar het Frans van Germain François Poullain de Saint-Foix) - De financier. 1779
Mijn zeer waerde Baron, ik begrijp u niet; Alcimon is een rijk Financier; hij heeft sedert vijf of zes maenden dit schoon Landgoed gekocht; hij maekt staet alhier dikwerf te komen; hij schijnt een liefhebber van verkwisting en vermaeken te zijn. Gij, daer en tegen, hebt niet dan een klein Landgoed, omtrend een uur van hier gelegen, dat u niet meêr dan ten hoogsten twee duizend guldens aen inkomsten opbrengt.



007330 - Jan Aukes Backer (naar het Frans van Germain François Poullain de Saint-Foix) - De financier. 1796
Mijn zeer waerde Baron, ik begrijp u niet; Alcimon is een rijk Financier; hij heeft sedert vijf of zes maanden dit schoon Landgoed gekocht; hij maekt staet alhier dikwerf te komen; hij schijnt een liefhebber van verkwisting en vermaeken te zijn.



007340 - Jan Aukes Backer - De Hollandsche Maagd, in Leeuwenhof. 1796
Wanneer een felle orcaan de halmen slaat ter neder,
Verwacht de Landman weêr een schoon en helder weder;
Zo wacht ik met geduld, in deez’ benaauden staat,
Des Hemels bijstand af, nu ’t heir der Helden gaat,



007350 - Jan Aukes Backer (naar het Frans van Pierre Jean Baptiste Choudard Desforges) - De jaloersche vrouw. 1789
’t Was laat toen hy te huis kwam.
Dit is zeker om eenige reden.
Denkelyk een’ nieuwen bedekten handel.
En evenwel hy rust, hy kan slaapen.
En ik, een slachtoffer der liefde en des huwelyks, ik schrei nacht en dag.



007360 - Jan Aukes Backer (naar het Frans van Pierre Jean Baptiste Choudard Desforges) - De jaloersche vrouw. 1791
’t Was laat toen hy te huis kwam.
Dit is zeker om eenige reden.
Denkelyk een’ nieuwen bedekten handel.
En evenwel hy rust, hy kan slaapen.
En ik, een slachtoffer der liefde en des huwelyks, ik schrei nacht en dag.



007370 - Jan Aukes Backer - Jonkheer Dirk de Braave, of de Overysselsche boerenredding. 1796
H. Neen Keesbuur! het kan niet schikken. Ik heb tegen uw’ Zoon niet, want ik weet dat hy een brave jongen is; maar ik heb besloten myn Grietje nooit aan een’ Boer te geeven, schoon ze zelfs maar een boere-meisie is. Zy moet Steêwaerds in, en de goejeluy gaan dienen! Kon uw Zoon een goed ambacht, en was hy geen’ Boer, dan was myn’ Kind tot zyn dienst.
K. Wel buurman Harme! Ik dagt niet dat gy zo vies met uw waar zoudt zyn! Ik beken, uw Grietje is een knappe deern, die wel aan de man zal komen; maar myn Jongen is ook zo fris op zyne kooten, als een in ons Dorp. Of is het, om dat ik hem niet veel meé kan geeven? Wel ik denk dat uw dogter ook geene schatten zal hebben; want wy kennen malkaar al te lang om niet te weeten, hoe zwaar wy beiden weegen, en ronduit gezegd, ik geloof dat wy malkaar niet veel ontlopen zullen.



007380 - Jan Aukes Backer - Jonkheer Dirk de Braave, of de Overysselsche boerenredding. 1800 ca.




007390 - [Jan Aukes Backer] - Josephus de Tweede en de dief uit nood. 1796
Wat bitter zielsverdriet, wat angst, wat wreede zorgen,
Doorboren my het hart, van d’avond tot den morgen!...
Rampzalig is de man die ’t goed vertrouwen breekt;
En zyne snoode hand naar ’t geld van abdren steekt;



007400 - Jan Aukes Backer - De moerbeziën boom. 1792




007410 - Jan Aukes Backer - Het ontdekt bedrog. 1787
Ach! gansch ondraaglijk is het leven
Wanneer men zonder hoop bemint.
Nog erger, wierd ons hoop gegeeven
Wanneer men zich bedroogen vindt.



007420 - Jan Aukes Backer (naar het Duits van Onbekend) - De ritmeester Erlau, of veroordeelde onschuld. 1789




007430 - Jan Aukes Backer - De zeldzaame bedelaar. 1798




007440 - Jan Aukes Backer - Zoutman, of de doggerbanksche helden. 1796
Doorluchte Heldenstoet! Gij, die voor ’t Vaderland,
Voor Haardstede en Altaar uw goed en bloed verpandt;
En altoos, onverzaagd, op vlotte Zeekasteelen,
In ’t onbetembaar woên van ’t golvenheir wilt deelen:



007450 - J. Baertsoen - Abraham. 1770 ca.




007460 - J. Baertsoen - Bekering van Achatius. 1770 ca.




007470 - J.J. Baey (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Alziere of den Americaen Christen. 1770 ca.




007480 - J.J. Baey (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Alziere of den Americaen Christen. 1778




007490 - Laurens Bake - Gloorroos en Adelgond 1748




007500 - Jan Bara - Galteno en Alimene, of verdoemde ontrouw. 1656
Wat schendig ongeval, in ’t jammer-huys geboren,
Heeft zulken zwaren krak aan mijne jeugd gezworen?
O ongebondentheyd des Jongmans, die mijn hart
Hebt aangebrand! ô pijl en oorzaak onzer smart!



007510 - Jan Bara - Galteno en Alimene, of verdoemde ontrouw. 1747
Wat schendig ongeval, in ’t jammer-huis geboren,
Heeft zulken zwaren krak aan myne jeugd gezworen?
O ongebondentheyd des Jongmans, die myn hart
Hebt aangebrand! ô pyl en oorzaak onzer smart!



007520 - Jan Bara - Herstelde vorst, of geluckigh ongeluck. 1650
Leght daer roemwaerde Stad,



007530 - Jan Bara - Herstelde vorst, of gelukkig ongeluk. 1747
Legt daar roemwaarde Stad, uw’ Koninglyke wallen
Die moeten, zonder my, in ’s vyands handen vallen;
Uw’ muren, Hemel-hoog, en torens, zonder gaê,
Gevormd tot asch en zand, laet ik voor eeuwig nae,
Onschuldig kan ik my van ’t kraken uwer tempelen,
De Goden weten ’t, hoe ’k beschermde hare drempelen;
Neen Sterta, grote Stad, ’k en waar dien laffe niet,
Die willens u, met my, zou brengen in ’t verdriet;



007540 - Jan Bara - Klucht van ick kenje niet. 1664
Men rust by een, men kust, men blust de lust, men zwijght
Zoo langh, tot eens het dier de buyk vol beenen krijght,
Noch treckebecktmen, jaa noch kooitmen met malkander,
En altijt wert de schult geschoven op een ander.



007550 - Jan Bara - Klucht van ik kenje niet, vermeerderd met een opdracht. 1706
Men rust by een, men kust, men blust de lust, men swijgt
Soo lang, tot eens het dier de buyk vol beenen krijgt,
Noch trekkebektmen, ja noch koyt men met malkander,
En altijd werd de schuld geschoven op een ander,



007560 - Jan Bara - Ik kenje niet, vermeerderd met een opdracht. 1747
Men rust by een, men kust, men blust de lust, men swygt
Zo lang, tot eens het dier de buik vol beenen krygt,
Noch trekkebektmen, ja noch koyt men met malkander.
En altyd werd de schuld geschoven op een ander,
Ter week een dukaton van d’eene, en d’and’re Vaâr.
Tot voeding van het jong! ô lompen Molenaar!



007570 - Jan Bara - Het verslingert Moekroesje. 1668
M. O! Vivat d’Eed’le blom die mijne ziel geboort heeft;
Langh leef Moekroesje, die de schoonste maaght bekoort heeft,
My dunckt, alwaar ick stap, dat ick de stralen zie
Van mijnen Hemel-zon; nu ick de schaduw vlie
Die my op d’hielen volght: B. Op eene steen zes ogen,
Moekroes, noch ben ik hier M. Het oogh heeft my bedrogen.



007580 - Jan Bara - Het verslingert Moekroesje. 1747
M. ô Vivat d’eed’le bloem die myne ziel geboort heeft;
Lang leef Moekroesje, die de schoonste maagd bekoord heeft,
My dunkt, alwaar ik slap, dat ik de stralen zie
Van mynen Hemel-zon; nu ik de schaduw vlie
Die my op d’hielen volgt — B. Op eene steen zes ogen,
Moekroes, nog ben ik hier. M. Het oog heeft my bedrogen.



007590 - [Abraham Louis Barbaz] - De aftogt der Engelschen en Russen van de Bataafsche kust. 1799
V. Maar, myne lieve Neeltje! hoe zyt gy toch zo ingenomen met dien zotskap van een’ Windhaan? die, met myne toestemming ten minste, nimmer ons eenig kind, onze beminlyke Roosje, tot zyne vrouw zal verkrygen.
N. Windhaan is wellevend, gedienstig, innemend, en, wat meer is, onze verre neef.



007600 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Agathokles. 1798 [1718]
Ons onheil neemt in ’t eind’ door ’s hemels gunst een’ keer:
Gy vestigt dezen dag onze oude vrindschap weêr;
De vreê heréénigt thans Karthaag’ en Sirakuse;
En weent gy aan den zoom der lieflyke Arethuse!



007610 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Andromaché. 1800
Ja! wyl zó trouw een vrind in mynen arm mag keeren,
Zal ’t lot, ontwyfelbaar, my ook niet langer deeren;
En zyne grimmigheid schynt reeds te zyn verzagt,
Nu wy, in Buthrots wal, ons zien byéén gebragt.



007620 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans (naar het Engels) van Jean François de la Harpe / Geo. Lillo) - Barnewel. 1800
Ja, Truman! ’k zie met vreugd hoe gy in yver blaakt,
En smaak voed voor een’ staat, die u gelukkig maakt:
De handel is uw lust, en ’t edel vlytbesteden
Gewent u heilzaam aan uw nutte bezigheden.



007630 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Ant.-Vinc. Arnault) - Blanka en Montcassin, of de Venetianen. 1802
Grootmoedig vreemdeling, bevryder van deez’ staat!
Geniet de dankbre vreugd van burgery en raad.
Wy, aan het vuigst ontwerp ten doel gesteld, wy waren
Reeds, zonder u, vergaan; Venedig, dat de baren
Waarüit zy ’t hoofd verheft, als zeevorstin gebied,
Waar’ door één uur verwyl, voor eeuwig reeds te niet;



007640 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Edipus. 1803
Zyt gy ’t, ô Filokeet’? wat wreede tegenspoed
Jaagt u hier grafwaart heen, waar ’t vreeslyk pestvuur woed?
Komt gy d’ontvlamde toorn’ van Thebes goôn braveren?
Geen sterfling durft zó stout zyn schreden herwaarts keeren:
De hemels gramme wraak vervult dit bang gewest,
En de onverzaadbre dood bewoont dees nare vest;



007650 - Abraham Louis Barbaz - Elmire de Vilarez 1799
Sints ’t uur, ô myn vrindin! dat ik de blyde streken
Van myn geboorte ontging, myne ouders ben ontweken,
De zoomen van den Taag voor Perus strand verliet,
Trof noch zó wreed een angst myn bevend harte niet!
Wat aklig vóórgevoel is in myn ziel gerezen?
Wat doet my dezen dag een nadrend onheil vreezen?



007660 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Joseph Gaspard Dubois-Fontanelle) - Ericia, of de Vestaalsche maagd. 1794
ô Gy, die ’t Roomsche ryk, als schutsvrouw, zyt genegen!
ô Vesta! achtbre maagd! schenk ons altoos uw’ zegen!
Geef, dat dit heilig vuur, door u bezield, gevoed,
Steeds blake op uw altaar, in onuitbluschbren gloed!
De held, die zegepraalde aan Taag- en Eberzoomen,
Dreigt thans het fier’ Karthaag’ met d’ adelaar van Romen:



007670 - Abraham Louis Barbaz - De gelykheid. 1795
Zo is ’t, myn waarde! ik ben met u van één gedachten:
Uw moeder is zo trotsch van aart,
En durft zich boven my zo hoog verheven achten,
Dat zy nooit dulden zal, hoe sterk wy daar naar trachten,
Dat ik met u moog’ zyn gepaard.
Zy toont zich met de zaak der vryheid ingenomen,
En loogchent echter dat de menschen zyn gelyk!
Om dat ze uit hoogen stam waant voort te zyn gekomen,
Geeft zy my daaglyks blyk op blyk
Dat ik van hier zal zyn verstooten,
Wyl ik uit lager stam, dan zy, ben voortgesprooten!
Uw vader is nochtans een eerlyk patriöt,
Die geen verschil in standen kan gedoogen:
Zal hy zyn vaderlyk vermogen
Door ’t oud vóóroordeel zien bespot?
Gy weet, Sofia-lief! hy is my zeer genegen.



007680 - Abraham Louis Barbaz - Herzilia. 1800
Prinses! gy ziet dan reeds den blyden dag verschenen,
Die aan held Numaas lot uw dagen zal veréénen:
Nooit rees gewis de zon aan ’s hemels heldren boog
Zó luisterryk als nu vóór uw verlangend oog.
De fiere en strydbre telg van Romulus zal heden
God Hymens heiligdom op ’t plegtigst binnentreden,
Daar zy de hand aanvaard van hem, die, door zyn’ moed,
Den aart betoonde van ’t Sabynsche koningsbloed:



007690 - Abraham Louis Barbaz - De huwelyksliefde, of de ware grootheid. 1801
Waar toeft myn echtgenoot? zyn afzyn doet my beven:
Troost noch myn’ Cimons taal zyn’ vaders ongeluk?
Of is Miltiades op d’oever van zyn leven?
ô Goôn! wacht ons noch zwarer druk?



007700 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Ifigenia in Aulis. 1800
Ag. Ja! Agamemnon zelf komt hier uw’ slaap verstooren:
Tree toe, wees overtuigd uw’ konings stem te hooren.
Ar. Zyt gy het zelf, myn vorst? Wat zware zorg van staat
Dreef u ter rustkoets af, noch vóór den dageraad?



007710 - Abraham Louis Barbaz - Makin, of de ontdekking van Madera. 1800
Hoe bekoorlyk, ô myn waarde Eduard! is wederöm deze aannaderende avondstond! Zie de alleskoesterende zon allengs zich achter de toppen van het gindsch gebergte verschuilen, om aan de bewoners van het ander halfrond hare weldoende stralen mede te deelen, terwy zy de frissche kruinen van het schaduwryk geboomte noch verguld. Dit schoone eiland mag met recht een lusthof der natuur worden genoemd, want zy heeft niets gespaard om hetzelve te versieren.



007720 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mithridates. 1800
Arbates! ja! ’t is waar al ’t geen ons wierd verhaald:
Vorst Mithridaat’ is dood, en Rome zegepraalt:
’t Romeinsche heir, by nacht, d’Eufrates langs getogen,
Viel op myn’ vader aan; heeft zyn beleid bedrogen;



007730 - Abraham Louis Barbaz - Nieuwjaars wensch van Thomasvaer. 1802
Lofwaarde burgery van Gysbrechts oude muren!
Gy, die tooneelspelkunst en zang- en danskunst mint!
Gy, die ons gunst betoont in zorgverpozende uren!
Heil, nu het jaar zyn’ loop begint!



007740 - Abraham Louis Barbaz - De nieuwsgierige. 1793
Myn waarde heer Welval! ik moet ronduit verklaren,
Uw tuinmanspak voldoet my ongemeen;
En ik wil thans u openbaren
Waaröm ik dit gewaad u heden geef te leen.



007750 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Louis-Jean-Népomucène Lemercier) - Ofis. 1800
Ja, zegt aan Tholus dat zyn’ broeders legermagt,
Dat Ofis dezen dag in Memfis word verwacht,
En dat ik, fel verbaasd om ’t onheil ons beschoren,
Het grimmig antwoord van de goden zal doen hooren.



007760 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans (naar het Grieks) van Jean François de la Harpe / Sophocles) - Philoctetes, op het eiland van Lemnos. 1793
Hier zetten wy den voet op Lemnos woeste zoomen,
Waar nooit een sterveling zyn woonplaats heeft genomen.
Zoon van Achilles, de eer van ’t strydbaar Griekenland!
ô Gy, zyn roemgenoot! zie hier dat eenzaam strand,



007770 - Abraham Louis Barbaz - Philoctetes op het eiland Lemnos. 1795
Ulysses en Pyrrhus, gevolgt van twee Soldaaten, verschynen het eerst op het Tooneel, Ulysses verhaalt aan Pyrrhus met korte woorden de rede waarom de Grieksche held, zyne levensdagen op Lemnos moest slyten en meld hem tevens dat hy dien dag Philoctetes aan Griekenland weeder wil geeven , hem vervolgens het hol van dien ongelukkigen Krygsman beschryvende. Phyrrhus gaat hier op naar het verschiet des Tooneels, beziet het hol, doch word Philoctetes ’er niet in gewaar, maar wel zyn legerstede van dorre bladen en takken, een ruw hout drinkvat en zyn oud en bloedig gewaad.



007780 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Alexis Piron) - De poëet, of de rymdrift. 1801
F. Dit landhuis, lieve meid! behaagt my bovenmaten:
Ik zou het ook daaröm niet graag zo gaauw verlaten,
Vooräl omdat ik hier uw schalksch gelaat ontmoet,
Waarby ik elk verblyf behaaglyk vind en goed;
Maar, wyl hier van myn’ baas geen tyding is te weten,
Moet ik weêr schielyk naar Parys. L. Hy word geheten?



007790 - Abraham Louis Barbaz (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De Scyten. 1796
Indatires! myn zoon! wie zyn die vreemdelingen?
Wat stoutgevormd besluit kon die vermeetlen dringen
Om over ’t hoog gebergt’ van Immaüs te treên?
Jaagt hen eene oorlogsdrift na Oxus zanden heen?
Wat zoeken ze in dit oord, in dees geruste streken?



007800 - Abraham Louis Barbaz - De triömf van den poëet, of de verrassing. 1802
’k Meen dat heer Francaleu verwonderd zal staan kyken,
Als hem myn wederkomst, na ruim twee jaar, zal blyken.
Men heeft my aangediend: waar of hy toeft? Gaan wy
Hier zitten. ’k Stel voor vast dat hy niet denkt op my:
Na ’t afscheid, dat ik zo gramstoorig heb genomen,
Kon hy niet wanen dat ik ooit zou wederkomen;



007810 - [Abraham Louis Barbaz] - Ulisses. 1796
Myn vorst! wat nare drang van diepverholen zorgen
Jaagt u door dit paleis, by ’t ryzen van den morgen?
Vergun my dat ik vrage om wat geheime reên
De schandre Ulisses zich door angsten voelt bestreên?



007820 - Abraham Louis Barbaz - De wysgeer of de edele menschenhater. 1803
Mynheer Antonius verschynt noch niet: de zon is echter reeds lang uit de kimmen gerezen, en bied ons den schoonsten morgenstond. Onze afspraak was gisteren avond, dat wy heden elkanderen in dit eenzaam oord zouden vinden, alwaar onze wysgeerige landhoevenaar my eindelyk zyne hartsgeheimen zou mededeelen; dit stil tafereel der natuur is ’er, inderdaad recht toe geschikt... Hy komt.



007830 - Pierre Barbez (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Adélaïde Du Guesclin. 1800 ca.




007840 - Pierre Barbez (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - [La Mort de César]. 1800 ca.




007850 - Pierre Barbez (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - [Les Pélopides]. 1800 ca.




007860 - C.F. Bardt - Religie-Edict. Het Pruissisch. 1789




007870 - Jan Barentsz - Klucht van Buchelioen, ’t kaboutermannetge. 1655
M. Wel nou, beloof jijtme dan te doen, zo geeftme de handt?
J. Ik ben zo wat kort van Meemory, en dat ’s een teyken van een groot verstant,
Ik wou wel dat jy ’t op dit Ceeltje schreef, al is ’t wat bekreukt met vouwen,
Als ik ’t maar leesen ken, zo zel ik het wel onthouwen.



007880 - Barlandus - Dido. 1515




007890 - Johan Zacharias Baron - Klucht van Kees Louwen, ofte: den gheschooren boer. 1667
Van mijn moye Butter, Kaes, Hennen, Eent-vogels, en van mijn Eyeren lieve vrient,
Daer heb ick al vry wat meer of gemaeckt, als mijn Moertje wel mient,
Want een moye drinck-penning heb icker of aen een zy in mijn dief-sack gesteecken,
O gans bloet, hoe heb ick daer de Rijstenbrou-eeters en Melck-muylen uytgestreecken,



007900 - Johan Zacharias Baron - Kees Louwen, alias den geschoren boer, nevens het byvoegsel van den vermakelijcken Leytze klapperman. 1679




007910 - Johan Zacharias Baron - Den vermakelijcken Leytze klapperman. 1679
Liefwaerde Burgery,



007920 - Johan Zacharias Baron - Konstanter en Elizea, anders de geluckige verandering. 1656




007930 - Johan Zacharias Baron - Lichthart en Aers-gat Sonder-sorgh / Vastelavents vreucht. 1653
’k Heb ’t Wijff soo langh eseyt, se sou wat Goets vergaaren,
Dat teugens d’ouwen dagh, als ’t of-gaan van de jaaren,
Maar ’t schijnt sen leeft in ’t Boeck van ’t Meer, of Spaaren, niet,
En dat’s me tot jou eseyt, sulcken harsteer en sulcken verdriet,
Gelijckmen trouwens daechlijckx siet tusschen ’t Steenschuyt, en de Maeren,
Doch, als op moet (lieve pot) laeter Lichthart dan mee wel of vaeren,
Hebt niet voor aeren, maer seght, ’k heb mee wel kaeren heel schrael eweyt.



007940 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1651
R. Och! och! waer ben ick hier? spreeck, ô! spraeckloose-weegen,
En ghy ô! goede Goôn, loopt ’tluck my meê, of teegen?
H. Teegen. R. Och! waer ben ick? H. Ick. R. Och! och! geeft uyt komst’ eer het daecht,
Aen my, eylaes, aen my, aen my, Rampzael’ge-maecht,



007950 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1653




007960 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1658




007970 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1666




007980 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1699




007990 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1702




008000 - Johan Zacharias Baron - Rododaphneé, ofte: Persiaensche heldinne. 1729




008010 - Nicolaus Barptholomaeus - Christus Xylonicus. 1531




008020 - Nicolaus Barptholomaeus - Christus Xylonicus. 1539
Iam nox ruit, caligine involvens polum:
Et iam remotae mensae, & exempta est fames
Epulis, patrique dictus hunus: ocyus
Surgite, & eamus notum in hortum: in horto Adam
Primum ausus est nefas, in horto par erit
Illud piari, iramque placari patris.



008030 - Nicolaus Barptholomaeus - Christus Xilonicus. 1540
Iam



008040 - Anthony Bartelink - Enkhuizen, of grontsteen tot vryheit, gelegt door Pieter Luitgesz. Buyskes, Pieter Symonsz. Semeyns, Jak. Dirksz. Brouwer e.a., die den 21 May 1572 d’Haring maagd van het jok van Spanje verlosten, op het tweede eeuwgetyde, plegtig ... geviert, ... en in tooneel-digt gebragt door - 1772




008050 - Guilliam Baseler - Zegenprael der onwinbare kercke gegrondtvest op den onbrekelycken pilaer der diep-verholentheyt [...] op de dry-hondert-jarige feeste van het H. Sacrament van Miraeckel, by de [...] Augustynen binnen de Stadt Loven. 1674
1 L. Wie sal d’onfeylb’re Kerck, de waerheyts stoel, beroeren
Nu Augustinus schacht de Ketters tongh doet snoeren
Voor ’t heyligh Offerhandt? 2 L. De schacht dient voor een schicht.
Waer voor de kettery ontspanaert wygt en swicht.



008060 - Joannes-Baptiste Bastiaen - Arlequin actionist 1800 ca.
K. Ha Monsieur Arlequin! weest wilkom goede vrind



008070 - Joannes-Baptiste Bastiaen - Vermaekelyk klucht-spel van den bedrogen boer met zyn eyers. 1800 ca.
Ach! wat heb ik gedaen? ach had ik dat geweten!
Die schellem, als hy is, en had my niet bescheten;
Dien roover van myn eer, die my bedrogen heeft
Die is niet weird, dat hy nog op de aerde leeft.
’k Wil dat ’k dien deugeniet zag hangen aen de galge:
Als ik’er maer op denk ik kryg van hem een walge.



008080 - Joannes-Baptiste Bastiaen - Vermaekelyk klucht-spel van den bedrogen boer met zyn eyers. 1800 ca.
Ach! wat heb ik gedaen? ach had ik dat geweten!
Die schellem, als hy is, en had my niet bescheten;
Dien roover van myn eer, die my bedrogen heeft
Die is niet weird, dat hy nog op de aerde leeft.
’k Wil dat ’k dien deugeniet zag hangen aen de galge:
Als ik’er maer op denk ik kryg van hem een walge.



008090 - Joannes-Baptiste Bastiaen - De twee gelyke bultenaers en gebroeders, of: de kwaede griete. 1780 ca.
Al es myn Griete slim ik kan haer nog badriegen;
Al es zy boos en kwaed zy hoord nog naer het liegen.
Dit is myn Grietens Rok, die ik nam uyt de kas,
Die my van daeg by Trien zal komen wel te pas.



008100 - Philip Claudius Basuel - Bly-eyndende treurspel van het leven ende wondere daeden van den H. Rombout, arts-bischop van Dublin, bekeerder, martelaer, ende voor-spreker der stadt ende provincie van Mechelen in syn negenste gulde-jaer. 1680
O Schoone Deêl! hoe glimt de spiegel van uw’ Vloedt!
Hoe roemt uw’ glans op roem, van Rombouts heylich boedt!
Wel-aen! behels den dagh: en kuss’ sijn Sonne-straelen
Aen d’Oever van uw’ mondt: daer soo veel Zege-praelen
Op uwen gladden vloer sich spieg’len in het vocht.



008110 - Willem de Baudous (naar het Frans van Robert Garnier) - Edipes en Antigone. 1618a d
Ick ouden man heel blindt, ick moet helaes gaen dolen,
Door Bergen Bos en Dal, door Putten en door Holen.
Mijn dochter Antígoon, ick bid u doch vertreckt,



008120 - Willem de Baudous (naar Robert Garnier) - Edipes en Antigone. 1618b d




008130 - Bautain, “den vader” - Almaïde, of de Amerikaansche heldin. 1798




008140 - Bautain, “den vader” (naar het Frans van Onbekend) - De minnenijd van Medea, of de zege der liefde. 1797
Eenige Herderinnen komen op het Tooneel en zoeken ten Ruin door, om te zien of ’er ook iemant is;
zy denken eenig gerucht te horen, doch verzekeren elkander dat zy niets gezien hebben.
Zy begeven zich aan het versieren van het Priëel, en gaan vervolgens Dafine, haare Meesteres, halen;
deze komt en toont zich zeer voldaan over haare oplettendheid, zy vraagt of zy in zekerheid is, en nodigt haar om te danssen.



008150 - Baxius - Theophilus. 1614




008160 - E.G. van Beaumont (naar het Frans van Auguste Étienne Xavier Poisson de La Chabeaussière) - De Algerynsche landvoogd. 1789




008170 - C. Becaus - Jam Slof en Lijsje Mors. 1633




008180 - B. Beeke - De jaloerze minnares, of de bedroogen vrek. 1756
Margareta hoor! ’t zyn zaaken
Van groot gewicht, en die



008190 - Johan Beets - Daphne, of boschvryagie. Het eerste deel. 1668 of 1669




008200 - Johan Beets - Daphne, of boschvryagie. 1668




008210 - Johan Beets - Daphne, of boschvryagie. 1668




008220 - Johan Beets - Melissa. 1668




008230 - [Jean-Jaques Bel] - Le nouveau Tarquin. 1732




008240 - Hermanus Benjamin (naar het Frans van H. de Poussel de Montanban) - Felicia, of de betoveringe door liefde. 1699
F. Kan ik dan geene dienst u tot Sevilje doen,
Ik meen my, morgen vroeg, daar weder heen te spoên?
P. Zoud gy op heter daad weêr zyn van hier geweeken,
En zonder eerst de Nymf Felicia te spreeken?



008250 - Hermanus Benjamin - De koppelaar van zyn vrouw. 1698
J. Ik gis, gy schept vermaak, myn Heer, met dus te praaten
D. Neen, zeg ik u; sint ik en Rykert laastmaal aten,
En dat ik uit myn zak myn neusdoek trok, ontviel
My ’t schildertje, dat hy opnam, en behiel.



008260 - Hermanus Benjamin - Krispyn, baron en afslager. 1694
L.Wel, Monsieur Leendert, waar drommel komje van daan? je hebt hier niet te doen.
L. Je zegt me niet de helft van de zaaken. K. Brus hier van daan, ras weg, wilje spoên,
En ga me wachten ter plaats by ons versprooken.
L. Maar die karos... K. Onnodig veel woorden den hals gebrooken;
Ze is klaar. L. Zal ik’er niet aangaan, ’t is immers in myn weg?



008270 - Hermanus Benjamin - Krispyn, baron, en afslager. 1724a v
K. Wel, Monsieur Leendert, waar drommel komje van daan? je hebt hier niet te doen.
L. Je zegt me niet de helft van de zaaken.
K. Brus hier van daan, ras weg, wilje spoên,
En ga me verwachten ter plaats by ons versprooken.



008280 - Hermanus Benjamin - Krispyn, baron, en afslager. 1724b v
K. Wel, Monsieur Leendert, waar drommel komje van daan? je hebt hier niet te doen.
L. Je zegt me niet de helft van de zaaken. K. Brus hier van daan, ras weg, wilje spoên,
En ga me wachten ter plaats by ons versprooken.
L. Maar die karos... K. Onnodig veel woorden den hals gebrooken;
Ze is klaar.



008290 - Hermanus Benjamin (naar het Frans van Nicolas Drouin dit Dorimond) - De minnaar van zyne vrouw. 1692
K. Wat aangenaamer glans op wenschelyker dag
Kwam ooit myn oog als nu te aanschouwen,
ô Schoone Nicht, beminn’lykste der vrouwen!
M. Uw’ heusheid, Neef, blykt steeds, gelyk zy altoos plag.
Maar, hoe komt gy zo onverwacht verschynen?



008300 - [Hermanus Benjamin] (naar het Frans van Nicolas Drouin dit Dorimond) - De minnaar van zyne vrouw. 1705
K. Wat aangenaamer glans op wenschelyker dag
Kwam ooit myn oog als nu te aanschouwen.
ô Schoone Nicht, beminn’lykste der vrouwen!
M. Uw’ heusheid, Neef, blykt steeds, gelyk zy altoos plag.
Maar, hoe komt gy zo onverwacht verschynen?
K. Vraagt gy dat? ach! uw afzyn baart my pynen,
Sint gy me deed in liefde kwynen.
Ook vind ik my verpligt, wyl ik op ’t bal en feest,
(Waar dat wy gist’ren zyn geweest,)
Van in uw dienst had de eer te weezen aangenoomen,
Te vraagen, of die vreugde u ook is wel bekoomen?
M. ô! Gy verpligt my heel en al;
En myn bekoorlykheid verliest niet by het bal:
Kunt gy iets in de trekken van myn weezen
Verandert zien? zeg, zyn die niet gelyk voor dezen?



008310 - [Hermanus Benjamin] (naar het Frans van Nicolas Drouin dit Dorimond) - De minnaar van zyne vrouw. 1743




008320 - H. van den Berch - Slecht rouw, ontwerp, speel-wijs verclaert, / Tot eer van die volchden ons Chaert, / Daar redens-const, dees gheesten Leyden, / Om thoonen so, den rechten Aert / Van Liefd en Vree, t’gheen onbeswaert / De waen, van t’waer doet onderscheyden. 1614




008330 - Joris Berckmans - Uut ionsten versaemt. Absalom droeff-eyndich-treur-spel, sal verthoont worden door d’ongeleerde tot Lier, anno 1643. Den [16] augusti. Op den reghel: de sond’ heeft die natuer eersucht heeft dijen aerdt dat veel tijts hunnen vrient, in d’leste qualijck vaert. Toe-ghe-eyghent aenden edelen en[de] wel-geboren heere H. Erasmus vander Dielft van ten Broeck, &c. Door Ioris Berckmans [...] 1643




008340 - Joris Berckmans - Alphonsius en Iennevera. 1639




008350 - Joris Berckmans - Alphonsus en Genevera. 1639 ca.




008360 - Joris Berckmans - Amon. 1642




008370 - Joris Berckmans - Uut ionsten versaemt. D’ongeleerde van Lier sullen spee[l]wijs verthoonen het droef-eyndich-treur-spel, van Amon Den [3] februarij anno 1642. Op den reghel: Al ist Godt de sond’, terstont niet en castij [...] Hy straft die even wel op den bequaemen tijt. 1642




008380 - Joris Berckmans - Captas. 1639




008390 - Joris Berckmans - Cara. 1648




008400 - Joris Berckmans - Cara. 1648




008410 - Joris Berckmans - Constans. 1651




008420 - Joris Berckmans - Dido en Hyarba. 1636




008430 - Joris Berckmans - Dido en Hyarba. 1636




008440 - Joris Berckmans - Edissae. 1649




008450 - Joris Berckmans - Esther. 1649




008460 - Joris Berckmans - Iephte. 1637




008470 - Joris Berckmans - Joseph. 1647




008480 - Joris Berckmans - Joseph. 1647 ca.




008490 - Joris Berckmans - Den koninglijken Propheet David. 1643




008500 - Joris Berckmans - Lust breckt rust, Captas coninck van Lemba. 1639




008510 - Joris Berckmans - Anno 1669. Pitias en[de] Philotis blij-eyndich-treur-spel, verthoont binnen Lier door de lieffhebbers vande gulde van S. Anna, ghenoemt de Iennette oft dongeleerde. Door I.B. Hooft-prince ... 1669




008520 - Joris Berckmans - Stabilitas. 1644




008530 - Joris Berckmans - Uut ionsten versaemt. Stabilitas blij-eyndich-treur-spel, sal verthoont worden door d’ongeleerde tot Lier, den [3] mey 1644. Op den reghel: die strijden teghen ’t quaet, en bouwen op de deught, al lijden sy verdriet, het eynde hun verheught. 1644




008540 - Joris Berckmans - Suavitas. 1643




008550 - Joris Berckmans - Suavitas. 1643




008560 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalck van Spanjen. 1638
Dat de rechtveerdigheyt in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deughd beloont, dat kanmen nu betoonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Jeronimo, ghy weet,
Dat ick dees oorlogh heb begonnen; doch met leet,
En tegen sin, en roep den hemel tot ghetuyge,
Voor wien ick voor’t geluck gansch onderdanich buyge:
Dat, soo ick niet met kracht daer toe wierd aengeport,
Den oorlogh was by my voor langh al opgeschort.



008570 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalck van Spanjen. 1644
Hoe dat Rechtveerdigheit in ’t end met goude Kroonen
En Scepters, deughd beloont, dat kanmen nu betoonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Jeronimo, ghy weet
Dat ick dit oorlogh heb begonnen, doch met leet,



008580 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalck van Spanjen. 1662
Dat de Rechtveerdigheit in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deugd beloont, dat kan men nu betonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Ieronimo, ghy weet
Dat ik dees oorlog heb begonnen; doch met leet,
En tegen sin, en roep den Hemel tot gtuyge,
Voor wien ik voor ’t geluk gants onderdanig buyge:



008590 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalck van Spanjen. 1665 ca.
Dat de rechtveerdigheyt in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deugd beloont, dat kan men nu betonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Jeronimo, ghy weet
Dat ik dees Oorlogh heb begonnen; doch met leet,
En tegen sin, en roep den Hemel tot gtuyge,



008600 - [Adriaen van den Bergh] (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalck van Spanjen. 1669
Dat de Rechtveerdigheit in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deugd beloont, dat kan men nu betonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Ieronimo, ghy weet
Dat ik dees oorlog heb begonnen; dog met leet,



008610 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalck van Spanjen. 1678
Dat de rechtveerdigheyt in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deugd beloont, dat kan men nu betoonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Jeronimo, gy weet
Dat ik dees Oorlog heb begonnen, dog met leet,



008620 - [Adriaen van den Bergh] (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, maerschalck van Spanjen. 1683
Dat de rechtveerdigheyt in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deugd beloont, dat kan men nu betoonen,
En ’t blijckt hier openbaer: Jeronimo, gy weet
Dat ik dees Oorlog heb begonnen, dog met leet,



008630 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, maerschalck van Spanjen. 1700 ca.
Dat de rechtveerdigheit in ’t end met goude kroonen
En Scepters, deugd beloont, dat kan men nu betoonen,
En ’t blijkt hier openbaer: Jeronimo, gy weet,
Dat ik den Oorlog heb begonnen, doch met leet,
En tegen sin, en roep den Hemel tot getuyge,



008640 - [Adriaen van den Bergh] (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, maerschalk van Spanjen. 1713
Dat de rechtveerdigheit in ’t end met goude kroonen
En Scepters, deugd beloont, dat kan men nu betoonen,
En ’t blijkt hier openbaer: Jeronimo, gy weet,
Dat ik den Oorlog heb begonnen, doch met leet,



008650 - [Adriaen van den Bergh] (naar het Engels van Thomas Kyd) - Don Jeronimo, marschalk van Spanje. 1729
Dat de Regtvaardigheid in ’t end met goude kroonen
En scepters, Deugd beloont, dat kan men nu betonen,
En ’t blykt hier openbaar: Jeronimo, gy weet
Dat ik dees oorlog heb begonnen; dog met leet,



008660 - Adriaen van den Bergh (naar het Engels van Thomas Kyd) - Jeronimo. 1621
Hovaerdich Spangien die door glorieusheyt waent
Dat Mars u Veld-heer is, en ’tvoordeel voor u baent,
Wat waent ghy, dat ick wijck? ons moedich oorlochs knapen
Die u flucx schricken doen, Manhaftich in de wapen,



008670 - Adriaen van den Bergh - Polidoor. 1622
Benevelt is mijn ziel, d’onnosel oogen schreyen
So bitterlijcke snel, en biggeld op de keyen:
Rolt van mijn Engels borst, ghy zerrick lomp’ en dick,
Ontydich was de uyr doen ghy de laetste snick



008680 - B. van Bergh - Ajax en Ulysses. 1654
Waar vlucht gy? wat is dit? laat g’ u dan zo verwinnen?
Flaauhartige! blijf staan, wat wilt gy gaan beginnen?
’k Zal uw beschermer zijn: ik, die gans Trojens macht
Alleenig wederstont, op die verwoede nacht
Dat men de Grieksche vloot zo helder op zag branden,
Dien Ajax leeft nu noch, noch leven deze handen
Die Hector heeft gevoelt, en nooit verwonnen zijn.
Gy Grieken, blijft toch staan, gy krijgsluy, blijft by mijn.



008690 - Jan van den Berghe - De Graci Gods. 1539 ca.




008700 - Jan van den Berghe - Hanneken Leckertant. 1541
Alle goeden dach! ick ben ommers op graeckt;
Hadde ick nu wadt goets, dat leckerlijck smaeckt,
Dat Hanneken mijns soons mage mocht verteren!
Leet hij oock gebreck, och! tsou mijn deren,
Want noijt man en sach kint so subtijl van liste.



008710 - Jan van den Berghe - Spel van sinnen genaempt den wellustigen mensch en smenschen crancheijt. 1550 ca.
Heijda! heijda! wel op, licht harte, ontbindt u stringen,
Laet den geest ontspringen, laet ons vrolijck singen!
Heij, wie sal mijn lustighe naetuere dwingen
Die in allen dingen,, nu heeft voorspoedicheijt?



008720 - [Pieter Bernagie] - Arminius beschermer der Duytsche vrijheid. 1686
Neen, gy poogt vruchteloos dit opzet om te stooten,
Myn Baldegond; ik heb het uiterste beslooten;
Spreek my niet meer van hoop. Zoude ik myn Egemaal
Myn Vader dooden zien, door hongersnood, of staal!
Helaas! ik kan by geen van beiden troost verwerven.
Ach? laat Hercinia voor deze gruuw’len sterven.



008730 - [Pieter Bernagie] - Arminius beschermer der Duytsche vryheid. 1725
Neen, gy poogt vruchteloos dit opzet om te stooten,
Myn Baldegond; ik heb het uiterste beslooten;
Spreek my niet meer van hoop. Zoude ik myn Egemaal
Myn Vader dooden zien, door hongersnood, of staal?



008740 - [Pieter Bernagie] - Arminius, beschermer der Duitsche vryheid. 1735a b
2016



008750 - [Pieter Bernagie] - Arminius, beschermer der Duitsche vryheid. 1735b v
Neen, gy poogt vruchteloos dit opzet om te stooten,
Myn Baldegond; ik heb het uiterste beslooten;
Spreek my niet meer van hoop. Zoude ik myn Egemaal
Myn Vader dooden zien, door hongersnood, of staal?



008760 - Pieter Bernagie - Arminius, beschermer der Duitsche vrijheid. 1785




008770 - Pieter Bernagie - De belachchelyke jonker. 1684
Madame, laat u toch beweegen,
Hou myn bonheur niet langer tegen,
Of zeg my, wat ’er noch obsteert.
Wat is ’t, dat gy desidereert?



008780 - Pieter Bernagie - De belachchelyke jonker. 1724a v
Madame, laat u toch beweegen,
Hou myn bonheur niet langer tegen,
Of zeg my, wat’er noch obsteert.
Wat is ’t, dat gy desidereert?



008790 - [Pieter Bernagie] - De belachchelyke jonker. 1724b v
Madame, laat u toch beweegen,
Hou myn bonheur niet langer tegen,
Of zeg my, wat’er noch obsteert.
Wat is ’t, dat gy desidereert?



008800 - Pieter Bernagie - De belachchelyke jonker. 1724c v




008810 - Pieter Bernagie - De belachchelyke jonker. 1733




008820 - Pieter Bernagie - De belachchelyke jonker. 1781




008830 - Pieter Bernagie - Het betaald bedrog. 1684
W. Katryn, ik heb jou Heer gesprooken, na myn wensch.
K. Hoe droeg hy hem? W. Gelyk een mensch
Die droomt; hy stont geheel verslagen.
Maar heb jy nu al zorg gedraagen?
K. Ja toch, ik ben volkomen klaar.
’k Wou, dat hy kwam, zo Goose maar
Zyn Rol te deege weet te speelen,
Is ’t al gewonnen. W. My besteelen!



008840 - Pieter Bernagie - Het betaald bedrog. 1685
W. Katryn, ik heb jou Heer gesprooken, na myn wensch.
K. Hoe droeg hy hem? W. Gelyk een mensch
Die droomt; hy stont geheel verslagen.
Maar heb jy nu al zorg gedraagen?



008850 - Pieter Bernagie - Het betaald bedrog. 1710 ca.




008860 - [Pieter Bernagie] - Constantinus de Groote, eerste Christen’ keiser. 1684
Maximianus komt, Myn Heer, om u te spreeken.
Ik vind hem meer, dan ooit, op Constantin onsteeken.
’t Berouwt dien Keizer, dat hy nederlei de Kroon,
En een ondankbaare verhief op zynen Throon.



008870 - [Pieter Bernagie] - Constantinus de Groote, eerste Christen’ keiser. 1738a v




008880 - [Pieter Bernagie] - Constantinus de Groote, eerste Christen’ keiser. 1738b v
Maximianus komt, myn Heer, om u te spreeken.
Ik vind hem meêr, dan ooit, op Constantin onsteeken.
’t Berouwt dien Keizer, dat hy nederlei de Kroon,
En een ondankbaare verhief op zynen Throon.



008890 - [Pieter Bernagie] (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De debauchant. 1686
F. Jakomyn, zorgt dar het eeten gaarder is als gist’ren want myn Heer
Zal je wat anders leeren, en wel licht het gat uit jaagen beurt het meer.
J. Hy mag zyn hoeren het gat uitjaagen, en wat anders leeren; maar geen eerlyke meiden; dat kun je hem zeggen.
Wil hy me kwyt weezen, het hoeft hem maar een woord te kosten, ik zal alles wel laten leggen,



008900 - [Pieter Bernagie] (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De debauchant. 1747




008910 - Pieter Bernagie - De gôe vrouw. 1686a v
B. Lys! is het water al ter deegen gaar?
L. Ja Juffrouw; en alles is klaar.
B. Zo het na de rook smaakt, of raauw is, zo krygje de ketel met heet water en al om jou ooren;
Je moogter op passen, ik waarschouw jou lang genoeg te vooren.



008920 - [Pieter Bernagie] - De gôe vrouw. 1686b v




008930 - [Pieter Bernagie] - Het huwelyk sluyten. 1685a v
G. Wel vaâr; hoe staatje weezen zo vrolyk? W. Dat is niet zonder reden. Zyn hier geen Hoenders, met een Gans gebragt? G. Ja, en Vleisch en twee Vaten;
Eén met Fransche, en één met Rynsche Wyn. W. Môer, waar hebje die gelaaten?
G. Ze leggen hier noch, om dat ik nergens van wist.
Zyn wy hier Hoenderen, en Wyn gewend? ik meende, dat de Bierdraagers ’er hadden vergist.



008940 - Pieter Bernagie - Het huwelyk sluyten. 1685b v




008950 - Pieter Bernagie - Het huwelyk sluiten. 1739a v
2016



008960 - Pieter Bernagie - Het huwelyk sluiten. 1739b v
G. Wel vaâr; hoe staat je weezen zo vrolyk? W. Dat is niet zonder reden. Zyn hier geen Hoenders, met een Gans gebragt? G. Ja, en Vleisch, en twee Vaten;
Eén met Fransche, en één met Rynsche Wyn. W. Moêr, waar hebje die gelaaten?
G. Ze leggen hier noch, om dat ik nergens van wist.
Zyn wy hier Hoenderen, en Wyn gewend? ik meende dat de Bierdraagers ’er hadden vergist.



008970 - [Pieter Bernagie] - De huwelyken staat. 1684a v
D. Wel! wilje dan na geen reden hooren?
J. Neen zeg ik je, ’t is verlooren.
Al praatte jy als Brugman, ik zalder niet toe verstaan.
D. Wat ben jy een moeijelyk mensch! wat is’er een Vrouw ongelukkig aan,
Als zy zulk een koppig Man heeft! J. Daar is niet aan gelégen,
Noem my vry koppig, je zult me niet beweegen.



008980 - Pieter Bernagie - De huwelyken staat. 1684b v
2016



008990 - Pieter Bernagie - De huwelyken staat. 1684c v
D. Wel! wilje dan na geen reden hooren?
J. Neen zeg ik je, ’t is verlooren.
Al praate jy als Brugman, ik zalder niet toe verstaan.
D. Wat ben jy een moeijelyk mensch! wat is’er een Vrouw ongelukkig aan,
Als zy zulk een koppig Man heeft! J. Daar is niet aan gelegen,
Noem my vry koppig, je zult me niet beweegen.



009000 - [Pieter Bernagie] - De huwelyken staat. 1724a v




009010 - Pieter Bernagie - De huwelyken staat. 1724b v
D. Wel! wilje dan na geen reden hooren?
J. Neen zeg ik je, ’t is verlooren.



009020 - Pieter Bernagie - De huwelyken staat. 1724c v




009030 - Pieter Bernagie - De huwelyken staat. 1724d v




009040 - Pieter Bernagie - De huwelyken staat. 1785




009050 - [Pieter Bernagie] (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1698a o
L. Myn lieve Kamerling, ach! wat heb ik bestaan!
Myn zoete Wellust, ’t is gedaan! ach, ’t is gedaan!
W. Ha, ha! wat lach ik! L. Hoe! lacht gy om myn elenden?
Verdiende ik dit? W. Toen wy die zochten af te wenden,
Toen spotte Ledigheid, met aller vrinden raad.



009060 - Pieter Bernagie (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1698b o
L. Myn lieve Kamerling, ach! wat heb ik bestaan!
Myn zoete Wellust, ’t is gedaan! ach, ’t is gedaan!
W. Ha, ha! wat lach ik! L. Hoe! lacht gy om myn elenden?
Verdiende ik dit? W. Toen wy die zochten af te wenden,
Toen spotte Ledigheid, met aller vrinden raad.



009070 - Pieter Bernagie (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1698c o




009080 - [Pieter Bernagie] (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1711
L. Myn lieve Kamerling, ach! wat heb ik bestaan!
Myn zoete Wellust, ’t is gedaan! ach, ’t is gedaan!
W. Ha, ha! wat lach ik! L. Hoe! lacht gy om myn elenden?
Verdiende ik dit? W. Toen wy die zochten af te wenden,
Toen spotte Ledigheid, met aller vrinden raad.



009090 - [Pieter Bernagie] (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1732
L. Myn lieve Kamerling, ach! wat heb ik bestaan!
Myn zoete Wellust, ’t is gedaan! ach, ’t is gedaan!
W. Ha, ha! wat lach ik! L. Hoe! lacht gy om myn elenden?
Verdiende ik dit? W. Toen wy die zochten af te wenden,
Toen spotte Ledigheid, met aller vrinden raad.



009100 - Pieter Bernagie (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1751
L. Myn lieve Kamerling, ach! wat heb ik bestaan!
Myn zoete Wellust, ’t is gedaan, ach! ’t is gedaan!
W. Ha, ha! wat lach ik! L. Hoe! lacht gy om myn elenden?
Verdiende ik dit? W. Toen wy die zochten af te wenden,
Toen spotte Ledigheid, met aller vrinden raad.



009110 - Pieter Bernagie (naar het Italiaans van Francesco Sbarra) - De mode. 1760 ca.




009120 - [Pieter Bernagie] - De ontrouwe kantoorknecht, en lichtvaerdige dienstmaagd. 1685
K. Ben jy daar Eduard? E. Ik ben ’t, myn kammeraatje.
Een zoen Katryn? K. Eerst een dukaatje?
Daar malle varken. Die hebben wil, dat jy luy hem vrindschap zult doen,
Dient altyd met de handen in de zak te staan. Nou zoen!



009130 - Pieter Bernagie - De ontrouwe kantoorknecht, en lichtvaerdige dienstmaagd. 1737
2016



009140 - Pieter Bernagie - De ontrouwe voogd. 1686
J. Gelieft myn heer dat ik ga?
F. Ja, Jasje, ga maar heen; en doe gelyk gezegt is; maak alles klaar,ik zal daadlyk op de bestemde plaats komen,
Om my te verkleeden.
J. Alles is van nu af gereed, en myn heer hoeft niet te schroomen,
Dewyl hy ons geen van beide kent.
Ik zal omwegen genoeg gebruiken. Ik zal my onnozel houden,
De boere kleeren leggen al gereed. Ik heb de myne al aangepast, en de jouwe zullen ook wel zyn.



009150 - Pieter Bernagie - De ontrouwe voogd. 1715a v




009160 - [Pieter Bernagie] - De ontrouwe voogd. 1715b v




009170 - Pieter Bernagie - De ontrouwe voogd. 1715c v




009180 - Pieter Bernagie - De ontrouwe voogd. 1782




009190 - [Pieter Bernagie] - Paris en Helene. 1685
C. Gy hebt geen zekerheid Prinsés. Wil u niet stooren....
E. Crëusa, zwyg; ik wil niet van myne onschuld hooren.
’k Heb van Deïphobus myn ongeval verstaan.
Hy is na Grieken niet, om zyne Moei gegaan.



009200 - Pieter Bernagie - De romanzieke juffer. 1685
V. Ach schoone Izabelle! ik bid, laat ik zo veel verwerven.
Ik heb reeds het woord van myn Heer uw Papa. I. Zo myn Papa zich van geweld bediend had, ben ik getroost te sterven.
Ik zal, als een Moedige Heldin, die tiranny ontvluchten door de dood.
Geen edele ziel laat zich dwingen, zo dat het u geen voordeel doen zou, schoon myn Papa my deeze liefde gebood.
Lees in Cassandre de geschiedenis van de Grooten Arsáces, daar zult gy vinden,
Dat de Koning Matthëus zyn Dochter de schoone Berénice, door geweld, aan Arsacómes wou verbinden;
Maar, zy had voorgenoomen zicht te dooden.




009210 - [Pieter Bernagie] - Het studente-leven. 1684a o
A. Griet, zal het lukken? zulje gaan, of zulje blyven?
Wel ’t is bedroeft, dat men eeuwig met de Meiden moet kyven!
G. Juffrouw ik kom. A. Juffrouw ik kom! Dat het nou al een kwartier uurs, ja langer noch geduurt.
Een mensch schrikt, datmenze eens om een bootschap stuurt
Zulk een gestel hebbenze. Komje noch niet, zo Zal ikje straks haalen!



009220 - Pieter Bernagie - Het studente-leven. 1684b o
A. Griet, zal het lukken? zulje gaan, of zulje blyven?
Wel ’t is bedroeft, dat men eeuwig met de Meiden moet kyven.
G. Juffrouw, ik kom. A. Juffrouw, ik kom! Dat het nou al een kwartier uurs, ja langer noch geduurt.
Een mensch schrikt, datmenze eens om een boodschap stuurt.



009230 - [Pieter Bernagie] - Voorspel aan de ed: groot achtbaare heeren, de heeren burgemeesteren, en regeerders der stad Amsterdam vertoond. Den 28 van wintermaand, 1683. 1683 ca
Zaait hier geen zaad
Van nyd, noch haat,
Dat is het schadelijkst’ van allen.
Wy gaan te niet;
De Zangberg zal in’t kort vervallen.



009240 - [Pieter Bernagie] - Voorspel aan de ed: groot achtbaare heeren, de heeren burgemeesteren, en regeerders der stad Amsterdam vertoond. Den 28 van wintermaand, 1683. 1684
Zaait hier geen zaad
Van nyd, noch haat,
Dat is het schadelijkst’ van allen.
Wy gaan te niet;
De Zangberg zal in’t kort vervallen.



009250 - Pieter Bernagie / Albert Lyclama a Nijeholt - Het Franeker studentenleven. 1744a v
A. Griet, zal het lukken? zulje gaan, of zulje blyven?
Wel ’t is bedroeft, dat men eeuwig met de Meiden moet kyven!
G. Juffrouw, ik kom.
A. Juffrouw ik kom! Dat het nou al een kwartier uurs, ja langer noch geduurt.
Een mensch schrikt, dat men ze eens om een boodschap stuurt,



009260 - [Pieter Bernagie / Albert Lyclama a Nijeholt] - Het Franeker studentenleeven. 1744b v
A. Griet, zal het lukken? zulje gaan, of zulje blyven?
Wel ’t is bedroeft, dat men eeuwig met de Meiden moet kyven.
G. Juffrouw, ik kom. A. Juffrouw, ik kom! Dat het nou al een kwartier uurs, ja langer noch geduurt.



009270 - Marten Frank Besteben - Getrouwe Herderin. 1646




009280 - Marten Frank Besteben - Kloekmoedige dochter. 1646




009290 - Marten Frank Besteben - Sauls ondergang. 1646




009300 - Marten Frank Besteben - Stymphales. 1644




009310 - Marten Frank Besteben - De ’tsamensweringe Catalinae. 1647 ca.
Indien geen vromichheijt, nogh trouwe waar te vinden
Bij u, soo was vergeefs een wel gelegen saek
Ons voorgevallen, om te nemen straffe wraek
Over hen, die ons, aen de slaefse ketens binden.
Maar ick houd’ mijn bewust van u volherdich blijven
In ’t geen bij ons alreed’, begost is door te drijven,
Doordien gij ’t allertijt, sijt stip gecomen na,
Wat ick beval tot ons voordeel en ’s viants scha.



009320 - Marten Frank Besteben - Vlissinghen Geus, of Vlissingens verwerpinghe van ’t Spaensche juck, en begevinghe onder de bescherminge vande Prins van Orangie. Geschiet den 8. Apr. (zijnde Paeschdagh) 1572. 1646




009330 - Bethesdani - De goede Griet. 1737




009340 - Johannes Beuken - Ariane in Nicopolis. 1668
Nu zijn wy eynd’lijk door drie rusteloose baren,
Van Rome, Phisistraat, en door de Zee te varen:
Hoe rijst mijn Ziel om hoog, nu ik het tipje sie
Van min door min, waar door dat duysent campen vlie,



009350 - [Jan van Beuningen / Jacob Voordaagh] (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Idomenéus. 1723
Waar ben ik? welk een schrik vervolgd my overal?



009360 - Jan van Beuningen / Jacob Voordaagh (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Idomenéus. 1740




009370 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - Slenner Hinken Land-loup, Hellenvaurt un sijn juffren-hijlck. 1661




009380 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - Slenner-hincken land-laup, hellen-vaurt un juffren-hijlk. 1687
N. Woe smaukerigh isset in der lucht, ick loive anners nicht de doir vanner Hellen mout aupen wessen, dat ick nich van mick sein kan, wat luinsche drettigh weder is ditte.
S. Got froite dich Nauber, bistu dat dei vom dretterigen wedder kuert?



009381 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - Historie van Slenner-Hincke 1701




009382 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - De historie van Slenner-Hincke, ofte een kluchtige vertellinge van een Westpheelschen Bueren Soons Vojagie na Hollant 1709




009383 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - Historie van Slenner-Hincke 1719




009384 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - Historie van Slenner-Hincke ofte een kluchtige vertellinge van een Westpheelschen bueren soons vojagie naar Hollant, met de greszwade: voorts van sijn lantslaup, hellenvaurt, und jufferen hijlick. 1730
Woe smaukerigh isset in der lucht, ick loive anners nicht de doir vanner Hellen mout aupen wessen, dat ick nich van mick sein kan, wat luinsche drettigh weder is ditte.



009390 - Anoniem (toegeschreven aan Van Bevervoorde) - Historie van Slenner-Hincke ofte een kluchtige vertellinge van een Westpheelschen bueren soons vojagie naar Hollant, met de greszwade: voorts van sijn lantslaup, hellenvaurt, und jufferen hijlick. 1761
N. Woe smaukerigh isset in der Lucht, ick loive anners nicht de Doir vanner Hellen mout aupen wessen, dat ick nich van mick sein kan, wat luinsche drettigh Wedder is ditte.
S. Got groete dich Nauber, bistu dat dei vom dretterigen wedder kuert?



009400 - F.L. Bianchi (naar het Nederlands van Nicolaas Simon van Winter) - Monzongo, o sia il Re Schiavo. 1790 ca.
Lucente fango, di si lunghi pianti
E di sudori intriso; infame oggetto
Della passion del castiglian, vil’oro:
Giacite là... quante sciagure mai,



009410 - Govert Bidloo (naar het Frans van Saint Jean) - Ariadne. 1684




009420 - Govert Bidloo (naar het Frans van Saint Jean) - Ariadne, zang-spel. Om gespeelt te worden voor het Treur-spel van Monsr de Assesson. 1719
Op Menaden! op Bacchanten!
Wilt uw’ groene veld-hut planten,
Daar de lommer van olijf,
’t Weelderige en gladde lijf



009430 - [Govert Bidloo] - Beschryving der spreekende perzoonen, zangen, danssen, konstwerken en vertoogen. Gevoegd by J. V. Vondels Faëton, of roekelooze stoutheid. 1685a v
’t Werd tijd dat ik het veld verlies,
En ’t and’re deel des waerelds kies,
Wijl de uchtenstond, met haar Gespeelen,
Ontwaakt, om broeders oor te streelen,
En de aard te groeten met een lach,



009435 - Govert Bidloo - Beschryving der spreekende perzoonen, zangen, danssen, konstwerken en vertoogen. Gevoegd by J. V. Vondels Faëton, of roekelooze stoutheid. 1685b v




009440 - Govert Bidloo - Faëton, of reukelooze stoutheid. [...] Met het voorspel, gelyk het tegenwoordig op de schouwburg werd vertoond. 1715a o




009442 - Govert Bidloo - Faëton, of reukelooze stoutheid. [...] Met het voorspel, gelyk het tegenwoordig op de schouwburg werd vertoond. 1715c o
’t Werd tyd dat ik het veld verlies,
En ’t and’re deel des waerelds kies,
Wyl de uchtendstond, met haar Gespeelen,
Ontwaakt, om broeders oor te streelen,



009444 - Govert Bidloo - Faëton, of reukelooze stoutheid. [...]. Met het voorspel, gelyk het tegenwoordig op de schouwburg word vertoond. 1742a o




009446 - Govert Bidloo - Faëton, of reukelooze stoutheid. [...]. Met het voorspel, gelyk het tegenwoordig op de schouwburg word vertoond. 1742b o
’t Werd tyd dat ik het veld verlies,
En ’t and’re deel des waerelds kies,
Wyl de uchtenstond, met haar Gespeelen,
Ontwaakt, om broeders oor te streelen,
En de aard te groeten met een lach,



009448 - Govert Bidloo - Faëton, of reukelooze stoutheid. [...] Met het voorspel, gelyk het tegenwoordig op de schouwburg werd vertoond. 1715b o
’t Werd tyd dat ik het veld verlies,
En ’t and’re deel des waerelds kies,
Wyl de uchtendstond, met haar Gespeelen,
Ontwaakt, om broeders oor te streelen,



009449 - Govert Bidloo - Faëton, of reukelooze stoutheid. [...] Met het voorspel, gelyk het tegenwoordig op de schouwburg werd vertoond. 1715d o




009450 - Govert Bidloo - Fabius Severus. 1719




009460 - Govert Bidloo - Den brand van Trojen. 1719
K. Ia, Agamemnon heeft het volk al op doen breeken,
Veel hutten branden, en tien scheepen af doen steeken.
E. Gewis; Aet gematte Troje, als ’t al dit woelen ziet,
Zal waanen, dat men moede en afgestreeden, vlied.
Maar, ’t is een groote kans, die heden staat te waagen.



009470 - Govert Bidloo (naar het Frans van Pierre Corneille) - De dood van Pompeus. 1684
Het lot verklaard zich, wyl ’t onz heden doed verstaan,
Hoe ’t met den Schoonzoon, en Schoonvader is vergaan,
Toen ’t Godendom verbaast gesplitst scheen door krakkeelen,
Deed hen Pharzaliën in eenen uitzlag deelen,
Die niemand van hen giste: al ’t water ’t welk met bloed
Geverfd, een sneller drift gevoeld in zijne vloed,
Door vriendemoorders, al de waapenen verbrooken,
Al de Adelaars op ’t veld, met doodsche pest ootstooken,
De gantsche waagenburg zoo deerelijk vernield!



009480 - Govert Bidloo (naar het Frans van Pierre Corneille) - De dood van Pompejus. 1719




009490 - Govert Bidloo - Eer- zege- en lykplichten, ter gedachtenisse van wijlen den Ed: Heer M. Adr. de Ruiter, hertog, ridder, lt. admiraal generaal van Holland en West-Vriesland. 1685
Geen Winden ontraaden,
’t Gespeel van de vloeden,
Geen buien beletten,
Den klank der trompeteen,
Wijl Zeeman mag spoeden,
En kielen belaaden.



009500 - [Govert Bidloo] - Fabius Severus. 1680
F. Laat ons in’t buitenhof des Keizers oog ontvlieden.
V. Hier zijn wy veilig, en geen Mensch kan ons bespieden.
Wat onrust drijft uw geest zoo vroeg van ’t zachte bed?
F. Daar heeft de Vorst, noch ik, de voeten opgezet,



009510 - [Govert Bidloo] - Fabius Severus. 1680 ca.
F. Laat ons in ’t buitenhof des Keizers oog ontvlieden.
V. Hier zijn wy veilig, en geen Mensch kan ons bespieden.
Wat onrust drijft uw geest zo vroeg van ’t zachte bed?
F. Daar heeft de Vorst, noch ik, de voeten opgezet,



009540 - Govert Bidloo - De geredde Amsteldamsche maagd, of kragtelooze wil van de Nyd 1741
Indien doorlugtigheên oyt iemand konden trekken,
Zo heb ik, Amstelmaagd, om luiheid zelf te wekken,
Dat zy my komt bezien, wel d’allergrootste kragt.
Heeft iemand geld en tyd met onrust doorgebragt,



009550 - Govert Bidloo - Joost van Vondels lykstacy, by wijze van voorspel. gepast op zijn Joseph. 1679




009560 - [Govert Bidloo] - Karel, erf-prins van Spanje. 1679a d




009570 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1679b d




009580 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1683




009590 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1703
R. Na ’t scheyden van den Raed, wil ons de Koning spreken.
F. Ik vrees, de Geestlijckheit sal ’t werck noch laten steken.
R. Sy sullen haar belang, soo min, als wy ons woord,
Te kort doen; maer eer ons misschien hier ymant stoort,
Is ’t noodig dat wy nu eens middelen versinnen,
Om hare Majesteyt te kunnen brengen, binnen
De kamer van de Prins, ick heb het overdacht,
En daarom oock alhier myn echtgenoot gebracht,
Aan wien ik ’t groot geheim heb, op uw raad, ontvouwen,
Gy moogt aen haer beleyd, dese aenslag wel betrouwen.



009600 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1719




009610 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1726
R. Na ’t scheyden van den Raed, wil ons de Koning spreken.
F. Ik vrees, de Geestlijckheit sal ’t werck noch laten steken.
R. Sy sullen haar belang, soo min, als wy ons woord,
Te kort doen; maer eer ons misschien hier ymant stoort,
Is ’t noodig dat wy nu eens middelen versinnen,



009620 - [Govert Bidloo] - Karel, erf-prins van Spanje. 1729
R. Na ’t scheiden van den Raad, wil ons de Koning spreeken.
F. Ik vreez’, de geestlykheid zal ’t werk noch laaten steeken.
R. Zy zullen haar belang, zoo min, als wy ons woord,
Te kort doen; maar eer ons misschien hier iemand stoort,
Is ’t noodig, dat wy nu eens middelen verzinnen,
Om haare Majesteit te kunnen brengen, binnen
De kamer van de Prins: ik heb het overdacht,
En daarom ook alhier myn echtgenoot gebracht,
Aan wien ik ’t groot geheim heb, op uw raad, ontvouwen.



009630 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1753a v




009635 - Govert Bidloo - Karel, erf-prins van Spanje. 1753b v




009640 - Govert Bidloo - Liefde en trouw. 1719




009650 - Govert Bidloo - Muitery en nederlaag van Midas, koning Onverstand, of comma, punct, parenthesis, zinnespel. 1695




009660 - Govert Bidloo - Muitery en nederlaag van Midas, koning Onverstand, of comma, punct, parenthesis, zinnespel. 1719




009670 - Govert Bidloo - De muitery en nederlaag van Midas, koning Onverstand, of comma, punct, parenthesis. 1723
B. K zie ’t immers wel, wat nieuws is hier?
N. Kom op, kom op, B. ’K zie niet een zier,
Als dit gordijn zoo lang bekeeken,
Dat.... N. Laat ons van het nieuwe spreeken,
B. Al weer wat nieuws, en nooit wat goeds?
N. Uw leven ziet gy ook, goeds moeds,
Geen zaaken aan; wel laat ons kyken;
Lach, alsje hoort een oordeel stryken,
Tot naadeel van het geen gy ziet.



009680 - Govert Bidloo - Naspel op de dood van Pompeus 1684
Zie Caezar, vol van oorlogsdeugd,
Die in Pharzaliën, met vreugd,
Zijn standaard rechte, na zijn degen
De zeege had in ’t veld verkregen:
Maar, die van vorstelijker aard,
Wanneer men aan hem komt vertellen,
Hoe ’t laffe Aegypte ’t hoofd dorst vellen
Van held Pompeus, zelf beweend,
De busch met de asch, en ’t dood gebeent,
Van die hy gaaren had gespaard.



009690 - Govert Bidloo - Naspel, op de dood van Pompeus 1719




009700 - Govert Bidloo (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De prachtige minnaars. 1719
C. Hy schynt in diep gepeins. S. Laat u geen’ waan verblinden.
Ach! Sostrates, daar is voor u geen hulp te vinden;
Uw kwaal is buiten hoop. C. My dunkt, hy spreekt alleen.
S. Helaas! C. Dat zuchten heeft voor zeker groote reên,
Zo ’k niet bedroogen ben. S. Op welk een zwak vertrouwen,
Kunt gy de minste hoop van vergenoeging bouwen?



009710 - Govert Bidloo - Semiramis. 1719




009720 - Govert Bidloo - Vertooningspel op de Vreede, geslooten den 10den van Oegstmaant des jaars 1678 tussen Zijn Alderchrist. Maj: den koning van Vrankrijk, en de Hoog Mog. Heeren Staten der Vereenigde Nederlanden enz. 1678a d
T. Nu zal de Wareld weer een wondre tijd beleven,
S. Mijn drift zig in het hert der Koningen begeven,
De volgende Eeuwen zig ontzetten op mijn naam.
T. Dit Staatelijk Tooneel verheffe uw Troon, en Faam.
H. Hoe zacht legt sich mijn hooft te rust!
Daar uwe wacht mijn zorgen blust,
Daar Overvloed my zegeningen,
En alle wellust op komt dringen.



009730 - Govert Bidloo - Vertooningspel op de Vreede, geslooten den 10den van Oegstmaant des jaars 1678 tussen Zijn Alderchrist. Maj: den koning van Vrankrijk, en de Hoog Mog. Heeren Staten der Vereenigde Nederlanden enz. 1678b d
T. Nu zal de Wareld weer een wondre tijd beleven,
S. Mijn drift zig in het hert der Koningen begeven,
De volgende Eeuwen zig ontzetten op mijn naam.
T. Dit Staatelijk Tooneel verheffe uw Troon, en Faam.
H. Hoe zacht legt sich mijn hooft te rust!
Daar uwe wacht mijn zorgen blust,
Daar Overvloed my zegeningen,
En alle wellust op komt dringen.



009740 - Govert Bidloo - Vertooningspel, op den vreede, geslooten den 10en van Oegstmaand 1678. 1719




009750 - Govert Bidloo - Voorspel op J. V. Vondels Salmoneus. 1685
Schoon wy aan Ops, en Pan verplicht



009760 - Govert Bidloo - Voorspel op J. V. Vondels Salmoneus. 1719
Schoon wy aan Ops, en Pan verplicht,
Hen off’ren onder veldgedicht,
Het reinste uit jonge geit, en lam,
En vrucht’re koe, uit stier, en ram;
Zoo laat ons echter aan Jupijn,
Onz’ Opperheer, gedachtig zyn;



009770 - Govert Bidloo - Voorspel, gevoegt by J. V. Vondels Faëton, of roekelooze stoutheid. 1719




009780 - Govert Bidloo - Vrede en liefde, by wijze van voorspel gevoegd voor Granida en Daifilo van de Hr. P.C. Hooft, [...] Aan den Hr en Mr Jacob Hop, [...] en [...] Izabelle Hooft: getrouwt in Amsterdam den 15 van Oeghstmaand 1684, toegeeïgent door [...] G. Bidloo. 1684 ca.




009790 - Govert Bidloo - Vrede en liefde. 1719




009800 - Govert Bidloo - Welkom in Amsterdam, aan zyn Hoogheid Henrik Casemier, Prince van Nassauw &c. Erfstadhouder, en Capitein Generaaal van de Provintie Van Vriesland &c. Stadhouder en Capitein Generaal van de Provintie van Stad en Landen, mitsgaders Drenthe &c. en Mevrouwe zyne gemalinne Emelia van Anhalt, Geboorne Princesse van Anhalt &c. &c. gespeeld op de Amsterdamsche Schouwburg. 1684




009810 - Govert Bidloo - De zegenpraalende tyd, of twist tussen de rykdom en tyd. 1755




009820 - Govert Bidloo - Het zegepraalende Oostenryk, of verovering van Offen. 1686
Nu d’Ariaansche magt tot weerstand werd gedwongen,
Van roofziek ongediert, en Leeuw, en Adelaar,
De troon van Mahomet durft dreigen met gevaar,
Daar ’t heir van Leopold ten grenze is uit gedrongen,
Zal Buda, de oude wyk der legers, die geslagen
Dien Vorst der voogelen geen weerstand konden biên,
De aardsvyand op haar stroom, en voor haar wallen zien
Om eer, en goed, en bloed hertnekkelyk te waagen;



009830 - Govert Bidloo - Het zegepraalende Oostenryk, of verovering van Offen. 1719




009840 - Govert Bidloo - Opera, op de zinspreuk: zonder spys, en wyn, kan geen liefde zyn. 1686
Houd op! houd op van danssen,
Verwerpt, vertreed uw kranssen;
Nu Ceres my verlaat;
Nu Bromius my haat,



009850 - Govert Bidloo - Opera, op de zinspreuk: zonder spys, en wyn, kan geen’ liefde zyn. 1719
Houd op! houd op van danssen,
Verwerpt, vertreed uw kranssen;
Nu Ceres my verlaat;
Nu Bromius my haat,
Gevoel ik, dat myn gloed.
Eerlang verflauwen moet.



009860 - Cornelis de Bie (naar het Spaans van Onbekend) - Alphonsus en Thebasile, oft her-stelde onnooselheydt. 1673
Wat quelt my in den gheest voor onghestadicheit;
Die my gheluck en vreught jae alle rust ontseyt,
Die my ghedurichlijck bevanght met t’vier der minnen,
Ick sterf soo t’langher duert, helaes waer sijn mijn sinnen.



009870 - Cornelis de Bie (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Armoede vanden graeve Florellus, oft lyden sonder wraeck, vertaelt uyt Lope de Vega, ghenoemt la Pobreza de Reynaldos [...] 1671
C. Sal ick dan noch geen eynd’ van al u clachten sien;
Bedaer u lieve man, terwijlen dat ick dien
Tot u vertroosting in’t verdriet, ’t gen’ ons comt plagen.
F. Dees plagen sullen haest de ziel uyt ’t lichaem jagen,
Ach soetste gemalin! ach tweede ziel! wat pijn
Benout mijn edel borst! ach siet eens hoe wy sijn
In ballinghschap gestelt, onteert en heel geschonden.



009880 - Cornelis de Bie - De allendighe armoede vanden graeve Florellus, gemoemt lyden sonder wraeck. 1671
Den Graeve Florellus Bont-ghenot van Vranckerijck wort ghebannen uyt Parijs door eenich op gheleyt verraet, daer hy (onnoosel sijnde) mede beticht werdt.



009890 - Cornelis de Bie - Klucht van het bedriegelyck-mal. 1710
G. Segt my eens scheeven Neel: hoe schickt gy ’t nu te maken
Meynt ghy met leegh te gaen so aen den kost te raken...
N. Te gaen in root scharlaken soo haest ik ben getrout,
G. Of als een Bedelaar, die schorfte verckens stout:



009900 - Cornelis de Bie - Bedroghe girichheyt in Judas, en de bedwonghe vrintschap in Pilatus. 1694
’T Syn stercke beenen die de welde connen draeghen,
Die ’tniet en connen doen ist eenen last van plaeghen,
Ghelijckmen alle daghen siet aen die ’t goet niet en acht,
En seer onnuttelijck verquist hoe Fortuyn met hun lacht.



009910 - [Cornelis de Bie] - Cluchtighe behendigheyt van twee borsse-snyers die wy noemen Hans Tromp bandiet uyt Vranckrijck. Ende Neel Albedryf Neer-lander, bedrieghende door hunne suptijle dieverije eenen boer en eenen advocaet, ghenoemt den verdraeyden advocaet. Op den sin De valsheyt en t’bedroch verwecken sondich quaet / In’t onrechtveerdigh Hert, dat soeckt sijn eyghen baet. 1673
Daer hebb’ ick met mijn Wijf een Campken uytghestaen en soo lustich gheslaen dat sy ’t lanck sal onthouwen, niemant ter werelt en isser argher aen, als die met boose vrouwen soo averechts sijn ghequelt, ghelijck ick ben ghestelt dat my lanck sal berouwen, hoe seer dat ick nochtans heb huyten leeren touwen, noch is sy my te gouw in ’t heel Europsche Rijck en is geen quader Hoer,



009920 - Cornelis de Bie - Kluchtige behendigheyt van twee borsesnyders en den verdraeyden advocaet. 1723 ca.




009930 - Cornelis de Bie - Beschermde suyverheyt inde twee Heylige Theodora en Didymus, martelaren om ’t Rooms geloof onthooft, op den sin regel. Die om hun Eere in ’t geloof der waerheyt stryden // Die sullen hun met Godt eeuwigh hier naer verblyden. Tot Lier anno 1702. Fert odia verum. 1702
Ontlastingh van swaer sorgh verweckt een soete rust
In’t herte van den mensch: om naer den vollen lust,
Van sijn genegentheyt jet eerlijcks uyt te wercken
Tot voordeel vande siel: dat can ick nu bemercken



009940 - Cornelis de Bie - Beschermde suyverheyt in de HH. Didymus en Theodora om’t Rooms geloof onthoofd. 1722 ca.
Ontlastingh van swaer sorgh verweckt een soete rust
In’t herte van den mensch: om naer den vollen lust,
Van sijn genegentheyt jet eerlijckx uyt te wercken
Tot voordeel vande siel: dat can ick nu bemercken



009950 - Cornelis de Bie - Het bitter lyden Christi oft goddelyck ransoen, derde deel. 1687
Daer sit den machtighen en grootsten Vorst der Joden
Op sijnen gouden Throon, die ons wil sijn gheboden
Doen onderhouden... Wel wat dunckt u van den gast?
Ist niet een fraey postuur?... Seght eens hoe dat u past
Den pur’pren mantel, daer ghy nu sit in-ghedoken,
En hebt soo dickwils van u groote macht ghesproken.



009960 - Cornelis de Bie - Bitter lyden Christi oft goddelyck ransoen der sielen salicheyt. 1687
T’is meer dan plicht voor my



009970 - Cornelis de Bie - Bitter lyden Christi oft goddelyck ransoen, tweede deel. 1687
A. Is dit de Pest van ’t Landt, den valschen menschen Vleyer,
Een Dronckaert, Tooveraer, Wij-suyper, Siel-verleyer,
Die ’t lest op d’aerde wert ghesien tot onse schant?
E.I. Den selven, die sich heeft vermeten t’alle kant
Te wesen een Propheet, geen Wetten doende achten,
Als die hy selver maeckt, allen door duyvels krachten
Die hem besitten..... Sou men so een Fiel en guyt
Niet vatten by den hals? Vervolghens het besluyt
Van u Hooghweerdigheyt met d’ander Ouderlinghen,
In de Vergaederingh geraemt... Dus siet, wy bringhen
Hem hier gevanghen aen uyt Getsemani Hoff



009980 - Cornelis de Bie - T’ Geloofs beproevingh verthoont in de stantvastighe verduldigheyt van de seer edele Roomsche princersse, de H. Eugenia, maghet ende martelaresse. 1702




009990 - Cornelis de Bie - Gheweldighe heerschappye vanden onrechtveerdighen Boris, ghedempt ende ghestraft door den jonghen prince Demetrius als eenighen en rechten erfgenaam van het groot hertoghdom van Moskovien. 1675 ca.
Ick raes van onghedult, hoe sla ick t’spijt vercroppen



010000 - Cornelis de Bie - Goddelyck ransoen der zielen saelicheyt. 1687
Het Gheloof verlicht



010010 - Cornelis de Bie (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Den grooten hertogh van Moskovien, oft geweldige heerschappye. Op het tooneel gebrocht tot Lier. 1672




010020 - Cornelis de Bie - Hans Holblock. 1688




010030 - Cornelis de Bie - Hans Holblock, bestaende in een waen-wijse sottigheyt, en laet-dunckende wijsheyt. 1702




010040 - Cornelis de Bie - Vermakelijcke kluchte van Hans Holblock den geusen predicant. Bestaende in een waen-wijse sottigheyt. 1722 ca.




010050 - Cornelis de Bie - Helse vertooninghe: bestaende, In een Duyvelse Vergaderingh 1708




010060 - Cornelis de Bie - T’dor wert groeyende. Den heyligen ridder Gommarus, patroon der stadt Lier, oft gewillige verduldigheyt. 1670
Nu mijn wraecklustigh hert snackt naer het wapen-velt,
Ist tijdt dat ’t leger-volck sich harnast, en vast stelt
In volle schaderon, om Vrankerijck te temmen
En wat is Paeps gesint in ’t bloet te laten swemmen
Te morselen hun macht, te dempen al dat leeft
Die hem aen mijne croon terstont niet over geeft;



010070 - Cornelis de Bie - Den heylighe Cecilia, oft den spieghel van de eerbaerheydt. 1671
Wat dulle donderaers soo stout sijn, die my quellen
In desen diepen slaep, en myne rust ontstellen,
Ter wylen dat den geest seer vrolijck in het dal
Van Colchos was ghevoert, om op een nieuwe bal
Te dansen handt aen handt, en nu te rugh ghedreven
Om ’t roerloos lichaem het ghevoelen weer te gheven,
Waer in Erebus Soon (den godt van slaep en droom)
Geslopen was, om my van ’t nacht gespoock vol schroom
En yselijck ghevaer een weynigh te bevryden,
Nu wederom ontwaeckt tot jmandts leet en lyden.



010080 - Cornelis de Bie - Cluchte van den ialoursen dief afbeldende d’onghetrouwicheyt bemonden achterclap en onversaefde lichtveerdicheyt der menschen in Reynaldo Plattebors en madam Sacatrap. 1674
Te haest gehout
Al langh berout.
De schup gevaeght
Te laet beclaeght.
Eylaes ick ben getrout dat ick beclaegen magh,
Want noyt en heb ick rust op eenen heelen dagh.



010090 - Cornelis de Bie - Jan Goedthals en Griet syn wyf. 1670




010100 - Cornelis de Bie - Jan Goedthals en Griet syn wyf. 1699 ca.




010110 - Cornelis de Bie - Jan Goedthals en Griet syn wyf. 1719




010120 - Cornelis de Bie - Cluchte van Lauw Scheurbier en Stout Harnas sijn wijf, capiteyn Hinckepoot en sergeant Hellebaert, met Peer Tamboer: Claes Voos-lyf, en Hans Mossel-vangher, Griet Lollaert, en Tryntjen Koesteert, hun vrouwen. Jappen Kyck inde Kan eenen weert Heyntjen Poef, en Thijs Smeer-pot ghenoemt Den Bedroghen Soldaet. 1689




010130 - Cornelis de Bie (naar het Spaans van Agustín Moreto y Cavaña) - Het lichtveerdigh Pleuntjen, en Gys Snuffeleer, oft d’occasie maeckt den dief. 1720 ca.
Den mensch hoe arm hy is zal zelden willen wercken
Als hy de vrolijkheyt komt eenighsins te mercken,
Die niet en daer geschiet, als had hy Munt noch Cruys;
Siet de occasie, die lockt hem uyt den huys:



010140 - Cornelis de Bie - Clucht-wyse comedie vande Mahometaensche slavinne Sultana Bacherach. [Titelplaat: Klucht van het vals trou-bedrog]. 1702
2016



010150 - Cornelis de Bie - Mensch-wordingh. 1699 ca.




010160 - Cornelis de Bie - Cluchte van een misluckt overspel. 1675 ca.
Ick wordt’ half desperaet als ick’t eens gaen bepeysen, hoe menighe reysen dat ik heel nachten sucht en schier mijn selven vlucyt,



010170 - Cornelis de Bie - Neerlandts schouwburgh oft speel tooneel heerlijck opgepronckt, verciert ende geopent by de konstminnende lief-hebbers vande seer edele gulde diemen noemt Den groeyenden boom tot Lyer. 1671




010180 - Cornelis de Bie - Neerlandts schouburgh, oft speel-tooneel heerlijck opgepronckt, verciert ende geopent by de konst-minnende lief-hebbers vande seer edele rethoryk gulde diemen noemt: Den groeyenden boom, tot Lier. 1707




010190 - Cornelis de Bie - Klucht van den nieuw-gesinden doctoor die ik noeme meester Quinten-Quack, en Cortisaan synen bly-geestigen knecht. 1706a v
Al ben ick plomp soo ’t schynt, ick ben subtyl van geest, gelyck ick van mijn eerste jaren heb geweest, schoon ik noyt scholen ging, en lesen can noch schryven, ick maeck een kruysken dat ick weet en sal soo blyven, ick anders niet en can... maer als ick mach van d’Eel Rethorica jet brengen voor den dagh,



010200 - Cornelis de Bie - Klucht van den nieuw-gesinden doctoor die ik noeme meester Quinten-Quack, en Cortisaan synen bly-geestigen knecht. 1706b v
Eenen laetdunckenden Boer van Sottegem uyt t’ landt van Plomperdyen, meynende een groot Poëet te zyn ontmoet een botte Boerin, die hem berispt en uyt-jockt om t’ misverstant sonder kennisse der wetenschap.
B. Al ben ick plomp soo ’t schynt, ick ben subtyl van geest, gelyck ick van myn eerste jaren heb geweest, schoon ick noyt scholen ging, en lesen can noch schryven, ick maeck een kruysken dat ik weet en sal so blyven, ick anders niet en can... maer als ick mach van d’Eel Rethorica jet brengen voor den dagh, dat schoonder is als schoon, dan sulde wonder saecken van myne conste sien, want ick weet rym te maecken van eene groote cracht, daer niemant aen en can... Ick speel d’eerste party in de Comedien.



010210 - Cornelis de Bie - De nieuw-gesinden doctoor die ik noeme meester Quinten-Quack, en Cortisaan synen bly-geestigen knecht. 1720 ca.




010220 - Cornelis de Bie - Klucht van den nieuw-gesinden doctoor, die ik noeme meister Quinten-Quack, en Cortisaen, synen bly-geestigen knecht. 1735 ca.
Al ben ik plomp soo ’t schynt, ik ben subtil van geest, gelyk ik van mijn eerste jaren heb geweest, schoon ik noyt scholen ging, en lesen kan nog schryven, ick maek een kruysken dat ick weet en sal soo blyven, ick anders niet en kan... maer als ick mag van d’Eel Rethorica jet brengen voor den dag,



010230 - Cornelis de Bie - Klucht-wyse comedie van de ontmaskerde liefde in schyn en weerschyn van bedroch in ’t licht gebracht. 1708
D. Een Man gelijck ick ben gekomen tot mijn jaeren,
Vol vrees en sorghe om mijn Dochter te bewaeren,
Die met geweld wil paren, en s’en is my niet veyl
Om reden, dus he ick de oogh altijd in ’t zeyl,



010240 - Cornelis de Bie - Klucht-wyse comedie van de ontmaskerde liefde, in schyn en weerschyn van bedroch. 1720 ca.




010250 - [Cornelis de Bie] - Klucht-wyse comedie van den rampsaligen minnaar. 1706 ca.
’T En is geen wonder dat’er menigh wort bedroghen
Door de lichtveerdigheyt als men een Vyrers logen
te haest gelooft, en brenght de Dochters tot berouw
Als het te laet is, d’welck nu blijckt aen mijne Vrouw:



010260 - Cornelis de Bie - Klucht-wyse comedie van den rampsalighen minnaer. 1707




010270 - Cornelis de Bie - De rampsalighen minnaar. 1708




010280 - Cornelis de Bie - Klucht-wyse comedie van de rampsalighen minnaar. 1721 ca.




010290 - Cornelis de Bie (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Klucht van Roelandt den Clapper, geseyt Hablador Roelando. 1673




010300 - Cornelis de Bie (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Vermakelycke klucht van Roelant den Klapper, oft Hablador Roelando. 1702




010310 - Cornelis de Bie - De Kluchte vanden subtijlen smidt passende op de vindinghe van het maet-gesangh. 1671
Nu mijnen Roffiaen weer ivers is uyt hoeren
Soo gaen ick met den nacht naer ouderwijs eens toeren
En mijnen beenen roeren int dansen op de veel,
Ter wijlen dat den Smit noch sit in het bordeel....



010330 - Cornelis de Bie - Bly-eyndigh en geluck-saligh treur-spel ghenoemt verlichte duysterheyt in ’t leven van de heylige martelaeren Epictetus en Astion. 1706a v
2016



010340 - Cornelis de Bie - Bly-eyndigh en geluck-saligh treur-spel ghenoemt verlichte duysterheyt in ’t Rooms Christen gheloof door de Heylighe Epictetus en de seer edelen en overschoonen Astion. 1706b v
Als ick eens overdenck het wonderlijck vermoghen
Van die t’al heeft ghemaeckt dat wy sien voor ons ooghen,
Te weten Hemel, Aerdt, de Sterren, Son en Maen
Die wy soo hoogh van ons in’t Firmament sien staen,



010350 - Cornelis de Bie - Bly-eyndigh en geluck-saligh treurspel ghenoemt Verlichte duysterheyt in ’t leven van de heylige martelaeren Epictetus en Astion. 1706c d
Als ick eens overdenck het wonderlijck vermoghen
Van die t’al heeft ghemaect dat wy sien voor ons ooghen,
Te weeten, Hemel, Aerdt, de Sterren, Son en Maen
Die wy soo hoogh van ons in’t Firmament sien staen,
Soo ben ik heel verstelt: wie dat den uytghelesen
En grooten Man magh sijn die dit al brocht in wesen
Tot voordeel vanden mensch, en daer van Meester is,
Want ick gheloove datter gheen ghelijckenis
Van sijn Almoghentheydt op d’Aerd’ en is te vinden...



010360 - Cornelis de Bie - Verlichte duysterheyt in ’t leven van de heylige martelaeren Epictetus en Astion. 1721 ca.




010370 - Cornelis de Bie (naar Zuster Maria d’Agreda) - De verlichte waerheydt van Godts vleesch-gheworden woordt inde gheboorte Christi, vol sedighe voor-beelden ende sonderlinghe aen-merkinghen. 1700




010380 - Cornelis de Bie - Den verloren sone Osias, oft bekeerden sondaer. 1689
Die altijt inden bant van t’vaders plicht moet leven
Is als een vaste slaef, dus wil ick my begheven
Tot d’eyghen vrijheydt, om eens naer mijn wil en lust



010390 - Cornelis de Bie - Den verlooren zon Osias, of den bekeerden sondaer. 1800 ca.




010410 - Cornelis de Bie - Wraak van verkrachte kuysheydt bewesen in ’t ramp-salig leven vande princerse Theocrina onteert vanden ontuchtigen en bloetgierigen Amurath en van haer wraak-lustigh vermoort. 1706
Vrindt Clitus, ach! hoe wort met duysent tirannyen
Gepynicht myn gemoet, wat moet een hert al lyen
Geperst door minnen-nydt, dat toomeloos en dol
Als een geterghde leeuw gestooten uyt syn hol



010420 - Cornelis de Bie - Den ramp-saligen onderganck van Tersides coninck van Persen, verweckt door wraek en weder-wraek van Theocrin en Amurath. 1716 ca.




010430 - Cornelis de Bie - Wraak van verkrachte kuysheydt / Ramp-saligen onderganck. 1720 ca.




010440 - Cornelis de Bie - Den rampsaligen ondergank van Tersides koning van Persien, verwekt door vraek en weder-vraek van Theorin en Amurath. 1720 ca.
Vriend Clytus, ach! hoe word met duysend tirannyen
Gepynigd myn gemoed, wat moet een hert al lyen
Geperst door minne-nyd, dat tomeloos en dol,
Als een getergde Leeuw gestooten uyt syn hol,



010450 - Cornelis de Bie - Den rampsaligen ondergank van Tersides koning van Persien, verwekt door vraek en weder-vraek van Theorin en Amurath. 1730 ca.




010460 - Cornelis Pietersz Biens - Piramus en Thisbe. 1623




010470 - Cornelis Pietersz Biens - Piramus en Thisbe. 1635




010480 - Cornelis Pietersz Biens - Trevrspel, van Piramus en Thisbe. Op den reghel, Wie d’eygen herten-lustte yverich betracht, wert lichtelijck daerdoor in prijkelen gebracht. 1640
T’heeft alles sijnen tijt, sijn eyghenschap en wesen,



010490 - [C. Biestkens] - Claas Kloet (derde deel). 1619
Hoe sitten de Vrijsters nu en kijcken op heur neus.
Ick weet sy binnen allegaar zoo beus,
Datse menkaar de ooghen wel souwen wt de kop krabben.
Waarom? maar om datse heur over Claas kloet niet en meugen beslabben.



010500 - [C. Biestkens] - Claas Kloet (derde deel). 1629
Hoe sitten de Vrijsters nu en kijcken op heur neus.
Ick weet sy binnen allegaar zoo beus,
Datse menkaar de oogen wel souwen wt de kop krabben.
Waarom? maar om datse heur over Claas kloet niet en meugen beslabben.



010510 - C. Biestkens - Claas Kloet (derde deel) 1635
Hoe sitten de Vrijsters nu en kijken op heur neus.
Ick weet sy binnen allegaar zoo beus,
Datse menkaar de ooghen wel souwen uyt de kop krabben
Waarom? maar om datse heur over Claas kloet niet en meugen beslabben.



010520 - C. Biestkens - Claas Kloet (derde deel). 1640




010530 - [C. Biestkens] - Claas Kloet (eerste deel). 1619
Ia wel, ja wel, hoe dat dit vollick sit en siet!
Wel vrijsters en vrijers en kenje me niet?
Had icker op e wed ick souje wel inje stoel,, kippen,
Zo stil zitje allegaar en kijckt as ien hoop poel-snippen.



010540 - [C. Biestkens] - Claas Kloet (eerste deel). 1629
Ia wel, ja wel, hoe dat dit vollick sit en siet!
Wel vrijsters en vrijers en kenje me niet?
Had icker op e wed ick souje wel inje stoel,, kippen,
Zo stil sitje allegaer en kijckt as ien hoop poel snippen.



010550 - C. Biestkens - Claas Kloet (eerste deel). 1635
Ia wel, ja wel, hoe dat dit vollick sit en siet!
Wel vrijsters en vrijers en kenie me niet?
Had icker op e wed ick souje wel inje stpel,, [sic] kippen,
Zo stil zitie allegaar en kijckt as een hoop poel,, snippen.



010560 - C. Biestkens - Claas Kloet (eerste deel). 1640




010570 - [C. Biestkens] - Claas Kloet (tweede deel). 1619
Argent d’estuys, de burs, de cam, de nastling,
De miroirs, de schorthaack, de sleutelreeck, de gouw-ring.
Ic gheefse de bon coop a des nobles & boeren,
Voicy de silver mes, & de tout cleur de snoeren.



010580 - [C. Biestkens] - Claas Kloet (tweede deel). 1629
Argent d’estuys, de beurs, de cam, de nastlingh,
De miroirs, de schorthaack, de sleutelreeck, de gou-ring.
Ie gheefse de bon coop a des nobles & boeren,
Voicy de silver mes, & de toute cleur de snoeren.



010590 - C. Biestkens - Claas Kloet (tweede deel). 1635
Argent s’estuye de beurs, de cam, de nastlingh,
De miroirh, de schorthaac, de sleutelreec, de gou-ring.
Ie gheefse de bon coop a des nobles & boeren,
Voicy de silver mes, & de toute cleur de snoeren.



010600 - C. Biestkens - Claas Kloet (tweede deel). 1640




010610 - Anna Bijns [ps.] - Totte leringhe van die driftige Paterkens in het bizondere, die Scandaleuse Hoerengordynxkens wehggescoven, deur Pater Cnipschere. 1792




010620 - Izaak Bilderdijk - Arria en Petus 1790 ca.




010630 - Izaak Bilderdijk - Arria en Petus 1790 ca.




010640 - [Izaak Bilderdijk] (naar het Frans van Marie Anne Barbier) - Tomyris, of de dood van Cyrus. 1763
Ja, hoe de droefheid van my vervoer’, laat ons verstaan,
Wat Cyrus wil zy; en hoe verr’ zyne eischen gaan.
Zyn Afgezant verzoekt gehoor: ’k Wil hem verbeiden.
Aripithes, ga heen, gy zult hem binnen leiden.



010650 - [Izaak Bilderdijk] (naar het Frans van Pierre-Claude Nivelle de la Chaussée) - Het valsch vooroordeel, of de triompherende vrouw. 1762
E. Ach! Gy, Constantia, kunt gy myn voorspraak strtekken?
En pryst gy ’t huuwlyk aan? C. Durft gy ’t in twyfel trekken?
Gy hoont me, en kent my niet, zo gy van veinzery
My, hierïn, houd verdacht. E. Mevrouw, vergeef het my....
,,Rampspoedige Echtgenoote! Ach! Wie kent uwe wonden?



010660 - Mevr. Bilderdijk - Rome sauvé. 1802




010670 - Willem Bilderdijk - Deukalion en Pyrrha 1779




010680 - [Willem Bilderdijk] (naar het Frans van Germain François Poullain de Saint-Foix) - Deukalion en Pyrrha. 1785
Wat hoorde ik!... Welk een droom! - Astrêa... Zij verscheen
Mij zelf’!... ’k zie nog, door ’t bruin der dichte nevels heen,



010690 - Willem Bilderdijk (naar het Grieks van Sophocles) - De dood van Edipus. 1789
Geleideresse van uws blinden vaders schreden,
Ach, zeg mij, welk een’ grond, wat landstreek wij betreden?
Wie werpt mij, balling, thands in ’t beedlen om mijn brood,
’t Benoodigde onderhoud meêwarig in den schoot;
En wijst me, al vrage ik min, tot onderstand van ’t leven,
Met nog geringer af, toch dankbaar voor ’t gegeven?
Helaas! door ramp op ramp en ouderdom gedwee,
Heb ik te wel geleerd, te buigen onder ’t wee! —



010700 - Willem Bilderdijk (naar het Grieks van Sophocles) - Edipus, koning van Thebe. Het oirspronklijk van Sofokles nagavolgd, waar bij gevoegd is eene voorafspraak over het tonelspel der ouden en hedendaagschen. 1779
Gij, Kadmus nageslacht, mijn waardige Onderdanen,
Hoe zit ge dus bij een, versmeltende in uw tranen,
Om ’t hangend hoofd bekranst met heilig offerblad?
Een wolk van wierookdamp vervult de gantsche Stad;
De lucht weêrgalmt alöm van droeve smeekgezangen,
Door bange zucht op zucht en naar gekerm vervangen.



010710 - Willem Bilderdijk (naar het Engels van William Shakespeare) - Hamlets bekende alleenspraak na Shakespear’s Engelsch gevolgd. 1783a o




010720 - Willem Bilderdijk (naar het Engels van William Shakespeare) - Hamlets bekende alleenspraak by Shakespear. Na de Fransche navolging door Voltaire. 1783b o




010730 - Willem Bilderdijk (naar het Engels van William Shakespeare) - Hamlets bekende alleenspraak. 1783c o




010740 - H. Binger (naar het Frans van Jean-Pierre Claris de Florian) - De kinderlijke liefde. 1799
K. De fabelen zyn toch zeer schoon, lieve moeder! zal ik ’er u ook noch eene voorleezen?
E. Zeer gaarne, lieve Karel; doch ’t langdurige overluid leezen mogt u hinderen.
K. Hinderen? Neen, in ’t geheel niet! en als ik moê ben, zal ik wat met u praaten. - Hier, deeze zal ik nocht leezen.



010750 - H. Binger (naar het Duits van S. Centlivre) - De vier voogden. 1803




010760 - Ward Bingley (naar het Frans van Marie-Alex. de Théis) - De belagchelyke tooneelzucht, of de liefhebbery comedie, in de war. 1794
A. Hoe, is ’er nog iemand gekomen?
K. Wat drommel! verveelt het jou dan zo, als je geen menschen ziet?
A. Neen, maar mynheer Karel had beloofd vroeg hier te wezen.
K. Dewyl het van daag werkdag is, zo is het mooglyk dat hy bezig is een bruiloftskleed te verkopen.



010770 - Ward Bingley - De lotery briefjes. 1775 ca.




010780 - Ward Bingley - De lotery briefjes. 1802




010790 - Ward Bingley - Nieuwjaars wensch van Thomasvaer. 1794




010800 - Ward Bingley (naar het Engels van David Garrick) - Het zestienjarig meisje. 1791




010810 - Ward Bingley (naar het Engels van David Garrick) - Het zestienjarig meisje. 1795
K. Dit is de plaats waarheen men ons gewezen heeft; maar, Jan, wat zal ’er nu van my worden, zo ik van haar die ik bemin geen tyding kan bekomen?
J. En van my: begryp dat ik een gehuwd persoon ben, en daarom kan ik zo niet meer tegen de vermoeidheden als voordezen. Maar, mynheer! ik bid zeg my eens waarom gy het leger zo eensklap verliet, zonder my zo veel tyd te gunnen om myn’ knapzak te vullen? Myn gantsche lading bestaat in uw montering, en een half douzyn hemden.



010820 - Steven Blankaart - Luciani droom, ofte Haan. 1679
2016



010830 - Steven Blankaart - Timon. 1679
2016



010840 - Johan Blasius (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - Dubbel en enkkel. 1670
Blinde Homeer, een Dichter by de Griekken,
Had met god Bacchus heimelijk verstand;
Dan dreef sijn geest op Helikonsse wiekken,
Als hy bekranst de kelk had in sijn hand.



010850 - Johan Blasius (naar het Frans / Spaans van Paul Scarron, naar Francisco de Rojas Zorilla) - De edelmoedige vyanden. 1658




010860 - Johan Blasius (naar het Frans / Spaans van Paul Scarron, naar Francisco de Rojas Zorilla) - De edelmoedige vyanden. 1659
P. Ghy wilt dan niet Mevrou, nae dat ick kan bespeuren,
Dat ick magh van u gaen? L. Beatrix sluit de deure.
Neen Heer, ick wil ’et niet. P. Doet s’op. B. ’k En durf niet Heer.
De droes de grendel hael, die dee mijn vinger seer.
P. Beatrix. L. Doetse toe, en past niet op sijn vleyen.
B. S’is toe. Ghy moet, mijn Heer, geen Vrouwspersoon verleyen.
P. Mevrouw die lacht, dat sy mijn wil soo hind’ren magh.
L. Neen. ’t Is maer om een proef van ’t geen u herte sagh.



010870 - Johan Blasius (naar het Frans / Spaans van Paul Scarron, naar Francisco de Rojas Zorilla) - De edelmoedige vyanden. 1662
P. Gy wilt dan niet Mevrow, na dat ik kan bespeure’,
Dat ik mag van u gaan? L. Beatrix sluit de deure,
Neen Heer, ik wil ’et niet. P. Doet ’s op. B. Ik durf niet Heer.
De droes de grendel haal, die dee mijn vinger seer.



010880 - Johan Blasius (naar het Frans / Spaans van Paul Scarron, naar Francisco de Rojas Zorilla) - De edelmoedige vyanden. 1671
P. Gy wilt dan niet Mevrow, na dat ik kan bespeure’,
Dat ik mach van u gaan? L. Beatrix sluit de deure:
Neen Heer, ik wil ’et niet. P. Doet s’ op. B. Ik durf niet Heer.
De droes de grendel haal, die deê mijn vinger seer.



010890 - Johan Blasius (naar het Frans van Gabriel Gilbert) - Het huwlyk van Oroondate en Statira. 1670
R. Men sterve Hesionn’! H. O neen Mevrouw, men leeve!
R. Aan hoe veel dwingers heeft mijn Siel haar opgegeeve!
Vol wanhoop worstelt sy met Staat-sucht, Wraak en Liefd’.
Drie beulen, waar van elk mijn siel by beurten grieft.



010900 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Kaliste. Eerste deel. 1661




010910 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Kaliste. Eerste deel. 1663a d
L. Ik sag bequamer tijt dan dese noyt mijn dagen
Om borstelige Swijns en Harten na te jagen.
Daar komt Kleander. ’k veyns. Heer Ridder sijt gegroet.
K. Den Hemel u beschut. Mijn Heer sijt gy gemoet,
Om op de Iagt te gaan in Hartenrijke bemde’?



010920 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Kaliste. Eerste deel. 1663b d
L. Ik sag bequamer tijt dan dese noyt mijn dagen
Om borstelige Swijns en Harten na te jagen.
Dan komt Kleander. ’k veyns. Heer Ridder sijt gegroet.
K. Den Hemel u beschut. Mijn Heer sijt gy gemoet,
Om op de Jagt te gaan in Hartenrijke bemde?



010930 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Caliste I. 1703




010940 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Kaliste. Tweede deel. 1661




010950 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Kaliste. Tweede deel. 1662
K. Men ga dan saam verselt ter heyl’ge Mis, gy Heeren,
De dag-son maant ons aan om tempelwaart te keeren.
Men vier den Heemel-voogd met vierige gebeên.
D. Heer Ridder. L. Iuffer, hoe! wat porren u voor reên
Hier te verschijnen? D. dit. dees saamgevouwde bladen.



010960 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Kaliste. Tweede deel. 1663
K. Men ga dan saam verselt ter heyl’ge Mis. gy Heeren,
De dag-son maant ons aan om tempelwaart te keeren.
Men vier den Hemel-voogd met vierige gebeên.
D. Heer Ridder. L. Juffer, hoe! wat porren u voor reên
Hier te verschijnen? D. dit. dees saamgevouwde bladen.



010970 - Johan Blasius (naar het Frans van Vital d’Audiguier) - Lysander en Caliste II. 1703




010980 - Johan Blasius (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert) - De malle wedding. 1671
Wat voelt mijn hart een brand!
Hoe roert de koorts en ’t minnen
Mijn siel van binnen,
Die de rust verband,



010990 - Daniel Bleecker - Titus Manlius Torquatus, of de zegepraal der krygstucht. 1799
Gy, waerelddwingers, die uw aanzien, roem en eer
In krygslauwrieren stelt! Romeinen, wien niets meer
Dan ’t dreigend krygsgevaar in ’t strydperk kan behagen!
Gy ziet thans voor uw’ moed een gunstig tydstip dagen.
Een volk, door u sints lang als bondgenoot geächt,
Breekt zyn verbindtenis en spot met uwe magt:
Het waant zich u gelyk in aanzien en vermogen,
En, door dat denkbeeld trots, verblind die waan zyne oogen.



011000 - Dirck Evertsz. van Bleysw ck - Delfsche Broertgens-Kermis. Een refreyn of spels-gewys verhael van de kermis die de Minder-broeders tot Delft des jaers nae de Beeldestormery, te weeten anno 1567, gehouden hebben in het clooster gemaemt het Broer-huys. 1677




011010 - Dirck Evertsz. van Bleysw ck - Delfsche Broertgens-Kermis. Een refreyn of spels-gewys verhael van de kermis die de Minder-broeders tot Delft des jaers nae de Beeldestormery, te weeten anno 1567, gehouden hebben in het clooster gemaemt het Broer-huys. 1677




011020 - Dirck Evertsz. van Bleysw ck - Delfsche Broertgens-Kermis. Een refreyn of spels-gewys verhael van de kermis die de Minder-broeders tot Delft des jaers nae de Beeldestormery, te weeten anno 1567, gehouden hebben in het clooster gemaemt het Broer-huys. 1677




011030 - J. Block - Vreugden-spel ter gelukkige verlossing van H.K.H. Anna, gemalinne van Willem Karel Hendrik Friso, [...] 1743




011040 - Hendrik Bloemaert (naar het Italiaans van Giovanni Baptista Guarini) - Den getrouwen herder. Op nieuws uyt het Italiaensch vertaelt ende gerijmt. 1650
Gaet heen ghy liê, die nu hebt in de klem gedreven
’t vervaerelicke Zwijn, en wilt het teecken geven
Gewoonlick tot de Jacht, en met den Hoorn ontweckt
De oogen, met uw stem de herten tot u treckt.



011050 - Hendrik Bloemaert (naar het Italiaans van Onbekend) - Hannibal den manhaften veld-overste, triomferende in de stadt Capua. 1670




011060 - Augustus Alstenius Bloemertius - Macchiavelli. 1653




011070 - Pieter Boddaert jr. (naar het Frans van Alexander-Vincent Pineu Duval) - De canunnik van Milaan, of de onverwachte avondmaaltijd. 1797
Ach hemel! wat is het toch werkzaam keukenmeid, en vooral keukenmeid by een canunnik te zyn! - De heer Barnabé krygt daar in ’t hoofd om aan twee van zyne vrienden, aan de jonge Caelenie, haar vader, en zyn malle neef Benetto een avondmaal te geeven, en my geeft hy niet eens een noodhulp.



011080 - Pieter Boddaert jr. (naar het Frans van Gabriel Marie Jean Baptiste Legouvé) - De dood van Abel. Naar het Fransch van den burger Legouvé. 1797
Naauwlijks scheemert de morgen, waar gaat gij heenen mijn waarde Abel? Waar gaat gij voor dat het eerste Huisgezin van het wordent Menschdom, het Morgen-gebed alhier tot den Eeuwigen opzend? — Waarom ontrukt gij U de zachten slaap?



011090 - Pieter Boddaert jr. (naar het Duits van Christoph Friedrich Bretzner) - De geesten-bezweerer. Naar het Hoogduitsch van A.G. [sic] Bretzner. 1797
Wie is deeze hemelsche verschijning? — Voleind, voleind Goddelijke betoovenaar! rust een Godheid op uwe lippen? ô Gij hebt mijne ziele getroffen, alle mijne zinnen in mijne ooren getooverd, en mijn geest in streeken vol van bedwelmende luchtbeelden heen gevoerd!



011100 - Pieter Boddaert jr. (naar het Engels van Onbekend) - De geneezing van het hartzeer. 1795 ca.




011110 - Pieter Boddaert jr. (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Macbeth. 1800a v
Mynheer, waar zyn wy toch? — Geen wolk aan ’s hemels bogen
Hield ooit dit aklig woud met zwarter floers omtogen,
Wat hoolen! welk gebergt! — Wat schrik ontstaat in my
By ’t aklig duister van dees doodsche woesteny!



011120 - Pieter Boddaert jr. (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Macbeth. 1800b v




011130 - Pieter Boddaert jr. - Molstein en Kroondorp. 1794




011140 - Pieter Boddaert & Pieter de la Rue (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Atreus en Thyestes. 1716
De dag, dien ik reeds zie ter oosterkimme uitbreeken,
Zal midden schaffen, om my eindelyk te wreeken,
Naar myn begeerte en wensch. de Wind die gunstig keert
Ten goede voor de Vloot, zoo lange vast gemeert



011150 - Matthijs Bode (naar het Frans van François Joseph Chancel, dit La Grange) - Orestes en Pylades, of Iphigenia in Tauris. 1702
Zie nu, Myn Heer, dien dag, na zo veel zorgen, straalen,
Waar op Vorst Thoas van zyn wensch zal zegepraalen;
Waar op die Krygsheld, zo gelukkig door zyn min,
Trouwd, voor het echtaltaar, zyn schoone zielsvriendin.



011160 - Matthijs Bode (naar het Frans van François Joseph Chancel, dit La Grange) - Orestes en Pylades, of Iphigenia in Tauris. 1710
H. Zie ne, myn Heer, dien dag, na zo veel zorgen, straalen,
Waar op Vorst Thoas van zyn wensch zal zegepraalen;
Waar op die Krygsheld, zo gelukkig door zyn min,
Trouwd, voor het echtaltaar, zyn schoone zielsvriendin.



011170 - Matthijs Bode (naar het Frans van François Joseph Chancel, dit La Grange) - Orestes en Pylades, of Iphigenia in Tauris. 1729




011180 - Matthijs Bode (naar het Frans van François Joseph Chancel, dit La Grange) - Orestes en Pylades, of Iphigenia in Tauris. 1750a v
Zie nu, myn Heer, dien dag, na zo veel zorgen, straalen,
Waar op Vorst Thoas van zyn wensch zal zegepraalen;



011190 - Matthijs Bode (naar het Frans van François Joseph Chancel, dit La Grange) - Orestes en Pylades, of Iphigenia in Tauris. 1750b v




011200 - Matthijs Bode (naar het Frans van François Joseph Chancel, dit La Grange) - Orestes en Pylades, of Iphigenia in Tauris. 1784




011210 - Matthijs Bode (naar het Frans van Antoine la Fosse, sieur d’Aubigny) - Polyxena. 1703
Ja, Vorst, uw strydbaare arm bragt Ilium ten val,
En stichte uw krygstropheên op de afgestrede wal.
’t Zyn, naast de Goôn, uw daân, die de overwinning gaven
Op ’t haat’lyk Troje, in asch en smeulend puin begraaven.



011220 - Matthijs Bode (naar het Frans van Antoine la Fosse, sieur d’Aubigny) - Polyxena. 1717
Ja, Vorst, uw strydbaare arm bragt Ilium ten val,
En stichte uw krygstropheên op de afgestrede wal.
’t Zyn, naast de Goôn, uw daân, die de overwinning gaven
Op ’t haat’lyk Troje, in asch en smeulend puin begraaven.



011230 - Matthijs Bode (naar het Frans van Antoine la Fosse, sieur d’Aubigny) - Polyxena. 1740a v




011240 - Matthijs Bode (naar het Frans van Antoine la Fosse, sieur d’Aubigny) - Polyxena 1740b v
Ja, Vorst, uw strydbaare arm bragt Ilium ten val,
En stichte uw krygstropheên op de afgestrede wal.
’t Zyn, naast de Goôn, uw daân, die de overwinning gaven
Op ’t haat’lyk Troje, in asch en smeulend puin begraaven.



011250 - Johanens Bodecher Benning - Dido, oft’ heylloose minnetocht. 1634
Elck dieder sterooght op den swier van ’t sienlijck rond,
Elck die met weetsieck breyn tot in gesloote mond
Der dingen daelt, welcke aerd, oft’ water houd verschoolen,
Elck die door steyle lucth nae tintelende koolen



011260 - B. Boekholt - Minnedichten, speelsgewys vertoont, ter bruyloft van Arent van den Heuvel en Clara Vertange, 9 Aug. 1667. 1667




011270 - Adriaan Boelens - De bedrooge Vryer. 1649
Ick kom hier als verbaest, en heymelijck uytghetooghen,
Om mijn ghesette tijdt en Lief te sien voor ooghen,
Ghelijck sy heeft bestemt de tijdt van hallef acht,
Dies ick haer met vermaeck hier op dees plaets verwacht,
Die nu soo ick vertrouw mijn klacht en smart sal hooren,
En dencken op mijn min so minnelijck uytverkooren:
Waer is ter Wereldt oyt voor Minnaer meer verdriet,
Als dat men van sijn Lief geen wedermin gheniet,
Dan staet men als versuft, men soeckt staegh yet te maecken
Om met gheluck aen ’t endt en minlust te gheraecken.



011280 - Adriaan Boelens - De bedrooge Vryer. 1672
Ick kom hier als verbaest, en heymelijck uytgetogen,
Om mijn gesette tijdt en Lief te sien voor oogen,
Gelijck sy heeft bestemt de tijdt van hallef acht,
Dies ick haer met vermaeck hier op dees plaets verwacht,
Die nu soo ick vertrouw mijn klacht en smart sal hooren,
En dencken op mijn min so minnelijck uytverkooren:
Waer is ter wereldt oyt voor Minnaer meer verdriet,
Als dat men van sijn Lief geen wedermin geniet,
Dan staet men als versuft, men soeckt staeg yet te maecken
Om met geluck aen ’t endt en minlust te geraecken.



011290 - Adriaan Boelens - Den glasen doctoor. 1663




011300 - [Adriaan Boelens] - Klucht van den glasen doctoor. 1678
Myn brief is nu gereedt, gaet brengts’ aen Alexander,
Geefts’ hem in eygen hande, by lijven aen geen ander,
Den inhoudt weetje wel, dat is, ick stel hem voor
Hy ’thuwelijk moet beletten, van nijn, met den Doctoor:
En of mijn vader onderweegh u mocht verrassen,
Doet dan soo ick u sey.



011310 - Adriaan Boelens - Den glasen doctoor. 1679
Myn brief is nu gereedt, gaet brengts’ aen Alexander,
Geefts’ hem in eygen hande, by lijven aen geen ander,
Den inhoudt weetje wel, dat is, ick stel hem voor
Hy’t huwelijk moet beletten, van nijn, met den Doctoor,
En of mijn Vader onderweegh u moght verrassen,
Doet dan soo ick u sey.



011320 - Adriaan Boelens - Nieuwe vertooningen, die op de schouburgh sullen vertoont worden. 1648




011330 - Adriaan Boelens - De klucht van de oneenige-trouw. 1648
G. Nou hoe is het soekje ’t nest Ey, selje gaen so laet het lukken?
I. Dat wilje nouw met jou beste verstandt, maer werentelijck ’t hiele werck raeckt aen stukken.
G. Jy seldt op de Fartel, of ick hekel jou ten huysen uyt.
Voort segh ickje kenje mijn voor jou Man ebruyt.



011340 - Adriaan Boelens - De zes vertooningen die op de schouwburg, door goet vinden van de regeerders, aldaer vertoont zijn den 23 Junij 1648. 1649
Mars komt hier toegerust d’Onnoselheyd bestryen:
Doch d’algewenste Vreê, om Neêrlant te bevryen,
Ontwapent hem terstont, die soo veel gruw’len deê,



011350 - Dominicus Martinus Boeteman - Pollicander. 1733
2016



011360 - Dominicus Martinus Boeteman - Rosamunda, dochter van Anaxartes koninck van Persien. 1732
2016



011370 - Dominicus Martinus Boeteman - Malherus ende Discreta syne huysvrouwe: treur-spel, sal speel-wys verthoont worden door de jonckheyt van Dominicus Martinus Boeteman [...] opghedragen aen de ouders der gheseyde Jonckheyt op den 22 ende 28 september 1733. op het stadt-huys [...]. 1733
2016



011380 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Alexander de Groote. 1693
Hoe! wilt gy om ’t gebied met Alexander dingen;
Wiens macht den heemel tot zyn bystand schynt te dwingen?
Voor wien gantsch Azië deemoedig nederknielt,
Nu hy haar Vorsten heeft verwonnen en vernielt,



011390 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Alexander de Groote. 1699




011400 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Alexander de Groote. 1718




011410 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Alexander de Groote. 1723
Hoe? wilt gy om ’t gebied met Alexander dingen.
Wiens macht den hemel tot zyn bystant schynt te dwingen?
Voor wien gansch Asië deemoedig nederknielt,
Nu hy ’s lants Vorsten heeft verwonnen en vernielt,



011420 - [Abraham Bogaert] - De gewaande droes. 1711
K. Jawel, Juffrouw, ik zie noch niemant te voorschyn komen.
J. Dat ontstelt me ten hoogste, en doet me voor onraad schroomen.
’k Vrees dat hy ’t werk niet wel zal hebben aangeleid;
Want Hendrik schryft, dat hy in alle zekerheid



011430 - Abraham Bogaert - Myrrha, of de gestrafte bloed-schande. 1688




011440 - Abraham Bogaert - Myrrha, of de gestrafte bloed-schande. 1688 ca.




011450 - Abraham Bogaert - Myrrha, of de gestrafte bloed-schande. 1743
Neen, neen, Antenor, ’k ken myn Polinices wel.
Kan zulk een Minnaar op Lavinia zo fel
En wreed wel weezen? neen, zyn diergezwoorene eeden,
Antenor, stellen myn’ verliefde ziel te vreeden.



011460 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Jean Galbert de Campistron) - Phocion. 1743
Wel, zal Agnonides hier op myn bede komen?
Heeft hy van u reeds, wat my herwaarts dryft, vernomen?
En weet hy dat een bange en wettelyke schrik
My voor myn’ vader knaagt, my drukt elk oogenblik?
En dat, nu ’t volgen my zoo wreedt is afgeslagen,
Zyn afzyn my bestelpt met meer dan duizent plaagen?



011470 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - De pleiters. 1695
Ja; ’k zeg als noch, het is een zot die hem vertrouwt
Op dingen die hy hoopt, en niet met ’t oog beschouwt,
En, als een Ezel hem by d’ooren om laat leijen;
Want een die heden lacht, zal morgen zeker schreijen.




011480 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1713
Z. Laat my, Phenicia, ten prooy aan myn ellenden,
Bezwaar myn smarten niet, in stê van ze af te wenden:
Verlaat my doch; uw raadt noch ’t leven dienen niet,
Dan tot vergrooting van myn rampen en verdriet.



011490 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1723
Laat my, Phenicia, ten prooy aan myn ellenden,
En druk myn smarten niet, in stê van ze af te wenden.
Verlaat my toch: uw raadt noch ’t leven dienen niet,
Als tot vergrooting van myn rampen en verdriet.



011500 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1732




011510 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1739a v
Laat my, Phenicia, ten prooy aan myn ellenden:
Bezwaar myn smarten niet, in steê van ze af te wenden:
Verlaat my doch: uw raadt noch ’t leven dienen niet,
Dan tot vergrooting van myn rampen en verdriet.



011520 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1739b v




011530 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1739c v




011540 - Abraham Bogaert (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Rhadamistus en Zenobia. 1782




011550 - [Abraham Bogaert] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Stratonice. 1694
O trótse driften van een éd’le ziel, die nooit
Haar’ wénsch, dan mét een kroon op ’t hooft kan zien voltooit!
Ongrondb’re neigingen van een roemzuchtig herte,
Wiens zórg niet dult, ’t geen haar te laag is!, dan mét smerte,
Hovaardige eerzucht, wiens begeerte zich niet zal
Bepaalen laaten dan mét de omtrek van ’t heel al:
Gy vleit my met een’ Staat, die ik my zie ontrukken;
Ik zal één ander zien regeeren , my verdrukken,
En Stratonice fier in Syrien getreên,
Zal jk nóch dézen dag den rykstroon zien bekleên.
Wat kan uwe ydele vervoeringe my baaten?
Wat doet gy in myn’ hart van alle hoop verlaaten?



011560 - [Anthonie Bogaert] - ’t Nieuwsgierige Aegje. 1679a d
Ia wel dit wachten, schipper, dat zou de droes verdrieten.
Ik bid je, laeten we de snól ereis opschieten,
En met ’et lag deur loopen, wat dunk je? ze kost
Wel twiemael weêrom wezen, van daer ze de hoer haelen most.



011570 - [Anthonie Bogaert] - ’t Nieuwsgierige Aegje. 1679b d




011580 - Anthonie Bogaert - ’t Nieuwsgierige Aegje. 1701




011590 - Boissi - Momus exilé. 1758




011600 - Louis de Boissy - Mélide, ou le navigateur. 1773




011610 - Louis de Boissy - La surprise de la haine. 1772




011620 - Guilielmus Bolognino - Dorothea maeghet ende martelersse. Speelwys verthoont door de jonkheyt van de parochie van S. Ioris. 1641




011630 - Joan Boltingh - Mr. Tiribus. 1665




011640 - Petrus Janssoon Bonné - Beclaegelyke distructie der steden van Belgis en Haerensbeke, die op hedent Haerelbeke genaemt wort. 1753 ca.




011650 - Petrus Janssoon Bonné - Het leven ende doodt vanden glorieusen martelaer Oswaldus coninck van Northumberlandt. 1753




011660 - Reinier Bontius - Belegering ende het Ontset der Stadt Leyden, geschiedt inden Jare 1574. Beginnende den 27. May ende eyndigde den derde Octobris, seer levendigh Afgebeeldt door Reinerius Bontius. 1645
Ay my! wat naeckt mijn weer, wat rampe komt mijn nadre,
Ick hoor een Oorloochs toon, op veel verscheyde radre,
Van Trommel en Trompet, met nare velt geschrey
In dese duystre nacht, ick hoor een groot gegrey,



011670 - Reinier Bontius - Belegering ende het ontset der stadt Leyden. Geschiet in den jare 1574. beginnende den 27 May, ende eyndighde den derden Octobris, seer levendich afgebeelt door Reynerius Bontius. 1646
Ach Hemel! wat een druck! wat onluck zal my naken
Ach! droeve Burgery, comt op u muyren waken,
Een toon op oorloochs maet en nare Veldgeschrey,
Verheft zich om mijn Leen, men hoort een groot gegrey,



011680 - Reinier Bontius - Belegering ende ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jare 1574. beginnende den 27 May, ende eyndighde den derden Octobris daer aen volghende. Seer levendich afgebeelt door Reynerius Bontius. 1647
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorloch is gesticht,
Eerst streed’se voor den Reus; nu voor Godts Ware Licht
En Heylige Gemeent, men heeft nu twintich weecken
Niet dan een felle Krijgh, en Bloet-vlagh op sien steecken



011690 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1652a d




011700 - Reinier Bontius - Belegering ende ontsetting der stadt Leyden. 1652b d
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst streedse voor den Reus; nu voor Gods ware Licht
En Heylige Gemeent, men heeft nu twintigh weecken
Niet dan een felle Krijgh, en Bloetvlagh op sien steecken,



011710 - Reinier Bontius - Belegering ende ontsetting der stadt Leyden. Geschiedt in den jare 1574. beginnende den 27. May, ende eyndighde den 3. Octobris, daer aen volgende. 1656




011720 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. [...] Noyt voor eenige Lief-hebbers soo levendig af-gebeelt. In Valckenburg den 5. Septemb. 1659. 1659 ca.




011730 - Reinier Bontius - Belegering ende ontsetting der stadt Leyden. Geschiedt in den jare 1574. beginnende den 27. May, ende eyndighende den 3. Oct., daer aen volgende. 1659a v
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst streedtse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht
En heylige Gemeent, men heeft in twintigh weecken
Niet dan een felle Krijgh, en Bloetvlagh op sien steecken,



011740 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. [...] alles nae ’t leven ver-beelt, in Valckenburg, den 5. 6. en volgende daegen van September, 1659. 1659b v
’t Schijnt dat dees’ Leytze-stadt tot Oorloog is gesticht,
Eer streetze voor den Reus, nu voor Godts-ware-licht
En Heylige-gemeent’, men heeft in twintig-weecken,
(Door felle Krijg) niet dan een bloet-vlagg’ op zien steecken,
Voor dit bemuyrde-rond’: wat schrickelijck gewelt



011750 - Reinier Bontius - Belegeringh ende ontsettingh der stadt Leyden. De leste druck veel vermeerdert, met de vertooningen. 1660 ca.




011760 - Reinier Bontius - Belegering ende ontsetting der stadt Leyden. 1660a d




011770 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1660b d
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Godts ware licht
En heylige Gemeent. Men heeft in twintig weken
(Door felle Krijg) niet als een bloetvlagh op zien steken,



011780 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1660c d
’t Schijnt dat dees’ Leytze-stadt tot Oorloog is gesticht,
Eerst streetse voor den Reus, nu voor Godts-ware licht
En Heylige-gemeent’, nen heeft in twintig-weecken
(Door felle krijg) niet dan een bloet-vlag op zien steecken,
Voor dit bemuurde-rond’: wat schrickelijck gewelt



011790 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1661a d




011800 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1661b d
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Godts ware licht
En heylige Gemeent. men heeft in twintig weken,
(Door felle Krijg) niet als een bloet-vlagh op sien steken,
Voor dit bemuerde rondt. Wat schrickelijck gewelt



011810 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1663




011820 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden. Geschiedt in den jare 1574. beginnende den 27. May, ende eyndighende den 3. Oct., daer aen volgende. 1664
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst streedtse voor den Reus; nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent’, men heeft nu twintich weecken,
Niet dan een felle Krijgh, en Bloetvlagh op sien steecken



011830 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1667
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent. Men heeft in twintich weken,
(Door felle Krijg) niet als een bloet-vlag op sien steken,



011840 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1669




011850 - Reinier Bontius - Belegeringh ende ontsettingh der stadt Leyden. Den lesten druck veel verbetert, met de vertooninge voor, in, en na ’t spel. 1670 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlogh is gesticht:
Eerst streedse voor den Reus; nu voor Gods ware licht
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weecken
Niet dan een felle Krijgh, en Bloet-vlag op sien steken



011860 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1670a v
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor het ware licht
En heylige Geloof. men heeft in twintig weken
(Door felle Krijg) niet als een bloetvlagh op zien steken,
Voor dit bemuurde rond. Wat schrickelijk gewelt



011870 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1670b v
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor het ware licht
En heylige Geloof. men heeft in twintig weken
(Door felle Krijg) niet als een bloetvlagh op sien steken,



011880 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1671




011890 - Reinier Bontius - Belegering ende ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jare 1574. beginnende den 27 May, ende eyndighde den derden Oct., daer aen volghende. 1674




011900 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1676a d




011910 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1676b d
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Godts ware licht,
En heylige Gemeent. Men heeft in twintig weken
(Door felle Krijgh) niet als een bloet-vlagh op sien steken,
Voor dit bemeurde rondt. Wat schrickelijck gewelt



011920 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1677




011930 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1678 ca.




011940 - Reinier Bontius - Belegeringh ende ontsettingh der stadt Leyden. 1679b o
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlogh is gesticht:
Eerst streedse voor den Reus; nu voor Gods ware licht
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weecken
Niet dan een felle Krijgh, en Bloet-vlag op sien steken



011950 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1682a d
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht
En Heylige Gemeent. Men heeft nu twintich weken,
(Door felle Krijg) niet als een bloet-vlag op sien steken,
Voor dit bemuurde rondt. Wat schrickelijck gewelt



011960 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1682b d




011970 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1682c d




011980 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1684
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlog is gestigt,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Godts ware Licht,
En heylige Gemeent. men heeft in twintig weken
(Door felle Krijg) niet als een bloet-vlag op sien steken,
Voor dit bemuurde rondt. Wat schrickelick gewelt
En bloedt-dorst sag men hier geschieden in het velt!



011990 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1685
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht:
Eerst streedse voor den Reus; nu voor Godts ware licht
En Heylige gemeent: Men heeft nu twintigh weecken,
Niet dan een felle Krijgh, en Bloet-vlagh op sien steken,



012000 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stad Leyden. 1686




012010 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1693a v
Het schijnd dat dese Stad tot Oorlog is gesticht:
Eerst streedse voor den Reus; nu voor Gods ware Licht,
En Heylige gemeent: Men heeft nu twintich weeken
Niet dan een felle Krijg en Bloed-vlag op sien steeken



012020 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden. 1693b v
Het schijnd dat dese Stad tot Oorlog is gesticht:
Eerst streedse voor den Reus; nu voor Gods ware Ligt
En Heylige gemeent: Men heeft nu twintig weeken
Niet dan een felle Krijg en Bloed-vlag op sien steeken
Voor dees Bemuurde Stad: Wat schrikkelijk geweld



012030 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leiden. 1697a d




012040 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden. 1697b d




012050 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1699
Het schijnt dat dese stadt tot oorlog is gesticht,
Eerst vochtse voor de Reus, nu voor Godts ware Licht,
En heylige Gemeent. Men heeft in twintig weken
(Door felle krijg) niet als een bloet-vlag op sien steken,
Voor dit bemuurde rondt. Wat schrikkelijck gewelt



012060 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden. 1700a ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloed-vlag op sien steken,



012070 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden. 1700b ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg, en bloed-vlag op sien steken,



012080 - Reinier Bontius - Belegering, en ontzetting der stad Leyden. 1700c ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor de Reus; nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloed-vlag op sien steken,



012090 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1702a d
Het schynt dat dese Stad tot oorlog is gesticht,
Eerst vocht ze voor den Reus, nu voor het waare Licht,
En heilige Gemeent. Men heeft in twintig weeken
(Door felle kryg) niet als een bloetvlag op zien steeken,
Voor dit bemuurde rond. Wat schrikkelyk geweld



012100 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1702b v




012110 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1702c d
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gestigt:
Eerst streedse voor den Reus: nu voor Godts ware Ligt,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weeken
Niet dan een felle Krijg en Bloed-vlag op sien steeken
Voor dees



012120 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stad Leiden. 1704a v




012130 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stad Leiden. 1704b v
Het schijnt dat dese Stadt tot oorlog is gesticht,
Eerst vochtse voor de Reus, nu voor Godts ware Licht,
En heylige Gemeent. Men heeft in twintig weken
(Door felle krijg) niet als een bloet-vlag op sien steken,



012140 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1707
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle Krijgh, en Bloed-vlag op sien steken,



012150 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jaare 1574. beginnende den 27. May, en eindigende den 3. Oct. daar aan volgende. 1708 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle Krijg en Bloet-vlag op sien steken,



012160 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1719




012170 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1720
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht:
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Gods ware Ligt
En Heylige Gemeent. Men heeft in twintich weken,
(Door felle Krijg) niet als een bloet-vlag op sien steken,
Voor dit bemuurde rondt. Wat schrickelijk gewelt
En bloedt-dorst sagh men hier geschieden in het velt?



012180 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1547. (sic.) beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1720 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlogh is gesticht,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg, en bloed-vlag op sien steken,
Voor dees bemuurde Stad: Wat schrikkelijk gewelt
En bloed dorst sag men al geschieden op het velt!



012190 - Reinier Bontius - Belegering, ende ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jaare 1574. beginnende met den 27. May, ende eyndigende den 3 October, daer aen volgende. 1720 ca.
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlogh is gesticht,
Eerst streetse voor den Reus, nu voor Godts ware Light
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintigh weecken
Niet dan een felle Krijgh en Bloet-vlagh op sien steecken
Voor dees Bemeurde Stadt: Wat schrickelijk gewelt
En Bloet-dorst sagh men al geschieden in het Veldt!



012200 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1720 ca.




012210 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. en 4. October daer aen volgende. 1722 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg, en bloed-vlag op sien steken,



012220 - Reinier Bontius - Beleg en ontset der stadt Leyden. 1726
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlog is gesticht,
Eerst vochtse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht
En Heylige Gemeent. Men heeft nu twintig weken,
(Door felle Krijg) niet als een bloetvlag op sien steken,
Voor dit bemuurde rondt. Wat schrickelijk gewelt



012230 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1729a d
Het schynt dat deze Stad tot oorlog is gesticht,
Eerst vocht ze voor den Reus, nu voor het waare Licht,
En heilige Gemeent. Men heeft in twintig weeken
(Door felle kryg) niet als een bloetvlag op zien steeken,
Voor dit bemuurde rond. Wat schrikkelyk geweld



012240 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1729b d
Het schynt dat deze Stad tot oorlog is gesticht,
Eerst vocht ze voor den Reus, nu voor het waare Licht,
En heilige Gemeent. Men heeft in twintig weeken
(Door felle kryg) niet als een bloetvlag op zien steeken,



012250 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1729c d
Het schynt dat deze Stad tot oorlog is gesticht,
Eerst vocht ze voor den Reus, nu voor het waare Licht,
En heilige Gemeent. Men heeft in twintig weeken
(Door felle kryg) niet als een bloetvlag op zien steeken,
Voor dit bemuurde rond. Wat schrikkelyk geweld



012260 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1729d d
Het schynt dat deze Stad tot oorlog is gesticht,
Eerst vocht ze voor den Reus, nu voor het waare Licht,
En heilige Gemeent. Men heeft in twintig weeken
(Door felle kryg) niet als een bloetvlag op zien steeken,
Voor dit bemuurde rond. Wat schrikkelyk geweld
En bloeddorst zag men hier geschieden in het veld!



012270 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1729e d
Het schynt dat deze Stad tot oorlog is gesticht,
Eerst vocht ze voor den Reus, nu voor het waare Licht,
En heilige Gemeent. Men heeft in twintig weeken
Door felle kryg, niet als een bloetvlag op zien steeken,
Voor dit bemuurde rond. Wat schrikkelyk geweld



012280 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1730




012290 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndighende den 3. Oct., daar aan volgende. 1730 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloed-vlag op sien steken,
Voor dees bemuurde Stad: Wat schrikkelijk gewelt



012300 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1730 ca.
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,
Voor deez’ bemuurde Stadt: Wat schrikkelijk gewelt



012310 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stadt Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, ende eyndighende den 3. en 4. October daer aen volgende. 1731a d




012320 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stadt Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, ende eyndighende den 3. en 4. October daer aen volgende. 1731b d
Het schynt dat dese Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods waare Ligt,
En Heylige Gemeente: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle Kryg en Bloet vlag op zien steken,
Voor dees bemuurde Stad: wat schrikkelyk gewelt,



012330 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der Stad Leyden, geschied in den Jare 1547. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. en 4. October daar aan volgende. Seer levendig Afgebeeld Door Reynerius Bontius. Treur-Bly-Eynde-Spel. Desen laetsen Druck veel verbetert: Verciert met schoone Figuren, en al de Vertooningen, soo voor, in, als na het Spel. 1732 ca.




012340 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1734




012350 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1735 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken
Voor deez’ bemuurde Stad: Wat schrickelijk gewelt



012360 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. en 4. Oct. daer aen volgende. 1735 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg, en bloed-vlag op sien steken,



012370 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daer aen volgende. 1736
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor den Reus, nu voor Gods ware Licht,
En heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,



012380 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1736 ca.
’t Geboeide Nederlant leit voor Duc d’ Alba’s voeten,
En bid om ’t leven; maar den aarts Satan Gravell’
Verhart het wreede hart. Wie zal niet lyden moeten,
Die tot zyn Beulen heeft de Bloedraet en de Hel.



012390 - Reinier Bontius - De belegering en ’t ontset der stadt Leyden. Nieuwelyks overzien, en van grote fouten gesuyvert. 1738




012400 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daer aen volgende. 1740
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En heylige gemeent: men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,
Voor deez’ bemuurde Stadt: wat schrickelijk gewelt



012410 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daar aan volgende. 1740 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heylige Gemeent: men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,
Voor deez’ bemuurde Stad: wat schrickelijk gewelt,



012420 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stad Leyden. 1741 ca.
Het schynt dat deze Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streetze voor de Reus, nu voor Gods waere Ligt
En heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle kryg en bloedvlag op zien steken,



012430 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stad Leyden. Geschied in den jaare 1574. Beginnende den 27 Mey en eindigende den 3 Octo-ber daar aan volgende. 1741 ca.




012440 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daar aan volgende. 1743
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En heylige gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg, en bloedvlag op sien steken,



012450 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574 Beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daer aen volgende. 1745 ca.
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,
Voor deez’ bemuurde Stadt: Wat schrickelijk gewelt
En bloed-dorst sag men al geschiedem op het Veld!



012460 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daar aan volgende. 1746
Het schijnt dat dese Stadt tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige gemeent: Men heeft in twintig weken
Niet dan een felle Krijg, en Bloed-vlag op sien steken,



012470 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1747




012480 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leiden. 1750
Het schynt dat dese Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods waere Lig[t]
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle Krijg en Bloetvlag op sien steeken,
Voor dees bemuurde Stad, wat schrikkelyk geweld,



012490 - Reinier Bontius - De Belegering, en ’t Ontset der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. Mey, en eyndigende den 3. October daer aen volgende. 1750 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware Ligt,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en Bloed-vlag op zien steken,
Voor dees bemuurde Stad: Wat schrikkelijk gewelt,



012500 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574 beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daer aen volgende. 1752 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streedse voor den Reus, nu voor Gods ware Ligt,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en Bloed-vlag op zien steken,
Voor dees bemuurde Stad: Wat schrikkelijk gewelt,



012510 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jare 1574. beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. 1753
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,
Voor deez’ bemuurde Stad: Wat schrickelijk gewelt,



012520 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, geschied in den jaare 1574. beginnende den 27. Mey, en eyndigende den 3. Oct. daar aan volgende. 1755 ca.




012530 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, geschied in den jaare 1574. beginnende den 27. Mey, en eyndigende den 3. Oct. daar aan volgende. 1756
Het scheynd dat deze Stad tot Oorlog is gestigt;
Eerst streedze voor den Reus; nu voor Godts waare Ligt
En Heylige Gemeent’: Men heeft nu Twintig Weeken,
Niet dan een felle Krijg en Bloed-vlag op zien steeken,
Voor deez’ Bemuurde Stad: Wat schrikkelijk geweld



012540 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stad Leyden, Geschied in den Jaare 1574. Beginnende den 27 Mey, en Eindigende den 3 October daar aan volgende. 1758 ca.
Het schynd dat deze Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streed zy voor den Reus, nu voor Gods ware Ligt
En Heilige Gemeent’: Men heeft nu Twintig Weken,
Niet dan een felle Krijg- en Bloed-vlag op zien steken
Voor dees Bemuurde Stad;



012550 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, geschied in den jaare 1574. Beginnende den 27. Mey, en eyndigende den 3. Oct. daar aan volgende. 1759
Het schijnd dat deze stad tot Oorlog is gestigt;
Eerst streed zy voor den Reus; nu voor Gods waare Ligt
En Heilige Gemeent: Men heeft nu Twintig Weken
Niet dan een felle Kryg- en Bloed-vlag op zien steken
Voor deez’ Bemuurde Stad: Wat Schrikkelijk Geweld



012560 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jaare 1574. Beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. October daer aen volgende. 1761 ca.
Het schynt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,



012570 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden. Geschiet in den jaare 1574. Beginnende den 27. May, en eyndigende den 3. Oct. daer aen volgende. Zeer levendig afgebeeld, treur-bly-eindespel, vercierd met schoone figuren en al de vertoningen, zo voor, in, al na het spel. 1765 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Godts waare Licht,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op sien steken,



012580 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, geschied in den jaare 1574. beginnende den 27. Mey, en eyndigende den 3. Oct. daar aan volgende. 1765 ca.




012590 - Reinier Bontius - Belegering en ontsetting der stadt Leyden, geschiet in den jare 1574. beginnende den 27 Mey, en eyndigende den 3 Oct. daer aen volgende. 1769




012600 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, geschied in den Jaare 1554. [sic!] beginnende den 27 Mey, en eindigende den 3 October daar aan volgende. 1770 ca.
Het schijnd dat deeze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streedze voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weeken,
Niet dan een felle Krijg en Bloedvlag op zien steeken,



012610 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden. 1770 ca.




012620 - Reinier Bontius - Beleg en ontzet der stad Leiden. 1771 ca.




012630 - Reinier Bontius - Belegering, en ontsetting der stad Leyden, geschied in den jaare 1574. beginnende den 27. May, en eindigende den 3. October daer aen volgende. 1720 ca.
Het schijnt dat dese Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streedse voor de Reus, nu voor Gods ware Ligt,
En Heylige Gemeent: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle Krijg en bloed-vlag op sien steken,



012640 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stadt Leyden, geschiet in den jaare 1574. beginnende den 27. May, en eindigende den 3. October daar aan volgende. 1780 ca.
Het schynt dat deeze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle krijg en bloedvlag op zien steken,
Voor deez’ bemuurde Stad: Wat schrikkelyk gewelt,



012650 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stadt Leyden, geschiet in den jaare 1574. beginnende den 27. May, en eindigende den 3. October daar aan volgende. 1780 ca.




012670 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stadt Leyden, geschied in den jaare 1574. Beginnende den 27. Mey, en eindigende den 3. Oct. daar aan volgende. 1787




012680 - Reinier Bontius - De belegering en ontzetting der stadt Leyden, geschied in den jaare 1754. Beginnende den 27. Mey en eindigende den 3. October daaraan volgende. 1794
Het schynd dat deze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weeken,
Niet dan een felle Kryg en Bloedvlag op zien steeken,
Voor deez’ bemuurde Stad: wat schrikkelyk geweld!



012690 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stadt Leyden, geschied in den jaare 1554 [sic] [...] 1800




012700 - Reinier Bontius - Belegering en Ontzetting der stadt Leyden, geschied in den jaare 1574. Beginnende den 27 Mey, en eindigende den 3 October daar aan volgende. 1805a d
Het schynt dat deeze Stad tot Oorlog is gestigt,
Eerst streetze voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weeken,
Niet dan een felle Kryg en bloedvlag op zien steeken,
Voor deez’ bemuurde Stad; wat schrikkelyk geweld!



012710 - Reinier Bontius - Belegering en Ontzetting der stadt Leyden, geschied in den jaare 1554. [sic] Beginnende den 27 Mey, en eindigende den 3 October daar aan volgende. 1805b d
Het scheynd dat deeze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetze voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heilige Gemeent: Men heeft nu twintig weeken,
Niet dan een felle Kryg en Bloedvlag op zien steken,
Voor deez’ bemuurde Stad: wat schrikkelyk geweld!



012720 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, voorgevallen in den Jare Vyftien Honderd Vier-en-zeventig, beginnende den Zeven-en-twintigste Mey, en eindigende de Derde October daar aanvolgende. 1810
Het schynt dat deeze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetze voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heylige Gemeent’: Men heeft nu twintig weken
Niet dan een felle Kryg, en Bloedvlag op zien steeken,



012730 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden. Geschied in den jaare 1554. beginnende den 27. Mey, en eindigende den 3 October daar aan volgende. 1820 ca.
Het scheind dat deeze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetse voor de Reus, nu voor Gods waare Licht,
En Heilige Gemeent: Men heeft in twintig weeken
Niet dan een felle Kryg, en Bloedvlag op zien steeken,



012740 - Reinier Bontius - Belegering en ontzetting der stad Leyden, voorgevallen in den jare vyftien honderd vier-en-zeventig, beginnende den zeven-en-twintigste Mey, en eindigende de derde October daar aan volgende. 1821a d
Het schynt dat deze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetze voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heilige Gemeent’: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle Kryg en Bloedvlag op zien steken,



012750 - Reinier Bontius - Belegering en Ontzetting der stad Leyden, geschied in den jaare 1554 (sic.). Beginnende den 27 Mey, en eindigende den 3 October daar aan volgende. 1821b d
Het schynt dat deze Stad tot Oorlog is gesticht,
Eerst streetze voor de Reus, nu voor Gods ware Licht,
En Heilige Gemeent’: Men heeft nu twintig weken,
Niet dan een felle Kryg en Bloedvlag op zien steken,



012760 - Reinier Bontius - De belegering en ontzetting der stad Leijden. 1850 ca.
De trouwe Leidsche Raad, gaat hier eenparig zweren
Met goed en bloed voor ’t Land, de Vryheid en Gods Kerk,
De Spaansche Dwingeland, kloekmoedig af te keeren,
Door Godes wil en magt, die maakt de zwakke sterk.



012770 - Johan Boogert - Coriolaan. 1749
Bevreid van staatsbestuur te bouwen eigen akker,
En buiten zorg en last voor dauw en dag al wakker
Den welgespierden os te spannen voor de ploeg,
Is vry geruster, dan des nagts en ’s morgens vroeg



012780 - [N. Boom] - De bedrieger, bedroogen. 1697 ca.
H. Sel ik wel seker gaan? Je most me niet bedriegen.
E. Ik zeg alles is wel, wy nimmermeer en liegen.
’t Is ver genoeg gebragt, en dat voor d’eerste maal;
’K beloof jou het meisje, al was haar hert als staal:



012790 - Jan Boomhuijs / Pieter Johannes Uylenbroek (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Esther. 1771




012800 - Cornelis Boon (naar het Italiaans van Torquato Tasso) - Amintas. 1722
De harde rots, en de ongevoelge stroom (ik zag ’t)
Antwoordde uit medely op myne droeve klacht.
De kruiden zuchtten. maer nooit zag ik mededoogen
(En kan ik dit geluk wel hoopen voor myne oogen?)



012810 - Cornelis Boon (naar het Italiaans van Torquato Tasso) - Amintas. 1730




012820 - Cornelis Boon (naar het Italiaans van Torquato Tasso) - Amintas. 1732
De harde rots, en de ongevoelge stroom (ik zag ’t)
Antwoordde uit medely op myne droeve klacht.
De kruiden zuchtten. maer nooit zag ik mededoogen
(En kan ik dit geluk wel hoopen voor myne oogen?)



012830 - Cornelis Boon - Dido. 1730




012840 - Cornelis Boon - Dido. 1732




012850 - Cornelis Boon - Eewspel (sic.), op het treurspel van Arminius toegepast. 1699 ca.




012860 - Cornelis Boon - Eewspel (sic), op het treurspel van Arminius toegepast. 1700
Ik voel myn komst hier van een frisser lucht begroeten,
Een zachter aarde kust op deze streek myn’ voeten.
Waar ben ik eindelyk gekomen, na zo veel’
Elenden? in wat oord? in welk een weerelds deel?



012870 - Cornelis Boon - Eeuwspel, op het treurspel van Arminius toegepast. 1730




012880 - Cornelis Boon - Eeuwspel, op het treurspel van Arminius toegepast. 1732




012890 - Cornelis Boon - Kosmus de Medicis. 1730




012900 - Cornelis Boon - Kosmus de Medicis. 1732




012910 - Cornelis Boon - Leiden verlost. 1711
Zo zal men dezen dag op de uitgevaste wallen,
Naar uwe redenen, met alle macht aanvallen!
De stadt, die zo veel leets halsstarriglyk stond door,
Zal men door wapens zien te brengen tot gehoor,



012920 - Cornelis Boon - Leiden verlost. 1730
Alonzo, ja. tans is die derde dag geboren,
Die’t wrevel Leiden door ons stael zal ringelooren.
Vergeefs zal ’t langer zich beroemen zynes moets,
Die ons in dit beleg stond op niet weinig bloets.



012930 - Cornelis Boon - Leiden verlost. 1732
Alonzo, ja. tans is die derde dag geboren,
Die’t wrevel Leiden door ons stael zal ringelooren.
Vergeefs zal ’t langer zich beroemen zynes moets,
Die ons in dit beleg stond op niet weinig bloets.



012940 - Cornelis Boon - Mirra. 1714
Wee my, onzalig kroost! wat dulheit gong my aan!
Tot welken gruwel heeft de liefde my geraân!
Zwait dan myn vader met die heilige gebaren
U in dien vremden schyn op tienmaal tien altaren



012950 - Cornelis Boon - Mirra. 1730




012960 - Cornelis Boon - Mirra 1732




012970 - Cornelis Boon - Timon. 1730




012980 - Cornelis Boon - Timon. 1732




012990 - J. Boonen (naar het Frans van Jean François Regnard) - Sapor. 1737




013000 - Pieter Bor Christiaensz - Twee tragi-comedien in prosa, [d’eene van Appollonius Prince van Tyro, ende d’ander] Van den zelven ende van Tarsia syn Dochter. 1634




013010 - Pieter Bor Christiaensz - Twee tragi-comedien in prosa, [d’eene van Appollonius Prince van Tyro, ende d’ander] Van den zelven ende van Tarsia syn Dochter. 1617




013020 - Pieter Bor Christiaensz - Twee tragi-comedien in prosa, d’eene van Appollonius Prince van Tyro, [ende d’ander Van den zelven ende van Tarsia syn Dochter]. 1617




013030 - Pieter Bor Christiaensz - Twee tragi-comedien in prosa, d’eene van Appollonius Prince van Tyro, [ende d’ander Van den zelven ende van Tarsia syn Dochter]. 1634




013040 - Karel Bor - Joris en Tryntje. 1768
R. Allon Heeren en Dames, neemt uw plaats, en treed maar binnen!
Men zal u niet ophouden, maar aanstonds met het Voorspel beginnen.
J. Ik vond lestmaal een Meisje, ’t was van een ligte trant,
Ik ging met haar spanseeren, en ik kreegze by haar.... hand.



013050 - Karel Bor - Joris en Tryntje. 1768 ca.
R. Allon Heeren en Dames, neemt uw plaats, en treed maar binnen,
Men zal u niet ophouden, maar aanstonds met het Voorspel beginnen.
J. Ik vond lestmaal een Meysje, ’t was van een ligte Trant,
Ik ging met haar spanseeren, en ik kreegze by haar.... hand!



013060 - Pieter Joost de Borchgrave - Frederik soldaat van het leger terugkomende 1803 ca.




013070 - Pieter Joost de Borchgrave - Den schildwacht Nelzon, of de beproefde liefde. 1787 ca.
Zoo dra de blond auroor’ nog drywerf haere straelen op onze aerde verspreyd heeft, zal ik



013080 - Pieter Joost de Borchgrave - De schildwacht Nelzon of de beproefde liefde. 1788 ca.
Zoo dra de blond auror’ nog drywerf haere straelen op onze aerde verspreyd heeft, zal ik, van den dienst myns Konings volkomentlyk ontslagen zyn, dat heug’lyk tydstip bereyken, op welk men myne hand aen die van Adlaïde gaet vervoegen: zoo dra, zegg’ ik, dat mynen dienst vervold zal wezen, bekom ik myne vryheyd en tevens het voorwerp myn’er liefde...



013090 - Pieter Joost de Borchgrave - De verhoorde arme, of het deugdzaem huisgezin. 1801




013100 - Pieter Joost de Borchgrave - De vrugtelooze bewaeking 1800 ca.




013110 - Pieter Joost de Borchgrave - De ware vaderlander. 1788




013120 - Willem van der Borcht - Rosimunda. 1651




013130 - Vander Borght (?) - Joannes Baptista onthoofd. 1764 ca.




013140 - Abraham Bormeester (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Doeden. 1643
’t Is gheen kunst int stick te hincken, betrouw ick vast,



013150 - Abraham Bormeester (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Doeden. 1735
’t Is geen kunst in ’t stick te hinken, betrouw ik vast,



013160 - Abraham Bormeester - Infidelitas, ofte ontrouwe dienstmaagt. 1644




013170 - Abraham Bormeester - Infidelitas, ofte ontrouwe dienstmaagt. 1645
’t Was of men ’t mijn seyde
Dat ik mijn Seelitje sach,
Op een Snyers heyligen dagh:
Haar wel besneeden leden ontkleeden,
Geen lely, nam Seely, haer edelheden,
Zy wasser de perel van ’t land.



013180 - Abraham Bormeester - Infidelitas, ofte ontrouwe dienstmaagt. 1661




013190 - Abraham Bormeester - Infidelitas, ofte ontrouwe dienstmaagt. 1662




013200 - Abraham Bormeester - Infidelitas, ofte ontrouwe dienstmaagt. 1669
’t Was of men ’t mijn seyde
Dat ik mijn Seelitje sach,
Op een Snyers heyligen dagh:
Haar wel besneeden leden ontkleeden,
Geen lely, nam Seely, haer edelheden,
Zy wasser de perel van ’t land.



013210 - Abraham Bormeester - Infidelitas, ofte ontrouwe dienstmaagt. 1678
2016



013220 - Abraham Bormeester - ’t Nieuwsgierig Aegje. 1664a d
A. Breng me scheep taat, hoe is ’t? leet je ’t hagje sincken?
S. Ie hebt je wet ebrouwen Aegt, je meught ’et selfs ook drinken:
Ik gaf je wel verlof, maar sie toe, Aegt, ik seg sie toe.
A. Dat ik veur neem vaar, deynk vry dat ik dat doe,
Wel hey, benje gek, hoe dus, getseegent ’et,
In je iene oog schijnt de son, inne in ’t aar reegent ’et.



013230 - Abraham Bormeester - ’t Nieuws-gierigh Aegje. 1664b d
A. Breng me scheep taat, hoe is ’t? leet je ’t hagje sincken?
S. Je hebt je wet ebrouwen Aegt, je meught ’et selfs ook drinken:
Ik gaf je wel verlof, maar sie toe, Aegt, ik seg sie toe.
A. Dat ik veur neem vaar, deynk vry dat ik dat doe,
Wel hey, benje gek, hoe dus, getseegent ’et,
In je iene oog schijnt de son, inne in ’t aar reegent ’et.



013240 - Abraham Bormeester - ’t Nieuwsgierig Aegje. 1669
A. Breng me scheep taat, hoe is ’t? leet je ’t hagje sincken?
S. Ie hebt je wet ebrouwen Aegt, je meught’et selfs ook drinken:
Ik gaf je wel verlof, maar sie toe, Aegt, ik seg sie toe.
A. Dat ik veur neem vaar, deynk vry dat ik dat doe,
Wel hey, benje gek, hoe dus, getseegent ’et,
In je iene oog schijnt de son, inne in ’t aar reegent ’et.



013250 - Abraham Bormeester (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Sijtje Fobers. 1643




013260 - Abraham Bormeester (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Zijtje Fobers. 1647
F. Ick heb soo dick ’e seyt, inne dat noch mijn ouwe liet,, is,
Dat ’et hier op deuse werrelt niet as ien eeuwigh verdriet,, is.
S. Ja, hoe wel meugjet seggen vaar, ’t is nou ien aare tijt
As in ongse jonge Jeught, daar is niet dat ongs verblijt,
Een mens mach huyens daaghs sijn oogen wel inde Neck dragen,
Wans asme mient datme veur bewaert is, sietment je after ontjagen;



013270 - Abraham Bormeester (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Zytje Fobers. 1720 ca.




013280 - P. Borrekens - Bevattende: De versachte wreetheyt ende Het lyden ons Heere 1675




013290 - Melchior Balthazar van Bortel - Conradus, keyzer van Roomen. 1711




013300 - Melchior Balthazar van Bortel - Cosmophilus, ’s weireldts minnaer. 1734




013310 - Melchior Balthazar van Bortel - De helddadige ende stantvastige princersse Sylvia. 1730 ca.




013320 - Melchior Balthazar van Bortel - Sint Gommaer. 1735




013330 - J.P. Bos (naar het Frans van J. la Rose) - De nationaale conventie. 1795 ca.




013340 - Lambert van den Bos (naar het Latijn van Lucius Annaeus Seneca) - L.A. Senecas Agamemnon 1661
Hier ben ick uytgebraeckt, en weêr om hoogh gesonden,
Uyt Plutoos duyster Rijck, en Tarters nare gronden,
Onseecker wat my meer of min te haten staet.
Den afgrondt vlied ick, ’t licht verfoey ick, en my gaet
Een schrick door dese ziel, een beving door de leden,
Ick sie mijn Vaders Hof, ick sie, ô, ijslickheden!



013350 - Lambert van den Bos - Carel de Negende, anders Parysche Bruyloft. 1645
2016



013360 - Lambert van den Bos - Catilina. 1669




013370 - Lambert van den Bos (naar het Engels van Thomas Tomkis) - Lingua: ofte Strijd tusschen de Tong, En de Vijf Zinnen, om de heerschappij. 1648
T. Holla Pagie! L. Wat belieft Mevrou?
T. Gaet heen ende doet ’t geen ik u bevolen heb.
Bedrieg ikme niet zo zien ik daer ’t Gehoor, ik spreek hem aen.
Hoe zoo spoedig? ik bid u hoord my doch.
G. Tonge, te dikwils slaet ghy op een snaer, dat oude lamme deuntje verdriet my al.



013380 - Lambert van den Bos - Rampzalige liefde ofte Bianca Capellis treurspel. 1649
2016



013390 - Lambert van den Bos - Roode en witte roos, of Lankaster en Jork. 1651
Gelooft my Neef, en dus u waarde Majesteit
En heeft in waarheit gantsch geen reden dat gy schreit;
Ben ik u bloet niet, en van uwe naaste magen?
Is my de zorge van u staat niet opgedragen?



013400 - Lambert van den Bos - Wilhem of gequetste vryheyt. 1662




013410 - Lambert van den Bos - Wilhem of gequetste vryheyt. 1663
Wat druckt u wesen uyt voor ongeneugt en rouw,
Wat quellingh druckt u hart, wat treurigheyt Me-vrouw?
De welstant van u Hof, de staet so sterk aen ’t rijsen,
Schijnt alle kommer hier den wegh voorby te wijsen:
En terght met ongedult des Hemels gramschap niet,
Maer met gerustheyt nut het heyl dat gy geniet.



013420 - [Salomon Bos] (naar het Duits van Karl Friedrich Hensler) - Feest der Braminnen 1798
Brama is onze God alleen!
Uitverkoorenen van Wistnu! Kinderen van den eeuwigen Brama! Heil zy ons, welken door Brama’s donder, de plegtige dag word aangekonidigd,



013430 - [Bernardus Bosch] - Het vaderlandsch gezelschap. 1797
K. Ik heb mijn Burgerhart, wien ’k reeds acht jaaren dien’,



013440 - Joh. de Both Nicolaasz. - Het huwelyk van Mars met de Vrede. 1703




013450 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De ballingschap van Scipio Afrikanus. 1658a v




013460 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De ballingschap van Scipio Afrikanus. 1658b v
Hier kom ik Tisiphon uit d’onderaartse kolk
Door Pluto opgeprest, niet om het wufte volk
De helsche nydigheit vergiftigh in te blazen,
Een ander heeft het graauw alreê verwoet doen razen.



013470 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - Koning Lodewyk in de Griekse A tot Delft. 1659 ca.
Hou! Hola! Pagies Hou! Hou Sant Germain syn snollen?



013480 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaagh van Hanibal. 1653a o




013490 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaag van Hannibal. 1653b o
Manhafte Ridderschap, die met u staale schouders,
Het oude-Helde padt, van u vergode Ouders,
Met onverschrokken moed betreet; waar door dat gy
De rechte Schermheers zyt, der Roomse heerschappy



013500 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaagh van Hannibal. 1658a o




013510 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaagh van Hannibal. 1658b o




013520 - [Jurriaen Bouckart (de Boccard)] - De nederlaag van Hannibal. 1663
Manhafte Ridderschap, die met u staale schouders,
Het oude-Helde padt, van u vergode Ouders,
Met onverschrokken moed betreet; waar door dat gy
De rechte Schermheers zyt, der Roomse heerschappy



013530 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaag van Hannibal. 1666




013540 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaag van Hannibal. 1670 ca.




013550 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaag van Hannibal. 1699




013560 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaag van Hannibal. 1702
Hier opent zich ’t Tooneel des Oorlogs. De Afrikaanen,
En Romers staan gereed, om, met hun strydb’re vaanen,
Te rukken op elkaâr. De dapp’re Hannibal,
staat, als een ys’re rots, in tegenspoeden pal,



013570 - Jurriaen Bouckart (de Boccard) - De nederlaagh van Hannibal. 1726




013580 - Katherina Boudewyns - Hier nae volgen spelen van sinnen, ende gheestelyck dialogus vanden bruygom ende bruyt inder cantycken, gedicht byde voorscreuen ioncfrou, ende ghespeelt te Cameren. 1600 ca.




013590 - Katherina Boudewyns - Een ander schoon spel van sinnen, van twee persoonen, te weten Liefde ende Eendrachticheyt, beclagende desen deirlicken tyt. 1600 ca.




013600 - J. Bouhon - De verliefde Arlekyn, of Arlekyn getransformeert in verscheyde gestaltens. 1759




013610 - Godefridus Bouvaert - Bly-eyndend spel van de minder-jarige Heylige Theresia en haren jongsten broeder Henrico. 1740




013620 - Godefridus Bouvaert - Bly-eyndend spel van de minder-jarige Heylige Theresia en haren jongsten broeder Henrico. 1740
Theresia, vrindinne Theresia,
Verlaet van daeg de stadt van Abula:
Laet uwe Vrinden en uw Vader-landt,
Vertrekt op heden regt na Moore-landt.



013630 - Pieter van Braam (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mariamne. 1774
Dus is ’t gezag, u door Herodes opgedraagen,
Beveiligd, tot zijn komst, voor uwer haatren laagen.
Ik vloog naar Azor, en van daar weêr herwaards aan;
’k Bezocht Samarië en den oorsprong der Jordaan.



013640 - Willem Frans van Brabant - Segenprael der Heylighe Kercke. 1744 ca.




013650 - Hendrik van Bracht (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Fedra en Hippolytus. 1715
Theramenes maak u gereed, want ik verlaat
Het heuchelyk Trezeen. De doodelyke staat
Van myn ontruste ziel, pord my steeds aan; door schaamte
Ontsteekt myn aangezigt, ik wil het naar geraamte



013660 - Hendrik van Bracht - De herstelde vryheid. 1718
Is ’t waar myn Heer, schud nu de koninklyke Troon?
Staat de alvernielb’re Tyd in ’t Harnas, tot uw’ hoon?
En prest hy, heet op wraak, zyn’ bliksemende volken,
Die door hun wapenkreet de donderende wolken



013670 - Hendrik van Bracht (naar het Frans van Onbekend) - Valentiniaan. 1716 ca.
Dus werd myn Stamhuis tot een zuil van onzen Staat,
Tot wellust van het volk, en grondvest van den Raad:
Nu zo veel’ Vorsten, en doorluchtige Barbaaren
Door de Arendstanderen, ten helschen oever waaren:



013680 - Peter Braeckman - Zegen-prael van den heyligen Petrus. prince der apostelen, syne gevangenisse onder den koning Herodes; zynen stryd tegen Simon Magus , ende zyne glorieuse doodt onder den aldervreedsten ende bloed-dorstigen roomsche keyzer Domitius Nero, mids-gaders hunne doodt en ondergang: bly-eyndig treur-spel. 1760 ca.
Aen my is alle macht gegeven op de aerde,
Ook in het Hemel-ryk, hier boven vol van waerde:
Gaet prediken ’t Geloov’ door het g’heel aerdryk;
Leerend’ aen all’ het Volk de waerheyd in publyk:



013690 - Peter Braeckman - Zegen-prael van den heyligen Petrus. prince der apostelen, zyne gevangenisse onder den koning Herodes; zynen stryd tegen Simon Magus , ende zyne glorieuse doodt onder den aldervreedsten ende bloed-dorstigen roomsche keyzer Domitius Nero, mids-gaders hunne doodt en ondergang: bly-eyndig treur-spel. 1764 ca.
Aen my is alle macht gegeven op de aerde,
Ook in het Hemel ryk, hier boven vol van waerde
Gaet prediken ’t Geloov’ door het g’heel aerdryk,
Leerend’ aen all’ het Volk de waerheyd in publiek:



013700 - Peter Braeckman - Zegenprael van den heyligen Petrus prince der Apostelen, syne gevangenis onder den koning Herodes, synen stryd tegen Simon Magus, ende zyne glorieuse dood, onder den aldervreedsten ende bloed-dorstigen roomsche keyzer Domitius Nero, mids-gaders hunne doodt en ondergang: bly-eyndige treur-tragedie. 1769




013710 - [B. Brand [= Petrus (Pieter) de Vos]] - De goddelijcke voorsienigheyd beproeft, in Bertulpho en Ansbertâ. De Deught der Minzaemheyd: en ondersteunt het Voornemen van een vaste Getrouwigheyd. Wordende alles toe-gevoeght aen de Liefde van Christi menscheyd. 1720
Ziel staet-op, laet U ontwecken:
Want, geen rust U en betaemt,
Gy moet desen Dagh vertrecken:
’t Is den Hemel die U praemt.



013720 - [B. Brand [= Petrus (Pieter) de Vos]] - Dry-deeligh zeden-klucht van Paschier en Isabella, toe-gevoeght aen het blyeyndigh treur-spel van Bertulphus en Ansberta. 1722
Vergaderinghe, die hier zijt
Geseten, om wat uwen Tijd
Employ te geven, tot Pleysier,
Aengaende Brlle met Paschier,



013730 - B. Brand [= Petrus (Pieter) de Vos] - Dry-deeligh zeden-klucht van Paschier en Isabella, toe-gevoeght aen het blyeyndigh treur-spel van Bertulphus en Ansberta. Derden druck. Naer het exemplaar van Duynkercke. 1724 ca.




013740 - Geeraerd van den Brande - Gielen leepoogh. 1645 ca.




013750 - Geeraerd van den Brande - La Gitanilla, blij-eyndigh-treur-spel van Constantia (dochter van Don Ferdinandus, d’Asseuede ridder van Calatraua) ghenaemt het Spaens heydinneken, hoe sy ghestolen wesende (naer veel seltsame ghevallen,) ten lesten weder bekent gheworden is: tot groote blijschap van haere ouders. 1649




013760 - Geeraerd van den Brande - Het leven van de H. Maghet Rosalia. 1639 ca.




013770 - Geeraerd van den Brande - Bly-eindich spel van Pales. 1639




013780 - Geeraerd van den Brande - Rosalinde, hertoginne van Savoyen.
1642





013790 - Geeraerd van den Brande - Rosalinde, hertoginne van Savoyen. Ghecomponeert door Geerardum Van den Brande en ten thoon ghevoert door de Liefhebbers van Antwerpen. 1665 ca.




013800 - [Geeraerd van den Brande] - Rosalinde, hertoginne van Savoyen. 1720 ca.
Gelijck den fellen Leeuw, die meester schynt in’t Velt
Sigh selven door den Haen beroert vint en ontstelt,
En gaet sijn hol, of woon, verlaeten en verand’ren,
Door diên hy van Natuer gekant staet met den and’ren;
Soo ben ick schier gestelt in dit mijn ongeval;



013810 - Geeraerd van den Brande - Rosalinde, hertoginne van Savoyen. 1730 ca.




013820 - Geeraerd van den Brande - Rozalinde, hertoginne van Savoyen. 1800 ca.
Gelyk den fellen Leeuw, die meester schynt in’t veld
Zig zelven door den Haen beroerd vind en ontsteld,
En gaet zyn hol of woon verlaeten en verandren,
Doordien hy van natuer gekant staet met den andren;
Zoo ben ik schier gesteld in dit myn ongeval,



013830 - Bernardus Brandt - De bekeering van Augustinus of spiegel van Gods Voorsienigheid. 1680 ca.
Ag Monika mijn vrouw wat raet, segt voor ons beijde
An onsen Augustijn ten hemel te geleijden
My dunkt terwijl het reijs is jong teer ende swak,
En buijgsaam us en heeft niet eenen harden tack,
Dat men niet wagten moet tot dat het steege Quaste
En dat aan alle kant niet heeft als harde Baste.



013840 - Christoffel Brandt - Mustapha en Zeanger. 1756
Wat onrust dryft u hier zo vroeg in d’ uchtendstond?
Wat kwelt u? Waaröp is uw heymlyke angs gegrond?
Daar ’t ons voorspoedig gaat, hebt ge immers niets te vreezen.
Verklaar my uw verdriet: laat my uw’ raadsman weezen,
Of waant gy dat ik u verraaden zou?



013850 - Geeraert Brandt - Beschryving van de zes middelste vertooningen; die, door last der E.E. Heeren burgermeesteren. t’Amsteldam vertoont zijn. 1649a d




013860 - Geeraert Brandt - Beschryving van de zes middelste vertooningen; die, door lasr der E.E. Heeren burgermeesteren. t’Amsteldam vertoont zijn. 1649b d




013870 - Geeraert Brandt - Het taafreel van Bato. 1649




013880 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1645
O Heemel zaagt gy ooit rampzaaliger dan my?
Trouwlooze, onzaalige oom, verraader! hoe dorst gy
Myn strijdb’re vaader zoo vermoorden, en mijn moeder
Misbruiken tot uw boel? geen leeuw was ooit verwoeder
Om uit te gaan op roof, dan die vervloekte schelm,
Die ’t broederlijke bloedt voor nektar uit zijn helm
Opslorpte. ’t zy dan oom of niet, noch zal hy sterven,



013890 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1649
O Hemel! zaagt gy ooit rampsaaliger dan my?
Trouwloose, onsaalige oom, verrader! hoe dorst gy
Myn strijdb’re vader soo vermoorden, en myn moeder
Misbruiken en tot uw boel? geen leeuw was ooit verwoeder
Om uit te gaan op roof, dan die vervloekte schelm,



013900 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1652




013910 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1657a v




013920 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1657b v
O Hemel! zaagt gy ooit rampzaaliger dan my?
Trouwlooze, onzalige oom, verraader! hoe dorst gy
Mijn strijdb’re vader zo vermoorden, en myn moeder
Misbruiken en tot uw boel? geen leeuw was ooit verwoeder
Om uit te gaan op roof, dan die vervloekte schelm,



013930 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1657c d
O Hemel zaagt gy oit rampzaliger dan my?
Trouwlooze, onzalige oom, verraader! hoe dorst gy
Mijn strijtb’re vader zo vermoorden, en myn moeder
Misbruiken tot uw boel? geen leeuw was ooit verwoeder
Om uit te gaan op roof, dan die vervloekte schelm,



013940 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1664




013950 - Geeraert Brandt - De veinzende Torquatus. 1670 ca.
O Hemel! zaagt gy ooit rampzaliger dan my?
Trouwloose, onsalige Oom, verrader! hoe dorst gy
Myn strydb’re vader so vermoorden, en myn moeder
Misbruiken en tot uw boel? geen leeuw was ooit verwoeder
Om uit te gaan op roof, dan die vervloeckte schelm,



013960 - Geeraert Brandt - De veinsende Torquatus. 1720 ca.
2016



013970 - Geeraert Brandt - Veinzende Torquatus. 1725a v




013980 - Geeraert Brandt - Veinzende Torquatus. 1725b v




013990 - [Geeraert Brandt] - De veinzende Torquatus. 1733
O Hemel! zaagt gy ooit rampzaliger dan my?
Trouwlooze, onzalige Oom, verrader! hoe dorst gy
Myn strydb’re vader zo vermoorden, en myn moeder
Misbruiken en tot uw boel? geen leeuw was ooit verwoeder



014000 - Hermannus Franciscus van den Brandt - Bela, prins van Hongarijen. 1678




014010 - Hermannus Franciscus van den Brandt - Eertyds, maer en tegenwoordig. 1689
E. Al heet gy Maer, en al segt gy my duysent maeren,
’K vind billig, dat ik my met Graeggetrouwt gaen paeren.
M. Maer ik... wil... seggen. E. Maer, ey laet uw maeren wat,
Ik ben den rijksten, als gy weet, van d’heele stad,
En se past voor mijn geld m’een erfgenaem te winnen.



014020 - Hermannus Franciscus van den Brandt - De helle-vaart van den grooten vizier. 1684
P. Gy hebt goe neering speçiaal, wilt de Hel zó niet vol raaken,
Zó scheyd’ ik uyt de koopmanschap...... wel hoe! zet gy zó stuurs de kaaken!
Wat let u, spreek rond uyt! Ch. Al wat ik zien, let my,
’T zou Kermis zijn, waar ik een oogenblik maar vry



014030 - Hermannus Franciscus van den Brandt - De herstellinge van de Roomsche religie binnen de stadt Antwerpen. 1658
O Phaenix dezer eeuw! O tweeden Alexander!
Of eer den eersten, was naer u gebaert den ander,
Doorluchte Wreker van de Goddelyke hoon,
Wat zyt gy niet meer waerdt, als hy d’heel weerelds Kroon
Te draegen op uw oofdt, die hy niet had gewonnen,
Had Godes schikking aen u eerst den dag vergonnen,



014040 - Hermannus Franciscus van den Brandt - Het verweirde sothuys van Antwerpen. 1678
Heeft jemant sterffelyckx oyt onder t’ licht der son
Den naem van wys verdient, soo was het Salamon,
Sprack jemant oyt jets waer, hy quam het toen te spreken
Toen hem de waerheyt dwongh, en ons gemeyn’ ghebreken



014050 - Jac. Jaspersen Brasser - De vrolykheid. Voorspel ter eere der doorluchtige jaerfeestvieringe van Wilhelmina Carolina, princesse van Oranje en Nassau, gevierd den XXVIIIsten van Sprokkelmaend 1755. 1755




014060 - [Michiel van Breda] (naar het Frans van Pierre du Ryer) - Themistocles. 1686
A. Gy zult hier aanstonds zien dien Griek, die gy zo acht,



014070 - [Michiel van Breda [of Pieter de la Croix]] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Lubbert Lubbertze, of de geadelde boer. 1686a v
Och, och! hoe lastig is een Juffer tot een vrouw.
Och Lubbert Lubberts! och wat kweld het na berouw!
Fy! fy my! dat ik my zo schandelik liet loeren.
Wat is myn huwelik een les voor alle Boeren,



014080 - [Michiel van Breda [of Pieter de la Croix]] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Lubbert Lubbertze, of de geadelde boer. 1686b v
Och, och! hoe lastig is een Juffer tot een vrouw.
Och Lubbert Lubberts! och wat kweld het na berouw!
Fy! fy my! dat ik my zo schandelik liet loeren.
Wat is myn huwelik een les voor alle Boeren,



014090 - [Michiel van Breda [of Pieter de la Croix]] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Lubbert Lubbertze, of de geadelde boer. 1714




014100 - [Michiel van Breda [of Pieter de la Croix]] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Lubbert Lubbertze, of de geadelde boer. 1721
Och, och! hoe lastig is een Juffer tot een vrouw.
Och Lubbert Lubberts! och wat kweld het naberouw!
Ey! fy my! dat ik my zo schandelyk liet loeren.
Wat is myn huwelyk een les voor alle Boeren,



014110 - [Michiel van Breda [of Pieter de la Croix]] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Lubbert Lubbertze, of de geadelde boer. 1753a v
Och, och! hoe lastig is een Juffer tot een vrouw.
Och Lubbert Lubberts! och wat kweld het naberouw!
Ey! fy my! dat ik my zo schandelyk liet loeren.
Wat is myn huwelyk een les voor alle Boeren,



014120 - [Michiel van Breda [of Pieter de la Croix]] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Lubbert Lubbertse, of de geadelde boer. 1753b v
Och, och! hoe lastig is een Juffer tot een vrouw.
Och Lubbert Lubberts! och wat kweld het naberouw!
Ey! fy my! dat ik my zo schandelyk liet loeren.
Wat is myn huwelyk een les voor alle Boeren,



014130 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Claes Kloet met een rou-mantel, met witte kousen en smeerighe smits-vel an. Al singende. 1622




014140 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Claes Kloet met een rou-mantel, met witte kousen en smeerighe smits-vel an. Al singende. 1629
De rijcke Weeutjes daer is quaet hylicken an,
Sy praten altijt van heur ierste man,
Maer al even-wel ja lieve heertje, ’t was goet te sien dattet gien deegh,, was,
Och ick mocht wel deyncken dat Belle Maeyken veeg,, was,
So vriendelijc sachse my an op ’tlest ’twas te ondeucht, jaat sonder jocken
Och wat noot wast waerse niet so jammerlijck gesturven ande pocken:



014150 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Claes Kloet met een rou-mantel, met witte kousen en smeerighe smits-vel an. Al singende. 1637
De rijcke Weeutjes daer is quaet hylicken an,
Sy praten altijt van heur ierste man,
Maer al evenwel ja lieve heertje, ’twas goet te sien dattet gien deech, was,
Och ick mocht wel deyncken dat Belle Maeyken veech, was,
So vriendelijc sachse my an op ’tlest ’t was te ondeucht, jaat sonder jocken
Och wat noot wast waerse niet so jammerlijck gesturven ande pocken:



014160 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Claes Kloet met een rou-mantel. 1642
De rijcke Weeutjes daer is quaet hylicken an,
Sy praten altijdt van heur ierste man,
Maer al even-wel ja lieve heertje, ’t was goet te sien dattet gien deegh, was,
Och ick mocht wel deyncken dat Belle Maeyken veeg, was,
So vriendelijck sachse my an op ’t lest ’t was te ondeucht, jaa ’t sonder jocken,
Och wat noot wast waerse niet so jammerlijck gesturven ande pocken:



014170 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Claes Kloet met een rou-mantel. 1644
De rijcke Weeutjes daer is quaet hylicken an,
Sy praten altijdt van heur ierste man,
Maer al even-wel ja lieve heertje, ’t was goet te sien dattet gien deech,, was,
Och ick mocht wel deyncken dat Belle Maeyken veeg,, was,
So vriendelijck sachse my an op ’t lest ’t was te ondeucht, jaa’t sonder jocken,
Och wat noodt wast waerse niet so jammerlijck gesturven ande pocken:



014180 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Gheboorte van Luys-bosch alias Robbeknol. 1622




014190 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - De gheboorte van Luys-bosch alias Robbeknol. 1629
Der fiel gebiert is, die wiet gaer viel zoe verzellen,
So doen ic auch, ghy vromer herren und’ gutter gesellen,
Un du eerb’rer wijber, und frissche Maachdeleyn,
Ich wil dier meyn leben erzeyghen, wil du man zoe frieden seyn.



014200 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - De gheboorte van Luys-bosch alias Robbeknol. 1637
Der fiel gebiert is, die wiet gaer viel zoe verzellen,
So doen ic auch, ghy vromer herren und’ gutter gesellen
Un du eerb’re wijber, und frissche Maaghdeleyn,
Ich wil dier meyn leben erzeyghen, wil du man zoe frieden seyn.



014210 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Gheboorte van Luys-bosch alias Robbeknol. 1642
Der fiel ghebiert is, die wiet gaer viel zoe verzellen,



014220 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - De geboorte van Luys-bosch, alias Robbe-knol. 1644
Der fiel gebiert is, die wiet gaer viel zoe verzellen,
So doen ic auch, ghy vromer herren und’ gutter gesellen,
Un do eerb’re wijber, und frissche Maaghdeleyn,
Ich wil dier meyn leven er zeygen, wil du man zoe frieden seyn.



014230 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Griane. 1616
Wet! wet! wet! sey; hoe dus? wat sinnen hier al duytsche francksen?
Wel hoe ist hier, spuel-op een reys mafje, wy sellen de dóót dancksen.
Ick lóóf niet of de hiele halve stadt raackt noch wel op de bien.
Wel hoe kyct duese Muruwert so? heb jy van jou leven gien menschen esien?
Siet hum daar ien reys staan: hoe grynst hy met zyn tangden,
Wel halef-saalige soetert! ay lieven, houwt jouw hangden,



014240 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Griane. Op zyn Spreuck Het kan verkeeren. Eerst Ghespeelt T’Amstelredam. 1621
Wet! wet! wet! sey; hoe dus? wat sinnen hier al duytsche francksen?
Wel hoe ist hier! spuel-op een reys mafje, wy sellen de doot dancksen.
Ick loof niet of de hiele halve stadt raackt noch wel op de bien.
Wel hoe kyct duese Muruwert so? heb jy van jou leven gien menschen esien?
Siet hum daar ien reys staan: hoe grynst hy met zyn tangden,
Wel halef-saalige soetert! ay lieven, houwt jouw hangden,



014250 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Griane. 1622
Wet! wet! wet! sey; hoe dus? wat sinnen hier al duytsche francksen?
Wel hoe ist hier, spuel-op een reys mafje, wy sellen de dóót dancksen.
Ick loof niet of de hiele halve stadt raackt noch wel op de bien.
Wel hoe kyct duese Muruwert so? heb jy van jou leven gien menschen esien?
Siet hum daar ien reys staan: hoe grynst hy met zyn tangden,
Wel halef-saalige soetert! ay lieven, houwt jouw hangden,



014260 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Griane. 1638
Wet!



014270 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Griane, op sijn Spreuck, Het kan verkeeren. 1644
Wet! wet! wet! sey; hoe dus? wat sinnen hier al duytsche francksen?
Wel hoe ist hier, spuel-op een reys mafje, wy sellen de dóót dancksen.
Ick loof niet of de hiele halve stadt raackt noch wel op de bien.
Wel hoe kyct duese Muruwert so? heb jy van jou leven gien menschen esien?
Siet hum daar ien reys staan: hoe grynst hy met zyn tangden,
Wel halef-saalige soetert! ay lieven, houwt jouw hangden,



014280 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Griane. 1678
Wet! wet! wet! sey; hoe dus? wat sinnen hier al Duytschen, Francksen?
Wel hoe is ’t hier? speul op een reys mafje, wy sellen de doodt dancksen.
Ick loof niet of de hiele halve Stadt raeckt noch wel op de bien.
Wel hoe kijckt duese murruwert so? heb jy van jou leven gien menschen esien?
Siet hum daar ien reys staen: hoe grijnst hy met zyn tangden.
Wel hallef-salige soetert! ai lieven, houwt jouw hanghden.



014290 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Hoochduytschen quacksalver. 1619
Anheurt vrumer burger und cauffluy jungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was ghestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrysters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014300 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1620
Anheurt vrumer burger und cauffluy iungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was ghestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrysters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Voor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014310 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1622a d
An



014320 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1622b d




014330 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1622c v
Anheurt vrumer burger und cauffluy iungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was ghestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrysters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014340 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Een soete, doch leerlijcke, en belachelijcke klucht, van een Quacksalver in’t Hoogduyts, ghenaemt Rijckhart vande goude Mynen, met een out man, genaemt droge Lammert, ende van een siecken, gehaemt Ioost den Drucker, waer van dat Rijckhart aldus voortgedaen hebbende, begint te swetsen. 1629
Anheurt vrumer burger und cauffluy iungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was ghestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrysters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ick brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014350 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1637
Anheurt vrumer burger und cauffluy iungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was ghestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrysters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014360 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1642
Anheurt vrumer burger und Cauffluy jungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was gestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrijsters, ghy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014370 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1644
Anheurt vrumer burger und cauffluy jungh und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was ghestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb kumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrysters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umb geldt, den armen gaer umb sunst.



014380 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den hoogduytschen quacksalver. 1678
Anheurt vrumer Burger und Cauffluy jung und alt,
Edel ob unedel, edert sey vom was gestalt,
Hooch ob leech, kleyn und groot, man und weyb keumt anschouwen,
Ghy vryers, gy vrijsters, gy wenaers und weduvrouwen,
Kumt heer vreylich by, ich brauch doch meyn kunst,
Vor dem reycken umd geldt, den armen gaer umb sunst.



014390 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Een huys-man en een barbier. 1622
Myn Botter, mijn Kaes, mijn Hennen, mijn Eyntvogel met mijn Smient,
Daer heb ic al vry wat mier of emaect, dan onse Sijbrech wel mient,
Ick hebber ien moye mors-penning in mijn dief-sack of an een sy esteken.
O gangs bloet hoe heb ick daer die pap-eeters uyt estreken,
Die melck muylen, sy leggen de hiele halven tijt ande mam,
Sy mache gien knoopige Verkens, maer sy mogen wel gortige Ham,
Die lecker tangden, sy wraken het spec om wat gorts of om wat knoopen,
En in de winter comeset ongs ten duyrsten ter vriende bee ofcoopen.



014400 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Vermeerderinh. Een ander klucht. Van een Huys-man en een barbier. 1629
Myn Botter, mijn Kaes, mijn Hennen, mijn Eyntvogel met mijn Smient,
Daer heb ic al vry wat mier of emaect, dan onse sybrich wel mient,
Ick hebber ien moye mors-penning in mijn dief-sac of an een sy esteken.
O gangs bloet hoe heb ick daer die pap-eeters uyt estreken,
Die Melck Muylen, sy leggen de hiele halve tijt ande mam,
Sy mache gien knoppighe Verken, maer se mogen wel gortighe Ham
Die lecker tangden, sy wraken het Speck om wat gorts of om wat knoopen,
En in de winter comeset ongs ten duyrsten ter vriende bee oft coopen.



014410 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Vermeerderingh. Een ander klucht. Van een Huys-man en een Barbier. 1637
Myn Botter



014420 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Een huysman en een barbier 1642




014430 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Huysman en een barbier. 1644
Myn Botter, mijn Kaes, mijn Hennen, mijn Eyntvogel met mijn Smient,
Daer heb ic al vry wat mier of emaect, dan onse Sijbrech wel mient,
Ick hebber ien moye mors-penning in mijn dief-sack of an een sy esteken.
O gangs bloet hoe heb ick daer die pap-eeters uyt estreken,
Die melck muylen, sy leggen de hiele halven tijt ande mam,
Sy mache gien knoopige Verkens, maer sy mogen wel gortige Ham,
Die lecker tangden, sy wraken het spec om wat gorts of om wat knoopen,
En in de winter comeset ongs ten duyrsten ter vriende bee ofcoopen.



014440 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Klucht van een huysman en een barbier. 1678




014450 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Over-gesette Lucelle. 1616
Na dat ick ’t in de schaal mijns kennis heb gewoegen,
Vind ick hier voor de mensch, het opperste genoegen
Gelegen int gesicht: want huyden morgen heeft
Oochschijnlijck my vertoont de schoonste die daar leeft.
O ongelooflijck ding! die swinck die gaf my tevens
In een blick tijts meer vreuchts, als al de lust mijns levens.



014460 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Over-gesette Lucelle. 1619




014470 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Lucelle. 1621




014480 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Over-gesette Lucelle. 1622
Na dat ick ’t in de schaal mijns kennis heb gewoegen,
Vind ick hier voor de mensch, het opperste genoegen
Gelegen int gesicht: want huyden morgen heeft
Oochschijnlijck my vertoont de schoonste die daer leeft
O ongelooflijck ding! die swinck die gaf my tevens
In een blick tijts meer vreuchts, als al de lust mijns levens,



014490 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Overghesette Lucelle. Op het Woordt: Schijn Bedrieght. 1632
Nadat ick ’t in de schaal mijns kennis heb ghewoegen,
Vind ick hier voor de mensch, het opperste ghenoegen
Gheleghen in ’t ghesicht: want huyden-morgen heeft
Oogschijnlijc my vertoont de schoonste die daer leeft.
O ongelooflijck ding! die swinck die gaf my tevens
In een blick tijts meer vreuchts, als al de lust mijns levens.



014500 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Overghesette Lvcelle. 1638
Na dat



014510 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Lucelle, [...] Op het Woordt: Schijn bedrieght. 1644
Na dat ick ’t in de schaal mijns kennis heb gewoegen,
Vind ick hier voor de mensch, het opperste genoegen
Gelegen int gesicht: want huyden morgen heeft
Oochschijnlijck my vertoont de schoonste die daar leeft.
O ongelooflijck ding! die swinck die gaf my tevens
In een blick tijts meer vreuchts, als al de lust mijns levens.



014520 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Lucelle. 1645




014530 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Frans van Louis Le Jars) - Lucelle. 1678
Na dat ick ’t inde schael mijns kennis heb gewoegen,



014540 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Klucht, ghenaemt den molenaer. 1618
Ick heb gheloopen dat ick sweet, o mijn! ick bin soo moe:
En nou ick uyter weer gegaen bin nou is juyst de poort toe:
Ja wel ick bin uyt mijn aem, so geweldich heb ick geloopen.
Ja wel op andere plaetsen kanmen de poort om een pijntjen op koopen.
Dit is te byster voor de reysende man, en burgers verdriet.
Wat sal ick doen, in een herbergh gaen? dat durf ick niet,
En ick heb hier geen kennis daer ik slapen mach of vernachten.



014550 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Meulenaer. 1619
Ick heb gheloopen dat ick sweet, o mijn! ick bin soo moe:
En nou ick uyter weer gegaen bin nou is juyst de poort toe:
Ja wel ick bin uyt mijn aem, so geweldich heb ick geloopen,
Ja wel op andere plaetsen kanmen de poort om een pijntjen op koopen.
Dit is te byster voor de reysende man, en burgers verdriet.
Wat sal ick doen, in een herbergh gaen? dat durf ick niet,
En ick heb hier geen kennis daer ik slapen mach of vernachten.



014560 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Molenaer. 1620




014570 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den meulenaer. 1622a d
Ick



014580 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den molenaer. 1622b d




014590 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Klucht van den molenaer. 1622c v
Ick heb gheloopen dat ick sweet, o mijn! ick bin so moe:
En nou ic uyter weer gegaen bin nou is iust de poort toe
Ja wel ic bin uyt myn aem, so geweldich heb ic geloopen
Op andere plaetsen kanmen de poort om een pijntien op koopen,
Dit is te byster voor de reysende man, en burgers verdriet.
Wat sal ic doen, in een herreberg gaen? dat durf ick niet,
En ick heb hier gheen kennis daer ick slapen mach of vernachten.



014600 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Klucht van den molenaer. 1629
Ick heb gheloopen, dat is sweet, o mijn! ick bin so moe:
En nou ic uyter weer gegaen bin, nou is iust de poort toe
Jae wel ic bin uyt myn aem, so geweldich heb ic geloopen
Op andere plaetsen kan men de poort om een pijntien op koopen,
Dit is te byster voor de reysende man, en burgers verdriet
Wat sal ic doen, in een herreberg gaen? dat durf ick niet,
En ick heb hier gheen kennis daer ick slapen mach of vernachten.



014610 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den molenaer. 1637
Ick heb



014620 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den molenaer. 1642




014630 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den molenaer. 1644
Ick heb geloopen, dat is sweet, o mijn! ick bin soo moe:
En nou ick uyter weet gegaen bin, nou is just de poort toe.
Jae wel ick bin uyt mijn aem, soo gheweldigh heb ick gheloopen,
Op andere plaetsen kan men de poort om een pijntjen op-koopen,
Dit is te bijster voor de reysende man, en burgers verdriet,
Wat sal ick doen, in een herrebergh gaen? dat durf ick niet,
En ick heb hier geen kennis daer ik slapen mach of vernachten.



014640 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Den meulenaer. 1678
Ick heb geloopen, dat ik sweet, o mijn! ick bin soo moe:
En nou ick uyter weeg gegaen bin, nou just de poort toe.
Jae wel ick bin uyt mijn aem, soo geweldigh heb ick geloopen,
Op andere plaetsen kan men de poort om een pijntjen op-koopen,
Dit is te bijster voor de reysende man, en burgers verdriet,
Wat sal ick doen, in een herrebergh gaen? dat durf ick niet,
En ick heb hier geen kennis daer ik slapen mach of vernachten.



014650 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje, waar in hy Terentii Eunuchum heeft nae-ghvolght. 1617
Wel wat sal ick dan doen? sal icker gaen of niet
Nu sy myn uyt haer selfs en vrye wil ontbiet?
Of wil ’k myn sotte lust met reden nu besnoeren
En vlieden het bedroch der afgherechter hoeren?
Die lóóslijck met myn spot, als ick tot harent kom
Dan sluytse myn voor deur, dan roeptse myn weerom,
En set my tóót op tóót en loopt by andere pollen.
Ick weet niet hoe ick wil, soo is myn kop op rollen!



014660 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje, waar in hy Terentii Eunuchum heeft nae-ghevolght. 1620




014670 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1622
Wel wat sal ick dan doen? sal icker gaen of niet
Nu sy mijn uyt haer selfs en vrye wil ontbiet?
Of wil ’k mijn sotte lust met reden nu besnoeren
En vlieden het bedroch der afgherechter hoeren?
Die loflijck met mijn spot, als ick tot harent kom
Dan sluytse mijn voor deur, dan roeptse mijn weerom,
En set my toot op toot en loopt by andere pollen.
Ick weet niet hoe ick wil, soo is myn kop op rollen,



014680 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje, waar in hy Terentii Eunuchum heeft nae-ghevolght. 1633
Wel wat sal ick dan doen? sal icker gaen of niet
Nu sy mijn uyt haer selfs en vrye wil ontbiet?
Of wil ’k mijn sotte lust met reden nu besnoeren
En vlieden het bedroch der afgherechter hoeren?
Die looslijck met mijn spot, als ick tot harent kom
Dan sluytse mijn voor deur, dan roeptse mijn weerom,
En set my toot op toot en loopt by andere pollen.
Ick weet niet hoe ick wil, soo is myn kop op rollen!



014690 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1638
Wel wat



014700 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1644
Wel wat sal ick dan doen? sal icker gaen of niet
Nu sy myn uyt haer selfs en vrye wil ontbiet?
Of wil ’k myn sotte lust met reden nu besnoeren
En vlieden het bedroch der afgherechter hoeren?
Die lóóslijck met myn spot, als ick tot harent kom
Dan sluytse myn voor deur, dan roeptse myn weerom,
En set my tóót op tóót en loopt by andere pollen.
Ick weet niet hoe ick wil, soo is myn kop op rollen!



014710 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1646




014720 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1662
Wel wat sal ick dan doen? sal ick’er gaen of niet,
Nu sy mijn uyt haer selfs en vrye wil ontbiet?
Of wil ’k mijn sotte lust met reden nu besnoeren,
En vlieden het bedroch der afgerechte Hoeren?
Die loos’lijk met mijn spot, als ick tot harent kom
Dan sluytse mijn voor deur, dan roeptse mijn weêrom,
En set my toot op toot en loopt by and’ere pollen,
Ick weet niet hoe ick wil, soo is myn kop op rollen;



014730 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1663
Wel wat sal ick dan doen? sal ick’er gaen of niet,
Nu sy mijn uyt haer selfs en vrye wil ontbiet?
Of wil ’k mijn sotte lust met reden nu besnoeren,
En vlieden het bedroch der afgerechte hoeren?
Die loos’lijk met mijn spot, als ick tot harent kom
Dan sluytse mijn voor deur, dan roeptse mijn weerom,
En set my toot op toot, en loopt by and’ere pollen,
Ick weet niet hoe ick wil, soo is myn kop op rollen;



014740 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Moortje. 1678




014750 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Rodd’rick ende Alphonsvs. 1616
’t Herdencken vande vreught, van ons voorleden leven
Plach ’t onghetroost ghemoedt somtijdts wat vreughd’ te gheven,
Soo doet het oock an my, die vaack hier voormaels plach
Met d’opgang van de Son, in’t kriecken van den dagh,
Op een gheoeffent Paart, met snelle Hase-winden,
Te ruyschen door het Bosch, om t’ schuwe Wilt te vinden.



014760 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - G.A. Brderoos [sic] Treur-spel van Rodd’rick ende Alphonsus. 1620
Therdencken vande vreucht, van ons voorleden leven
Placht ’t ongetroost gemoet somtijts wat vreughd’ te gheven
So doet het oock an my, die vaack hier voormaals plach
Met d’opgangh vande Son, int kriecken van den dach,
Op een gheoeffent Paart, met snelle Hase-winden,
Te ruyschen door het Bosch, om ’t schuwe Wildt te vinden.



014770 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Rodd’rick ende Alphonsus. 1622
t Herdencken vande vreucht, van ons voorleden leven
Plach ’tonghetroost ghemoet somtijts wat vreughd’ te gheven
So doet het oock an my, die vaack hier voormaals plach
Met d’opgangh vande Son, int kriecken vanden dach,



014780 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Rodd’rick ende Alphonsus. 1637a o
t Herdencken vande vreucht, van ons voorleden leven
Placht ’tonghetroost gemoet somtijts wat vreughd’ te gheven
So doet het oock an my, die vaack hier voormaals plach
Met d’opgangh vande Son, int kriecken vanden dach,
Op een gheoeffent Paart, met snelle Hase-winden,
Te ruyschen door ’t Bosch om t’ schuwe Wildt te vinden,



014790 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Roddrick ende Alphonsvs. 1637b o




014800 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Roddrick ende Alphonsus, op de reghel: De vrunden moghen kijven, maar moeten vrunden blijven. 1644
’t Herdencken vande vreught, van ons voorleden leven
Plach ’t onghetroost ghemoedt somtijdts wat vreughd’ te gheven,
Soo doet het oock an my, die vaack hier voormaels plach
Met d’opgang van de Son, in’t kriecken van den dagh,
Op een gheoeffent Paart, met snelle Hase-winden,
Te ruyschen door het Bosch, om t’ schuwe Wilt te vinden.



014810 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Rodd’rick ende Alphonsus. 1678
’t Herdencken vande vreught, van ons voorleden leven,
Placht ’t ongetroost gemoedt somtijdts wat vreugd’ te geven,
Soo doet het oock an my, die vaeck hier voormaels plach
Met d’opgang van de Son, in’t kriecken van den dagh,
Op een gheoeffent Paert, met snelle Hase-winden,
Te ruyschen door het Bosch, om ’t schuwe Wilt te vinden.



014820 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Italiaans van Pietro Aretino) - Schyn-heyligh. 1624
Waer zijn nu dese guyts? Ick krijt mijn keel schier schor,
Isser wel yemant t’ huys, denck ick, van al ’t gesnor,
Van Jonghes en van Knechts? Ick segh by mijnder trouwen,
Die niet wil zijn gedient, die moet veel Boden houwen.
Want t’ wijl den eenen schudd’ laet op den ander staen,
So komt de sorg en ’t werck vast op het Heerschap aen.
Waer is al dit gejach? Slockspeck? Dach-dief? Quistijt?



014830 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Italiaans van Pietro Aretino) - Schyn-heylich. 1637
Waer zyn nu dese guyts? ick kryt myn keel schier schor,
Isser wel yemandt t’ huys, denck ick, van al ’t gesnor,
Van Jonghes en van Knechts? Ick segh by mynder trouwen,
Die niet wil zyn ghedient, die moet veel boden houwen,
Want t’ wijl den eenen schud’ laet op den ander staen,
So komt de sorgh en ’t werck vast op het Heerschop aen.
Waer is al dit gejach? Slockspeck Dach-dief? Quistyt?



014840 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Italiaans van Pietro Aretino) - Schijn-heyligh/ Op den reghel: Onder een schijn van Heyligheyt, So wort den mensch veeltijts verleyt. 1644
Waer zijn nu dese guyts? Ick krijt mijn keel schier schor,
Isser wel yemant t’ huys, denck ick, van al ’t gesnor,
Van Jonghes en van Knechts? Ick segh by mijnder trouwen,
Die niet wil zijn gedient, die moet veel Boden houwen.
Want t’ wijl den eenen schudd’ laet op den ander staen,
So komt de sorg en ’t werck vast op het Heerschap aen.
Waer is al dit gejach? Slockspeck? Dach-dief? Quistijt?



014850 - Gerbrand Adriaensz. Bredero (naar het Italiaans van Pietro Aretino) - Schyn-heyligh, Op den Regel: Onder een schijn van Heyligheyt, Soo wort den mensch veeltijts verleyt. 1678
Waer zijn nu dese guyts? ick kryt myn keel schier schor,
Isser wel yemant t’ huys, denck ick, van al ’t gesnor,
Van Jonges en van Knechts? ick segh by mynder trouwen,
Die niet wil zijn gedient, die moet veel boden houwen.
Want t’ wyl den eenen schud’ laet op den ander staen,
So komt de sorgh en ’t werck vast op het Heerschop aen.
Waer is al dit gejagh, Slock-speck, Dagh-dief: Quist-tijt?



014860 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1618
t’Is wel een schoone stadt, moor ’tvolcxken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaansche mode,
Als kleyne Konincxkens of sienelaycke Goden.



014870 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Ierolimo. 1619
T’is wel een schoone Stadt, moor ’t volcxken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaansche mode,
Als kleyne Koninxkens of sienelaycke Goden.



014880 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1621




014890 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1622
T’is wel een schoone Stadt, moor ’t volcxken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies.
In kleedingh en in dracht, dus op de Spaansche Mode,
Als kleyne Konincxkens of sienelaijcke Goden.



014900 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1630 ca.




014910 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1632




014920 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1633
T’is wel een schoone Stadt, moor ’t Volcxken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaansche mode,
Als klaeyne Koninxkens of sienelaycke Goden.



014930 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Ierolimo. 1638
T’is wel een schoone Stadt, moor ’t Volcksken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaansche mode,
Als klaeyne Koninxkens of sienelaycke Goden.



014940 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1642
T’is wel een schoone Stadt, moor ’t Volcksken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies
In kleedingh en in dracht, dus op de Spaansche mode,
Als klaeyne Konincxkens of sienelaycke Goden.



014950 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1644
t’Is wel een schoone stadt, moor ’tvolcxken is te vies:
In Brabant sayn de liens ghemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaansche mode,
Als kleyne Konincxkens of sienelaycke Goden.



014960 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1647




014970 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1662




014980 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1669




014990 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1675
’t Is wel een schoone Stad, maer ’t Volcksken is te vies:
In Brabandt sayn de liêns gemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaensche mode,
Als klaeyne Konincxkens of sienelayke Goden.



015000 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1677
’T is wel een schoone Stadt, moor ’t Volcksken is te vies:
In Brabandt sayn de liêns gemaynlijck exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaensche mode,
Als klaeyne Konincxkens of sienelayke Goden.



015010 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1678




015020 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1696




015030 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo. 1705




015040 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaenschen Brabander Jerolimo. 1720
’T is wel een schone Stad, moor ’t Volksken is te vies:
In Braband zayn de liêns gemaynlyk exkies
In kleeding en in dracht, dus op de Spaensche mode,
Als klaeyne Koningskens of sienelayke Goden.



015050 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Spaanschen Brabander Jerolimo, Zo als dezelve op den Amsteldamschen Schouwburg vertoont word. 1729




015060 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1619
Ghelijck een Vogel is tot vlieghen uytverkoren,
Soo schijnt den armen mensch tot ongheluck geboren,
Dat heb ick wel versocht, en dat ick nu versoeck,
Dat lees ick alle daagh in mijnder herten Boeck.
Ick mijmer waer ick gaa, want in dit eensaem leven
Soo moet ick mijn, helaes! nu taal en antwoort gheven.
O lust te seer ghesocht door ’t vluchtich soet behaghen!
Soo ben ick leyder nu ach in een eeuwich klaghen.



015070 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1620




015080 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1622
Ghelijck een Voghel is tot vlieghen uytverkoren,
Soo schijnt den armen mensch tot ongeluck geboren,
Dat heb ick wel versocht; en dat ick nu versoeck,
Dat lees ick alle daach in mijnder herten Boeck.
Ick mymer waer ick gaa, want in dit eensaam leven,
So moet ick mijn helaas! nu taal en antwoort gheven.
O lust te seer ghesocht door ’tvluchtich soet behaghen,
So ben ick leyder nu, ach! in een eeuwich klaghen.



015090 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1633
Ghelijck een Vogel is tot vlieghen uytverkoren,
Soo schijnt den armen mensch tot ongeluck geboren,
Dat heb ick wel versocht; en dat ick nu versoeck,
Dat lees ick alle daagh in mijnder herten Boeck.
Ick mymer waer ick ga, want in dit eensaem leven
Soo moet ick mijn, helaes! nu taal en antwoort gheven.
O lust te seer ghesocht door ’t vluchtich soet behaghen!
Soo ben ick leyder nu ach! in een eeuwich klaghen.



015100 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1638
Ghelijck



015110 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1644
Ghelijck een Vogel is tot vlieghen uytverkoren,
Soo schijnt den armen mensch tot ongheluck geboren,
Dat heb ick wel versocht, en dat ick nu versoeck,
Dat lees ick alle daagh in mijnder herten Boeck.
Ick mijmer waer ick gaa, want in dit eensaem leven
Soo moet ick mijn, helaes! nu taal en antwoort gheven.
O lust te seer ghesocht door ’t vluchtich soet behaghen!
Soo ben ick leyder nu ach in een eeuwich klaghen.



015120 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1645




015130 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Stommen ridder. 1678




015140 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1619
Slordicheyt en is geen heylicheyt, dat seyden mijn zalighe besje.
Al bin ick een kleyn veugheltjen, seydese, ’k heb weer een kleyn nesje.
Hoort hier, Symentje Neef, seyse, onthoudt van* my deuse leer:
Wilje wel doen kijnt, seyse, so zet jou teer nae jou neer,
Wangt watmen bespaart vaar, seyse, dat is altoos eerst ewonnen.
Jou Beste-vaar en ick, seyse, hebben ’t met niet begonnen,
Maar wy en bancketeerden soo niet, seyse, as de luy.



015150 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1620a v




015160 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1620b v
Slordicheyt en is geen heylicheydt, dat seyden mijn salighe besie.
Al bin ick een cleyn veugheltjen seydese, ’k heb weer een kleyn nesie.
Hoort hier, Symentie Neef, seyse, onthoudt van my deuse leer:
Wilie wel doen kijnt, seyse, soo zet jou teer nae jou neer,
Wangt watmen bespaart vaar, seyse, is altoos eerst ewonnen.
Jou Beste-vaer en ick, seyse, hebben ’t met niet begonnen,



015170 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1622a d
Sl



015180 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1622b d




015190 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1622c d




015200 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Amsterdams praatjen tusschen Symen sonder soetigheyd, en Teuntjen (alias) Roert mij niet. 1623
Slordicheyt en is geen heylicheydt, dat seyden mijn salige besje.
Al bin ick een cleyn veugeltjen seydese, ’k heb weer een kleyn nesje.
Hoort hier, Symentje Neef, seyse, onthoudt van my deuse leer:
Wilje wel doen kijnt, seyse, soo zet jou teer nae jou neer,
Wangt watmen bespaart vaar, seyse, is altoos eerst ewonnen.
Jou Beste-vaer en ick, seyse, hebben ’t met niet begonnen,



015210 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1629
Slordicheyt en is gheen heylicheydt, dat seyden mijn salighe Besje.
Al bin ick een kleyn Veugheltjen seydese, ’k heb weer een kleyn nesje.
Hoort hier, Symentje Neef, seydse, onthoudt van my deuse leer:
Wilje wel doen Kijnt, seydse, zoo zet jou teer nae jou neer,
Wangt watmen bespaert vaer, seyse, dat is altoos eerst ewonnen.
Jou Beste-vaer en ick, seyse, hebben ’t met niet begonnen,



015220 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1637
Slordicheyt



015230 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1642




015240 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Klucht, van Symen sonder soeticheyt. 1644
Slordicheyt en is geen heylicheyt, dat seyden mijn zalighe besje.
Al bin ick een kleyn veugheltjen, seydese, ’k heb weer een kleyn nesje.
Hoort hier, Symentje Neef, seyse, onthoudt van* my deuse leer:
Wilje wel doen kijnt, seyse, so zet jou teer nae jou neer,
Wangt watmen bespaart vaar, seyse, dat is altoos eerst ewonnen.
Jou Beste-vaar en ick, seyse, hebben ’t met niet begonnen,



015250 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Symen sonder soeticheyt. 1678
Slordicheydt en is geen heylicheydt, dat seyden mijn salige besje.
Al ben ick een kleyn Veugeltjen seydese, ’k heb weer een kleyn nesje.
Hoort hier Symentje Neef, seydse, onthoudt van my deuse leer:
Wilje wel doen kijnt, seydtse, soo set jou teer nae jou neer,
Wangt watmen bespaart vaer, seyse, dat is altoos eerst ewonnen.
Jou Beste-vaer en ick, seyse, hebben ’t met niet begonnen,



015260 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1619
Een Kruyck gaat soo langh te water tot datse barst.
Men treckt een Boogh soo lang tot datse stucken knarst.
De Steel-kunst doet zyn Meester de dood vaak verwerven.
Maar ’t komt by ’t huylen vande Honden niet dat de Kalven sterven.
Een van dese Heyens, die de luy goeder-gheluck seggen,
Die saghmen eens in myn hangd, en die wistmen uyt te leggen,
Dat ick om myn achtiende Jaar, van wegen eenige straf,
An een dwars-hout, door een hennipe venster, sou klimmen in myn graf.



015270 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1620
Een Kruyck gaat soo langh te water tot datse barst.
Men treckt een Boogh soo lang tot datse stucken knarst.
De Steel-kunst doet zyn Meester de dood vaak verwerven.
Maar ’t komt by ’t huylen vande Honden niet dat de Kalven sterven.
Een van dese Heyens, die de luy goeder-gheluck seggen,
Die saghmen eens in myn hangd, en die wistmen uyt te leggen,
Dat ick om mijn achtiende Jaar, van wegen eenige straf,
An een dwars-hout, door een hennipe venster, sou klimmen in myn graf.



015280 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1622a d
Een



015290 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1622b d
Een Kruyck gaat soo langh te water tot datse barst.
Men treckt een Boogh soo lang tot datse stucken knarst.
De Steelkunst doet zyn Meester de dood vaak verwerven.
Maar ’t komt by ’t huylen vande Honden niet dat de Kalven sterven.
Een van dese Heyens, die de luy goeder-gheluck seggen,
Die saghmen eens in myn hangd, en die wistmen uyt te leggen,
Dat ick om myn achtiende Jaar, van wegen eenige straf,
An een dwars-hout, door een hennipe venster, sou klimmen in myn graf.



015300 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1622c v




015310 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1622d v




015320 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1622e v
Een Kruyck gaat soo langh te water tot datse barst.
Men treckt een Boog so lang tot datse stucken knarst.
De Steelkunst doet zyn Meester de dood vaak verwerven.
Maar ’t komt by’t huylen vande Honden niet dat de Kalven sterven.
Een van dese Heyens, die de luy goeder-gheluck segghen,
Die saghmen eens in myn hangd, en die wistmen uyt te leggen,
Dat ick om myn achtiende Jaar, van wegen eenige straf,
An een dwars-hout, door een hennipe venster, sou klimmen in myn graf.



015330 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1638
Een kruyck



015340 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1642




015350 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1644
Een Kruyck gaat soo lang te water tot datse barst.
Men treckt een boogh soo lang tot datse stucken knarst.
De Steel-kunst doet sijn Meester de doodt vaeck verwerven.
Maar ’t komt by ’t huylen van de Honden niet dat de Kalven sterven.
Een van dese Heyens, die de luy goeder-geluck segghen,
Die sagh men eens in myn hangd, en die wist men uyt te legghen,
Dat ick om myn achtiende Jaer, van wegen eenige straf,
An een dwars-hout, door een hennipe venster, sou klimmen in myn graf.



015360 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1646
Een kruyck gaat soo lang te water tot datse barst.
Men treckt een boogh soo langh tot datse stucken knarst.
De steel-kunst doet sijn Meester de doot vaeck verwerven,
Maar ’t komt by ’t huylen van de Honden niet dat de Kalven sterven.
Een van dese Heyens, die de luy goeder-geluck seggen,
Die saghmen eens in mijn hangd, en die wistmen uyt te leggen,
Dat ick om myn achtiende Jaer, van wegen eenighe straf,
An een dwars-hout, door een hennipe-venster, sou klimmen in myn graf:



015370 - Gerbrand Adriaensz. Bredero - Van de koe. 1678




015380 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Jan Jansz. Starter - Angeniet. 1623
Ach Klaremont mijn vrou! mijn dunckt dat onse dagen
Allengsjens ons ontgaan, en voorts ten grave jaghen:
Helaas! de grijse Tijdt die loopt veel snelder hier
Dan ’t swalpend’ water van de ruyschende Rivier,
Dat stroomende met kracht komt schuymend afgedreven:
Doch gheen dingh is so vlugh als ’s menschen vluchtigh leven!



015390 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Jan Jansz. Starter - Angeniet. 1629
Ach Klaremont mijn vrou! mijn dunckt dat onse dagen
Allengsjens ons ontgaan, en voorts ten grave jagen:
Helaas! de grijse Tijt die loopt veel snelder hier
Dan ’t swalpend’ water van de ruyschende Rivier,
Dat stroomende met kracht komt schuymend af gedreven:
Doch gheen dingh is so vlugh als ’s menschen vluchtigh leven!



015400 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Jan Jansz. Starter - Angeniet. 1638
Ach Klaremont mijn vrou! mijn dunckt dat onse dagen
Allengsjens ons ontgaan, en voorts ten grave jaghen:
Helaas! de grijse Tijdt die loopt veel snelder hier
Dan ’t swalpend’ water van de ruyschende Rivier,
Dat stroomende met kracht komt schuymend af gedreven:
Doch gheen dingh is so vlugh als ’s menschen vluchtigh leven!



015410 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Jan Jansz. Starter - Angeniet. 1644
Ach Klaremont mijn vrou! mijn dunckt dat onse dagen
Allengsjens ons ontgaan, en voorts ten grave jaghen:
Helaas! de grijse Tijdt die loopt veel snelder hier
Dan ’t swalpend’ water van de ruyschende Rivier,
Dat stroomende met kracht komt schuymend af gedreven:
Doch gheen dingh is so vlugh als ’s menschen vluchtigh leven!



015420 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Jan Jansz. Starter - Angeniet. 1678
Ach Klaremont mijn vrou! mijn dunckt dat onse dagen
Allengsjens ons ontgaen, en voort ten grave jagen:
Helaas! de grijse Tijdt die loopt veel snelder hier,
Dan ’t zwalpend’ water van de ruyschende Rivier,
Dat stroomende met kracht komt schuymend af gedreven:
Doch geen dingh is so vlugh als ’s menschen vluchtigh leven!



015430 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Matth. van Velden - Spel, op ’t oud liedt Het daget uyt den Oosten. 1638
Myn Maeghdekens wandelt hier in de groene gaerde,
Of soeckt de schaduw’ koel, van de hooge dicht beblaerde
Lindeboom; so niet haelt een waterluchjen fris
Aen de bebiesde boord des Vijvers vol van vis:
Gaet heen mijn Dochters, gaet daer u de lusten leyen;
Ick sal u luyden by den Bloem-hof gaen verbeyen,
Onder de Roselaer: doch gaet niet veerder, dan
Mijn schrale schorre keel u wel beroepen kan.



015440 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Matth. van Velden - Spel, op ’t oudt liedt het daget uyt den Oosten. Op de Regel: Die quaedt doet, quaedt ontmoet. 1644
Myn Maeghdekens wandelt hier in de groene gaerde,
Of soeckt de schaduw’ koel, van de hooge dicht beblaerde
Lindeboom; so niet haelt een waterluchjen fris
Aen de bebiesde boord des Vijvers vol van vis:
Gaet heen mijn Dochters, gaet daer u de lusten leyen;
Ick sal u luyden by den Bloem-hof gaen verbeyen,
Onder de Roselaer: doch gaet niet veerder, dan
Mijn schrale schorre keel u wel beroepen kan.



015450 - Gerbrand Adriaensz. Bredero & Matth. van Velden - Spel, op ’t oudt liedt het daget uyt den Oosten. 1678
Myn Maeghdekens wandelt hier in de groene gaerde,
Of soeckt de schaduw’ koel, van de hooge dicht beblaerde
Lindeboom; so niet, haelt een waterluchjen fris,
Aen de bebies, de boord des Vijvers vol van vis:



015460 - Joost van Breen (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Bedroge jalouzy. 1659
C. Ick segh nog eens, dat je van daegh in huys sult blijven;
R. Ick sel niet, al waren hier noch tien duysent wijven;
Zo wil, en sal ick gaen; verstaje dat Catrijn.
C. Ick ben aen dat oor doof, verstaje dat wel grijn;
Wat selje ginder doen, je hebt daer niet verloren:
R. Om je pol te vangen daerom gaet hy na Horen.



015470 - Joost van Breen - Bedroge jalouzy. 1660 ca.
C. Ik zeg nog eens, dat je van daeg in huis zult blyven;
R. Ik zel niet, al waren hier noch tien duizent wyven;
Zo wil, en zal ik gaen; verstaje dat Katryn.
C. Ik ben aen dat oor doof, verstaje dat wel gryn;
Wat zelje ginder doen, je hebt daer niet verlooren:
R. Om je pol te vangen daerom gaet hy na Horen.



015480 - Joost van Breen - Klucht van Jean de la Roy, of d’ingebeelde rijke. 1665
Laet sien, waer nu na toe. Ik segh dat sulcke Heeren
Als ik, (Iean de Laroi) veel hebben te regeeren.
Daer sie ick Hart in ’t Lijf, gewis die by hem staet
Soeckt al mijn goederen. Hoor hier eens Cameraet,



015490 - Joost van Breen - De klucht van ’t kalf. 1656
Ke. Kryn, Kryn, hoorje niet, of moet ickje komen halen,
Verwacht mijn komst niet, want ick souwje soo betalen,
Datter niet een kerf, op de kerf-stock blijven zouw.
Kr. Dat hoeft niet, hier ben ick al. Ke. Waer blijf je zo langh? Kr. De Vrouw
Hat mijn aen werck gestelt, daer ick niet wel van kost raken.
’t Is al kunst, die’t Man en Vrouw van pas kan maken.



015510 - Joost van Breen - De swarte minnaers. 1748 ca.
R. Maer zeeker Frickje, zou Duifje mijn niet beminnen?
F. O neen mijn lieve Maet, set dat vry uyt jou sinnen.
R. Wat schorter dan aen, ik heb immers Eer en Goet.
F. Maar malle Goris treet jou de schoen uyt de voet.



015520 - Joost van Breen - De swarte minnaers. 1748 ca.
R. Maer zeeker Frickje, zou Duifje mijn niet beminnen?
F. O neen mijn lieve Maet, set dat vry uyt jou sinnen.
R. Wat schorter dan aen, ik heb immers Eer en Goet.
F. Maar malle Goris treet jou de schoen uyt de voet.



015530 - Joost van Breen - Ziende blindeman. 1748
Och helpt doch eenen Blindeman,
Die zynen kost niet winnen kan,
Want hy is blint gebooren;
Ontfermt u doch eens over myn,
Ick zal u daer voor dankbaer zyn,
Wilt doch myn klacht verhooren.



015540 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van A.H. Niemeijer) - Abraham op Moria. 1781a o
ô Heilig! heilig! heilig God!
Geduchte Heer van Sabaoth!
Die, toen uw stem de Waereld schiep,
Het wezen uit het nietloos schiep!



015550 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van A.H. Niemeijer) - Abraham op Moria. 1781b o
ô Heilig! heilig! heilig God!
Geduchte Heer van Sabaoth!
Die, toen uw stem de Waereld schiep,
Het wezen uit het nietloos schiep!



015560 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van A.H. Niemeijer) - Abraham op Moria. 1781c o
ô Heilig! heilig! heilig God!
Geduchte Heer van Sabaoth!
Die, toen uw stem de Waereld schiep,
Het wezen uit het nietloos schiep!



015570 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van L.A.S.) - De beloonde deugd. 1783




015580 - Gerrit Brender à Brandis - De gouden bruiloft van Kloris en Roosjen. 1791
’t Morgenrood, zo schoon, zo teder,
Glimt tot ’s menschen vreugde weder.
’t Lagcheud geurig veldverschiet,
Vaagt de neevlen van ’t verdriet.
Aan zijn Phillis borst gezegen,
Op het malsche gras gelegen;
Groet de Herder, op zijn fluit,
’t Morgenrood met lief geluid.



015590 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van Christian Felix Weisse) - Jean Calas. 1781
Ach! de maat myner elende is vol! het dagwerk myner droefgeestigheid beslooten! voor my is ’er geen geluk in de Waereld - in ’t geheel niet. agter my verdriet en elende! voor my angst en verderfenisse! geen hoop buiten my, en geen vertroosting in my! van God verlaaten! van myne Ouderen..... kan ik zeggen gehaat? neen zy zyn te goed.



015600 - Gerrit Brender à Brandis - Malvina. 1787




015610 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Frans van Charles Albert Demoustier) - De ouderliefde. 1799




015620 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van Gotthold Ephraim Lessing) - Philotas. 1783
Zo ben ik dan waarlyk gevangen? — Gevangen! — Een schoon begin mijner krijgszugtige leerjaaren! — ô Gij Goden! ô Mijn Vader! — Hoe gaarne zou ik mij willen overtuigen dat alles een Droom is! In mijn vroegste kindsheid heb ik nooit iets anders dan van Wapenen, Legers, Strijden en Stormen gedroomd. Kon de Jongeling dan van geen verlies en ontwapening droomen? — Viel u slegts, Philotas! Indien ik noch zag, noch voelde den wond, door welken de verbaasde hand het zwaerd ontzonk! — Men heeft denzelven mij tegen mijnen wille aan, verbonden. ô Verschrikkelijke Barmhertigheid van eenen listigen Vijand! De wond is niet doodelijk, zeide de Heelmeester, en geloofde mij daar door te troosten. — Onwaardige! dezelve moest doodelijk zijn! — En slegts één wond! maar één! — Wist ik, dat ik hem doodelijk zou maaken, wanneer ik hem weder open trok, en weder verbinden liet, en weder open rukte. — Ik word woedend; ik ongelukkige!



015630 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van Christoph Friedrich Bretzner) - De schaaking uit het serail. 1797
Hier zal ik u aanschouwen,
Constanze! mijn geluk!
ô Hemel! dit vertrouwen,
Ontneemt my alle druk.



015640 - [Gerrit Brender à Brandis] (naar het Duits van Ewald Christian von Kleist) - Seneka. 1784
Ja Pompeja! Ik heb de bedriegelijke rijkdommen, en de gevaarvolle Eerämten, met gooter blijdschap afgestaan, dan ik ze voorheen aanvaardde. Mijn toekomend geluk, was, bij derzelver aanneeminge, ongewis, maar nu ik ze nederlegge, is het zekerer. Nu zullen wy voor onszelven leeven, en de verächtelijke hoogmoed en dwaasheid van het Hof ons aandenken niet meer verwaardigen.



015650 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Duits van Ewald Christian von Kleist) - Seneca. 1793




015660 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Frans van Benoît Joseph Marsollier des Vivetières) - Het vernietigd verdrag. 1799




015670 - [Gerrit Brender à Brandis] (naar het Frans van Michel Jean Sedaine) - Het vonnis naar wensch. Voor het genootschap onder de spreuk Eendragt in vriendschap bloeiende, te Leiden. 1781
S. Is hy wel vast? A. ô Ja, hy is zeer wel gebonden.
S. Maar hoe! myn Zuster! uw gelaat,
Dunkt mij dat heden treurig staat?
A. ’k Verzeker u van neen, ja ’t rust op goede gronden,
Dat uw geluk myn vreugd voltooid.



015680 - Gerrit Brender à Brandis (naar het Frans van Michel Jean Sedaine) - De doode gehuwd. 1791
S. Is hij wel vast? A. ô Ja, hij is zeer wel gebonden.
S. Maar hoe! mijn Zuster! uw gelaat,
Dunkt mij dat heden treurig staat? —
A. ’k Verzeker u van neen, en zeg, op goede gronden,
Dat uw geluk mijn vreugd voltooid.



015690 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Tafelspel van vier personagien, als Bouwen en Pleun, met Gobbert haren sone, die met Coten spelende, een wijf crijcht, trou met eenen Pepercoeck Geyltgen. 1610
Eens hoorden te spelen, verstont de reden, wel



015700 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Tafelspel van vier personagien, als Bouwen en Pleun, met Gobbert haren sone, die met Coten spelende, een wijf crijcht, trou met eenen Pepercoeck Geyltjen. 1613
Eens hoorde ic spele, verstont de rede, wel
Hoe de ieucht, wort verleyt, dat my t’onthouwen staet
Tis noch soo lange niet verleden, snel
Eens hoorden te spelen verstont de reden wel,
Maar ons kint ic op een Ambacht besteden, sel
Conseuteret Plen n [Lees: Consenteret Pleun] in dien sy to introuwen, laet



015710 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Een cluchte van eenen cramer hebbende te coop veelderley drollige liedekens. 1610
Haspelen, ende spillen, naelden en brillen
Coopt doch van my die wat coopen willen
Ick gheef goeden coop op desen termijn.



015720 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Een cluchte van eenen cramer hebbende te coop veelderley drollige liedekens. 1613
Haspelen, ende spillen, naelden en brillen
Coopt doch van my die wat coppen willen
Ic gheef goeden coop op desen termijn
Lint, lint kouse banden lint, nestelen fijn



015730 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Tafel-spel van een personagie, wesende eenen droncken boer die wt vryen gaet. 1612
Iae wel o tsay, ick moeter mee voort den tijt is verloopen, sulcx toch niet en behoort,
Nae het oude woort moet ick weer henen,
Al soude ick loopen met twee blauwe schenen,
Dat sal met eenen, doch even veel doen,
Ick hebber mee versleten mijn Paesch-daechse schoen
Wie het weet cant bevroen, alsoo wel als ick
O muysenesten ick duchte noch te raken in mijn schick,
Al is de dijck diep en dick, ick moetet avonturen
Ten sal niet aenlyden gheen seven uren
Of het moest te langh dueren, voorwaer als het sou,
By Anne Kees Iapen ick wel wesen wou
Ay die schoone Ionckvrou, mijn herte ghestolen heyt,
Tusschen dit en Ouwerschie woont geen moyer Meyt
Int hertgen sy leyt, ter goeder trouwen,
Voor niet wou ick haer Vaders acker bouwen,



015740 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Tafelspel van een personagie, een droncken boer, die door dromen nuchteren wort. 1610
Dat is een biertgen, dat is een nattgen,



015750 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Een tafelsel van een personagie, een droncken boer, die door droomen nuchteren wort. 1613
Dat is een biertgen, dat is een nattgen,
Geen beter soudemen brouwen moghen,
In sulck plasiertgen, vol ick mijn gattgen
Dat is een biertgen, dat is een nattgen,



015760 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Tafel-spel van twee gehoude jonghe luyden aengaende de houwelijcken staet, genaemt Jan ende Claer. 1612
Godt sy ghelooft diet soo verde heeft ghebrocht
Ick wilde dat alle Enschuyser meyden hadden een man
Die van allen de beste waer wtgesocht
Godt sy ghelooft diet soo verde heeft ghebrocht



015770 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Tafel-spel van eenen Quacksalver. 1612
Hier is de rechte plaets daer de luyden passeren
Om wat veel te venten waer mijn begeeren.
Dus moet ick my generen ende soecken raet
Eenen goeden meester wel op een Aschton staet.
Want evenwel den praet, die doet het vercoopen.
Wat raet nu om het volck by een te hoopen



015780 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Een cluchte van d’een ende d’ander twee soldaten, eenen ouden boer, met een jonghe boerin zijn wijf, ende een aerdighe weerdin. 1610
1. Soo moestmense loeren,
2. Soo moestmense betrapen,
1. Der slimme Boeren,
2. Die daer houden veel Schapen,
1. En wy haer ontvoeren met grooter rumoeren
In allen plecken.
2. Hoe haest zynse ghereet?
1. Alsmen haer wat wil opdecken,
En sonder gecken, de ribben smeeren.
2. Sy moeten ons gheven,
1. Wat wy begheeren,
2. Onghelijck off even,
Hier toe wordense gedreven, van ons bysonder.
1. Daer wijt al haelen,
2. Is een groot wonder.
1. Sy moetent betalen
2. Met gouden Realen, ofte stucken van vieren



015790 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Een cluchte van d’een ende d’ander twee soldaten, eenen ouden boer, met een jonghe boerin zijn wijf, ende een aerdighe weerdin. 1613
E. Soo moestmense loeren A. Soo moestmense betrapen
E. Der slimme boeren A. Die daer houden veel Schapen
E. En wy haer ontvoeren met grooter rumoeren
In alle plecken. A. Hoe haest zynse ghereet
E. Alsmen haer wat wil opdecken
En sonder gecken, de ribben smeeren



015794 - Joost van Breen - De klucht van ’t kalf. 1660 ca.
Ke. Kryn, Kryn, hoorje niet, of moet ikje komen halen,
Verwacht myn komst niet, want ik zouje zoo betalen,
Datter niet een kerf, op de kerf-stok blyven zouw.
Kr. Dat hier niet, hier ben ik al. Ke. Waer blyfje zo lang? Kr. De Vrouw,
Hat myn aen werk gestelt, daer ik niet wel van kost raken.



015800 - Gerrit Hendricxsz van Breughel - Waech-dragher Kees, ende Marrij zijn Wyf. 1612
Goeden morghen gunne ons God
De droes moet mijn wyff plaghen
Preutelt vry de deure is int slot,
Goeden morgen gunne ons Godt



015810 - Xavier de Breyne (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Hamlet. 1785 ca.




015820 - Xavier de Breyne (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Romeo en Juliette. 1785 ca.




015830 - Laurens Brezee - Loff- en vreugde viering’, in het choor aan Apollo toegeweid. Gevierd den 29. September, en in den maand Oct. 1764. ten tooneele gevoerd, ter geboorte, en eerste verjaaring, jegens het voorstellen van zyne Hoog-edelheid! Den hoog-eedelen groot-achtbaren en wydgebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra, als gouverneur generaal, van Nederlands India. 1764
Wat is ’er weêr te doen! wat speur ik in myn’ dromen?



015840 - Joannes Baptista Brielman - De wonderlijcke stantvastigheyt des Christen gheloove van het Heyligh Kindt Vitus sal speelwijs vertoont worden op den 25. ende 26. van de maendt Januarij 1701. door de minderjaerige jonckheyt vande [...] parochie van S. Nicolays binnen Ipre [...] Door heer Joannes Baptista Brielman. 1701
2016



015850 - Lambert van den Broek (L. Paludanus) (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De dood des Admiraals van Coligni. 1743
2016



015860 - [Lambert van den Broek (L. Paludanus)] - De huwelyken by geval, of het vermoogen der liefde. 1742
K. Ik ben verheugt, dat ik weêrom gezond en fris
Terug gekoomen ben. Myn Meester zal me wis
Met ongeduld verwachten.
Dit schynt, naar myn gedachten,
De Herberg, daar ik hem gelaaten heb: ô Ja...
Maar ’k zie hem naderen, en juist van pas!. L. Ha! ha!
Zyt gy daar reeds Krispyn? ’k Ben bly u weêr te aanschouwen.
K. Dat wil ik zeker wel vertrouwen,



015870 - [Lambert van den Broek (L. Paludanus)] (naar het Frans van Onbekend) - Lombardyn, of de bedriegelyke procureur. 1714




015880 - Lambert van den Broek (L. Paludanus) (naar het Frans van Florent Carton Dancourt) - De nieuwsgierige reyzigers naar het campement. Door het konstgenootschap Ars usu juvanda. 1742
F. Ik ben verheugt dat ik u heb ontmoet.



015890 - [Lambert van den Broek (L. Paludanus)] (naar het Frans van Joseph de La Font) - De triumpheerende liefde. 1740
K. Gewis, Margo, ik ben een Botmuyl, ja een Beest,
De plompste Jongen, die op de Aarde ooit is geweest,
Een Prul, die waardig is een dragt vasn honderd slagen.
M. En ik, Krispyn, ben waard een reeks van slechte dagen



015900 - [Lambert van den Broek (L. Paludanus)] - Verráderse médeminnaar of ’t gelukte huwelyk door bedrog. 1715




015910 - Lambert van den Broek (L. Paludanus) - De vryer kamenier en de knecht minnemoer, of de gelukte liefdelist. 1720
M. Kom, kom, zonder meer tesnappen, je moet al meê voort:
De Min, en de Keukenmeid, heb ik weggejaagd deur de achterstal poort,
En jy, Kamenier van myn Nicht, doe ’k de Eer van je hier veur uit te jaagen.
T. Maar Sinjeur, wat kwaad heb ik gedaan, zou ik wel vraagen?



015920 - Lambert van den Broek (L. Paludanus) - De vryer kamenier, en de knecht minnemoer, of de gelukte liefdelist. 1730




015930 - [Lambert van den Broek (L. Paludanus)] - De vryer kamemier [sic] en de knecht minnemoer, of de gelukte liefdelist. 1733




015940 - H. van den Broeke - De gelukzoekers. 1792




015950 - H. Brouwer - Het belegh van Leyden 1683




015960 - H. Brouwer - Het ontset van Leyden. 1683
Gedugte Vorst, gedenckt, Godt heeft verlengt u leven,
Om aan sijn volck een proef van sijn genaad’ te geven
Ten dienste van sijn Kerck. Hiskia moest tot heil
Van Jacobs na-saadt sijn, en leven noch een wijl.
Wanneer het valsch gerught door Hollant was gedreven
Dat door een heete koorts was uitgeblust u leven.



015970 - [Adrianus Bruggemans] - De bedrogen voogd. 1797
Wel drommels! wat is dat nou jammer dat ik gien A veur ien B ken;



015980 - Adrianus Bruggemans (naar het Frans van Charles Antoine Guillaume Pigault le Brun de l’Épinoy) - De beproeving, of de jonge echtgenooten. 1801




015990 - Adrianus Bruggemans (naar het Frans van Alexander-Vincent Pineu Duval) - Montoni, of het kasteel van Udolpho. 1799
L. Hoe lang vallen my de dagen!
A. Lang, Signora? zeg eeuwig; kunt gy u wel verbeelden dat nauwlyks zes maanden verloopen zyn, zedert men ons op den weg naar Venetien aanviel en in dit akelig kasteel voerde? — wy waren ook wel onvoorzigtig, ons, zoo geheel zonder geleide, op weg te begeeven.



016000 - Adrianus Bruggemans (naar het Frans van Alexander-Vincent Pineu Duval) - Montoni, of het kasteel van Udolpho. 1800




016010 - Adrianus Bruggemans (naar het Duits van Jos. Marius von Babo) - Peter Alexowicz, czaar van Rusland, of de zamenzweering in Moscow. 1800
O. Is het dan nog zoo vroeg, dat men hier niemand ziet noch hoort?
P. O ja, het is vroeg en duister.
O. Nacht en duisternis strijden tegen het licht, even als de ongerechtigheid tegen de deugd; en hier schijnen zij overwonnen te hebben.



016020 - Claas Bruin - Aarnout en Adolf van Egmond, hertogen van Gelder. 1716
De Vorst ontwaakt niet, schoon de glans der zonnestraalen
Het slot van Buuren met haar Vorstelyke zaalen,
Ja zelf dit hofvertrek, alwaar hy zonder schuld
Gevangen blyft, alom met heerlyk licht vervuld.



016030 - Claas Bruin - Aarnout en Adolf van Egmond, hertogen van Gelder. 1736a v
De Vorst ontwaakt niet, schoon de glans der zonnestraalen
Het slot van Buuren met haar Vorstelyke zaalen,
Ja zelf dit hofvertrek, alwaar hy zonder schuld
Gevangen blyft, alom met heerlyk licht vervuld.



016040 - Claas Bruin - Aarnout en Adolf van Egmont, hertogen van Gelder. 1736b v




016050 - Claas Bruin - Abraham’s offerhande. 1724
’k Bevind



016060 - Claas Bruin - Abraham’s offerhande. 1735
’k Bevind



016070 - Claas Bruin - Abraham’s offerhande. 1740




016080 - Claas Bruin - Spel van Abrahams offerande. 1699 ca.




016090 - Claas Bruin - De bekeering van Saulus. 1734
2016



016100 - Claas Bruin - De bekeering van Saulus. 1743




016110 - Claas Bruin - De bekeering van Sergius Paulus, stadhouder van Cyprus. 1734
2016



016120 - Claas Bruin - De bekeering van Sergius Paulus, stadhouder van Cyprus. 1743




016130 - Claas Bruin - Het bloeddorstig voornemen van Saulus. 1734
A. De Galileërs zyn dan, na veel wreede slagen,
Noch bezig om hun leer, vol valsheid, voor te dragen
Aan ’t domme volk, dat zich te ligt verleiden laat?
K. Gewis, Eerwaardigste; zy slaan den goeden raad,



016140 - Claas Bruin - Het bloeddorstig voornemen van Saulus. 1743
A. De Galileërs zyn dan, na veel wreede slagen,
Noch bezig om hun leer, vol valsheid, voor te dragen
Aan ’t domme volk, dat zich te ligt verleiden laat?
K. Gewis, Eerwaardigste; zy slaan den goeden raad,



016150 - Claas Bruin (naar het Frans van Jean-Bapt. Tavernier) - De deugdzaame hoveling. 1720
T. Ja Heer, myn hoop voorspelt me een zeegenryk geluk
In myne liefde I. Hoe! wilt ge u door ’t minnejuk,
Dan aan de Dochter van myn vyand overgeeven?
Myn Zoon, gy waagt die daad ten kosten van uw leeven.
T. Uw vyand? ach! wat moet ik hooren? kan de haat
Noch woeden op die zuil van ’t Koningryk? ô smaad!



016160 - Claas Bruin (naar het Frans van Jean-Bapt. Tavernier) - De deugdzaame hoveling. 1742
T. Ja Heer, myn hoop voorspelt me een zeegenryk geluk
In myne liefde I. Hoe! wilt ge u door ’t minnejuk,
Dan aan de Dochter van myn vyand overgeeven?
Myn Zoon, gy waagt die daad ten kosten van uw leeven.
T. Uw vyand? ach! wat moet ik hooren? kan de haat
Noch woeden op die zuil van ’t Koningryk? ô smaad!



016170 - Claas Bruin - De dood van Johan en Garcias, of de onzydige regtspleeging van Cosmos de Medicis; groothertog van Toscanen. 1715a v




016180 - Claas Bruin - De dood van Johan en Garcias, of de onzydige regtspleeging van Cosmos de Medicis; groothertog van Toscanen. 1715b v
J. Gy hebt dan in uw jeugd den rooden hoed gekregen?
Nu kunt gy pronken met den vaderlyken zegen.
Wiens voorspraak u aan ’t hof van Romen gunstig was.
J. ’t Is zo gelyk gy zegt; maar broeder Garcias,



016190 - Claas Bruin - De dood van Johan en Garcias, of de onzydige regtspleeging van Cosmos de Medicis; groothertog van Toscanen. 1715c v




016200 - Claas Bruin - De dood van Johan en Garcias, of de onzydige regtspleeging van Cosmos de Medicis; groothertog van Toscanen. 1786




016210 - Claas Bruin - De dood van koning Saul. 1724




016220 - Claas Bruin (naar het Frans van Onbekend) - De dood van koning Saul. 1735




016230 - Claas Bruin (naar het Frans van Onbekend) - De dood van koning Saul. 1740




016240 - Claas Bruin - De dood van Paulus. 1734
Wat valt het zwaar voor vleesch en bloed,



016250 - Claas Bruin - De dood van Paulus. 1743




016260 - [Claas Bruin] - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1721
Zo moet, door zulk een daad, de dwaalstar van Oranje
Verduist’ren voor de zon van ’t albeheerschend Spanje,
Welks glans van heerschappy in ieder Ryksgebied
Het groote waereldlicht in zyne dagvaart ziet.



016270 - Claas Bruin - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1726a v
Zo moet, door zulk een daad, de dwaalstar van Oranje
Verduist’ren voor de zon van ’t albeheerschcnd Spanje,
Welks glans van heerschappy in ieder Ryksgebied
Het groote waereldlicht in zyne dagvaart ziet.
Dies laat uw’ helden-aart voor vrees noch doodschrik zwichten.
Bedenk hoe deeze dienst den koning zal verpligten,
Om u te vyzelen in top van eer en staat.
De gunst der Vorsten is een vaste toeverlaat,
Daar gy u zonder moeite en zorgen in kunt dringen,
’t Geen dikwils jaaren kost aan duizend hovelingen.
Een schoot in ’t hoofd, of ’t hart van ’t hoofd der muiters, kan
U geeven wat ge wenscht. Tref dan den aardstiran,
En met hem eene reeks van trotse dwingelanden,
Die tegens hunnen Heer moetwillig t’samenspanden;
Waar door gy Nederland van ’t grootst’ gevaar behoed.



016280 - [Claas Bruin] - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1726b v




016290 - Claas Bruin - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1746a v
Zo moet, door zulk een daad, de dwaalstar van Oranje
Verduist’ren voor de zon van ’t albeheerschend Spanje,
Welks glans van heerschappy in ieder Ryksgebied
Het groote waereldlicht in zyne dagvaart ziet.



016300 - [Claas Bruin] - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1746b v
Zo moet, door zulk een daad, de dwaalstar van Oranje
Verduist’ren voor de zon van ’t albeheerschend Spanje,
Welks glans van heerschappy in ieder Ryksgebied
Het groote waereldlicht in zyne dagvaart ziet.



016310 - [Claas Bruin] - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1746c v [= 1747]
Zo moet, door zulk een daad, de dwaalstar van Oranje
Verduist’ren voor de zon van ’t albeheerschend Spanje,
Welks glans van heerschappy in ieder Ryksgebied
Het groote waereldlicht in zyne dagvaart ziet.



016320 - Claas Bruin - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1746d v




016330 - Claas Bruin - De dood van Willem den Eersten, Prins van Oranje. 1781




016340 - Claas Bruin - De edelmoedigheid van David aan koning Saül. 1724




016350 - Claas Bruin - De edelmoedigheid van David aan koning Saül. 1735




016360 - Claas Bruin - De edelmoedigheid van David aan koning Saül. 1740




016370 - Claas Bruin - De gestrafte hoogmoed van koning David. 1724




016380 - Claas Bruin - De gestrafte hoogmoed van koning David. 1735




016390 - Claas Bruin - De gestrafte hoogmoed van koning David. 1740




016400 - Claas Bruin - De grootmoedigheid van Epaminondas, veldheer der Thebaanen. 1722
De zon van zege schynt met flikkerende straalen
Na eenen nacht van stryd: dus moest de trotsheid daalen
van vorst Cleombrotus, die nu verslagen legt,



016410 - Claas Bruin - De grootmoedigheid van Epaminondas, veldheer der Thebaanen. 1723




016420 - Claas Bruin - Lucius Junius Brutus, grondlegger der Roomschen vrijheid. 1710




016430 - Claas Bruin - Grondlegging der Roomsche Vryheid. 1713
Hoe lastig valt het voor ee nedelmoedig hert,
’t Gevoelen van zyn leed in ’t midden van de smert,
In al zyn daaden en gewigtige gepeinzen,
In weerwil van natuur te dekken en te ontveinzen?



016440 - Claas Bruin - Lucius Junius Brutus, grondlegger der Roomschen vrijheid. 1716
Hoe lastig valt het voor een edelmoedig hert,
’t Gevoelen van zyn leed in ’t midden van de smert,
In al zyn daaden en gewigtige gepeinzen,
In weêrwil van natuur te dekken en te ontveinzen?



016450 - Claas Bruin - Lucius Junius Brutus, grondlegger der Roomsche vryheid. 1754
Hoe lastig valt het voor een edelmoedig hert,
’t Gevoelen van zyn leed in ’t midden van de smert,
In al zyn daaden en gewigtige gepeinzen,
In weêrwil van natuur te dekken en te ontveinzen?



016460 - Claas Bruin - Het lyden van Paulus en Silas, in de kerker te Philippis. 1734
2016



016470 - Claas Bruin - Het lyden van Paulus en Silas, in de kerker te Philippis. 1743




016480 - Claas Bruin - Paulus voor Felix en Drusilla. 1734
2016



016490 - Claas Bruin - Paulus voor Felix en Drusilla. 1743




016500 - Claas Bruin - Spiegel van edelmoedige vriendschap. 1715a v




016510 - Claas Bruin - Spiegel van edelmoedige vriendschap. 1715b v




016520 - Claas Bruin - Spiegel van edelmoedige vriendschap. 1737




016530 - [Claas Bruin] - De verhinderde wraak van Cajus Martius Coriolanus. 1720
V. Coriolanus zal ’t zich nimmer onderwinden;
Dies laat uw achterdocht.... T. Ik zie hem met zyn vrinden.
Men hou’ zich stil, en schuil’ hier achter deeze tent;
Zo word ons de uitslag van hun samenspraak bekent.
V. Gy zult den Veldheer door dit misvertrouwen hoonen,
Indien hy ’t word gewaar. T. Wil u gehoorzaam toonen.
Voorzigtigheid heeft nooit een’ Oppervorst berouwt,
Als hy zyn leger aan een vreemdeling vertrouwt.



016540 - [Claas Bruin] - De verhinderde wraak van Cajus Martius Coriolanus. 1738
V. Coriolanus zal ’t zich nimmer onderwinden;
Dies laat uw achterdocht... T. Ik zie hem met zyn vrinden.
Men hou’ zich stil, en schuil’ hier achter deeze tent;
Zo word ons de uitslag van hun samenspraak bekent.
V. Gy zult den Veldheer door dit misvertrouwen hoonen,
Indien hy ’t word gewaar. T. Wil u gehoorzaam toonen.
Voorzigtigheid heeft nooit een’ Oppervorst berouwt,
Als hy zyn leger aan een’ vreemdeling vertrouwt.



016550 - Claas Bruin - De verhinderde wraak van Caius Martius Coriolanus. 1766




016560 - Claas Bruin - De verlossing van Sadrach, Mesach en Abednego. 1724




016570 - Claas Bruin - De verlossing van Sadrach, Mesach en Abednego. 1735




016580 - Claas Bruin - De verlossing van Sadrach, Mesach en Abednego. 1740




016590 - Claas Bruin - Vlucht van Moses uit Egipte. 1724




016600 - Claas Bruin - Vlucht van Moses uit Egipte. 1735




016610 - Claas Bruin - Vlucht van Moses uit Egipte. 1740




016620 - Bernardus Brunius (naar het Engels van William Shakespeare) - Cajus Marcius Coriolanus. 1782
2016



016630 - [Bernardus Brunius] (naar het Engels van William Shakespeare) - Marcus Antonius en Cleopatra. 1781 ca.
2016



016640 - [Bernardus Brunius] (naar het Engels van William Shakespeare) - Richard de Tweede, Koning van Engeland. 1781 ca.
2016



016650 - [Bernardus Brunius] (naar het Engels van William Shakespeare) - De twee edellieden van Verona. 1781 ca.
2016



016660 - [Bernardus Brunius] (naar het Engels van William Shakespeare) - Het tweede deel van Koning Hendrik de Vierde behelzende deszelfs dood, en de krooning van koning Hendrik den Vyfden. 1782
2016



016670 - Bernardus Brunius (naar het Engels van William Shakespeare) - Veel leven over niets. 1782
2016



016680 - H. Bruno & W. v. Sander (naar het Frans van Jean Louis Ignace de la Serre) - Thomas Morus. Treursp. ofte verwinninge van geloof en stant-vastigheydt. 1660




016690 - Arnoldus Brusse - Alcest, of de beloonde vaderliefde. 1791




016700 - Hendrick de Bruyn-beeck - Een klucht, van de Vyaensche reys. 1649




016710 - Frederik de Bruyn - De beproeving, of standvaste min van Leander. [...] Naar de orig. druk. 1699 ca.




016720 - Frederik de Bruyn - De beproeving, of standvaste min van Leander. 1750 ca.




016730 - Frederik de Bruyn - Kondodad, of de triumpheerende edelmoedigheid. 1750 ca.
Doorluchte Marzavan, in wiens gelaat de trekken
Van aanzien, Eer, gezag, en grootheid zyn te ontdekken
Wat is Diarbekir aan uwen arm verplicht,
Dien sterken arm, die noch voor list nog krygsmacht zwicht.
Hoe plant ge steeds, met moed, de blyde Zegevanen
In ’t neergeslagen Heir, der stryd’bre Perzianen
Daar gy verheerlykt om uw dapp’ren Oorlogsdaân,
Geheel ons Vaderland doet in verwondring staan.



016740 - Frederik de Bruyn - De tririumpheerende Schouwburg. 1783




016750 - Jan Bruyn - Aruntius. 1761
An: Wie zien myne oogen! ’t is Porsenna’s grooten Zoon!
Ar: Zyt gy ’t myn Voedsterheer? wat blyde ontmoeting, Goôn!



016760 - Willem van Bruyningen - Vlaemsche klucht: van sinjoor Jakus Smul, hoe dat hij wert verraen, en met sijn blote neers moest in de spinde staen. En hoe Kallijn Flep-muts van hem wiert uytgestreken, ende aen Joos (haer man) haer voet van ’t bed moet steken. 1645
Nu moet ik wederom van dage lustich werken,
En ziet my luye vod’ blijft slapen als een verken



016770 - A. van Bulderen (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het school van de mannen. 1678 ca.
Myn Broer, soo ’t u belieft ’t is langh genoeg gepraet,



016780 - H. van Bulderen - De bedroge dienstmaegd, of verkogte trou. 1675




016790 - H. van Bulderen - Verkogte trou, of bedroge dienstmaegt. 1716




016800 - H. van Bulderen - Spreekende geest van Jan de Wit, verschenen op het Theatrum van de werelt. 1673 ca.
Ach! ongeluckige, waer ben ick toe gekomen;
Mijn eer, mijn faem, mijn glans, mijn rijckdom is ontnomen?
Mijn ziel die wort geknaeght, ick smelt schier dooor [sic] de pijn,
Ay my! ay my! sal hier dan noyt geen uytkomst zyn?



016810 - Joh. Buma - Boere bruiloft, of het huwelijk van Modde-worst en Griet Beerdberg. Met geschiedkundige aanmerkkingen en koperen platen. 1767




016820 - Joh. Buma - De vink in ’t net, of Louw Robberts bedrogen. 1767




016830 - Isaac Jacobsz. Burchoorn - Bataviersche mey-spel. 1632
Ick, die Apollo ben, van Iupter gesprooten:



016840 - R. van Buren (naar het Latijn van Lucius Annaeus Seneca) - Hyppolytus, of gemartelde kuysheyt. 1655
De nare duysternis van d’onderaerdse çel,
Het ysselijk gespook, de gruwel van den hel,
’tGejank van Cerberus, ’t geklaag der doder schimmen,
Het schreyen des treurvlieds, en het moordadich grimmen
Dar [= Der] helsse straffen, drie gesusters vinnich wreedt,
Den Zolpherdamp van Stijx, het dal van anxt en leed,
Ontvlucht kom ik (verselt met Hercules) deur reysen
Der hellen rijk, waar heen de schimmen nederdeysen.



016850 - Herman van den Burg - De gehorende schout. 1712
2016



016860 - Herman van den Burg - De gehoornde schout. 1718




016870 - Herman van den Burg - Herderszang op de vrede. 1713




016880 - [P. Burman] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De geleerde vrouwen. 1713
Myn Zuster, is dan die bekoorelijke naam
Van Vryster aan uw geest niet langer aangenaam?
En kittelt gy uw hart met haast in d’echt te leven?
Kan zoo gering een zaak uw ziel genoegen geven.



016890 - P. Burman (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De geleerde vrouwen. 1723
Myn Zuster, is dan die bekoorelijke naam
Van Vryster aan uw geest niet langer aangenaam?
En kittelt gy uw hart met haast in d’echt te leven?
Kan zoo gering een zaak uw ziel genoegen geven?



016900 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De aerdige bedriegerijen van Schapin. 1675 ca.
O onverwagte maer voor mijn verliefde hart!
Ach! ick zie niet te moet als d’aldergrootste smart
Te lijden van dees eeuw; vermits ik al mijn hoopen,
Nu dat mijn vader komt, met rampspoet sal bekoopen.



016910 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De aerdige bedriegerijen van Schapin. 1679 ca.
O onverwagte maer voor mijn verliefde hart!
Ach! ick zie niet te moet als d’aldergrootste smart
Te lijden van dees eeuw; vermits ik al mijn hoopen,
Nu dat mijn vader komt, met rampspoet sal bekoopen.



016920 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De aerdige bedriegerijen van Schapin. 1690 ca.




016930 - Dirck Buysero (naar het Latijn/Frans van Titus Maccius Plautus en Jean Baptiste Poquelin Molière) - Amphitrvo. 1679
Wie daar? ik beef van angst. goet vrient. ik zoek geen twist.
Ha! welk een stoutheid, welk een onvertsaagdheid is ’t,
In zulk een donk’ren nacht te doolen langs de straaten!
War speelt mijn heer my nu een pots, hy moet my haaten,



016940 - Dirck Buysero (naar het Latijn/Frans van Titus Maccius Plautus en Jean Baptiste Poquelin Molière) - Amphitruo. 1680
A. Al zoetjes Nacht, wilt noch wat draalen,
Jupijn heeft iets aan my belast,
’t Geen ik in ’t korte u moet verhaalen.
N. Zijt gy ’t Merkuur? gezwinde gast,
Wat doetg’ in dit postuur, dat u zoo weinig past?
[...]
Wer daar? ik beef van angst. goet vriend. ik zoek geen twist.
Ha welk een stoutheid, welk een onvertsaaghdeid is ’t,
In zulk een donk’ren nacht te doolen langs de straaten!
Wat speelt mijn heer my nu een pots. hy moet my haaten.
[...]
Terwijl Jupijn, die vast de schoon Alkmene streelt,
En daar Amphitruo, haar eigen man, verbeelt,
My, Mayaas zoon, heeft tot een makelaar genomen
Van zijne min, ben ik in dit gewaad gekomen
Van Sosia, die ’k af zal drijven van deez’ kust;
Om onze minnaars niet te stooren in haar lust.



016950 - Dirck Buysero - Arete, of stryd tusschen de plicht en min. 1692
P. Myn Heer



016960 - Dirck Buysero (naar het Frans van Paul Scarron, naar Alonso de Castillo Solórzano) - Arlekyn, versierde erfgenaam. 1719
Ik wil de liefde laten varen,
En houden ’t met den Rynschen Wyn.
Ik wil met Lysje één Oor paren;
En haren trouwen dienaar zyn.



016970 - [Dirck Buysero (NVA)] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, koning van Tyrus. 1670
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaen
Ten minste wat het is, dat u zo weg doet gaen?
Waerom mijn komst gemijdt? waer kon ik u mishaegen?
Spreek, gaf ik u oit stof om over my te klaegen?



016975 - Dirck Buysero (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, Koning van Tyrus. 1678
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaen
Ten minste wat het is, dat u zo weg doet gaan?
Waarom myn komst gemijdt? waer kon ick u mishaegen?
Spreeck, gaf ick u oit stof om over my te klaegen?



016980 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, Koning van Tyrus. 1679
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaen
Ten minste wat het is, dat u so weg doet gaan?
Waarom myn komst gemijdt? waer kon ick u mishaagen?
Spreeck, gaf ick u oyt stof om over my te klagen?



016990 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, koning van Tyrus. 1693a v
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaan
Ten minste wat het is, dat u zo weg doet gaan?
Waarom myn komst gemyd? wat kon ik u mishaagen?
Spreek, gaf ik u oit stof om over my te klaagen?



017000 - Dirck Buysero - Astrate, koning van Tyrus. 1693b v
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaan?
Ten minste wat het is, dat u zo weg doet gaan?
Waarom myn komst gemydt? wat kon ik u mishaagen?
Spreek, gaf ik u oit stof om over my te klaagen?



017010 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, Koning van Tyrus. 1697
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaen
Ten minste wat het is, dat u so weg doet gaen?
Waerom mijn komst gemijdt? wat kon ik u mishagen?
Spreek, gaf ik u oyt stof om over my te klagen?



017020 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, Koning van Tyrus. 1720
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaan?
Ten minste wat het is, dat u zo weg doet gaan?
Waarom mijn komst gemydt? waar kon ik u mishaagen?
Spreek, gaf ik u ooit stof om over my te klaagen?



017030 - Dirck Buysero (naar het Frans van Philippe Quinault) - Astrate, Koning van Tyrus. 1744
Hoe, schuwtge my Astrate, en mag men niet verstaan,
Ten minste wat het is, dat u zo weg doet gaan?
Waarom myn komst gemydt? wat kon ik u mishaagen?
Spreek, gaf ik u oit stof om over my te klaagen?



017040 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De bedriegeryen van Schapin. 1733
2016



017050 - Dirck Buysero - Tafelspelletje ter bruilofte van den edelen Heere Antony Tael. en Jonkvrouwe Brechtland Brasser. 1691
Ik kom met Venus hier van boven nederdaalen
Daer ’t blyde Bruilofsbed ’t verliefde Paar verwacht
Om op het vriendlykste in te haalen.
Wat dag haelt hy dees schoone nacht?
Ziet hoe het Bruidje lacht met putjes op de kaaken
Terwijl de Bruidegom van kuische liefde brand.
Komt hier gy lachjes en vermaeken,
Danst om het vrolijk Ledekant.



017060 - Dirck Buysero - Tafelspelletje ter bruilofte van den edelen Heere Antony Tael. en Jonkvrouwe Brechtland Brasser. 1691
Hoe zeer Bellone brult in ’t midden van de zwaerden,
Daer ’t veld alom bezaeit met bloedige standaerden,
En scheltrompet geklank, en grof metael verwoed,
De wolkerige lucht van weerklank galmen doet;
Kan mijne Zanggodin zig echter niet bedwingen
In ’t woeden van den Krijg een Minnetoon te zingen.
’t Zijn geen Pistolen, die hier Venus Zoontje schier,
Wanneer uyt Lantjes oog doe lieve tweeling koolen
De Borst des Bruidegoms ontvonken, als hy ziet
In ’t medelijdend hart de vlammen lang verholen:
Dit geeft den Minnaer moet, die dus zijn dienst haer bied.



017070 - Dirck Buysero - De gezusters, of de bewoge huwelyks-haatsters. 1716
Ia zeldzaam is ’t, als ik u heb gezegt Monfreer,
Dat Juffers van de jeugt af delicaat, en teer,
En hoflijk opgevoet, zijn van geen min te raken!
Maar heel verlieft op manlyke oeffeningen blaken,
Als had natuur in haar juist averegts gewerkt.



017080 - Dirck Buysero (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Pub. Terentii Heautontimorumenos, ofte selfs-qeller [sic], in Nederd. rijmen. 1662
Hoewel de kennisse nu korts is by gebrocht;



017090 - Dirck Buysero (naar het Frans van Philippe Quinault) - De min- en wynstrydt. 1697
L. Entre nous, je le dis tout bas,
On sent des maux qu’on n’ose dire;
[...]
D. ’T is goet te zien dat gy in Vrankijk zijt geweest;
Maar ik ben te dom van geest,
En kan het Frans zoo wel niet als het Duits beseffen.



017100 - [Dirck Buysero] (naar het Frans van Philippe Quinault) - De min- en wynstrydt. 1717
Van waar komt dees’ verandering?
Myn hart, dat van genuchten
Voorheen gedurig zwanger ging,
Helaas! loost niet als bange zuchten:
Van waar komt dees’ verandering?



017110 - Dirck Buysero (naar het Frans van Philippe Quinault) - Min- en wyn-strydt. 1719
[...]
D. ’t Is goed te zien dat gy in Vrankryk zyt geweest;
Maar ik ben te dom van geest,
En kan het Fransch zo wel niet als het duitsch bezeffen.
L. Wel aan dan, nu je ’t zo verstaat,
Zal ik een Duitsche deun opheffen,
Gelukkig ben ik zo ze u slechts ter harte gaat.



017120 - Dirck Buysero - De Ryswyksche vredevreugd. 1697a d
Vreede! Vrede in onze dagen,
Klinkt alom de schelle Faam.
Deze Zon ryst aangenaam
Uit al d’oorlogs onweervlagen.
Vrede, Vrede in onze dagen,
Klinkt alom de schelle Faam.



017130 - Dirck Buysero - De Rijswijksche vredevreugd. 1697b d
Vreede! Vrede in onze dagen,
Klinkt alom de schelle Faam.
Deze Zon rijst aangenaam
Uit al d’oorlogs onweervlagen.
Vrede, Vrede in onze dagen,
Klinkt alom de schelle Faam.



017140 - Dirck Buysero - De triomfeerende min. 1680
Ziet hier Kupido inveen ongewoone stant.



017150 - Dirck Buysero - De triomfeerende min. 1680 ca.




017160 - Dirck Buysero - De verliefde poëet. 1721
H. WEl Radegond, dat hebt gy uyt de kunst geklaart,
Dogh Ligtharts knegt is na myn dunkt ook prysens waard,
Dat hy zoo net van pas het briefjen onderschepte,
En u verstond, zoo haast als gy uw handen repte.



017170 - [Dirck Buysero] - De vryadje van Cloris en Roosje. 1688
C. Zoete en alderliefste Roosje,
Zielsbeminde, lieve troosje,
’k Bid u, blyft een weinig staan.
R. ’k Zeg u, Cloris, laat my gaan,
’k Moet myn Schaapjes gaan verweien.
C. Engel, laat ik u geleien.
R. ’t Is niet noodig, blyft maar hier.



017180 - [Joh. Bruynestein / Dirck Buysero] - De schoonste, of het ontzet van Schevening. 1717
G. Waarom hebtge Triton, nu zo lang op je hooren geblazen
Of wast om my ’t slapen te beletten door uw razen,
Zal ik met u nooit konnen leven in vrêe?
Of benyd ge my neffens u te bewonen de zee?



017190 - Joh. Bruynestein / Dirck Buysero - Het zeemonster bevochten en overwonnen. 1683




017210 - Dirck Buysero (uitg. Jan van Hoogstraten [of Jan van Hoven?]) - De geschaakte gezusters. 1716 ca.
T. Weet gy Aanschouwers, wie gy ziet?
Ik ben de praal der Zanggodinnen,
Wel waard om myn vermaak te Minnen;
Ik ben noch onlust, noch verdriet:



017220 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - Het boere opera, of Kloris en Roosje. 1700
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet overtijd dat ik uyt vrijen peur?
Ik ben zoo blank gelijk een zwaantje:
En dat is der vrouwen kleur:
Want zy graag wat blanks trouwen;
Of zouden zy liefst van wat langs houwen?
En ik ben de kortste niet,
Maar daarom ook wel zoo dapper, Als je ziet.



017230 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - Het boere-operaatje, of de bruyloft van Kloris en Roosje. Klucht-spel met zang en dans. 1706




017240 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1707a




017250 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1707b
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?



017260 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1707c
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank, gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017270 - [Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp] - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1707d




017280 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - Het boere-operaatje, of de bruyloft van Kloris en Roosje. 1712 ca.
Ben ik niet een kittig Haantje,
En is ’t niet over tijd dat ik uit vryen peur?
Ik ben soo blank gelijk een Swaantje,
En dat is der Vrouwen keur:



017290 - [Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp] - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1720 ca.
Ben ik niet een kittig Haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zoo blank, gelyk een Zwaantje,
En dat is der Vrouwen kleur:



017300 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1727
Ben ik niet een kittig Haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zoo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der Vrouwen keur:



017310 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1730




017320 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1730 ca.
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank, gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017330 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1731
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank, gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017340 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743a v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen keur:



017350 - [Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp] - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743b v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen keur:



017360 - [Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp] - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743c v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017370 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743d v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017380 - [Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp] - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743e v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017390 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743f v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017400 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1743f v
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen keur:



017410 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - Boere opera, of Kloris en Roosje. 1760




017420 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - De bruiloft van Kloris en Roosje. 1781
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017430 - Dirck Buysero / Jacob van Ryndorp - Een vermakelyke boeren bruyloft 1750 ca.
Ben ik niet een kittig haantje,
En is ’t niet over tyd dat ik uit vryen peur?
Ik ben zo blank, gelyk een Zwaantje,
En dat is der vrouwen kleur:



017440 - Dirck Buysero ~ of C. Sax - Arlekyn door liefde. 1715 ca.
G. Wel Joost, weet gy voor my geen raad,
In deezen myn bedroefde staat?
Dat ik myn Izabel kan spreeken?
Ik zal my noit aan u weer wreeken,
Al maakten gy het noch zo bond.



017450 - J.D.E. Buzaglo (naar het Duits van Onbekend) - De edele hartstogten, of de zonderlinge ruiling. 1793




017460 - J. de Byl - Camos, of d’Euxartze verwoestinge. 1750 ca.
Rampzalig noodlot van myn half verkragten staat!
Wat brouwd gy gruwelen! en stapeld kwaad op kwaad,
De Zuylen van myn Throon; de Ridderen en Grooten,
Diue eer myn zyde styfde; in ’t woên der donderklooten,



017470 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - Adelheide. [Toneelspel voor kinderen]. 1777




017480 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De bekwame leermeester. 1777




017490 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De belachelijke inbeelding. 1777




017500 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - De dwaaze verkiezing. 1777




017510 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De gelukkige herstelling. 1777




017520 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De gestrafte grootspreker. 1777




017530 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - De geveinsde 1777




017540 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De kinderpokken. 1777




017550 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - Kleed zonder galonnen. 1777




017560 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De kleine gouvernante. 1777
Wel nu juffertje! zult ge dan doen dat ik zeg?..... wilt ge u wel regt houden?..... ik vermoei me vergeefs om u een bevallig voorkoomen te geeven, want ik vind u dom genoeg om het telkens te vergeeten.... Ha, ha! ik merk wel dat ge ’er niet meêr om denkt dat ik Gouvernante ben, en dat deeze het regt heeft van zich te doen gehoorzaamen.......



017570 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De menuët. 1777




017580 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - Het ontdekte spook. 1777




017590 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De snoepsters. 1777
J. Francyntje komt nog niet om ons eeten te geeven, en ’t is al twaalf uuren.
M. ’k Geloof het wel! Vader heeft ’er om een verre boodschap uitgestuurt, maar wil ik hem vraagen, of hy ons eeten wil geeven?
J. Wel ja, dat zou wat weezen, hy zou ons een stuk geeven, en ik lust nu geen stuk: maar hoor, ik weet wat; Mevrouw Dulac, heeft Vader gisteren een Mangeltaart en een pot met Confituuren gestuurt; Jacob heeft ’t me flus verteld.



017600 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - De speeler. 1777




017610 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - De stiefmoeder. 1777




017620 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De styfhoofdige. 1777




017630 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De vernederde hoogmoed. 1777




017640 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - Verstandige zoon. 1777




017650 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - De vertaaling. 1777
F. De drommel haal dat woord. Gigas..... och! die vertaaling doet my zweeten.... gigas, gigas... Zuster, weet gy niet wat het woord gigas zeggen wil?
M. Gigas;.... laat zien;.... wel ja, schaapenbout. Zie maar in de Dictionaire.
F. Ha.. ha.. ha! dat is schoon gevonden! Hoe komt een schaapenbout in de Psalmen van David te pas? Myn Thema is eene verklaaring daar over; en myn Dictionaire heb ik niet by de hand.



017660 - [D.S.C. [= C. Swaberland]] - De wangunstige. 1777




017670 - C.H. - De bisschop voor Groningen. 1722 ca.
Wat dreygt de ondergang van ’t groot Carthagoos vesten?
Wat stort’ dien steylen kruyn, waer door dat sy ten lesten,
Haer ondergang aenschout’, als sich in vlam en roock
Die luyster, eer en roem begroef en nederdoock?



017680 - C.H. - De bisschop voor Groningen. 1722 ca.
Wat dreygdde d’ondergangh van ’t groot Carthagôs vesten?



017690 - C.H.S. - Den verdrukten vaderlander, herstelt. 1800




017700 - C.v.B. - Klucht van Lammert met syn neus. 1641a v
L. Hoort Wijf eer ick vertreck heb ick noch wat te segghen,
Komt hier en luystert gau, ick saltje gaen uytlegghen.
W. Wel mijn Lammert-vaer wel al wat ghy my gebiet
Soo veer ’t is in mijn macht, ’k en sal het laten niet.



017710 - C.v.B. - Klucht van Lammert met syn neus. 1641b v




017720 - C.v.B. - Klucht van Lammert met syn neus. Den tweeden druck. 1645
L. Hoort Wijf, voor mijn vertreck moet ick u noch wat seggen,
Komt hier en luystert gaeu, ick saltje gaen uytleggen.
W. Wel wel mijn Lammert-vaer al wat ghy my gebiedt,
Soo verr’ ’t is in mijn macht, ’k en sal het laten niet.



017730 - Colijn Cailleu - Op die geboorte van die hertoginne van Savoye vrou Margriete. 1480




017740 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken - ’t Bataafsch Atheene. Voorspel, gevolgt door de liefde van Mercurius en Herse, of de herschepping van Aglauros, ter gelegenheid van de verjar. van Sophia Frederika Wilhelmina, princesse van Oranje [...] 1770




017750 - [Maria Geertruida de Cambon - van der Werken] (naar het Frans van Abbé Bruté de Loirelle) - De bevredigde vyanden. 1772
A. Komt gy, myn Heer! ons in ’t eind het vonnis onzer dood aankondigen?
V. Ik, myne waarde Adelaïde! Waant gy my bekwaam tot het volbrengen van dien barbaarschen last? Laas! wat wekt in u een denkbeeld zo vol afgryzen?




017760 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken - Het dorpfeest, [...] ter gelegentheid der gezegende geboorte van haare doorluchtige Hoogheid, Mevrouwe de Princesse van Oranje en Nassauw, enz. enz. enz. 1770 ca.




017770 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans van Joseph Gaspard Dubois-Fontanelle) - Ericia, of de Vestaale. 1770 ca.




017780 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Hamlet. 1778 ca.




017790 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Hamlet. 1779




017800 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Hamlet. 1786




017810 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans van Pierre Augustin Caron de Beaumarchais) - Het huwelyk van Figaro, of de dag van de zotheyd. 1786
F. Negentien voeten zes- en twintig.
S. Kyk, Figaro! vind gy nu myn hoedje beter?
F. Dat scheelt veel, myne bekoorlyke! ô wat is



017820 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans van Pierre Augustin Caron de Beaumarchais) - Het huwelyk van Figaro, of de dag van de zotheyd. 1789




017830 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans van Guymond de la Touche) - Iphigenia in Tauris. 1771
ô Goon! die ’k beevend smeek voor dees gewyde Altaaren,
Wilt myn standvastigheid, die gy beproeft bewaaren,
Ontwind den naaren Droom, de myne ziel ontstelt!
Zou hy geen teken zyn waar door ge uw toorn voorspelt?



017840 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Koning Lear. 1786




017850 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans / Engels van Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Koning Lear. 1791a v




017860 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar Jean-François Ducis / William Shakespeare) - Koning Lear. 1791b v




017870 - [Maria Geertruida de Cambon - van der Werken] (naar het Frans van Nicolas-Sébastien Roch de Chamfort) - De koopman van Smirna. 1770




017880 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans van Nicolas-Sébastien Roch de Chamfort) - De koopman van Smirna. 1776




017890 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken - De morgenstond. Voorspel [bij] de geboorte van Willem VI. 1772




017900 - [Maria Geertruida de Cambon - van der Werken] - Het nieuwe jaar. 1770 ca.
Welk een slag voor my! een bankroet van twee duizend guldens, en dat noch in een tyd, dat ik myne Dochter uit gaa trouwen!



017910 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken (naar het Frans van Jean François Ducis) - Oedipus aan het hof van Admetus. 1790 ca.




017920 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken - De offerhande der Bataafsche veldedelingen aan Apollo 1770




017930 - [Maria Geertruida de Cambon - van der Werken] - Waar is ’t gezond oordeel? 1772




017940 - Maria Geertruida de Cambon - van der Werken - De zege-praal der min. 1767




017950 - Joannes Franciscus Cammaert - Adam ende Eva, uyt het lust-paradys gejaegt, in ballingschap. Aller-treurspelen-treurspel. 1746
Adam



017960 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van David Augustin de Brueys) - Den advocaet Patelin. 1754
Het gaet dan vast, schoon ick geen’ stuyver heb, te maecken
Een kleed, en van het oud’ geheel in’t nieuw te raeken
Selfs op deês dag. Het is waerachig al soo goed
Melaets te syn als arm, en sonder kleed’ren. Bloed!



017970 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Michel Jean Sedaine) - Alles bedenken wy niet altyd. 1763




017980 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean François Marmontel / Charles Simon Favart) - Annette en Lubin. 1762




017990 - Joannes Franciscus Cammaert - Belphegor, vervormden helgeest, ofte ondersoecker van het leven der vrouwen. 1754




018000 - Joannes Franciscus Cammaert - Bloedige martel-kroon, ofte Maria Stuart, koninginne van Schotland, gebylt door kroonsucht van Elisabeth, koninginne van Engeland. 1747
Prins, Norfolks-hertog heeft my nu verscheyde maelen
Ontboden: syne borst doorgloeden nieuwe straelen
Van liefde, ’t zy uyt trouw’ oft sucht der kroon ontstaen.
Den Graef, Mouray, kan (nu wy t’saem hier spreken) aen-
Licht-hooren ons besluyt: hy moet om staetsche reden
En laecken van de kroon deês Hofzael binne-treden.



018010 - Joannes Franciscus Cammaert - Bloedige martel-kroon, ofte Maria Stuart, koninginne van Schotland, gebylt door kroonsucht van Elisabeth, koninginne van Engeland. 1750




018020 - Joannes Franciscus Cammaert - Bloedige martel-kroon, ofte Maria Stuart, koninginne van Schotland, gebylt door kroonsucht van Elisabeth, koninginne van Engeland. 1785 ca.
Prins Norfolk



018030 - Joannes Franciscus Cammaert - Bloedige nederlaeg ende dood van Saul, koning van Israel. 1751
2016



018040 - Joannes Franciscus Cammaert - Constantinus Rooms-keyser, de onnooselheyt van synen sone, Crispus, ende de boosheyt van syne vrouwe, Fausta, straffende. 1750
Op, moed’ge Helden, op: de Duytse-kroon-vyanden
Moet men bloed-dorstend’ en moordsuchtig aen-gaen-randen
En hunne trotse waen verdrucken. Den Romyn
Moet zyn in ’t bloed versmoort; den Soon van Constantyn
Als overwonne Slaef g’hecht aen myn’ zegewagen...



018050 - Joannes Franciscus Cammaert - Constantinus roomsch keyser, de onnooselheyd van zynen zone Crispus, ende de boosheyd van zyne vrouwe, Fausta, straffende. 1773




018060 - Joannes Franciscus Cammaert - David, zegepraelende op Goliath. 1750 ca.
Uw’ onverwagte komst my, Abner zeer verwonder
Bevreest of Goliath weêr hadde uytgedondert
Zyn smaed op Israël, en myne macht getemt,
En door zyn woedend zwaird, in d’ysre vuyst beklemt
Myn strydb’re heyr-schaer had verslagen en geschonde
Dus, bid ik, my verklaerd waerom gy word bevonden,



018070 - Joannes Franciscus Cammaert - David zegepraelende op Goliath. 1751
2016



018080 - Joannes Franciscus Cammaert - David, zegepraelende op Goliath, bli-eyndig treurspel, getrokken uyt de H. Schrifture. 1751 ca.
2016



018090 - Joannes Franciscus Cammaert - David zegepraelende op Goliath. 1773




018100 - Joannes Franciscus Cammaert - David zegepraelende op Goliath. 1774
2016



018110 - Joannes Franciscus Cammaert - Den deserteur. 1771
Kan men doen leet aen die wy minnen?
Hoe willen gaen
Hem rouw doen-aen!
Kan men doen leet aen die wy minnen?
’t Is leet doen aen syn’ eyge sinnen,
’K min hem voor al’ myn levens-ty’en.



018120 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Charles Simon Favart) - De dochter qualyck bewaert. 1767




018130 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Pierre Corneille) - Dood-baerende stantvastigheyt in den graeve van Essex onder Elisabeth, koninginne van Engeland. 1750




018140 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Florent Carton Dancourt) - De dry verliefde nichten. 1757
Waerlyck, myn Heer Baillu, gy zyt een’ Man vol deugden,
Vol breyn, vol geest, die myn heel huysgesin tot vreugden
En troost verstreckte, ’k bid, gedenckt ’t geên gy myn’ Man
Belooft hebt voor syn dood, dat gy de sorge van
Heel myn Familie met myn soud helpen draegen.



018150 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Esther ofte opgang van Mardocheus ende ondergang van Aman. 1749
2016



018160 - Joannes Franciscus Cammaert - Gestrafte minlust, ofte rampsaelige ontrouw in Maria van Arragon, vrouwe van den roomschen keyser Otho den derden. 1750




018170 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Den heere de Pourceaugnac. 1754




018180 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Onbekend) - Den hervonden man. 1757
Waer’lyck, myn Heer, de liefd’, en dat geduerig vryden
Is niet dan dwaesheyt. Als gy vry waart, g’had geen lyden,
’T scheen, dat al’t aerds-geluck in uw gebieden stont:
Wel, waerom blyft gy niet daer g’u soo wel bevond?



018190 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Onbekend) - Den hoogmoedigen. 1757
P. Bloed! is Liset’ nog niet gekomen? soude dese
Arglistige myn komst wel tot een’ spot doen wese
My self hier gevende den Randevou?... sacht, sy
Is daer. L. Myn Vriend, Pasquin, uw Dienaeres. P. Siet my
Uw’ Dienaer desgelyck: ha, Dienstmeyt van soo schoone
Liefd-waerdige Meesters’. L. Om danckbaer te beloone
Dees complimenten, my ontbreeckt welsprekentheyt,



018200 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean-François Guichard) - Den hout-kliever, ofte de dry wenschen. 1770
C. Wat een onnooselheyt!... wat is sy lief en net!
S. Ag! zyt het gy, Colin? C. Ag! zyt het gy, Suzet’?
S. Ja, waerelyck, maer ’k gaen weêr spoedig henetrede.
Ey! wilt een’ oogenblick vertoeven op myn bede.



018210 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Joas seven-jaerig koning van Juda; van de moord bevrijd door Josoba, opgevoed onder het bestier van Joiada, en vruchteloos vervolgt door Athalia. 1748
Ick ben naer oude g’woont deês Tempel in-getreden
Om tot den waeren God te stieren myn’ gebeden,
En deês vermaerde feest met u te vieren gaen
Van dat wy op den Berg hebben de wet ontfaên.



018220 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Michel Jean Sedaine) - Den koning en den pachter. 1764
Ick weet niet waer my hene-wende,
’K weet niet waer ick myn’ stap set vry:
Eenen slag is al’ deês elende
Erger nog als de dood voor my.
Waer ick myn oog keer t’aller zyde
Verdriet ende ramp my bestryde!
Ick voel, dat myn ziel in veel lyde
Kiesen wilt, ag! en niet kan sy.



018230 - [Joannes Franciscus Cammaert] (naar het Frans van Michel Jean Sedaine) - Den koning en den pachter. 1768
Ik weet niet waar ik my heene wenden,
Ik weet niet waar ik zal heene gaan,
Deesen slag voor my vol elenden,
Doet nog meer als de dood my aan,



018240 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Nicolas Médard Audinot) - Den kuyper. 1768
F. Neên, Ick en wil niet. Neên, neên, Ick en wil niet. Colin, laet my vry. Neên. Gaet dog heên, Gaet maer heên. Laet my vry, gaet maer heên.
C. Maer, maer den Droes! Om welke reden Aen myn hert, ’T geen verlieft gy siet, Kont gy doen Sulk ong’rechtigheden? Geeft uw’ hand aen my.



018250 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Charles Simon Favart) - De landloopster, blyspel in twee deelen, gemengt met sangen. 1762
In d’hoôp der tyde
Van de vreugd
Moet men niet myde
Te zyn verheugt:



018260 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Onbekend) - Den lands-soldaet. 1770
C. Wat, noyt moede, Wat! Lucas sal volgen gaen, Niets doet spoede, Wy sullen, sullen ’t sien-aen
L. Ja noyt moede, Ja, Lucas sal volgen gaen, ’t Doet m’al spoede, Maecken wy een eynd’ daer-aen



018270 - Joannes Franciscus Cammaert - Mahomet den tweeden, Turcks-keyser, ofte moord-baerende liefde, uytgevrocht in Irena prinsesse van Griecken. 1748




018280 - Joannes Franciscus Cammaert - De meyt-meesters’ blyspel in twee deelen, gemengt met sangen keer-gedigt van de Serva Padrona, italiaens tusschenspel. 1764




018290 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Charles Simon Favart) - Ninette in het hof, of de verliefde eygensinnigheyt. 1757
Aen het werck met moed en singe:
De koelheyt
Der Lommeringe,
’T soet beleyt
Van ’t Vogenklinge
In ’t werck verblyd
Alle dinge.
By hem, die myn teer hert versacht,
Ick spin wond’re trecke:
Als d’arbeyd my met slaep verkracht
De min komt my wecke,
Myn’ Vriend, ’k ben uwe Bruyd, wy moren trouwen sullen:
In een soo soet gepeys gaet al uw werck vervullen:
Myn Lief Colaet, bedenck in ’t geên uw werck brengt-by,
Dat de vrucht van uw sorg haest wesen sal voor my.



018300 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans / Italiaans van Charles Simon Favart, naar Legrenzio Vinc. Ciampi) - Ninette in het hof, ofte de verliefde eygensinnigheyt. 1762




018310 - Joannes Franciscus Cammaert (naar Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Olimpia. 1767 ca.




018320 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Leonor Jean Christine Soulas d’Allainval) - De onrust door den ryckdom. 1754
Ey my, ick kan niet meêr! het onderst’ is my boven
Gekeert! ’k ben als gevilt, gestropieert: verschoven
Zyn my de hersens. Dat, dat u den Duyvel hael’
Kleyn Minne-goôdje! Bloed! wat eene helsche quael,



018330 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Rooms-moedigen Horatius, verwinnaer der Albaenen 1751
Erkent, geminden Prins, myn’ liefdes-tederheden:
Stemt in myn’ tranen: duld myn lyden, daer bestreden
Deês teeren boesem mede word ende gepynt:
Nu ick my sien dus-by aen alle zyd’ omheynt
Met een’ gevreesden storm van eysselycke baeren:



018340 - Joannes Franciscus Cammaert - Salomon. 1750 ca.




018350 - Joannes Franciscus Cammaert - Salomon of Goddelyck orakel. 1762




018360 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Semiramis. 1740 ca.




018370 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Louis Anseaume) - Den soldaet tooveraer. 1768




018380 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Louis Anseaume) - Den soldaet tooveraer. 1768




018390 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Louis Anseaume) - Den soldaet tooveraer. 1768




018400 - Joannes Franciscus Cammaert - Straf ende dood van Balthassar, koning der Chaldeen, benevens de krooninge van Darius, koning van Meden. 1749
2016



018410 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Louis Poinsinet de Sivry) - Den tooveraer. 1769
Van dit Lynwaerd, dat ick strycke
Ieder vouw hier terstond verdwijnt!
Van myn hert niets kan doen afwycke
D’ongerustigheyt, die my pynt!
Dit vuur en die vlam,
Die ’k blasende doen schyne,
’T beeld is van myn hert en sin
De liefde voed den brand daer in,
En den rouw doet hem stracks verdwyne.



018420 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quingey) - Twee gierigaerds. 1772




018430 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Louis Anseaume) - De twee jaegers en de melckverkoopster. 1764
’K ben doornat achter en voor!
Op den rug’ heel den nacht door,
Van wind en regen ick beve!
Vervrosen ben ick als steen,
’T lyf gebroken heel van-een,
Ag! wat een droef beeste-leve,
Wat een droef beeste-leve!



018440 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Onbekend) - Den valschen astrologant. 1763
Ag! wat al wonders my belaede!
Wat al schoonheyt sonder gaede
Kom ick t’ontdecken daer!
De Maene met geen vals verklaar,
Vals verklaer,
Scheen aen myn oog te zyn eene aerdsche Ronde,
Die staet op vaste gronde,
Die staet op vaste gronde.



018450 - Joannes Franciscus Cammaert - De vreedheyd van Constantinus, roomsch keyser, uytwerkende op d’onnoozelheyd van zynen geylen zoon Crispus als ook straffende boosheid van zyne vrouwe Fausta. 1750 ca.
Op, moed’ge Helden, op de duytsche kroon-vyanden
Moet men bloedsdorstend en moordzugtig aen gaen rande,
En hunne trotsche waen verdrukken, den Romeyn
Moet zyn in ’t bloed versmoort, den zoon van Constantyn
Als overwonnen slaef, g’hecht aen myn zegen wagen...



018460 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean Jacques Rousseau) - Den waersegger van het dorp. 1758
Al’ myn luck is my ontseyt,
Ick ben mynen Minnaer quyt!
Colin laet my vaere.
Eylaes! v’rand’ren konde hy!
’k wou van dit gepeys zyn vry,
Eylaes! het blyft my beswaere.
Hy minde m’eertyds, en myn onluck daer in leyt.
Maer welck’ is die dan die hy komt voor my te minne?
S’is seker dan wel schoon! Onwyse Herderine,
Vreest gy de smerte niet, die’k heden onderstaen?
Conin kon wiss’len my, uw beurt kan komen-aen.



018470 - Joannes Franciscus Cammaert (naar het Frans van Jean Jacques Rousseau) - Den waersegger van het dorp. 1762




018480 - S.F. Campenhout - De verliefde vryster. 1764 ca.




018490 - Eusebius Candidus (J. Placentius?) - Plausus luctificae mortis ad modum dialogi extemporaliter ad Eusebio Candido lusus. 1534




018500 - Eusebius Candidus (J. Placentius?) - Susanna. 1534
Sexcentae pestes, podagrae, pleureses malae
Has puellas obtineant diu, quas senum
Non miseret magis, quam si desissemus
Vivere, aut omnino non essemus amandi compotes.



018510 - F. Henricus Canisius - Prae-nobili, generoso, & amplissimo Domino D. Iacobo de Ryck Toparchae de Claermes, Urbis Lovaniensis Consuli meritissimo, Feliciter finita Bruxellis Lite Vicennali Lovaniensem Communitatem tam cupitâ Victoriâ ad commune gaudium excitanti. Drama inter Lovaniensem Nympham, & duos Genios. 1661




018520 - F. Henricus Canisius - Drama inter Phoebum, et Lovaniensem Eremum, ac Minervam. 1661




018530 - Johannes de Canjoncle (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Brittannicus. 1693a v
Hoe zal, Mevrouw, terwyl dat Nero zich verlust
In zorg’loos slaapen, hier gaan waaren ongerust?
Zal Cezars moeder dus alleen zyn’ deur bewaaken?
Door ’t Hof gaan doolen? ’k bid, ei! wil dit opzet staaken.



018540 - [Johannes de Canjoncle] (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Brittannicus. 1693b v
Hoe zal, Mevrouw, terwyl dat Nero zich verlust
In zorg’loos slaapen, hier gaan waaren ongerust?
Zal Cezars moeder dus alleen zyn’ deur bewaaken?
Door ’t Hof gaan doolen? ’k bid, ei! wil dit opzet staaken.



018550 - Johannes de Canjoncle (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Brittannicus. 1729
Hoe zal, Mevrouw, terwyl dat Nero zich verlust
In zorg’loos slaapen, hier gaan waaren ongerust?



018560 - Johannes de Canjoncle (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Brittannicus. 1764
Hoe! zal Mevrouw, terwyl dat Nero zich verlust
In zorg’loos slaapen, hier gaan waaren ongerust?
Zal Cezars moeder dus alleen zyn’ deur bewaaken?
Door ’t Hof gaan doolen? ’k bid, ei! wil dit opzet staaken.



018570 - Canoning Capucien - De souverynityt opgeheldert door Dullus Sanctus. 1790 ca.




018580 - E.U. Cardozo - Het huwelijk door bedrog. 1732




018590 - Carmelieten van Munsterbilsen - Baasa delens stirpem Jeroboami. 1776




018600 - Carmelieten van Munsterbilsen - Baasa uytroyende het geslacht van Jeroboam. 1776




018601 - Carmelieten van Munsterbilsen - D’onnooselhyd van Arlequin. 1776




018610 - Carmelieten van Sint-Winoxbergen - Den kloecken velt-oversten, prince, en rechter der kinderen van Israel Jephte. 1725




018620 - P.D. Caron - Bly-eyndige-kyvagie van Mr. Houtebeen met Els syn wyf. 1657
Ja kostje mijn dat wijs maecken, en soo weer te vreen stellen,
Maer neen soo geck niet; al sou jy mijn noch soo seer quellen?
So segh ick noch, dat jy de Hoer daer om niet in huys riep
Om beld te wisselen: wantje al te yverich naer achter liep;



018630 - P.D. Caron - Bly-eyndige-kyvagie van Mr. Houtebeen met Els syn wyf. 1658




018640 - Casparus Casparius (Caspar Ens) - Auriacus (Latijn). 1599
Stygia palude venio & umbrarum specu
Relicto, ubi superis seoesim habitant dii
Acheruntici, telluris in penetralibus;
Ubi grauibus umbris spissa caligo omnia
Obsessa opacat, nocteque aeterna premit.



018650 - Casparus Casparius (Caspar Ens) - Princeps Auriacus, sive libertas defensa. 1598
Stygia palude venio & umbrarum specu
Relicto, ubi superis seoesim habitant dij
Acheruntici, telluris in penetralibus;
Ubi grauibus umbris spissa caligo omnia
Obsessa opacat, noctèque aeterna premit.



018660 - Jacob Jacobszoon Cassiere - Een Present van Jonste, Vrientschap en Trouwe. 1559




018670 - Jacob Jacobszoon Cassiere - Tshertogenbosch: factie in Antwerpen 1561. 1562




018680 - Jacob Jacobszoon Cassiere - Tshertogenbosch: prologhe in Antwerpen 1561. 1562




018690 - Jacob Jacobszoon Cassiere - Tshertoghenbosch: spel van sinne in Antwerpen 1561. 1562




018700 - Matthys de Casteleyn (naar het Latijn van Publius Ovidius Naso) - Pyramus ende Thisbe. Schoon retorike amoureus bequame Es dit barblijke voor sulcken eersame. 1534 ca.




018710 - Matthys de Casteleyn - Historye van Pyramus ende Thisbe.
Schoon retorijcke amoureus bequame
Is dit baerblijcke voor zulcken eersame. 1573





018720 - Matthys de Casteleyn - Historie van Pyramus en Thisbe. 1612
Wat macher schuylen myn liefste maechskin
Quelt u eenich swaermoedich vlaechskin,
Doet my u klaechskin, als de vroetste:
Al zout my kosten myn magher kraechskin,
Om u zoud’ic noch waghen een waechskin,
En slaen een slaechskin als de ghemoetste!



018730 - Matthys de Casteleyn - Historie van Pyramus ende Thisbe, speel-wijse ghestelt by wijlent Heer Mathys de Casteleyn, priester ende excellent poët 1616
Menich goet exempel verwect
Van amoureusheyt, waerment vertrect
Die gheerne reyne gheneucht hoort,
Twelck hier naer volghen zal perfect,
Van zuyver liefde onbevlect,



018740 - Catharinisten (Aalst) - Sauls val tot David’s klem. 1663




018750 - Catharinisten (Aalst) - Tyrannighe. 1700




018755 - D.V. Cats - Vertooninghen over de treffelijcke schier onwinbaere victorie van Breda, door’t beleyt van syn Hoogheyt, den Prince van Orangie. Den 20 iuly 1637 belegert, ende den 10 october des selven iaers verovert. 1637




018760 - Jacob Cats - Koningklyke herderin Aspasia. 1655 ca.
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maeckt, wat dat ick sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn gheest is op de loop,
Mijn tochten zijn ontstelt, en woelen overhoop.



018770 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1655a v
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maeckt, wat dat ick sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn gheest is op de loop,
Mijn tochten zijn ontstelt, en woelen overhoop.



018780 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1655b v
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maekt wat dat ick sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten sijn ontstelt, en woelen overhoop.



018790 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1658 ca.
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maekt wat dat ik sal beginnen;
Mijn ziele zuyzebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten sijn ontstelt, en woelen overhoop.



018800 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1658a v
Daer heerscht een selsaem spook in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maekt wat dat ik sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten sijn ontstelt, en woelen overhoop.



018810 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1658b v
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseecker maeckt wat dat ick sal beginnen,
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten sijn ontstelt, en woelen overhoop.



018820 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1658c v




018830 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1661
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseecker maeckt wat dat ick sal beginnen,
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten zijn ontstelt en woelen overhoop.



018840 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1665a v
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseecker maeckt wat dat ick sal beginnen,
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten zijn ontstelt en woelen overhoop.



018850 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1665b v
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseecker maeckt wat dat ick sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten zijn ontstelt, en woelen overhoop.



018860 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1665c v




018870 - Jacob Cats - Koningklyke herderin Aspasia. 1667 ca.




018880 - Jacob Cats - Konincklijcke harderin, Aspasia. 1678
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maekt wat dat ick sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn Geest is op de loop,
Mijn tochten sijn ontstelt, en woelen over hoop.



018890 - Jacob Cats - Konincklijke harderin, Aspasia. 1695
Daer heerscht een selsaem spoock in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maekt wat dat ick sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn Geest is op de loop,
Mijn tochten sijn ontstelt, en woelen over hoop.



018900 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1700
Daer heerscht een seldsaem spook in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maackt wat dat ik sal beginnen;
Mijn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Mijn tochten zijn ontstelt, en woelen overhoop.



018910 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1710 ca.
2016



018920 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1712a o




018930 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1712b o




018940 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1726
Daar heerscht een seldsaem spook in mijn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maeckt wat dat ick sal beginnen;
Myn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Myn tochten zijn ontstelt, en woelen overhoop.



018950 - [Jacob Cats] - Koninglyke herderin, Aspasia. 1726 ca.
Daar heerscht een zeldzaam Spook in myn ontroerde zinnen,
Dat my onzeker maakt wat dat ik zal beginnen,
Myn Ziele zuyzebold, myn Geest is op de loop,
Myn tochten zyn ontstelt, en woelen over hoop.



018960 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1741 ca.




018965 - A.G. Uhlich (naar het Nederlands van Jacob Cats) - Schäferspiel Elise 1744




018970 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1770 ca.




018980 - Jacob Cats - Aspasia 1787
2016



018990 - Jacob Cats - Koningklyke herderinne, Aspasia. 1793
Daar heerscht een seltsaem spook in myn ontroerde sinnen,
Dat my onseker maeckt wat dat ick sal beginnen;
Myn ziele suysebolt, mijn geest is op de loop,
Myn tochten zijn ontstelt, en woelen overhoop.



019000 - Guilliam Caudron Jr. - Alcamene en Menalippe. 1719




019010 - Guilliam Caudron Jr. - Cesars-val uijt plicht-gunste. 1680




019020 - Guilliam Caudron Jr. - Chosroes. 1711




019030 - Guilliam Caudron Jr. - Chosroes. 1771




019040 - Guilliam Caudron Jr. - Vertoog der hoog-heldelijcke Roomsche daden uijt-gebrocht bij Horatius Cocles, Caius Mutius Schevola ende Manhaftige Clelia op ’t Aelsters lauer tonneel vertoogt door de Catharinisten 5 der Hoijmaend 1688 ende toegewijd door Jor. Cornelis Terlinden, prins; dheer Jan Bap.ta vander Elst, deken; dheer Philips de Craker, prins ende Nicolaes van Hecke, koning. Aande voor Edele Heere Borgemeester, Schepenen, ende raden der stede, ende lande van Aelst. 1688 ca.




019050 - Guilliam Caudron Jr. - Julius Caesar. 1770 ca.




019060 - Guilliam Caudron Jr. - Sauls vall tot Davids klemm’. 1682 ca.




019070 - Guilliam Caudron Sr. - David en Saul. 1639/1682




019080 - Guilliam Caudron Sr. - Maximinus en Catharina. 1700 ca.




019090 - Guilliam Caudron Sr. - Nabugodonosor. 1610 ca.




019100 - Guilliam Caudron Sr. (naar het Latijn van J. van Zevecote) - Rosimonda. 1621 ca.




019110 - Ludovicus Cellotius Parisiensis e Societate Iesu - Chosroes. 1634
2016



019120 - Ludovicus Cellotius Parisiensis e Societate Iesu - S. Adrianus martyr tragoedia. 1634
2016



019130 - Ludovicus Cellotius Parisiensis e Societate Iesu - Sapor admonitus tragoedia. 1634
2016



019140 - [Jacob Celosse] - Vreucht-eyndigh spel. Waer in speelwijs vertoont, hoe de konst van Redenrijcke (ten leetwesen aller oprechte konstlievende) van vele in veel plaetsen mis bruyckt wordt: en ten anderen, hoe sy gebruyckt te worden behoort. 1610




019150 - Jacob Celosse - Leidens Orangie Lelie: spel van sinne in Haarlem 1606. 1607
Wat brenght den tyt al met, wat gaet hy al vertooghen
Want dat eerst lagh ter neer, bringht hy weer int verhoogen
Dat men eerst sach verdroogen,, weder lievelick groeyd
Wat overvloedich sproot, wort wel weder gesnoeyd,



019160 - [Jacob Celosse] - Locht, Aerde en Mensche. 1610




019170 - [Jacob Celosse] - ’T vyer en ’t water. 1610




019180 - Civis Academicus - Beaurepaire, de held der Fransche vrijheid. 1795




019190 - Joost Claerbout - Droef-bly-eyndig vertoog op ’t beleg en over-gaen van Middelburg, onder het beleyt van Wilhelmus den eersten, prince van Oranje etc. Gewonnen den 20 Febr. 1574. 1661




019200 - Joost Claerbout - Droef-bly-eyndig vertoog op ’t beleg en over-gaen van Middelburg, onder het beleyt van Wilhelmus den eersten, prince van Oranje etc. Gewonnen den 20 Febr. 1574. 1662
Den grooten Koningh Ph’lips, hoe blincken sijne Croonen!
Hoe steygert sijnen voet op hoogh-verheve Throonen!
Hoe werdt den Prins ontsien van Menschen sonder tal!
Sijn Macht die werdt gheroemt de wereldt over al:



019210 - Joost Claerbout - ’t Beleg en overgaan der stad Middelburg onder het doorluchtige beleid van Willem den eersten, prince van Oranje en Nassouw, enz., enz., enz. 1788
Den grooten Koning Ph’lips, hoe blinken zyne Kroonen!
Hoe stygert zynen voet op hoog-verheve Throonen!
Hoe werd den Prins ontzien van Menschen sonder tal?
Zyn Macht die werdt geroemt de Wereld over al:



019220 - Joost Claerbout - De klucht van ’t kalf. 1662a d
Daer heb ick weer voor de tweede reys een Deurwaerder ekregen,
En soo hy noch eens komt en krijgt geen gelt dat ick sta verlegen,
Soo sel ick wel moeten lijden dat mijn huys in de kaert staet,
Daarom heb ick eweest met mijn Wijfje in beraat,



019230 - Joost Claerbout - De klucht van ’t kalf. 1662b d
Daer heb ick weer voor de tweede reys een Deurwaerder ekregen,
En soo hy noch eens komt en krijgt geen gelt dat ick sta verlegen,
Soo sel ick wel moeten lijden dat mijn huys in de kaert staet,
Daarom heb ick eweest met mijn Wijfje in beraat,



019240 - Joost Claerbout - Oresto, verdruckte onnooselheyt; en de ramp-salige Sibyna. 1662a d
Van dat het Morgen-root komt door Aurora dagen,
Soo ben ik in den Hof, en doen niet dan beklagen
Mijn eindeloos verdriet, ick placht in roos en kruyt,
En ’t geen den ommetreck verciert gelijck een Bruyt,



019250 - Joost Claerbout - Oresto, verdruckte onnooselheyt; en de ramp-salige Sibyna. 1662b d




019260 - Joost Claerbout - Bly-eyndig vertoog of vreede vreugd tusschen Engeland en de Nederlanden. 1654




019270 - Marten Claessens - Leven van den H. Apostel Jacobus. 1766 ca.




019280 - Ezra de Clercq van Jever - Dicht-luim of de klagende Hercules zonder knods. 1699 ca.




019290 - Ezra de Clercq van Jever - Ongelijk gevecht, of de gestrafte laster. 1766
’t Lust m’ in Toneel-dicht hier te schetsen naar het leven
Een woedend oorlog! een zeer ongelyk gevecht!
Beminde Lezer, wil het my en Hans vergeven,
Al is het zonder konst: al is het byster slecht.



019300 - Izaak de Clercq Hz. (naar het Engels van James Thomson) - Eduard en Eleonora. 1787
Verbant myn twyfeling. ’t Blykt, dunkt my, klaar, myn vrinden!
Dat we in dit oord vergeefs den kryg ons onderwinden,
Ontzet van onderstand, van vreemde hulp ontbloot,
Nu ’t gantsche Westen ons verlaat in d’oorlogsnood.



019310 - Izaak de Clercq Hz. (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Meriones, koning van Krete. 1786
De raad, myn vrind, spreekt dan gedurig van de wetten
Alleenlyk om zyn’ dwang te stouter door te zetten!
Vorst Minos, hoe gestreng regeerde alleen en vry,
Maar liet zyn’ nazaat slechts een grootsche slaverny,



019320 - Izaak de Clercq Hz. (naar het Engels van Richard Cumberland) - Saint Valori. 1791
R. Fitz-Allan, vind ik u; dit maakt my recht verblyd.
Hoe Iaat is ’t? F. ’t Is reeds dag, gerekend naar den tyd.
R. Hoe! slaapt de zon dan noch? of heeft het zuiderstormen,
Dat aarde en zee weêr tot een’ bajert dreigt te vormen,
Haar slecht verzorgde lamp, in ’t eind, gantsch uitgedoofd?
Wat toovernacht heeft ons van ’t hemelsch licht beroofd?
’t Is onnaturelyk. F. De wind, die dondrend brulde,
Glendarlocks torens met een naar geloei vervulde,



019330 - Pieter le Clercq (naar het Engels van Joseph Addison) - De trommelslager; of het huisspook. 1748 ca.




019340 - Pieter le Clercq (naar het Engels van Joseph Addison) - De trommelslager; of het huisspook. 1750 ca.




019350 - Pieter le Clercq (naar het Engels van Joseph Addison) - De trommelslager; of het huisspook. 1752




019360 - M.A. de Clerq (naar het Frans van Pujoulx) - Het gevaarelyke der afweezigheid, of de huisselyke avondmaaltyd. 1790
Wat gy ’er ook tegen zeggen moogt, myn lieve Ambrozius, gy zyt de eenigste myner oude dienstboden, welken myne vrouw heeft gehouden: vóór myn vertrek bezat gy myn geheel vertrouwen, en ik geloof dat gy het zelve nog verdient;



019370 - [M.A. de Clerq] (naar het Frans van Louis Sébastien Mercier) - Vanglenne, of de karaktertoets. 1788




019380 - M.A. de Clerq of J. Houtman Thz. (naar het Frans van Louis-François Faur) - Montrose en Amelia. 1786




019390 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Crispyn, Mogol, of de gewaande Turk. 1718
Dit werken duurt te lang: het zou myn maar verdrieten,
Daar lyt den bruy: kedaar, begomme is dat swieten,
Ik werk van daag niet meer, wat scheelt my dat gebruy,
Acht stuyvers kryg ik daags, noit meerder van de luy,



019400 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Doodt van Kajus Julius Caezar, grondlegger der Roomze monarchy. 1727 ca.




019410 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - De dwaze liefde, of rechtvaardige ballingschap. 1727




019420 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) (naar het Spaans van Onbekend) - De gewrooke bloedschande. 1720
Hebt, gy myn Boezemvriend, myn onluk wel verstaen
Hoe Leonore zig te buiten heeft gegaen;
Haar eer geschonden, Goôn! ’t geen ik moest zien en hooren,
Dies spruit myn wraak hier uit, zou ik zo wel gebooren
In luister, eer, en staat, verdraagen zulk een hoon?



019430 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) (naar het Frans van Allier) - Kamma, of spiegel van opregte trouw 1721
Zo is u ’t noodgeval dan eind’lyk moe te plaagen,
Wyl vrede u weêr verschynt, naa menige oorlogsvlaagen,
Elk buigt met diep ontzag voor uwe hoogheid neêr,
Geen Vorst die tegens u voortaan zoekt tegenweer.



019440 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Krispyn bedrieger, en bedrooge actionist. 1720a v




019450 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Krispyn bedrieger, en bedrooge actionist. 1720b v




019460 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Krispyn bedrieger, en bedrooge actionist. 1720c v




019470 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Krispyn bedrieger, en bedrooge actionist. 1720d v




019480 - [Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg)] - Krispyn bedrieger, en bedrooge actionist. 1721
K. Ja, Juliaan, de Rotterdammers,
De Devenaartjes en Schiedammers,
De Hagenaars, en al den brui
Die werden egter groote lui.
En zal ’t tot Uytregt ook zo weezen,
Dan heeft men zeker niet te vreezen;
Kom laaten wy ook met ons tweên
In deeze Compagnie gaan treên.



019490 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Maakt uw reeckening selfs of een ander maaakt se uw te vooren. 1720 ca.




019500 - [Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg)] - Merodack én Silous. 1720
Het magtig Lisié gerukt uyt zyne handen,
Een schrik voor Zusa, aan myn Broeder, de Vyanden
Verstrooit, en t’eenemaal gedreeven op de vlugt,
Geeft nu aan Merodack al vry wat meerder lugt:



019510 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Nederland in gekheit. 1720 ca.
Zal nooit de droefheit die u ’t harte komt te prangen
Vergaan! ô Koningin die ’t Waereldlyk gebiet,
Met uw die Susteren heerst, hoop op het goed verlangen
Van eene gulden eeuw, wiens zege rykdom giet
Uit haare hoorn, welkers schatten
De wyde Waereld van bestaat,



019520 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Nederland in gekheit. 1720a v




019530 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Nederland in gekheit. 1720b v




019540 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Nederland in gekheit. 1720c v




019550 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Nederland in gekheit. 1720d v




019560 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Rampzalige gunsteling. 1720 ca.
Zou ik niet stellen, dat Sejanus aan dat boze
Zou mede pligtig zijn, O Ja mevrouw dien loose
en schendige verrâer, is aen Germanicus
Zoo wel als Piso schelm. ’t nadenken zou men dus



019570 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Salomona Joodse martelaares. 1720
’t Gaat met Jeruzalem, gelyk men ziet ten ende,
De Hemel toont ons reeds eene algemeene Elende;
Dat Voorgezicht dat ons is in de Lucht vertoont,
Meld, dat’er niemand zy van Dwing’landy verschoont.



019580 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - De triompheerende onnozelheit. 1721




019590 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Valerius Severus, den standvastigen Kristen. 1727




019600 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Voorspel op Nederland in gekheit. 1720 ca.
O ja Bedriegery, ’t is tyd de Nederlande
Door uwe konst om ’t geld te brengen gants tot schande,
Zo de Opperhoofden ons hier in niet wederstaan,
Zal ons voornemen eer men ’t denkt van zelfs voortgaan:
Daar toe dient Dwaasheit, schoon zy is uw vyandinne,
Ten dienst van ons beleit vermeest’ren hunne zinnen,



019610 - [Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg)] - Wind negotie, of invendutie papier onder oud goed te koop. 1720a o
K. Hy! Mengo. M. Hier myn Heer. K. Spreek Schelm, hebt gy myn Paard,
Nog niet gezadelt; is myn goed ook wel bewaard
En naar Vianen deze morgen al vertrokken?
M. Voor zeker. K. Het is goed, zeg hebt gy al getrokken
De intrest van ’t Papier ’t geen ik u gisteren gaf?



019620 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Wind-negotie, of invendutie-papier onder oud goed te koop. 1720a v




019630 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Wind-negotie, of invendutie-papier onder oud goed te koop. 1720b v
K. Hy! Mengo. M. Hier myn Heer. K. Spreek Schelm, hebt gy myn Paard,
Nog niet gezadelt; is myn goed ook wel bewaard,
En naar Vianen deze morgen al vertrokken?
M. Voor zeker. K. Het is goed, zeg hebt gy al getrokken
De intrest van ’t Papier ’t geen ik u gisteren gaf?



019640 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Wind-negotie, of invendutie-papier onder oud goed te koop. 1720c v
K. Hy! Mengo. M. Hier myn Heer. K. Spreek Schelm, hebt gy myn Paard,
Nog niet gezadelt; is myn goed ook wel bewaard,
En naar Vianen deze morgen al vertrokken?
M. Voor zeker. K. Het is goed, zeg hebt gy al getrokken
De intrest van ’t Papier ’t geen ik u gisteren gaf?



019650 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - De wind-negotie, of invendutie papier onder oud goed te koop. 1720d v




019660 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) - Wind-negotie, of invendutie-papier onder oud goed te koop. 1726
K. Hy! Mengo. M. Hier myn Heer. K. Spreek Schelm, hebt gy myn Paard,
Nog niet gezadelt; is myn goed ook wel bewaard,
En naar Vianen deze morgen al vertrokken?
M. Voor zeker. K. Het is goed, zeg hebt gy al getrokken
De intrest van ’t Papier ’t geen ik u gisteren gaf?



019670 - Jacob Clijburgh (Kleyburg of Clyburg) (N.M.D.G.) - De bedriegelycke prockureur. 1731 = 1721
Kom Lysbet repje wat, en maakt de Kamer klaar,
Myn Man komt dad’lyck hier, zet alles uyt malkaar
En zet hier Stoelen neer, waar toe zo lang dit sleuren.
Zet Wyn’ en Glazen neer, voor Monsr. Prokureuren
En Pypen en Toebak, maakt alles zo als ’t hoord,
Je weet hoe dat myn Man zig adderzints verstoort.



019680 - Pieter Adriaanse Codde (naar het Spaans of Frans van Félix Lope de Vega y Carpio, of Jean Rotrou) - Alfreda. 1641
De Stave van dit Rijck, geswaeyd by mijn Voorzaten,
Uw’ oude Koningen, my wettigh nagelaten
Als naeste ergenaem; zo veel niet van de kroon
Van Brittenland, van Naem, van Scepter en van Throon,



019690 - Pieter Adriaanse Codde (naar het Spaans of Frans van Félix Lope de Vega y Carpio, of Jean Rotrou) - Alfreda. 1658




019700 - Pieter Adriaanse Codde (naar het Frans van Jean de La Taille) - De bedrooge schaakers. 1672
H. Ik heb oprecht gebiecht van alle mijn secreten.
B. Ia moêr, ’t was wel hoog tijt, zou ik het immers weten.
H. Ik bender toe geparst om ’t jou te dienen an.
Want ik, schoon of ik wil, ’t niet langer helen kan.



019710 - Pieter Adriaanse Codde - Herdoopers anslagh op Amsterdam. Den x. May: 1535. 1641a v
Daer ’t altoos duyster is, daer de verdoemde zielen
Hun eeuwig woonplaets is, daer Helsche Geesten krielen.
Uyt ’t eyndelooze hol, en heete zwavel poel,
Uyt ’t afgrond van elend, en opper Duyvels stoel,



019720 - Pieter Adriaanse Codde - Herdoopers anslagh op Amsterdam. Den x. May: 1535. 1641b v




019730 - Pieter Adriaanse Codde - ’s Herdoopers aenslag op Amsterdam, den X. Mey, 1535. 1662
Daer ’t altoos duyster is, daer de verdoemde zielen
Hun eeuwig woonplaets is, daer helsche Geesten krielen,
Uyt ’t eyndelooze hol, en heete zwavel poel,
Uyt ’t afgrondt van elend, en opper Duyvels stoel,



019740 - Willem Coertse - De dood van Lodewyk de XVIde, koning van Frankryk en Navarre enz. enz. enz. 1793




019750 - Willem Coertse - De dood van Lodewyk de XVIde, koning van Frankryk en Navarre enz. enz. enz. 1793




019760 - Willem Coertse - De dood van Lodewyk de XVI, koning van Frankryk en Navarre. 1793 ca.




019770 - Willem Coertse (naar het Duits van Johan Rautenstrauch) - De held voor ’t vaderland. 1780 ca.




019780 - Willem Coertse (naar het Duits van Johan Rautenstrauch) - De jurist en de boer. 1778




019790 - [Willem Coertse] - Krispyns mislukte onderneming en belachlyke schaaking van een levendige dooden. 1777




019800 - [Willem Coertse] (naar het Duits van Onbekend) - Marie en Emilie; of de ongelukkige gevolgen van het kaartspel. 1779




019810 - Willem Coertse - Opening van het tooneelminnend genoodschap onder de zinspreuk: De deugd trotseert de nijd. 1776




019820 - Willem Coertse (naar het Engels van Onbekend) - De project smeedende kooplieden, of de belegde comparietie tot opbouw van de in verval zynde koophandel in America, gestoort, en de bedrooge gierigaart. 1777




019830 - [Willem Coertse] (naar het Duits van Onbekend) - De reizenden. 1777
V: Gy leest al zeer vlytig, myn lieve Juffer.
M: Me nmoet al wat mogelyk is, doen, om die lange tyd te verdryven;




019840 - Willem Coertse (naar het Duits van Onbekend) - De reizenden. 1787
Vrouw van Calbach.
Gy leest al zeer vlytig, myn lieve Juffer.
Mevrouw Dremling.
Men moet al wat mogelyk is, doen, om die lange tyd te verdryven; want zints drie dagen was ik in dit elendige Posthuis, alleen zeg ik, dat ik by dit boek myn rekening niet kan vinden, het is de geschiedenis der Philippine Damien, ik zal het wegwerpen, wyl het my de tyd nog langer maakt.



019850 - [Willem Coertse] (naar het Frans van Pierre Carlet de Chamblain de Marivaux) - Het slaaven eiland. 1779 ca.
E. Krispijn? K. Mijnheer! E. Zegt mij? wat zal ons overkomen,
Hier aan dit strand? K. Het scheind wij hebben niets te schroomen,
Dan slechts gebrek aan spijz’, en daar na uitgeteerd
Te sterven. E. Heeft dan ’t lot, mijn vreugd’ in smart verkeerd?
Onz’ Reisgenooten zijn in deezen storm verdronken,
En wij behouden! ach! was mij hun lot geschonken!
Helaas! ’k beklaag hun, doch benij hun staat.



019860 - Willem Coertse (naar het Duits van Aug. Gottlieb Meissner) - Sophonisba. 1778




019870 - Willem Coertse (naar het Duits van Christian Felix Weisse) - Het wyven geklap, of de weederkaatzing. 1779
A. Ach! dat is alderliefst! dus verwacht gy thans uw Bruidegom?
L. Niet anders; ik verwonder my dat hij ’er niet alreede is. Na zyn Brieven zou hy al zeer vroeg hier weezen.
A. Dien goede Heer! Als hy maar geen ongeluk heeft gekreegen.
L. Ik ben daar noch niet ongerust over. by een Reis van vyftien mylen kan men niet na de uren rekenen.



019880 - Jac. Jansz. Colevelt - Droef-eyndend’-spel, tusschen graef Floris, en Gerrit van Velsen. 1628
Ben ick, eylacy! niet d’ellendighst’ aller Vrouwen?
Nu eere-loos ont-eert, die waende wis te trouwen,
Maer ’t vuyl ontuchts bedrijf, heeft ’t lichaem (sonder schaemt)
De Graef gebruycken doen, om also hoogh befaemt



019890 - Jac. Jansz. Colevelt - Hartoginne van Savoyen. 1634
De snel ghevlerckte tijt die door zijn zwacke leden
Omringht des Aerdens cloot, door luyt beruchte reden,
Verspreyt syn volle loop en mondighe gherucht,
Tot dat syn zwangh-baer doen ten vollen is bevrucht.



019900 - A. Collalto (naar het Italiaans van Onbekend) - De Venetiaansche drielingen. 1781




019910 - Collège de S. Jean-Baptiste te Menin - Le faux devot. 1729




019920 - Collège de S. Jean-Baptiste te Menin - Jephté. 1729




019930 - Collegianten te Grandmont - De onnoselheyt verdruckt. 1760




019940 - J.A.K. Collizi (naar het Duits van Johann Jakob Engel) - De dankbare zoon. 1777
Ouwe zot als ik ben! wat belet my dog langer te slapen!
alle myne leden zyn nog slaapdronken.
Maar... (hy geeuwt) slaapen!
een zo schoone dageraad te verliezen!



019950 - Jan Sievertsen Colm / Kolm - Antwoort op de vraghe, uytghegheven by de Brabandsche Reden-rijck camer ’tWit Lavender, Uyt Levender Ionst tot Amsterdam. [...] [Op p (**) 2r]: Twelcom ontfangh, ghespeelt over t’by-een-comen der redenrijcke tonghen, op de eyschende ytghesonden caerte, van ’tWit Levender, den 7. dach Julij, 1613, in Amsterdam. 1613




019960 - [Jan Sievertsen Colm / Kolm] - Battaefsche vrienden-spieghel. 1615
Ist waenweets ijver ijdel schim en schaeu gelijck
De licht verdreven wint, al mijn versturven Rijck
Ist proeff van trouheyts trou, ist lockraen Ziels gheweten,
Waer toe dan hartloos wicht soo veel onnuts versleten?



019970 - [Jan Sievertsen Colm / Kolm] - Malle Jan Tots boerdige vryeri. 1633 ca. a v
Gort segen ons Best wat hebje al spuls met dit kliet
Ghy selter ferweel op boorden, of ick en gaender niet,
Waerom en weet ick de snof niet, ja altijdt staet ghy soo en semelt,
Daer heb ick mijn tongh gebeten boven ant verhemelt
Van de mont mitje rasen, siet dat doet de besucste sackreerde Hans



019980 - [Jan Sievertsen Colm / Kolm] - Malle Jan Tots boerdige vryery. 1633 ca. b v
Gort segen ons Best wat hebje al spuls met dit kliet
Ghy selter ferwiel op boorden, of ick en gaender niet,
Waerom en weet ick de snof niet, ja altijdt staet ghy soo en semelt,
Daer heb ick mijn tongh gebeten boven ant verhemelt
Van de mont mitje rasen, siet dat doet de besuckte sackreerde Hans.



019990 - Jan Sievertsen Colm / Kolm - Malle Jan Tots boertige vryery. 1647
Gort segen ons Best wat hebje al spuls met dit kliet;
Ghy selt ’er ferwiel op boorden, of ick en gaender niet:
Waerom en weet ick de snof niet, ja altijdt staet ghy soo en semelt,
Daer heb ick mijn tongh gebeten boven an ’t verhemelt



020000 - Jan Sievertsen Colm / Kolm - Malle Jan Tots boertige vryery. 1662
Gort segen ons Best wat hebje al spuls met dit kliet;
Gy selt’er ferwiel op boorden, of ick en gaender niet:
Waerom en weet ick de snof niet, ja altijdt staet ghy soo en semelt,
Daer heb ick mijn tongh gebeten boven an ’t verhemelt
Van de mont mitje rasen, siet dat doet de besuckste sackreerde Hans.



020010 - Jan Sievertsen Colm / Kolm - Malle Jan Tots boertige vryery. 1666
Gort segen ons Best wat hebje al spuls met dit kliet;
Ghy selt ’er ferwiel op boorden, of ick en gaender niet:
Waerom en weet ick de snof niet, ja altijdt staet ghy soo en semelt,
Daer heb ick mijn tongh gebeten boven an ’t verhemelt



020020 - Jan Sievertsen Colm / Kolm - Nederlants treurspel. Inhoudende den oorspronck der Nederlandsche beroerten, ’tscheyden der ed’len, ’tsterven der Graven van Egmont, Hoorn, ende der Batenborgers. 1616
Krioelich volck, wat port u moets gestegen parssen,
My voorbood op de schaeu van swaert en harrenassen?
Sinckt goude Sonne, sinckt achter de heuvlen neer;
Sendt middel Hemel tot mijn Conincklijcke eer.



020030 - Jan Sievertsen Colm / Kolm - ’t Welcom-speeltjen. 1624
Noyt heughelijcker stondt hebt ghy Konst-rijcke Son
Ghenieten konnen als u Daephnes glans verwon
Deur reynheyts stralen, g’lijck u harte wert ontsteecken
Om treff’lijc van haer Kamp het volle Lof te spreecken.



020040 - Johannes Amos Comenius - Diogenes redivivus. 1658
Satis ne jam in salvo sum? Credi neminem jam occursurum mihi his in oris, cui plus ego quàm ille mihi, notus sim. Desistam progredi, ne extra
Graeciam delatus in barbaros incidam, quos nec intelligam ipse, nec me illi. Quàm benè mihi est, quod praesentissimam effugi mortem, atroxque illud
supplicium, quod monetae falsariis constitutum est.



020050 - Barent Comman (naar het Frans van Jean François Ducis) - Abufar, of de Arabische woestyn-bewoners. 1803
S. Ach! zuster! uw verhaal perst traanen uit myne oogen!
Des gryzaarts ramp heeft my tot in myn ziel bewogen.
Ja, waren wy geweest aan onze bezigheên,
De klos waar myne hand, eer ik het merkte, ontgleên.
Gelukkig hy, die dus, bezield door medelyden,
De zwakken by kan staan, van ramp hen kan bevryden!
Die in zyn levenskracht onschuldigen verweert,
En de achtbre grysheid steeds, gelyk de Godheid, eert!
O. Heeft myn verhaal zo sterk, myn zuster, u bewogen.
Dan hoop ik, dat wy ook het uwe hooren mogen.
Ja, hoe beklagenswaard’ des gryzaarts rampspoed is,
’t Verlaaten kind verdient geen minder deerenis:
Dus doe ons van dat kind de lotgevallen hooren.



020060 - Barent Comman (naar het Frans van Antoine Jean Bourlin Dumaniant) - De twee neeven, of de Franschen te Seville. 1792
Myn meester blyft lang uit. ’t Is ruim één uur geleden
Dat hy is heêngegaan, om by de komst op heden
Van Don Bertrand te zyn; wyl eigentlyk die heer
De rechte voogd is van Rosaura, die hy weer
Komt haalen. Maar hy dient hier niet aan huis te komen;
Dus heeft Mynheer voor hem een kamer reeds genomen
In ’t Logement de Infante, en my belast aan haar
Niets van Don Bertrands komst te laaten blyken. Maar,
Gants bloed! wat leugens heeft hy my niet voor staan praaten,
Die ik weêr op myn berurt dien heer moet hooren laaten,
Zo hy hier by geval, éér dan myn meester, kwam!



020070 - Barent Comman - De twee neeven, of de Franschen te Seville. 1793
Dat heb ik daar excelent geklaard! Don Bertrand, die hier gekomen is om myn Meester van de voogdy over Rosaura te ontslaan, en haar uittetrouwen, gelooft waarlyk dat zy dood is; nu kan myn goede Heer haar vry, hoe zeer ook tegen haar’ zin, in schyn van zyne dochter naar zyn land brengen; en Bertrand, die als rechter in deeze stad aangesteld is, kan zig vermaaken met den moorder van onzen jongen Heer natespooren — maar wat hoor ik daar?



020080 - Barent Comman (naar het Frans van Louis Sébastien Mercier) - Zoé. 1790
Zy is de myne... Ja... zy wierd voor my geboren...
Natuur schiep ons één ziel... Heeft zy my niet verkoren
Tot haar’ verlosser?... Ja;... ik word haar echtgenoot...
Niets rukt my van haar af... Geen ramp, hoe zwaar, hoe groot,
Al moest ik sterven, kan my Zoé doen verlaaten.



020090 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1651




020100 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1680 ca.




020110 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1683




020120 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1718




020130 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1719




020140 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1724 ca.




020150 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1750 ca.




020160 - Jan de Condé - Den lydenden en stervenden Christus. 1743




020170 - Guilliam Caudron Sr. - Passie Christi. 1721




020180 - Guilliam Caudron Sr. - Het spel vande passie ende het lijden Jeusu Christi vertooght ende ghespeelt op het Aalstersche lauwer tonneel der Cathrinisten binnen Aalst int jaar 1681. 1681




020190 - Frederik Cornelis de Coninck - Op den reghel Bedwongen liefde baert veel onrust’, leet en’ pijn: Maer vry verkoren trouw is heyl en’ medecijn. 1635




020200 - Frederik Cornelis de Coninck - Herdersche ongestadicheyt. 1638




020210 - Frederik Cornelis de Coninck - Op den reghel, de liefde en ’tgeval speelt somwijl met den mensch: // Maer waere trouw en deucht brenght hem noch tot sijn wensch. 1636
C. Volbrenght mijn wil, want u verlossingh en u leuen,
Iae doot staet in ’tgewelt van mijnen lust geschreuen.
B. Eer sal ik steruen Heer: ’ken ben geen licht maeght,
Die om een kleyn ghewin haer eer t’onteeren draeght;



020220 - [Frederik Cornelis de Coninck] - Liefdens behendicheyt. 1638




020230 - Th. de Coningh - Onderganck van de monarchye der Persen, ende het rampsaligh eynde van Darius, haer-luyder Coningh. 1635




020240 - [Thomas de Coningh] (naar het Frans van Florent Carton Dancourt) - Blindemannetje. 1739
T. Je bint al koddig in je doen, myn Heer: men mag je kwalyk zien of spreken,
Je komt ’s avonds op je Hofsteê en ’s anderen daags voort, dat ’s een kluchtig teeken.



020250 - [Thomas de Coningh] (naar het Frans van Florent Carton Dancourt) - Blindemannetje. 1765
T. Je bint al koddig in je doen, myn Heer: men mag je kwalyk zien of spreken,
Je komt ’s avonds op je Hofsteê en ’s anderen daags voort, dat ’s een kluchtig teeken.
W. Neen, Teunis, ik ga vandaag niet, ik ga maar een half uur van hier,
Om myn Neef de Schout te spreeken over een zaak, daar hy, op uw manier,
My ook dienst in zult konnen doen. T. Hoor, is ’t om iemant een pots te speulen,
Of schoon ik de Schout niet ben, ik ken zo wel kwaad doen als hy, als ze niet met u heulen.



020260 - [Thomas de Coningh] (naar het Frans van Florent Carton Dancourt) - De vakantie. 1707
B. Neen, bylo niet; ik kan my daar niet toe gewennen, gy hebt het goed te zeggen.
G. Maar wat raakt u dat, Meester Barend, kan ik u dat dan met myn reden niet wederleggen?
Dewyl dat gy toch weet dat het nu onwederspreekelyk zo weezen moet
Dat wy saamen een Heer dienen, wat scheeld het ons nu wie hy is, of wat hy doet?




020270 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - De Mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. 1782




020280 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - De Mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. 1781a o




020290 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - De Mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. 1781b o




020300 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - De Mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. 1781c o




020310 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - De Mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. Met vervolg en tweede vervolg of slot. 1782




020320 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - Tweede vervolg of slot op het toneelspel De mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. 1782




020330 - A. Contraduc (Phil. Verbruggen) - Vervolg van De mof meesterknegt, of de vader met zijn zeeven dochters. 1781




020340 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Abrahams Auffgang. 1649 ca.




020350 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Abrahams wtganck. 1575




020360 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Abrahams wtgang. 1583




020370 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Abrahams wtgancg. 1603




020380 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Abrahams uytgangh. 1621




020390 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Abrahams vytganck. 1630
Hoe genadelijck handelt Godt met den Menschen,
Met den Menschen, die deur haer verderflijck wenschen
Alleen wederspannighe creatueren,, zijn,
Als die tegen d’ordene der natueren,, sijn,
Teghen redene, ia teghen Godes gebodt
Gode verachten, om self te wordene Godt.



020400 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie vande blinde voor Jericho. 1582
Armoede swaer bedroeft oock den sienden menschen:
En dolende Blintheyt queldt Rijcken nae wenschen.
Wert hy dan niet met dubbelt verdriet bedroeft,
De [= Die] alleen dees twee Jammeren teffens beproeft?



020410 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie van de Blinde voor Jericho. Eerst gedruckt tot Haerlem, door Ant. Ketel, int jaer ons Heeren 1582. 1603




020420 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie van de Blinde voor Jericho. 1630
Armoede swaer bedroeft oock den sienden menschen:
En dolende blintheydt quelt Rijcken nae wenschen.
Werdt hy dan niet met dobbel verdriet bedroeft,
Die alleen dees twee jammeren teffens beproeft.



020430 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Vanden bruydt Christi. 1582
Sal dan, waerde Vader, u goetheyt lancmoedich
ewelicken gram zijn ende ter wraecken spoedich?
zult ghy het ontfermen stadelijck vergeten?
zult ghy van my, u lieft, dan oock niet meer weten?



020440 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Tweede Comedie. Vande Egypsche vroeyvrouwen. 1582
Joseph d’eeuwighe sonne der waerheyt
met zijn Broeders, elf sterren vol claerheyt,
waren naden vleesch al lang gestorven,
als des nietemin crachtich verworven



020450 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie van Jsrael. Vertonende Jsraels zonden, straffinghe, belydinghe, ghebedt, beteringhe ende verlossinghe, uyt het thiende capit. Judicum. 1590
Ach leyder, hoe deerlijck doolt Israel mijn broeder
Zonder enigh herder, zonder eenigh hoeder,
Op zijn eyghen weghen, by hem zelf verkoren.
En niemandt en helpt dit schaapken verloren,



020460 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie van Israel. Vertonende Israels zonden, straffinghe, belydinghe, ghebedt, beteringhe ende verlossinghe [...] 1630
Ach leyder! hoe deerlijck doolt Israel mijn Broeder,
Sonder eenigh Herder, sonder eenigh Hoeder,
Op sijn eyghen wegen, by hem self verkoren.
En niemant en helpt dit schaepken verloren
Maer veel onthelpen hem, die door schijndeughts pleghen
Hem yverigh locken op rechtschijnende onweghen.



020470 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie van lief en leedt. 1582
Beroert, beweecht, ontstelt in mijn inwendicheyt,
Bemin ic tgene dat mijns herten blendicheyt
van name, gedaente nochte wesen en kent.
Wie hoorde oyt van liefde soo gheheel verblendt?



020480 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Der maeghdekens Schole. 1630




020490 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Comedie vande rijckeman. 1582
Niet en geschieter, seydtmen recht, sonder sake,
So ick u dan met spelen en rijmen vermake
Wie twijfelt of ick en hake, na eenich ent
Daert begeeren nae rent?



020500 - Dirck Volckertsz. Coornhert - T’roerspel vande kettersche werelt, die metten lippen den God des Hemels, maar metter herten t’gheldt; des werelts God; dient ende eert. 1590
Want ick u oyt hebbe verlustight met kluchten,
Met beuselmart, fabels en nieuwe geruchten,
Oock oorbaarlijck geweest ben ick in uwer kisten,
Met lieghen, bedrieghen en hendighe listen:



020510 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Vanden thien maeghden. 1630




020520 - Dirck Volckertsz. Coornhert - Vierschare. 1630




020530 - Denis Coppée - L’execrable assassinat perpetré par les ianissaires en la personne du sultan Osman empereur de Constantinople, avec la mort de ses plus favoris. 1623
Il êt temps que ie m’ouvre à mes plus favorits,
Ie n’ay que trop en moy ces hauts desseines nourrits
Pour nourrir mes douleurs bourrelles de mon ame,
Qui languissante vit sous sa palpable lame,
Depuis le triste iour que dormant i’allay voir
Un songe qui me fait tant de soucis avoir.



020540 - Denis Coppée - Miracle de Nostre Dame de Cambron arrivé en l’an 1326, le 8 avril, représenté en la présente Action, faicte par D. C. à l’honneur de la glorieuse Mère de Diev. 1647




020550 - Denis Coppée - Tragedie de S. Lambert patron de Liège dediée à Son Alteze Serenissime, par Denis Coppee Huitois. 1624
2016



020560 - Denis Coppée - La sanglante bataille d’entre les imperiaux et bohèmes donnee au parc de l’estoille La reddition de Prague et ensemble l’origine du trouble de Boheme. 1624
2016



020570 - Denis Coppée - La tres-saincte et admirable vie de madame saincte Aldegonde patrone de Mavbevge. 1622
2016



020580 - Lucas Cornelijssz - Dat spul van Palmen. 1556 ca.




020590 - J.W. van Cortenberghe (naar het Frans van Charles Antoine Guillaume Pigault le Brun de l’Épinoy) - Claudine van Florian. 1801




020600 - [Anna Corver-van Hattum] (naar het Frans van Françoise d’Issembourg d’Happoncourt de Graffigny) - Cénie. 1760
L. Zou Mericourt my zyn ontsnapt? Ik dagt hem de weg naar dit vertrek te hebben zien neemen.
Neen: ik bedrieg my niet, Mynheer, Mynheer....
M. Hoe! vind ik die beminnelyke Lizette hier?
L. Ja, Mynheer, het is die Lizette, die steeds aan uwe belangens getrouw is gebleeven, en die seedert een uur heeft gewacht, om u een oogenblik te mogen onderhouden.



020610 - Gerrit Corver - Raad als gy kunt. 1799 ca.
Wat is zoter zaak dan het werken! hoe verdriet het my Advocaat te zyn, ô Fortuin! Fortuin! zonder de liefde en de Zanggodinnen zoude ik myn’ staat niet lang draagen; maar by geluk ben ik ’er al te voordeelig door gehandeld om my des te beklagen, zonder ondankbaar te zyn: het is aan myne bekwaamheid in de Poëzy, dat ik de kennis van Mevrouw Douci verschuldigt ben’ ik heb haar’ geest onderdanig gemaakt; ik zal wel haast haar hart verwinnen.



020620 - Marten Corver (naar het Frans van Nicolas-Sébastien Roch de Chamfort) - De jonge Africaansche dogter of juffer. 1770
Tot Carelstad zijt gij dan eindelijk wedergekeerd, dien Vriend die ik beweend heb werd my wedergegeven. Ik beschouw u: en gij verheugd mijn ziel. Maar, wat moet ik oordeelen van dat koel onthaal?



020630 - Marten Corver (naar het Frans van Nicolas-Sébastien Roch de Chamfort) - De jonge indiaane. 1770 ca.
’k Zie



020640 - Marten Corver (naar het Frans van Nicolas-Sébastien Roch de Chamfort) - De jonge indiaane. 1781




020650 - Jan Cos - Rampzalige arghlistigheit. 1663




020660 - Adriaan Cosijns - Maria Stuart. 1690 ca.




020670 - La Coste de Mézière - Le connoisseur 1766




020680 - Samuel Coster - Duytsche Academi, tot Amsterdam gespeelt. 1619
Der Philosophen Vorst seyt dat een groot ghemoet
Niemant en wijckt, veel minder yemant hinder doet.
Och waer die spreuck ghegrift in yeder eens ghedachten,
Wy souden dan zo niet met vuyle leugens trachten
Ons even menschen te verkliecken: maar in plaats
Wanneer de leugentaal en achterklap yet quaats
Begon te kakelen, het sy oock van wat luyden
Behooren wy het quaat, zoo’t quaat is, wel te duyden,



020690 - Samuel Coster - Ghezelschap der goden vergaert op de ghewenste bruyloft van Apollo, vader en voeder van consten en constenaren, met eenighe en eerste Nederduytsche Academie, verzaemt op den eersten dach der Oegst-maent, in’t eerste jaer der stichtinghe. 1618
Wist ghy, Hollantsche Volck, hoe veel geleertheyt dede
Tot vormeling van goede’ en menscheliicke zeden;
Alle bemoeyingen zout ghy u voort ontslaen,
En vaerden maer die Goddeliicke neering aen.



020700 - Samuel Coster - Iphigenia. 1617b v
De zaack die loopt zo vreemt na dat ick daar van oordeel,
Dat ick niet zegghen kan oft scha zou zyn of voordeel.
Ziet eens Myceensche Vorst, ghy zyt alree ten hoof,
(Inzonder by ’t ghemeene volck) in dat gheloof,
Dat ghy schier niet ghelooft aan eenighe der Goden,



020710 - Samuel Coster - Iphigenia. 1617a v
2016



020720 - Samuel Coster - Iphigenia. 1626
De zaeck loopt nu soo vreemt na dat ick daer van oordeel
Dat ick’t niet seggen ken oft schaa sou sijn of voordeel.
Ziet eens Myceensche Vorst, ghy sijt alree ten Hoof,
En by ’t ghemeene volck bysonder in ’t geloof
Dat ghy schier niet gelooft aen eenige der Goden:



020730 - Samuel Coster - Iphigenia. 1630a o




020740 - Samuel Coster - Iphigenia. 1630b o
De saeck loopt nu so vreemd nae dat ick daer van oordeel
Dat ick ’t niet seggen kan oft schaa sou zijn of voordeel:
Siet eens Myceensche Vorst, ghy zijt alree ten Hoof,
En by ’t ghemeene volck bysonder in ’t gheloof
Dat ghy schier niet ghelooft aen eenighe der Goden:



020750 - Samuel Coster - Iphigenia. 1631




020760 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster - Isabella. 1619




020765 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster - Isabella. 1619
Hoort, Heeren hoort, hier koom ick aan,
En moet u een nuwetje verslaan,
Hoe dat ick onlangs ben ghevaren,
Ken ick zo lang mijn lachen sparen.



020770 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster - Isabella. 1627
Hoort, Heeren hoort, hier koom ick aan,
En moet u een nuwetje verslaan,
Hoe dat ick onlangs ben ghevaren,
Ken ick zo lang mijn lachen sparen.



020780 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster - Isabella. 1634a d




020785 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster - Isabella. 1634b d




020790 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster - Isabella. 1644
Hoort, Heeren hoort, hier koom ick aan,
En moet u een nuwetje verslaan,
Hoe dat ick onlanghs ben ghevaren,
Ken ick soo langh mijn lachen sparen.



020800 - Pieter Cornelisz. Hooft / Samuel Coster (naar het Italiaans van Onbekend) - Isabella. 1666




020810 - [Samuel Coster] - Itys. 1615
Twijffel van ’t goed toekomend’ ons belooft,
Maeckt in voorspoet van sinnen ons berooft,
Verleyt soo veer door valsche reen den mensch
Dat hy veel meer, als ’t salich acht syn wensch.



020820 - Samuel Coster - Ithys. 1618
Twijffel van ’t goedt, toekomend’ ons belooft,
Maeckt in voorspoet van sinnen ons berooft,
Verleyt soo veer door valsche re’en den mensch
Dat hy veel meer, als ’t zalich acht zijn wensch.



020830 - Samuel Coster - Ithys. 1619
Twijffel van ’t goedt, toekomend’ ons belooft,
Maeckt in voorspoet van sinnen ons berooft,
Verleyt soo veer door valsche reen den mensch
Dat hy veel meer, als ’t zalich acht syn wensch.



020840 - Samuel Coster - Ithys. 1643
Twijffel van ’t goedt, toekomend’ ons belooft,
Maeckt in voorspoet van zinnen ons berooft,
Verleyt soo veer door valsche re’en den mensch,
Dat hy veel meer, als ’t zalich acht zijn wensch.



020850 - Samuel Coster - Kallefs-val. 1628




020860 - Samuel Coster - Korte verklaringh van de ses eerste vertoningen, gedaen binnen Amsterdam, op de Eeuwige Vrede, door last der E.E. Heeren Burgemeesteren, t’Amsterdam op de markt vertoont, den 5 Junij 1648. 1648 ca.




020870 - Samuel Coster - Korte verklaring vande ses eerste vertoningen, gedaen binnen Amsterdam, op de Eeuwige Vrede, den 5 Junij 1648. 1648a v
Amphion, Koninck van Thaebe, braght door zijne lieflijckheyt, en zachte regeringe de Stadt tot welvaert, liet toe alles wat toelatelijck was, sonder nochtans, dat Konincklijke achtbaarheyd te krenken, zo deede, na tijdts gelentheyd [sic, = gelegentheyd] ook Prins Wellem, op dat allerley slagh van volckeren hier in vrede en vryheyd mochte woonen, handelen, en nevens andere burgers haeren neringe oefenen.



020880 - Samuel Coster - Korte verklaringh van de ses eerste vertoningen, gedaen binnen Amsterdam, op de Eeuwige Vrede, door last der E E Heeren Burgemeesteren, t’Amsterdam op de markt vertoont, zyn den 5 Junij 1648. 1648b v




020890 - Samuel Coster - Korte verklaring van de zes eerste vertooningen, gedaen binnen Amsterdam, op de Eeuwige Vreede. 1649
De eerste Vertooning Beelde uyt Amphion, Konink van Thaebe, braght door zijne lieflijkheydt en zachte regeringe de Stadt tot welvaert;



020900 - Samuel Coster - Korte verklaring van de zes eerste vertooningen, gedaen binnen Amsterdam, op de Eeuwige Vreede. 1649 ca.




020910 - Samuel Coster - Niemant ghenoemt, niemant gheblameert. 1620
Hier ben ick mager-kaack en vaal gheverw’de Spijt,
Die namandt goedt en gundt, maar barst van Haat en Nijt.
Ick stort mijn vuyle gif in de bedurven menschen,
Om datse d’ondergang der vromen zouden wenchen:



020920 - Samuel Coster - Polyxena. 1619




020930 - Samuel Coster - Polyxena. 1630




020940 - Samuel Coster - Polyxena. 1644
Myn Hector! die toch zo geluckigh waar geweest
Als ghy, als ghy die daar u lichaem en u geest
Voor Troyens vrydom hebt geoffert, och! so souden
De Griecken smadig ons voor geen slavinnen houden,



020950 - [Samuel Coster] - Een boertighe clucht, ofte een tafel-spel van twee personagien, te weten, een quacksalver met zijn knecht. 1615
Edel, Onedel, Borghers en Boeren,
Comt al de met ghebreken zijt beswaert,
Hier is de Meester die wonder can uyt voeren,
Deur sijn costelijcke Salf seer wijt vermaert:



020960 - [Samuel Coster] - Spel vande Rijcke-Man. 1615
In den begin Gods macht,
Die ’t alles ken bestieren,
Heeft ’t al wt niet ghewracht,
Sy scheyden dach en nacht,
Water en aerde bracht
Voort alderley gheslacht
Van kruyden en van dieren.



020970 - Samuel Coster - Rycke-man. 1621
In den begin Gods macht,
Die ’t alles ken bestieren,
Heeft ’t al uyt niet ghewracht;



020980 - Samuel Coster - Boere-klvcht, van Teeuwis de boer, en men juffer van Grevelinckhuysen. 1627
T. Keesje, Keesje op as een man, nou wel op mijn vaer.
K. Wel. T. Hoorjet wel. K. Ja alree man, Terstont ben ick klaer.
Nou dan ’kselt wel sien, wijf hy wijf, benje al op,
Alrie ’tgadt uyt, schadt ick, eer den Icker sijn schoenen an het, isse haesop



020990 - Samuel Coster - Boere-klucht, van Teeuwis de boer, en men juffer van Grevelinckhuysen. 1633a v




021000 - Samuel Coster - Boere-klucht, van Teeuwis de boer, en men juffer van Grevelinckhuysen. 1633b v




021010 - Samuel Coster - Boere-klucht, van Teeuwis de boer, en men juffer van Grevelinckhuysen. 1642
Ex. UBL 1090 B 10 : 6 wordt gevolgd door 8 ingeplakte pagina’s met lofdichten en een lied door Samuel Coster.



021020 - Samuel Coster - Boere-klucht, van Teeuwis de boer, en men juffer van Grevelinckhuysen. 1663




021030 - [Samuel Coster] - Spel van Tiisken vander Schilden. 1613
Ghy zijt wonderlijcke garen allegaer daer ’t nau,, is,
En by namen dit jonge goet, en matroos, die te wonder gau,, is:
Ghy slacht de hoenderen, dunckt my, ghy wilt enckel te boom,
Voort, voort, hier of: wel, hoe staet ghy nu dus loom?



021040 - [Samuel Coster] - Spel van Tiisken vander Schilden. 1615
Ghy zijt wonderlicke garen allegaer daer’t nau is,
En by namen dit jonge goet en Matroos, die te wonder gau,, is:
Ghy slacht de Hoenderen, dunckt my, ghy wilt enckel te Boom,
Voort, voort, hier of: wel, hoe staet ghy nu dus loom?



021050 - [Samuel Coster] - Spel van Tiisken vander Schilden. 1642
Ghy zijt wonderlicke garen allegaer daer ’t nau,, is,
En by namen dit jonge goet, en matroos, die te wonder gau,, is:
Ghy slacht de hoenderen, dunckt my, ghy wilt enckel te boom,
Voort, voort, hier of: wel, hoe staet ghy nu dus loom?



021060 - [Samuel Coster] - Verthooninghen, ghedaan by die vande Nederduytsche Academi. Door bevel van de E. Heeren deser Stede Amsterdam: tot onthaal van zyne Koninglijcke Majesteyt van Bohemen. In ’t iaar 1621, den 6 Iunij. 1621
Verkoren



021070 - Samuel Coster - Vertoninghen, tot Amsterdam ghedaan door de Nederduytsche Academie op den inkomste van zijn Excellentie Maurits Prince van Orangien, &c. 1618a o
Onverzocht ende uyt onze vrye wil zijn wy met alle de Burgeryen ghenegen geweest, om zo veel tot eere dezer Stede op de ghewenste komste van ziin Excellentie toe te stellen, als de kortheydt des tijts (die geen twee uren en was) ons toeliet.
Op den drie-en-twintichsten dach in May, naemiddachs ten drie uren, ’t Iaar sesthien hondert ende achtien, hebben die van de Nederduytsche Academie, gehuurt thien steyger-schuyten, op elcken twee mannen tot bestieringe, daer beneffens verzien met personen als volght.



021080 - [Samuel Coster] - Vertoninghen tot Amsterdam ghedaan, op den inkomste van zijn Excellentie, Maurits, prince van Orangien, &c. 1618b o




021090 - Jac. Crabbe d’Jong - Palmire en Claudianes ware liefde, of, val van Galerio. 1661




021100 - Pieter Jacobus Crespyn - Lyden ende dood van Jesus Christus. 1786




021110 - J. van Crimpen - Naspel op Pindus. 1701




021120 - Petrus Jacobus Crispyn - Leven ende dood van den H. Marculphus. 1777




021130 - Pieter Jacob Crispyn - Dood van St. Markoen. 1777 ca.




021140 - Pieter Jacob Crispyn - Godfried van Bouillon. 1770 ca.




021150 - Pieter Jacob Crispyn - Leven en Doot van den Heyligen Anna. 1774 ca.




021160 - Pieter Jacob Crispyn - Leven van den Heyligen Marculphus. 1777 ca.




021170 - Pieter Jacob Crispyn - De nederlaege der Turcken; door de glorieuse waepenen van den segen-praelenden Roomschen Keyser Aquilonius Cesar. 1779




021180 - Pieter Jacob Crispyn - Den rampsaligen ondergank van Solimanus Keyser der Turcken. Als mede het beleg, ende ontset van Constantinopelen; en het veroveren der stadt Niceen en Bythinien. Als ook den oorlog, en het traktaet van vrede in Griecken; met het verlossen van het Heilig Land en stadt Jerusalem uyt de vreede dwingelandye van den vreeden Solimanus, door de gezegende waepens van Godefriedus de Bullion. 1770




021190 - Pieter Jacob Crispyn - Bley-eyndig treur-spel van den triumphanten Roomschen Keyser Aquilonius, den welcken zegen-praelt over de Turcken. 1753




021200 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1536




021210 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1537a
Ut dura res est Dij, servom pro libero
Esse, alieni simul iuris & iniuriae?
Iniquos adeo dominos hoc seclum tulit
Noctes diesque, plus satis usque est, & super,



021220 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1537b
Ut dura res est Dii, servom pro libero
Esse, alieni simul iuris & iniuriae?
Iniquos adeo dominos hoc seclum tulit
Noctes diesque, plus satis usque est, & supèr,



021230 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1537c




021240 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1537d




021250 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1538
Ut dura res est Dii, servom pro libero
Esse, alieni simul iuris & iniuriae?
Iniquos adeo dominos hoc seclum tulit
Noctes diesque, plus satis usque est, & supèr,



021260 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1539




021270 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1540
Ut



021280 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1541




021290 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1542




021300 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1546a d




021310 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1546b d




021320 - Cornelius Crocus - Ioseph. 1547a d
Ut dura res est Dij, servom pro libero
Esse, alieni simul iuris & iniuriae?
Iniquos adeo dominos hoc seclum tulit
Noctes diesque, plus satis usque est, & super,
Quo facto aut dicto est opus, quietus ne sies.



021330 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph 1547b d
Ut dura res est Dij, servom pro libero
Esse, alieni simul iuris & iniuriae?
Iniquos adeo dominos hoc seclum tulit
Noctes diesque, plus satis usque est, & super,



021340 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1548
Ut dura res est Dii, servum pro libero
Esse, alieni simul iuris & iniuriae?
Iniquos adeo dominos hoc saeclum tulit.
Noctes diesque, plus satis usque est, & supèr,



021350 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph, ad Christianae iuventutis institutionem, iuxta locus inventionis, veteremque artem nunc primum et scripta, et edita. 1549




021360 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph, ad Christianae iuventutis institutionem, iuxta locus inventionis, veteremque artem nunc primum et scripta, et edita. 1567




021370 - Cornelius Crocus - Comoedia sacra cui titulus Joseph. 1613




021380 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De belachchelyke hoofsche juffers. 1685a v
Fr. Wat dunkt u van de hoofsche prijen?
Fe. Die trotsheid staat ons niet te lijen.
Fr. Weet, Ferdinand, dat zulk bezoek,
Ik in de hoogste graad vervloek.



021390 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De belachchelyke hoofsche juffers. 1685b v
Fr. Wat dunkt u van de hoofsche prijen?
Fe. Die trotsheid staat ons niet te lijen.
Fr. Weet, Ferdinand, dat zulk bezoek,
Ik in de hoogste graad vervloek.



021400 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De belachchelyke hoofsche juffers 1753a o
2016



021410 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De belachchelyke hoofsche juffers 1753b o




021420 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1685
And’re leeren menschen zingen,
Maar die konst die loopt om broot,
Ik leer beesten klein en groot,
Maar ’t zyn ook geen wondre dingen,



021430 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1717




021440 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1731a v
And’ren leeren menschen zingen,
Maar die konst die loopt om broot,
Ik leer beesten klein en groot,
Maar ’t zyn ook geen wondre dingen,
Want veel beesten hebben geest,
En veel menschen worden beest.



021450 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1731b v




021460 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1731c v
And’ren leeren menschen zingen,
Maar die konst die loopt om broot,
Ik leer beesten klein en groot,
Maar ’t zyn ook geen wondre dingen,



021470 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1747




021480 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Claude la Rose, sieur de Rosimond) - De gewaande advocaat. 1785
And’ren leeren menschen zingen,
Maar die konst die loopt om broot,



021490 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De ingebeelde zieke. 1686a
Kom, kom, die zoo als ik noch hoopt lang Ziek te weezen,
Moet voor geen reekening van de Apoteeker vreezen.
Maar vijf en vijf maakt tien, en tien is twintig net.
Voor een klistery die door dringent was, gezet
De vierentwintigste November ten half achten,



021500 - [Pieter de la Croix] - De ingebeelde zieke. 1686b
Kom, kom, die zoo als ik noch hoopt lang Ziek te weezen,
Moet voor geen reekening van de Apoteeker vreezen.
Maar vijf en vijf maakt tien, en tien is twintig net.
Voor een klistery die door dringent was, gezet
De vierentwintigste November ten half achten,
Om de ingewanden te verkoelen te verzachten.



021510 - Pieter de la Croix - De ingebeelde zieke. 1686c




021520 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De ingebeelde zieke. 1715
Kom, kom, die zoo als ik noch hoop lang Ziek te weezen,
Moet voor geen reekening van de Apoteeker vreezen.
Maar vijf en vijf maakt tien, en tien is twintig net.
Voor een klistery, die doordringent was, gezet
De vierentwintigste November ten half achten,
Om de ingewanden te verkoelen, te verzachten.



021530 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De ingebeelde zieke. 1732
Kom, kom, die zo als ik noch hoop lang Ziek te weezen,
Moet voor geen reekening van de Apotheker vreezen.
Maar vijf en vijf maakt tien, en tien is twintig net.
Voor een klisteery, die doordringend was, gezet
De vierentwintigste November ten half achten,
Om de ingewanden te verkoelen, te verzachten.



021540 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De ingebeelde zieke. 1760
Kom, kom, die zo als ik noch hoop lang ziek te weezen,
Moet voor geen reekening van de Apotheker vreezen.
Maar vyf en vyf maakt tien, en tien is twintig net,
Voor een klisteery die doordringend was, gezet
De vierentwintigste November ten half achten,
Om de ingewanden te verkoelen, te verzachten.



021550 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De ingebeelde zieke. 1786
Kom, kom, die zo als ik noch hoop lang ziek te weezen,
Moet voor geen reekening van de Apotheker vreezen.
Maar vyf en vyf maakt tien, en tien is twintig net,
Voor een klisteery, die doordringend was, gezet
De vierentwintigste November ten half achten,
Om de ingewanden te verkoelen, te verzachten.



021560 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, medicyn. 1685a v
R. Kom volgme Wouter, want myn hert is vol verlangen.
W. Hoe om een dief te zien bewerken en te hangen?
Hy heeft u immers niet ontstoolen zo ik meen?
R. My lust geen dief te zien bewerken, neen o neen:



021570 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, medicyn. 1685b v




021580 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, medicyn. 1715




021590 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, medicyn. 1738a v
R. Kom, volgme Wouter, want myn hart is vol verlangen.
W. Hoe! om een dief te zien bewerken en te hangen?
Hy heeft u immers niet ontstolen, zo ik meen?
R. My lust geen dief te zien bewerken, neen, ô neen!



021600 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, medicyn. 1738b v
R. Kom, volgme Wouter, want myn hart is vol verlangen.
W. Hoe! om een dief te zien bewerken en te hangen?
Hy heeft u immers niet ontstolen, zo ik meen?
R. My lust geen dief te zien bewerken, neen, ô neen!
My lust het schoonste beeld dat immer is gebooren...



021610 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, medicyn. 1784
R. Kom, volgme Wouter, want myn hart is vol verlangen.
W. Hoe! om een dief te zien bewerken en te hangen?
Hy heeft u immers niet ontstolen, zo ik meen?
R. My lust geen dief te zien bewerken, neen, ô neen!



021620 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, muzikant. 1685
Ik ben dat dreigen moê, myn hart is vol verlangen,
Myn vader dreigt ons op te sluiten als gevangen,
Zo wy op zyn bevel niet in het klooster gaan:
En gy weet, Bely, hoe dat onze zaaken staan.



021630 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, muzikant. 1727




021640 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - Krispyn, muzikant. 1739
Ik bendat dreigen moê, myn hart is vol verlangen,
Myn Vader dreigt ons op te sluiten als gevangen,
zo wy op zyn bevel niet in het Klooster gaan:
En gy weet, Bely, hoe dat onze zaaken staan.



021650 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Onbekend) - De meid juffrouw. 1685
J. Ik zeg dat ik het zo versta, daarom zwygme stil.
A.M. Maar Vader. J. Hoor ik je noch. M. Sinjeur! J. Ik zeg dat ik geen tegen praaten hooren wil.
M. Maar Sinjeur, het is jou eenigste Dochter. J. Maar Mary ik ben ’er eenigste Vader,



021660 - Pieter de la Croix (naar het Frans van Onbekend) - De meydt joufvrouw, getranslateerd uyt de werken van Mollière. 1735 ca.




021670 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Onbekend) - De meid juffrouw. 1739
J. Ik zeg dat ik het zo versta, daarom zwygme stil.
A.M. Maar Vader. J. Hoor ik je noch? M. Sinjeur! J. Ik zeg dat ik geen tegenpraaten hooren wil.



021680 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert, naar Tirso de Molina) - De minnenydige van haar selve. 1678a d
F. Nu zal ik ’t echte volk in ’s Graavenhaag verrijken
In aantal. Ph. Of al die Acteon vvel gelijken.
F. Zwijg, Philipijn, of spreek, ’t geen aangenamer luit,
Want rijk, en kuisch, en schoon is mijn verkooren Bruid.



021690 - Pieter de la Croix (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert, naar Tirso de Molina) - De minnenijdige van haar zelve. 1678b d
F. Nu zal ik ’t echte volk in ’s Graavenhaag verrijken
In aantal. Ph. Of al die Acteon vvel gelijken.
F. Zwijg, Philipijn, of spreek, ’t geen aangenamer luit,
Want rijk, en kuisch, en schoon is mijn verkooren Bruid,
P. Ja kuisch, gelijkze zijn, die aan het Hof verkeeren.



021700 - Pieter de la Croix (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert) - De minnenijdige, van haar zelve. 1679




021710 - Pieter de la Croix (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert) - De minnenydige, van haar zelve. 1725




021720 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De schynheilige. Zynde het gevolg van de blyspeelen, genaamt: Het gedwongen huwelyk, en Lubbert Lubbertsz. 1686
Zyn uwe lonken,
Om herten t’ontvonken,
En te doen branden in de minnegloed?
Is uw schoon zingen, om herten te dwingen,
Wrange Amaril, is dat uw hoogste goed?



021730 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - De vermakelyke rouw. 1685
K. Maar waerom of ik Rouw moet draagen?
A. Ha, ha, ik lach om al dat vraagen.
K. Ik ook, ha, ha, jou ouwe vaar,
Uw Oom, uw Moejen alle gaar,



021740 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - De vermakelyke rouw. 1732a v
Kr. Maar waerom of ik Rouw moet draagen?
A. Ha, ha, ik lach om al dat vraagen.
Kr. Ik ook, ha, ha, jou ouwe vaar,
Uw Oom, uw Moeijen alle gaar,




021750 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Le Breton, sieur d’Hauteroche) - De vermakelyke rouw 1732b v
Kr. Maar waarom of ik Rouw moet draagen?
A. Ha, ha, ik lach om al dat vraagen.
K. Ik ook, ha, ha, jou ouwe vaar,
Uw Oom, uw Moejen allegaar,



021760 - [Pieter de la Croix] (naar het Frans van Noël Le Breton, sieur d’Hauteroche) - De vermakelyke rouw. 1781
Kr: Maar waarom of ik Rouw moet draagen?
A: Ha, ha, ik lach om al dat vraagen.



021770 - Cornelis Crul (naar het Latijn van Desederiderius Erasmus) - Absurda. Dat is, Vremdt bescheedt. 1611
Hou Lencius



021780 - Cornelis Crul (naar het Latijn van Desederiderius Erasmus) - Dronckaert die wonder siet. 1611
Hou, zal ic vallen aenmerckt my doch ditte,
Ic en zie nau waer ic gae oft zitte,
Ic starre



021790 - Cornelis Crul (naar het Latijn van Desederiderius Erasmus) - Exequiae seraphicae, dat is: Minnebroeders uit-vaert. 1611
Wel Theotime van waer



021800 - Cornelis Crul (naar het Latijn van Desederiderius Erasmus) - Funus, dat is: het lijck. 1611
Wel, van waer komt ons Phedrus



021810 - Cornelis Crul (naar het Latijn van Desederiderius Erasmus) - Dialogus van dry personagien. Den meester. Den knecht. Den Coopman, ende synen vrient. Wt colloquie Erasmi ghenaemt Hippoplanus, dat is peertschalc oft roskam. 1611
Hou sachtelijc



021820 - Cornelis Crul - Tafel-spel van een dronkaert die by hemseluen spreect meynende dat hy wonder siet. 1599 ca.
Hou, sal ick vallen aenmerckt my doch ditte
Ick en sie nau waer ick gae oft sitte,
Ick sterre al keeck ick deur de neuele
Godt gheve de straten t’vallen beuele
Sy zijn soo vol putten ende kuylen
Twaer om te vallen twee oft dry buylen
Die droncken ware, ick meyne ter meer becoopt:
Ou siedy niet waer gy henen loopt



021830 - Cornelis Crul (naar het Latijn van Desederiderius Erasmus) - So saen als dit voorseyde tafelspel was volspeelt, begonste die spelieden haer instrumenten, en die sanghers haer lippen te ruren, ende souden melodieuselijck gespeelt hebben, en hadden die twee personagien die dese naevolghende dialogue speelden, tselue niet beledt ghehadt, die in deser manieren begonsten te spreken, als hier naer volght. 1579




021840 - Aquila Cruso - Euribates Pseudomagnus. 1615 ca.
Salutem vobis me afferre plurimam
Jussit Poeta sed argumentum vetuit
Referre (quod tamen expectatur a Prologo)
Nolit enim vos otiosos fore
Spectatores & notâ metâ hujus fabulae
Ultimam personam expectare languide
Interim tamen vos oratos cupit



021850 - Corn. van der Cruyssen - Schakinghe van Iudith, dochter van Keyser Otto den derden. 1642
Hier ben ick weer beneen, mijn bootschap wijst my aen,
Hoe dat ick inder yl naer ’t Beemsche Hof moet gaen:
Mijn Moeders last ick doe, en sal voort sonder toeven
De krachten van mijn Boogh den Konincx Soon doen proeven;
Dit ’s d’oorsaeck mijner komst: waer best ick hem ontmoet?
Op ’t voor-hof, of de sael? ’t Is tijdt hy werdt begroet.



021860 - [Simon van der Cruyssen] (naar het Frans van Eust. Le Noble) - Ezopus. 1697a v




021870 - Simon van der Cruyssen (naar het Frans van Eust. Le Noble) - Ezopus. 1697b v
C. Gy zult hem trouwen? R. Ja; dit ’s vast by my beslooten.
C. Ezopus? R. Ja; hem zelfs. ’t is een gedaane zaak.
C. En morgen? R. Morgen. C. Dat ik u niet toornig maak;
Ik moet u, Rodope, eens vry myn hart ontblooten.
Zeg my, zo jong, zo schoon, en, als de Meisjens thans,
Beminnende ’t vermaak, meend gy te zyn gebooren,
Naar dat gy hebt gehad zo groot getal Galans,
Voor zulk een Bruidegom, die gy hebt uitverkooren?



021880 - Simon van der Cruyssen (naar Eust. Le Noble) - Ezopus. 1697c v




021890 - Simon van der Cruyssen - Het gouvernement van Sanche Panche, op het eyland Barataria. 1681




021900 - Simon van der Cruyssen - Het gouvernement van Sanche Panche, op het eiland Barataria. 1694




021910 - Simon van der Cruyssen - Het gouvernement van Sanche Panche, op het eiland Barataria. 1709a v




021920 - [Simon van der Cruyssen] - Het gouvernement van Sanche Panche, op het eiland Barataria. 1709b v




021930 - [Simon van der Cruyssen] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Otho, met de dood van Galba, keizer van Romen. 1695
Albinus: Myn Heer, uw vrindschap doet my deze stoutheid waagen,’k Misbruikze, en weet heel wel dat ik u zal mishaagen,



021940 - [Simon van der Cruyssen] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De waarschynelyke tovery. 1691
Die Toveres, naar wien dat Aarde en Hel moet hooren,
Heeft, voor een heerlyk huis, slechts deez’ Spelonk verkooren;
De duisterheid, die haar staâg by blyft, nimmer zwicht,
Schuift nooit haar sluijer op als voor een droevig licht:
Zy wil zelfs ’t flaauwste licht nooit meerder ingang gonnen
Als ’t geen de Geesten, in haar hol, verdraagen konnen.



021950 - [Simon van der Cruyssen] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De waarschynelyke tovery. 1729
Die Toveres, naar wien dat Aarde en Hel moet hooren,
Heeft, voor een heerlyk huis, slechts deez’ Spelonk verkooren;
De duisterheid, die haar staâg by blyft, nimmer zwicht,
Schuift nooit haar sluijer op als voor een droevig licht:
Zy wil zelfs ’t flaauwste licht nooit meerder ingang gonnen
Als ’t geen de Geesten, in haar hol, verdraagen konnen.



021960 - Petrus Cunaeus - Dido. 1620 ca.




021970 - Joan Christ. Cuno (naar het Italiaans van Pietro Antonio Domenico Buonaventura Metastasio) - Isaak, of de afschaduwing des Heilands. 1765 ca.




021980 - J.W. Curten (naar het Duits van Otto Heinrich von Gemmingen-Hornberg) - De huisvader. 1790




021990 - J.W. Curten (naar het Duits van Otto Heinrich von Gemmingen-Hornberg) - De huisvader. 1794




022000 - Martinus du Cygne S.J. - Codrillos. 1679




022010 - Martinus du Cygne S.J. - Dormientes. 1679




022020 - Martinus du Cygne S.J. - Dos. 1679




022030 - Martinus du Cygne S.J. - Fernandes. 1679




022040 - Martinus du Cygne S.J. - Franciscanus. 1679




022050 - Martinus du Cygne S.J. - Gemma. 1679




022060 - Martinus du Cygne S.J. - Gymnasium. 1679




022070 - Martinus du Cygne S.J. - Lytrum. 1679




022080 - Martinus du Cygne S.J. - Marsupium. 1679




022090 - Martinus du Cygne S.J. - Prandium. 1679




022100 - Martinus du Cygne S.J. - Sepultus. 1679




022110 - Martinus du Cygne S.J. - Villicus. 1679




022120 - D.P.R. - De bekeerde lichtmis, of roskam voor alle bedelaars: die zig gebrekkelyk vertoonen, en niet gebrekkelyk zyn. 1736
Wel magmen zeggen, dat de jonkheid menigmaal na geen goede raad wil hooren.
Maar stopt voor alle zeede, lessen en deugdryke vermaningen har jeukige en eydel tuitende ooren.
Dit heb ik aan myn zelvenbevonden, krek of ’t van daag eerst waar geschied.
Want toen ik achtien jaren oud was, gaf ik de schiedspoel de zak, dat is gezeid, ik werkte niet,



022130 - D.P.R. - Het leven der hedendaagsche snoepers, of goetkoop-wyndrinkers. 1736
Hoor Beekerveeg en Lekkertand myn getrouwe knegts en goede vrinden,
Maak dog niet als ik weder aan de kelder koom, dat ik hier een party klaploopers of dorstige wynsuypers mag vinden:
Ik wil gy zult hen geen droppel tappen of het zal in myn byzyn geschien,
Want al ben ik een Nathals zo mag ik in myn kelder geen klaplopers zien,



022140 - D.V.A. - Christelyke tragedie genaamt den Koopman, ofte het oordeel. Waarin de hoofdstukken der Gereformeerde en der Roomsche religiën, onpartydig en na waarheid worden voor oogen gestelt, [...] 1735 ca.




022150 - D.V.B. - De gewaande Chinaas-vaarder, of ’t onteerde weeutje ge-eerd. 1735
Hoor Elip [= Flip], ik wil gy zult uw tong-werk zo wat snoeren,
En tegens my niet meer dees stoute reden voeren,
Ik zal myn Izabel van dezen avond nog
Doen schaken, weet ik ben een vyand van bedrog.



022160 - D.V.L. - De doorlugte voorbeelden der ouden. 1724




022170 - Jan van Daalen - Klucht van de aerdige Colicoquelle. 1654
Let wel op ’t geen ik zeg, hoorje Colicoquelle?
Houdt daar, neemt deze Brief, en wilt die gaan bestelle,
Je weet wel waar ik meen? gins tot de schoon Waardin.
Wanneer als gy ’er komt, zo vraagt, is Juffrou in?



022180 - Jan van Daalen - D’aardige Colicoquelle. 1668
Let wel op ’t geen ik zeg, hoorje Colicoquelle?
Houdt daar, neemt deze brief, en wilt die gaan bestelle,
Ie weet wel waar ik meen: gins tot de schoone Waardin.
Wanneer als gy ’er komt, zo vraagt, is Iuffrou in?



022190 - Jan van Daalen - D’aardige Colicoquelle. 1669
Let wel op ’t geen ik zeg, hoorje Colicoquelle?
Houdt daar, neemt deze brief, en wilt die gaan bestelle,
Ie weet wel waar ik meen: gins tot de schoone Waardin.
Wanneer als gy ’er komt, zo vraagt, is Iuffrou in?



022200 - Jan van Daalen - Klucht van de jaloursze jonkker. 1654
J. Nou liefste ik ga heen, en kom zoo daatlijk weer,
Het is hier dichte by. Hoor hier eens Haneveer;
Wel heb je het gedaen, ’t geen ik je had bevoolen?
H. Ja Jonkker, weest gerust. K. Waar meug je nou gaen doolen,
Van avond, noch zoo laat? ik bidje blijft maar in.



022210 - Jan van Daalen - Klucht van de ialoursze jonkker. 1657
I. Katryna ik ga heen, en kom zoo daatlijck weer,
Het is hier dichte by. Hoor hier eens Haneveer;
Wel heb je het gedaen, ’t geen ik je had bevoolen?
H. Ja Jonkker weest gerust. K. Waer meug je nou gaen dolen,



022220 - Jan van Daalen - Klucht van de ialoursze jonkker. 1660
I. Nou liefste ik ga heen, en kom zoo daatlijk weer,
Het is hier dichte by. Hoor hier eens Haneveer;
Wel heb je het gedaen, ’t geen ik je had bevoolen?
H. Ja Jonkker weest gerust. K. Waer meug je nou gaen doolen,
Van avond, noch zoo laat? ik bidje blijft maar in.



022230 - Jan van Daalen - De jalourse jonker. 1737
J. Katryna ik ga heen, en kom zoo daatlyk weer,
Het is hier dichte by. Hoor hier eens Haneveer;
Wel heb je het gedaen, ’t geen ik je had bevoolen?
H. Ja Jonker weest gerust. K. Waer meug je nou gaen dolen,



022240 - Jan van Daalen - Klucht van de kale edelman. 1657a v
Nuw ick door groot practijck, gekreegen heb dit kleet,
Soo is de beste raet, die ick ter werelt weet
Dat ick ter wyl ick nu weer ben van grooten aan,,sien
Terstont uyt vrije gae, maer ’t ken geen open baen,,sien,



022250 - Jan van Daalen - Klucht van de kale edelman. 1657b v




022260 - Jan van Daalen - De klucht van de kale edelman. 1679
Als ik door groot practijck, gekregen heb dit kleet,
Soo is de beste raet, die ick ter werelt weet
Dat ik terwijl ik nu weer ben van grooten aan, sien
Terstondt uyt vrije gae, maer ik ken geen openbaen sien,
Helena is te Rijck, en adelijck van bloedt,
En ’t meeste dat mijn quelt, dat is ick heb geen goet



022270 - Jan van Daalen - De kale edelman. 1737
Als ik door groot praktyck, gekregen heb dit kleet,
Soo is de beste raet, die ick ter werelt weet
Dat ik terwyl ik nu weer ben van grooten aan,,sien
Terstondt uit vryen gae, maer ik ken geen openbaen sien,
Helena is te ryk, en adelyk van bloedt,



022280 - Melchior van Daelhem - Willecom aenden prince Ferdinandus. 1614




022290 - Hendr. [of: D.] van Damme - De onverliefde minnaar. 1728




022300 - Isaacus van Damme (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - Amphitrvo. 1617
Wie derft in stouticheyt sich selfs by my gelijcken?
Wie is die my niet moet in onvertsaechtyet wijcken?
My die soo wel ’t ghebruyck der jongher lieden ken
En hier soo laet des nachts alleen op strate ben.



022310 - Isaacus van Damme (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - M. Accii Plavti Amphitrvo. Overgheset in de Nederduytsche tale. 1635
De Croon die ’k heb doen slaen, der Goden, om haer raet
Te pleghen op mijn vraegh, ick t’eenemael verlaet.
Ons werck is nu volbracht, en alles is ten ende,
Raedts-plegingh houdt nu op, tot rust wy ons weer wende.



022320 - P.C. van Damme - Iustus en Trugona. Gespeelt op de Rijper kamer De Witte Rose. 1633




022330 - D. Dannoot - Aller wonderheden wonderen schat oft mirakel der mirakelen. 1670




022340 - D. Dannoot - ALLer WonDerheDen, WonDeren sChat, oft mirakel der mirakelen, geschiet in 1370, binnen Brussel. 1720
Naer dat Jerusalem verdelght was tot den gronde,
Alwaer het Joodts gedrocht (vol boosheydt) had’ verslonden
In d’hongerigen buyck al’t kostelyck gout-ciraet,
Waer toe hun had gestierd’ hun boosaerdigen haet.



022350 - D. Dannoot - Davit ende Urias. 1677 ca.




022360 - D. Dannoot - De H. Roomsche kerck triompheert door de wapenen van Leopoldus I, onder t’ belijdt van Maximiliaan Emanuel ende Carel van Lorynen. 1697




022370 - Joannes David - Occasio arrepta neglecta, Huius commoda, illius incommoda 1605




022380 - Joannes David - Poesis tacens, pictura loquens, quibus occasio arrepta neglecta delineatur : formis aeneis Danielis Manassee. 1630




022390 - Jeremias de Decker (naar het Latijn van George Buchanan) - Baptistes of Dooper. 1652




022400 - Jeremias de Decker (naar het Latijn van George Buchanan) - Baptistes of Dooper. 1656
O my verouderde, my afgequijnde Man!
Wat ben ick levens sat! och, moest ghy, moest ghy dan,
Rampsalig nood-geval vermeerderen mijn’ dagen,
Op dat ik saeg met dienst mijn Vaderland geslagen,



022410 - Jeremias de Decker (naar het Latijn van George Buchanan) - Baptistes of Dooper. 1659




022420 - Jeremias de Decker (naar het Latijn van George Buchanan) - Baptistes of Dooper. 1702
O my verouderde, my afgequijnde Man!
Wat ben ik levens sat! och, moest gy, moest gy dan,
Rampsalig nood-geval vermeerderen myn’ dagen,
Op dat ik saeg met dienst mijn Vaderland geslagen,



022430 - Jeremias de Decker (naar het Latijn van George Buchanan) - Baptistes of Dooper. 1726
M. My verouderden, my afgequynden man!
Wat ben ik levens zat! och, moest gy, moest gy dan,
Rampzalig noodgeval vermeerderen myn dagen,
Opdat ik zaeg met dienst myn Vaderland geslagen,



022440 - Demokritophilus (Ars Superat Fortunam) - De inenting. 1768




022450 - [Philippe Néricault Destouches] - Le philosophe marié ou le mari honteux de l’être 1727
Ouy, tout m’attache ici. J’y goûte avec plaisir



022460 - [Jan van Diest] - Een comedia ofte spel van Homulus, daer in bethoont wert, wat loon dat de sonde geeft naem elijck de doot, ende hoe den mensche dan alle creatueren verlaten, alleene zyn deucht staet hem daer bij. 1557 ca.




022470 - Jan van Diest - Een comedia ofte spel van Homulus, daer in betoont werdt, wat loon dat de sonde gheeft, namelijck de doot, ende hoe den mensch van alle creatueren verlaten werdt, alleene sijne deucht staet hem daer by. 1633




022480 - Jan van Diest - Een comedia ofte spel van Homulus, daer in betoont werdt, wat loon dat de sonde gheeft, namelijck de doot, ende hoe den mensch van alle creatueren verlaten werdt, alleene sijne deucht staet hem daer by. 1656
Waer om soude ick niet hebben een vrye moet?
Dewijl my ’t geluc heeft gegeven groot goet,
Ick heb alles genoegh wat mijn hert begeert
Ick geloof dat niemant sy meer gelijcx bescheert,



022490 - [Jan van Diest] - Een comedia ofte spel van Homulus, daer in betoont werdt, wat loon dat de sonde gheeft, namelijck de doot, ende hoe den mensch van alle creatueren verlaten werdt, alleene sijne deucht staet hem daer by. 1661 [1656!]
Waer om soude ick niet hebben een vrye moet?
Dewijl my’t geluc heeft gegeven groot goet,
Ick heb alles genogh wat mijn hert begeert
Ick geloof dat niemant sy meer gelijcx bescheert,



022500 - [Jan van Diest] - Een comedie of spel van Homulus, daer in getoond werdt, wat loon dat de sonde geeft, [...] 1670 ca.
Waerom soude ik niet hebben een vrye moet
Dewyl my ’t geluk heeft gegeven groot goed
Ik heb alles genoeg wat myn herte begeert.
Ik geloof dat niemant zy meer gelyk bescheerd,



022510 - Jan van Diest - Een comedie, ofte spel van Homulus, daer in betoont werdt, wat loon dat de sonde geeft, namelijk de doot, ende hoe den mensche van alle creaturen verlaten werdt, alleene sijne deucht staet hem daer by. 1701
Waerom soude ik niet hebben een vrye moet
Dewijl my ’t geluck heeft gegeven groot goet
Ick heb alles genoegh wat mijn herte begeert.
Ick geloof dat niemant zy meer gelijck bescheert,
Een schoon wijf ende kinder oock groot gesint,
Alles dinck men in mijn huys genoegh vint,



022520 - Jacob van Dijk - De verlossinge van Israel uit Egipte. 1791




022530 - [Johannes van Dijk] (naar het Frans van François Thomas Marie de Baculard d’Arnaud) - Euphemia, of de triomf van den godsdienst. 1769
Hoe! in dit doodbed, ’t welk mijn’ tranen steeds besproeyen,
Daar eeuwige angsten met my waken, met my groeyen,
Dat onophoudlyk my myn dood gedenken doet,
Dat dagelyks myn hart het sterven leren moet;
In deze zelve kist waar in myn stof zal rusten,
Durf ik nog denken, aan die tedere, en zoete lusten,
Wat zegge ik? aan een min by’t Hemel-hof gedoemd!



022540 - Johannes van Dijk (naar het Frans van François Thomas Marie de Baculard d’Arnaud) - De rampzalige gelieven, of de graaf van Comminge. 1773
In dit bedroefd verblyf geheyligd aan den dood,
Daar steeds myn schuld vermeert,
daar steeds myn leed vergroot,
Sleep ik geduchte God, tot voor uw throon myn branden!



022550 - Johannes van Dijk (naar het Frans van François Thomas Marie de Baculard d’Arnaud) - De rampzalige gelieven, of de graaf van Comminge. 1778
In dit bedroefd verblyf geheyligd aan den dood



022560 - J. van Dinteren - De gelukte vrouwelist, of de bedroge minnaar. 1722
K. Bonjour Marytje. M. Wel Karton, wat komt gy zeggen?
K. Wat ik kom zeggen? ô! dat ’s zo niet uit te leggen,
Wat ik kom zeggen? wel dat weet ik zelver niet.
M. Wat is uw boodschap dan? K. ô! Nog al meêr verdriet!



022570 - Jeugd van Dixmuide - Sulcken leven, sulcken doodt, ofte Nero 1652
Nero eenen afkeer hebbende van Octavia syn Huysvrouw om haer onvruchtbaerheyt, ende onsteecken met onsuyver-liefde tot Sabinam Poppaeam, neemt voor hem de selve te trouwen tegen den danck van Seneca ende Princen.
De misachte Octavia is hier over droevich, en beklaeght de voorgaende Moorden van Claudius haeren Vader en Britannicus haren broeder.



022580 - A. Dobbe - Der drie edelen vrijagie na Dorinde. 1730 ca.




022590 - Raphael Doekers - Idonia dogter van Lotharius, Koning van Vranckryk ende Liederick De Buck, eersten forestier van Vlaenderen. 1801




022600 - Jacob van der Does - Het houwelyck tussen Aeneas ende Lavinia. 1663




022610 - Jacob van der Does - Tragedie, ofte ongeluckige liefde van de koninginne Dido. 1661




022620 - Jacob van der Does - Tragedie ofte ongelukkige liefde van de koninginne Dido, [...] 1662




022630 - Jacob van der Does - Tragedie, ofte ongeluckige liefde van de koninginne Dido. 1663




022640 - Jacob van der Does - Tragedie, ofte ongeluckige liefde van de koninginne Dido. 1674
Onsterffelijcke Goôn! wie kan te recht beklagen
Mijn ongeluck? helaes! ik die voor weynig dagen
In silver blonck en gout, sit nu in ’t rouw-gewaet:
Zoo siet men dat de doot geen mensch voor by en gaet:
Al wat de gulde Son beschijnt met helle stralen
Moet door de tijt vergaen en na den afgrond dalen:



022650 - Jacob van der Does - Tragedie, ofte ongelukkige liefde van de koninginne Dido. 1697
Onsterffelijke Goon! wie kan te recht beklagen
Mijn ongeluk? helaas! ik die voor weinig dagen
In silver blonk en gout, sit nu in ’t rouw-gewaet:
Soo siet men dat de dood geen Mensch voor by en gaet:
Al wat de gulde Son beschijnt met helle stralen,
Moet door de tijd vergaen en na den afgrond dalen:



022660 - Johan vanvan Doesburg (naar het Frans van Pierre Corneille) - Theodore, maegt en martelares 1715




022670 - [Catharina Maria Doll Egges] (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De graaf van Bourgondiën. 1798
H. En de vanen wappren
Hoog in de lucht!
En de zwaarden klettren
Als ’t klaroen ons roept.
P. Dat lied behaagt u?



022680 - [Catharina Maria Doll Egges] (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - La Peyrouse. 1798




022690 - Catharina Maria Doll Egges (naar August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - La Peyrouse. 1799 ca.




022700 - [Catharina Maria Doll Egges] (naar het Frans van Onbekend) - De weldadige Zwitzer. 1798
D. Hoe schielyk vervliegt de tyd: het is reeds agt uuren. Om de verveeling te verjaagen, is ’er niets beter dan de arbeid; als men gewerkt heeft schynt de ochtend in een oogenblik vervloogen:... maar het is tyd om op het ontbyt te denken.
J. Wat wilde gy, lieve man!
D. U vraagen waarom wy niet ontbyten? of denkt gy dat ik nog geen kop koffy gewonnen heb?
J. Word niet boos, kind lief! de wasch geeft my zulk een omslag; ik heb het volk eerst bezorgd.
D. Gy hebt zeer wel gedaan, men moet geen vreemden laaten wacnten; maar ook zich zelven niet vergeeten. Wat doet Philibert?
J. Hy is te vyf uuren reeds met Benoit uitgegaan. Zy zyn nog niet weerom.



022710 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar het Frans van Gaspard Abeille) - Argelia, koninginne van Thessalien. Onder de zinspreuk Gloria tribuit doctrina. 1713




022720 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar het Frans van Philippe Quinault) - Atys en Sangarida. 1723
Op Frygers, Frygers op. kom gaan wy, het word tyd.



022730 - [Guillaume Toussaint Domis] - De buitensporige waard. 1713
Neen, neen, ik wil ’er niet van hooren,
Het is maar moeite en tyd verlooren,
Gy zult hem trouwen, vatje ’t wel,



022740 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar het Frans van Joseph François Duché de Vancy) - Cephalus en Prokris 1710




022750 - Guillaume Toussaint Domis (naar het Frans van Thomas Corneille) - Don Bertran de Cigarral. 1712




022760 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar het Frans van Onbekend) - Het dronkemans testament, of de uitvaart van meester Andries. 1720
Naar ’t water, naar ’t water, zo gy lust hebt om te drinken.



022770 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar het Frans van Madeleine Angélique Poisson, Dame Gabriel de Gomez) - Habis, of de vernietigde wraakgierigheid. 1718
O ja, gedoog, Vorstin, dat ik by uw geween
Myn tranen meng, en deel in uw rampzaligheên.



022780 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar Jean de la Chapelle) - Telephon, koning van Messene. 1707a v
Ja, nu ik, na veel druk, weêr adem haalen mag,
En u met vreugd aanschouwe op deez’ gewenschten dag,
Na dat ik, vol van vrees, zo lang heb moeten lyden,
Wyl ’t bitter afzyn my zo vinnig kwam bestryden:



022790 - [Guillaume Toussaint Domis] (naar het Frans van Jean de la Chapelle) - Telephon, koning van Messene. 1707b v
Ja, nu ik, na veel druk, weêr adem haalen mag,
En u met vreugd aanschouwe op deez’ gewenschten dag,




022800 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraden van ’t tooneel, waar op de vertooningen in ’t blyeindend treur-spel van ’t Belegh en ontzet van Leyden, vertoont worden. 1670a v
Het voorste van ’t Tooneel beelt aan beyde zijden af, een vermakelijke Lust-hof; in de zelve zietmen verscheyde aangename Prieelen, en ingangen van gaanderyen, met groen bebladerde telgen om en overgevlochten, zodat ze yder tot ingaan schijnen aan te lokken, om zich in des zelfs koele en belommerde schaduwen te ververschen en verlustigen.



022810 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraden van’t tooneel [...] in’t [...] Belegh en ontzet van Leyden. 1670b v




022820 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraden van ’t tooneel, waer op de vertooningen van ’t Belegh en ontzet van Leyden vertoont worden. Met de verklaringen der zelver zinnebeelden. 1682a d
Het voorste van ’t Tooneel beelt aen beyde zyden af, een vermakelijke Lust-hof; in de zelve ziet men verscheyde aengename Prieelen, en ingangen van gaanderyen, met groen bebladerde telgen om en over-gevlochten,



022830 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraden van ’t tooneel, waer op de vertoningen in ’t bly-eyndend Treur-spel van ’t beleg en ontzet van Leyden, vertoont worden. 1682b d




022840 - Tobias van Domselaer - Beschrijving der sieraden vertoningen beleg en ontzet van Leiden. 1686




022850 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraden van ’t tooneel, (en de vertooningen) van ’t Belegh en ontzet van Leyden [...] 1706




022860 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraaden van het tooneel, met de verklaaring derzelver zinnebeelden en vertooningen, in het beleg en ontzet van Leyden. 1729 ca.




022870 - [Tobias van Domselaer] - Beschryving der sieraaden van het tooneel, met de verklaaring derzelver zinnebeelden, en vertooningen in het beleg en ontzet van Leyden. 1729a v
Het voorste van ’t Tooneel beelt aen beyde zijden af, een vermakelyke Lusthof; in de zelve zietmen verscheyde aengename Priëlen, en ingangen van gaanderyen, met groen bebladerde telgen van Ligustrum, Kornoelien, Siringen &c. om en overgevlochten, zo datze yder tot ingaan schijnen aan te lokken,



022880 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraaden van het tooneel, met de verklaaring derzelver zinnebeelden en vertooningen, in het Beleg en ontzet van Leiden. 1729b v




022890 - Tobias van Domselaer - Beschryving der sieraaden van het tooneel, met de verklaaring derzelver zinnebeelden en vertooningen, in het beleg en ontzet van Leyden. 1729c v




022900 - Alexander Donatus S.J. - Suevia. 1634
Tenuis ad urbem superat, & lucem labor.
Ast aegra viridi membra declinans thoro
Fessus quiescam. noctis exsolvat quies
Evincta curis pector. O quales agis,
Volubilique pandis è caelo faces
Nox lumine interstincta nigrantem sinum!



022910 - Donysius Petavius Aurelianensis e Societate Iesu - Carthaginienses Tragoedia. 1634
2016



022920 - Donysius Petavius Aurelianensis e Societate Iesu - Sisaras. 1634
Praepes Tonantis famulus, Abramo satae
Custosque Michael gentis huc celsa poli
Submissus arce venio. Consueta labor
Levare fessum gravibus aerumnis genus.



022930 - Donysius Petavius Aurelianensis e Societate Iesu - Dionysii Petavii Aurelianensis e Societate Jesu Usthazanes. 1634
2016



022940 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Bernard Joseph Saurin) - Béverly of de gevolgen der speelzucht. 1781
B. Myn zuster! hy komt nog niet weder.
Wat valt die ongerustheid zwaar!
H. Dit kwaad zyn wy gewoon, myn waarde zuster; maar
Een andre ramp, een smart nog wreeder,
Dreigt ons... Ik zwyg ’t u langer niet.



022950 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Bernard Joseph Saurin) - Beverley, of de gevolgen der speelzucht. 1785




022960 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Bernard Joseph Saurin) - Beverley, of de gevolgen der speelzucht. 1800




022970 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Pierre Laurent Buirette de Belloy) - Gaston en Bayard. 1785




022980 - Jan Gerard Doornik - Gaston en Bayard. 1786




022990 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Pierre Laurent Buirette de Belloy) - Gaston en Bayard. 1788




023000 - Jan Gerard Doornik - De graaf van Sternfeld. 1791




023010 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Pierre Ulric Dubuisson) - De oude vryer. 1791
Dewyl uw oom zich thans byna hersteld bevind,



023020 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Pierre Laurent Buirette de Belloy) - Pedro de wreede, koning van Kastiliën. 1788
De nacht verdwynt allengs: het licht des dageraads
Dringt eindlyk langsaam door tot in dees duistre plaats.



023030 - Jan Gerard Doornik - Pedro de wreede, koning van Kastiliën. 1789




023040 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Marie Joseph Blaise de Chénier) - Timoleon. 1796




023050 - Jan Gerard Doornik (naar het Frans van Louis Anseaume) - Het verloren lam. 1783




023060 - Reynier Dorema de Vries - Het aerdig juffertje. 1758 ca.




023070 - Reynier Dorema de Vries - Aerdige reyse van Mr. Simon, na madamme Vuylendreta. 1740 ca.




023080 - Reynier Dorema de Vries - Calandryn, of de man in baarens nood. 1739




023090 - Reynier Dorema de Vries - Paris en Aenone. 1747




023100 - Reynier Dorema de Vries - De regter van Florentiae. 1740 ca.




023110 - Peter Dorland van Diest - Homulus. 1538




023120 - Peter Dorland van Diest - Spieghel der salicheyt van Elckerlijck. 1495 ca.




023130 - Peter Dorland van Diest - Spieghel der salicheyt van Elckerlijck. 1499 ca.




023140 - Peter Dorland van Diest - Spieghel der salicheyt van Elckerlijck. 1500 ca.




023150 - Peter Dorland van Diest - Den spyeghel der salicheyt van Elckerlijc. Hoe dat elckerlijc mensche wert ghedaecht gode rekeninghe te doen. 1520 ca.




023160 - Peter Dorland van Diest - Den spyeghel der salicheyt van Elckerlijck Hoe dat Elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen. 1525 ca.
Ick sie boven wt mijnen throne
dat al dat is int smenschen persone
leeft wt vresen onbekent
Oec sie ic tvolc also verblent
In sonden si en kennen mi niet voer god
Opten aertschen scat sijn si versot.



023170 - Dorlandus - Homulus. 1599 ca.




023180 - Jac. Cornelisz. van Dorsten - Lucidamor en Fluria. 1633




023190 - [B. Douwes] (naar het Frans van Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quingey) - De fabrikeur van Londen. 1775
W. Davidson! ... Hoe veele zorgen en verlegenheden hoopen zich op een,
gedurende één’ enklen dag dat ik afwezig ben!
Ik heb den geheelen nacht niet kunnen rusten...
Davidson is het volk al te maal aan ’t werk?



023200 - Jan Droomers - Idonea, dochter van Lotharius konink van Vrankryk en Liederyk de Buk eersten forestier van Vlaenderen 1696




023210 - Jan Droomers - Idonea, dochter van Lotharius konink van Vrankryk en Liederyk de Buk eersten forestier van Vlaenderen. 1724 ca.




023220 - Jan Droomers - Idonea, dochter van Lotharius, koning van Vrankryk, en Liederik de Buck, eersten forestier van Vlaenderen. 1780 ca.
Hoe is den mensch verblind in ’t geen hy hier betragt!



023230 - Jan Droomers - Idonea, dogter van Lotharius, koning van Vrankryk, en Liederik de Buck, eersten forestier van Vlaenderen. 1800 ca.
2016



023240 - Jan Droomers - Idonea, dochter van Lotharius, koning van Vrankryk, en Liederik de Buck, eersten forestier van Vlaenderen. 1800 ca.
2016



023250 - Jan Droomers - Idonea, dochter van Lotharius, koning van Vrankryk, en Liederik de Buck, eersten forestier van Vlaenderen. 1800 ca.




023260 - Jan Droomers - De langh gewenste vrede-vreught en het heyligh gedencke van ’t H. Bloed J. Christus. 1698




023270 - Coenraet Droste - Achmet. 1708
K. Ick vrees indien ick waght die saeck bekent te maecken,
Dat ick in ongenae sal van de Keyser raecken;
Dat is voor mijns gelijck een voor-boo van de doodt.
F. De tijdt is nogh niet rijp, het uytstel heeft geen noodt.



023280 - Coenraet Droste - Adonias. 1714
Mevrouw, belet my niet om u geluck te wenschen:
Uw Soon heeft nu de gunst des Hemels en der Menschen.
Hy sit op Davids Throon, gelijck hem was belooft,
De Scepter in de handt, de Rijx-Kroon op het hooft;
Daer hy van, aen het Volck, laet syn’ Oraeckels hooren.



023290 - Coenraet Droste - Agiatis. 1707
Schoon my mijn Prins omhelst, schoon ick hem magh aenschouwen,
Nog derf ick nauwelijks mijn sinnen selfs vertrouwen,
Mijn hert gevoelt een vreugdt, die het te boven gaet:
Terwijl Archidamus weer voor mijn oogen staet.



023300 - Coenraet Droste - Althea. 1710
Soo ras de daegeraet sal aen de kim verschynen,
En doen de duysternis door ’t nieuwe ligt verdwynen,
Sal men het schricklijk Swyn, dat Land en Luyden quelt,
Opsoecken in het Bosch, of dryven in het Veldt.



023310 - Coenraet Droste - Aristodemus. 1714
Vriendin stel u gerust, gy moet niet langer schroomen,
Uw Minnaer is op weg, en sal haest weder komen:
Hy weet wel, dat men hier heel seer naer hem verlangt,
Om dat van syn verhael ’s Lands heyl of onheyl hangt.



023320 - Coenraet Droste - Arsinoë. 1707
C. Sosibius versoeckt uw Majesteyt te spreecken.
A. Ick vrees dat de gesant my ’t hooft sal komen breecken,
En my sijn oudt versoeck op nieuws sal stellen voor:
Ick kan hem evenwel niet weygeren gehoor,



023330 - Coenraet Droste - Floris de vyfde van die naem, graaf van Hollandt &c. 1714
Het moet daer nu mee deur, de Jagt is vast gestelt,
De laegen syn geleyt by het Wiltrijcke Velt.
Graef Floris heeft belooft, dat hy sig daer sal vinden,
De Sperwer op de hand, gevolgt van Brack en Winden,
En sal sig leveren aen den bedeckten haet,
Daer myn gemoet en ’t uw lang mee beswangert gaet.



023340 - Coenraet Droste - De Haegsche kermis. 1710
De plaets, daer gy nu staet, heb ik voorheen beslaegen,
Gy moet den Onder-Schout best weten te behaegen;
En hebt hem door gerief, gekregen tot uw vriendt,
Men weet wel hoe men gunst van sneukelaers verdient.



023350 - [Coenraet Droste] - De Haagse kermis, [...] 2e druk vermeerdert met versierselen en tusschespellen op tenten, kramen en kermis spullen. 1712 ca.
2016



023360 - Coenraet Droste - De Haegsche kermis. 1761




023370 - Coenraet Droste - De Haegsche kermis. 1765 ca.




023380 - Coenraet Droste - Mariamne. 1714
Mevrouw, het sal u noyt aen reedenen ontbreecken,
Om troostelijck beregt te konnen tegenspreecken:
Schoon ick bekennen moet, dat gy rampsalig syt,
En van het wreede lot steets veel besoecking lydt:
Soo kan ick evenwel stilswygend niet verdragen,
Dat gy met zugt op zugt, u selven doodt soudt plaegen:



023390 - Coenraet Droste - De minne-nydt. 1712
Vrouw, geeft het u vermaeck, dat gy meygt tegen spreecken,
Om my, met onverstant, geduerig ’t hooft te breecken?
Al wat my wel gevalt, soo ras als gy het merckt,
Bevindt ick, dat gy daer hartneckig tegen werckt.



023400 - Coenraet Droste - De neus-wys. 1709
Neen Juffrouw, gy behoort geen laeger kuyf te draegen,
Dat ick een Vryer was, soo soudt gy my behaegen.
Om twintigh Waeffelen, wedt ick u tegen tien,
Dat Joncker Eelbloet oock, u soo sal liever sien.



023410 - Coenraet Droste - Olympias. 1714
Mevrouw, Cassander vraegt, of hy mag binnen komen?
Men hoeft voor geen gewelt, in Pidnâs Vesting schromen.
Soo gy verseeckering wilt geven van uw woordt;
Dat hy vry keeren mag, als hy sal zyn gehoort.



023420 - Coenraet Droste - Themistocles. 1707
Wat ongenucht, Mevrouw, vertoont sigh in uw weesen:
Waer in ick, soo my dunckt, veranderingh kan leesen.
Hoewel ick niet en weet wat ramp of tegenspoet
De reden wesen kan, van een ontstelt gemoet.



023430 - Coenraet Droste - Theseus. 1714
Wat vreeschelijk geraes! wat moortkryt laet sig hooren,
Dat onverwagt de rust komt van Athene stooren!
De Stadt is niet in brandt; ick werdt geen vlam gewaer;
En alles evenwel verbeeldt een groot gevaer.



023440 - Coenraet Droste - Vrouw Jacoba van Beyeren, gravin van Hollandt &ct. 1710
Ick heb, genadig Heer, uw Leger om gereden:
Door Wagten is de Stadt den Toevoer afgesneden,
Door Benden rontom heen is Gouda soo beset,
Dat Vrouw Jacoba niet kan hopen op ontset.



023450 - Coenraet Droste - De weer-haen. 1714 ca.
Hy. Hoe! Hanebol in Stadt? wat kan u herwaerts jaegen?
Ha. Myn Heer, ik kom alleen naer uw gesontheyt vraegen:
Ick vreesde, dat gy hier in ’t sieck bedt waert geraeckt,
Mits gy daer langer bleeft, als gy hadt staet gemaeckt.



023460 - Guilielmus Druraeus - Alfredus. 1620
2016



023470 - Guilielmus Druraeus - Alfredus. 1628
2016



023480 - Guilielmus Druraeus - Alfredus. 1641
2016



023490 - Guilielmus Druraeus - Mors. 1620




023500 - Guilielmus Druraeus - Mors. 1628




023510 - Guilielmus Druraeus - Mors. 1641
2016



023520 - Guilielmus Druraeus - Reparatus. 1628
2016



023530 - Guilielmus Druraeus - Reparatus. 1641
2016



023540 - Jacobus Duarte - Weerdigen gunsteling. 1685 ca.




023550 - Pieter Dubbels (naar het Frans van Isaac de Benserade) - D’hoogmoedige prins, of gelukkige staat-zugt. 1655
Ach! wat swaarmoedigheit heeft u ’t verstant geraakt,
Die u een vyant van u eigen schaduw maakt.
O jonge blom! dat gy de bloessem van u leven
In ak’lige eenzaamheit verslijt door rouw gedreven?



023560 - Pieter Dubbels (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert) - De krooning van Darius. 1651




023570 - Pieter Dubbels (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert) - De krooning van Darius. 1666
De droefheit maak nu voor de blijdschap plaats, en wijk.
De goude vryheit voert de rijkstaf van dit Rijk.
De vrede is op den Troon gezeten. ’k heb die stralen
Van eendracht, liefde, en trou, zien van den hemel dalen.



023580 - Pieter Dubbels (naar het Frans van Philippe Quinault) - Tooneelspel zonder tooneelspel. 1671
De Nacht die giet met volle handt
Haar zoete slaap uyt over ’t landt,
Die rouw verdrijven doet, en vee en menschen ronkken;
De zon, dat groote fakkellicht,
Verbergt te ras zijn schoon gezicht,
In Thetis schoot gezonkken,
Om daar te nemen rust,
En met zijn huiswaardin te boeten zijne lust.



023590 - Pieter Dubbels (naar het Frans van Alain le Métel d’Ouville) - De verraderijen van Arbiran. 1668
Neen, neen, gy zult door list mijn kuisheit niet verwinnen,
Ach! waarom weigert gy, aanbidlijke aartsgodinne!
De troosteresse van mijn quynend’ hert te zijn?
G’hebt niet als wreetheit voor my over, en in schijn
Eens engelins zo heeft den hemel, tot mijn zorge,
Het herte van een rots, ô wonderwerk! verborgen.



023600 - Pieter Dubbels (naar het Frans van Alain le Métel d’Ouville) - De verraderijen van Arbiran. 1671
2016



023610 - Frederik Duim - Alexander en Artemize. 1751
2016



023620 - Frederik Duim - De beraamde moort op Maurits, prins van Oranje. Door de zoonen van Joan van Oldenbarnevelt. Met de strafoeffeninge der mede-plichtigen. 1745
Ik weet geen veil’ger plaats dan deeze, om ons besluit,
Omzichtiglyk beraamt, te nemen, om ’t eens uit
Te voeren, Moeder moog van d’aanslag geenszins weten,
Wy zouden in haar oog zyn roek’loos en vermeten,



023630 - Frederik Duim - De beraamde moort op Maurits, prins van Oranje. Door de zoonen van Joan van Oldenbarnevelt. 1760
Ik weet geen veil’ger plaats dan deeze, om ons besluit,
Omzichtiglyk beraamt, te nemen, om ’t eens uit
Te voeren. Moeder moog van d’aanslag geenszins weten,
Wy zouden in haar oog zyn roek’loos en vermeten,
Als of men onbedacht wou lopen in den doot.



023640 - Frederik Duim - De broedermoort, van Kornelis en Joan de Wit. 1744 ca.
Myn’ Heer, dit ’s de plaats, geschikt voor uw verblyf;
Zoek, in uwe eenzaamheit, Heer Ruwaart tydtverdryf,
Of liever overdenk, en zie in uw gewisse,
Wat gy besloten hebt; of uw geheimenisse,
Eens mogte zyn ontdekt: terwyl zal ik van ’t Hof,
Myn order halen. ’k ga, myn’ Heer, met uw verlof,



023650 - Frederik Duim - De broedermoort, van Kornelis en Joan de Wit. Gedrukt voor den autheur [...] 1744a o
Myn’ Heer, dit ’s de plaats, geschikt voor uw verblyf;
Zoek, in uwe eenzaamheit, Heer Ruwaart tydtverdryf,
Of liever overdenk, en zie in uw gewisse,
Wat gy besloten hebt; of uw geheimenisse,
Eens mogte zyn ontdekt:



023660 - Frederik Duim - De broedermoort, van Kornelis en Joan de Wit. Gedrukt voor den autheur [...] 1744b o
2016



023670 - Frederik Duim - De doodt van Achilles. 1745




023680 - [Frederik Duim] - De gemartelde deugt binnen Thorn. 1728
Rampzalig Thorn! ô stadt! door my met zorg bewaakt;
Hoe heeft myn’ oude ziel, al zwoegende, gehaakt
Om uwe Vryheit, door de Wetten, vast te staven,
Op dat Gewetensdwang geen burgers maakte slaven,



023690 - Frederik Duim - Het hondertjaarige jubilée, wegens het stichten van den Amsterdamsche Schouwburg. 1738
Wie voelt geen yvervuur ontfonken in zyne ad’ren,
Nu ’t groote Jubliée van ’s Schouburgs stant koomt nad’ren?
Gesticht voor hondert jaar’ in vader Gysbrechts Stadt:
Na dat men twee Blazoens in één gesmolten had,
Twee Kamers, die de kunst voortzetten langs hoe styver;



023700 - Frederik Duim - Huig de Groot in ’t hof van Zweeden. 1742
Zyt welkom ed’len Heer in Zweeden; uit het hof
Van Vrankryk; daarge uw ampt bediend hebt met veel lof,
Gy zyt herroepen, wyl haar Majesteit de jaren,
Om zelve ’t Ryksgebied, met volle magt te aanvaren,
Bereikt heeft, en is thans gezeeten op den troon;



023710 - Frederik Duim - Huig de Groot in ’t hof van Zweeden. 1760
Zyt welkom ed’len Heer in Zweeden; uit het hof
Van Vrankryk; daarge uw ampt bediend hebt met veel lof,
Gy zyt herroepen, wyl haar Majesteit de jaren,
Om zelve ’t Ryksgebied, met volle magt te aanvaren,
Bereikt heeft, en is thans gezeeten op den troon;



023720 - Frederik Duim - Huig de Groot te Delft. 1743
Wat dodelyk gerucht vliegt over uit den Noorden!
’t Ontroert de harten, met verbaastheit, door deze Oorden!
Elk staat verzuft, als waar me van een’ Blixem-schicht,
Getroffen uit het hart, verbleekt is ’t aangezicht.



023730 - Frederik Duim - Huig de Groot te Delft. 1760
Wat dodelyk gerucht vliegt over uit den Noorden!
’t Ontroert de harten, met verbaastheit, door deze Oorden!
Elk staat verzuft, als waar me van een’ Blixem-schicht,
Getroffen uit het hart, verbleekt is ’t aangezicht.



023740 - Frederik Duim - Huig de Groot te Rostok. 1742
B. Zyt welkom Heer de Groot te Rostok, onder ’t dak
Van uwe Dienaresse; ik bid neem uw gemak,
Wylge ons verwaardigt hebt tot my in huis te komen.
G. ’k Bedank u vriendelyk; ik hadde voorgenomen,
Niet eer te ruste, dan te Lubek, van myn reis;



023750 - Frederik Duim - Huig de Groot te Rostok. 1760
B. Zyt welkom, Heer de Groot, te Rostok, onder ’t dak,
Van uwe Dienaresse; ik bid, neem uw gemak,
Wylge ons verwaardigt hebt tot my in huis te komen.
G. ’k Bedank u vriendelyk; ik hadde voorgenomen,
Niet eer te ruste, dan te Lubek, van myn reis;



023760 - Frederik Duim - Juba en Silene, of bedwonge minne en wraake. 1744
2016



023770 - Frederik Duim - De kwynende vryheit herstelt, in het eilant Vryekeur. 1749
Neen, de ed’le Vryheit kan het Slaafsche juk niet dragen;
Myn minnelyk Gelaat kan al wat leeft behagen;
Geen sterv’ling leeft’erm ’t zy Onred’lyk, of begaaft
Met eene Red’lykheit, die niet naar Vryheit draaft,




023780 - Frederik Duim - Het leven verwekt in den doode 1745




023790 - Frederik Duim - Menalippe, of de bevechter van zich zelve. 1743
Myn’ Broeder! vinde ik u in ’s vyants legermagt!



023800 - Frederik Duim - Het rechtsgeding van Johan van Oldenbarnevelt, Rombout Hogerbeets, en Huig de Groot. 1745
Hoe is ’t tot Utrecht, zyn de Staaten van het Sticht
Gemoedigt, om het volk te houden in zyn’ plicht?
Na d’Eed aan hen gedaan, en ons, niets te ondernemen,
Dan ’t geen’ het Hof belast? of, willen zy vervremen



023810 - Frederik Duim - Het rechtsgeding van Johan van Oldenbarnevelt, Rombout Hogerbeets, en Huig de Groot. 1760
Hoe is ’t tot Utrecht, zyn de Staaten van het Sticht
Gemoedigt, om het volk te houden in zyn’ plicht?
Na d’Eed aan hen gedaan, en ons, niets te ondernemen,
Dan ’t geen’ het Hof belast? of, willen zy vervremen
Van ons, en doen hun woort, en de Uniet geen gestant?



023820 - Frederik Duim - De Siciliaansche vespers, of, gestrenge wraakoeffeninge, wegens ’t onthalzen van Konradyn, koning der beide Sicilien, en Fredrik, aarts-hertog van Oostenryk. 1743




023830 - Frederik Duim - Vertooningen naa het laatste Bedryf [van De gemartelde deugt binnen Thorn]. 1728
Op de voorgront ziet men het Schavot, op het zelve Rosner, leggende in een kist,



023840 - Frederik Duim - Vertooningen voor ’t eerste Bedryf [van De gemartelde deugt binnen Thorn]. 1728
Op de voorgront ziet men twee Tafels, wederzyds op het Toneel;



023850 - Frederik Duim - De vlugt van Huig de Groot; uit het slot te Loevestein. 1742
R. GEdult! kunt gy gedult, myn waarde, in uwe elende
Noch oef’nen? myn gedult is lang geweest ten ende.
Gy word misleid; men voed u slegts met yd’le hoop;
ô Neen, zy menen ’t niet; beloften zyn goed koop;



023860 - Frederik Duim - De vlugt van Huig de Groot; uit het slot te Loevestein. 1746
Gedult! kunt gy gedult, my waarde, in uwe elende
Noch oef’nen? myn gedult is lang geweest ten ende.
Ge word misleid; men voed u slegts met yd’le hoop;
ô! Neen, ze menen ’t niet; beloften zyn goed koop;



023870 - Frederik Duim - De vlugt van Huig de Groot; uit het slot te Loevestein. 1760
Gedult! kunt gy gedult, my waarde, in uwe elende
Noch oeff’nen? myn gedult is lang geweest ten ende.
Ge word misleid; men voed u slegts met yd’le hoop;
ô! Neen, ze menen ’t niet; beloften zyn goed koop;



023880 - Frederik Duim - Voorspel bij: Kwynende vryheit herstelt, in het eilant Vryekeur. 1749
Ai my! hoe naar staat mynen Hof!
Hy geeft myn ziel tot treuren stof;
Ik mis de geurige Oranje Vruchten,
Die ’t hart vervulden met genichten,



023890 - Frederik Duim (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Zaïre, bekeerde Turkinne. Het Fransche, van den Heere De Voltaire, naar de Duitsche vertalinge, niet gevolgt om redenen in het Berecht gemelt. Hier nevens de Ontmaskerden Amstelophilus; naar de vertalinge van den naamlozen Schryver, en Philomusus. Met eenige aanmerkingen op het befaamde eeuwgetyde. 1738 ca.
C. Mevrouw, ’t behaage u op dees plaats den Vorst te wachten;
Hy zal aanstonds hier zyn, ik ga myn’ plicht betrachten,
Naar zyn begeerte. Z. ô Vreugd’! hoe helder straalt gy uit
Myne oogen, ’k veins niet meêr; Zaïre is thans de Bruid



023900 - G. Andr. Duircants (Duyrkants) - Klvcht, van licht-hartighe Ioosje. 1632 ca.
Men seyt van loeren Piet maer dats de slach van loeren
Al was het Meysjen arch, so konse de stricken en snoeren
Soo niet vast maken of ic wist, met loosheyt en met list
De Vrou, de meyt, het an te praten dat je niet anders wist




023910 - G. Andr. Duircants (Duyrkants) - Sistiliaen. 1628
Ambassade, vertreckt een weynigh inde sael,
Tot dat ick wederom u inde Raed hier hael.



023920 - G. Andr. Duircants (Duyrkants) - Violense. 1632
Ist soo? ach! jae ’t, dat ’t voordeel ’tgheen ick meene,
Mijn teghen strijt, en valt mijn dwars dus voor de scheenen,
Bedwingher, kleyne Godt, noyt quam in mijn ghedacht
U starckte, noch ’t ghebiedt dat ghy ghebiedt met macht.



023930 - Gerrit van Dulken - Don Diego. 1713
Sal ik dan nog in ’t end, na zo veel druk en rouw,
’t Geluk genieten van te zyn myn Prins zyn vrouw.
Ach liefde, wat verteert gy deze ziel van binnen!
Nog valt de pyn my ligt zo ’k Don Diego winne
Mag door opregte trouw. Maar ag! wat voel ik pyn,
Wyl zo veel trouwloosheid by ’s minnaars eeden zyn.



023940 - Gerrit van Dulken - De meid, kaptein, schutter en tamboer. 1714
Die heb ik weer gekraakt, terwyl ik in de kelder
Wat schommelde, ’k zag eerst of ’t veylig was en helder,



023950 - Gerrit van Dulken - De meid, kaptein, schutter en tamboer. 1718
Die heb ik weer gekraakt, terwyl ik in de kelder
Wat schommelde, ’k zag eerst of ’t veylig was en helder,



023960 - Gerrit van Dulken - De meid, kaptein, schutter en tamboer. 1735a o




023970 - Gerrit van Dulken - De meid, kaptein, schutter en tamboer. 1735b o




023980 - K. van Dulkenraad (naar het Frans van Adr.-Mich.-Hyac. Blin de Sainmore) - Joachim of de zegepralende ouderliefde. 1778




023990 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t bedrooge betrouwen. 1653
Laat af, mijn Izabel, wilt nu de deur niet sluiten,
Zoo dikmaals tot myn ramp ontsloten; laat, hier buiten,
Uw vader eerst, mijn kind, kloekmoedig sterven; zoo
Ghy my het leven wilt bevryden van een snoô
En eerelooze doodt. laat my, ô Izabelle



024000 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t bedrooge betrouwen. 1661




024010 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t Bedrooge betrouwen. 1663
Laat los mijn Izabel, wilt nu de deur niet sluiten,
Zo dikmaals tot myn ramp ontsloten, laat, hier buiten,
Uw vader eerst, mijn kind, kloekmoedig sterven; zoo
Ghy my het leven wilt bevryden van een snoô
En eerelooze doodt.



024020 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t bedrooge betrouwen. 1669




024030 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t bedrooge betrouwen. 1679




024040 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t bedrooge betrouwen. 1685
2016



024050 - Joan Dullaert (naar het Spaans van Diego Ximénez de Enciso) - Alexander de Medicis, of ’t bedrooge betrouwen. 1713
Laet los mijn Izabel, wilt nu de deur niet sluiten,
Soo dickmaals tot mijn ramp ontsloten, laat, hier buiten,
Uw Vader eerst, mijn Kint, kloekmoedig sterven; soo
Gy my het leven wilt bevrijden van een snoô
En eereloose doodt.



024060 - Joan Dullaert (naar het Frans van Raymond Poisson) - Flavio en Juliette, of de getemde dartelheid. 1679




024070 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Ifigenie in Aulis. 1679
Ag. ’t Is Agamemnon, ’t is u Vorst, waak op, wilt hooren,
Kent gy zijn stem niet die komt klinkken in uw ooren?
Ar. Zijt gy het zelve Heer! wat oorzaak of u mag
Dus herwaarts drijven, lang voor ’t krieken van den dag?



024080 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Ifigenie in Aulis. 1682
Ag. ’t Is Agamemnon, ’t is uw Vorst, waak op, wilt hooren,
Kent gy zijn stem niet die komt klinkken in uw ooren?
Ar. Zijt gy het zelve Heer! wat oorzaak of u mag
Dus herwarts drijven, lang voor ’t krieken van den dag?



024090 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Ifigenie in Aulis. 1697a v
Ag. ’t Is Agamemnon, ’t is u Vorst, waak op, wilt hooren,
Kent ghy sijn stem niet die komt klinkken in uw Ooren?
Ar. Zijt gy het selve Heer! wat oorsaak of u mag



024100 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Ifigenie in Aulis. 1697b v




024110 - Joan Dullaert - Jan van Leiden en Barent Knipperdolling, of oproer binnen Munster. 1660
R. Vetrekt, maakt u van hier, gy boos en zondig zaat,
Eer ’s hemels gramschap u verdelght en neder slaat.
J. Zoo broeders, dat gaat wel, dit is om zege strijden;
Dus moet men ’t heilloos zaat, rontom aan alle zijden,
Verdellegen tot stof. elk wapen zich met moet.



024120 - Joan Dullaert - Jan van Leiden, en Barent Knipperdolling, of oproer binnen Munster. 1662
R. Vetrekt, maakt u van hier, ghy boos en zondigh zaat,
Eer ’s hemels gramschap u verdelght en neder slaat.
J. Zo broeders, dat gaat wel, dit is om zege strijden;
Dus moet men ’t heilloos zaat, rontom aan alle zijden,
Verdellegen tot stof. elk wapen sich met moet.



024130 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampzalige majesteyt. 1652
Rampzaalge Jacobs zoon, wiens vetgezalfde hairen
In een driedubble Kroon onlangs besloten waren,
Toen ghy de last des Rijx, met goddelijk ontzag,
Op uwe schoudren droegt en ’t volk bestierden; ach,
Hoe zijtge nu verneêrt? verlaten Britze Koningk,
Gevangen en veracht, gestooten uit uw woonink,
Daar in ghy eertijts zat en praalde als een’ August.



024140 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1653
Rampzaalge Jacobs zoon, wiens vetgezalfde hairen
In een driedubble Kroon onlangs besloten waren,
Toen ghy de last des Rijx, met goddelijk ontzag,
Op uwe schoudren droegt en ’t volk bestierden; ach,
Hoe zijtge nu verneêrt? verlaten Britze Koningk,
Gevangen en veracht, gestooten uit uw woonink,
Daar in ghy eertijts zat en praalde als een’ August.



024150 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1660




024160 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1662




024170 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1663




024180 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1669
2016



024190 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1676
Rampzaelge Jacobs soon, wiens vetgezalfde hayren,
In een driedubble Kroon onlangs besloten waren,
Toen ghy de last des Rijx, met goddelijck ontsagh,
Op uwe schoudren droeg, en ’t volk bestierden; ach,
Hoe zijtge nu verneêrt? verlaten Britze Koningh,
Gevangen en veracht, gestooten uit uw wooningh,
Daer in ghy eertijdts sat en praelde als een’ August.



024200 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1678
2016



024210 - Joan Dullaert - Karel Stuart, of rampsalige majesteyt. 1706
2016



024220 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Racine) - Mitridates, koningk van Pontus. 1679
Arbaat, men heeft ons trouw verhaalt, in deeze nood,
Dat Roome zegepraalt om Mitridates dood.
De Roomers hebben by d’Eufraat hem aangegreepen;
Bedroogen, in de nacht zijn voorzorg, hoe deursleepen;
En, na een lang gevegt, zijn heele heir verspreid,



024230 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1670 ca.
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruyt?
’t Is goet, men sal dan sien wie van ons, met dien buyt
Zal deurgaan, dat geluk zijn medemaat beletten,
Met hem, door slimme list, de voeten dwars te zetten,



024240 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1672 ca.
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruyt?
’t Is goet, men sal dan sien wie van ons, met dien buyt
Zal deurgaan, dat geluk zijn medemaat beletten,
Met hem, door slimme list, de voeten dwars te zetten.



024250 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1672a v
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruit?
’t Is goet, men sal dan zien wie van ons, met dien buit,
Zal deurgaan, dat geluk zijn medemaat beletten,
Met hem, door slimme lust, de voeten dwars te zettem.



024260 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1672b v
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruit?
’t Is goet, men zal dan zien wie van ons, met dien buit



024270 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontydigen loskop. 1692
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruit?
’t Is goet, men zal dan zien wie van ons, met dien buit,
Zal deurgaan, dat geluk zyn medemaat beletten,
Met hem, door slimme list, de voeten dwars te zetten.



024280 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1700 ca.
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruyt?
’t Is goet, men sal dan sien wie van ons, met dien buyt
Zal deurgaan, dat geluk zijn medemaat beletten,
Met hem door slimme list, de voeten dwars te zetten,



024290 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1728 ca.
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruyt?
’t Is goet, men sal dan sien wie van ons, met dien buyt
Zal deurgaan, dat geluk zijn medemaat beletten,
Met hem, door slimme list, de voeten dwars te setten,



024300 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1732
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruit?
’t Is goet, men zal dan zien wie van ons, met dien buit
Zal deurgaan, dat geluk zyn medemaat beletten,
Met hem, door slimme list, de voeten dwars te zetten.



024310 - Joan Dullaert (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Oratyn en Maskariljas, of den ontijdigen loskop. 1767
Leander, moeten wy dan twisten om de Bruit?
’t Is goet, men zal dan zien wie van ons, met dien buit
Zal deurgaan, dat geluk zyn medemaat beletten,
Met hem, door slimme list, de voeten dwars te zetten.



024320 - Joan Dullaert (naar het Frans van Gillet de La Tessonnerie) - De regeerkunst, of wyze leermeester. 1667




024330 - Joan Dullaert - De stantvastige princes, of bedrooge stiefmoeder. 1669
’t Is waar Princes, ’t is waar, dat Lucidamor trachten,
Klelie, in valschen schijn van vrientschap, te verkrachten.
Hy hadt d’onnoosle maacht niet ver van Faunus hol,
Door vleyery, geleidt; de min maakt minnaars dol;
Want nauwlijx was Klelie in ’t gras by hem gezeeten,
Of dees verwaten schelm heeft, op een tijt, vergeeten
De plicht en eere en trouw die een van edel bloedt
Deurluchte maagden draagt, ô Hemel, hoe verwoet
Kan liefde, zonder toom, een jongelingk doen vliegen,
Dat hy zich zelfs bedrieght om andre te bedriegen.



024340 - Johan Jacob Dusterhoop - Amor en Psyche. By gelegenheid van het zeer gelukkig huwelyk haarer koninglyke hoogheid de princes Frederica Sophia Wilhelmina van Pruissen met Wilhelm den Vyfden, prins van Oranje en Nassau, erfstadhouder der vereenigde Nederlanden, geëxecuteerd. 1767




024350 - Johan Jacob Dusterhoop (naar het Frans van Alexandre Guillaume Mouslier de Moissy) - Belisarius. 1769
C. Zie daar! eindelyk zyn wy op dit verraadersch Slot aangekoomen; ik heb wel meer moeijelyke Jagten bygewoont, maar ik ben van al myn leven nooit zo afgemat geweest.
T. Noch ik mede niet; dat verzeker ik u.
C. Welk eene gekheid, lieve Tiberius, heeft toch Justinianus bevangen, zo oud een Rompslomp, als dit, in een nieuw Lusthuis te hervormen; en wel zo verre van deszelfs Hofhouding, en zo dicht bij de Bulgaaren gelegen, die zeer dikwyls, naar men zegt, in dit gedeelte van Thracie koomen stroopen?



024360 - [Joannes Duyf] - De nederlaag van Xerxes, koning van Persie. 1717a v
Myn vrind nu heeft ons Heir zich eind’lyk neer geslagen
In ’t hart van Griekenland; hoe zal de waereld wagen,



024370 - [Joannes Duyf] - De nederlaag van Xerxes, koning van Persie. 1717b v




024380 - Jacob Duym - Belegheringhe der Stadt Antwerpen, by den Prince van Parma uyt crachte van sijne conincklijcke Majesteyt van Hispaignen, in den jaere 1584. Mitsgaders, het droevich overgaen der selver Stadt. 1606
Myn God



024390 - Jacob Duym - Benovde belegheringe der stad Leyden, uyt bevel des machtighen Conincx van Hispaingnen, in den jaere 1574. haer aen-ghedaen. Ende het wonderbaerlijck ontset daer op den derden dagh Octobris 1574 ghevolght. 1606
Nae s’Conincx bevel goet,



024400 - Jacob Duym - Benoude belegheringe, der stad Leyden. 1631
Nae s’ Conincx bevel goet, en des Commandeurs last,
Soo dient nu dese Stad in grooter eyl verrast,
O Leyden, Leyden stout, ghy sult nu moeten proeven
T’geen u aenstaenden is, ghy mocht u wel bedroeven:



024410 - Jacob Duym - Belegerin [sic] der stadt Leyden, door den conincx van Spangien in den jare 1574, ende het wonderbaerlijck ontset op den derden dagh van October 1574. 1634




024420 - Jacob Duym - Een bewys dat beter is eenen goeden crijgh, dan eenen gheveynsden Peys. Midsgaders t’gene ghebeurt is inden jaere 1600. 1606
B. Singnoor Soldados, vvaer blijft ghy nu?
W. Padro, que queris vestra merche?
B. VVy moghen ons vvel cleeden met rou,
Singnoor Soldados, vvaer blijft ghy nu?



024430 - Jacob Duym - De cloeck-moedighe ende stoute daet, van het innemen des casteels van Breda en verlossinghe der Stad. Onder het beleyd van den Hoogh-Gheboren Prins Graeff Mauritz van Nassau, etc. 1606
Hoe ongheliick gaet het nu in den Crijch te vverck,
d’een land vvord daer met rijck gevveldich, en seer sterc
En d’ander vvord heel arm, en al die daer in vvoonen,
Recht vvort in d’een gebruyct, men siet t’plat land verschoonen



024440 - Jacob Duym (naar het Latijn van Valerius Maximus) - De lieffde. 1599 ca.
Ick heb hier een last wel teghen mijnen danck.
Tmoet nochtans volbracht



024450 - Jacob Duym (naar het Latijn van Daniel Heinsius) - Het moordadich stuck van Baltasar Gerards, begaen aen den doorluchtighen Prince van Oraingnen. 1584. 1606
De goede



024460 - Jacob Duym - Een Nassavshce (sic) Perseus, verlosser van Andromeda, ofte de Nederlantsche Maeght. 1606
Al die gheen die de dienst van Iupiter nu soecken,



024470 - Jacob Duym - Den spieghel der eerbaerheyt. 1600
V.b. Gaen



024480 - Jacob Duym - Den spieghel der getrouwicheyt. 1600
Och wat



024490 - Jacob Duym (naar Valerius Maximus) - Den spieghel der liefden. 1600
Ick heb



024500 - Jacob Duym (naar Valerius Maximus) - Den spieghel der rechtvoordering. 1600
O.w. Hou broer wilt ghy, ’thoeft niet lichten?
G.v. Seker neef het, is my te cranck,
Ick wil my claer, recht uyt bichten.
O.w. Hou broer wilt ghy, ’thooft niet lichten?
G.v. Ick en can my, schier niet richten,
Nachtans sal ick, niet toeven lanck.



024510 - Jacob Duym (naar Hieronymus) - Den spieghel der reynicheyt, ghenomen uyt den Oudt-vader Hieronymo. 1600
VVat een schoon beelt, vvat een/ suyver bloeme verheven,
Ia d’allerschoonste die/ nu ter vverelt mach leven,
Hebben myn ooghen hier/ op desen dach ghespeurt,
Sy is voorvvaer vvel vvaert/ dat ’thert om haer vvat treurt,



024520 - Jacob Duym (naar het Grieks / Latijn van Homerus / Vergilius) - Den spieghel des hoochmoets, wesende Troiades, eensdeels uyt Homero, ende eensdeels uyt Vergilio ghenomen, ende in de ghedaente van een tragedie ghestelt door I. Duym. 1600
Hoe qualijck zijn de sulck, hier op dees werelt bedacht,
Die betrouwende haer, op de over groote macht,
Het wereltsche gheluck, al te veel gheloof gheven,
En heerschende in haer, schoone hoven hoog gheacht,
Voor seer haestige gheen, veranderingen beven,
Noch en vreesen gheensins, de Goden hooch verheven,



024530 - I. Dwinglo - Der gheholpen weesen schvldige dancksegginge. Spelende prologe, dienende opt navolgende spel, [...] Der geholpen weesen schuldighe danksegginge, met een vermaninge aen alle staten van menschen tot vorder liefde. Ghespeelt binnen Schiedam, opten eerste januarij 1604 bij de Roode Roosen. 1604




024540 - I. Dwinglo - Volghen noch andere wercken, die voor en nae de loterye getoont sijn door rhethorices conste, die den gheest verschoont fijn. Om de ghetrouwe handelinge der treckers te ontdecken claerlick is voor de loterye dees prologe ghespeelt openbaerlick. 1604




024550 - I. Dwinglo - Schiedam: spel van sinne in Haarlem 1606. 1607
Tot eer en prys des naems van onsen Heer der Heeren,
(daer toe al ’smenschen doen behoort te zyn gericht)
Tot lof dijens hogen Godts, die eerstmael heeft gesticht
van aerd’ den mensch, om hem te dienen en te eeren:



024560 - E. (naar het Frans van René C. Guilbert de Pixérécourt) - Rosa; of, de hermitagie aan de beek. 1802




024570 - E.D.S.M. (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Spaensche comedie, de mislukte liefde, en trouw van Rugero prins van Navarren. 1674
G. Ach hemel! hemel help! help eedelie! help vrinden!
vervaarlijk ongediert! Lisardo lost de winden.
roep volck. L. Hers eedelieden! spoeit, breng bus; geef stael, en spriet.
Het gelt den Graef, help! help! G. Men doet met tieren niet.



024580 - E.G. (naar het Frans van Naland de Fatonville) - Arlequins Fransche bedryven, van de keyser in de maan. Vertoont op het Italiaansche theater, door de Commedianten des Konings tot Parys. 1699




024590 - E.W.G.B. - De gebooren Hollander of geforceerde Henri Quatre met zijn nieuw uitgevondene Engelsche rarekiek, geplaatst in het perk van St. James, vertoonende op de Engelsche oorlogskermis een meenigte staaltjes van Engelsche schelm-stukken gepleegt aan den vroomen Hollanders. Toegeweid aan de heeren Arnoldus Rutgerus Lambertus Koopmans en Petrus Statius. 1699 ca.




024600 - E.W.G.B. - De klagende roofzucht of de beledigde onschuld. 1781




024610 - M. Eberlein (naar het Duits van Stölz) - De gestrafte advokaet. 1792




024620 - Gaubier de Barrault (Sulpice Edme) - La fausse coquette. 1761




024630 - Constantinus van der Eecke - Bellerophon. 1755




024640 - Constantinus van der Eecke - Bellerophon. [...] Nae ’s mans eygen handschrift. [uitgeg. door J. de Man]. 1784
Wel, Stenobaea, hoe! waer zult g’u toe vervoeren,
Zult gy uws Konings Hof met zulk een schand bevloeren?
Is Raetus, uw Gemael, zoo verr’ uyt uwen zin,
Dat gy een ander zult opdraegen uwen min,
En zelf het voedsel zyn om d’egte trouw te schenden?



024650 - Constantinus van der Eecke - Bellerophon. 1800 ca.
Wel, Stenobaea, hoe! waer zult g’u toe vervoeren,
Zult gy uws Konings Hof met zulk een schand bevloeren?
Is Praetus, uw Gemael, zoo verr’ uyt uwen zin,
Dat gy een ander zult opdraegen uwen min,
En zelf het voedsel zyn om d’egte trouw te schenden?



024660 - J. van den Eeckhout - Echtbreuk door liefde. 1700 ca.




024670 - [Jacques (Jacobus) van Eekhout] - Wonderlycke bekeeringhe ende kloeckmoedighe martelie van den seer Edelen en H. Martelaer Adrianus door den heydenschen Keyser Maximiliaen groot vervolgher der Christenen. In druck gegeven door Livinus Verkruysse, in ’t jaer 1743. 1743 ca.
Terwijl in het verstant der Goden heeft gelegen
Het goet bestier myn’s selfs, terwijl ik heb gedregen
Door hunne goede gunst de Croon op ’t hooft, en ook
Den Rijk-stok in de hand, noyt sag ik vremder spook



024680 - Jan Eellertsz - Menich Mensch en Onversadelijcke Begeerte. 1597




024690 - Govert van der Eembd (naar het Italiaans / Frans van Giovanni Baptista Guarini) - Den getrouwen herder uyt Arcadien. 1618
Gaet henen, ghy die al-reede het grousame Dier hebbet op-gehitst, ende gheeft het gewoonlijke ken-teyken, noodigh ende even soo ghebruykelijck tot de naest-voor-handen jacht: gaet henen, weckende de oogen uyt het herte, en uyt de stemme den euvelen lust:



024700 - Govert van der Eembd - Haerlemse belegeringh. 1619




024710 - Govert van der Eembd - Nootdorp: spel van sinnen in Vlaardingen 1616. 1617
2016



024720 - Govert van der Eembd - Sophonisba. 1621




024730 - Jac. van Egmont - De timmerman door liefde. 1753




024740 - Jac. van Egmont - De timmerman door liefde. 1758




024750 - Johannes van Ekels - De schoenlapper, of het geleende geweer. 1800 ca.




024760 - Willem den Elger (naar het Frans van Philippe Quinault) - De dood van Cyrus. 1716
O. Ja ’t oogwit van uw wensch, kan my alleen bekoren,
Myn heer... Maar hoe wat brengt ons hier ’t geval te voren?
’t Behoort de koningin; dit deftige cieraad
Bewyst ons dit genoeg: C. Kom Odatirsus laat
Ons t’op’nen,



024770 - Willem den Elger (naar het Frans van Philippe Quinault) - De doot van Cyrus. 1717
O. Ja ’t oogwit van uw’ wensch kan my alleen bekoren,
Myn heer... Maar hoe! wat brengt ons hier ’t geval te voren?
’t Behoort de Koningin; dit deftige sieraat
Bewyst ons dit genoeg. C. Kom, Odatirsus, laat
Ons ’t opnen: door de min, die myne ziel doet blaken,
Treft my ook alles wat de Koningin kan raken.



024780 - Willem den Elger (naar het Frans van Philippe Quinault) - De doot van Cyrus. 1724




024790 - Willem den Elger (naar het Frans van Marie Catherine Hortense de Villedieu Desjardins) - Manlius. 1699




024800 - Willem den Elger (naar het Frans van Thomas Corneille) - Pyrrhus, koning van Epieren. 1698
Kamilla, ja ’t is waar deez’ groote Huw’lijks banden,
Doen ons geleên verdriet, met een den Oorlog stranden,
En de ed’le Pyrrhus door het geeven zijnes hands
Verzeekert my op nieuw van de oppermagt des Lands;



024810 - [Willem den Elger] (naar het Frans van Jean François Regnard) - Wagt me voor dat laantje. 1698
K. Nou Wobbigje, weez’ wel te vreên.
W. Ik wil niet, ’k zel ’er teuge gaen.
K. Je meugt jou wel gelukkig houwen,
Ongz’ Pleungtje zukken Hieer te trouwen,
Wat droes wie mienje doch dat het is?



024820 - Willem den Elger (naar het Frans van Jean François Regnard) - Wagt me voor dat laantje. 1708
2016



024830 - Willem den Elger (naar het Frans van Jean François Regnard) - Wagt me voor dat laantje. 1712 ca.




024840 - Willem den Elger (naar het Frans van Jean François Regnard) - Wagt me voor dat laantje. 1735a v
K. Nou Wobbigje, weez’ wel te vreen.
W. Ik wil niet, ’k zel ’er teuge gaen.
K. Je meugt jou wel gelukkig houwen,
Ongz’ Pleungtje zukken Hier te trouwen,
Wat droes wie mienje doch dat het is?



024850 - Willem den Elger (naar het Frans van Jean François Regnard) - Wagt me voor dat laantje. 1735b v
K. Nou Wobbigje, weez’ wel te vreen.
W. Ik wil niet, ’k zel ’er teuge gaen.
K. Je meugt jou wel gelukkig houwen,
Ongz’ Pleungtje zukken Hier te trouwen,
Wat droes wie mienje doch dat het is?



024860 - Jacob Elias Michielz (naar het Frans van Nicolas Boindin en Antoine Houdart de la Motte) - Jonker Windbuyl, of de driedubbele minnaar. Kluchtspel, gevolgt naer het Fransche van den heer Dancourt [door A.P.S. [= J. Elias]]. 1730 ca.




024870 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Nicolas Boindin en Antoine Houdart de la Motte) - Jonker Windbuyl, of de driedubbele minnaer. 1730a v
Is ’t waer Krispyn, mag ik geloof slaen aen uw reden?
Is dan uw Heer, om met Lucille in d’echt te treden,
Alreeds op weg, en zal hy hier noch zyn van daeg?
Had niemand magt om hem te houden in den Haeg?



024880 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Nicolas Boindin en Antoine Houdart de la Motte) - Jonker Windbuyl, of de driedubbele minnaer. 1730b v
Is ’t waer



024890 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Nicolas Boindin en Antoine Houdart de la Motte) - Jonker Windbuil, of de driedubbele minnaer. 1786




024900 - Jacob Elias Michielz (naar het Spaans van Onbekend) - De onverwagte wedervinding. 1716
Myn Heer, met uw verlof, ik bid wil me eens ontdekken,
Tot hoe veer dat uw reis toch eindelyk zal strekken.
Gy komt zo dra niet in een stad, of gy gaat weêr
Aanstonds daar uit, wat hebt gy hier meê voor myn Heer?



024910 - Jacob Elias Michielz (naar het Frans van Joseph de La Font) - De schipbreuk, of de lykstaetsie van Krispyn. Kluchtspel. Gevolgd naer het Fransche van den heer De la Font [door A.P.S.]. 1730 ca.




024920 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Joseph de La Font) - De schipbreuk, of de lykstaetsie van Krispyn. 1730a v
M. Ja tel zo veel gy wild: gy zult het dus bevinden.
Acht dagen is ’t geleên dat wy door felle winden
Gesmeeten wierden op dit Eyland. E. Wreed verdriet!
Na gansche acht dagen tyds is al myn hoop te niet.



024930 - Jacob Elias Michielz (naar het Frans van Joseph de La Font) - De schipbreuk, of de lykstaetsie van Krispyn. 1730b v
M. Ja tel zo veel gy wild: gy zult het dus bevinden.
Acht dagen is ’t geleên dat wy door felle winden
Gesmeeten wierden op dit Eyland. E. Wreed verdriet!



024940 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Joseph de La Font) - De schipbreuk of de lykstaatsie van Krispyn. 1784
Ja tel zo veel gy wild: gy zult het dus bevinden.
Acht dagen is ’t geleên dat wy door felle winden
Gesmeeten wierden op dit Eiland. | Wreed verdriet!
Na gansche acht dagen tyds is al myn hoop te niet.



024950 - [Jacob Elias Michielz] - De spookende boer. 1715a v
Ik zeg as noch, het best’ zel weezen
Dat ik weêr spoek ’elyk veur deezen,
En dat ik met ien groot gedruis



024960 - [Jacob Elias Michielz] - De spookende boer. 1715b v




024970 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Thomas Corneille) - De starrekyker by geval. 1721
Ik heb u wel voorzet dat al die ongenuchten,
Dat droevig klaagen, en dat onophoudlyk zuchten,
En alles wat de liefde u verder deet bestaan,
De trotse Livia nooit aan het hart zou gaan;



024980 - [Jacob Elias Michielz] (naar het Frans van Marc Antoine Le Grand) - Het verliefde huysgezin. 1730a v
’k Ben eyndelyk alleen, en kan in veyligheyd
Eens overleggen hoe het werk dient aengeleyd
Om heer Oktaef te ontslaen van alle smart en zorgen.
Ik houd hem met zyn knecht sint gist’ren hier verborgen:



024990 - Jacob Elias Michielz (naar het Frans van Marc Antoine Le Grand) - Het verliefde huysgezin. 1730b v
’k Ben eyndelyk alleen, en kan in veyligheyd
Eens overleggen hoe het werk dient aengeleyd
Om heer Oktaef te ontslaen van alle smart en zorgen.
Ik houd hem met zyn knecht sint gist’ren hier verborgen:



025000 - Michiel Elias (naar het Frans van Pierre Corneille) - Attila, koning der Hunnen. 1685a v
A. De Vorsten komen niet; ’t schynt zy myn last vergeeten.
’t Verdriet my langer hier te wachten; doet hen weeten
Dat zy niet toeven, maar hun spoeden herwaarts aan.
O. Heer Koning, waarom wilt gy u met hen beraân?



025010 - Michiel Elias - Attila, koning der Hunnen. 1685b v
2016



025020 - [Michiel Elias] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Attila, koning der Hunnen. 1743
A. De Vorsten komen niet; ’t schynt zy myn last vergeeten.
’t Verdriet my langer hier te wachten; doet hen weeten
Dat zy niet toeven, maar hen spoeden herwaarts aan.
O. Heer Koning, waarom wilt gy u met hen beraân?
Waarom hen kennis van uw huwelyk gegeeven?



025030 - [Michiel Elias] - De bekeerde dronkaard. 1691a v
Weest geschikt als een Dóchter, en gehoorzaam me als een Kind.
Jonkheer Lodewyk, die u veel meêr als zyn zelf bemind,
Heeft klinkende deugd, en kan je na je merite maintineeren.
Hy zal je op zyn handen draagen,en, als een Afgod, eeren.



025040 - Michiel Elias - De bekeerde dronkaard. 1691b v
Weest geschikt als een Dóchter, en gehoorzaam me als een Kind.
Jonkheer Lodewyk, die u veel meêr als zyn zelf bemind,
Heeft klinkende deugd, en kan je na je merite maintineeren.
Hy zal je op zyn handen draagen,en, als een Afgod, eeren.



025050 - [Michiel Elias] - De ontvoogde vrouw. 1688
N. Och! och! ik kan ’t niet meêr verdraagen,
Myn lieve Man, houw op.
J. Zyn jou gezond, myn lieve wyf, die slaagen
Zyn jou gezond, myn lieve wyf,



025060 - [Michiel Elias] - De ontvoogde vrouw. 1693
N. Och! och! ik kan ’t niet meer verdraagen,
Myn lieve Man, houw op. J. die slaagen
Zyn jou gezont, myn lieve wyf,
Wat is’t een nobel tydverdryf,
Zomtyds zyn vrouwtjes rug te meeten.



025070 - [Michiel Elias] - De ontvoogde vrouw. 1730
N. OCh! och! ik kan ’t niet meer verdraagen,
Myn lieve Man, hou op.
J. Die slaagen Zyn jou gezont, myn lieve wyf.
Wat is ’t nobel tydverdryf,



025080 - Willem Elias alias Vrancx - Ronsefael. 1548




025090 - Willem Elias alias Vrancx - Een esbatement van Tielebuys, die een jaer te vroech gheboren is ende wert herdraghen p. Willem Elias. 1548




025100 - Willem Elias alias Vrancx - Een esbatement van Tielebuys die een jaer te vroech gheboren is ende wert herdraghen p. Willem Elias. 1548
Och Lieve vrienden, ick moetu claghen
van mynen grooten onghelucke
myn Truye is doch ghestorven binnen .x. daghen
waer inne ick hebbe alsulcken mishagen
dat my therte dunckt te splyten van grooten drucke
wye hoorden oyt van sulcken stucke
dat sy haer soo haest ginck tot sterven gheven



025110 - Joan. Elincx - Tooneel der on-gebreydelde liefde. Vertoonende met zege-prael van een blyd’ eynde-spel naer druck geluck, in jaer-tellende vaersen gestelt. Verthoont door de tuchtige const-liefhebbers der redenrycke gulde van St. Jan, geseyt de Peoene op den 22 februarii 1688. 1688




025120 - [Ellerus] (naar het Frans van Thomas Corneille) - De dood van Hannibal. 1693
Denk niet, myn Heer, dat my de Kroon zo kan verblinden,
Dat gy my schuldig aan ondankbaarheid zult vinden,
Dat my uw goedheid, en uw’ gunst vergeeten is,
En welk belang gy naamt in myn gevangenis,



025130 - [Ellerus] - De medevrysters. 1689a v
Waar ben ik? en wie droes heeft me op deez’ plaats gebragt?
Ik ben half dood van kou, en heel beslikt, ’t is nacht;
Vervloekt zy eeuwiglyk die hoop van mest en steenen!
’t Is of myn lendenen gebrooken zyn. waar heenen
Zal ik nu gaan; dewyl ’t zo donker is? naar wien?



025140 - [Ellerus] - De medevrysters. 1689b v
Waar ben ik? en wie droes heeft me op deez’ plaats gebragt?
Ik ben half dood van kou, en heel beslikt, ’t is nacht;
Vervloekt zy eeuwiglyk die hoop van mest en steenen!
’t Is of myn lendenen gebrooken zyn. waar heenen
Zal ik nu gaan; dewyl ’t zo donker is? naar wien?



025150 - Jan van Elsland - Dronke Brechtje. 1715 ca.
Rampzalig werk! ’k scheur myn lever;
(Ligt hoeden af, daar spreekt een Weever)
Wat beesten ploegen ooit zo zuur
Dan Weevers? ’k heb daar wel een uur
Staan zuivren en kwaâ draaden knoopen,



025160 - Jan van Elsland - Dronke Brechtje. 1764
Rampzalig Werk! ik scheur myn leever
(Ligt hoeden af, daar spreekt een Weever:)
Wat beesten ploegen ooit zo zuur,
Dan Weevers? ’k heb daar wel een uur



025170 - Jan van Elsland - Dronke Jaap de boer, op het concert. 1720 ca.
Stae, Jaepje, stae.... Hoe ofme de kop zo conkeleweerlik, mag leggen maelen,
As ien strongt in ien Pispot? stae zek.. of de pikken motme haelen.
Ik heb in lang zo veul niet esoopen, as van deuzen dag:
Vier mingeltjes Breemer, in ik, gaen saemes, kan ikje zeggen, inne nag
(5) Heb ik dorst; dat keumt van al dat Liskereeren, dat krieuwelen in woelen.




025180 - Jan van Elsland - Dronke Jaap de boer, op het concert. 1725 ca.




025190 - Jan van Elsland - Dronke Jaap de boer, op het concert. 1730 ca.




025200 - Jan van Elsland - Dronke Jaap de boer, op het concert. 1731




025210 - Jan van Elsland - Morgenspraak tusschen Jaap en Kees, over den val van Faëton. 1731 ca.




025220 - J.V. Landsle [= Jan van Elsland] - Het lotery leeven. 1710




025230 - Laurens van Elsland - Jan onder de deecken. 1693
Kom hier eens Trijn, wat hoor ick seggen,
dat gij bij andre durft gaan leggen?
nu ick out ben? en afgeslooft
en van mijn groene tijt berooft!



025240 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Joseph de La Font) - De Amerikaan. 1733
L. Is alles vaardig? S. Ja, myn Heer, gy kunt vertrekken,
Wanneer gy wilt. L ’k Meen hier de tyd niet uit te rekken.
De afwezenheid verwekt me een’ smartelyke pyn.
’k Wil morgen voor den dag noch uit Marsseille zyn.



025250 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Joseph de La Font) - De Amerikaan. 1756




025260 - Hendrik van Elvervelt - Arlekyn, edelman by geval. 1765 ca.
Sintfelten wat bedroefder tyën!
Daar valt geen Beursje meer te snyën.



025270 - Hendrik van Elvervelt - Arlekyn, edelman by geval. 1768
Sintfelten wat bedroefder tyën!
Daar valt geen beursje meer te snyën.
Al loopt men door het heele land,
Men vind ’er niets meer voor de hand.



025280 - Hendrik van Elvervelt - Arlequin Tamerlan. 1737a v




025290 - Hendrik van Elvervelt - Arlequin Tamerlan. 1737b v




025300 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - De bedrogen officier. 1761a v
A. Hoe laat is ’t, Britto? B. ’t Zal haast tyd zyn, na gedachten,
Dat wy uw Meesteres aan ’t venster moeten wachtren.
A. ’k Wou dat de Jood, die haar so stipt gevangen houdt,
Zelf in Turkye zat gevangen! B. ’t Is wat stout
Gesproken, Heer, en niet geöorloofd aan de menschen,
Dat ze, om een bagatel, elkanderen verwenschen.



025310 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - De bedrogen officier. 1761b v
2016



025320 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - De bedrogen officier. 1761c v




025330 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - De bedrogen officier. 1779




025340 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - De bedrogen officier. 1789
A. Hoe laat is ’t, Britto? B. ’t Zal haast tyd zyn, na gedachten,
Dat wy uw Meesteres aan ’t venster moeten wachtren.
A. ’k Wou dat de Jood, die haar so stipt gevangen houdt,



025350 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Cicero en Catilina. 1775
Laat af van langer voor myn dreigend lot te vreezen;
’t Vergrooten van ’t gevaar doet my te stouter weezen;
Het nadren van den slag, die uw bekomm’ring voed,
Ver van vermindering, verdubbelt mynen moed.



025360 - Hendrik van Elvervelt (naar het Duits van Johann Jakob Engel) - De dankbaare zoon. 1777
Hey, hey! waartoe dient al dat geeuwen en dat gaepen?
’k Had immers, als ik wou, nog langer konnen slaepen.
Myn leên zyn nof zo zwaer als lood, en evenwel,
Wanneer ik langer slaep, ben ik niet op myn stel.



025370 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Jean François Regnard) - Democritus, of de verliefde filosoof. 1742a v
’k Verwensch den dag die my ’t verstand dus wist te ontschaken,
Dat ik me een Lyfknecht der Filosofie liet maken!
’t Is haast twee jaaren dat ik hier kwam, tot myn leed;
Koud eeten, warmen drank, kwaê nachtrust, slecht gekleedt,



025380 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Jean François Regnard) - Democritus, of de verliefde filosoof. 1742b v




025390 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Joseph de La Font) - De drie gebroeders medeminnaars. 1734a v
Dat ’s nomro één; en dat is nomro twee; de leste
Is nomro drie, en naar ’t my toeschynt ook de beste.
Drie beurzen vol met Goud! gewis men mag hem voor
Gelukkig achten die thans woond by Philidoor:



025400 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Joseph de La Font) - De drie gebroeders medeminnaars 1734b v
Dat ’s nomro één; en dat is nomro twee; de leste
Is nomro drie, en naar ’t my toeschynt ook de beste.
Drie beurzen vol met Goud! gewis men mag hem voor
Gelukkig achten die thans woond by Philidoor:



025410 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Joseph de La Font) - De drie gebroeders medeminnaars. 1734c v




025420 - Hendrik van Elvervelt - De drie gebroeders medeminnaars. 1755




025430 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Joseph de La Font) - De drie gebroeders medeminnaars. 1784




025440 - Hendrik van Elvervelt - Het eiland van verwarring. 1765
Waar blyfje, Joost, kom voort, je moet van dezen morgen
Het geld nog by den Heer van Nettenburg bezorgen;
Ik heb ’er gisteren, zo waar niet om gedacht,
En hy heeft zekerlyk al na de poen gewacht.
Ik zal ’er tien percent, wyl ’t Maandgeld is, van trekken,
En tien percent, ô bloed! dat is niet om te gekken.



025450 - Hendrik van Elvervelt - Het eiland van verwarring. 1765 ca.
Joost, maakje vaardig, want je moet van dezen morgen
Het geld nog by den Heer van Nettenburg bezorgen;
Ik heb ’er gisteren, zo waar niet om gedacht,
En hy heeft zekerlyk al na de poen gewacht.
Ik zal ’er tien percent aan interest van trekken,
En tien percent, ô bloed! dat is bylo geen te gekken.



025460 - Hendrik van Elvervelt - Het eiland van verwarring. 1780




025470 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans? van Onbekend) - De gewaande heidin, of de bedrogen gelukzoeker. 1746a v




025480 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans? van Onbekend) - De gewaande heidin, of de bedrogen gelukzoeker. 1746b v
2016



025490 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - De glorieus, of de vernederde hoogmoed. 1738
Lizette komt noch niet: waar of zy toch mag blyven?
Ik vrees dat zy den spot met my wat zoekt te dryven,
Wyl zy my hier bescheidde, en blyft ’er zelf van daan.
Kom, kom, vertrekken wy...maar neen, daar komt ze al aan.



025500 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - De glorieus, of de vernederde hoogmoed. 1757a v
P. Lizette komt noch niet: waar of zy toch mag blyven?
Ik vrees dat zy met my den spot wat zoekt te dryven,
Wyl zy my hier bescheidde, en blyft ’er zelf van daan.
Kom, kom, vertrekken wy...maar neen, daar komt ze al aan.



025510 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - De glorieus, of de vernederde hoogmoed. 1757b v
2016



025520 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Jean François de la Harpe) - De Graaf van Warwick. 1765
Hoe, daar u ’t wreede Lot vervolgt met ongenucht,
Daar uw Gemaal, onttroond, in bange boeiëns zucht,
In ’t kort, daar ge Eduard, door uwe nederlaagen
Gelukkig, tot uw spyt, Lankasters Kroon ziet draagen;
Toont Margaretha nog, in haar’ bedroefden staat,
Zo veel vernoegen en gerustheid in ’t gelaat?



025530 - Hendrik van Elvervelt - Guaskar en Rosamira. 1765 ca.
G. Almagro, waarde vriend, ik moet het leven missen,
Als ik myn Rosamier niet kryg. A. Dat kan ik gissen,
ô Popajansche Prins! jouw heete minnegloed
Zal jou doen sterven, schoon je nog wat leven moet.



025540 - [Hendrik van Elvervelt] - Guaskar en Rosamira. 1766 ca.
G. Almagro, waarde vriend, ik moet het leven missen,
Als ik myn Rosamier niet kryg. A. Dat kan ik gissen,
ô Popajansche Prins! jouw heete minnegloed
Zal jou doen sterven, schoon je nog wat leven moet.



025550 - Hendrik van Elvervelt - Guaskar en Rosamira. 1766 ca.




025560 - Hendrik van Elvervelt - Guaskar en Rosamira. 1768
G. Almagro, waarde vriend, ik moet het leven missen,
Als ik myn Rosamier niet kryg. A. Dat kan ik gissen,
ô Popajansche Prins! jouw heete minnegloed
Zal jou doen sterven, schoon je nog wat leeven moet.



025570 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - Henrik en Pernille. 1758
2016



025580 - Hendrik van Elvervelt (naar het Deens van Ludvig Holberg) - Henrik en Pernille. 1771
Ha, ha, ha, ha! wie had daar ooit op durven hoopen,
Dat dees myn aanslag zo gelukkig af zou loopen?



025590 - Hendrik van Elvervelt - De herberg. 1765 ca.
Te. Al praatje als Brugman, ik wel doen.
Tr. Het past geen Hospes; ’t is geen fatzoen.
Te. Je weet ’er niet af en jy hebt abuis.
Ik pas op myn dingen, pas jy op ’t huis.



025600 - Hendrik van Elvervelt - De herberg. 1768
Te. Al praatje als Brugman, ik wil het doen.
Tr. Het past geen’ Hospes, ’t is geen fatzoen.
Te. Je weet ’er niet af en jy hebt abuis.
Ik pas op myn dingen, pas jy op ’t huis.



025610 - Hendrik van Elvervelt - Jan Rokes, of de gewaande Drie Koningen. 1765 ca.
Wy komen hier uit de Ooster Landen,
Vermoeit van honger en van dorst;
En zouden wel de Star verpanden,
Om eens te laaven onze Borst.
Want schoon ons deeze Star verlichtte,
Wy hadden spys en drank van doen,
Vermits de honger ons verpligtte,
Te loopen zonder kous of schoen.



025620 - Hendrik van Elvervelt - Jan Rokes, of de gewaande Drie Koningen. 1768
Wy komen hier uit de Oosterlanden,
Vermoeid van honger en van dorst;
En zouden wel de Star verpanden,
Om eens te laaven onze borst.
Want schoon ons deeze Star verlichtte,
Wy hadden spys en drank van doen,
Vermits de honger ons verpligtte,
Te loopen zonder kous of schoen.



025630 - Hendrik van Elvervelt - Krispyn vry-metselaar. 1772
Waar of Krispyn vertoeft? de klucht moet haast beginnen,
Waar door Clitander een beminde Bruid zal winnen.
Het werk is wel beleid. Hy meent dat Heer Mondoor,
Lucilles Oom, volstrekt hem tegen is, en voor



025640 - Hendrik van Elvervelt - De mislukte onderneming. 1747a v
JO. Wel Jaepik leef je nog? ik miende waerlyk dat je
Voor langen tyd de geest al had ’egeven, vatje;
Om dat men nou zo lang niet van je heit gehoort.
JA. Ligt hadje ’t wel ’ewenscht; maer ’t zou je rechtevoort



025650 - Hendrik van Elvervelt - De mislukte onderneming. 1747b v




025660 - Hendrik van Elvervelt (naar het Nederlands van Jan Baptist van Fornenbergh) - De ontwapende schildwagt. 1765 ca.
Nu Joris, tracht wel op te passen,
En laat u door geen list verrassen;
Leander loert op myn Lucil,
Die ik hem nimmer geven wil:



025670 - Hendrik van Elvervelt (naar het Nederlands van Jan Baptist van Fornenbergh) - De ontwapende schildwacht. 1768
Nu Joris! tracht wel op te passen,
En laat u door geen list verrassen;
Leander loert op myn Lucill’,
Die ik hem nimmer geven wil;



025680 - Hendrik van Elvervelt (naar het Duits van Gottlieb Konrad Pfeffel) - Philemon en Baucis. 1750 ca.
2016



025690 - Hendrik van Elvervelt - De slaapende boer. 1765 ca.
P. Och kind, het is vergeefs dat wy ’er staat op maaken,



025700 - Hendrik van Elvervelt - De slaapende boer. 1768 ca.
P. Och kind, het is vergeefs dat wy ’er staat op maaken:
Jou vaêrtje slaapt vast, en zal zo schielyk niet ontwaaken.
A. Het schynt evenwel, Moeder, of hy zich roert, en wakker worden zal.
P. Och neen, dat ’s in den droom, en beurt wel meer, maar ’t is niemendal.



025710 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Denis Diderot) - De vader des huisgezins. 1773
Ce. Wat scheelt ’er aan? Myn Oom schynt ergens voor te vreezen.
Co. Niets, niets, myn Nicht; gy moet maar op uw hoede weezen.
Maar ’t licht gaat uit. Wilt gy eens schellen, Heer, myn
Nicht Kan niet meer zien, zo min als ik.



025720 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Denis Diderot) - De vader des huisgezins. 1775




025730 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Denis Diderot) - De vader des huisgezins. 1778
Ce. Wat scheelt ’er aan? Myn Oom schynt ergens voor te vreezen.
Co. Niets, niets, myn Nicht; gy moet maar op uw hoede weezen.
Maar ’t licht gaat uit. Wilt gy eens schellen, Heer, myn Nicht
Kan niet meer zien, zo min als ik. Breng ander Licht.



025740 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Denis Diderot) - De vader des huisgezins. 1779




025750 - Hendrik van Elvervelt - De vermaakelyke tweegevechten. 1767
Hoor, Dochter, ’t is, naar myn gedachten,
Haast jaarig; en dat langer wachten
Na heer Oktaaf, uw’ Bruidegom,
Is dwaas, hy komt niet wederom:
Dies hebbe ik reden om te vreezen,
dat ook maar al te waar zal weezen,
Het geene ons onlangs is gezeid,
Te weeten, dat hy ons misleidt.



025760 - Hendrik van Elvervelt (naar het Frans van Charles Simon Favart) - De verstandzoekster. Verçierd met een divertissement van zang en dans. De Fransche opera-comique, La chercheuse d’esprit, meerendeels gevolgd. 1758
S. Dat ’s recht van pas, Mevrouw, dat ik u hier ontmoet;
Ik was gezind by u te komen. Zyt gegroet.
G. Om welke reden, heer Subtiel? S. Ik zal ’t u zeggen:
En om u in het kort myn meening uit te leggen,
Ik wil hertrouwen. G. Gy, hertrouwen? S. Ja, gewis.
G. Wel dat komt schoon, dewyl het ook myn oogmerk is.
S. Is ’t mooglyk! wel dat kan my zonderling behaagen,
En ’t geeft my meerder moeds om iets aan u te vraagen.
G. Gy wilt my trouwen, dat kan ik wel denken. S. Neen,
Dat is de zaak niet. G. Hoe verstaat gy ’t dan? S. Ik meen
Uw Dochter, als het u behaagen kan, te trouwen.



025770 - Abraham Elzevier - Krispyn, schildwacht en procureur. 1729
Zo weet gy dan geen raadt te vinde
Fransyn? om ooit myn Ziels beminde,
Myn Leonoor, eens door de trouw,
Te ontfangen tot myn Egte Vrouw?
Helaas! wat smert! wat moet ik hooren!



025780 - [Abraham Elzevier of Abraham Nagtegael Klemens] - De arglistige juffer bedroogen, of gevlugte tooneelspeelster agterhaalt. 1724 ca.
E. Zeg Hospes, kunnen wy hier van deez’ nagt logeeren?
P. ô Ja myn Heer, ’k zal u volkomen reguleeren:
Want by geluk, zo is ’er niet een bed bezet.
E. Dat komt nog goed, ik wierd juist onderweeg belet,
Zo dat ’t dus laat wierd, en ik al begon te schroomen.



025790 - [Abraham Elzevier of Abraham Nagtegael Klemens] - De arglistige juffer bedroogen of gevlugte tooneelspeelster agterhaalt. 1725 ca.
E. Zeg Hospes, kunnen wy hier van deez’ nagt logeeren?
P. ô Ja myn Heer, ’k zal u volkomen reguleeren:



025800 - Kornelis Elzevier (naar het Engels van John Jam. Heidegger) - Amadis en Oriane, of proef van stantvastige liefde. 1750 ca.
Getrouwe deelgenoot van al mijn droevig leedt!
Dewyl de Hemel nu met nev’len is bekleed,
En dat de menschen ’t zoet des vasten slaeps genieten;
Wat marren we om het eind van onze ziels verdrieten.



025810 - Kornelis Elzevier (naar het Engels van John Jam. Heidegger) - Amadis en Oriane, of proef van standvastige liefde. 1775 ca.




025820 - [Pieter Elzevier] - De broekdragende vrouw. 1666
Hoor, Liefste, wat ik heb te zeggen:
Onz’ Buurman en zijn Huisvrouw leggen
Gedurig in een groot gekijf.
’t Schijnt of zy ’t doen om tijdverdrijf.



025830 - Pieter Elzevier - De broek-dragende vrouw. 1722
Hoor, Liefste, wat ik heb te zeggen:
Onz’ Buurman en zyn Huisvrouw leggen
Gedurig in een groot gekyf.
’t Schynt of zy ’t doen om tydverdryf.



025840 - Pieter Elzevier - Klucht van de gestoorde vreught. 1664
Spot ghy Cypres Godinne met mijn Liefde?
Ach Minne Godt, zoo is ’t mijn leedt,
Dat ghy mijn hart oyt met uw schigt door griefde!
Wat maeckt u Godlijckheyt zoo wreedt?
Sal ick dan eeuwigh moeten derven
’t Geen dat ghy mijn geven kont?
Gunt my veel liever dat ick sterve
Door de smerte van mijn wont!



025850 - [Pieter Elzevier] - Klucht van Scheele Griet, of gestrafte wellust. 1662
H. Nu zijn wy naar ons wensch alhier ter plaats gekomen,
De tijdt is nu vervult dat ik zal zonder schromen
Genieten Venus vreugt, waar na ik heb gehaakt.
F. O rechte sneukelaar! ik hoor je bent geraakt
Van Lijsjes minnebrandt, die jou is aangevlogen.
Ik vrees gy door dees teuk jou vinden zult bedrogen.



025860 - [Pieter Elzevier] (naar het Frans van Edmé Boursault) - De springende dokter. 1666
Wil toch het ongeluk niet van Lukrees verzwaren;
Want zy bemind u, schoon zy ’t niet durf openbaren
Aan haren vader, wiens ontzach zy poogt t’ontvliên,
En kan niet toestaan om ’t vermaak van u te zien.



025870 - Pieter Elzevier - De springende dokter. 1681
Wil toch het ongeluk niet van Lukrees verswaren;
Want sy bemind u, schoon sy ’t niet durf openbaren
Aan haren vader, wiens ontsach sy poogt t’ontvliên,
En kan niet toestaan om ’t vermaak van u te sien.



025880 - Franciscus van den Enden (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Andria 1657
Simo verhaelt aen zijn dienaer Sosia, eerstelijck het eerlijcke leven van zijnen zoon Pamphilus: daer nae zijne Vryaedjgen; ten lesten openbaert hy uyt wat insicht hy voorgenomen heeft te veynzen, dat hy zijn zoon wil uithylicken: namentlijk om zijn gehoorzaemheyt, minne, en zinlijckheyt te toetzen.



025890 - Nicolaas van Vlooswyk - Philedonius. Tooneelspel vertoont en opgedragen aan de E.E. Heeren burgermeesters en regeerders van Amsterdam, in den doorluchtigen schouwburgh dezer stede, door jonge Latynisten, onder het beleit van Franciscus van den Enden, medicinae dr. 1656 ca.
Philedonius, of Lusthart, stelt zijn geluck boven den Staet der Koningen en doorluchtige Helden,



025900 - Franciscus van den Enden - Philedonius. 1657
Quacumque vultu lucido terram aspicit
Lustrator orbis aureo cinctus die,
Seu cum rubentem purpuram mane induit,
Seu cum diurna jam Fatigatus via
Permensus aethram abnoctat hesperio mari,



025910 - C. van Engel (naar het Frans van Jean-Louis Aubert) - De verbeterde zoon. 1787a v
A.F. Neen Mevrouw!
Ik heb reeds te lang gedraald met u myn voornemen bekend te maaken;
maar nu ik het eindelyk gedaan heb, moet ik ’er by blyven;
Myne rust hangt ’er aan.



025920 - C. van Engel (naar het Frans van Jean-Louis Aubert) - De verbeterde zoon. 1787b v




025930 - Cornelis van Engelen (naar het Frans van François Huguet Armand) - De edelmoedigen. 1783
Ja! myn Vriend, het is heden al de tweede verjaardag dat ik hier ben aangekomen,
en ik zégen nog dagelyks de Voorzienigheid, die my het besluit heeft doen nemen,
om my, na zulk een aanzienelyk Fortuin gemaakt te hebben,
herwaards te begeven,




025940 - [Roeland van Engelen] - De coninck van Napels, ofte in wanhoop, hoop speelwys verthoont op de Camer van de Gulde van S. Lucas, die men noemt de Violiere binnen Antwerpen. 1703 ca.
Stelt my geen kranckhyt niuw, Octavi voor myn ogen;
Maar ziit den drouven staat hou liifd’ my kompt vertogen,
Hou ick nu ben verkleet, en dat door uwen raat
Verduyster wat ick ben, met dit (my vrempt) gewaat.



025950 - Roeland van Engelen (naar het Italiaans van Giovanni Baptista Guarini) - Pastor-fido verduyts. 1653 ca.




025960 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van René C. Guilbert de Pixérécourt) - Célina, of het kind des geheims. 1800
C. Waar loopt gy toch zoo schielyk heen, myne goede Tiennette? gy schynt haast te hebben.
T. God dank, hoewel het hier in huis aan gene bezigheden ontbreekt, heb ik thans iets te doen waarvan ik gaarne verschoond had willen blyven.



025970 - Mart. Ger. Engelman (naar het Duits van Onbekend) - Charlotte Blanford, of de wedergevonden vader. 1800
Hoe? altoos gedruis! schrik op schrik! Zeedert dat deeze lastige Engelschen op onze Wateren rondzweven kan men geen ogenblik rust genieten; men leeft slechts om te sidderen.



025980 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Charles Antoine Guillaume Pigault le Brun de l’Épinoy) - De dragonders en de Benedictyner nonnen. 1799




025990 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Arm. Gouffé en L.M. Henriquez) - De ketellapper van Saint Flour. 1803
A. Maar wat deert u toch, Julien? en waarom wilt gij mij de oorzaak uwer droefgeestigheid niet ontdekken?
J. Verschoon mij, lieve Angelica! als ik er u een geheim van maak: alleenlijk aan de vreeze om u te bedroeven is mijn stilzwijgen toeteschrijven.



026000 - Mart. Ger. Engelman (naar het Duits van August Wilhelm Iffland) - Het magnetismus. 1798




026010 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mariamne. 1794




026020 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Desaudras) - Middennacht. 1800
Zy zitten nog aan tafel, en het vuur brand reeds? Dubois is heden oplettend; ha! men weet wel waarom. Het is dan morgen den eersten January, dat geeft aanleiding tot overdenkingen: het eene jaar is niet uit of het ander begind, men heeft geen ogenblik tusschen beide om zich te herstellen, en dat is onaangenaam....



026030 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Joseph Marie Loaisel Tréogate) - Roland de Monglave, of de zegepraal der onschuld. 1800
Ik bedank u, geliefde Isaure! dat gy uw’ verblyf verliet, om aan myne wenschen te voldoen, en de bekoorlyke banden des Huwelyks en der Liefde op nieuw vast te knoopen.



026040 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Joseph Marie Loaisel Tréogate) - De struikrovers van Kalabrien, of de onveilige wildernis. 1800a v
F. Ik heb het u wel gezegd, myn Heer, dat wy eindelyk zouden verdwaalen. Nu zyn wy mooi in het midden van een Bosch, zodanig door stuiken en doornen omringd, dat het moeite zal kosten om een’ uitgang te vinden. C. Geduld slechts, wy zullen ’er wel uitkomen.



026050 - Mart. Ger. Engelman (naar het Frans van Joseph Marie Loaisel Tréogate) - De struikrovers van Kalabrien, of de onveilige wildernis. 1800b v




026060 - Mart. Ger. Engelman (naar het Duits van Johann Heinrich Daniel Zschokke) - De toveres Sidonia. 1799




026070 - Mart. Ger. Engelman (naar het Duits van Johann Heinrich Daniel Zschokke) - De toveres Sidonia. 1801




026080 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van David Augustin de Brueys) - De advocaat Patelyn. 1779
Het is nu vastgesteld, ik moet my van daag nog een nieuwe rok laaten maaken, schoon ik geen stuiver bezit. - Men heeft waarschtig wel gelyk, dat men zegt, dat het niet erger is melaatsch, als arm, te zyn. Wie drommel zou my in dit gewaad voor een Advocaat groeten?



026090 - Johannes Nicolaas Esgers (naar het Frans van David Augustin de Brueys) - De advocaat Patelyn. 1786




026100 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van David Augustin de Brueys) - De advocaat Patelyn. 1795
Het is nu vastgesteld, ik moet my van daag nog een nieuwe rok laaten maaken, schoon ik geen stuiver bezit. - Men heeft waarschtig wel gelyk, dat men zegt, dat het niet erger is melaatsch, als arm, te zyn. Wie drommel zou my in dit gewaad voor een Advocaat groeten?



026110 - Johannes Nicolaas Esgers - De bedrooge mof. 1781
H. Neen, Neen, Katryn, ’t zal niet gebeuren;
Ik zoek me om hem het dood te treuren.
K. Wel hoe juffrouw? hy is een man
Van aanzien. — H. ô! Dit aanzien kan
Geensints zyne afkomst my bedekken,



026120 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Marc-Antoine-Jacques Rochon de Chabannes) - Gelukkiglyk. 1779
M.L. Eet myn man deezen avond by Dormene?
M. Ja mevrouw, en daar en boven begeerd hy dat gy daar met hem gaat, niet teegenstaande uw hoofdpyn.
M.L. Hy begeerd zulks Martha? - Hy begeerd het te vergeefsch!



026130 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Marc-Antoine-Jacques Rochon de Chabannes) - Gelukkiglyk. 1795
M.L. Eet myn man deezen avond by Dormene?
M. Ja mevrouw, en daar en boven begeerd hy dat gy daar met hem gaat, niet teegenstaande uw hoofdpyn.
M.L. Hy begeerd zulks Martha? - Hy begeerd het te vergeefsch!



026140 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Engels van George Colman Jr.) - Incle en Yäriko. 1779
Eene vierige begeerte naar ydle rykdom, na verganglyke schatten, deed my den onwaardeerbaarsten schat, deed my myn leeven waagen op een ligte kiel, en het geweld der ysselyke baaren trotseeren. - De wind verhief zich. -Een felle storm dreigde ons in de duistere afgrond der verbolge zee te storten -



026150 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Engels van George Colman Jr.) - Incle en Yäriko. 1795
Eene vierige begeerte naar ydle rykdom, na verganglyke schatten, deed my den onwaardeerbaarsten schat, deed my myn leeven waagen op een ligte kiel, en het geweld der ysselyke baaren trotseeren. - De wind verhief zich. -Een felle storm dreigde ons in de duistere afgrond der verbolge zee te storten -



026160 - Johannes Nicolaas Esgers - Loon der stantvastige liefde. 1779




026170 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Claude-Joseph Dorat) - De ongehuwde. 1779
Ik heb haar nog niet vernoomen! - schoon ik my zelve al tracht ter neêr te zetten, diend alles hier, om my van ogenblik tot ogenblik in grooter verleegenheid te brengen. Myn Vouw is deeze nacht van haar zuster Dursa te rug gekomen! -



026180 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Claude-Joseph Dorat) - De ongehuwde. 1795
Ik heb haar nog niet vernoomen! - schoon ik my zelve al tracht ter neêr te zetten, diend alles hier, om my van ogenblik tot ogenblik in grooter verleegenheid te brengen. Myn Vouw is deeze nacht van haar zuster Dursa te rug gekomen! -



026190 - Johannes Nicolaas Esgers (naar het Frans van Leonor Jean Christine Soulas d’Allainval) - Het school voor de burgers. 1781
Myn Lieve Benjamina! het zal deesen avond eindelyk dan gebeuren, dat gy met mynheer de Marquis van Monçade trouwt! Het spyt my zeer, dat het niet lang geschied is; en het schynt of het tydstip nooit zal komen.



026200 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Leonor Jean Christine Soulas d’Allainval) - Het school voor de burgers. 1796
Myn lieve Benjamina! het zal deesen avond eindelyk dan gebeuren, dat gy met mynheer de Marquis van Moncade trouwt! Het spyt my zeer, dat het niet lang geschied is; en het schynt of het tydstip nooit zal komen.



026210 - Johannes Nicolaas Esgers (naar het Frans van A.L.H. Poinsinet) - Tom Jones. 1786 ca,
Helaas! wat wreedheden zyn verknocht met de plichten der welvoeglykheid! - Gy zucht Sophia en durft u zelve niet ondervraagen over de reden van uw smert! - terwyl gy op dit raam door uw’ hand roosen doed gebooren worden, vind gy ’er de doornen van in uw hart.



026220 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van A.L.H. Poinsinet) - Tom Jones. 1779
Helaas! wat wreedheeden zyn verknocht met de plichten der welvoeglykheid! - Gy zucht Sophia en durft u zelve niet ondervraagen over de reden van uw smert! - terwyl gy op dit raam door uw’ hand roosen doed gebooren worden, vind gy ’er de doornen van in uw hart.



026230 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van A.L.H. Poinsinet) - Tom Jones. 1795
Helaas! wat wreedheeden zyn verknocht met de plichten der welvoeglykheid! - Gy zucht Sophia en durft u zelve niet ondervraagen over de reden van uw smert! - terwyl gy op dit raam door uw’ hand roosen doed gebooren worden, vind gy ’er de doornen van in uw hart.



026240 - Johannes Nicolaas Esgers - Tom Jones, te London. 1786




026250 - Johannes Nicolaas Esgers - Zacharias, of de ontaarde vader. Een ware geschiedenis. 1781
Gy hebt gelyk vriend! ik moest alle vrees verbannen; ik moest my van haare welmeenendheid, van haare oprechtheid verzeekerd houden, daar zy zelve, onlangs, aan myn huis zynde, de vraag, welke ik haar deed, na haar van myne achting verzeekerd te hebben, of zy my ook beminde: rondborstig, met ja, beäntwoordde.



026260 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Germain François Poullain de Saint-Foix) - Zeloïde. 1779
Neen Phanes! Neen! geen hart is ooit door felle slagen
Verscheurd, als die ik voel. Hoe! moest ik dan verdragen,
Dat m’ een’ slavin verried, die ik haar vryheid gaf,
Moest ik d’ondankbre dan beminnen tot myn straf!



026270 - Johannes Nicolaas Esgers (naar het Frans van Germain François Poullain de Saint-Foix) - Zeloïde. 1786




026280 - [Johannes Nicolaas Esgers] (naar het Frans van Germain François Poullain de Saint-Foix) - Zeloïde. 1795
Neen Phanes! Neen! geen hart is ooit door felle slagen
Verscheurd, als die ik voel. Hoe! moest ik dan verdragen,
Dat m’ een’ slavin verried, die ik haar vryheid gaf,
Moest ik d’ondankbre dan beminnen tot myn straf!



026290 - Chevalier d’Estimauville de B. (naar het Nederlands van Cornelis van Hoogeveen) - La mort de Calas. 1780
L’Aurore commence à dissiper les ténébres de la nuit!... Le Soleil va quitter le sein des ondes, pour éclater les forfaits des humains!.... Le tems qui, comme un vain Phantôme, s’évanouit devant nous, m’avertit de rentrer en moi même...



026300 - [Jan Steven van Esveldt Holtrop] (naar het Duits van Johann Heinrich Daniel Zschokke) - Aballino, de groote bandiet. 1796




026310 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van Johann Heinrich Daniel Zschokke) - Aballino, de groote bandiet. 1798a v




026320 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van Johann Heinrich Daniel Zschokke) - Abällino, de groote bandiet. 1798b v




026330 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Frans van Nicolas Dezède, en Ernest baron de Manteuffel) - Augustus en Theodorus, of de twee pages. 1789




026340 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De dochter van Pharao. 1803




026350 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Drie vaders te gelijk! 1790 ca.




026360 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De dronkaart. 1800 ca.
A. De deur uit, luiwammes!



026370 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Edwin en Sidonia, of de nachtmuts van den profeet. 1803 ca.




026380 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van Friedrich Ludwig Schröder) - Ieder veege zyn eigen vloer. 1799




026390 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De kruisvaarders. 1800 ca.




026400 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De kruisvaarders. 1801 ca.




026410 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De kruisvaarders. 1803




026420 - [Jan Steven van Esveldt Holtrop] (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Kwaade luim. 1799
U. Goeden dag kinderen. Alles is zeker nog in de rust?
B. De genadige freule is in den tuin.
U. Ja, die is altyd de eerste. Even als haar overledene moeder. ’t Was eene braave vrouw! Als de haan voor de derde maal kraaide, was zy met één sprong uit het bed.



026430 - [Jan Steven van Esveldt Holtrop] (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Loon der waarheid. 1801




026440 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Onze Frits. 1803




026450 - [Jan Steven van Esveldt Holtrop] (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Robert Maxwell, of de offerdood. 1798a
M. Thomas!
A. Wat belieft u, lieve moeder?
M. Niets, dochter! ik roep Thomas.
A. Thomas — is ziek.
M. Is hy ziek? De arme schelm! Laat dan een ander koomen.
A. Kan ik ’t niet doen?
M. Ja wel, als gy zoo goed wilt zyn. Ik verlang naar myn ontbyt, en heb ’er deezen morgen reeds driemaalen te vergeefs om gevraagd.
A. Het ontbyt — ja, lieve moeder.
M. ’s Morgens na ’t opstaan moet ik myn kopjen thee en een beschuit hebben, anders worde ik flaauw; dat ben ik sederd vyftig jaaren zoo gewoon, en ’t is niet mooi, wanneer eene oude blinde vrouw uuren lang naar een weinig warm water wachten moet
A. Vergeef ’t, lieve moeder! — Hanna is beschuit gaan haalen. — Gy weet hoe langzaam zy is.



026460 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - Robert Maxwell. 1798b




026470 - [Jan Steven van Esveldt Holtrop] (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De schrijf-lessenaar, of de gevaaren der jeugd. 1801
Veertig, één-en-veertig, twee-en-veertig, en een zilveren horlogie! Bravo, Flink! gij smeed het ijzer, terwijl het warm is. Hoe heette de man, die het boek over beroemde honden geschreeven heeft? Ik wenschte dat hij ook een boek over beroemde lakeijen schreeve, — en ik wed, dat de nakoomlingschap nog van Flink zou spreeken!



026480 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Frans van Louis Benoît Picard) - De verhinderde reis. 1800




026490 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De verwarring. 1803a o
M. Heb ik het niet gedacht! Daar zitten zij altemaal te slaapen.
D. Waarlijk! en zoo als het mij voorkoomt met allen ernst. Jacob! breng den trommel uit de stal eens spoedig boven.
M. Uw vader slaapt nooit anders dan in allen ernst.



026500 - Jan Steven van Esveldt Holtrop (naar het Duits van August Friedrich Ferdinand von Kotzebue) - De verwarring. 1803b o




026510 - Eligius Eucharius (Houcarius, Gillis Hoockaert, Elooi van Houcke) (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Grisellis. 1511




026520 - Eligius Eucharius (Houcarius, Gillis Hoockaert, Elooi van Houcke) (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Grisellis. 1513




026530 - Eligius Eucharius (Houcarius, Gillis Hoockaert, Elooi van Houcke) (naar het Italiaans van Giovanni Boccaccio) - Grisellis. 1519




026540 - Franciscus Eutrachelus (François Goethals, Eucolus, Panagathus) - Amphitragoedia, cui nomen Edessa, sive Hester. 1549
Aeterne Mytra



026550 - Franciscus Eutrachelus (François Goethals, Eucolus, Panagathus) - Soter gloriosus. 1563a d
Mg. Agedum piae sodales
Tendamus ad sepulchrum.
Mr. En nos tibi propinquas.
Mg. Num pixides parastis?



026560 - Franciscus Eutrachelus (François Goethals, Eucolus, Panagathus) - Soter gloriosus. 1563b d
Mg. Agedum piae sodales
Tendamus ad sepulchrum.
Mr. En nos tibi propinquas.
Mg. Num pixides parastis?



026570 - P. Evenepoel - Een vrouw die dertel is, en soeckt haer’ man te plaegen, 1762




026580 - Cornelis Everaert - Esbatement van Aerm jnde Buerse. 1529




026590 - Cornelis Everaert - tSpel dat ghespeilt was voor de Aragoenoysen. 1528




026600 - Cornelis Everaert - Een tafelspeilken vander Beke. 1512




026610 - Cornelis Everaert - tSpel vanden Berch. 1530 ca.




026620 - Cornelis Everaert - Esbatement van Boerdelick Pleghen ende Ghenoughelic Voortstel. 1526




026630 - Cornelis Everaert - Esbatement van den coopman die vyf pondt grooten vercuste. 1528




026640 - Cornelis Everaert - tSpel vanden crych. 1528 ca.




026650 - Cornelis Everaert - tSpel van dOnghelycke Munte. 1530




026660 - Cornelis Everaert - Esbatement van den Dryakelprouuer. 1528




026670 - Cornelis Everaert - tSpel van een sanders Welvaren. 1511




026680 - Cornelis Everaert - Spel van Ghemeene Neerrynghe. 1530 ca.




026690 - Cornelis Everaert - tSpel van Ghewillich Labuer ende Volc van Neerrynghe. 1526




026700 - Cornelis Everaert - Ghewillich Labuer ende Volc van Neerrynghe. 1528 ca.




026710 - Cornelis Everaert - tSpel van Groot Labuer ende Sober Wasdom. 1530




026720 - Cornelis Everaert - Een tafelspeilken vp een Hoedeken van Marye. 1530




026730 - Cornelis Everaert - tSpel van den Hooghen Wynt ende den Zoeten Reyn. 1528




026740 - Cornelis Everaert - tSpel van Joncheyt ende Redene. 1530 ca.




026750 - Cornelis Everaert - tSpel van eender Jubile. 1534




026760 - Cornelis Everaert - tSpel van Maria ghecompareirt byde claerheyt. 1511




026770 - Cornelis Everaert - tSpel van Maria ghecompareirt byden scepe. 1530




026780 - Cornelis Everaert - tSpel van Maria ghecompareirt byden stede van Jherusalem jn glorien gheresen. 1527




026790 - Cornelis Everaert - tSpel van Maria gheleken byden throon van Salomon. 1529




026800 - Cornelis Everaert - tSpel van Maria Hoedeken. 1509




026810 - Cornelis Everaert - tSpel vander Nichte. 1530 ca.




026820 - Cornelis Everaert - Een spel vanden nyeuwen priestere. 1530 ca.




026830 - Cornelis Everaert - tSpel vanden Pays. 1538




026840 - Cornelis Everaert - Esbatement van Scamel Ghemeente ende Trybulacie. 1528 ca.




026850 - Cornelis Everaert - tSpel van Sinte Pieter ghecompareirt byder duue. 1539




026860 - Cornelis Everaert - Esbatement van Stout ende Onbescaemt. 1527




026870 - Cornelis Everaert - tSpel van Tilleghem. 1539




026880 - Cornelis Everaert - Esbatement van tWesen. 1512




026890 - Cornelis Everaert - Esbatement vander Vigelie. 1526




026900 - Cornelis Everaert - Esbatement vanden Visscher. 1531
M. Suer broot, salich broot!
W. Ten mach anders wesen niet.
M Diet pacientich beaerbeyt tsynder noot.
W. Suer broot, salich broot!
M. Sy moetent beslaeven cleen ende groot,
Die visschen willen in desen vliet.
W. Suer broot, salich broot!
M. Ten mach anders wesen niet.
Met Godt zynse gheresen ziet, ic wilt bethooghen.



026910 - Cornelis Everaert - tSpel vande Wellecomme vanden Predicaren jnt Capyttele Provinciael. 1523




026920 - Cornelis Everaert - tSpel vanden Wynghaert. 1533




026930 - Cornelis Everaert - Esbatement vande zeuen bloetsturtynghen. 1530




026940 - Corn. van Everdingen - Slagh in Vlaenderen; Spaenjens treurspel. 1670
Schep moedt mijn oversten, een kryghs-man vol van eer;
Dood meer met zijn gesight: als veel bloôn met ’tgeweer.
De dapperheyd vermant; een weecke leeft vol dughten:
Der Meepsche schilt-knaep, moet voor trotse mavors vlughten:



026950 - Examour - De gehoonde prins in zyn hof-zaal. 1699 ca.




026960 - Don Experientia - Het Surinaamsche leven, tooneelschwyse verbeeld. 1771 ca.
Hoor Goedbloed, luyster na myn seggen,
Hoe ’k wil dat gy hetaan sult leggen:
Je weet ’t is nog een week of vier,
Dat dan een Schip vertrekt van hier
Naar Holland, daarom so moet gy maar,
Drie Oxhoofden Suyker houden klaar;



026970 - Hermanus Fredrik Eyben (naar het Duits van Andr. Jos. von Guttenberg) - Vrindschap en eerzucht. 1800
Julia! - ach, Julia! slechts één liefdelonk, slechts één troostwoord, en ik wil aan uwe voeten sterven! Julia! Maria, myne gade! Bronner, red uw’ vrind! Ha! dat was weder een verschrikkelyke droom - ongelukkige Waldau!



026980 - Hermanus Fredrik Eyben (naar het Duits van Johann Friedrich Jünger) - De wissel. 1798




026990 - F.D.B. - Den geestelyken krygsman, strydende tegens den listigen Satan, de bedriegelijke weereld, en het sordig vleesch. 1687




027000 - Bern. Ant. Fallee (naar het Frans van Arm. Croizette en Georg. Audigier Chateauvieux) - De blinden van Franconville. 1803




027010 - Bern. Ant. Fallee - Carolina en Walmond, of de geboette misstap. 1802




027020 - Bern. Ant. Fallee (naar het Duits van Gottfr. Wohlbrück) - De gelofte, of het uur der wraak. 1803




027030 - Bern. Ant. Fallee (naar het Duits van Onbekend) - De kloosterroof, of de graaf van Silbach. 1803




027040 - Bern. Ant. Fallee (naar het Duits van Andr. Jos. von Guttenberg) - De verbanning. 1803




027050 - J.Th. la Fargue - Kallistratus. 1742




027060 - J.Th. la Fargue (naar het Engels van Sam. Madden) - Themistokles, beminnaer zijn’s vaderlands. 1770




027070 - Christiaen Fastraets - Sint Trudo. 1562




027080 - Christiaen Fastraets - Spel van Sint Trudo. 1599 ca.




027090 - Charles Simon Favart - Les amours de Bastien et Bastienne. 1753




027100 - Charles Simon Favart - Bajocco et Serpilla. 1758




027110 - Charles Simon Favart - La fête du château. 1766




027120 - Charles Simon Favart - La fille mal gardée. 1760




027130 - Charles Simon Favart - La fille mal gardée, ou le pédant amoureux. 1761




027140 - Charles Simon Favart (naar het Italiaans van Legrenzio Vinc. Ciampi) - Ninette à la cour ou le caprica amoureux. 1761




027150 - Charles Simon Favart - Ninette à la cour. 1761




027160 - Charles Simon Favart - Raton et Rosette, ou la vengenance inutile. 1760




027170 - Charles Simon Favart - Raton et Rosette, ou la vengenance inutile. 1761




027180 - Charles Simon Favart - La soirée des boulevards. 1771




027190 - Charles Simon Favart - Soliman Second, où les trois sultanes, comedie. 1783
O. Très gracieux Sultan, votre esclave fidéle
Attend vos ordres... Mot... Seignuer... Je parle envain.
Seineur! S. Dis- moi, mon cher Osmin:
Depuis qu’à tes soins, à ton zèle



027200 - Charles Simon Favart - Les vendanges de tempé. 1750




027210 - Mad. Favart & Guerin & H. - Les ensorcelés. 1760




027220 - [Hendrick Fay-d’Herbe] - Esbatement in Mechelen. Van vier personagien. 1621
K HEb al den dach gepoeyt van Bachus edel sap.
Maer lacen met ondahck liet ick mijn beste cap,
Veruloeckt moet sijn het spel, d’welck my wou tegen loopen,
Moch ik vreken mijn leet, ick sou hem t’wel afstroopen,
Die my brocht aen den dans, daer ick om ly den last



027230 - [Hendrick Fay-d’Herbe] - Willecom ghespelt opt ontfanghen van die Edele Heere Myn Heere Maximiliaen vander Gracht, Heere van Vremde, gecoren Prince D’amour der Peoene binnen Mechelen. 1621




027240 - P. le Febure (P.L.V.) - Lucidorus en Lucella. 1636




027250 - Johan Feitama (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Merope. 1746
Vorstin, verdryf die naare en iedele gedachten:
Geniet het heuglyk licht na donkere oweersnachten:
De Goden hebben ons de zege en Vreê bereidt:
Gevoel hun gunst zo wel als hunne grimmigheid.



027260 - Johan Feitama - Themistocles. 1731




027270 - [Johan Feitama] (naar het Frans van Melchior de Folard) - Themistocles. 1741
Laat my alleen: wilt voort den Gtiek, dien wy verbeiden,
En in ’t geheim my tracht te spreeken, hier geleiden...
Is ’t één der ballingen, wier trotsche vaderlandt
Hen, om hunn’ deugden, straft, en uit zyn schoot verbandt,
Zo dra het hen mistrouwt? zy smeeken alle daagen
Om myne gunst, wyl ik den koning kan behaagen.
Als zoon des grootsten Grieks treft my hunn’ ramp en leet.



027280 - [Johan Feitama] (naar het Frans van Antoine la Fosse, sieur d’Aubigny) - Theseus. 1740
Ja! Cleoné, ’t geval, dat my zo vaak deed beeven,
Schynt my nu van zyn gunst verzekering te geeven.
’t Was weinig, toen ik aan Corinthe door myn magt
Betoonde, dat de wraak, wanneer ik werd verächt



027290 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Alzire, of de Amerikanen. 1764
Ja, ’t Spaansche Hof, myn Zoon, heeft, naar myn hoogst behagen,
Myne opperlandvoogdy in ’t einde u opgedraagen.
Zorg dat men onzen Vorst en ’s hemels Opperheer
In deze rykste helft der nieuwe Waereld eer’:



027300 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Alzire, of de Amerikanen. 1770
Ja, ’t Spaansche Hof, myn Zoon, heeft, naar myn hoogst behagen,
Myne opperlandvoogdy in ’t einde u opgedragen.
Zorg dat men onzen Vorst en ’s hemels Opperheer
In deze rykste helft der nieuwe Waereld eer’:



027310 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Alzire, of de Amerikanen. Onder de zinspreuk Studio fovetur ingenium. 1781
Ja, ’t Spaansche Hof, myn Zoon, heeft, naar myn hoogst behagen,
Myne opperlandvoogdy in ’t einde u opgedragen.
Zorg dat men onzen Vorst en ’s hemels Opperheer
In deze rykste helft der nieuwe Waereld eer’:



027320 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Alzire, of de Amerikanen. 1803
Ja, ’t Spaansche Hof, myn Zoon, heeft, naar myn hoogst behagen,
Myne opperlandvoogdy in ’t einde u opgedragen:
Zorg dat men onzen Vorst en ’s hemels Opperheer
In deze rykste helft der nieuwe Waereld eer’:



027330 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1735
Tyranverdelgers, die geene andere Opperheeren,
Dan ’t Godendom, uw Deugd, en Numaas Wet, wilt eeren;
Ons aller Vyand toont dat hy ons eindlyk kent.
Die wrevele Toskaan, het meesterschap gewent,
Porsenna, die Tarquyn weêr op ons aan doet komen;
Die Dwingeland, de steun des Dwingelands van Romen.



027340 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1756
Tyranverdelgers, die geene andere Opperheeren,
Dan ’t Godendom, uw Deugd, en Numas Wet, wilt eeren!
Onz’ aller Vyand toont dat hy ons eindlyk kent.
Die wrevele Toskaan, het meesterschap gewent,
Porsenna, die Tarquyn weêr op ons aan doet komen;



027350 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1798
Tyranverdelgers, die geene andere Opperheeren,
Dan ’t Godendom, uw deugd, en Numaas wet, wilt eeren;
Ons aller vyand toont dat hy ons eindlyk kent.
Die wrevele Toskaan, het meesterschap gewent,
Porsenna, die Tarquyn weêr op ons aan doet komen;
Die dwingeland, de steun des dwingelands van Romen,



027360 - Sybrand Feitama - De christelyke wacht; ter zilveren bruilofte van Izaak Beukelaar en Cornelia Snappers, te Amsterdam, den XV van Wynmaand 1730. 1764
De morgenzon daagt op. Treed uit, getrouwe Zinnen!
Komt; brengt u, neffens my, uw’ pligt opnieuw te binnen.
Dees blyde stond, dees dag van ongemeene vreugd
Vereischt een scherper wacht, dan ooit in ongeneugt’,
In rampspoed noodig is.



027370 - [Sybrand Feitama] - De christelyke wacht. 1772
De morgenzon daagt op. Treed uit, getrouwe Zinnen!
Komt; brengt u, neffens my, uw’ pligt opnieuw te binnen.
Dees blyde stond, dees dag van ongemeene vreugd
Vereischt een scherper wacht, dan ooit in ongeneugt’,
In rampspoed noodig is.



027380 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Thomas Corneille) - Darius. 1735
Ga, Megabyzus, ga: gy zoekt vergeefs verschooning,
Door zulk een uitvlucht, by de Zuster van uw’ Koning.
Hoe groot een magt uw mond my op uw zinnen geeft,
Dees proef betoont genoeg hoe ’t hart zulks tegenstreeft:



027390 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Thomas Corneille) - Darius. 1757
Gy, Megabyzus, veinst; gy zoekt vergeefs verschooning,
Door zulk eene uitvlucht, by de Zuster van uw’ Koning.
Hoe groot een magt uw mond my op uw zinnen geeft,
Dees proef betoont genoeg hoe ’t hart dit tegenstreeft:



027400 - Sybrand Feitama - Fabricius. 1720a d
P. Wat zegt ge, Chremes? ’t Klinkt ons wonder vreemd in de ooren.
Zou ’t fiere Rome, dat naar geen verdrag wou hooren,
En u, ô Cineas! in zynen vollen raad,
Wat gy ook aanbood, korts hoogmoedig heeft versmaad,



027410 - Sybrand Feitama - Fabricius. 1720b d




027420 - Sybrand Feitama - Fabricius. 1735
Wat zegt gy, Nicias? Dit klinkt ons vreemd in de ooren.
Zou ’t fiere Rome, dat naar geen verdrag wou hooren,



027430 - Sybrand Feitama - Fabricius. 1764
P. Wat zegt gy, Nicias? Dit klinkt ons vreemd in de ooren,
Zou ’t fiere Rome, dat naar geen verdrag wou hooren,
En u, ô Cineas, in zynen vollen Raad,
Wat gy ook aanbood, korts hoogmoedig heeft versmaad,



027440 - Sybrand Feitama (naar het Frans van David Augustin de Brueys) - Gabinia, martelaresse. 1735




027450 - Sybrand Feitama (naar het Frans van David Augustin de Brueys) - Gabinia. 1756a v
Door welk een droefheid word uw heldenhart bestreden,
Daar ge u, als ieders vreugd, alöm ziet aangeebeden?
Is ’t mogelyk, myn Vorst? Onttrekt gy uw gezicht
De schouwtooneelen, die men u ter eere sticht?



027460 - [Sybrand Feitama] - Gabinia. 1756b v




027470 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Joseph François Duché de Vancy) - Jonathan. 1735




027480 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Joseph François Duché de Vancy) - Jonathan. 1771
M. Hou stand, myn Broeder! Ach! waar durft gy toe besluiten?
Helaas! kan Merab u niet door haar traanen stuiten?
J. Myn Zuster, Abner wacht me: ook is ’t geen weenens tyd.
Verban uw’ laffen schrik, die my tot schand’ gedyd.



027490 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Antoine Houdart de la Motte) - De Machabeen. 1735




027500 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Antoine Houdart de la Motte) - De Machabeen. 1771
Myn Wacht! volvoer terstond den last, dien we u bevelen.
Gy, ga Antigoné dien teffens mededeelen.
Men treê naar ’t straftooneel met alle die Hebreen,
En offere onze Goôn hun bloed, of hun gebeên.



027510 - Sybrand Feitama (naar het Frans van G. de Caux de Montlebert) - Marius. 1735




027520 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van G. de Caux de Montlebert) - Marius. 1757
C. Hoe kan u dit verblyf aan deze kunst betamen?
Dier nuttelooze smart moet een Romein zich schamen:
Het Lot vervolg’ hem; maar zyn ware heldenmoed
Groeit aan, in ’t worstlen met den grootsten tegenspoed.



027530 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Pierre Corneille) - Pertharitus, koning der Lombarden. 1735




027540 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Pertharitus, koning der Lombarden. 1756
R. Ja, de eer, die hy my doet, verbittert myne zinnen.
Unulphus, ’k zeg noch ééns, dat niets my kan verwinnen:
Zyn heldendaden zyn het voorwerp van myn’ haat;
Zyn hulde, aan my betoond, vernieuwt myn smart en smaad;



027550 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Pyrrhus. 1735




027560 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Pyrrhus. 1786
Gy, die ik heb vermoeit door al myn vruchtloos smeeken,
O Goôn, die ’t misdryf straft, en ’t gastvryrecht beschermt,
Doch op een’ Koning schynt vergramd, die onbezweken
Uw deugden navolgt, zich eens droeven wees erbermt!



027570 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Prosper Jolyot de Crébillon) - Pyrrhus. 1755
Gy, die ik heb vermoeit door al myn vruchtloos smeeken,
ô Goôn, die ’t misdryf straft, en ’t gastvryrecht beschermt,
Doch op een’ Koning schynt vergramd, die onbezweken
Uw deugden navolgt, zich eens droeven Wees erbermt!



027580 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Antoine Houdart de la Motte) - Romulus. 1722
Hoe! Is Hercilia dan alle hoop benomen?
Slaat gy geloof, Sabine, aan ’t geen men zegt in Romen?
Dat Romulus, alleen met myne hand voldaan,
In spyt van ’t hart, besluit tot zulk een wreed bestaan?



027590 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Antoine Houdart de la Motte) - Romulus. 1735




027600 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Antoine Houdart de la Motte) - Romulus. 1754a o




027610 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Antoine Houdart de la Motte) - Romulus. 1754b o




027620 - Sybrand Feitama - De schadelyke eigenliefde, of de vrindschap der waereld. 1764
Getrouwe Stoet, die my, op mynen helschen wagen,
In deze luchtstreek voert, eer ’t licht begint te dagen!
Men stryk’ hier neêr, en berge in deze zware wolk
All’ dezen toestel uit den naren jammerkolk;



027630 - Sybrand Feitama - De schadelyke eigenliefde, of de vrindschap der waereld. 1772
Getrouwe Stoet, die my, op mynen helschen wagen,
In deze luchtstreek voert, eer ’t licht begint te dagen!
Men stryk’ hier neêr, en berge in deze zware wolk
All’ dezen toestel uit den naren jammerkolk;



027640 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Thomas Corneille) - Stilico. 1735
Ik sprak Placicia; en om haar hart te treffen,
Myn Broeder, deed ik haar uw’ liefdegloed beseffen;
Ik maalde uw wanhoop af, in al hare overmaat;
Ik lei haar voor, hoe verr’ ’t gezag des Keizers gaat;



027650 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Thomas Corneille) - Stilico. 1755
T. Ik sprak Placidia; en om haar hart te treffen,
Myn broeder, deed ik haar uw’ liefdegloed beseffen;
Ik maalde uw wanhoop af, in al hare overmaat;
Ik lei haar voor, hoe verr’ ’t gezag des Keizers gaat;



027660 - [Sybrand Feitama] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Titus Vespasianus. 1722
D. Laat me in myn hartzeer, hoe onbillyk ’t ook mag wezen:
’k Verdryf ’t, maar ’t keert; ik smoor ’t, maar ’t groeit weêr als voor dézen.
Hoe ’t groote huw’lyksfeest ons meer en meer genaakt,
Hoe ’t, in myn’ weêrwil zelfs, my meerder kwelling maakt.



027670 - Sybrand Feitama (naar het Frans van Pierre Corneille) - Titus Vespasianus. 1735




027680 - Sybrand Feitama - De triomfeerende poëzy en schilderkunst. 1724
2016



027690 - Sybrand Feitama - De triomferende poëzy, en schilderkunst. 1735
Hemel! waar vlucht ik heen, door angst op angst gedreven?
Men staat my gansch verwoed, uit blinden haat, naar ’t leven.



027700 - Rhijnvis Feith - Inhoud van het treurspel C. Mucius Cordus. 1796




027710 - Rhijnvis Feith - C. Mucius Cordus, of de verlossing van Rome. 1795
Verheeven Burgerij, die aan ’t geweld ontrukt,
Thans voor geen magt op aard’, dan die der Goden, bukt!




027720 - Rhijnvis Feith - C. Mucius Cordus, of de verlossing van Rome. 1796




027730 - Rhijnvis Feith - Ines de Castro. 1793a v




027740 - Rhijnvis Feith - Ines de Castro. 1793b v
Ver van Pedro, sombre dreven!
Zijt gij mij een wildernis.
Eeuwig wil ik in u leeven,
Als mijn Pedro bij mij is. -



027750 - Rhijnvis Feith (naar het Duits van Christoph Martin Wieland) - Ladij Johanna Graij. 1791
Gij zegeviert, Mijlord! Het lot van Engeland,
De troon, de stem des Raads, ’t rust alles in uwe hand,
En daar geheel een Volk eerlang uw wijsheid huldigt,
Zijt gy al die grootheid aan u-zelv’ alleen verschuldigd.



027760 - Rhijnvis Feith - Lady Johanna Gray. 1787
Gij zegeviert, Mijlord! Het lot van Engeland,
De troon, de stem des Raads, ’t rust alles in uw hand,
En daar geheel een Volk eerlang uw wijsheid huldigt,
Zijt gy al die grootheid aan u-zelv’ alleen verschuldigd.



027770 - [Rhijnvis Feith] - De patriotten. 1785
Eindelijk, mijn Dochter! wordt het, dunkt mij, tijd u te bepaalen.



027780 - Rhijnvis Feith - Thirsa, of de zege van den godsdienst. 1784a o
Rampzalig Voorwerp van gevloekten Zielendwang!
Slachtoffer van ’t geweld! Helaas — uw leven lang!
O vruchtbre Moeder, die met zeven eedle Zoonen,
Nog onlangs, uwe deugd zo roemrijk zaagt bekronen!
Hoe is de tijd verkeerd! — Waar schuilt in deezen nood
De glorie van uw huis, de zegen van uw’ schoot? —
Gy zaagt hun dierbaar bloed door Epiphaan vergoten.
Nog slechts een enkle blijft u ovrig van uw loten;
Ach! — ligt geen enkle meer! — en deeze, mij zo waard!
Zwerft, onbewust van ’t lot, hier voor zijn’ moed bespaard.



027790 - Rhijnvis Feith - Thirsa, of de zege van den godsdienst. 1784b o




027800 - Rhijnvis Feith - Thirsa, of de zege van den godsdienst. 1790
Rampzalig Voorwerp van gevloekten Zielendwang!
Slachtoffer van ’t geweld! Helaas - uw leven lang!
O vruchtbre Moeder, die met zeven eedle Zoonen,
Nog onlangs, uwe deugd zo roemrijk zaagt bekronen!



027810 - Feras, quae tuâ culpâ pateris - Geessel der hedendaagsche paskwillanten. 1757




027820 - Mevr. de la Fite (naar het Frans van Onbekend) - De edelmoedige boer. 1780




027830 - Anton Flas - Den broederlycken haet teghen den onnooselen Joseph uyt-ghevrocht, wordt ghekasteydt door het scerp-hongerig sweerdt van de Goddelycke Rechtveerdigheyt. 1717




027840 - Anton Flas - Geluckigen op-gang, voorspoedigen voortgang, en rampsaeligen ondergang van den vermeten, trotsen, ende vraek-suchtigen Holofernes, Oppersten Hooft-man van het Leger des opgeblaesen Koning Nabucodonosor, Gesnevelt onder syn heyghen bloet-dorstig sweert, door de vroomdaedighe, ende noyt genoeg gepresen heldinne Judith, voor de berende stadt Betulien in syn velt-hutte. Sal speel-wys ten tonneele vertoont worden, door de Rym-konst minende Violiren, der Prochie, Heerlyckhede ende Vryhede van Berchem. 1752




027850 - Anton Flas - Gheluckighen op-gangh, voorspoedighen voort-gangh, ende ramp-salighen onder-gangh van den vermeten, trotsen, ende vraeck-suchtighen Holofernes, Oppersten Hooft-man van het Leger des op-geblasen Koningh Nabuchodonosor, Ghesnevelt onder syn eyghen bloedt-dorstigh sweert door de vroomdadighe, ende noyt ghenoegh ghepresen heldinne Judith, voor de berende stadt Bethulien in syne veldt-hutte. 1717




027860 - Anton Flas - Nydighe ende bloedighe vervolginghe van den goddeloosen keyser Decius, ende des geylen Quintianus landt-vooght van Sicilien, als oock de vast-gegronde, ende onbeweghelycke standtvastigheyt van de seer edele, ende treffelycke H. maghet Agatha, op het treur-tooneel ge-eyndight. 1717




027870 - Anton Flas - Verduldighe armoede geloont in vader Abraham. 1710 ca.




027880 - Anton Flas - Verduldighe armoede geloont in den Eeuwighen, ende gheluck-salighen schoot van den H. vader Abraham ende de onversaede, wellustighe gulsigheyt in den afgrondt der hellen gestraft. 1717
Een onversaeden Gier, een Rycken Vreck sal maecken
Een Godt van synen Buyck; een Lazarus sal snaecken
Naer een kleyn stucxken Broodt; doch hem geweygert wort,
Dat voor de Honden wordt van Tafel neêr-gestort.



027890 - Jan Baptist Flas (Pater Justinus van Brussel) - Carolus den V zeghenpraelende over Joannes Fredericus ceurvorst van Saxen ende Philippus landtgrave van Hessen, als oock andere Duytsche vorsten en steden, van het Protestant Verbondt. 1727
2016



027900 - Jan Baptist Flas (Pater Justinus van Brussel) - Den christelycken ende onverwinnelycken ijver, van den seer treffelijcken bisschop Audas, ende van de vroomdadige campvechters Christi: Hormidas ende Suenes, eerste princen van Persiën, zeghen-praelt (door het vergieten van hun ey-gen bloedt) over de goddeloose vervolginghe van den bloedtgierighen Varanes, coninck van Persiën. 1727




027910 - Jan Baptist Flas (Pater Justinus van Brussel) - Den H. Lambertus bisschop van Luyck, ghedoodt van Dodo, door het toe-doen van syne vraeck-gierige suster Alpaïs. 1747 ca.




027920 - Jan Baptist Flas (Pater Justinus van Brussel) - De onverwinnelycke kloeckmoedigheyt van den H. Lambertus, bisschop van Luyck, om de lofweerdige, en noyt-genoech volpresen bedieninge van syn bisschoppelyck ampt, verryckt met de onverslenselycke en zegen-praelende croon van de goddelycke rechtveerdigheyt vergolden. 1748




027930 - Jan Baptist Flas (Pater Justinus van Brussel) - De trotse, ongheruste ende bloedtgierighe dobbelheyt van Aretaphila, door de goddelycke rechtveerdigheydt ghestraft. Hooft-stoffe. 1727




027940 - Jan Baptist Flas (Pater Justinus van Brussel) - De versmaetheyt des weirelts ende den waerachtigen roep Christi, afgebeeldt in den H. Trudo, apostel van Haspengouwe, [...] 1748




027950 - Gilbert de Flines - De ontrouwe voedster. 1719
2016



027960 - Melchior Fockens (Fokkens) - Klucht van dronkken Hansje. 1657
H. Adieu Griet, dat gaat ’er op aan, kom soenme eens men kijntje.
Hoe veel ist nu? G. ’t Is nu drie Vaan en een Pijntje.
H. Kom an men soetertje. G. Loop heen jou mallen dief, nu Hans laatme gaan.
H. ’t Sa tap noch iens. G. Al hoog genoeg, hy kan op zen bienen niet staan,



027970 - Melchior Fockens (Fokkens) - Klucht van dronkken Hansje. 1661
H. Adieu Griet, dat gaat ’er op aan, kom zoenme eens mijn Kijntje.
Hoe veel ist nu? G. ’t Is nu drie Vaan en een Pijntje.
H. Kom an men soetertje. G. Loop heen jou mallen dief, nu Hans laatme gaan.
H. ’t Za tap noch iens. G. Al hoog genoeg, hy kan op zen bienen niet staan,



027980 - Melchior Fockens (Fokkens) - Klucht van dronkken Hansje. 1663
H. Adieu Griet, dat gaat ’er op aan, kom soenme eens mijn kijntje.
Hoe veel ist nu? G. ’t Is nu drie vaan en een pijntje.
H. Kom an men soetertje. G. Loop heen jou mallen dief, nu Hans laatme gaan.
H. ’t Sa tap noch iens. G. Al hoog genoeg, hy kan op zen bienen niet staan,



027990 - Melchior Fockens (Fokkens) - Klucht van den Italiaanschen schoorsteenveger. 1662
Arn. Ick heb nu lust om zulkken pots eens uyt te werken,
Wy zullenze aan een slechten bloet eens uythijleken, datzet niet kan merken.
Ado. ’k Seg noch, dat ikze ooyt zag, dat het my spijt.
Arn. Ho, ho, daar zijn wel hondert die deeze Juffer hebben gevrijt,



028000 - [Melchior Fockens (Fokkens)] - Klucht van de verliefde grysert. 1659
Ik ben ten lesten weer geraakt in Amsterdam,
Maar ’t is hier zo veylig niet, dat nu den Baas my vernam,
’t Is sulken boozen droes, hy liet me leevend’ zieden.
Och was het niet geschied, ik sweert, ’t zou noyt geschieden,



028010 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klught van Hans Keyenvresser, zijnde een Hooghduytschen quacksalver, dewelcke een wonderlyke olij getrocken heeft uyt den aller-keyen-key van Amersfoort, om alle keyen te genesen. 1665a v
Als een mensch evenwel schrael in de kleeren is en mager in het gelt,
Isser wel een schepsel in de werrelt dat hem niet en quelt?
De menschen en de boeren zyn ’t niet alleen, daer je soo veel van moet lyen,
Maar self, kijck eens, sulcke tandeloose beesten komen je naght en dagh bestryen,



028020 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de quaksalver. 1665b v
Als een mensch evenwel schrael in de kleeren is en mager in het gelt,
Isser wel een schepsel in de werrelt dat hem niet en quelt?
De menschen en de boeren zyn ’t niet alleen, daer je soo veel van moet lyen,
Maar self, kijck eens, sulcke tandeloose beesten komen je naght en dagh bestryen,



028030 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de quacksalver. 1669
Als een mensch evenwel schael in de kleeren is en mager in het gelt,
Is’er wel een schepsel in de werrelt dat hem niet en quelt?
De menschen en de Boeren zyn ’t niet alleen, daer je soo veel van moet lyen,
Maar self, kyck eens, sulcke Tandeloose Beesten komen je nacht en dagh bestryen,



028040 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de quacksalver. Uyt vermaeck gespeelt op de bruyloft van een paer eerlijcke luy. 1675
Als een mensch evenwel schrael in de kleeren is en mager in het gelt,
Isser wel een schepsel in de werrelt dat hem niet en quelt?
De menschen en de Boeren zyn ’t niet alleen, daer je soo veel van moet lyen,
Maar self, kyck eens, sulcke Tandeloose Beesten komen je nacht en dagh bestryden,



028050 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Quacksalver. 1676




028060 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de quacksalver. 1679
Als een mensch evenwel schael in de kleeren is en mager in het gelt,
Is’er wel een schepsel in de werrelt dat hem niet en quelt?
De menschen en de Boeren zyn ’t niet alleen, daer je soo veel van moet lyen,
Maar self, kyck eens, sulcke Tandeloose Beesten komen je nacht en dagh bestryen,



028070 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de quacksalver. Uyt vermaeck gespeelt op de Bruyloft van een paer eerlijcke Luy. 1682
Als een mensch evenwel schrael in de kleeren is en mager in het gelt,
Is’er wel een schepsel in de werrelt dat hem niet en quelt?
De menschen en de Boeren zyn ’t niet alleen, daer je soo veel van moet lyen,
Maar self, kyck eens, sulcke Tandeloose Beesten komen je nacht en dagh bestryen,



028080 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de kwakzalver. 1696




028090 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de kwakzalver. Uit vermaak gespeeld op de bruiloft van een paar eerlyke lui. 1709a v
Als een mensch evenwel schraal in de kleeren is, en mager in het geld,
Is ’er wel een schepzel in de werreld, dat hem niet en kweld?
De menschen en de boeren zyn ’t niet alleen, daar je zo veel van moet lyen,
Maar zelf, kyk eens, zulke tandelooze beesten komen je nagt en dag bestryen;



028100 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de kwakzalver. Uit vermaak gespeeld op de bruiloft van een paar eerlyke lui. 1709b v
Als een mensch evenwel schraal in de kleeren is, en mager in het geld,
Is ’er wel een schepzel in de werreld, dat hem niet en kweld?
De menschen en de boeren zyn ’t niet alleen, daar je zo veel van moet lyen,
Maar zelf, kyk eens, zulke tandelooze beesten komen je nagt en dag bestryen;



028110 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de kwakzalver. 1766
Als een mensch evenwel schraal in de kleeren is, en mager in het geld,
Is ’er wel een schepzel in de werreld, dat hem niet en kweld?
De menschen en de boeren zyn ’t niet alleen, daar je zo veel van moet lyen,
Maar zelf, kyk eens, zulke tandelooze beesten komen je nagt en dag bestryen;



028120 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1674a v
Ghy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins mijn slaven bend.
Ick souw schier wel derven sweeren,
Dat ghy uw Meester niet meer kendt.



028130 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1674b v
Ghy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins mijn slaven bend.
Ick souw schier wel derven sweeren,
Dat ghy uw Meester niet meer kendt.



028140 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1675
Ghy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins mijn slaven bend.
Ick souw schier wel derven sweeren,
Dat ghy uw Meester niet meer kend.
[...]
F. So even kom ick eerst, gelijck gy siet, in Stat.
V. Maer ’k bid u, seg my, wat verandering, en wat
Verbleekte en dootsche Verf bespeur ik in uw wesen?
F. Ach! ’t schijnt ghy uyt mijn Oog mijn Onluck weet te leesen.



028150 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1678 ca.
Ghy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins mijn slaven bend.
Ick souw schier wel derven sweeren,
Dat ghy uw Meester niet meer kend.



028160 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1679




028170 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1687




028180 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Min in ’t lazarushuis. 1696
Gy troep van Juffers, en van Heeren,
Die andersins myn slaven bend,
Ik zou u schier wel durven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028190 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1702




028200 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Min in ’t lazarus-huys. 1709a v
Gy troep van Juffers, en van Heeren,
Die andersins myn slaven bend,
Ik zou u schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028210 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Min in ’t lazarus-huys. 1709b v
Gy troep van Juffers, en van Heeren,
Die andersins myn slaven bend,
Ik zou u schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028220 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Min in ’t lazarus-huys. 1723
Gy troep van Juffers, en van Heeren,
Die andersins myn slaven bend,
Ik zou u schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028230 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1730 ca.
Gy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins myn slaven bend,
Ik souw u schier wel derven sweeren,
Dat gy u Meester niet meer kend.



028240 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1732a v
Gy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins myn slaven bend,
Ik zouw schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028250 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1732b v




028260 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1732c v
Gy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins myn slaven bend,
Ik zouw schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028270 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Min in ’t lazarus-huys. 1732d v
Gy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersins myn slaven bend,
Ik zouw schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028280 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Min in ’t lazarus-huys. 1732e v




028290 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1766
Gy troep van Juffers, en van Heeren,
Die andersins myn slaven bend,
Ik zou u schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028300 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Min in ’t lazarus-huys. 1783
Gy Troep van Juffers, en van Heeren!
Die andersints myn slaven bend,
Ik zouw schier wel derven zweeren,
Dat gy uw Meester niet meer kend.



028310 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Tymon van Lucianus. 1669
O Jupiter! Patroon der Gooden!
Wel waerd geëert, bemint, gevreest;
Mits ghy aan elck, die ’t had van nooden,
Steets Vrind, en Hospes zijt geweest;



028320 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1673




028330 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1675
O Jupiter! Patroon der Gooden!
Wel waerd geëert, bemint, gevreest;
Mits ghy aan elck, die ’t had van nooden,
Steets Vriendt, en Hospes zijt geweest,



028340 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1676




028350 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Tymon van Lucianus. 1679
O Jupiter! Patroon der Gooden!
Wel waert ge-eert, bemint, gevreest;
Mits ghy aan elck, die ’t had van nooden,
Steets Vriendt, en Hospes sijn geweest,



028360 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1682
O Jupiter! Patroon der Gooden!
Wel waert ge-eert, bemint, gevreest;
Mits ghy aan elck, die ’t had van nooden,
Steets Vriendt, en Hospes zijt geweest,



028370 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Tymon van Lucianus. 1696
O Jupiter! patroon der Goden,
Wel waard geëerd, bemind, gevreest;
Mids gy aan elk, die ’t had van noden,
Steeds vriend, en hospes zyt geweest.



028380 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1709a v
O Jupiter! patroon der Goden,
Wel waard geëerd, bemind gevreest;
Mids gy aan elk, die ’t had van noden,
Steeds vriend, en hospes zyt geweest.



028390 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1709b v
O Jupiter! patroon der Goden,
Wel waard geëerd, bemind gevreest;
Mids gy aan elk, die ’t had van noden,
Steeds vriend, en hospes zyt geweest.



028400 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Tymon van Lucianus. 1716




028410 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Timon van Lucianus. 1723
O Jupiter! patroon der Goden,
Wel waard geëerd, bemind gevreest;
Mids gy aan elk, die ’t had van noden,
Steeds vriend, en hospes zyt geweest.



028420 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Grieks van Lucianus) - Tymon van Lucianus. 1766
O Jupiter! patroon der Goden,
Wel waard geëerd, bemind, gevreest;
Mids gy aan elk, die ’t had van noden,
Steeds vriend, en hospes zyt geweest.



028430 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalousy. 1663
Hoe Iuffrouw! wijgert ghy met soo veel straffigheyt,
’t Geen al de werelt acht soo vol van soetigheyt?
Hoe! sult ghy op het woordt van trouw geduerigh weenen,
En ’t vrolijck woort van jae, steets smooren door uw steenen?



028440 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalousy. 1679
Hoe Juffrouw! weygert ghy met soo veel straffigheyt,
’t Geen al de werelt acht soo vol van soetigheyt?
Hoe! sult ghy op het woordt van trouw geduerigh weenen,
En ’t vrolijck woort van ja, steets smooren door uw steenen?



028450 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1680
Hoe Juffrou! weygert gy met soo veel straffigheyt,
’t Geen al de werelt acht soo vol van soetigheyt?
Hoe! sult ghy op het woort van trouw geduerig weenen,
En ’t vrolijck woort van ja, steets smooren door uw steenen?



028460 - Willem Godschalk van Focquenbroch - De verwarde jalouzy. 1682
Hoe Jufferouw! weygert ghy met soo veel straffigheyt,
’t Geen al de werelt acht soo vol van soetigheyt?
Hoe! sult ghy op het woordt van trouw geduerigh weenen,
En ’t vrolijck woort van ja, steets smooren door uw steenen?



028470 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1696
Hoe Juffrou, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trou geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028480 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1705
Hoe Juffrouw, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de waereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trouw, geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van Ja steeds smooren door uw steenen?



028490 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1707 ca.
Hoe Juffrou, weigerd gy met so veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trou geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028500 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1708 ca.
Hoe Juffrou, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trou geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028510 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1709a v
Hoe Juffrou, weigerd gy met so veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trou geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028520 - Willem Godschalk van Focquenbroch - De verwarde jalouzy. 1709b v
Hoe Juffrou, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trou geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028530 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1723
Hoe Juffrou, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trou geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028540 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Het minnydigh doolhof, ofte de verwarde jalouzy. 1728 ca.




028550 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1730a v
Hoe Juffrouw, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de waereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trouw, geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van Ja steeds smooren door uw steenen?



028560 - [Willem Godschalk van Focquenbroch] - De verwarde jalouzy. 1730b v
Hoe Juffrouw, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de waereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trouw, geduurig weenen,
En ’t vrolijk woord van Ja steeds smooren door uw steenen?



028570 - Willem Godschalk van Focquenbroch (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De verwarde jalouzy. 1766
Hoe Juffrouw, weigerd gy met zo veel straffigheid,
’t Geen al de weereld acht zo vol van zoetigheid?
Hoe! zult gy op het woord van trouw, geduurig weenen,
En ’t vrolyk woord van ja, steeds smooren door uw steenen?



028580 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht vande weyery. 1665
De Weyman, wanneer hy sijn vermaeck wil soecken in eenige Vogel-jacht,
So ist hem noodigh, niet alleen dat hy daer een bequame tijt toe verwacht,
Maer dat hy daar en boven soodanige Bossen, en Velden weet op te speuren,
Daer hy versekert is, dat hem niet minder dan een goeje vangst sal gebeuren.



028590 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de weyery. 1665b v
De Weyman, wanneer hy sijn vermaek wil soecken in eenige Vogel-jacht,
So ist hem noodig, niet alleen dat hy daer een bequame tijt toe verwacht,
Maer dat hy daer en boven soodanige Bossen, en Velden weet op te speuren,
Daer hy versekert is, dat hem niet minder dan een goeje vangst sal gebeuren.



028600 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht vande weyery. 1669
De Weyman, wanneer hy syn vermaeck wil soecken in eenige Vogel-jacht,
Soo ist hem noodigh, niet alleen dat hy daer een bequame tyt toe verwacht,
Maer dat hy daer en boven soodanige Bossen, en Velden weet op te speuren,
Daer hy versekert is, dat hem niet minder dan een goeje vanghst sal gebeuren.



028610 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de weyery. 1673




028620 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de weyery. Vertoondt op de bruyloft van A. Valckenier en J. V. Schoonevelt. 1675
De Weyman, wanneer hy sijn vermaeck wil soecken in eenige Vogel-jacht,
Soo ist hem noodigh, niet alleen dat hy daer een bequame tijdt toe verwacht,
Maer dat hy daer en boven soodanige Bossen, en Velden weet op te speuren,
Daer hy verseeckert is, dat hem niet minder dan een goeje vanghst sal gebeuren.



028630 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Weyery. 1676




028640 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de weyery. 1679
De Weyman, wanneer hy sijn vermaeck wil soecken in eenige Vogel-jacht,
Soo ist hem noodigh, niet alleen dat hy daer een bequame tijdt toe verwacht,
Maer dat hy daar en boven soodanige Bossen, en Velden weet op te speuren,
Daer hy verseeckert is, dat hem niet minder dan een goeje vanghst sal gebeuren.



028650 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de Weyery. Vertoont op de Bruyloft van A. Valckenier en J. V. Schoonevelt. 1682
De Weyman, wanneer hy syn vermaak wil soecken in eenige Vogel-jacht,
Soo ist hem noodigh, niet alleen dat hy daar een bequame tydt toe verwacht,
Maer dat hy daar en boven soodanige Bossen, en velden weet op te speuren,
Daer hy verseekert is, dat hem niet minder dan een goeje vanghst sal gebeuren.



028660 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Weyery. 1696




028670 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de Weyery. Vertoond op de Bruiloft van A. Valckenier, en J. v. Schoonevelt. 1709a v
De Weiman, wanneer hy zyn vermaak wil zoeken in eenige Vogeljacht,
Zo is ’t hem noodig, niet alleen dat hy daar een bekwame tyd toe verwacht,
Maar dat hy daar en boven zodanige bosschen en velden weet op te speuren,
Daar hy verzekerd is, dat hem niet minder dan een goeje vangst zal gebeuren,



028680 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de Weyery. Vertoond op de Bruiloft van A. Valckenier, en J. v. Schoonevelt. 1709b v
De Weiman, wanneer hy zyn vermaak wil zoeken in eenige Vogeljacht,
Zo is hem noodig, niet alleen dat hy daar een bekwame tyd toe verwacht,
Maar dat hy daar en boven zodanige bosschen en velden weet op te speuren,
Daar hy verzekerd is, dat hem niet minder dan een goeje vangst zal gebeuren.



028690 - Willem Godschalk van Focquenbroch - Klucht van de weyery, vertoond op de bruiloft van A. Valkenier en J. v. Schoonevelt. 1766
De Weiman, wanneer hy zyn vermaak wil zoeken in eenige Vogeljacht,
Zo is hem noodig, niet alleen dat hy daar een bekwame tyt toe verwacht,
Maar dat hy daar en boven zodanige bosschen en velden weet op te speuren,
Daar hy verzekerd is, dat hem niet minder dan een goeje vangst zal gebeuren.



028700 - Arend Fokke Simonsz. - Aanspraak, aan de Leden van het Tooneellievend genoodschap, onder de zinspreuk Oeffening Kweekt Kunst; by gelegenheid dat deszelfs tooneel werd geopend. 1784




028710 - Arend Fokke Simonsz. - Davids eerste zegepraal 1790 ca.




028720 - Arend Fokke Simonsz. - Nieuwjaars wensch van Thomasvaer. 1802




028730 - Arend Fokke Simonsz. - Nieuwjaars wensch van Thomasvaer. 1803




028740 - Arend Fokke Simonsz. - Het vredefeest. 1802
Wat blijde vreugd! de lieve vreê
Brengt welvaart, heil en zegen meê!
Weg is ’t gevaer! De zaek is klaer.
’t Juigcht alles op die blijde maer.



028750 - Arend Fokke Simonsz. (naar het Duits van Karl Friedrich Hensler) - Het vrouwtjen van den Donau, of de koningin der spooknymphen. (Eerste deel). 1803




028760 - Arend Fokke Simonsz. (naar het Duits van Karl Friedrich Hensler) - Het vrouwtjen van den Donau, of de koningin der spooknymphen. Tweede deel. 1803a v




028770 - Arend Fokke Simonsz. (naar het Duits van Karl Friedrich Hensler) - Het vrouwtjen van den Donau, of de koningin der spooknymphen. Tweede deel. 1803b v




028780 - Jan Fokke - Ferdinand en Leonore, of de gedwarsboomde doch zegevierende liefde. 1791




028790 - Jan Fokke - Margaretha van Henegouwen, gravin van Holland en Zeeland. 1775
D. Gantsch Zeeland juicht van vreugd, daar elk is opgetoogen
Om uwe blyde komst, elk roemt het mededoogen
Het geen gy blyken laat voor ’t droeve Vaderland:
Men kent dien sterken gloed, waar door uw hart steeds brand,



028800 - Jan Fokke - Wolfaart van Borselen. 1780
Gy durft dan al ’t ontzag dus trouweloos verbreeken,
En voert ons herwaards heen om u op ons te wreeken:
Wie gaf u dit bevel? van waar komt u dees magt,
Dat ge ons, in weêrwil van den Graaf, hebt opgebragt?



028810 - Francis de la Fontaine (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - D’Amerikanen oft Alzire. Op den zin: Dolen is menschelyk, vergeven Goddelyk. 1739
Z. Schiet niet meer los. Houd op Het is Alvarez, mannen,
’k Heb zynen naem gehoort, wilt al uw’ boog ontspannen.
A. Wat wilt dit zeggen? God! Z. Gyt gy Alvarez? A. Ja.
Dat u geen vreeze baert dat ik u kom te na.



028820 - Francis de la Fontaine - Arminius. 1739




028830 - Francis de la Fontaine - Democritus. 1739




028840 - Francis de la Fontaine - Den speelder. 1739




028850 - Francis de la Fontaine - Theseus. 1739




028860 - Francis de la Fontaine - Het veranderlyk geval in Garibaldus en Dagobertus. 1739
Wat reden dwong den Vorst syn Raden te vergad’ren?
Is Garibaldus ’t hooft van Schelmen, oft Verrad’ren?
Heeft hy aen misdaed van gequetste Hoogheyt d’hand
Geleent? oft is den Prins geraekt in het verstandt?



028870 - Francis de la Fontaine - De verliefden, ende laggenden. 1739




028880 - Francis de la Fontaine (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Zaira. 1740 ca.




028890 - Barend (Bernard) Fonteyn - Fortunatus beurs en vvensch-hoedt. 1643
Cassandra



028900 - Barend (Bernard) Fonteyn - Fortunatus soonen, op en onder-gangh. Tweede deel. 1643
Na dat ’t al-lichtend licht, omringht met gulde stralen
Gedoken was in ’t West, en om de kust gingh dwalen
In diamanten Coets, geruckt van Henxten voort
Met vlammen op-gepronckt, aen ’t ysig’ kille Noord,
Tot in het koele Oost: waer dat het op quam steyg’ren
Uyt Tethys bracke schoot, en aen my rust deê weyg’ren,



028910 - [Barend (Bernard) Fonteyn] (naar het Engels van Onbekend) - Mr. Sullemans soete vriagi. 1633




028920 - Barend (Bernard) Fonteyn - Mr. Sullemans soete vriagie. Boertige klucht, gestelt op stemmen om gesongen en tusschen beyden gesproken te werden. 1642




028930 - Barend (Bernard) Fonteyn (naar het Engels van Onbekend) - Mr. Sullemans soete vriagie. Boertige klucht, gestelt op stemmen om gesongen en tusschen beyden gesproken te werden. 1643




028940 - Barend (Bernard) Fonteyn - De soete vryagie van monseur Sulleman. 1649a o
Mijn hartje, mijn schatje, ick heb jou soo lief,
Ick min jou, ick vier jou, ick bin tot jou gerief,
Ick hou jou, ick trouw jou, voor al mijn lieve leven,
Mijn huysraet en poppe-goet wil ick garen toe-geven.



028950 - Barend (Bernard) Fonteyn - Mr. Sullemans soete vriagie. Boertige klucht, gestelt op stemmen om gesongen en tusschen beyden gesproken te werden. 1649b o




028960 - Barend (Bernard) Fonteyn - Mr. Sullemans soete vriagie. Boertige klucht, gestelt op stemmen om gesongen en tusschen beyden gesproken te werden. 1649c o




028970 - Barend (Bernard) Fonteyn - Romilius en Pelagia. 1644




028980 - Barend (Bernard) Fonteyn (naar het Italiaans van Niccolò Secco) - Tranquilli de Mont en Fortunati, geluck en ongeluck. 1633




028990 - Nicolaes Fonteyn - Aristobulus. 1638




029000 - Nicolaes Fonteyn - Casta, ofte spieghel der kuysheyd. 1637




029010 - Nicolaes Fonteyn - Esther, ofte ’t beeldt der ghehoorsaamheid. 1638




029020 - Nicolaes Fonteyn - Triumphs-trompet, speelghewijs uytghebeeldt op ’t Veroveren van ’sHertoghen-bosch. 1629




029030 - Pieter de Foordt - Genoveva van Brabant. 1756 ca.




029040 - Jelte Foppema - Aristophanis Senatus Consultum. Naar een oud onuitgeg. Ms. uit het Vaticaan; [...] Gedrukt bij Tiete Tietes, in het Jitzummer Bosch, alwaar men ’s Winters van koude Lilt. 1761




029050 - C. van Foreest (naar het Frans van J.A. Jacquelin) - De keukenhelden. 1799




029060 - Jan Baptist van Fornenbergh - Duifje en Snaphaan. 1680
G. Ja, Juriaan, ik blyf het zeggen,
Niemant en zal my dat weêrleggen
’t Geen ik van harten zo begeer.
J. Daar hebje groot gelyk in Heer.
G. Hebt gy mijn reden wel onthouwen.
Dat ik mijn Dochter uit wil trouwen
Aan een van mijns gelijken staat?
Wie meent gy is het? Zo gy ’t raad
Sal ik uw wijsheid hoog waardeeren.
J. Hier plagt een Jonker te verkeeren....



029070 - Jan Baptist van Fornenbergh - Duifje en Snaphaan. 1681




029080 - Jan Baptist van Fornenbergh - Duifje en Snaphaan. 1688




029090 - Jan Baptist van Fornenbergh - Duifje en Snaphaan. 1707
G. Ja, Juriaan, ik blyf het zeggen,
Dat niemant my zal wederleggen
’t Geen ik van harten zo begeer.
J. Daar hebje groot gelyk in, Heer.



029100 - Jan Baptist van Fornenbergh - Duifje en Snaphaan. 1731a v




029110 - [Jan Baptist van Fornenbergh] - Duifje en Snaphaan. 1731b v
G. Ja, Juriaan, ik blyf het zeggen,
Niemant en zal my dat weêrleggen
’t Geen ik van harten zo begeer.
J. Daar hebje groot gelyk in Heer.



029120 - G. Forster (naar het Sanskriet van Kâlidâsa) - Sakontala, of de beslissende ring. 1792




029130 - K.L. Fournier (naar het Frans van Jean François Marmontel / Charles Simon Favart) - Annette en Lubin. 1750 ca.




029140 - K.L. Fournier - Arlequin poéet, voorspel der Molenaerinne. 1750 ca.




029150 - K.L. Fournier - Den bedrogen doktoor, of het phenix-feest. 1750 ca.




029160 - K.L. Fournier - De betooverden beker. 1750 ca.




029170 - K.L. Fournier (naar het Frans van Alain René Lesage) - Crispin medevryer van zynen meester. 1750 ca.




029180 - K.L. Fournier - Dankzegging. 1750 ca.




029190 - K.L. Fournier - Den dooven, of de volle herberg. 1750 ca.




029200 - K.L. Fournier (naar het Frans van Pierre Jean Baptiste Choudard-Desforges) - Den dooven, of de volle herberg: blyspel in drie deelen. In onrym het Fransch stuk van Desforges vryelyk naergevolgd. 1760 ca.




029210 - K.L. Fournier (naar het Frans van Philippe Néricault Destouches) - Het drievoudig houwelyk. 1750 ca.




029220 - K.L. Fournier - Den duivel in het huis. 1750 ca.




029230 - K.L. Fournier (naar het Frans van Renard Renard) - Den eenigen erfgenaam. 1750 ca.




029240 - K.L. Fournier (naar het Frans van Michel Guyot de Merville) - De gedwongene toestemming. 1750 ca.




029250 - K.L. Fournier - De gewenste wederkomst, of Mimy in het dorp. 1750 ca.




029260 - K.L. Fournier - Gille den schaeker, of het gestolen uerwerk. 1750 ca.




029270 - K.L. Fournier - Den houtkapper, of de drie wenschen. 1750 ca.




029280 - K.L. Fournier - Het kaffé-huis of de standvastige liefde. 1750 ca.




029290 - K.L. Fournier - Lucile. 1750 ca.




029300 - K.L. Fournier - De molenaerinne, of den spookende meulder. 1750 ca.




029310 - K.L. Fournier - Den muziek-nar. 1750 ca.




029320 - K.L. Fournier - Onrust in rykdom, of Arlequin hovenier. 1750 ca.




029330 - K.L. Fournier - Den schoenlapper, of den quaterne. 1750 ca.




029340 - K.L. Fournier (naar het Frans van Leonor Jean Christine Soulas d’Allainval) - De school der borgers. 1750 ca.




029350 - K.L. Fournier - De serenade. 1750 ca.




029360 - K.L. Fournier - Den tooverriem, of de bedrogen momboirs. 1750 ca.




029370 - K.L. Fournier (naar het Frans van Jean-Pierre Claris de Florian) - De twee briefkens. 1750 ca.




029380 - K.L. Fournier - Verwagt my onder de linde. 1750 ca.




029390 - K.L. Fournier (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Den zieken door inbeelding. 1750 ca.




029400 - Frans Fraet - Een Present van Godt Loondt. 1553




029410 - Johannes le Francq van Berkhey - Claudius Civilis, hersteller der Bataafsche vryheid. 1764
Hoe lieffelyk zyn al de dalen
Van myn gezeegend Vaderland,
’t Welk vrugbaalyk aan allen kant
Gekoesterd wordt door ’s Hemels straalen!



029420 - Johannes le Francq van Berkhey - Claudius Civilis, hersteller der Bataafsche vryheid. 1765 ca.




029430 - Johannes le Francq van Berkhey - De Herdenker 1766
H. Wie klop daar?
L. Een Dier.
H. Welk een Dier?
L. Een redelyk Dier.
H. Wat is een redelyk Dier?
L. Een Filosoof?
H. Wat is een Filosoof?
L. Een Denker.
H. Maar myn Hond denkt ook.



029440 - Johannes le Francq van Berkhey - Het huwelyk van Telemachus en Antiope, in Ithaka. 1768
Gy weet het Mentor, met wat zorg’ en nyvre vlyt,



029450 - Johannes le Francq van Berkhey - Leyden verrukt, op het tweede eeuwgetyde der oprichting van de Hollandsche Hooge Schoole, binnen haare muuren. 1775
In welken heilstaat mag ik thans mijn Stad weêr zien,
Daar de eeuwen mij, op nieuw, haar hulde en eere biên!
Welk een geluk geleidt mijn schreden,
Daar ik mij weder, in den drom
Van Leydens juichend Dichterdom,
Omringen zie van heerlijkheden!



029460 - Johannes le Francq van Berkhey - Leyden verrukt, op het tweede eeuwgetyde der oprichting van de Hollandsche Hooge Schoole, binnen haare muuren. 1775
2016



029470 - Johannes le Francq van Berkhey - Leyden verrukt, op het tweede eeuwgetyde der oprichting van de Hollandsche Hooge Schoole, binnen haare muuren. 1775




029480 - [Johannes le Francq van Berkhey] - Klugt van het zuiglam, of de casus dabilis. 1786 ca.
Kom Vader lief, laat ons een zingen; ik heb zoo mooi een Liedje op den ouden hond, Jan Schop.



029490 - J. Franssoon - Giertje Wouters. 1635a d




029500 - J. Franssoon - Giertje Wouters. 1635b d




029510 - J. Franssoon - Giertje Wouters. 1640




029520 - J. Franssoon - Giertjen Wouters. 1623




029530 - Barend Fremery (naar het Duits van Christian Felix Weisse) - Roméo en Julia. 1786




029540 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - De belachchelyke minnaar, of, de devote serenade. 1737




029550 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) (naar het Frans van Jean Palaprat) - Het belachgelyk concert. 1769
Ambroos, het volk heeft lang gegeten.
’k Moet met de Koets eens, na den eeten,
My wat verluchten. Zeg aen Jan:
Dat hy de Paerden voort inspan.



029560 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) (naar het Frans van Florent Carton Dancourt) - De courant. 1768
’t Is alles maer



029570 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - Dichtkunst en Schouburg. 1772




029570 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - De treurigheid by het lyden en sterven onzes heilands 1772 ca.




029580 - [Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam)] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De dwepery, of Mahomet de Profeet. 1770
Hoe! zou ik voor ’t Bedrog, voor valsche wondertreeken
Mijne oogen neêrslaen, en, het wierookvuur ontsteeken?
Na ik de Dweperij van hier verbande? Neen.
Zopire draeg de straf van ’t Godendom alleen;



029590 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Edipus. 1769
Zijn gij het Philocteet! wat slag van ’t noodlot doet
U herwaerts koomen, daer de dood zoo ijslijk woed?
Tergt gij dus onbeschroomt de gramschap onzer Goden?
Geen mensch kwam roekloos hier en is hun’ straf ontvlooden;



029600 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - De electriciteit, of Pefroen, met het schaeps-hoofd ge-electriceerd. 1746
R.Wel, Ot, ik dagt het niet, vandaeg,
Zo laat te komen in den Haeg.
O. Door al dat pleistren, dikwils stallen,
Is ons den Avond overvallen.



029610 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - De inënting. 1768
Nu, volgens afspraek, Gentiaen,
By Kryn, den Hospes in de Zwaen,
Kunt gy Mynheer en my verwagten.
G. Maer, tot hoelaet? F. Ik denk by achten,
Dan zullen wy wel buiten zyn.



029620 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) (naar het Frans van Louis de Boissy) - Het leven is een droom. 1768 ca.
Wat steile rotzen!



029630 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - Het levendig orgel. 1742
Dus zyn wy eindlyk hier in Ryswyk, laet eens zien:
Is dit de Hofsteê van Gerardus niet by wien
Ik wezen moet? ô Ja! ’k zal hier een weinig wagten.
Gantsch bloet! hoe zweet ik! die van dorst noch zal versmagten
Op deeze dorre plaets; waer blus ik best den brand
Die in myn keelgat is? ’k spuw dubbeltjes in ’t zant.



029640 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - De lotery. 1754




029650 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - De uitvaert van het vryje metzelaersgilde. 1735




029660 - Albert Frese en Christiaan Schaaf (Ars Superat Fortunam) - Het zonnehof, of het verlichte paleis van Phoebus. 1753 ca.




029670 - [Frey] (naar het Duits van Frey) - August von Kotzebue in Siberien. 1803




029680 - [Arent Jan Fries] (naar het Latijn van Publius Ovidius Naso) - Het loon der minnen. Een treurspel oft tragoedie inhoudende de historie van Iphis ende Anaxarete. Wiens inhoudt vertelt word in het xiiij. boec der herscheppinge ofte transformatie beschreven door den Hoochgeleerden ende wijdtberoemden Poeet, Publ. Ovidius Naso. Speelsche wijs in Duyts overgeset. 1600
1. Hy die boven al inden hoochsten graet,, staet
Wil u een ghesont en vrolick leven,, gheven.
2. En bewaren wat voor tvijants quaet,, saet,
Hy die boven al



029690 - H. Frieseman (naar het Duits van August Wilhelm Iffland) - De baron Albert van Thurneisen. 1793




029700 - H. Frieseman (naar het Frans van Aug. Jacq. Le Mierre d’Argy) - Calas, of de gefolterde onschuld. 1793
R. Mama, ’t is reeds zes uur!
M.C. Ik versta u lieve Kinders; gaat nu maar bij den Heer Caseing.
A&R. Graag Mama! graag!
C. ,,En gij zult mij verplichten, deeze commissie met allen mooglijken spoed ter uitvoer te brengen.



029710 - Pieter Fris - De geregtigheyt vol moedt, over het vertrek van de Nederlanschen Mars, uytgesproken op den ... Nov. 1688. 1689




029720 - Pieter Fris - De hoop vol vrees, over de lang verwachte, en noch beslooten uytspraak van s’lants vergadering, uytgesproken den 10. April, 1684 1684




029730 - Harmodius Friso [= Pieter Vreede?] - Het gestoorde naaypartydje van Willem de V. 1786
’k Heb in een dag of vier Prins Willem niet vernoomen.
Zou hem ook ongeval of ramp zyn overkomen?
Die goeje Willem is myn hert en oogenlust
Nooit zag ik beter Mensch, zo hy in de armen rust.



029740 - Johan Fruytiers - Rijnsburg: spel van sinne in Rotterdam 1561. 1564




029750 - Johan Fruytiers - Rijnsburg: spel van sinne in Rotterdam 1561. 1614




029760 - Leon de Fuyter - Bedekten verrader. 1646
Helaas! rampzaal’ge Vrouw, door klagten afgetreen:
Ongelukkigh Koninks Kroost, hoe wort ge zo vertreen




029770 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Pedro Calderón de la Barca) - Don Jan de Tessandier. 1654
P. De Cancelier die heeft mijn mening wel verstaan.
F. Met leet, en tegen wil, men zou ’t gehoor versmaan.
Ja selfs sijn ooren, om dien laster aen te hooren.
P. Myn wraak is uyt mijn sught, mijn straf uyt smaat gebooren,
De Voedtster van mijn plight, zou my gewis versmaan,
Indien ik weygerden haar aan de hant te gaan;
Men kan soo wel in ’t quaat, als goet sich selfs ont-eeren.



029780 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Pedro Calderón de la Barca) - Don Jan, of de gestrafte ontrouw. 1716
D.P. Den Kancelier die heeft myn meening wel verstaan.
D.F. Met leet, en tegen wil, men zou t’ gehoor versmaan,
Ja selfs syn ooren, om dien laster aan te hooren,
D.P. Myn wraak is uyt myn sugt, myn straf uyt smaat gebooren,



029790 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Juan Pérez de Montalván) - Stantvastige Isabella. In Nederduyts gerijmt. 1651




029800 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Lope de Vega Carpios verwarde hof. 1647
’k Ben nauwelijk ’t gevaar der golleven ontkomen
Vrient Flooro, off Ik zie Palarmo in genomen
Met ongemeene vreught, Ia ’tschijnt dat deze stat
Alleen de blijdtschap van de heele Wereldt Vat.
Ik bid mijn waarde vrunt, wilt my dogh kontbaar maaken
De oorsaak van dees vreught die elk het hart doet blaaken,
Verhaalt my hoe, en wat, en waarom, op dat ick
My mee na deeze vreught, als andre borgren schik.



029810 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Lope de Vega Carpioos verwarde hof. 1656




029820 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Lope de Vega Carpioos verwarde hof. 1665




029830 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Lope de Vega Carpioos verwarde hof. 1668




029840 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Lope de Vega Carpioos verwarde hof. 1671
’k Ben nauwelijks ’t gevaar der golleven ontkomen,
Vriendt Floro, of ik zie Palermo ingenomen
Met ongemeene vreugt; ja schijnt dat deze Stad
Alleen de blijdtschap van de heele werelt vat.
Indien ik iets vermach, wilt my doch kondbaar maken
De oorzaak van dees vreugt, die elk het hart doet blaken;
Verhaalt my hoe, en wat, en waarom, op dat ik
My meê na deze vreugt, als andre burgren, schik.



029850 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Het verwarde hof. 1679




029860 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Het verwarde hof. 1699




029870 - Leon de Fuyter (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Lope de Vega Carpioos Verwarde hof. 1740
’k Ben nauwelyks ’t gevaar der golleven ontkomen,
Vriendt Floro, of ik zie Palermo ingenomen



029880 - v. G. (naar het Italiaans van Onbekend) - Kluchtighe comedie van Ardelia en Flavioos vryagie. 1629




029890 - G.C. - Iacobvs VI coningh van Schotlandt. 1639




029900 - G.E.L.M. - De jonge zwendelaar ontmomt. 1778




029910 - G.G. (naar het Frans van Onbekend) - Pasquin en Marforio, kamerdienaars van den bedkamer van den Konink van Vrankryk en Madame de Maintenon. 1706




029920 - G.K. - Toekomste van den Heyligen Gheest over de apostelen 1706




029930 - G.K. (G.K.K. of Al eenderley) - Bruylofts-spel, van drie personagien, ter eeren des eersamen ionghmans, Nicolaes Abeel, ende de eerbare ionghe dochter, Claesgen Claes, ghespeelt den vyfden Ianuary, 1622. 1622




029940 - G.S. (naar het Frans van J.H. Baron Ecker de Eckhof) - Vlucht van Stanislaus Lescinzky, koning van Poolen. 1780 ca.
Wij zullen tijdelijk gekomen zijn, maijn Heer, draag zorg voor het olk wel te plaatsen, om acht te geeven op de voorbijgaanden. Hoe hard valt mij het volbrengen van dit bevel!.... ik ken hem; Hij is het beste Mensch, dat ik ooit gezien heb...... Ik heb zijn Vader gekend; en hij is de loflijke Zoon van dien grooten Landsvader.....hij zal gewis hier voorbij gaan.... ik vrees voor ’t oogenblik!



029950 - G.S. (naar het Frans/Duits van Marc Antoine Le Grand / Aug. Gottlieb Meissner) - De weederzydsche proef. 1779
K. Dus, my nieuwe Heer en Meester, is dit de wooning van Juffrouw Lucinde?
E. Ja.
K. Welke Pracht! welke Nettigheid! dus zie men, hoe nut het is, verstand te hebben; Voor weinig jaaren was Mejuffer noch eene kleine onaangeziene Kamenier, en nu —
E. Nu is het de Weduwe van een Pruissischen Geheimraad, en Erfgenaam van zyn vermogen; maar zekerlyk zou het niet tot bereiking van haare uitgaaven toekomen, als zy geen speelgezelschappen hield; van smorgens tot in de nacht is het huis vol Volk, de vreemde en de uitheemsche, de Practizyn en de Koopman, de jonge Raadsheer, en de verouderde Prezident, de —



029960 - Hendrik van de Gaete - De belachelyke lettervitters. 1717
L. O Ja, myn Heer, het is gelyk ik heb gezegd;
Heer Vroomaart zal heir aanstonts koomen,
R. Dat heb ik tot myn smart venomen.
L. Uw zaaken staan elendig slecht:



029970 - Hendrik van de Gaete - De brassende dienstmeiden. 1707
Nu zyn de Turken van de kust.
Weg zyn ze! laat onz nu niet vreezen;
Maar zonder treuren volyk weezen!
Doch een ding maakt my ongerust.



029980 - Hendrik van de Gaete - De brassende dienstmeiden. 1709
Nu zyn de Turken van de kust.
Weg zyn ze! laat onz nu niet vreezen;
Maar zonder treuren volyk weezen!
Doch een ding maakt my ongerust.



029990 - [Hendrik van de Gaete] - De metselaar door liefde. 1716
W. Ben jy daar Philip? ik souje soo hebbenlaten halen,
Om te vragen, hoe dat je stont met het saat? Spreek sonder dralen.
P. Mynheer, ik heb geen saat; nog van erten, boonen, ja schier van geen ding.
Ik heb niets konnen winnen: ’t is een sonderling
Nat jaar geweest;



030000 - Hendrik van de Gaete - De metselaar door liefde. 1718
W. Ben jy daar Philip? ik souje soo hebben laten halen,
Om te vragen, hoe dat je stont met het saat? spreek! sonder dralen.
P. Myn heer, ik heb geen saat; nog van erten, boonen, ja schier van geen ding.
Ik heb niets konnen winnen: ’t is een sonderling



030010 - [Hendrik van de Gaete] - De ontmantelde apotheker, met de gefopte hoorndrager. 1713 ca.
L. Flodder, Flodder....



030020 - [Hendrik van de Gaete] - De ontmantelde apotheker, met de gefopte hoorndrager. 1714 ca.
L. Flodder, Flodder.... F. Wat belieft Juffrouw? L. Hebt gy alles klaar, het geen ik u hebbe gezeyd?
F. ô Jaa. L. Dat ’s braaf: gy zyt een Keuningin van een meyd:
Nu, Heer Geenkuyt, zal ’t u wel rykelyk beloonen:
Hy kend de waereld. Een schrander sneukelaar zal zig altyd tegen de meyd liberaal toonen.



030030 - A.A. Gaignan de l’Ami (naar het Frans van A.A. Gaignan de l’Ami) - De dood van Maria Antoinetta Anna, koninginne van Vrankrijk. 1793b o




030040 - A.A. Gaignan de l’Ami (naar het Frans van Onbekend) - Elize. 1788




030050 - A.A. Gaignan de l’Ami (naar het Frans van A.A. Gaignan de l’Ami) - De dood van Maria Antoinetta Anna, koninginne van Vrankrijk. 1793a o




030060 - Nicolaes Geeraerdts - Philantus. 1659




030070 - J.J. Geerts - Den oorspronk en Eerste wonderbaere Wonderheden van het heijlig Kruijs berustende in de Parochiale Kerk van het Graefschap van Gallemaerden. 1792




030080 - Willem Geest - Aldegonda en Barsime, of dubbelde ontschakingh. 1663
Wat baet de Voesterliên van Mavors steets te slapen,
En snorcken onvermoeyt in klem van ’t stale wapen?
War baet het dat men lijck op lijck gestapelt heeft?
De vyanden vernielt? wat baet het dat men leeft
Als werelt Goden van een ieder aengebeden?



030090 - Willem Geest - Diana en Endimion, of Apollo op Diana verlieft. 1699 ca.




030100 - Willem Geest - De vorstelycke herderinne, of de twee gelycke princessen. 1699 ca.




030110 - Wybrandus de Geest - Boëtius. 1711
T. Heer Cyprijaan, men moet dien Gryzaard gants verdelgen,
Als men het Stamhout kwetst, zoo sterven al de teglen [lees: telgen]
Men moet zijn groots gezag vermorzelen tot stof.
C. Wat aanzien had dien man, niet aan dit Vorst’lijk Hof;



030120 - [Wybrandus de Geest] (naar het Frans van Jean François Regnard) - De geveinse zotheid door liefde. 1710
B. Nu yder noch gerust in slaap legt en te droomen,
Wat reden zyn ’t dat gy zo vroeg zyt opgekomen,
En dat gy voor den dag met my komt uit te gaan?
A. Zwyg, Bely, zwyg, gy zult het haast verstaan;



030130 - [Wybrandus de Geest] (naar het Frans van Jean François Regnard) - De geveinse zotheid door liefde. 1727a v
B. Nu yder noch gerust in slaap legt en te droomen,
Wat reden zyn ’t dat gy zo vroeg zyt opgekomen,
En dat gy voor den dag met my komt uit te gaan?
A. Zwyg, Bely, zwyg, gy zult het haast verstaan;
Want Edelhart hier in ’t kort zal weezen.



030140 - [Wybrandus de Geest] (naar het Frans van Jean François Regnard) - De geveinse zotheid door liefde. 1727b v
B. Nu yder noch gerust in slaap legt en te droomen,
Wat reden zyn ’t dat gy zo vroeg zyt opgekomen,
En dat gy voor den dag met my komt uit te gaan?
A. Zwyg, Bely, zwyg, gy zult het haast verstaan;
Want Edelhart hier in ’t kort zal weezen.



030150 - [Wybrandus de Geest] (naar het Frans van Onbekend) - De gewaande tovery. 1785
Door welk een hoop wordt vaak myn hart gedreven
Ze is als het licht dat schemert in ’t verschiet.
Zy doet in my de zagte rust herleeven,
En zy verdryft myn kwelling en verdriet.



030160 - Wybrandus de Geest - De manzieke vryster. 1700
J. Ja wel, wat al hartzeer en ellende onmoet my, in myn oude dagen.
A. Nou, Vader, je moet over een strppijen kruisje zo zwaar niet draagen;
Het Meisje is jong, en daar by los, dat hoop ik zal met ’er tyd wel overgaan.
J. Overgaan? niet eerder, Moêr, als haar de leden van ouderdom krom staan,



030170 - [Wybrandus de Geest] - Philander en Kaliste. 1716
Dus ver is ’t wyfflend lot, dat meest door tegenspoeden,
Ons maar een blikje toond, en elk op hoop gaat voeden,
My gunstelyk geweest; ik ben, den Goôn zy lof
Al zwervend hier geraakt van huis en maagschap of.



030180 - Wybrandus de Geest - De triomfeerende muzyk. 1698
De Zanglust port my om ruimborstig op te zingen,
Myn stem te huuwen met vergoode Hemellingen;
Ik praale op eene Troon van zuiver goud gesmeed,
’k Ben met de zelve stof verheerlykt, en gekleed.



030190 - Wybrandus de Geest - Valentinus. 1707
Gy weet Calphurnius, hoe Romen onder ’t juk
Geperst lag door ’t geweld als ’t droevig ongeluk
Van ’t noodlot haar versmolt in zilte tranen-plassen:
Haar ondergang scheen nu by dagen aan te wassen.



030200 - [Wybrandus de Geest] - De wederspannige zoon. 1702
L. Maar is het waar Josephus wil u Vader u aan dat geslacht doen trouwen?
j. Ja altewaar, en dat om dat ’er geld is, hy heeft my verlooft zeit hy, en hy wil zijn woord houwen.
Ik heb my zoo veel het doenlijk was daar tegen aangeset,
En ik hield hem voor oogen de eêlheid van ons geslacht, die door ’t hare zou worden besmet.



030210 - [Pieter van Gelein] (naar het Frans van Thomas Corneille, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - De sipier van zich zelven. 1678
Oktaaf, ay wil my van geen nieuwe zwakheén spreeken;
Zie eerst de droeve stand, daar gy my in laat steeken,
Dewyl ik door uw raad, tót myne hulp bedacht,
Verberg myn naam, en staat, in kleed’ren zo veracht.



030220 - [Pieter van Gelein] (naar het Frans van Thomas Corneille, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - De sipier van zich zelven. 1679
Oktaaf, ay wil my van geen nieuwe swackheén spreecken;
Sie eerst de droeve stant, daar gy my in laat steecken,
Dewijl ik door uw raedt, tot myne hulp bedacht,
Verberg mijn naem, en staet, in kleed’ren soo veracht.



030230 - [Pieter van Gelein] (naar het Frans van Thomas Corneille, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - De sipier van zich zelven. 1705
Oktaaf, ay wil my van geen nieuwe zwakheén spreeken;
Zie eerst de droeve stand, daar gy my in laat steeken,
Dewyl ik door uw raad, tót myne hulp bedacht,
Verberg myn naam, en staat, in kleed’ren zo veracht.



030240 - [Pieter van Gelein] (naar het Frans van Thomas Corneille, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - De sipier van zich zelven. 1737
Oktaaf, ai wil my van geen nieuwe zwakheén spreeken;
Zie eerst de droeve stand, daar gy my in laat steeken,
Dewyl ik door uw raad, tót myne hulp bedacht,
Verberg myn naam, en staat, in kleed’ren zo veracht.



030250 - Pieter van Gelein (NVA) (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna. Uit het Fransch van de Heer Corneille. 1683a
Ô onverduldige begeertens om te wreeken
Myns Vaders dood, die my zo hévig komt ontsteeken!
Verbólgen kinders van ’t hérdénken myner smart,
Die ’k blindelings omarm mét myn wémoedig hart;
Wilt uw gewéld op my tóch maatigen, én lyden,
Dat ik my daar van moog voor weinig tyds bevryden;
Om te óverweegen in een staat zo droef te môe,
Wie ik stél in gevaar, én wie ’k vervólgen doe.



030260 - [Pieter van Gelein (NVA)] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna. Uit het Fransch van de Heer Corneille. 1683b
Ô onverduldige begeertens om te wreeken
Myns Vaders dood, die my zo hévig komt ontsteken!
Verbólgen kinders van ’t hérdénken myner smart,
Die ’k blindelings omarm mét myn wémoedig hart;



030270 - [Pieter van Gelein (NVA)] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna, óf goedertierenheid van Augustus. 1716
O onverduldige begeerten, die me ontsteeken
Om Vaders moord, op een doorluchte wyz’te wreeken!
Verbólge kind’ren uit mistroostigheid geteeld,
Die ’k blind’lings heb gevólgd, gekoesterd én gestreeld,



030280 - [Pieter van Gelein (NVA)] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna. Uit het Fransch van de Heer Corneille. 1720
Ô onverduldige begeertens om te wreeken
Myns Vaders dood, die my zo hévig komt ontsteken!
Verbólgen kinders van ’t hérdénken myner smart,
Dié ’k blindelings omarm mét myn wémoedig hart;



030290 - Pieter van Gelein (NVA) (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna, of goedertierenheid van Augustus. 1736a
O onverduldige begeerten, die me ontsteeken
Om Vaders moord, op een doorluchte wyz’ te wreeken!
Verbólge kind’ren, uit mistroostigheid geteeld,
Die ’k blin’lings heb gevólgd, gekoesterd en gestreeld.



030300 - [Pieter van Gelein (NVA)] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna, of goedertierenheid van Augustus. 1736b




030310 - [Pieter van Gelein (NVA)] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Cinna, of goedertierenheid van Augustus. 1736c
O onverduldige begeerten, die me ontsteeken
Om Vaders moord, op een doorluchte wyz’ te wreeken!
Verbólge kind’ren, uit mistroostigheid geteeld,
Die ’k blind’lings heb gevólgd, gekoesterd én gestreeld.
En nu myn ziel geboeid houdt, onder uw vermogen,



030320 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans van Gautier de Costes de la Calprenède) - Eduard, anders stantvastige weduwe. 1660a d
Aanbidlik Beeld! ô vuur, ’t welk onuitbluslik blaakt!
Beheerster van een ziel, die yeder wetten maakt:
Maar, die, die zelve ziel, u wetten weet te schrijven.
Zult gy dan eewig straf, en ongevoelik blijven?



030330 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans van Gautier de Costes de la Calprenède) - Eduard, anders stantvastige weduwe. 1660b d




030340 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans van Gautier de Costes de la Calprenède) - Eduard, of stantvastige weduwe. 1716




030350 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans van Jean Rotrou) - Klaagende Kleazjenor, en doolende Doristee. 1647
Valeien, rotzen, diep’ en donk’re hoolen, gy
Getuigen van mijn moeit’ en lijden, oopen my
t Eind van mijn lossen loop: Ey zeg my wat verhoolen
Bedrieglijk noodlot houd mijn beenen; om ’t gestoolen
By u te zoeken, dat by u zich niet onthout?



030360 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans van Jean Rotrou) - Klaagende Kleazjenor, en doolende Doristee. 1670
Valeien, rotzen, diep’ en donk’re hoolen, gy
Getuigen van mijn moeit’ en lijden, oopen my
’t Eind van mijn lossen loop: Ey zeg my wat verhoolen
Bedrieglijk noodlot houd mijn beenen; om ’t gestoolen
By u te zoeken, dat by u zich niet onthout?



030370 - Adam Karels van Germez (Zjermes) - Klaagende Kleazjenor, en doolende Doristee. 1716




030380 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - Vervolgde Laura. 1645
G. Myn Heer, uw’ Hoogheid word uit ’s Konings naem beslagen.
O. Hoe! boertge? G. ’k Volg mijn last, naer ’s Vorsten welbehagen.
O. Graef! G. Prins! O. Zie toe, dat diergelijke spel, niet weer
In een bedroefde vreugd tot zijnen meester keer.



030390 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - Vervolgde Laura. 1666




030400 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - Vervolgde Laura. 1679a o
G. Myn Heer, uw’ Hoogheid word uit ’s Konings naem beslagen.
O. Hoe! boertge? G. ’k Volg mijn last, naer ’s Vorsten welbehagen.
O. Graef! G. Prins! O. Zie toe, dat dit onachtzaem spel, al eer ’t
Zijn meester merkt, niet weêr door wraek in ernst verkeert.



030410 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - Vervolgde Laura. 1679b o
G. Myn Heer, uw’ Hoogheid word uit ’s Konings naem beslagen.
O. Hoe! boertge? G. ’k Volg mijn last, naer ’s Vorsten welbehagen.
O. Graef! G. Prins! O. Zie toe, dat dit onachtzaem spel, al eer ’t
Zijn meester merkt, niet weêr door wraek in ernst verkeert.



030420 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - Vervolgde Laura. 1716




030430 - Adam Karels van Germez (Zjermes) (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou, naar Félix Lope de Vega y Carpio) - Vervolgde Laura. 1730




030430 - Adam Karels van Germez (Zjermes) - Vervolgde Laura. 1730




030430 - Adam Karels van Germez (Zjermes) - Vervolgde Laura. 1730




030440 - I. van Gerwen - Siet speel-wijs dit ,, bly ’t Wijn-rancxken vertoont, / 1615




030450 - Joh. Theod. van Gesperden (naar het Latijn van Joh. Paul Crusius) - Wanckelbaer Fortuyn, ofte treur-bly-eyndich-spel van Croesus. 1636




030460 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Adelphos. 1555
2016



030470 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Adelphos 1596
Storax seght: is Eschinus te nacht niet thuys ghecomen?
Oft en hebdy niemanden oock vernomen
Van den genenm die ick om hem hebbe ghesonden?
Och tis een gemeyn seggen, en een out vermonden



030480 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Andria. 1555a v
Si. Draecht dit daer binnen: en vertrect te gadere:
Sosia coemt ghy herwaerts, en my wat nadere
Ick moet u een weynich spreken.
So. Denct this al gheseyt
Dat die spise inde bruyloft wel worde bereyt
Dat is u meyninghe, ick weet int cleyre.
Si. Neen, this al een ander dat ick begheyre.



030490 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Andria. 1555b v




030500 - Cornelis van Ghistele (naar het Grieks van Sophocles) - Een tragedie, ghenaemt Antigone, bescreven eerst in Griecxsche, door den gheleerden Poeet Sophocles, ende daer na int Latine ouer gheset, ende nu in onser Duytscher talen Rhetorikelijck ghetranslateert, door Cornelis van Ghistele, vol schoonder sentencien, ende goede leeringhen. 1556
O Alder liefste sustere, en wtvercoren
Ter droever uren zijn wy beyde gheboren
Hoe soumen noch eenich quaet meer connen versieren
Dan daer wi Oedipus kinderen door Gods bestieren



030510 - Cornelis van Ghistele - Eneas en Dido. 1551




030520 - Cornelis van Ghistele (naar P. Terentius Afer) - Eunuchus. 1555a v
Wat sal ick dan doen, Parmeno hier inne?
Sal ick niet weder met bliden sinne
Tot haer gaen, nu si my van selfs ontbiet?
Oft sal ick mi ghelaten, dat ick sulck verdriet,
En der hoeren spijt, niet en wil verdraghen?



030530 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Eunuchus. 1555b v
Wat sal ick dan doen, Parmeno hier inne?
Sal ick niet weder met blinden sinne
Tot haer gaen, nu si my van selfs ontbiet?
Oft sal ick mi ghelaten, dat ick sulck verdriet,



030540 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Heautontimorumenos, de derde Comedie, de welcke P. Terentius Afer int Latine bescreven heeft, nu eerst rhetorikelijck over ghestelt in onser Duytscher talen. 1555a v
2016



030540 - Cornelis van Ghistele (naar P. Terentius Afer) - Heautontimorumenos, de derde Comedie, de welcke P. Terentius Afer int Latine bescreven heeft, nu eerst rhetorikelijck over ghestelt in onser Duytscher talen. 1555b v




030550 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Heautontimorumenos, de derde Comedie, de welcke P. Terentius Afer int Latine bescreven heeft, nu eerst rhetorikelijck over ghestelt in onser Duytscher talen. 1562
Al yst dat wy eerst nu, binnen corten tiden
Tusschen ons beyde, ick moet beliden
Kennisse ghemaect hebben: en dat daer deure
Want ghi een stuck lants groot van valeure
Ghecocht hebt, naest mijnder eruen gheleghen.



030560 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Hecira. 1555
Och hoe luttel liefhebbers, tsi ionckers oft boeren
Vintmen o Sira die ons arm hoeren
Sijn ghetrou, al spreken si schoone.
Hoe dicwils swoer Pamphilus voor minen persoone



030570 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Hecira. 1596
Och hoe luttel liefhebbers, tsy ionckers oft boeren
Vintmen (o Sira) die ons arm hoeren
Sijn ghetrou, al spreken sy schoone.
Hoe dickwils swoer Pamphilus voor mynen persoone



030580 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Phormio. 1555
2016



030590 - Cornelis van Ghistele (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - Phormio. 1596
Geta mijn groot vrient, en een ghemeynsaem knecht
Van mijnder soorten, simpel en slecht:
Quam ghisteren tot my, om een cleyn reste
Die ic hem schuldich bleef doen wy rekenden leste:



030600 - Jan Hendrik Glazemaker (naar het Frans van Jean Louis Ignace Puget de la Serre) - De heilige Katerina, martelares. 1668




030610 - Jan Hendrik Glazemaker (naar het Frans van Jean Louis Ignace Puget de la Serre) - Thomas Morus, of de zegepraal des geloofs, en der standvastigheid. 1668
H. Myn Heer, waarôm wederstaat gy des Konings wil?
M. Ik kan zijn misdrijf niet believen. Hy wil zonder oorzaak de Koningin verstoten. Hy wil van godsdienst veränderen, om zijn tweede huwelijk door een volkomen macht te bekrachtigen. En zou ik zijn schadelijke voorneemens prijzen?



030620 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1512




030630 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1529
Nunc demum sentio, quanta sit foelicitas,
Et quanta quies, habuisse liberos patri
Per omnia obsequenteis. Ego, quoad pro meo
Animo moderarer filium annis paruulum,
Praeterea tam bene conditum, ut nihil amplius



030640 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo comoedia Acolasti 1530
Nunc demum sentio, quanta sit felicitas,
Et quanta quies habuisse liberos patri
Per omnia obsequenteis. Ego, quoad pro meo
Animo moderarer filium annis paruulum,



030650 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1533




030660 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1534




030670 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo comoedia 1535a d




030680 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1535b d




030690 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo comoedia 1535c d
Nunc demum sentio quanta sit foelicitas,
Et quanta quies, habuisse liberos patri
Per omnia obsequenteis. Ego, quoad pro meo
Animo moderarer filium annis parvulum,
Praeterea tam bene conditum, ut nihil amplius



030700 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodogio [sic] comoedia Acolasti 1536a d




030701 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1536b d
2016



030710 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. De filio prodigo comoedia Acolasti 1538




030720 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Comoedia Acolasti titulo inscripta de filio prodigo. 1540
Nunc



030730 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Comoedia Acolasti titulo inscripta de filio prodigo. 1542




030740 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo comoedia 1549




030750 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Comoedia Acolasti titulo inscripta 1550




030760 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. 1554
Nunc demum sentio, quanta sit foelicitas,
Et quanta quies, habuisse liberos, patri
Per omnia obsequentes. Ego quoad pro meo
Animo moderarer filium annis parvulum,
Praetereà tam bene conditum, ut nihil amplius



030770 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo comoedia 1562




030780 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo. 1566
Nunc demum sentio, quanta sit foelicitas,
Et quanta quies habuisse liberos, patri
Per omnia obsequentes. Ego, quoad pro meo
Animo moderarer filium annis parvulum,



030790 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus de filio prodigo comoedia 1568
2016



030800 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. 1569
2016



030810 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Acolastus. 1577




030820 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Hypocrisis: de hypocrisis falsa religione, ficta disciplina 1544




030830 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Hypocrisis. De hypocrisis praesertim pharsis aicae falsa religione ... 1564




030840 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Hypocrisis. De hypocrisis praesertim pharsis aicae falsa religione ... 1587




030850 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Morosophus de vera ac personata sapientia : comoedia non minus festiva, quam pia ... 1541




030860 - Guilielmus Gnapheus (Fullonius) (Willem Claesz. de Volder, Willem van Haeghen) - Morosophus de vera ac personata sapientia : comoedia non minus festiva, quam pia ... 1599




030870 - Pieter Govertsz. van Godewycx (naar het Latijn van Cornelius Schonaeus) - Witte-broots kinderen, of bedorve jongelingen. 1641
Waer magh de Jonge zijn, waer magh de lecker loopen?
Hy is staegh uyt den huys by Tijsje met de knoopen,
Hy is staegh op de vest, of achter in den Doel,
Of by de lichte Claes, of by de mancke Roel,
Of by de schelen Heyn, of by ons Jantje Laeuwen:
Hy speelt staegh in het Hof met krampen en rabaeuwen;



030880 - Frans Godin - De krooninghdes keysers 1660 ca.




030890 - Frans Godin - Lucifers gesanten. 1658




030900 - Frans Godin - Nieuw Lucifers gesanten. 1658 ca.




030910 - Rijklof Cornelis van Goens - Arlequin heureux pecheur. 1798




030920 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Onbekend) - Arlequin, of de gelukkige visscher. 1798




030930 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Onbekend) - Betoverde lamp. 1797
De Moeder van Arlequin is bezig met het schoonmaken van haar kamer, zy stoft den grond, en schikt de meubels in orde. Arlequin zit op een kleremakers tafel, en is bezig met het maken van een kleed, tot welk werk hy echter weinig lust toont; elke reis, dat zyn Moeder niet naar hem ziet, springt hy van de tafel en vermaakt zich met zyn gewone grappen aan zyn rol eigen,



030935 - Rijklof Cornelis van Goens - La lampe merveilleuse. 1797
La Mere d’Arlequin est occupée a nettoyer sa chambre & d’arranger ses meubles. Arlequin est assis sur une table, occupé a faire un habit, pou lequel il montre cependant beacuoup de repugnance, chaque fois que sa Mere detourne la vue, il quitte son ouvrage & la table pour s’amuser à faire des lazzis,



030940 - Rijklof Cornelis van Goens - Circé. 1798




030950 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Italiaans van Onbekend) - Eutyme et Eucharis. 1798




030960 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Italiaans van Onbekend) - Eutymus en Eucharis. 1798




030970 - Rijklof Cornelis van Goens - Fleur d’Epine, of de triomph van Arlequin door toverkunst. 1799




030980 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Sim. Nic. Henri Linguet) - De landman, regter. 1783
In. Gij spreekt zeer weinig, mijn lieve Nigt! sedert enigen tijd; voor uw reis naar Sevilie waart gij van een gantsch ander humeur. Is. Ach! ach! In. En gij zugt zeer sterk. — Niet te spreken, en veel te zugten, mij dunkt, gij zijt gantsch niet wel, mijne waarde Isabelle? Is. Waarom heeft toch mijn vader mij naar een grote stad gebragt, mijn waarde Inès?



030990 - [Rijklof Cornelis van Goens] (naar het Frans van Sim. Nic. Henri Linguet) - De landman, rechter. Iets meer dan een vertaling. 1795
Gij spreekt zedert enigen tijd heel weinig, mijn lieve Nigt! voor uw reis naar Sevilien waart gij veel vrolijker. En gij zugt zeer sterk. - Niet te spreken, en veel te zugten, mij dunkt, gij zijt gansch niet wel, mijn waarde Isabelle? Is. Waarom heeft mijn vader mij toch naar een zo grote stad gebragt, mijn waarde Inès?



031000 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Sim. Nic. Henri Linguet) - De landman, regter. 1795 ca.




031010 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Rijklof Cornelis van Goens) - Laurette, of de onschuldige liefde. 1798




031020 - Rijklof Cornelis van Goens - Laurette ou l’amour innocent. 1798




031030 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Gardel) - Mirsa. 1798




031040 - [Rijklof Cornelis van Goens] (naar het Frans van Jacques Marie Boutet de Monvel) - De ridder Bayard. Iets meer dan ene vertaling. 1798




031050 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Onbekend) - Triomf der Fransche wapenen. 1798




031060 - Rijklof Cornelis van Goens - La triomfe des armes Françaises. 1798




031070 - [Rijklof Cornelis van Goens] (naar het Frans van Pierre Augustin Caron de Beaumarchais) - De twede Tartuffe, of de schuldige moeder. 1797
Mevrouw kan nu gerust wakker worden en my schellen, myn treurige arbeid is verricht. Het is nauwlyks negen uren en ik gevoel my reeds afgemat.... haar laatste bevel, naar bed gaande, heeft my den gehelen nacht slapeloos doen doorbrengen ,,Susanne! zeide zy, draag zorg dat morgen veel bloemen in huis gebracht worden,



031080 - Rijklof Cornelis van Goens (naar het Frans van Gardel) - De verstand-zoekster. 1798




031090 - Jan Goeree (naar het Frans van Paul Scarron) - Alcander, koning van Cyprus en Cilicië; of de gewaande zeeroover. 1707
Ja, gy beschreid een Vorst, wiens dapp’ren arm en degen,
Gantsch Cyprus hield in rust; en Asie allerwegen
Beroerde: maar zijn val, Clarice, heeft gemaakt,
Dat zyn geveste troon aan ’t wanken is geraakt,



031100 - Jan Goeree (naar het Frans van Paul Scarron) - Alcander, koning van Cyprus en Cilicië; of de gewaande zeeroover. 1741
Ja, gy beschreid een Vorst, wiens dapp’ren arm en degen
Gantsch Cyprus hield in rust, en Asië allerwegen
Beroerde: maar zyn val, Clarice, heeft gemaakt,
Dat zyn geveste troon aan ’t wanken is geraakt:



031105 - Jan Goeree (naar het Frans van Paul Scarron) - Alcander, koning van Cyprus en Cilicië; of de gewaande zeeroover. 1758




031110 - Jan Goeree - De Goudsblom-steeg. 1734a d
J. Wel dat ’s of ’t weezen wil, Majombe, ik zogt naar uw,
En ’k vinde u aan de deur? M. Naar my? dat doet me nuuw:
’k Heb thans geen vleys voor ’t mes, en kan u niet gerieven.
J. ’t Zal ook niet noodig zyn, ’k heb dat naar myn believen
Nu binnen myne deur, en onder ’t zelfde dak,
Ik mis Marie niet eens, en heb nu meêr gemak;



031120 - Jan Goeree - De Goudsblom-steeg. 1734b d
2016



031123 - Jan Goeree - Jan Kool en Jochem Jool. 1727
Ik heb in vroeger tydt, toen ik myn neus nu en dan in een boek stak, wel geleezen,
Dat ’er oudt tydts, my heugt het niet, vierderhande eeuwen plagten te weezen:
De eerste was de Gouwe, daar in droomde men niet als van weelde, en alles was even playzant:
De tweede was de Zilvre, maar wou men toen de knap hebben, dan moest de pleg al door ’t landt.



031125 - Jan Goeree - Jan Kool en Jochem Jool. 1734a d




031126 - Jan Goeree - Jan Kool en Jochem Jool. 1734b d




031128 - Jan Goeree - Jan Kool en Jochem Jool. 1758




031130 - Joannes Antonides van der Goes - Trazil, of overrompelt Sina. 1685
Zoo wort de heerschappy uw grootscheit op gedrongen!
En uw naemhaftigheit, bestorven op de tongen
Der dankbare gemeente in hof- en burgervreugt,
Ten Hemel opgevoert! uw aengebore deugt,



031140 - Joannes Antonides van der Goes - Trazil, of overrompelt Sina. 1705
Zoo wort de heerschappy uw grootscheit op gedrongen!
En uw naemhaftigheit, bestorven op de tongen
Der dankbare gemeente in hof- en burgervreugt,
Ten Hemel opgevoert! uw aengebore deugt,
Waer door gy d’ aerdboom stut met onvermoeide schouderen
Trotseert de heldefaem van uw doorluchtige ouderen,



031150 - Joannes Antonides van der Goes - Trazil, of overrompelt Sina. 1714
Zoo wort de heerschappy uw grootscheit op gedrongen,
En uw naemhaftigheit, bestorven op de tongen
Der dankbare gemeente in hof- en burgervreugt,
Ten Hemel opgevoert! uw aengebore deugt,
Waer door gy ’t aertrijk stut met onvermoeide schouderen,
Trotseert de heldefaem van uw doorluchtige ouderen,



031160 - Joannes Antonides van der Goes - Trazil, of overrompelt Sina. 1730




031170 - Joannes Antonides van der Goes - Trazil, of overrompelt Sina. 1735
Zoo wort de heerschappy uw grootscheit opgedrongen,
En uw manhaftigheit, bestorven op de tongen
Der dankbare gemeente in hof-en burgervreugt,
Ten Hemel opgevoert! uw aengebore deugt,



031180 - Joannes Antonides van der Goes - Trazil, of overrompelt Sina. 1748
Zoo wort de heerschappy uw grootscheit opgedrongen,
En uw manhaftigheit, bestorven op de tongen
Der dankbare gemeente in hof-en burgervreugt,
Ten hemel opgevoert! uw aengebore deugt,
Waer door gy ’t aertrijk stut met onvermoeide schouderen,
Trotseert de heldefaem van uw doorluchtige ouderen,



031190 - Joannes Antonides van der Goes (NVA) (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De gelyke tweelingen. 1670
Ho!



031200 - Joannes Antonides van der Goes (NVA) (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De gelyke twélingen. 1677
T. Ho, goeden dag, Dókter Polifémus. P. Ik was in gedachten,
Zyt gy ’t Tys Tafelbézem; waar na staat ge hier te wachten:
T. Na Kwieryn buur, die my hier al vry lang schilderen doet;
Daarom bén ik bly, Heer Dókter, dat jy me ontmoet;



031210 - [Joannes Antonides van der Goes (NVA)] (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De gelyke twélingen. 1682
T. Ho, goeden dag, Dókter Polifémus. P. Ik was in gedachten;
Zyt gy ’t Tys Tafelbézem; waar na staat ge hier te wachten?
T. Na Kwieryn buur, die my hier al vry lang schilderen doet;
Daarom bén ik bly, Heer Dókter, dat jy me ontmoet;
Want ik héb lang veurgehad men Heer wat raad te vraagen.



031220 - [Joannes Antonides van der Goes (NVA)] (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De gelyke twélingen. 1715
T. Ho, goeden dag, Dókter Polifémus.
P. Ik was in gedachten;
Zyt gy ’t Tys Tafelbézem; waar na staat ge hier te wachten?
T. Na Kwieryn buur, die my hier al vry lang schilderen doet;



031230 - Iz. Jan Alex. Gogel (naar het Duits van Gottlieb Stephan (Stephanie) de Jonge) - De apothecar en de doctor 1796
ô Hoe zoet is ’t, vry van kommer,
By een schoone maaneschyn,
Na de hitte, onder ’t lommer,
Wel vernoegd by een te zyn!



031240 - Iz. Jan Alex. Gogel (naar het Duits van Gottlieb Stephan (Stephanie) de Jonge) - De apothecar en de doctor. 1803
ô Hoe zoet is ’t, vry van kommer,
By een schoone maaneschyn,
Na de hitte, onder ’t lommer,
Wel vernoegd by een te zyn!



031250 - Job Gommersz - De bedrogen minnaars. 1565




031260 - Job Gommersz - Menich Mensche, Hoverdye en Gyerigheyt. 1565




031270 - Job Gommersz - Onser Lijever Vrouwen Hemelvaert. 1566




031280 - Cornelis van der Gon - Agelmond, eerste koning van Lombardije. 1702
’t Is wel, Licorax



031290 - Cornelis van der Gon - Faramont, eerste koningh der France. 1700




031300 - Cornelis van der Gon - Faramond, eerste koning der France. 1701




031310 - Cornelis van der Gon - Gustavus de Eerste, hersteller van Zweden, 1710 ca.




031320 - Cornelis van der Gon - Gustavus de Eerste, hersteller van Zweeden. 1727




031330 - Cornelis van der Gon - Het scheeps leven. 1714




031335 - Cornelis van der Gon - Het scheeps leven. 1720 ca.




031340 - Cornelis van der Gon - Het scheepsleven. 1714a d
E. Gedaan werk is goed rusten placht myn ouwe Besje te zeggen:
En dan gong z’er magre kikker billen hier of daar wat neêr te leggen.
G. Wel Evert, dat hebbenwe in korte dagen al knapjes afgeleit:
Daar is niemant op de Ree, van al de Schepen, die noch gedaan heit.



031350 - Cornelis van der Gon - Het scheepsleven. 1714b d




031360 - Cornelis van der Gon - Het scheepsleven. 1731




031370 - Cornelis van der Gon - Het scheepsleven. 1744




031380 - Cornelis van der Gon - Het scheepsleven. 1750 ca.




031390 - Pieter Gossey - De bekeeringe ende martelie van Catharina Koninginne van Georgie, onder den vreeden Cha-Abas Koning van Persien. 1782
Doorlugte Helden, ag! wat raed in deze tyden
Om nu Yveria van rampen te bevryden?
Men oort hoe dat den Turk tirannig moord en brand
In Teflis zelfs den Vorst en Koning van het land
Heeft hy gevangen en een vreede dood doen sterven;



031400 - Pieter Gossey - Leven en dood van den H. Wenceslaus, eersten koning van Bohêmen, benevens d’onmenschelyke vreedheid en rampzaligen uytgang van Drahomira de Luczko. 1790 ca.
O Edel Maegd Godin! Diana van Euphesen!
Zal ik noch langen tyd u toegeheyligt wezen,
En dragen het çieraed, den maegdelyken glans,
Tot pronksel van dees eeuw, in spyt van alle mans?



031410 - Pieter Gossey - De martel-dood van Catharina, koninginne van Georgia, onder den tyran Cha-Abas, koning van Persien. 1800 ca.
Doorlugte Helden, ach! wat raed in deze tyden,
Om nu Yveria voor rampen te bevryden?
Men hoord hoe dat den Turk tyrannig moord en brand
In Teflis, zelfs den Vorst en Koning van het Land
Heeft hy gevangen en een vreede dood doen sterven;



031420 - Pieter Gossey - De martelie van de HH. Berardus, Petrus, Otto, Accursius, Adjutus, eerste martelaers der orden van den H. Seraphinschen Vader Franciscus; zynde op den 16. Januarii 1220. voor het Catholyk geloove gedood door den vreeden Miramolinus, Koning van Marocco. 1783
1 S. Help! help! daer is verraed! 2 S. Gevloekte moordenaeren
Waer heén? 1 S. Slaet dood, ik merk, ’t zyn schelmen of barbaeren,
Die na het leven staen van ons of onzen Vorst:
Help d’aerd hier schilderen met ’t bloed uyt hunne borst.



031430 - Pieter Gossey - ’sWeirelds bedrog afgebeeld door Selenus, landsman: vermaekelyk bly-spel. 1800 ca.
Hoort Mieken, komt eens hier, ’t word tyd, ik moet u spreken,
Het is de Ouders pligt de fauten en gebreken
Van hunne kinderen zorgvuldig gaê te slaen,
En ook te straffen als zy iet hebben misdaen:



031440 - Goudanus - Baillju van Suydt-Hollandt, ofte ghetoomde vermetelheyt. 1630




031450 - Goudanus [= Cornelis Vlack?] - Commedy van Baillioot. Ghespeelt van seven Personaige, In de Gouts Bloeme met coraige Jeghens de Baillu Cloot. 1630 ca.




031460 - [Lodewijk de Graaf] (naar het Frans van Alain René Lesage) - De vermomde Krispyn. 1740
K. Ik vloog op uw gebod, Mejuffouw Marinette; waar in is ’t dat u myn dienst vermaakt?
M. Is ’t de waarheid, dat gy uit den dienst van Klitander zyt ontslaakt?
K. Gewis. Ik was daar toe genoodzaakt, om dat ik buiten staat was gekomen,
Hem langer te onderhouden. M. Onderhouden! wat verstaje met dat onderhouden? my dunkt jy staat te droomen!



031470 - Hendrik de Graef (naar het Frans van Philippe Quinault) - Agrippa, koning van Alba, of de valsche Tiberinus. 1669
L. Uw ongeval Mevrouw, heeft by het mjne niet.
Ik bid Albina, troost u zelven in ’t verdriet.
Laet my elendige een zee van tranen storten.
A. Gy kent de pijn niet die mijn vreuchde komt verkorten,



031480 - [Hendrik de Graef] - Alcinea, of stantvastige kuysheydt. 1671
A. Heer Broeder, deze reên ontroeren mijne geest.
K. Wel hoe Vorstin? Wat ’s dit? Waer zijn gy voor bevreest?
A. Voor het gevaer ick vrees het welck mijn ziel komt drucken.
K. Uw zegen star die rijst, verdooft ’s Rijx ongelucken,



031490 - [Hendrik de Graef] - Alcinea, of stantvastige kuysheydt. 1717
A. Heer Broeder, deze reên ontroeren myne geest.
K. Wel hoe Vorstin? Wat ’s dit? Waer zijn gy voor bevreest?
A. Voor ’t gevaer ick vrees, ’t welk myn ziel komt drukken.
K. Uw zeegen-star die ryst, verdooft ’s Ryks ongelukken;



031500 - Hendrik de Graef (naar het Frans van Philippe Quinault) - Aurora, en Stella, of zusterlijcke kroon-zucht. 1665
De morgenzon quam noyt in ’t morgen-Oost te dagen
Met heerelijcker glans, als toen mijn oogen zagen.
Uw wederkomst mijn Heer, in ’t Barcelonis Rijck.
Uw fiere moedigheyt neemt nimmermeer de wijck.



031510 - Hendrik de Graef (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Den dullen ammirael, of stryt om d’eer. 1670
Door ’t spoor des ongevals,



031520 - Hendrik de Graef (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Joanna, koningin van Napels, of den trotzen dwinger. 1664 ca.
A. Zoo heeft ’t zich alles in uw afzijn toegedragen.
M. Ik sta om ’t geen gy zeght in mijne ziel verslagen.
Hoe! is de Koningin vervallen tot dees staet?
A. Ia zoo het zoo niet waer, zoo zou ons quader quaet
Ontmoeten. Hymens toorts moet nu in Napels blaken,
Of Napels zal in vuur door Mavors toorts geraeken.



031530 - Hendrik de Graef (naar het Spaans van Félix Lope de Vega y Carpio) - Joanna, koningin van Napels, of den trotzen dwinger. 1669
A. Zoo heeft zich alles in uw afzijn toegedragen.
M. Ik sta om ’t geen gy zeght in mijne ziel verslagen.
Hoe! is de Koningin vervallen tot dees staet?
A. Ia zoo het zoo niet waer, zoo zou ons quader quaet
Ontmoeten. Hymens torts moet nu in Napels blaken,



031540 - Jean Baptiste Gramaye - Abraham et Maria. 1600 ca.




031550 - Jean Baptiste Gramaye - Ahasverus. 1600 ca.




031560 - Jean Baptiste Gramaye - Andromeda Belgica. 1600
Ut misera res est esse servum, liberum
Non esse, miserâ miserior,
Fuisse, sed non esse, sed miserrima
Nescire & esse liberum.



031570 - Jean Baptiste Gramaye - Arsenius et Theodosius. 1600 ca.




031580 - Jean Baptiste Gramaye - Baiazetes. 1600 ca.




031590 - Jean Baptiste Gramaye - Catherina Barbara. 1600 ca.




031600 - Jean Baptiste Gramaye - Constantinus. 1594




031610 - Jean Baptiste Gramaye - Elias. 1594




031620 - Jean Baptiste Gramaye - Ernestus. 1600 ca.




031630 - Jean Baptiste Gramaye - Gertrudis. 1600 ca.




031640 - Jean Baptiste Gramaye - Isaias. 1600 ca.




031650 - Jean Baptiste Gramaye - Iudicium extremum. 1600 ca.




031660 - Jean Baptiste Gramaye - Iustinianus. 1600 ca.




031670 - Jean Baptiste Gramaye - Lutosae lapsus et restauratio hominis. 1600 ca.




031680 - Jean Baptiste Gramaye - Magi tres 1600 ca.




031690 - Jean Baptiste Gramaye - Mauritius. 1600 ca.




031700 - Jean Baptiste Gramaye - Perseus. 1600 ca.




031710 - Jean Baptiste Gramaye - Pyramus et Thisbe. 1600 ca.




031720 - Jean Baptiste Gramaye - Rex Saturnalium. 1600 ca.




031730 - Jean Baptiste Gramaye - Salomon. 1600 ca.




031740 - Jean Baptiste Gramaye - Susanna. 1600 ca.




031750 - Jean Baptiste Gramaye - Virtus Humana. 1600 ca.




031760 - Matthijs Gramsbergen - Kluchtighe tragoedie of den hartoog van Pierlepon. 1650a v
S. Wat duikers Vent is dit, wie of hy zal beleezen?
B. Ben jy een Kommediant, en zie jy niet beter? ’t zal wis een Rederijker wezen
Van de Noortwijker Kamer. M. Goet. Neen, dat komt zoo niet wel.
S. Swijg nou als een pissebed, ’t schijnt dat hy pronunceeren zel.



031765 - Matthijs Gramsbergen - Kluchtighe tragoedie of den hartoog van Pierlepon. 1650b v
S. Wat duikers Vent is dit, wie of hy zal beleezen?
B. Ben jy een Kommediant, en zie jy niet beter? ’t zal wis een Rederijker wezen
Van de Noortwijker Kamer. M. Goet. Neen, dat komt zoo niet wel.
S. Swijg nou als een pissebed, ’t schijnt dat hy pronunceeren zel.



031770 - Matthijs Gramsbergen - Kluchtighe tragoedie of den hartoog van Pierlepon. 1657
S. Wat duikers Vent is dit, wie of hy zal belesen?
B. Ben jy een Kommediant, en sie jy niet beter? ’t sal wis een Rederijker wezen
Van de Noortwijker Kamer. M. Goet. Neen, dat komt soo niet wel.
S. Swijg nou als een pissebed, ’t schijnt dat hy pronunceeren zel.



031775 - Matthijs Gramsbergen - Kluchtighe tragoedie of den hartoog van Pierlepon. 1679
S. Wat duykers Vent is dit, wie of hy zal belesen?
B. Ben jy een Commediant, en sie jy niet beter? ’t sal wis een Rederijker wesen
Van de Noortwijker Kamer.
M. Goet. Neen, dat komt soo niet wel.
S. Swijg nouw as een pessebed, ’t schijnt dat hy pronunceeren zel.



031780 - Matthijs Gramsbergen - Kluchtighe tragoedie of den hartoog van Pierlepon. 1680 ca.
S. Wat duikers Vent is dit, wie of hy zal beleesen?
B. Ben jy een Kommediant, en zie jy niet beter? ’t sal wis een Rederijker wezen
Van de Noortwijker Kamer. M. Goet. Neen, dat komt soo niet wel.
S. Swijg nou als een pissebed, ’t schijnt dat hy pronunceeren zel.



031785 - Anoniem (naar Matthys Gramsbergen) - Piramus en Thisbe, of de bedrooge hartog van Pierlepon. 1700a v
Ik weet niet wat ik zeggen zal, zo slecht gaat het met ons tappen,
Men hoopte het zou net de vreê beteren, en het gaat ’er juist meê slappen:
Staat onze kraan noch langer recht voorzeker word onze Baard dol,
Want we plegen niet een dag te hebben, of wy hadden onze haard vol?



031790 - Anoniem (naar Matthys Gramsbergen) - Piramus en Thisbe, of de bedrooge hartog van Pierlepon. 1700b v
Ik weet niet wat ik zeggen zal, zo slecht gaat het met ons tappen,
Men hoopte het zou net de vreê beteren, en het gaat ’er juist meê slappen;
Staat onze kraan noch langer recht voorzeker word onze Baard dol,
Want we plegen niet een dag te hebben, of wy hadden onze haard vol?



031795 - Anoniem (naar Matthys Gramsbergen) - Piramus en Thisbe, of de bedrooge hartog van Pierlepon. 1752
Ik weet niet wat ik zeggen zal, zo slecht gaat het met ons tappen,
Men hoopte het zou met de vreê beteren, en het gaat ’er juist meê slappen:



031800 - Matthijs Gramsbergen - Klucht van de levendighe doodt, of bedroogen kassier. 1649
M. Nou bengel, hoorje niet? F. Wel jae ’k, mit bey mijn oogen,
En ik sie noch niet watje segt. M. Keer ’t aensicht na om hooge.
Ha! ’k heb de snof al wegh, een Swaentje mit een Vos,
Sie Baes, een Liewerick, en daer een Deense Os,



031810 - Hendrik Grantham - Mirtillo.




031820 - [Hendrik Grantham / Anth. Spatzier] - Krispyn, goeverneur, en struykrover. 1738 ca.




031830 - Joh. Hendr. Grave - De vrede 1801




031840 - Pieter Francies de Grave - De rampzaligen ondergang van Annaxartus, koning van Persien, veroorzaekt door het weygeren van zyne dochter Rozamonda, ten houwelyke te geven aen Apolidon, koning van Cypres, welken hy toezegt aen Terquillus, prins van Arabien, die in eenen slag verslagen word. Als mede de bekeering der genoemde Rozamonda, om te trouwen met Argamondus, christen koning van Syrien. 1780 ca.




031850 - Pieter Francies de Grave - De rampzaligen ondergang van AnnaxartIus, koning van Persien, veroorzaekt door het weygeren van zyne dochter Rozamonda, ten houwelyke te greven aen Apolidon, koning van Cypres, welken hy toezegt aen Terquillus, prins van Arabien, die in eenen slag verslagen word. Als mede de bekeering der genoemde Rozamonda, om te trouwen met Argamondus, christen koning van Syrien. 1800 ca.




031860 - Pieter Francies de Grave - Den rampzaligen ondergang van Annaxartus, koning van Persien, veroorzaekt door het weygeren van zyne dochter Rosamonda ten houwelyke te geven aen Apolidon, Koning van Cypres, welke hy toezegt aen Terquillus, prins van Arabien, die in eenen slag verslagen word; als-mede de bekeering der genoemde Rosamonda om te trouwen met Argamondus, christen koning van Syrien 1800 ca.




031870 - H. s’ Gravensande - Aanspraak en afscheid: ter gelegenheid der opening en sluiting van deszelfs schouwtooneel. 1786. 1786




031880 - Jan Greeven - Constantia, of armoede en braafheid. 1801




031890 - Gosenwijn Christiaan de Greuve (naar het Duits van De Dalberg) - Gustaaf Adolph, of de edelmoedige koning. 1778




031900 - Gosenwijn Christiaan de Greuve (naar het Duits van De Dalberg) - Gustaaf Adolph, of de edelmoedige koning. 1779
W. Ik lees gedurig over de kracht der Vriendschap,
en ik kan niet zeggen, dat myn hart ’er eenig belang in stelt!
___Deeze bezigheid vermoeit den geest,
zonder dien op te wekken!



031910 - Gosenwijn Christiaan de Greuve (naar het Duits van Onbekend) - De virtuosen, of het leevend testament. 1799




031920 - Gosenwijn Christiaan de Greuve (naar het Duits van J. Perinet) - De vreesachtige uit vooroordeel, wegens zyne geboorte op zondag. 1799




031930 - Gosenwijn Christiaan de Greuve (naar het Duits van J. Perinet) - De vreesachtige uit vooroordeel, wegens zyne geboorte op zondag. 1800




031940 - Claude de Grieck - De betooverden mensch. 1670




031950 - Claude de Grieck - Den boom des levens. 1670




031960 - Claude de Grieck (naar het Frans / Spaans van Anoniem / Pedro Calderón de la Barca) - Cenobia; met de doodt van kaizer Aureliaen. 1667
Toef koele schaduw’ toef, bleeck beeldt van mijn’ gedachten,
Bezielde dweepery, waerschijnelijck betrachten,
Zoo ghy een geest, oft schim van mijn inbeeldingen zijt,
Dat u den windt doch niet te niet doe, noch en slijt,
Vlucht niet zoo schichtig heen: maer wat zijn dit voor zaecken!



031970 - Claude de Grieck (naar het Frans van Paul Scarron) - Don Japhet van Armenien. 1657
M.A. ’t Besluyt is vreemt mijn Heer, dat gy hebt voorgenomen.
A.E. Indien gy mijn bemindt, ’t zal al ten besten komen.



031980 - Claude de Grieck (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou / Antonio Mira de Amescua) - Den Grooten Bellizarius. 1658
Hoe heeft u moedigheit al om gevrijt den noot,
En selver eenen schrick ghejaeght in Mavors schoot?
Wat doen de Parca selfs voor uwe krachten vreesen,
Is haer noyt missent Stael vergeefs in ’t Sandt geresen,
Om u te sien, soo is met een gemeenen loop,
Het ongeduldigh Volck te samen overhoop.



031990 - Claude de Grieck (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou / Antonio Mira de Amescua) - Den grooten Bellizarius. [...] Den laatsten druk, merkelijk veranderd, zo als het tegenwoordig word vertoond [...] 1697a v
2016



032000 - [Claude de Grieck] (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou / Antonio Mira de Amescua) - Den grooten Bellizarius. [...] Den laatsten druk, merkelijk veranderd, zo als het tegenwoordig word vertoond [...] 1697b v
Uw dapperheid alleen redde ons uit alle nood;
Gy baarde in ’s Vyands Heir de nederlaag en dood.
’t Heelal, verbaast van uw doorluchtige oorlogsdaaden,
Vreest voor uw arm, en roemd uw deugd en lauwerbladen.



032010 - Claude de Grieck (naar het Frans / Spaans van Jean Rotrou / Antonio Mira de Amescua) - Den grooten Bellizarius. 1724
Uw dapperheid alleen redde ons uit alle nood;
Gy baarde in ’s Vyands heir de nederlaag en dood.
’t Heelal, verbaast van uw doorluchtige oorlogsdaaden,
Vreest voor uw arm, en roemd uw deugd en lauwerbladen.
Om u te zien, zo is met een gemeenen loop,
Het ongeduldig volk te zamen overhoop.



032020 - Claude de Grieck (naar het Frans van Pierre Corneille) - Heraklius. 1650
Ten is niet als te waer, o Krispe, dat de Kroonen
(Hoe zy meer flikken, en aengehaemheyt thoonen)
In als te valscher zijn, en hy die door het lot
Naer eenen schepter staet, ontkent zijn swaerte, tot
Dat hy hem voert, wel meer als dusent zoetigheden
Hem schynen aengehecht, maer laes t’zijn bitterheden
Zoodanig opgepronkt, die hem te hebben meynt,
Gevoelt hoe dat zijn zoet in eenen stont verdwynt.



032030 - Claude de Grieck - Herders-list ontdeckt ende gestraft in Hylas. 1644
Ghelijck wanneer de zee op ’t kalsten is gheseten,
De dulligheydt des wints sich-selven derft vermeten,
Te stooren haer, ’t gemack te rooven van Matroos,
(Naer aert van het geluck,wiêns duer een kleyne poos,
Stets maer sijn heerschin’ heeft) soo vind’ ick my te wesen;



032040 - Claude de Grieck - Liefde zonder zien verwekt. 1653
Dorante Spaens Ridder, ontmoet voor Toledo, daer hy naer toe wilde, Florange ende Cleander, edel-lieden van de selve stadt, handt-ghemeen, om de liefde van sekere Juffrouw Olimpe, mede aldaer woonachtigh, hy meynende ’t ghevecht te scheyden; raekter effen tusschen met Cleander den doodt-steek aen Florange geeft,



032050 - Claude de Grieck (naar het Frans van François le Métel de Boisrobert) - Palene. 1650




032060 - Claude de Grieck (naar het Spaans van Juan Pérez de Montalván) - Samson, oft edel-moedighen Nazareen. 1660 ca.




032070 - Claude de Grieck (naar het Spaans van Pedro Calderón de la Barca) - Ulysses in ’t eylandt van Circe, oft, geen grooter toovery als liefde. 1668




032080 - Joan de Grieck - Den dolenden pelgrim. 1699 ca.
Den avondt (soo my dunckt) allengskens komt te naecken,
En noch sit ick verwert in vier verscheyde saecken.
Het Vleesch dat lacht my toe, den Hemel biedt my trouw,
Den Duyvel enckel list, de Wereldt nae berouw.



032090 - Joan de Grieck - Den dolenden pelgrim. 1700
Den avondt (soo my dunckt) allengskens komt te naecken,
En noch sit ick verwert in vier verscheyde saecken.
Het Vleesch dat lacht my toe, den Hemel biedt my trouw,
Den Duyvel enckel list, de Wereldt nae berouw.



032100 - Joan de Grieck - De ghedempte hoogh-moedt, ofte hoovaerdighe bedroghe maeght. 1700
Al langh ghenoch ghesocht; ’kheb maer myn tydt versleten,
En noch en vond’ ick niet, het gheen ick wensch te weten.
Men heeft my doen verstaen, dat nimmer mensch en sach,
En daer ick menigh-mael noch in my self om lach;



032110 - Joan de Grieck - Klucht van de ghedwonghe Griet. 1700
Nu merck ick, docht te laet, in dees myn droeve daghen,
Dat stercke beenen zyn, die welde konnen draghen:
Eylaes, wat brouwt de min niet al te spaey berouw:
Hoe wordt een Man vereydt, door’t vleyen van een Vrouw.



032120 - [Joan de Grieck] (naar het Nederlands van C.v. B.) - Belacchelyck kluchtspel van Lemmen met syn neus. 1695 ca.
L. Hoort Vrouw eer ick vertreck, heb ick noch wat te segghen:
Komt hier, en luystert toe, ick sal’t u gaen uyt-legghen.
H. Wel Lemmen goeden Man, spreckt uyt, en vry gebiedt;
In dien het my bevalt, ’ken sal het laeten niet.



032130 - Joan de Grieck (naar het Nederlands van C.v. B.) - Het belacchelyck kluchtspel van Lemmen met syn neus. 1700




032140 - Joan de Grieck (naar het Nederlands van C.v. B.) - Belaggelyk klucht-spel van Lemmen met syn neus. 1750 ca.




032150 - Joan de Grieck - Klucht-spel van Meester Coenraadt Bier-borst, heer van kannen en pinten. 1700
De poort-klock, soo my dunckt, was red’lyck langh verlaeten,
Als wy nogh op de banck al vast genaghelt saeten:
’k Heb noch een snelle biers soo lecker, locht, en mals,
Een langhe poos daer nae met eenen vollen hals
Ghegoten door de keel. Waerachtigh dat de wachten,
Die mé van ’t Broerschap zyn met geen goey staey en wachten
Naer ’t volck van Kockel-bergh, dat vrolyck langhst de baen,
En lustigh op-ghetont, te poorte-waerts komt aen;



032160 - Joan de Grieck - Den uyt-ghetapten koop-man, ofte mis-luckten dragonder. 1700
’t Is wel, ghelyck men zeyt, dat in veel onderwinden
Het meest peryckel is; ghelyck ick kan bevinden
In al myn handelingh: wat placht ick niet ghetier
Te hebben om myn hoofdt: wat maeck ’t ick al bestier;



032170 - [Joan de Grieck] - Voorspel, over het bekomen van de langh-ghewenschten Peys 1700
D. Wel Klaes, hoe dus bedroeft: wat is u wedervaren?
K. Een Exter op een boom, syn dat niet vremde Maeren?
D.Een Exter op een boom, dat is naturelyck.
K. Naturelycker is’t, dat ick, en myns ghelyck
Wensch, ende tracht nae Peys;



032180 - G. van der Groe - De Billard. 1731




032190 - Floris Groen - De gestrafte staatzugt. 1682
P. Vaer wel myn hert S. Vaer wel P. Ik daal ô! Waerde Vrouw
Op dat ik door myn val te hooger steigeren zou,



032200 - Floris Groen - Geyle stiefmoeder. 1697




032210 - Floris Groen - Griekze Camma. 1698




032220 - Floris Groen - Bly-spel van den huwlyken staat. 1685




032230 - Floris Groen - De mislukte ontrouw. 1682
Geen felle donderbui vermengt met blixemslagen
En kan zo aen de ziel de ziele zelf ontdragen,



032240 - [Floris Groen] - Monsieur La Grand en Madame Petiet. 1713
Z. Wat zal der langer nog gebeure,
’k Zeg dat ik nooyt voor goet sal keure,
’t Wanschape Huwelijk, K. Waarom niet,
Z. Hy Trouwe met Madam Petit,
Een klyne man voor een reusinne,
Wat mag dien bengel dog beginne.



032250 - Floris Groen - Bly eindend treur-spel van den verlooren soon. 1677




032260 - Floris Groen - Bly eindend treur-spel van den verlooren soon. 1700




032270 - Floris Groen - De vrouw bewaarder bedroogen. 1707




032280 - [Floris Groen / Adriaan Peys] - De standvastige minnares, met de dood van Taneredo, prins van Salerne. 1699
Alphonso ik seg laet af myn Kint haer eer te steelen!
Geen Geyle lust en kan in Hert of boesem speelen,
Daer de eer geplaetst is sy het steunsel van mijn staet,
Sou sig besoetelen met het alderslimste quaet,



032290 - Abraham Groenewoud - Geloofshervorming. 1719




032300 - Abraham Groenewoud - Verloore diämantring, of de verkwistende theedrinkster. 1719




032310 - Abraham Groenewoud - Violante en Valeran. 1711




032320 - Johannes Groethuyse - Catholicae religionis de fera idololatria triumphus vel Abenner 1740 ca.




032330 - Anoniem (Groeyen en bloeyen) - Herstelde eere aen het Alder-Heyligste Sacrament van Mirakel eerst ont-eert door de Joden, daer naer gevlucht voor de beldtstormers, af-gebeldt in den godtvruchtighen propheêt David koninck van Israël enz. 1735
Wat schroomelyck gewelt? Ick voel de aerde beven
En daev’ren, wat al vier, ten slinger uyt gedreven
Verdwelmt myn oogh? de Lucht staet reys op reys in brant
En weirlicht door de straelen des blixems.... hoe kant



032340 - Anoniem (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Christs Passion. 1640a o




032350 - Anoniem (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Christs Passion. 1640b d




032360 - Anoniem (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Christs Passion. 1640c o




032370 - Anoniem (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Christs Passion. 1687




032380 - Anoniem (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Christs Passion. 1698




032390 - Anoniem (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Sophompaneas. 1652




032400 - Hugo de Groot - Adamus exul. 1601
Saevi tonantis hostis, exul patriae
Coelestis, adsum, Tartari tristem specum
Fugiens, & atram Noctis aeternae plagam.
Odium bonorum sede me infaustâ extrahit
Diros scelestâ mente versantem dolos.



032410 - Hugo de Groot - Adamus exul. 1752




032420 - Hugo de Groot - Adamus exul. 1798




032430 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1608
O qui futurae sortis immense arbiter
Rerum potente fata moliris manu,
Supreme mundi genitor, & genitor meus,
Mundo prioris, omnia aequavi hactenus
Imperia factis: si quid ulterius iubes
Paratus asto: cuncta quae timeo feram:
Hac lege veni. Quem tamen finem gravi
Statuis labori? Nulla me vidit dies
Secura: crevit ipse dum fertur labos,
Maloque paruit semper in peius via.



032440 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1617




032450 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1627
O qui futurae sortis immense arbiter
Rerum potente fata moliris manu,
Supreme mundi genitor, & genitor meus,
Mundo prioris, omnia aequavi hactenus
Imperia factis: si quid ulterius iubes
Paratus asto: cuncta quae timeo feram:
Hac lege veni. Quem tamen finem gravi
Statuis labori? Nulla me vidit dies
Secura: crevit ipse dum fertur labos,
Maloque paruit semper in peius via.



032460 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1635a o




032470 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1635b o




032480 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1635c d




032490 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1639a d




032500 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1639b d




032510 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1645




032520 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1666




032530 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1670
O qui futurae sortis immense arbiter
Rerum potente fata moliris manu,
Supreme mundi genitor, & genitor meus.
Mundo prioris, omnia aequavi hactenus
Imperia factis: si quid ulterius jubes,
Paratus alio: cuncta quae timeo feram:
Hac lege veni. Quem tamen finem gravi
Statuis labori? Nulla me vidit dies
Secura: crevit ipse dum fertor labos,
Maloque patuit semper in pejus via.



032540 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1682




032550 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1682




032560 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1714




032570 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1715




032580 - Hugo de Groot - Christus patiens. 1740 ca.




032590 - Hugo de Groot (naar het Grieks van Euripides) - Phoenissae. 1630
O qui per alta spatia stelliferi aetheris
Sublime vectus, aureo curru sedens,
Equis citatis flammeum spargis iubar,
Sol alme, quam tunc fidus infelix tuum
Videre Thebae, profugus à Sidonio
Cùm Cadmus orbe tetigit hanc terram pede?
Qui prole ducta Veneris Harmoniâ domum
Polydoron inde genuit, ex quo Labdaeum
Fama est creatum, Labdaco autem Laïum.



032600 - Hugo de Groot (naar het Grieks van Euripides) - Phoenissae. 1631




032610 - Hugo de Groot (naar het Grieks van Euripides) - Phoenissae. 1703




032620 - Hugo de Groot (naar het Grieks van Euripides) - Phoenissae. 1755
O qui per alta spatia stelliferi aetheris
Sublime vectus, aureo curru sedens,
Equis citatis flammeum spargis iubar,
Sol alme, quam tunc fidus infelix tuum
Videre Thebae, profugus à Sidonio
Cùm Cadmus orbe tetigit hanc terram pede?
Qui prole ducta Veneris Harmoniâ domum
Polydoron inde genuit, ex quo Labdaeum
Fama est creatum, Labdaco autem Laïum.



032630 - Hugo de Groot (naar het Grieks van Euripides) - Phoenissae. 1768




032640 - Hugo de Groot (naar het Grieks van Euripides) - Phoenissae. 1802
O qui per alta spatia stelliferi aetheris
Sublime vectus, aureo curru sedens,
Equis citatis flammeum spargis iubar,
Sol alme, quam tunc fidus infelix tuum
Videre Thebae, profugus à Sidonio
Cùm Cadmus orbe tetigit hanc terram pede?
Qui prole ducta Veneris Harmoniâ domum
Polydoron inde genuit, ex quo Labdaeum
Fama est creatum, Labdaco autem Laïum.



032650 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1635a v
Rursum fugata nocte formosum caput
Sol promit orbi, qualis è thalamo novus
Surgit maritus veste purpurea nitens.
Dies recurrens lege praescriptae vicis
Dominum fatetur: & datum cerni jubar
Omni ebore & auro rectius monstrat Deum,
Intelligendae lucis habitantem plagam.



032660 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1635b d




032670 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1635c v
Rursum fugata nocte formosum caput
Sol promit Orbi, qualis è thalamo novus
Surgit maritus veste purpurea nitens.
Dies recurrens lege praescriptae vicis
Dominum fatetur:



032680 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1639a d




032690 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1639b d




032700 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1645
Rursum fugata nocte formosum caput
Sol promit orbi, qualis è thalamo novus
Surgit maritus veste purpurea* nitens.
Dies recurrens lege praescriptae vicis
Dominum fatetur: & datum cerni jubar
Omni ebore & auro rectius monstrat Deum,
Intelligendae lucis habitantem plagam.



032710 - Hugo de Groot - Sophompaneas. 1670
Rursum fugata nocte formosum caput
Sol promit orbi, qualis è thalamo novus
Surgit maritus veste purpurea* nitens.
Dies recurrens lege praescriptae vicis
Dominum fatetur: & datum cerni jubar
Omni ebore & auro rectius monstrat Deum,
Intelligendae lucis habitantem plagam.



032720 - Johann Klaj (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Leidender Christus. 1645




032730 - Pieter de Groot (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Sophompaneas. 1635
Terwijl de Son den nacht verdrijft en wederom
Sijn blinckend’ hooft ondekt, gelijck een bruydegom
Eerst wt sijn staet-bed rijst, verciert met purpre kleren:
De dagh nae d’oude beurt gewoon te wederkeren
Erkend sijn opperheer:



032740 - Triller (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Leidender Christus. 1723




032750 - Triller (naar het Latijn van Hugo de Groot) - Leidender Christus. 1748




032760 - Is. de Groot - De bedrooge speck-dieven. 1653




032770 - J. de Groot - Jacobus hertog van Montmouts. Gecomponeert binnen Gouda, by de Goud-Bloem, daer men schrijft, Uyt Jonsten Begrepen. 1678 ca.
Hoe swerft en sweeft den Mens hier op des werelds perken.
O God, hoe wonderlijk zijn uwer handen werken
Voor ’t oog uw’s schep’slen! gy set Vorsten op en af,
Of voerde op den troon, of druktse in het graf.



032780 - Jacobus de Groot - Dronke Beely, anders het bedorven huishouden. 1779
Hoe kan ’t my steeds zo tegenloopen?
Geen duivel is zelvs zo geplaagt,
Het Wyv is wis weêr vol gezoopen,
En dan word alles uitgevaagt;



032790 - Jacobus de Groot - Eugenia. 1723




032800 - Jacobus de Groot - Rolando gewaande Don Pedro, of den misleiden Jeronimo. 1779
Men zegt, daar is geen vreugde in een Huis,
Of voor de deur, daar staat reeds al een kruis.
Ja, ja, zoo is ’t. Ik heb het ondervonden,
En ik verneem het nog ter déézer stonden.



032810 - [Andreas Gryphius] (naar het Nederlands van Joost van den Vondel) - Die Sieben Brüder, oder die Gibeoniter. 1698




032820 - [S. Guldemont] (naar het Frans van Jean Galbert de Campistron) - Virginia. 1698
K. Het gansche Rome, door mijn stout bestaan verbaast,
Eischt reden van dit doen; ’t gemeene volk dat raast,
Genoopt door ’s minnaars woede, en ’s moeders treur-gebeden:
Laat ons Icilius, Plautie, en Rome ontleden,
Mijn heer, het regt dat ik hebbe om Virginia
Te schaken. Stel het tog niet langer uit, maat sta
gewillig toe..... A. Helaas! K. Wie kan u nog doen zugten?
Uit wat bekommering’ ontstaan deze ongenugten?



032830 - S. Guldemont (naar het Frans van Jean Galbert de Campistron) - Virginia. 1700
K. Het gansche Rome, door mijn stout bestaan verbaast,
Eischt reden van dit doen; ’t Gemeene is droef, en raast,
Genoopt door ’s Minnaars woede, en ’s Moeders treur-gebeden.
Laat ons Icilius, Plautie, en Rome ontleden,
Myn Heer, het regt dat ik hebbe om Virginia
Te schaken. Stel het tog niet langer uit, maat sta
gewillig toe..... A. Helaas! K. Wie kan u nog doen zugten?
Uit wat bekommering’ ontstaan deze ongenugten?



032840 - Gerret van Gulik - Acis en Galaté. 1766 ca.




032850 - Gerret van Gulik - Alcides. 1766 ca.




032860 - Gerret van Gulik (naar het Frans van Louis Carrogis Carmontelle) - Alménorade. 1780 ca.
S. Mijn waerde Hassan, kom en luister, zijt zo stom
Gelijk het spraekloos hout, voor ’t geen gij hoort: kort om,
Laet nimmer daer een woord van aen uw’ mond ontglippen.
H. Mijn Heer, ik ben, ’t is waer’ de omzichtigste der lippen
Van al de geen, die men vertrouwelingen heet,
Ik hoor en zeg geen woord; spreek op, ik sta gereed.



032870 - Gerret van Gulik - Alménorade. 1780 ca.
S. Mijn waerde Hassan, kom en luister, zijt zo stom
Gelijk het spraekloos hout, voor ’t geen gij hoort: kortom,
Laet nimmer daer een woord van aen uw’ mond ontglippen.
H. Mijn Heer, ik ben, ’t is waer’ de omzichtigste der lippen
Van al de geen, die men vertrouwelingen heet,
Ik hoor en zeg geen woord; spreek op, ik sta gereed.



032880 - Gerret van Gulik - Biblis. 1766 ca.




032890 - Gerret van Gulik - Coronis. 1766 ca.




032900 - Gerret van Gulik - De triomf der kunsten. 1766 ca.




032910 - Gerret van Gulik - Der poëzye en Phoebus gunstgroet. Voorspel ter gelegenheid van het openen van het tooneel, onder zekere liefhebbers der tooneelpoëzye; ten zinspr. voerende: Uit liefde tot de kunst. 1754
Phoebus Dochter, Poëzy!
Gy alleen kunt ons bekooren.
Phoebus Dochter, Poëzy!
Sta ons met uw hulpe by.
Door u leeft en bloeit de kunst,
Daer gy, in Apollo’s kooren
Hemelgalmen ons doet hooren;
Ach Godin! betoon ons gunst.
Ach, Ach........
Ach Godin! betoon ons gunst.



032920 - Gerret van Gulik - Endimion. 1766 ca.




032930 - Gerret van Gulik (naar het Frans van Joseph Gaspard Dubois-Fontanelle) - Ericia, of de Vestaelsche maegd. Met de voorreden van den Fransche uitgever, en nareden van den schryver. 1770
Bescherm-Godinne van het magtig Roomsche Ryk,
Doorluchte Maegd! geef ons van uwe gunst steeds blyk;
ô Vesta! laet dit vuur door uw onsterfb’ren asem,
Bezielt, nooit uitgaen, maer, dat eeuwiglyk zyn wasem,
Ten Hemel stygt, daer ’t gloeit, op uw geducht Altaer;



032940 - Gerret van Gulik - Hesione. 1766 ca.




032950 - Gerret van Gulik - Het feest der minnaars. 1766 ca.




032960 - Gerret van Gulik - Jephta. 1766 ca.




032970 - Gerret van Gulik - Medus, koning van Medien. 1766 ca.




032980 - Gerret van Gulik - Minnareijen van Momus. 1766 ca.




032990 - Gerret van Gulik - Minnareijen van Venus. 1766 ca.




033000 - Gerret van Gulik - Omphale. 1766 ca.




033010 - Gerret van Gulik - Pomone. 1766 ca.




033020 - [Gerret van Gulik] - Vreugde en dankbaerheid 1756
Kom, Liefde, wil uw vreugde toonen,
Nu lieve Lente ons weêr genaeckt.
Zing in het groen met Phoebus zoonen,
Wyl ’t lagchend Veld het oog vermaekt;
Gy hebt nu stof
Apollo’s lof
In ’t geurige gebloemt te kweelen;
Kom, zing voor ’t Negental wil haere ooren streelen.



033030 - Jan van Gysen - Agste en laatste Harlequin met de Rarekiek. 1711
Se dokke niet dat Harlekien



033040 - Jan van Gysen - Bekeerde zingende Harlequin, met de Rarikiek: van de Amsterdamse Kermis, naar Groot-Brittannien. 1714




033050 - Jan van Gysen - De betoverde geldkist. 1712
B. Katryn gy hebt dan nu myn meening wel verstaan:
Maar draagt voor al toch zorg wanneer ik uit zal gaan,
Dat Hendrik met myn kind toch niet en komt te spreeken,
Of ’k zou. K. Maar is myn trouw u niet genoeg gebleken
Myn Heer? dat gy my dat zo menigmaal belast,



033060 - Jan van Gysen - Bruilofts tafelspel tussen Apollo, Merkuur, Venus en Pallas. Ter bruiloft van Jac. van Oosterwyk, en Anna Bruyn. Ver-eenigt in Amsterdam den 13. Mey 1708. 1708




033070 - Jan van Gysen - De Vreeden op haar zeegen, en Mars in een rolwagen. 1714




033080 - Jan van Gysen - Derde Harlequin met de Rarekiek, vertoonende op een boertige wyse, de verrigting des Hertog van Tursis, op ’t eyland van Serdanje. 1711
Nu komse al ’er best weerom.



033090 - Jan van Gysen - Eerste Harlequin met de Rarekiek. 1711
S’Heb al lang in beraad kestaan,



033100 - Jan van Gysen - Bedroefde Harlequin, met een grbrooke Rarikiek: in Grootbrittanjen. 1715
ô! Sankt Antoon de Padua,
En Senoveva keef kena,



033110 - Jan van Gysen - Swervende Harlequin, zonder Rarikiek: in Grootbrittanjen. 1715




033120 - Jan van Gysen - Desperaate Harlequin, met de verborge Rarikiek: in Schotland. 1715




033130 - Jan van Gysen - Harlequin, met een nieuwe Rarikiek: in Londen. Vertoonende de dood van de Graaven Derwentwater en Kenmuure, nevens de vlugt van de Lord Nietisdaalen. 1716




033140 - Jan van Gysen - Harlequin, met de Raaikiek [= Rarikiek]: op de Amsterdamse Kermis. Verhaalende al zyn wedervaaren t’zeedert laatst. 1716




033150 - Jan van Gysen - Onverwagte Vierde Harlequin, met de Rarikiek: verhaalende op een Boertige wyze alles wat ’er is gepasseert inde maant augustus en september, 1716. wegens het verlaaten van de stad Corfu. 1716
’t Is ommers niet dan ydele wind



033160 - Jan van Gysen - Verkwikte Harlequin, met de herstelde Rarikiek: in Schotland. Verhaldende de Aankomst, verrigting, en vertrek van den pretendent aldaar. 1716




033170 - Jan van Gysen - Gewaapende Harlequin, met zyn Rarikiek: verhaalende op een boertige wys alles wat ’er is gepasseert in en om Belgrado. 1717 ca.




033180 - Jan van Gysen - Gewaapende Harlequin, rydende op een kameel; verzelschapt met zyn Turksche slaaf, naar de Amsterdamse kermis. 1717 ca.




033190 - Jan van Gysen - Wispeltuurige Harlequien, met zyn Rarikiek in Groot-Brittanjen. 1717 ca.




033200 - Jan van Gysen - Harlequin, met de Rarikiek: Van Barleduk naar de Amsterdamse kermis, vertoonde de toestand in Grootbrittannien. 1714
Se isse eyndlyk eens keluk,
Se kom soo rekt van Barleduk,
Se swiete soo ense kedraake,
Om nog van deese kermis daake



033210 - Jan van Gysen - Herstelde Harlequin, met de opgelapte Rarikiek, in Grootbritanjen. 1714




033220 - Jan van Gysen - t’Zaamenspraak tusschen de Hollandsche Maagd en de Vreede, over de tegenwoordige toestand van zaaken. 1713




033230 - Jan van Gysen - Het houwelyk van Jorden en Baafje, of de bedrogen konstverkoper. 1714a v
Wat staat my nu te doen om eerlyk te bestaan?
Want Werken kan ik niet, en d’Oorlog is gedaan,
Daar is te Werken, nog te Dienen, nog te Vaaren,
En ’t beed’len is t’hans ook niet veel meê op te gaaren;



033240 - Jan van Gysen - Het houwelyk van Jorden en Baafje. of de bedrogen konstverkoper. 1714b v




033250 - Jan van Gysen - Het houwelyk van Jorden en Baafje. of de bedrogen konstverkoper. 1714c v
Wat staat my nu te doen om eerlyk te bestaan?
Want Werken kan ik niet, en d’Oorlog is gedaan,
Daar is te Werken, nog te Dienen, nog te Vaaren,
En ’t beed’len is t’hans ook niet veel meê op te gaaren;



033260 - Jan van Gysen - Het houwelyk van Jorden en Baafje. of de bedrogen konstverkoper. 1715
Wat staat my nu te doen om eerlyk te bestaan?
Want Werken kan ik niet, en d’Oorlog is gedaan,
Daar is te Werken, nog te Dienen, nog te Vaaren,
En ’t beed’len is t’hans ook niet veel meê op te gaaren;



033270 - Jan van Gysen - De osse markt, of ’t vervolg van De varke markt. 1712a v




033280 - Jan van Gysen - De osse markt, of ’t vervolg van De varke markt. 1712b v
J. Myn alderliefste Vrouw, ’t is door onnozelheid
Geschied, gy had het op de Tafel neêr geleid,
Ik bidje raast zo niet, en wilt na reeden horen.
G. Zoo’n domme beest is nog nooit van geen Vrouw gebooren,



033290 - Jan van Gysen - De osse markt, of ’t vervolg van De varke markt. 1713
J. Myn alderliefste Vrouw, ’t is door onnozelheyd
Geschied, gy had het op de tafel neêrgeleyd,
Ik bidje raasd zo niet, en wilt na reden hooren.
G. Zoo’n domme beest is nog nooyt van geen Vrouw gebooren,



033300 - Jan van Gysen - De osse markt, of ’t vervolg van De varke markt. 1720
J. Myn alderliefste Vrouw, ’t is door onnozelheyd
Geschied, gy had het op de tafel neêrgeleyt,
Ik bidje raasd zo niet, en wilt na reeden horen.
G. Zoo’n domme beest is nog nooyt van geen Vrouw gebooren,



033310 - Jan van Gysen - Samen-spraak tusschen Mars en Venus, ter bruyloft van de Heer Pieter Sweedenryk en Me-juffrouw Alida Maria Arendsen. 1711




033320 - Jan van Gysen - Sesde Harlequin met de Rarekiek. 1711
Dat dokse wel, al wouse Kees



033330 - Jan van Gysen - Sevende Harlequin met de Rarekiek. 1711




033340 - Jan van Gysen - Tweede Harlequin met syn Rarekiek; Vader van Scharmoesje, en Kortezaantje. 1711
ô Sankt de Nys en Genoveef,



033350 - Jan van Gysen - De varke markt. 1712a o
N. Ia Grietje Buur, het hoofd loopt my geen geen kleyntje om,
’k Heb daar wat kruyd gehaald, want ik heb t’huis een kom
Met Worste Vlees, zo schoon, men zoud der raauw in byten.
G. My dunkt dat ik, van spyt, het Aardryk op zie splyten,



033360 - Jan van Gysen - De varke markt. 1712b o
N. Ja Grietje Buur, het hooft loopt my geen geen [sic] kleyntje om,
’k Heb daar wat Kruyd gehaald, want ik heb t’huis een kom
Met Worste Vlees, zo schoon, men zoud der raauw in byten.
G. My dunkt dat ik, van spyt, het Aardryk op zie splyten,



033370 - Jan van Gysen - De varke markt. 1713
N. Ja Grietje Buur, het hoofd loopt my geen geen kleyntje om,
’k Heb daar wat kruyd gehaald, want ik heb t’huis een kom
Met Worste Vlees, zo schoon, men zoud der raauw in byten.
G. My dunkt dat ik, van spyt, het Aardryk op zie splyten,



033380 - Jan van Gysen - Varke markt. 1716




033390 - Jan van Gysen - De varkemarkt. 1727
N. Ja Grietje Buur, het hoofd loopt my geen kleyntje om,
’k Heb daar wat kruyd gehaald, want ik heb t’huys een kom
Met Worste Vlees, zo schoon, met zoud der raauw in byten.
G. My dunkt dat ik, van spyt, het Aardryk op zie splyten,



033400 - Jan van Gysen - Varke markt. 1736




033410 - Jan van Gysen - Verleege Harlequin, met de Rarikiek in Schotland. 1714




033420 - Jan van Gysen - Verwonderde Harlequin, met een halve Rarikiek, in Grootbritanjen. 1715




033430 - Jan van Gysen - Vierde Harlequin, sonder Rarekiek. 1711
ô Skant! ô ramp! ô druk! ô wee!



033440 - Jan van Gysen - Vyfde Harlequin met de Rarekiek. 1711
Ha! ha! ô je! ô skaaldrement!



033450 - H. - Liefde en rampspoed, of het berouw der dwaaling. 1799




033460 - H.C.H. - Twee oude vrijers. 1699 ca.




033470 - H.D.G. - Gekuypte vryster. 1663




033480 - H.H. - De ontpachterde impostmeester, of de vernederende hoogmoed. 1699 ca.




033490 - H.P.T.B. - Don Jan Richardo, of het sterfhuis in vreugde. 1768




033500 - H.P.T.B. - De gevrijde zuster ontdekt. 1774




033510 - H.P.T.B. - Honi en Surdareg. 1766
Ho. O Kroon! die door uw glans en flikkerende gesteente.
My yslyk hebt misleid; de zorg knaagd van ’t gebeente
Myn Vleesch, myn Bloed, en.... Hoe komt gy zo spoedig aan?
Ha. Daar staat een Afgezant, ô Vorst, aan uwe Laan.



033520 - H.P.T.B. - List boven list. 1774




033530 - H.P.T.B. - De voorbaarige kraamvrouw, of de aangenomen kinderen. 1778




033540 - H.P.T.B. - De wanhoopende corporaal, of de zwetser door den drank verwonnen. 1787
C. Hei! holla! hei! hoe! is ’er iemand in! waar zijn...
H. Wat is ’er van uw dienst, mijn Heer! C. Geeft een Fles wyn!...
Van daag il ’k al de zorg, die hart en ziel bekruipen,
Door eenen frischen teug, eens lustig weg gaan zuipen!




033550 - H.W.P. (naar het Duits van Heinrich Gottlieb Schmieder) - De wrekers. 1801




033560 - Hadoux - Le dragon verd. 1772




033570 - Willem van Haecht - Antwerpen: den oorlof int ghemeyn in ’t Antwerps haechspel 1561. 1562




033580 - Willem van Haecht - Den willecom der Violieren op Thaech-Spel. 1562




033590 - Willem van Haecht - Den oerloff oft adieu van de Violieren van Antwerpen op dlantjuweel. 1562




033600 - Willem van Haecht - Antwerpens Violieren: Oordeel van Tmolus in Antwerpen 1561. 1562
Coemt nu alle ghy Nymphen en Naïadekens
Met groene bladekens// wilt u nu vercieren
Verlaet u rivieren
Coemt oock ghy amoreuse en spreect baladekens



033610 - Willem van Haecht - Antwerpens Violieren: proloog in Antwerpen 1561. 1562




033620 - Willem van Haecht - Antwerpens Violieren: wellecome in Antwerpen 1561. 1562
W. Is ’t nu niet recht den tijt’.
R. Ick sou meynen jaet.
P. Mer hier en dient gheen respijt.
W. Oft het wordt te laet:



033630 - Willem van Haecht - dWerck der apostelen. 1599 ca.




033640 - [Willem van Haecht] - Een dialogus van twee personagien, deen gheheeten, den Vertroosten in Leyden, dander, Den Danckbaren Gheest. Ghecomponeert opde wonderlijcke verlossinghe van Leyden. Noch met meer andere Refereynen, Baladen, op den tijt voorleden, ende den tijt present. 1578




033650 - Petrus Haekt - De kloeck-moedige martelie van de H. Maghet Barbara. 1730 ca.
Den lang gewenschten peys naer ’t Orlogs bitter lyden
Wilt in de Reden-const ons meer en meer verblyden.
Naer dat Prins Eugeen is van ons gebragt in ’t ligt
De Liefde ontsteekt ons soodanig tot gedigt



033660 - Emanuel van Haever - Berlik berlak, of den doctor tooveraer, bly-spel in dry bedryven. 1780 ca.
Is ’t dat’er imant is die zig wilt adresseren
Voor zes pond op de hand, die kan zig angageren



033670 - Hendrik van Halmael (naar het Spaans van Franc. de Leiva Ramírez de Avellano) - Als men t’niet verwagt, of de gewaande prins. 1713
Mevrouw laat af, van zo hartnekkiglyk te weenen,
Uw oogen, die voorheen twee heldre zonnen scheenen,




033680 - Hendrik van Halmael - De bedrieger erfgenaam bedroogen. 1714
T. Dit is het vertrek, daar den vroomen Reinier in is gesturven.
Heeft hy wat goede daagen gehad, hy heeft ook genoeg gezwurven.
Zyns gelyke, was van begaafdheid nooit bekend.
Heeft zyn begin slecht geweest, hy had een goed end.



033690 - Hendrik van Halmael - De bedrooge cessionant. 1711
R. Zoete Aletje, lekkre meid,
Hoe moet ik na jou verlangen!
Ik ben in jou aanloklykheid,
Veel meer als hier een Gevangen.
[...]
F. ’t Is, of jou de weerwolf by nagt en dag ryt, zo legje altyd te zingen.
Of denkje de vrolykheid uit deze tralien te wringen?



033700 - [Hendrik van Halmael] - Crispyn en Crispiaan, bedriegers, of de gestrafte beurs en kelderplagen. 1708
Die, als het nog tyd is, zyn welvaart versuymt,
Siet als een geslaage Veldheer hoe hy best veld ruymt.
Als ik het bedenk, ’t geluk had ik als in banden,
Maar het is verjaagt met een leger van tanden.



033710 - [Hendrik van Halmael] - Crispyn, bedrieger, of de gewaande baron. 1705
Ik ben bly, dat het begint te dagen,
Zulk ene nacht! zou de stoutste een schrik op ’t lyf jagen,
Het heeft gestormt en gewaayt al was het een Orkaan,
Ik docht zeeker, nou zal de waereld vergaan,




033720 - [Hendrik van Halmael] - Crispyn, boek- en kashouwer, bedrieger. 1706
’t Moet een gauwert zyn, die ’t elk van pas kan maaken,
Vrouw, moey jy je met jou, ik zal zorgen voor myn zaaken.
Die Crispyn, daar jy zoo veel van hout,
Word luy, en hoovaardig, dartel en stout.



033730 - Hendrik van Halmael - Crispyn, weezenplaag en bloedverzaaker. 1708
Wel hey ouwe vrind! beste maat,
Ontmoet ik jou hier onverwagt op de straat?




033740 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De edelmoedige vrinden. 1711
2016



033750 - [Hendrik van Halmael] - De fyne bedriegeryen ontdekt. 1713
Vrouw, geld winnen is konst, ’t zyn sob’re tyden,
Loopen en draaven wil niet veel bedyen,
’t Is in Amsterdam op ver zoo goed niet, als ’t plag,
Een paar schoenen kosten meer, als men wint op een dag:



033760 - [Hendrik van Halmael] - De fynman, jonker. 1709
D: Maar Moeder, of je al praat, wat zel ik by de Juffer doen?
M: Wat jy ’er doen zult, je zult ze vryen met fatzoen.
D: Met fatzoen, hoe verstaat zig dat? wat weet ik van vryen.
Ik zal gaan vryen, en ik kan nog pas brood snyen.




033770 - [Hendrik van Halmael] - De gestrafte Pasquyn. 1713
L: Volg me, zeg ik, ik wil van dat gerucht de waarheid weeten.
R: Mynheer, ik kan niet, ik ben te zwak, ik heb noch niet gegeeten.
L: Ik ook niet, wy zullen flus eeten op ons gemak.
R: Ik zeg noch, ik kan niet, ik ben te zwak.



033780 - Hendrik van Halmael - De gestrafte Pasquyn. 1724
L: Volg me, zeg ik, ik wil van dat gerucht de waarheid weeten.
R: Mynheer, ik kan niet, ik ben te zwak, ik heb noch niet gegeeten.
L: Ik ook niet, wy zullen flus eeten op ons gemak.
R: Ik zeg noch, ik kan niet, ik ben te zwak.



033790 - Hendrik van Halmael - De geveinsde Kwaaker. 1708
K. Wel Juffrouw! ’k weet niet, je plagt wyzer te weezen,
Gy laat jou van jou Vaâr voor een Kwaaker beleezen.
L. Maar als ’t myn Vader zoo begeert, wat zal ik doen?
Durf ik hem, die my lief heeft, tegen spreeken?



033800 - Hendrik van Halmael - De geveinsde Kwaaker. 1715
K. Wel Juffrouw! ’k weet niet, je plagt wyzer te wezen,
Gy laat jou van jou vaâr voor een Kwaaker beleezen!
My dunkt waarlyk, dat gy jou zot laat broên.
L. Maar als ’t myn vader zo begeert, wat zal ik doen?



033810 - Hendrik van Halmael - De gezwoore bedrieger, bedrogen. 1711
2016



033820 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De herstelde zoon. 1711
2016



033830 - [Hendrik van Halmael] - Hoop en vrees, of de roemrugtige overtogt van Willem de IIIde, prince van Orange. 1709
Myn heer, vertrouw u niet te veel op uw Zoldaaten,
Men mompelt in het heir van aars’len, van verlaaten,
Van overloopen by uw Vyand, die dit strand
Gewonnen heeft, en met zyn magten is geland.



033840 - Hendrik van Halmael - De koning van Luilekkerland. 1711
2016



033850 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De listige juffer betrapt. 1713
J. Myn zoon, vrees ik, dat Stads weelde niet kan verdraagen.
Dat in de Stad gaan woonen, hoe zal ik het my noch beklaagen!
Waarom bleef ik niet beeter een boer op het land?
T. Om een boer te blyven, Sinjeur, had je te veel verstand.



033860 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De onberaaden minnaar gelukkig door ’t geval. 1713
J. Ik heb de gantsche nacht op het bed leggen wentelen, en steenen
Dan vliegt my de Jicht in d’armen, dan door de beenen.
Dan plaagt my weêr een overdraagelyke pyn in ’t hoofd.
’t Is of al myn leeden geradbraakt zyn, en geklooft.



033870 - [Hendrik van Halmael] (naar het Latijn van P. Terentius Afer) - d’Ongelyke broeders. 1709
Ik geloof waarlyk dat den honger myn Moer is geweest,
Zy wroet my even in d’maag als een onversaat beest,
Van myn geboorten af, heb ik my nooyt zat gegeeten,
Al prop ik my tot de keel vol, zoo wil ik nog meer eeten,



033880 - [Hendrik van Halmael] - Overdaad en gierigheid. 1714
Mynheer, het goed geval begunstigt onverdacht,
Myn treeden, gist’ren kwam uw dienaar onverwacht,
Laat in den avond, na my zoeken. ’k Moet beklaagen,
Dat ik niet t’huis was, om myn dienst u op te draagen,





033890 - Hendrik van Halmael - De panlikker. 1704
A. Elendig is hy, die nog dienen moet in zijn oude dagen,
Van een kind af heb ik de Levery-rok gedragen,
’K ben, en ik blijf kaal, of ik Trouw dien of niet,
Ik krijg waarlijk, in di droevig Lakayen verdriet.



033900 - Hendrik van Halmael - De panlikker. 1716
A. Elendig is hy, die noch dienen moet in zyn oude daagen.
Van een kind af heb ik de lievreyrok gedraagen.
’k Ben, en ik blyf kaal, of ik trouw dien, of niet.
Ik kryg waarlyk in dit droevig lakaijen verdriet.



033910 - Hendrik van Halmael - De prins van Platte Marry, of de schijnheilige bedrieger. 1713
Wat zal het nu worden met onze Prins, en zyn kanalje? ’t is nu al, schaf op, en zuip.
Ondertusschen raakt den drank uit de kelder, en het vlees uit de kuip.
De Slaager, Bakker, en Brouwer, wil niet meer borgen,
En de kas heeft geen meer voorraad, als tot morgen.



033920 - Hendrik van Halmael - De prins van Platte Marry, of de schijnheilige bedrieger. 1724




033930 - Hendrik van Halmael - De schijnheylig, of de vermomde bedrieger. 1708
G. Dat is gereedenm trots de Droes en zyn Moer,
Het tuig voor de Smit, en het paard voor het voer;
De Zaad’laar staat ook nog te betaalen.
Waar of wy weer nu op nieuw zullen dwaalen?



033940 - Hendrik van Halmael - ’t Schynheylig weeuwtje. 1711
C. Angniet! pas op de deur, ik gaa na de Kerk.
Gaa stil naa agtren, en doe jou werk.
Sluit de deur wel, dat op alles agt wert genoomen.
A. Ja Vrou, ga jy maar, wilt in ’t minst niet schroomen.
Ik versta m’ op de deur, hoe men die bewaart.
C. Goeden avond: zie dan, dat j’ alles terwyl opklaart.
A. Ik zal. ’k zie ook volk.



033950 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De verboode vleesverkooper bedroogen. 1709
B. Jy Dogter, maak kannen en glaasen schoon, en veeg onze kaamer.
Nooit was my een geboortedag als heeden, aangenaamer.
Ik verwagt veel Vrinden, die my hebben verjaart,
Daarom wil ik haar onthaalen op een schootel eeten, en een frisse taart.



033960 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De verboode vleeschverkoper bedroogen. Gevolgt uit Phseudolus naar Plautus. 1712




033970 - Hendrik van Halmael (naar het Latijn van Titus Maccius Plautus) - De verliefde gryzaard betrapt. 1709
K. Wat schortje Lobbes, moet gy ny altyd verzellen?
Of vreest gy dat ik zonder u myn zaaken niet kan bestellen?
Gy loopt my achter de poort a; was’er een Goutmyn in,
Ik kan u niet kwyt raaken, wat ik ook verzin.



033980 - Hendrik van Halmael - Verstand en deugd. 1711
2016



033990 - Hendrik van Halmael - Vervolg van de eerste en tweede geveinsde Kwaker. 1711
2016



034000 - Hendrik van Halmael - Vervolg van De geveinsde Kwaaker. 1709
D. Ommers zyn ’er boose, die de goede benyen.
Ik denk van den aap zoo dom niet te schyen,
’t Is my deugdelyk gemaakt van myn geneege vrindin,
’k heb haar ook getroost met een beeter gewin.



034010 - Hendrik van Halmael - Waarheid en loogen. 1700
W. Terwyl om hoog ’t heel Al besit een volle rust,
Ben ik om ’t mensdom eens te zien om laag belust.
Hier zynder, die, verdrukt door snood Bedrog en Loogen,
Verlangen dat zy myn gezicht beschouwen moogen:



034020 - Hendrik van Halmael - Waarheid en loogen. 1715




034030 - [Hendrik van Halmael] - Wysheid en zotheid. 1699
O Aangenaam Gezicht! van Velden en Valeyen,
Daar ’t oog zich overal zoo lustig kan verspreyen.



034040 - Hendrik van Halmael - De zedemeester en kantoorknegt, bedriegers. 1698a v




034050 - Hendrik van Halmael - De zedemeester en kantoorknegt, bedriegers. 1698b v




034060 - [Hendrik van Halmael] - De zedemeester en kantoorknegt, bedriegers. 1707
L. Seldrement, na huys: onze Jonker heeft my daar opgehouwen.
De gansche nacht in de kroeg! zo mag ik haast de waardin trouwen.
’T is een hupse karonje: de tyd viel me daar byster kort:
Zo onze Griet om dit bruyen niet knorrig word.



034070 - G. van Halmale - Algemene vreugde ter altydt aangenaame gedachte van het verjaaren der Alderdoorluchtigste Majesteit William. 1698




034080 - George Johannes Hammius (naar het Duits van Friedrich Julius Wilhelm Ziegler) - Eulalia Meinau, of de gevolgen eener hereenigde echtverbindtenis. 1792
Agt volle jaren boette ik, door waar berouw, een vergryp, het welk my myne eer, myne rust, ja, myn geheel geluk benam:



034090 - George Johannes Hammius (naar het Duits van Friedrich Julius Wilhelm Ziegler) - Eulalia Meinau, of de gevolgen eener hereenigde echtverbindtenis. 1798
Agt volle jaren boette ik, door waar berouw, een vergryp, het welk my myne eer, myne rust, ja, myn geheel geluk benam:



034100 - George Johannes Hammius (naar het Duits van August Wilhelm Iffland) - De huwlyksgift. 1797




034110 - [Pieter Willem van Haps] - Het huwelyk door list. 1694
A. Waar ben je, Robbert? kom. hoe drommel zwiert de gek!
R. Ik kan niet zien. O my! A. Daar bruid hy in den drek
Met myn Japonsche rok. O Schelm! gy hebt gedronken.
R. Een halfje maar, myn Heer. A. Wie heeft je dat geschonken
Zo vroeg? ’t is kwalyk dag.



034120 - [Pieter Willem van Haps] - De mansmoêr. 1699
Ja, Moffinnetje, of Mette, als ik jou myn meening zel zeggen,
Jy zelt jou Lichchaam aan dit huis geheel te kost moeten leggen;
En hebje lust? zo bekykt het vry van bovenen tot beneên,
En alle dagen moet jy ’et, getroost, nat fylen alleen:
Want hoor, Schaap, men heeft hier blauwe en witte Italiaanze vloeren.
Get, Mette! hoe snel zel jy jou dikke hammen moeten roeren!
Want weet, ik ben de tweede meid, ik pas op ’t kind en ik naai,
Ook maak ik fontanjens, en ’t beurd zomtyds wel dat ik braai.
Maar jy zelt hier ander werk vinden, dat wil ik jou zweeren!



034130 - [Pieter Willem van Haps] - De mansmoêr. 1714




034140 - Pieter Willem van Haps - De mansmoêr. 1762
Ja, Moffinnetje, of Mette, als ik jou myn meening zel zeggen,
Jy zelt jou Lichchaam aan dit huis geheel te kost moeten leggen;
En hebje lust, zo bekykt het vry van bovenen tot beneên,
En alle dagen moet jy ’et, getroost, nat fylen alleen:
Want hoor, Schaap, men heeft hier blaauwe en witte Italiaanze vloeren.
Get, Mette, hoe snel zel jy jou dikke hammen moeten roeren!
Want weet, ik ben de tweede meid, ik pas op ’t kind en ik naai,
Ook maak ik fontanjens, en ’t beurd zomtyds wel dat ik braai.
Maar jy zelt hier ander werk vinden, dat wil ik jou zweeren!



034150 - [Pieter Willem van Haps] - Sophonisba. 1698
Sc. Emilius, myn Vriend, wat ongemeene zegen,
Tot roem en welstand voor het roomsche volk verkreegen!
E. Ze is u een eeuwige eer, en Rome ziet haar Staat
Gehandhaafd door uw arm, verheerlykt door uw raad:



034160 - Pieter Willem van Haps - Sophonisba. 1714
Sc. Emilius, myn Vriend, wat ongemeene zegen,
Tot roem en welstand voor het Roomsche volk verkreegen!
E. Ze is u een eeuwige eer, en Rome ziet haar Staat
Gehandhaafd door uw arm, verheerlykt door uw raad:



034170 - [Pieter Willem van Haps] - Sophonisba. 1733a v
S. Emilius, myn Vriend, wat ongemeene zegen,
Tot roem en welstand voor het Roomsche volk verkreegen.
E. Ze is u een eeuwige eer, en Rome ziet haar Staat
Gehandhaafd door uw arm, verheerlykt door uw raad:



034180 - [Pieter Willem van Haps] - Sophonisba. 1733b v
Sc. Emilius, myn Vriend, wat ongemeene zegen,
Tot roem en welstand voor het Roomsche volk verkreegen.
E. Ze is u een eeuwige eer, en Rome ziet haar Staat
Gehandhaafd door uw arm, verheerlykt door uw raad:



034190 - Pieter Willem van Haps - Verliefde Brechje. 1700




034200 - [Pieter Willem van Haps] - Verliefde Brechje. 1705
Zie zo, Reindert Luikesz, zo moetje mit jou malle bedryven vaaren;
Nou is ’et meisje verliefd, hoe zelle wy ’et nou klaaren?
Al watje begrypt en uitvoerd, je mient alles is goed,
En je beelje in dat yder dan noch wel zwygen moet;
En as ien ander iets doet dan weetje wel te spreeken,
Dan zel ’t jou aan gien verwyting of schimpen ontbreeken.



034210 - [Pieter Willem van Haps] - Verliefde Brechje. 1720a v
Zie zo, Reindert Luikesz, zo moetje mit jou malle bedryven vaaren;
Nou is ’et meisje verliefd, hoe zelle wy ’et nou klaaren?
Al watje begrypt en uitvoert, je mient alles is goed,
En je beelje in dat yder dan noch wel zwygen moet;
En as ien ander iets doet dan weetje wel te spreeken,
Dan zel ’t jou aan gien verwyting of schimpen ontbreeken.



034220 - [Pieter Willem van Haps] - Verliefde Brechje. 1720bv
Zie zo, Reindert Luikesz, zo moetje mit jou malle bedryven vaaren;
Nou is ’et meisje verliefd, hoe zelle wy ’et nou klaaren?
Al watje begrypt en uitvoert, je mient alles is goed,
En je beelje in dat yder dan noch wel zwygen moet;
En as ien ander iets doet dan weetje wel te spreeken,
Dan zel ’t jou aan gien verwyting of schimpen ontbreeken.



034230 - [Pieter Willem van Haps] - Verliefde Brechje. 1786
Zie zo, Reindert Luikesz, zo moetje mit jou malle bedryven vaaren;
Nou is ’et meisje verliefd, hoe zelle wy ’et nou klaaren?
Al watje begrypt en uitvoert, je mient alles is goed,
En je beelje in dat yder dan noch wel zwygen moet;
En as ien ander iets doet dan weetje wel te spreeken,
Dan zel ’t jou aan gien verwyting of schimpen ontbreeken.



034240 - Pieter Willem van Haps Sr. - Hollants vree-tonneel, of bly-eynt speel. 1648
2016



034250 - Anoniem (naar Onno Zwier van Haren) (naar het Nederlands van Onno Zwier van Haren) - Agon, sultan de Bantam. 1770




034260 - Anoniem (naar Onno Zwier van Haren) (naar het Nederlands van Onno Zwier van Haren) - Agon rex Banthami. 1799 ca.




034270 - Onno Zwier van Haren - Agon, sulthan van Bantam. 1769
Ik ga dan eindelyk een stille rust genieten,
Myn dagen zullen nu in vreed’ en vryheid vlieten!
De zorgen die de Throon omringen van rondsom,
Welk’ ieder dageraad en dachlicht brengd weêrom,
Die zullen nu voortaan by my geen plaats meer vinden,
En niet meer myne geest aan moeit’ en arbeid binden!



034280 - Onno Zwier van Haren - Agon, sulthan van Bantam. 1770




034290 - Onno Zwier van Haren - Agon, sulthan van Bantam. 1773
Ik ga dan, eindelyk, een vrye tyd genieten;
Myn’ uuren zullen, thans, in rust en stilte vlieten!
De zorgen, die gestâag omcingelen den Throon,
En d’arbeid die bezwaard, in Vreede selv’, een Kroon,
Verdweenen voor myn oog, gaan anderen nu vinden,
En aan bekommering en moeylykheden binden;



034300 - Onno Zwier van Haren - Agon, sulthan van Bantam. 1775 ca.
Ik ga dan eindelyk een stille rust genieten,



034310 - Onno Zwier van Haren - Agon, sulthan van Bantam. 1779
Ik ga dan eindelyk,



034320 - Onno Zwier van Haren - Agon, sulthan van Bantam. 1786
Ik zal dan eindlijk eens een stille rust genieten;
Mijn dagen zullen nu in vrede en vrijheid vlieten!
De zorg en kommer, die geduriglijk rondom
Den Rijksthroon zweeft, en die elk daglicht brengt weêrom,
Zal nu in mijn gemoed voortaan geen plaats meer vinden,
En langer niet myn’ geest aan moeite en arbeid binden!



034330 - [Onno Zwier van Haren] (naar het Frans van Alain-René Lesage, Louis Fuzelier en D’Orneval) - Pietje, en Agnietje, en de doos van Pandora. 1779
Bekoorlyk beeld! gevolg van Jupiter’s gebied,
Volmaakte schoonheid deeser aarde,
Beminlyk werk van onbetaalb’re waarde,
Helaas! gy hoord myn stem, nog myne wenschen niet!



034340 - Onno Zwier van Haren - Willem de eerste prins van Oranje. 1773
M. Graaf Lodewyk hier ook in ’t eynde van de nacht!
Gy binnen Delft, Mynheer, terwyl Verdugo’s macht
De Friesche Grensen dreigd, en dat de Spaansche Benden
Al-om zig na den Eems, of na de Lauwers wenden?
Maar neen! uw’ overkomst is ons een vaste borg,
Dat alles aan die zyd’, is buiten vrees en zorg!
L. Verdugo heeft, ’t is waar, versterkingen bekomen,
En ’t Spaansche heyr heeft ook den togt reeds aangenomen
En staat by Oldenzeel: maar ik kan nog niet zien
Dat deese wendingen met rechten ernst geschien.



034350 - Onno Zwier van Haren - Willem de Eerste, prins van Oranje. 1779
2016



034360 - Harmodius Friso (= Pieter Vreede) - De bloed-raad, of de gevloekte zaamensweering op ’t Loo. 1786a v
Zyt welkom, lieve Moord, myn steun en regtehand
Die Vryheid voor my boeid en legt aan eenen band.
’k Heb U ontbode om meê, wyl ik U kan betrouwen,
Den Bloed-Raad hier ter Steê, in veiligheid te houwen.
’k Gaf last dat den Soldaat, die op myn wenken vliegt,
Moet zorgen, dat ’er ons geen mensch wie ’t zy bedriegt.
Ik heb den ondergang van heel het Land beschooren,
Men woede is uit haar zelf en door haar zelf geboren.
Myn Grootheid die ik had en die my eigen scheen,
Zien ik zo onverwagt tot veeler smart vertreên.
Zy hebben dit gedaan, berokkend, afgesponnen,
Maar hebben myne Wraak bedagtelyk niet verzonnen.



034370 - Harmodius Friso (= Pieter Vreede) - De bloed-raad, of de gevloekte zaamensweering op ’t Loo. 1786b v




034380 - Harmodius Friso (= Pieter Vreede) - De twist der mogendheden, of de nydige keiser, in zyne onregtvaerdigheden tegengegaan. 1785




034390 - Elizabet Hartloop - Tobias. 1688




034400 - [Anthony Hartsen] (naar het Duits van F.G. Freiherr von Nesselrode zu Hugenboett) - De adelyke landman. 1779
Wat slaapt myn Vader gerust! De vaak heeft hem hier in de schaduw bekropen.
Ach! konde ik zyn’ arbeid daardoor verligten, ’k zou door een vuur voor hem loopen.
Wat doet hy niet voor my! ’k Zal zyn lessen altyd bewaaren in myn hart.
Wat verschilt hy met andere boeren! Hy kent gewis, en ligt tot zyn smart,
De waereld ter degen; ’k had anders door hem nooit zo veel daarvan vernoomen.



034410 - Anthony Hartsen (naar het Duits van F.G. Freiherr von Nesselrode zu Hugenboett) - De adelyke landman. 1786




034420 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mahomet. 1770a v
Ik de oogen neêrslaan voor zyn valsche wonderwerken!
Ik dus het loos bedrog diens Dweepers nog versterken!
Hem, dien ’k uit Mecca bande, in Mecca hulde biên!
Neen, Fanor! ’t Godendom verdelg’ me, als ge ooit zult zien
Dat deeze hand, nog vry en zuiver, ’t oproer streele,
Of dat ik in de list van die Verleider deele!



034430 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mahomet. 1770b v
Ik de oogen neêrslaan voor zyn valsche wonderwerken!
Ik dus het loos bedrog diens Dweepers nog versterken!
Hem, dien ’k uit Mecca bande, in Mecca hulde biên!
Neen, Fanor! ’t Godendom verdelg’ me, als ge ooit zult zien
Dat deeze hand, nog vry en zuiver, ’t oproer streele,
Of dat ik in de list van die Verleider deele!



034440 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mahomet. 1783
Ik de oogen neêrslaan voor zyn valsche wonderwerken!
Ik dus het loos bedrog diens Dweepers nog versterken!
Hem, dien ’k uit Mecca bande, in Mecca hulde biên!



034450 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Pierre Carlet de Chamblain de Marivaux) - De moeder, vertrouwde van haare dochter. 1762
Le. Hoe! Lysje! komt ge alléén? waar blyft Emilia?
Ly. Ze is by Mevrouw, Mynheer. Le. Zal zy hier komen? Ly. Ja.
’k Heb haar gewenkt dat ik voorüit zou wandlen;
En haastte my om eerst met u iets af te handlen,
Schoon zy ’t niet weet. Uw liefste en ik, Mynheer!
Wy kennen uw gelaat, maar ook van u niets meer,
Want wandlen gaande ontmoetten we u toevallig.



034460 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Pierre Carlet de Chamblain de Marivaux) - De moeder, vertrouwde van haare dochter. 1783
Le. Hoe! Lysje! komt ge alléén? waar blyft Emilia?
Ly. Ze is by Mevrouw, Mynheer. Le. Zal zy hier koomen?
Ly. ’k Heb haar gewenkt dat ik voorüit zou wandlen;
En haastte my om eerst met u iets af te handlen,
Schoon zy ’t niet weet. Uw liefste en ik, Mynheer!
Wy kennen uw gelaat, maar ook van u niets meer,
Want wandlen gaande ontmoetten we u toevallig.



034470 - Anthony Hartsen (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mahomet. 1790 ca.
Ik d’oogen neêrslaen voor zyn valsche wonderwerken!
Ik dus het loos bedrog diens Dweepers nog versterken!
Hem, dien ’k uit Mecca bande, in Mecca hulde biên!
Neen, Fanor! ’t Godendom verdelg’ me, als ge ooit zult zien
Dat deeze hand, nog vry en zuiver, ’t oproer streele,
Of dat ik in de list van die Verleider deele!



034480 - [Anthony Hartsen] (naar het Duits van Johann Christian Brandes) - De vrouw naar de waereld. 1777
M. Hendrik!.. hoort gy niet? Hendrik!
H. Mynheer! Mynheer!
M. De deur word opengedaan. Zie wie ’er is.
H. Ik zal, Mynheer.
M. Die onbarmhertige!..
Neen, dat is het rechte middel niet; dat is mis. Een verstandig man moet gedienstig, liefderyk, en zelfs toegeeflyk omtrent zwakheden weezen,



034490 - Anthony Hartsen (naar het Duits van Johann Christian Brandes) - De vrouw naar de waereld. 1784
M. Hendrik!.. hoort gy niet? Hendrik!
H. Mynheer! Mynheer!
M. De deur word opengedaan. Zie wie ’er is.
H. Ik zal, Mynheer.
M. Die onbarmhertige!..
Neen, dat is het rechte middel niet; dat is mis. Een verstandig man moet gedienstig, liefderyk, en zelfs toegeeflyk omtrent zwakheden weezen,



034500 - Anthony Hartsen (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De wedergevonden zoon. 1759
Myn lieve Buurman! laat ons lagchen; zucht zo niet;
Vergeet toch nevens my luchthartig uw verdriet,
Nadien myn Dochter, door myn’ raad tot min gedreeven,
Uw treurend huisgezin in vreugd zal doen herleeven.



034510 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De wedergevonden zoon. 1761
Myn lieve Buurman! laat ons lagchen; zucht zo niet;
Vergeet toch nevens my luchthartig uw verdriet,
Nadien myn Dochter, door myn’ raad tot min gedreeven,
Uw treurend huisgezin in vreugd zal doen herleeven.



034520 - [Anthony Hartsen] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De wedergevonden zoon. 1770
Myn lieve Buurman! laat ons lagchen; zucht zo niet;
Vergeet toch nevens my luchthartig uw verdriet,
Nadien myn Dochter, door myn’ raad tot min gedreeven,
Uw treurend huisgezin in vreugd zal doen herleeven.



034530 - Anthony Hartsen (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - De wedergevonden zoon. 1780




034540 - [Rederijkers van Kortrijk (Kruisbroeders) (naar Anthony Hartsen)] (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Mahomet. 1783 ca.
Ik d’oogen neêrslaen voor zyn valsche wonderwerken!
Ik dus het loos bedrog diens dweepers nog versterken!
Hem, dien ’k uit Mecca bande, in Mecca hulde biên!
Neen, Fanor! ’t Godendom verdelg’ m’, als g’ooit zult zien
Dat deêze hand, nog vry en zuiver, ’t oproer streele,
Of dat ik in de list van die verleider deele!



034550 - Anthony Hartsen & Henri Jean Roullaud (naar het Duits van Heinrich Ferdinand Möller) - De graaf van Waltron. 1789
2016



034560 - Anthony Hartsen & Henri Jean Roullaud (naar het Duits van Heinrich Ferdinand Möller) - De graaf van Waltron. 1791




034570 - Anthony Hartsen of Lucas Pater (naar het Frans van Doucet [= Charles-Georges Coqueley de Chaussepierre]) - De heer Cassander, of de uitwerkingen van de liefde en het koperrood. [...] door den vertaaler verrijkt met eene narede achter het spel. 1778 ca.




034580 - Jan Jacob Hartsinck (naar het Frans van Louis Sébastien Mercier) - De deugdzaame armoede. 1776
Het is nog vroeg in den morgen... zeven uuren... mietje slaapt... ik ben niet vermoeid: het grootste geluk, dat my de Hemel gaf,



034590 - Jan Jacob Hartsinck (naar het Frans van Louis Sébastien Mercier) - De deugdzaame armoede. 1787




034600 - Jan Jacob Hartsinck - De edelmoedige rykdom. 1780




034610 - [Jan Jacob Hartsinck] (naar het Frans van Louis de Boissy) - De Hagenaar te Enkhuizen. 1758
Heer Baron, om u de waarheid te zeggen,
ik had de moeite wel kunnen sparen om my herwaarte te begeven,
En den Haag, dat sejour du beau monde,
dat middelpunt der politesse en van het leven,



034620 - Jan Jacob Hartsinck (naar het Frans van Louis de Boissy) - De Hagenaar te Enkhuizen. 1784




034630 - [Jan Jacob Hartsinck] (naar het Frans van Christophe Bartélemi Fagan) - De minderjarige. 1758a v
Valerius! ik zeg noch eens, bedenk u wel, op het geen gy my verzoekt te doen.
V. Oom! ik was zot, indien ik om al het goed der Waereld, uw fatsoen
In de waagschaal wilde zetten, en u aan een weigring bloot stellen, ik wil zweeren,
Dat myne zaaken met Julia op een voet staan, om niet te rug te kunnen keeren.



034640 - [Jan Jacob Hartsinck] (naar het Frans van Christophe Bartélemi Fagan) - De minderjarige. 1758b v
Valerius! ik zeg noch eens, bedenk u wel, op het geen gy my verzoekt te doen.
V. Oom! ik was zot, indien ik om al het goed der Waereld, uw fatsoen
In de waagschaal wilde zetten, en u aan een weigring bloot stellen, ik wil zweeren,
Dat myne zaaken met Julia op een voet staan, om niet te rug te kunnen keeren.



034650 - [Jan Jacob Hartsinck] (naar het Frans van Christophe Bartélemi Fagan) - De minderjarige. 1778




034660 - Joh.Will. van Hasselt (naar het Duits van J.C. Lavater) - Abraham en Izaac. Godsdienstig schouwspel. 1788




034670 - Maurits van Hattum - De orakel-vaas. 1740
Het is van daag nu al drie weeken,
Is het wel waard om van te spreeken?
Dat ik niet meer vong als een Aal;
Ik hoop de kans die zal eens keeren;
Zo niet, ik zeg ’t is drommels kaal:
Dies laat ons hier,
Aan dees Rivier,
’t Hoch eens probeeren.



034680 - Maurits van Hattum - Het vermakelijk avont-uur. 1767




034690 - Maurits van Hattum en Louis Anseaume (naar het Frans van Alain René Lesage, en d’Orneval) - De verkeerde waereldt. Ten deelen gevolgt naar het Fransche. 1742




034700 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1736
Tieranverdelgers, door geen Koningen geboôn,
Dan door de Wetten, door uw Deugt, en Numaas Goôn,
Weet dat de Vyant ons in ’t eind’ begint te kennen.
Die Trotschen, die zich durfde aan meestertaal gewennen,



034710 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1752a v
Gy, Dwing’lantstoorders, die geen Koningen begeert,
Maar Numaas Goôn, uw Deugt, en onze Wetten eert,
Weet dat de Vyant ons in ’t eind’ begint te kennen.
Die Trotschen, die zich durfde aan meestertaal gewennen,
Porsenna, ’t steunsel van Tarquyns geweld’nary,



034720 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1752b v
Gy, Dwing’lantstoorders, die geen Koningen begeert,
Maar Numaas Goôn, uw Deugt, en onze Wetten eert,
Weet dat de Vyant ons in ’t eind’ begint te kennen.
Die Trotschen, die zich durfde aan meestertaal gewennen,
Porsenna, ’t steunsel van Tarquyns geweld’nary,



034730 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1753
Gy, Dwing’lantstoorders, die geen Koningen begeert,
Maar Numaas Goôn, uw Deugt, en onze Wetten eert,
Weet dat de Vyant ons in ’t eind’ begint te kennen.
Die Trotschen, die zich durfde aan meestertaal gewennen,
Porsenna, ’t steunsel van Tarquyns geweld’nary,



034740 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Voltaire (ps. van François-Marie Arouet)) - Brutus. 1785




034750 - Jan Haverkamp (naar het Frans van P. d’Assezan [= Claude Boyer]) - Clotilde. 1732
C. Staak uw gevlei. L. Men kan het niet genoeg betuigen,
Wat hart moet in dit hof voor uw gebiet niet buigen?
Uwe overwinningen vermeeren dag op dag;
Alreets in ééne maant, dat u dit Hof maar zag,



034760 - [Jan Haverkamp] (naar het Frans van Nicolas de Péchantrès) - De dood van Nero. 1709
’t Is Otho. Hoe! myn Heer, zyt gy het? welke zorgen
Doen u vol onrust, en verbaasdheid, in den morgen
In Cesars hofpaleis verschynen, daar gy ziet
Dat elk de zoetheid van de nachtrust noch geniet?



034770 - [Jan Haverkamp] (naar het Frans van Nicolas de Péchantrès) - De dood van Nero. 1720a v
’t Is Otho. Hoe! myn Heer, zyt gy het? welke zorgen
Doen u vol onrust, en verbaasdheid, in den morgen
In Cesars hofpaleis verschynen, daar gy ziet
Dat elk de zoetheid van de nachtrust noch geniet?



034780 - [Jan Haverkamp] (naar Nicolas de Péchantrès) - De dood van Nero. 1720b v
’t Is Otho. Hoe! myn Heer, zyt gy het? welke zorgen
Doen u vol onrust, en verbaasdheid, in den morgen
In Cesars hofpaleis verschynen, daar gy ziet
Dat elk de zoetheid van de nachtrust noch geniet?



034790 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Henri Richer) - Sabinus en Eponina. 1738
Vrees niet dat uw gezigt de Roomsche Krygsliên tergt,
Nu dit Romeinsch gewaadt u voor hun oog verbergt.
Gy zult hier Primus zien; ontdek hem uw gedachten.
Maar waagt gy niets, myn Heer, als gy hem durft verwachten.



034800 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Henri Richer) - Sabinus en Eponina. 1741a v
Vrees niet dat uw gezigt de Roomsche Krygsliên tergt,
Nu dit Romeinsch gewaadt u voor hun oog verbergt.
Gy zult hier Primus zien; ontdek hem uw gedachten.
Maar waagt gy niets, myn Heer, als gy hem durft verwachten.



034810 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Henri Richer) - Sabinus en Eponina. 1741b v




034820 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Henri Richer) - Sabinus en Eponina. 1741c v
Vrees niet dat uw gezigt de Roomsche Krygsliên tergt,
Nu dit Romeinsch gewaadt u voor hun oog verbergt.
Gy zult hier Primus zien; ontdek hem uw gedachten.
Maar waagt gy niets, myn Heer, als gy hem durft verwachten.



034830 - Jan Haverkamp (naar het Frans van Henri Richer) - Sabinus en Eponina. 1741d v
Vrees niet dat uw gezigt de Roomsche Krygsliên tergt,
Nu dit Romeinsch gewaadt u voor hun oog verbergt.
Gy zult hier Primus zien; ontdek hem uw gedachten.
Maar waagt gy niets, myn Heer, als gy hem durft verwachten.



034840 - [Jan Haverkamp] (naar het Frans van Pierre Corneille) - Sertorius. 1722
Aufidius, hoe komt die onrust in myn zinnen,
Waar door myn hart niet meêr zyn driften kan verwinnen?
De schrik, die tegen dank het snoot verraat my geeft,
Maakt dat myn reden zelf all’ myne hoop weêrstreeft;



034850 - [Jan Haverkamp / Katharina Lescailje] (naar het Frans van Nicolas de Péchantrès) - Geta, of de broedermoord van Antoninus. 1713
Al. Heeft deze dag, myn Heer, twee Keizeren van Romen,
U, en uw Broeder, tot een ryksverdrag doen komen,
Verdeelende onder u des waerelds heerschappy?
An. ’k Weet dat Severus dit begeerde; maar meent gy,



034860 - [Jan Haverkamp / Katharina Lescailje] (naar het Frans van Nicolas de Péchantrès) - Geta, of de broedermoort van Antoninus. 1735a v
Al. Zien we op deez’ dag, myn Heer, twee Keizeren van Romen,
U, en uw Broeder, tot een ryksverdrag gekomen,
Waardoor de heerschappy der Waerelt wordt verdeeld?
An. ’k Weet dat Severus zulks begeerde; maar verbeeldt



034870 - [Jan Haverkamp / Katharina Lescailje] (naar het Frans van Nicolas de Péchantrès) - Geta, of de broedermoort van Antoninus. 1735b v




034880 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - De aanslag op Antwerpen. 1780
Anjous onrustige aart sterkt my in myn vermoeden.
Hy, die zyn krygsvolk naar deez’ legerwal doet spoeden,
Smeed heimlyk een ontwerp tot nadeel van den Staat.
Schoon onbewust van welk een list hy zwanger gaat
Ducht elk een legerhoofd, volleerd in hoofsche streeken.



034890 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Aleid van Poelgeest. 1778




034900 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Aleid van Poelgeest. 1785




034910 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Claudius Civilis. 1779
2016



034920 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Claudius Civilis. 1795




034930 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Claudius Civilis. 1800 ca.




034940 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Elizabeth Woodeville, weduwe van Eduard den Vierden, koning van Engeland. 1784




034950 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Elizabeth Woodeville, weduwe van Eduard den Vierden, koning van Engeland. 1789




034960 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - De overwinning van Willem den Eersten, prins van Orange, of de aanslag op Antwerpen 1799 ca.




034970 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Robbert de Vries. 1777a v
ô Ja. myn hartvrindin, beklaag myn ongelukken,
En zyt getuige van de rampen die my drukken.
Vergeefs heeft uwe raad van my meer moeds begeerd:
Myn hart word eindeloos door droefheid overheerd.



034980 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Robbert de Vries. 1777b v




034990 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Robbert de Vries. 1778a o
ô Ja. myn hartvrindin, beklaag myn ongelukken,
En zyt getuige van de rampen die my drukken.
Vergeefs heeft uwe raad van my meer moeds begeerd:
Myn hart word eindeloos door droefheid overheerd.



035000 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - Robbert de Vries. 1778b o




035010 - Willem Haverkorn de Jonge Wzn. - De zegepraal der Onschuld. 1793




035020 - Jacobus Havius - Zariadres en Odatis, ofte geluckige droom-liefde, vertoonende de kracht der liefde en de vrye keur der selve. 1658 ca.
O Nacht! die door den slaep en u verhole krachten,
Die door een stille drift betovert ons gedachten,
Die onse ziel beroert, en onse wijsheyt steelt,
Die schijn van waerheyt toont, maer met de waerheyt speelt.



035030 - [Hazart] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - De quel-geesten. 1681
Wat ster, ô Hemel, is ’t, daar ’k onder ben geboren,
Dat my altijd, en waar ik wesen mag,
Quel-Geesten, die mijn siel vermoorden, sijn beschooren!
’k Ontmoet’er alle daag weer van een nieuwe slag:
Maar d’alderslimst’ is nog de vent van desen dag.



035040 - [Hazart] (naar het Frans van Jean Baptiste Poquelin Molière) - Quelgeesten. 1718 ca.
Wat ster, ô Hemel, is ’t, daar ’k onder ben geboren,
Dat my altijd, en waar ik wesen mag,
Quel-Geesten, die mijn siel vermoorden, sijn beschooren!
’k Ontmoet ’er alle daag weer van een nieuwe slag:
Maar d’alderslimst’ is nog de vent van desen dag.



035050 - Joh. Hazeu Corn.zn. - De zegepraal van Mr. J. Necker. 1789




035060 - Johannes Heckius / Van Heeck - Hecastus.




035070 - [Abraham Heems] - Absalon, of de gestrafte heerschzucht. 1721 ca.
D. Is ’t waar, Etheo, zeg, het geen gy my verhaalt?
Zou myn ontaarde zoon, van eer en plicht verdwaald,
Weêrom myn eernaam met de snoodste schand bevlekken,
En my als muiteling en vyand tegen trekken?



035080 - Abraham Heems - Antipater, of de dood van Alexander en Aristobulus. 1723
P. Gy hebt Antipater op nieuws iets ondernomen?
A. Ja, ’k zal wel eind’lyk eens dien hoek te boven komen,
Schoon ’t met uw bystand my nu tweemaal is mislukt.
Niets is ’er dat myn ziel vol staatzucht meerder drukt,



035090 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1641a d
Van al dees vryers, die met dagelijcx verkeeren,
U dochter soecken aen, en mijne gunst begeeren,
Betoonen van haer min wel t’aldermeeste blijck
Don Rodrig en Don Sanche, in dienst en plicht gelijck.



035100 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1641b d
Van al dees vryers, die met dagelijckx verkeeren
U dochter soecken aen, en mijne gunst begheeren,
Betoonen van haer min wel ’t aldermeeste blijck
Don Rodrig’ en Don Sanche’, in dienst en plicht ghelijck.



035110 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid. 1641c d
Van al de Vryers die met dagelijcx verkeeren
U dochter soecken aen, en mijne gunst begeeren,
Betoonen van haer min wel ’t aldermeeste blijck,
Don Rodrig’ en Don Sanche in dienst en plicht gelijck,



035120 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1650




035130 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1662a d
Van al dees Vryers, die met dagelijcks verkeeren,
U Dochter soeken aen, en mijne gunst begeeren,
Betoonen van haer Min wel ’t aldermeeste blijck
Don Rodrig en Don Sanche, in dienst en plicht gelijck.



035140 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1662b d
Van al dees Vryers, die met dagelijckx verkeeren
U Dochter soecken aen, en mijne gunst begeeren,
Betoonen van haer Min wel ’t aldermeeste blijck
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelijck.



035150 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1662c d




035160 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduitste Cid. 1669




035170 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduitste Cid. 1670




035180 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - Verduytste Cid. 1678




035190 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1683
Van al dees Vryers, die met dagelijcks verkeeren
U Dochter soeken aen, en mijne gunst begeeren,
Betoonen van haer min wel ’t aldermeeste blijck
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht ghelijck.



035200 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid. 1697a v
Van al deez’ Vryers, die met dagelyks verkeeren
Uw Dochter zoeken aan, en myne gunst begeeren,
Betoonen van haar min wel ’t aldermeeste blyk,
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelyk.



035210 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid. 1697b v
Van al deez’ Vryers, die met dagelyks verkeeren
Uw Dochter zoeken aan, en myne gunst begeeren,
Betoonen van haar min wel ’t aldermeeste blyk,
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelyk.



035220 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid. 1697c v
Van al deez’ Vryers, die met dagelyks verkeeren
Uw Dochter zoeken aan, en myne gunst begeeren,
Betoonen van haar min wel ’t aldermeeste blyk,
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelyk.



035230 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - Verduytste Cid. 1700




035240 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduitste Cid. 1700 ca.
Van al dees Vrijers, die met dagelijks verkeeren
U Dochter soeken aan, en myne gunst begeeren,
Betoonen van haar min wel ’t aldermeeste blijk
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelijk.



035250 - Johan van Heemskerk (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1710 ca.
Van al dees Vrijers, die met dagelijks verkeeren
U Dochter soeken aen, en mijne gunst begeeren,
Betoonen van haer min wel ’t aldermeeste blijk
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelijk.



035260 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Verduytste Cid. 1725
Van al dees Vryers, die met dagelycks verkeeren,
Uw Dochter zoeken aan, en myne gunst begeeren,
Betonen van haar Min wel ’t aldermeeste blijk
Don Rodrig en Don Sanche, in dienst en plicht gelyk.



035270 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid. 1732
Van al deez’ Vryers, die met dagelyks verkeeren, Uw Dochter zoeken aan, en myne gunst begeeren,



035280 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid. 1736
Van al deez’ Vryers, die met dagelyks verkeeren
Uw Dochter zoeken aan, en myne gunst begeeren,
Betoonen van haar min wel ’t aldermeeste blyk,
Don Rodrig’ en Don Sanche, in dienst en plicht gelyk.



035290 - [Johan van Heemskerk] (naar het Frans van Pierre Corneille) - De Cid, uit het Fransch van den Heer Corneille, zo als het zelve op den Amsteldamschen schouwburg word vertoond. 1760
G. Gy hebt het eind’lyk weg, en word door gunst verheven
Tot vord’ring van een staat, die my moest zyn gegeeven.
De Koning u ’t bestier gunt van de Prins zyn Zoon.
D. Dit blyk van eer, dat hy steld in myn huis ten toon,
Wyst uit dat hy bemind het recht, en weet te achten
De diensten die, weleer gedaan, hem nut toebragten.
G. Hoe groot een Koning is, hy is een mensch, als wy,
En valt met zyne keur wel aan de onrechte zy;
Ja deez’ verkiezing toond aan die te Hoof verkeeren,
Dat diensten, nu ter tyd gedaan, haar loon ontbeeren.
D. Laat ons niet spreeken meêr van’t geen niet diend tot vrê,
De gunst heeft hier gehad by loon van dienst haar steê:
’t Kan zyn dat in uw keur wierd meêr waardy gevonden,
Maar ’s Konings zinlykheid heeft zich aan my gebonden,



035300 - Willem Heemskerk - Hebreeusche heldinne. 1647
Zoo doende, zal de Zon der Assyriers ontduystren,
En ’s Vorsten herssen-schael met stralen-glants omluistren:
Zoo doende, stijgt sijn Throon tot d’hoogste Majesteyt,
Waer op hy, als een God, den opper-scepter zweit.



035310 - Jacob Heerman (naar het Frans van J. Mairet) - Chryseide en Arimants. 1639




035320 - J. van der Heiden - Cleander en Amaril, ofte gestadige liefde. 1681




035330 - David Elias Heidenreich (naar het Nederlands van Joost van den Vondel) - Die Rache zu Gibeon oder die sieben Brüder aus dem Hause Sauls. 1662




035340 - Daniel Heinsius - Auriacus sive libertas saucia. 1602
Rerum beate rector, & magni parens
NATVRA mundi: Vitaque, & Lex omnium
In se fluentes quae trahis rerum vices,
Iocoque inani ludis humanum genus,
Lateque fusi sancta maiestas poli.



035350 - Daniel Heinsius - Herodes infanticida. 1632
Hic Betlehemi tecta surgentis jacent,
Parvaeque turres; aula nascentis Dei
Et prima nutrix. hic Idumaeae soror,
Miraculorum mater & regum parens,
Iudaea tellus, claudit extremum latus.



035360 - Daniel Heinsius - Herodes infanticida. 1649




035370 - Anth. van der Hel - ’t Spel van Trooijen, gemaakt 1666.. 1666




035380 - Jan Frederik Helmers - Dinomaché, of de verlossing van Athene. 1798
Rys, heilig kroost der goôn! ryst, achtbre priesterscharen!
Gy zoekt niet vruchteloos een schuilplaats by de altaren.




035390 - Joannes Baptista Hendrix - De verdruckte godvrugtigheid, afgebeeld in ’t houwelijck, lyden en doodt van de H. Maget en Martelaeresse Godelieve. 1722
De schoonheyt, en den Lof, van u Dochter gepresen,
Heer Ridder, is zoo wydt door naem en faem geresen,
Dat men door heel het landt met groote wonderheydt,
Verhaelen hoort haer deugt en haer godtvruchtigheydt,
Ick souw (met u verlof) haer eens seer geiren spreken,



035400 - Joannes Baptista Hendrix - De verdrukte godvruchtigheyd, afgebeeld in ’t houwelyk, lyden en dood van de H. Maegd en Martelaeresse Godelieve. 1740 ca.
De schoonheyd, en den lof van u dochter geprezen,
Heer Ridder, is zoo wyd door naem en faem geresen,
Dat men door heel het landt met groote wonderheyd
Verhaelen hoort haer deugd en haer godvruchtigheyd:
Ick zou (met u verlof) haer eens zeer geirne spreken.



035410 - Joannes Baptista Hendrix - De verdruckte godtvruchtigheyd afgebeeld in het houwelijck, lyden en dood vande H. Maghet en Martelaresse Godelieve. 1760 ca.




035420 - Robert Hennebo (naar het Frans van Guillaume Toussaint Domis) - De uytvaard van meester Andries. 1720
Na de Pomp, na de Pomp als gy lust hebt om te drinken.



035430 - Robert Hennebo - De uytvaard van meester Andries. 1767 ca.
2016



035440 - Christiaen Henricx - David ende Absalon. 1625
Het hert eens yegelicx in Isr’el volgt hem na:
Oy: laet ons vlieden: op gesellen: haest u dra;
Dat ons den Jongelinc verrasschend’ niet ontsiele,
En door de scherpt des sweerts de gansche Stadt verniele.



035450 - A. van Hensbroek - Het levendig gebraat. 1708




035460 - Elias Herckmans - Slach van Vlaenderen geschiedt tusschen den prince van Oranien ende den doorluchtighen eerts-hertogh Albertus. 1624
Helaes wat nare schrick my schrickelijck komt verschricken?
Doet deur anxtvallicheydt uyt vrees mijn siele sticken,
En smooren vant gheween in laeuwe tranen nat,
Waer mee dees wangen bleeck gestadich syn bespat



035470 - Elias Herckmans - Tyrus belegheringhe en ondergangk door de laeste veroveringhe van Alexander de Groote, coninck van Macedonien de Derde monarch der bewoonder werelt, anno salutis 1627. Idus februarij. Op het spreeckwoort: Hooghmoet komt voor den val. 1627




035480 - J.B. Hermans - Het leven van Constantinus ende van de H. Helena. 1700 ca.




035490 - Peter de Herpener - Een factie oft spel, openbaerlijc vanden Violieren binnen Antwerpen ghespeelt [...] 1609 ca.
Al dat ooren heeft wilt ghehoor gheven
En met vreuchden leven,, maect verblijdinghe
Luystert toe ic ben Fame van goede tijdinghe
U naect bevrijdinghe,, van Mars den tirant
Want,, nu Bestant,, is ghekomen hier int lant
Syn een hant,, heef hy daer door verloren
Al hadde hy hier elx doot ghesworen
Synen moet is verloren,, zijnde des zeer kranc.



035500 - Peter de Herpener - Een factie oft spel, voer den coninck Philippus onsen ghenadichsten lantsheere, met vele andere edele heeren, openbaerlijc vanden Violieren binnen Antwerpen ghespeelt. 1609 ca.




035510 - Will. Hessen - Beleegering van Haarlem. 1739




035520 - Will. Hessen - Orestes en Hermioné. 1725




035530 - W. van Heugelenburgh - Adriaan en Alida, ofte de herstelde min. 1689




035540 - W. van Heugelenburgh - Fleremont en Arbacis, ofte de spiegel der verdraegzaemheyt. 1658




035550 - W. van Heugelenburgh - Fleremont en Arbacis, ofte de spiegel der verdraegzaemheyt. 1679




035560 - [Christiaan van Heulen] (naar het Spaans van Luis Vélez de Guevara y Dueñas) - De gekroonde na haar dood. 1701a v
P. Myn Hoed. C. De Prins verschynt; ik nader hem. P. Myn degen.
C. Vervolg. P. Hoe vind myn hart om Agnes zich verlegen!
Beminlyk voorwerp van myn pyn en ongenucht,



035570 - [Christiaan van Heulen] (naar het Spaans van Luis Vélez de Guevara y Dueñas) - De gekroonde na haar dood. 1701b v




035580 - Christiaan van Heulen (naar het Spaans van Luis Vélez de Guevara y Dueñas) - De gekroonde na haar dood. 1733
P. Myn hoed. C. De Prins verschynt; ik nader hem. P. Myn degen.
C. Vervolg. P. Hoe vind myn hart om Agnes zich verlegen!
Beminlyk voorwerp van myn pyn en ongenucht,
Ik lyde, ik klaag om u, om u is ’t dat ik zucht.
Dat een verliefde galm my ’t oor streel; wil beginnen.



035590 - [Christiaan van Heulen] (naar het Spaans van Luis Vélez de Guevara y Dueñas) - De gekroonde na haar dood. 1740a v
P. Myn Hoed. C. De Prins verschynt; ik nader hem. P. Myn degen.
C. Vervolg. P. Hoe vind myn hart om Agnes zich verlegen!
Beminlyk voorwerp van myn pyn en ongenucht,
Ik lyde, ik klaag om u, om u is ’t dat ik zucht.
Dat een verliefde galm my ’t oor streel; wil beginnen.



035600 - Christiaan van Heulen (naar het Spaans van Luis Vélez de Guevara y Dueñas) - De gekroonde na haar dood. 1740b v




035610 - Christiaan van Heulen (naar het Spaans van Luis Vélez de Guevara y Dueñas) - De gekroonde na haar dood. 1740c v
P. Myn Hoed. C. De Prins verschynt; ik nader hem. P. Myn degen.
C. Vervolg. P. Hoe vind myn hart om Agnes zich verlegen!
Beminlyk voorwerp van myn pyn en ongenucht,
Ik lyde, ik klaag om u, om u is ’t dat ik zucht.
Dat een verliefde galm my ’t oor streel; wil beginnen.



035620 - [Christiaan van Heulen] (naar het Frans van Edmond Crosnier) - De onbedreeve minnaar. 1699
Kar. Ik bid u, Izabel, wil my toch niet begeeven;
Want zo ’k u derven moet, beneem ik my het leegven.
Kat. Het leeven! Kar. Ja, Katryn. Kat. Het leeven! Och! myn Vrind,
Zyt toch zo haastig niet, zie eerst wat gy begind;



035630 - [Christiaan van Heulen] (naar het Frans van Edmond Crosnier) - De onbedreven minnaar. 1752




035640 - [Cornelis de Hey] - Lydia, of de zegepraalende deugd. 1783
Wanneer zal ’t wreede lot ophouden my te plaagen?
In armoede en verdriet, slyt ik myn oude dagen!
Waar vind myn ziel thans troost? helaas! by niemand niet,
’t Is waar, ik heb één vriend, die my zyn’ hulp aanbiedt
Maar ach! die têd’re hulp zal moog’lyk eens vermind’ren,



035650 - Ridendo dicere, quis vetat? [= Johannes van der Hey] - De bedrogen hout-vester, of het mislukte kolyk. Gedrukt onder de pers, en zijn alom te bekoomen, daar men ze vinden kan. 1758a o
Ey Isabell’ laat uw belezen,
Om meê van de Party te wezen,
Van Avond op het Assembléé;
Uw Broeder , dien ik sprak zo even,
Die heeft my ook zyn woord gegeven.
De Vriend Francisco gaat ook meê.



035660 - Ridendo dicere, quis vetat? [= Johannes van der Hey] - De bedrogen hout-vester, of het mislukte kolyk. 1758b o




035670 - Ridendo dicere, quis vetat? [= Johannes van der Hey] - De bedrogen hout-vester, of het mislukte kolyk. Gedrukt onder de pers, en zijn alom te bekoomen, daar men ze vinden kan. 1758c o




035680 - Ridendo dicere, quis vetat? [= Johannes van der Hey] - De vry hand-opening. 1757




035690 - Ridendo dicere, quis vetat? [= Johannes van der Hey] - De vrye hand-opening verdedigt. 1756




035700 - Ridendo dicere, quis vetat? [= Johannes van der Hey] - Vrye hand-opening verdedigt. 1757




035710 - Gerr. van der Heyden - Flora in ’t Lazarushuis, of dolle blydschap. 1737




035720 - S. van der Heyden - Adellijkke juffer, of de bedroge trotsheyd. 1680 ca.




035730 - S. van der Heyden - De adellijkke juffer, of de bedroge trotsheyd. 1688




035740 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] (naar het Frans van Jean François Marmontel / Charles Simon Favart) - Annette en Lubin, of de eenvoudige natuur. 1768a v
Mijn lieve Annette, kom, laet ik uw lipjes drukken,
En roosjes van uw kaekjes plukken.
Dees frissche morgenstond
Lacht ons aenminnig toe; de groen bewassche grond



035750 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] (naar het Frans van Jean François Marmontel / Charles Simon Favart) - Annette en Lubin, of de eenvoudige natuur. 1768b v
Mijn lieve Annette, kom, laet ik uw lipjes drukken,
En roosjes van uw kaekjes plukken.
Dees frissche morgenstond
Lacht ons aenminnig toe; de groen bewassche grond
Draegt paerels, die, door ’t oog de ziel met vreugd vervullen.



035760 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - Bataefsche veldvreugd, ter gelegenheid van het huwelijk zijner doorluchtige Hoogheid Willem den Vijfde, Prinse van Oranje en Nassau, Erfstadhouder enz. enz. enz. en haere Koninglijke Hoogheid Frederica Sophia Wilhelmina, Prinsesse van Pruissen. 1767a v
Hoe heerlijk schijnt de zon, met veel doorluchter straelen,
Dan die zij gist’ren deedt op ’t vrolijk aerdrijk daelen;
Haer gloed verjongt het jaer; zij schenkt in dit saisoen
Weer nieuwe bloemen, en versiert den grond met groen
Dat oog en hart verkwilt.



035770 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - Bataefsche veldvreugd, ter gelegenheid van het huwelijk zijner doorluchtige Hoogheid Willem den Vijfde, Prinse van Oranje en Nassau, Erfstadhouder enz. enz. enz. en haere Koninglijke Hoogheid Frederica Sophia Wilhelmina, Prinsesse van Pruissen. 1767b v




035780 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dood van Calas. 1767a v
De dag verschynt, schoon traeg, aen ’s Hemelsch oosterkimmen,
De zon zal langzaem uit de zoute plassen klimmen;
De tyd, die als een schim onze oogen streeft voorby,
Vertoond my zulks, en wil dat ik oplettend zy.



035790 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dood van Calas. 1767b v




035800 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dood van Calas. 1767c v
De dag verschynt, schoon traeg, aen ’s Hemelsch oosterkimmen,
De zon zal langzaem uit de zoute plassen klimmen;
De tyd, die als een schim onze oogen streeft voorby,
Vertoond my zulks, en wil dat ik oplettend zy.



035810 - Cornelis Heyligert (KWDAV) - De dood van Calas. 1767d v
De dag verschynt, schoon traeg, aen ’s Hemels oosterkimmen,
De zon zal langzaem uit de zoute plassen klimmen;
De tyd, die als een schim onze oogen streeft voorby,
Vertoond my zulks, en wil dat ik oplettend zy.



035820 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dood van Calas. 1767e v
De dag verschynt, schoon traeg, aen ’s Hemels oosterkimmen,
De zon zal langzaem uit de zoute plassen klimmen;
De tyd, die als een schim onze oogen streeft voorby,
Vertoond my zulks, en wil dat ik oplettend zy.



035830 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dood van Calas. 1767f v




035840 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dood van Calas. 1767g v




035850 - Cornelis Heyligert (KWDAV) - De dorpschoolmeester. 1768
Gaet stil, ordentelijk, naer huis, of ’k zal ’t je leren;
Maekt geen geraes, of wacht de plak.
Jou groote rekel! ’k zal je strak,
Als jij weer t’ school komt, helder smeeren,



035860 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - De dorpschoolmeester. 1770
Gaet stil, ordentelijk, naer huis, of ’k zal ’t je leren;
Maekt geen geraes, of wacht de plak.
Jou groote rekel! ’k zal je strak,
Als jij weer t’ school komt, helder smeeren,



035870 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De eerlyke misdadige. 1768a v




035880 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De eerlyke misdadige. 1768b v
De komst der zon heeft nooit, in dit uitmuntend oord,
Zoo schoon als dezen dag mijn zwoegend hart bekoord.



035890 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De eerlyke misdadige. 1768c v
De komst der zon heeft nooit, in dit uitmuntend oord,
Zoo schoon als dezen dag mijn zwoegend hart bekoord.
De zee schijnt vreedzaem, en de hemel, zonder wolken,
En van geen wind gejaegt, belooft aen alle volken



035900 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De eerlyke misdadige. 1768d v




035910 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van Jean François Marmontel, of: Charles Georges Fenouillot de Falbaire de Quincey) - De eerlyke misdadige. 1768e v




035920 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van François Thomas Marie de Baculard d’Arnaud) - Fanny, of het gelukkig berouw. 1770a v
Wanneer zult gij mijn hart, ô Hemel! uitkomst geven?
Hoe wonderlijk bestierd uw hand het menschlijk leven!
Moet ik dan, die voorheen uw groote gunst genoot,
Thans, in mijn’ ouderdom, aen d’oever van den dood;



035930 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] (naar het Frans van François Thomas Marie de Baculard d’Arnaud) - Fanny, of het gelukkig berouw. 1770b v
A. Wanneer zult gij mijn hart, ô Hemel! uitkomst geven?
Hoe wonderlijk bestierd uw hand het menschelijk leven!
Moet ik dan, die voorheen uw groote gunst genoot,
Thans, in mijn’ ouderdom, aen d’oever van den dood,



035940 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van François Thomas Marie de Baculard d’Arnaud) - Fanny, of het gelukkig berouw. 1770c v




035950 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - Het feestvierend Leyden. 1774a o
’t Is tijd, om dubbel zorg voor uw belang te draegen,
ô Tweedragt! daer de Vreugd dit oord in deeze dagen
Doet juichen van rondöm, daer ijder als om strijd
Haer eer en hulde biedt, ja gantsch het harte wijdt.



035960 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - Het feestvierend Leyden. Uitgegeven door het tafel- en dichtlievend genootschap, onder de Spreuk: Kunst wordt door arbeid verkreegen. 1774b o
’t Is tijd, om dubbel zorg voor uw belang te draegen,
ô Tweedragt! daer de Vreugd dit oord in deeze dagen
Doet juichen van rondöm, daer ijder als om strijd
Haer eer en hulde biedt, ja gantsch het harte wijdt.



035970 - Cornelis Heyligert (KWDAV) - Herdersvreugd, ter verjaringe van Daphnes. 1768




035980 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] (naar het Frans van Jean François de la Harpe) - Melanie, of de rampzalige kloosterdwang. 1770a v
Laetäf: gij hebt mij reeds te hevig wederstaen.
Ik overwoog mijn zaek, en houde mij daer aen
Kunt gy dit wraken? Mijn fortuin word nu volslagen.
Men heeft uw’ Zoon een’ echt, vol luister, voorgedragen,
Met hoop op vordering, en eenen rang aen ’ Hof.



035990 - Cornelis Heyligert (KWDAV) (naar het Frans van Jean François de la Harpe) - Melanie, of de rampzalige kloosterdwang. 1770b v
D.F. Laetäf: gij hebt mij reeds te hevig wederstaen.
Ik overwoog mijn zaek, en houde mij daer aen.
Kunt gij dit wraken? Mijn fortuin word nu volslagen.
Men heeft uw’ Zoon een’ echt, vol luister, voorgedragen,



036000 - Cornelis Heyligert (KWDAV) - Melanie, of de rampzalige kloosterdwang. 1770c v




036010 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - Melanie, of de rampzalige kloosterdwang. 1770d v
Laetäf: gij hebt mij reeds te hevig wederstaen.
Ik overwoog mijn zaek, en houde mij daer aen.
Kunt gij dit wraken? Mijn fortuin wordt nu volslagen.
Men heeft uw’ Zoon een’ echt, vol luister, voorgedragen,
Met hoop op vordering, en eenen rang aen ’t Hof.



036020 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] - Ter inwydinge van het Kunstgenootschap onder de zinspreuk: Kunst wordt door arbeid verkreegen. 1766
Getrouwe vriend, wiens hulp en bystand ik verwacht,
Wiens edelaertigheid en vriendschap ik waardeere,
Op wiens standvastigheid ik veilig my verlaet,
Laet my niet vruchteloos naer uwe hulp verlangen!



036030 - Cornelis Heyligert (KWDAV) - Ter verjaringe van het kunstgenootschap onder de zinspreuk: kunst wordt door arbeid verkreegen. 1767




036040 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] (naar het Frans van Ant. de La Roque) - Theonoé. 1771
Wat groote zegeprael, wat roem, wat majesteit,
Wordt u, Axiamire! op dezen dag bereid!
De Hemel wil thans zelf uw’ naerm en rang verhogen,
Dit houdt mijn ziel geheel van blijschap opgetogen;



036050 - [Cornelis Heyligert (KWDAV)] (naar het Frans van Onbekend) - De zegeprael der reden over de liefde. 1768




036060 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraek. 1668a v
K. Verraet! mijn lijfwaght, op! dat zy het leven derven.
L. Vervloekte schelmen, ’k zweer by d’hemel, gy zult sterven,
Al vloodt gy snelder dan de tomeloze windt.
B. O Hemel! die de deugt en trouwheyt zo bemindt,



036070 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1668b v
K. Verraet! mijn lijfwaght, op! dat zy het leven derven.
L. Vervloekte schelmen, ’k sweer by d’hemel, gy zult sterven,
Al vloodt gy snelder als de tomelooze windt.
B. O Hemel! die de deugt en trouwheyt zo bemindt,



036080 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraek. 1678




036090 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraek. 1700 ca.
K. Verraet! mijn lijfwacht, op! dat sy het leven derven.
L. Vervloekte schelmen, ’k sweer by d’hemel, ghy zult sterven,
Al vloot ghy snelder als de tomeloose windt.
B. O Hemel! die de deugt en trouwheyt zoo bemindt,
Kan d’ontrouw dan in ’t hart der brave Kastiljanen
Plaets vinden, die zoo lang getrouw (als onderdanen
Hun pligt vereyst) ten dienst staegh leefden voor hun Heer.



036100 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraek. 1701
Verraet! mijn lijfwacht, op! dat sy het leven derven.
Vervloekte schelmen, ’k sweer by d’Hemel, gy zult sterven.



036110 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1707
K. Verraad! myn Lyfwacht, op! dat zy het leeven derven.
L. Vervloekte schelmen, ’k zweer, by d’Hemel, gy zult sterven,
Al vlood gy snelder, als de toomelooze wind.
B. O Hemel! die de deugd en trouwheid zo bemind,



036120 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1725
K. Verraad! myn Lyfwacht, op! dat zy het leeven derven.
L. Vervloekte schelmen, ’k zweer, by d’Hemel, gy zult sterven,
Al vlood gy snelder, als de toomelooze wind.
B. O Hemel! die de deugd en trouwheid zo bemind,



036130 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1729
K. Verraad! myn Lyfwacht, op! dat zy het leeven derven.
L. Vervloekte schelmen, ’k zweer, by d’Hemel, gy zult sterven,
Al vlood gy snelder, als de toomelooze wind.
B. O Hemel! die de deugd en trouwheid zo bemind,



036140 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1762a v




036150 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1762b v
K. Verraad! myn Lyfwacht, op! dat zy het leeven derven.
L. Vervloekte, ’k zweer, gy zult door myne handen sterven,
Al vlood gy snelder dan de toomelooze wind.
B. O Hemel! die de deugd en trouwheid zo bemind,



036160 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraak. 1783
K. Verraed! myn Lyfwagt, op! dat zy het leven derven!
L. Vervloekte schelmen! ’k zweir by d’Hemel, gy zult sterven,
Al vloot gy snelder als den toomeloozen wind.
B. ô Hemel! die de deugd en trouwheyt zoo bemint,



036170 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza) - De gestrafte kroonzugt. 1650
U. Staatjongen, sta. Waar heen? wat is daar ginder? spreek!
P. Mijn Heer, haar Majesteit, te heftig om de streek
Van ’t wilt te volgen, viel onlukkig uit den zadel
Door ’t struik’len van haar Paart, daar ’s nietmand van den Adel
Ontrent, als Prins Alfons, en noch een knecht of twee;
Dies zocht ik hulp. U. Wel aan dan, dat men darwaarts treê.



036180 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Antonio Mira de Amescua) - Veranderlyk geval, of stantvastige liefde. 1663a v
Nu ziet men eind’lijk wat den hemel hadt beslooten;
Na zoo veel jaren krijg, en zoo veel bloet vergooten,
En d’armen onderdaan te jammerlijk geplaagt,
Daar Napels tot ons leet ’t gevoelen noch af draagt;



036190 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Onbekend) - Veranderlik geval, of stantvastige liefde. 1663b v
Nu siet men eind’lik wat den hemel hadt beslooten;
Na soo veel jaren krijgh, en soo veel bloet vergooten
En d’armen onderdaan te jammerlik geplaagt,
Daar Napels tot ons leet ’t gevoelen noch af draagt;



036200 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Veranderlyk geval, of stantvastige liefde. 1667




036210 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyk geval, of stantvastige liefde. 1669




036220 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Veranderlyk geval, of stantvastige liefde. 1676
Nu ziet men eynd’lijk wat den hemel hadt beslooten;
Na zoo veel jaren krijgh, en zoo veel bloet vergooten
En d’armen onderdaan te jammerlijk geplaagt,
Daar Napels tot ons leet ’t gevoelen noch af draagt;



036230 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyck geval, of stantvastige liefde. 1692
Nu siet men eynd’lyck wat den hemel had besloten;
Na soo veel jaren krijg, en soo veel bloet vergoten
En d’armen onderdaan te jammerlijck geplaegt,
Daar Napels tot ons leet ’t gevoelen noch af draegt;



036240 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyck geval, of stantvastige liefde. 1696




036250 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyk geval, of stantvastige liefde. 1697




036260 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Onbekend) - Veranderlyck geval, of stantvastige liefde. 1701
Nu siet men eynd’lijck wat den hemel had beslooten;
Na soo veel jaeren krijg; en soo veel bloed vergooten.
En d’armen onderdaen te jammerlijck geplaegt,
Daer Napels tot ons leet ’t gevoelen noch afdraagt;



036270 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyck geval, of stantvastige liefde. 1709
Nu siet men eynd’lijck wat den hemel had beslooten;
Na soo veel jaeren krijg; en soo veel bloed vergooten,
En d’armen onderdaen te jammerlijck geplaegt,
Daer Napels tot ons leet ’t gevoelen noch af draagt?



036280 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyck geval, of stantvastige liefde. 1722




036290 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlijk geval, of stantvastige liefde. 1733a v
Nu ziet men eind’lyk wat den hemel had beslooten;



036300 - Dirck Pietersz. Heynck (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlijk geval, of stantvastige liefde. 1733b v




036310 - [Dirck Pietersz. Heynck] (naar het Spaans van Onbekend) - Het veranderlyk geval, of de standvastige liefde. 1733c v
Nu ziet men eind’lyk wat den hemel hadt beslooten;
Na zo veel jaren kryg, en zo veel bloed vergooten,
En d’armen Onderdaan te jammerlyk geplaagt,
Daar Napels tot ons leed ’t gevoelen noch af draagt;



036320 - Heyns, (non Petrus nec Zacharias) - De Son-bloom van Ketel: Spel van Sinnen. 1607
O tijt der miserien, O werelt vol plaghen,



036330 - Petrus Heyns - Berchem: factie in ’t Antwerps haechspel 1561. 1562




036340 - Petrus Heyns - Berchem: prologhe in ’t Antwerps haechspel 1561. 1562




036350 - Petrus Heyns - Prologhe ghespeelt veur tspel van sinnen in ’t Antwerps haechspel. 1562




036360 - Petrus Heyns - Berchem: tSpel van Sinnen in ’t Antwerps haechspel 1561. 1562




036365 - Petrus Heyns - Le miroir des mesnageres. Comedie treshonneste, representant la difference d’une bonne & mauvaise mesnagere. Exhibée & mise en lumiere par M. Pierre Heyns, au Laurier. Prov. 12. 4. & 18. 22. La femme bonne, est du mary l’honneur, Qui la recouvre, aura joye au Seigneur. [Vignet: ]. Imprimé à Harlem, par Gilles Romain. Pour Zacharie Heyns, Livraire à l’enseigne des trois Vertus, à Amsterdam, 1595. UB-Gent BL 9408: 2 1595
Les ans que j’ay, mes trecheres filles, m’ont bien fait cognoistre par experience, la seureté qu’il y a, à se taire, tellement que j’enten bien que le parler doit estre bon, quand il vaut mieux que le taire.



036370 - Zacharias Heyns - Amsterdam, spel van sinne in Haarlem. 1607
Wee my elendich mensch, wee my katyvich man,
Die nu niet meer en heb, die nu niet meer en kan,
Waer sal ick henen gaen?



036380 - Zacharias Heyns - Bruylofts tafel-spel. 1625
Vrede en geluck u sy in dese feeste,
Rou ende druck altijdt hier d’ongereeste,
Weest te samen
Met onse Bruydegom en Bruyd
Net ’t betaemen
Verheught en bly van geeste.



036390 - Zacharias Heyns (naar het Nederlands van Dirck Volckertsz. Coornhert) - Deuchden-schole ofte spieghel der jonghe-dochteren. Waer inne verthoont wort het verscheel ende d’uyt-komste van de deuchdige, zedige ende wanckelbare wulpsche Dochters, speelsche-wijse in rijm gestelt. 1625
U Ouders hebben u ter scholen hier gesonden,
O waerde lieve jeucht, dewiile sy bevonden
De deuchtsaemheyt in my, beneven het verstant,
Om t’onderwijsen die my nemen by de handt.



036400 - Zacharias Heyns - Sinne-spel van de dry hoofdeuchden. Onder het spreec-woort Sic itur ad astra. 1625
Ons machtich Helt den op-geblasen proncker
Heer Lucifer, geseten leegh in ’t doncker,
Een Koning stout van ’t grimmich stuer gespuys,
Het welck sich hout in ’t twistich Helsche huys,



036410 - Zacharias Heyns - Pest-Spieghel. Waer in speelsche wyse, tot beteringhe des levens, claerlijck bewesen ende voor ooghen ghesteldt wordt, dat de peste niet by gheval, maer door Godes ghehengenisse, den menschen tot een straffe overcomt. 1602




036420 - Zacharias Heyns - Schiedams Roo Rosen: spel van sinne in Vlaardingen 1616. 1617
2016



036430 - Zacharias Heyns (naar het Latijn van Rodolphus Radclif) - Vriendts-Spieghel. 1602




036440 - Cornelius Hillenius (Adolph Tectander Venator) - Een claer ende doorluchtich vertooch van d’Alckmaersche kerckelicke gheschillen. Gheresen soo voor-heen, als insonderheyt int jaer 1608 ende 1609. Rijms-wyse als een spel van sinnen ghestelt. 1611a o
H. Och wee my, dat ick oyt gheboren was.
V. Wel Vrient, wat doet u soo kryten?



036450 - Cornelius Hillenius (Adolph Tectander Venator) - Een claer ende doorluchtich vertooch van d’Alkmaersche kerckelicke gheschillen. Gheresen soo voor-heen, als insonderheyt int jaer 1608 ende 1609. Rijms-wyse als een spel van sinnen ghestelt. 1611b o




036460 - C. Hitters - De zegepraal der vaderlandsliefde, of Eerhart op het eiland de Hoop. 1796




036470 - J. van de Hoed - Koddige en ernstige saamenspraak, tusschen Jeronimus van Stuyteren, Abraham van Sukkelen en Hendrik van Stamperen, gehouden op planken en balken, van den nieuw gebouwt wordenden schouwburg. Op ’t Leydsche Plyn, te Amsterdam op Saturdag den 19 Juny 1773. Aan elkanderen gestommelt. 1773




036480 - Nicolaas Hoefnagel - De onmondige of het kind spreekt de waarheid. 1800 ca.
K. Myn Oome heeft my hier gezegt te moeten koomen, vast zal hy my willen onderhouden over het geen ik hem gcpasseerde Week verhaald heb, betreffende het Schip van Oorlog de Jason, op de Reede van Vlissinge leggende; daar komt Oome, hy heeft twee Brieven in zyn Hand. Goede Morgen Oome.
V. Ha! Goede Morgen Agatha, hoe heeft u Madamoisel het, is zy nog Ziek, of weet zy het al, dat het een opgeraapte Leugen is, daar men de Schout-by-Nacht van Kruiningen mede befchuldigd heeft? Zeg is ’t haar al bekend dat ’er nimmer zulk een geval gebeurd is, met Kapitein Story?



036490 - [Nicolaas Hoefnagel] - Gedimitteerde zee-capitein Andries de Bruyn, de miliairen dienst deezer landen ontzegt: of de matroozen rechtbank. 1781 ca.
Hoe veel reeden men heeft om den Hemel dank te betuigen, dat men zyn Gezonden Lyf en Leeden uit een Bataillie brengt, zo neemd het niet weg, schoon my de Rechterarm voor het Vaderland den 5 Augustus wierd afgeschooten,



036500 - Nicolaas Hoefnagel - ’t Geheim van de mis, of bril voor de gemeene eenvoudige man; waar door men een bevatting van de tegenwoordige oorlog kan krygen enz. 1781




036510 - [Nicolaas Hoefnagel] - De gestrafte comptoirnar, of het bedrogen juffertje. 1775
Mejuffrouw zit gy nu te steenen en te klagen,
Daar uw geluk begint gelyk de zon te dagen,
Daar gy zult eerlang zyn een opgecierde Bruid?
Kom Juffer pruil niet meêr, schut uwe droefheid uit!



036520 - Nicolaas Hoefnagel - De huichelaars op het Leydsche eeuw-feest; ten huize van de geklopte kastelyn, of de listen van waard Kochel en zyn vrouw Mager en Kwaat ontdekt. 1775 ca.
Wat heb ik tegenwoordig een Volk te logeeren!
Van beiderlei soort, zo Juffers als Heeren,
Dus wy dees tyd nu ontfangen een zoete duit:
Nu zy zullen het weeten zo als ik hen snuit.



036530 - Nicolaas Hoefnagel - De mislukte begrafnis, van de ouderwetse Nederlandsche patriot, of de vervoering door Luzifer; en twaalf van zyn by naam genoemde swarte engelen; met het lyk door de schoorsteen, ’s avonds op den 31 Dec. 1781. 1781




036540 - Nicola