15 uur lezing door prof. dr. R. Holdrinet , internist (Radbouduniversiteit)
:
2. STUDIUM GENERALE UTRECHT
Docent: prof.dr. Maarten van Buuren (Opleiding Franse taal en
Cultuur, faculteit Letteren, UU)
Op zoek naar de
verloren tijd is een belangrijke roman uit de wereldliteratuur.
Tijdens de eeuwwende van de negentiende naar de twintigste eeuw voltrok
zich een crisis in het Europese denken die kan worden samengevat als een
'wending naar binnen'.
Positivisme en materialisme, die tot dan toe de waarheid in pacht
hadden, werden weggevaagd door denkers als Nietzsche, Freud, Bergson,
Einstein en Heisenberg.
Begrippen die zo vast leken als een huis: tijd, ruimte, identiteit,
werkelijkheid en waarheid, versplinterden en moesten worden vervangen
door de onbetrouwbare en tegenstrijdige categorieën van innerlijke
ervaring en bewustzijn. Proust bezegelt het lot van de oude orde, maar
hij schetst ook de omtrekken van een nieuwe. Die berust op een idealisme
dat hij in de kunst belichaamd ziet. Van alle waarden waar Proust zijn
hoop op stelde: maatschappelijk aanzien, liefde en kunst, blijft alleen
de kunst behouden. Op zoek naar de verloren tijd beschrijft de
fasen in Prousts leven als de etappes van een geestelijke Odyssee:
sensuele roes, mondaine ambities, passie, ziekte en dood. Zij zijn de
fasen in een levensgeschiedenis die maar tot één conclusie lijkt te
voeren: de ijdelheid van alle dingen. Maar de onthulling van de kunst
biedt uitkomst, en het vluchtige en ijdele leven zal worden gered op een
manier die nog het meest doet denken aan een christelijke zaligmaking,
waarbij kunst de plaats van de verlosser inneemt: zij zorgt ervoor dat
de vergankelijke verschijningsvormen van het leven door artistieke
transformatie worden opgenomen in het paradijs van de kunst.
In de Proust-marathon lezen we de gehele romancyclus van Proust en staan
we stil bij elk van de fasen in Prousts wordingsgeschiedenis.
Programma
Zeven bijeenkomsten op de donderdagavonden eens in de drie weken.
Donderdag 3 februari: Een meesterwerk in fragmenten (Op zoek
naar de verloren tijd)
Donderdag 24 februari: Proust voor de spiegel (De kant van
Swann)
Donderdag 17 maart: Schoonheid en genot (In de schaduw van de
bloeiende meisjes)
Donderdag 7 april: De discrete charme van de adel (De kant van
Guermantes)
Donderdag 28 april: Décadence en dood (Sodom en Gomorra)
Donderdag 19 mei: Is niet alles illusie en is illusie niet
alles? (Proust en de liefde: de Albertine cyclus)
Donderdag 9 juni: De vernietigende en reddende herinnering (De
tijd hervonden)
Plaats: Senaatszaal van het Academiegebouw, Domplein 29,
Utrecht (m.u.v. 7 april: Aula)
Aanvang: 20.00 uur precies
Inschrijven
Studenten kunnen zich opgeven bij het secretariaat Romaanse talen en
Culturen, Kromme Nieuwe Gracht 29, Utrecht.
Telefoon: 030-2536400
Zie ook de website:
www.let.uu.nl/frans
Het programma wordt opgenomen en op audio-cd uitgebracht door
Home Academy
Publishers.
27 november Keizersgrachtkerk 14 uur : Bijeenkomst n.a.v. het verschijnen
van "Marcel Proust Aujourd'hui" 2 Mille et une nuits dans La
Recherche
HIER VOLGT DE TE VERTALEN TEKST gevolgd door een verslag van de sessie
SOUS-BOIS
Nous n’avons rien à craindre, mais beaucoup à apprendre de la tribu
vigoureuse et pacifique des arbres qui produit sans cesse pour nous des
essences fortifiantes, des baumes calmants, et dans la gracieuse compagnie
desquels nous passons tant d’heures fraîches, silencieuses et closes. Par
ces après-midi brûlants où la lumière, par son excès même, échappe à
notre regard, descendons dans un de ces “fonds” normands d’où montent
avec souplesse des hêtres élevés et épais dont les feuillages écartent
comme une berge mince mais résistante cet océan de lumière, et n’en
retiennent que quelques gouttes qui tintent mélodieusement dans le noir
silence du sous-bois. Notre esprit n’a pas, comme au bord de la mer, dans
les plaines, sur les montagnes, la joie de s’étendre sur le monde, mais le
bonheur d’en être séparé; et, borné de toutes parts par les troncs
indéracinables, il s’élance en hauteur à la façon des arbres. Couchés
sur le dos, la tête renversée dans les feuilles sèches, nous pouvons suivre
du sein d’un repos profond la joyeuse agilité de notre esprit qui monte,
sans faire trembler le feuillage, jusqu’aux plus hautes branches où il se
pose au bord du ciel doux, près d’un oiseau qui chante. Ça et là un peu
de soleil stagne au pied des arbres qui, parfois, y laissent rêveusement
tremper et dorer les feuilles extrêmes de leurs branches. Tout le reste,
détendu et fixé, se tait, dans un sombre bonheur. Elancés et debout, dans
la vaste offrande de leurs branches, et pourtant reposés et calmes, les
arbres, par cette attitude étrange et naturelle, nous invitent avec des
murmures gracieux à sympathiser avec une vie si antique et si jeune, si
différente de la nôtre et dont elle semble l’obscure réserve inépuisable.
Un vent léger trouble un instant leur étincelante et sombre
immobilité, et les arbres tremblent faiblement, balançant la lumière sur
leurs cimes et remuant l’ombre à leurs pieds.
(Marcel Proust, Les Plaisirs et les
Jours)
VERSLAG VAN DE
VERTAALBIJEENKOMST
De Vertaling
van “Sous-Bois” uit “Les
Plaisirs et les Jours” van Marcel Proust zoals gepresenteerd op de
Vertaaldag van de Marcel Proust Vereniging (13-12-2003)
Eerst de ‘standaardversie’
van gespreksleider Sjef Houppermans
ONDER DE
BOMEN
Wij
hoeven niet bang te zijn voor het krachtige en vreedzame volk van de bomen,
maar wij kunnen er veel van leren, want voortdurend schenkt het ons
verzachtende essences en rustgevende balsem, terwijl we in dat gracieuze
gezelschap zovele geborgen uren doorbrengen, gehuld in stilte en koelte.
Dalen wij daarom, op die hete middagen
wanneer er zoveel licht is dat wij het zelfs niet meer kunnen zien, af in een
van die Normandische ‘laagten’ waaruit soepel hoge en dikke beuken
oprijzen waarvan het bladerdak als een dunne maar stevige oever die oceaan van
licht doet uiteenwijken en alleen maar enkele druppels ervan vasthoudt die
stemmig weerklinken in de donkere stilte onder de bomen.
Onze
geest kent hier niet zoals aan de oevers van de zee, in de vlakten of hoog in
de bergen de vreugde zich te kunnen uitstrekken over de wereld, maar wel het
geluk ervan gescheiden te zijn; en van alle kanten ingesloten door
diepwortelende stammen stijgt de geest hoog op gelijk de bomen.
Op
de rug liggend, met ons hoofd rustend op een kussen van droge bladeren, kunnen
wij vanuit diepe rust de vrolijke sprongen volgen van onze geest die zonder de
bladeren te beroeren tot aan de hoogste takken klimt en dan een plaatsje zoekt
daar waar de hemel teer opengaat, naast een zingende vogel.
Hier
en daar aarzelt een plukje zon onder aan de bomen die soms de bladeren
helemaal aan de uiteinden van de takken dromerig laten baden in dat gouden
licht.
Alles
zwijgt verder, ontspannen en roerloos in een lommerrijk geluk. Rijzig en recht
verheffen de bomen hun takken als voor een grootse offergave en toch zijn ze
ook bedaard en kalm zoals ze ons door die vreemd-natuurlijke houding met hun
gracieuze fluisteringen uitnodigen om ons in onze gevoelens te vereenzelvigen
met een vorm van leven die tegelijk zo eeuwenoud en zo jong is, zo
verschillend van ons leven en waarvan ze de onuitputtelijke verborgen reserve
lijkt te zijn.
Een
zacht windje verstoort een ogenblik hun stralend-donkere onbeweeglijkheid en
de bomen trillen zacht zodat het licht in hun toppen schommelt en de schaduw
langs hun voeten strijkt.
Bij de
bespreking kwamen vele mooie varianten naar voren die geregeld deze
standaardvertaling overstegen.
Uiteindelijk,
na een zorgvuldige weging van enerzijds minder gelukkige invallen en
anderzijds fraaie vondsten, kwamen de volgende prijswinnaars uit de bus(h):
1e
prijs (50 euro aan boekenbonnen) : mevr. Paula Berckenkamp
uit Alkmaar
2e
prijs (25 euro aan boekenbonnen) :
dhr Jan Willem In ’t Velt uit
Oegstgeest
3e
prijs (15 euro aan boekenbonnen)
: mevr. Hennie Pen uit Purmerend
Hier volgt
nog de winnende vertaling:
ONDERHOUT
Wij
hebben niets te vrezen, maar veel te leren van de struise en vredige
bomengemeenschap die onophoudelijk voor ons krachtgevende extracten en
kalmerende balsems produceert, in wier gezelschap wij zoveel verfrissende,
stille en besloten uren doorbrengen.
Op
zinderende middagen, waar het licht door haar overdaad zelve aan onze blik
ontsnapt, laten wij ons naar een van die Normandische 'kommen’ begeven,
waaruit de hoge en dichte beuken soepel omhoog reiken, wier gebladerte als een
smalle maar weerstand biedende oever deze lichtoceaan verdrijft, en er slechts
enkele druppels, die melodieus in de stille duisternis van het onderhout
twinkelen, van vasthoudt.
Onze
geest heeft niet zoals aan zee, op de vlakten, op de bergen, de vreugde zich
over de wereld uit te spreiden, maar het geluk ervan gescheiden te zijn, en,
van alle kanten begrensd door de onontwortelbare stammen, werpt hij zich,
gelijk de bomen, de hoogte in.
Liggend
op de rug, het hoofd achterover tussen de droge bladeren, kunnen wij vanuit
een diepe rust de vrolijk behendigheid van onze geest volgen, die, zonder het
gebladerte te verroeren, tot aan de hoogste takken stijgt, alwaar hij zich aan
de rand van de zachte hemel neervlijt, nabij een zingende vogel.
Hier
en daar blijft wat zon aan de voeten van de bomen hangen die, somtijds,
dromerig de buitenste blaren van hun takken erin laten dompelen en vergulden.
Al
het overige, ontspannen en vastgenageld, zwijgt, in een donker geluk.
Rijzig
en rechtop, temidden van het brede gebaar van hun takken, en toch uitgerust en
kalm, nodigen de bomen, door deze vreemde en natuurlijke houding, ons met een
sierlijk geritsel uit te sympathiseren met een oud en toch jong leven, zo
anders dan het onze, en waarvan het de duistere onuitputtelijke
voorraad lijkt.
Een
zachte bries verstoort een moment hun twinkelende en donkere onbeweeglijkheid
en de bomen rillen zachtjes, het licht op hun toppen balancerend, en de
schaduw aan hun voeten in beweging brengend.
Als men nog
wil reageren sture men een mailtje naar j.m.m.houppermans@let.leidenuniv.nl