STATISTIEK VOOR HISTORICI

 0. BASISBEGRIPPEN EN HANDELINGEN

0.1. Programmavenster
0.2. Werkblad
0.3. Basishandelingen


 BIJBEHORENDE EXCELINSTRUCTIE:
 1. Basishandelingen


0.1. Programmavenster

Top

Als je Excel hebt gestart, krijg je na enige tijd een scherm te zien dat uit een programmavenster en een werkblad bestaat. Het programmavenster bestaat o.a. uit:

a. Menubalk
b. Standaard werkbalk
c. Formulebalk
d. Symboolpictogrammen

Schermonderdelen


Ad a. Menubalk 0.1. Programmavenster Top

De bovenste regel van het programmavenster heet de menubalk. Je kunt een menu selecteren door met je muis op het desbetreffende menu te staan en te klikken. Na op een menu geklikt te hebben, verschijnt er een submenu. Hierin kunnen verdere keuzes gemaakt worden.


Menu keuzes
Menu SubmenuHandeling
FileNewOpenen van een nieuw werkblad
,, OpenOpenen van een bestaand bestand
,,CloseHet actieve bestand wordt gesloten
,,SaveHet actieve bestand wordt bewaard
EditUndoDe laatste handeling wordt ongedaan gemaakt
InsertRowsEen rij wordt ingevoegd
,,ColumnsEen kolom wordt ingevoegd
,,ChartInvoegen van een grafiek
,,FunctionInvoegen van een functie
FormatCellsDe vormgeving van de cel kan hiermee worden veranderd
Help
Contents and Index Help-functie


Ad b. Standaard werkbalk 0.1. Programmavenster Top
De standaard werkbalk bevindt zich onder de menubalk. De opties in deze balk zijn door middel van symbolen weergeven. Door met je muis een symbool aan te klikken, wordt de desbetreffende functie of handeling uitgevoerd. De betekenis van veel gebruikte knoppen is:

New: Een lege werkblad wordt geopend
Open: Hiermee kun je een al bestaand bestand openen.
Save: Hiermee bewaar je je bestand
Print: Het geopende werkblad wordt geprint
Cut
Copy
Paste
Autosum: Hiermee worden totalen van een reeks berekend. Selecteer een rij getallen, klik vervolgens op Autosum.
Function: Hiermee kan een formule worden geselecteerd.

Standaard werkbalk


Ad c. De formulebalk 0.1. Programmavenster Top
De onderste balk is de formulebalk, zodra gegevens of formules / berekeningen in een cel worden ingevoerd, zijn deze te zien in de formulebalk.


Ad d. Symboolpictogrammen 0.1. Programmavenster Top
Rechts boven zijn drie symboolpictogrammen afgebeeld.

Symboolpictogrammen

Van links naar rechts:
1. Het geopende bestand wordt tot pictogram verkleind.
2. Het documentenvenster wordt of verkleind of vergroot.
3. Het geopende bestand wordt afgesloten.


0.2. Werkblad

Top
De rand van het werkblad bestaat uit nummers (rijkoppen) en letters (kolomkoppen). De kruispunten van een rij en een kolom wordt een cel genoemd. Om cellen uit elkaar te houden, heeft elke cel een celadres. Het celadres bestaat uit de coördinaten van de kolom waartoe het behoort en het rijnummer. De cel linksboven heeft als celadres: A1. Een groep aaneensluitende cellen wordt een blok genoemd. Het blok dat de cellen A1, A2, A3 en A4 bevat wordt als volgt aangeduid: A1:A4. Wanneer ook B1 t/m B4 tot dit blok behoren, wordt het blok aangeduid met A1:B4.

Links onder aan je werkbalk zie je tabbladen genaamd: sheet 1, sheet 2 etc. Door met je muis op een tabblad te klikken, spring je naar het desbetreffende werkblad. De naam van het tabblad kun je veranderen door het tabblad te selecteren, op je rechtermuis te klikken, vervolgens op Rename te klikken en tenslotte een nieuwe naam in te typen.


0.3. Basishandelingen

Top

De volgende basishandelingen zullen worden behandeld:
a. Selecteren blok / cel
b. Invoeren, veranderen en wissen van gegevens
c. Verplaatsen van een cel / blok
d. Kopieren van een cel / blok
e. Berekeningen
f.  Relatieve en absolute celverwijzingen
g. Openen van bestanden
h. Bestanden bewaren


Ad a. Selecteren blok / cel. 0.3. Basishandelingen Top
Een cel selecteer je door met je muis de desbetreffende cel aan te klikken. Een blok (vb A1:B4) selecteer je door met je muis cel A1 te selecteren, je muis al ingedrukt houdend naar cel B4 te gaan en je muis los te laten.


Ad b. Invoeren, veranderen en wissen van gegevens 0.3. Basishandelingen Top
Zodra je een werkblad hebt geopend, kun je gegevens in je werkblad invoeren. Excel onderscheidt vier soorten gegevens:

· Tekst
· Numeriek
· Datum
· Formule / berekening

Tekst wordt automatisch links uitgelijnd, numerieke gegevens rechts. Wil je bijvoorbeeld een getallen reeks links uitgelijnd hebben, selecteer dan met je muis het blok, klik op het symbool: Align Left of kies uit het menu Format, de Optie Cells. Klik op het tabblad Number en selecteer de optie Text .

Gegevens kunnen worden ingevoerd door eerst een cel te selecteren waarna de gegevens ingevoerd kunnen worden, druk erna op Enter. Wil je gegevens veranderen, klik op de desbetreffende cel, en type het goede in. Als je gegevens wil verwijderen, moet je eerst de cel of blok selecteren, waarna je op Delete drukt.


Ad c. Verplaatsen van een cel / blok 0.3. Basishandelingen Top
1. Selecteer een cel of een blok met je muis, kies uit het Edit menu de optie Cut. Selecteer vervolgens de cel waar het te verplaatsen cel of blok moet komen te staan. Kies vervolgens weer uit het Edit menu de optie Paste.
2. Selecteer een cel of een blok met je muis, klik met je muis op het symbool Cut, selecteer vervolgens de cel waar het te verplaatsen cel of blok moet komen te staan. Klik erna op het symbool Paste.


Ad d. Kopieren van een cel / blok 0.3. Basishandelingen Top
1. Selecteer een cel of een blok met je muis, kies uit het Edit menu de optie Copy klik op die cel waar je de inhoud van de cel / blok ook wilt hebben, kies weer uit het Edit menu de optie Paste.
2. Selecteer een cel of een blok met je muis, klik op Copy, klik op die cel waar je de inhoud van de cel / blok ook wilt hebben, klik tenslotte op Paste.


Ad e. Berekeningen 0.3. Basishandelingen Top
Naast het invoeren van gegevens, kunnen je ook berekeningen in Excel maken. Voor simpele berekeningen bestaan de volgende operatoren:


^  machtsverheffen

*  vermenigvuldigen

/  delen

+  optellen

-  aftrekken

Een berekening wordt voorafgegaan met een =-teken. Wil je bijvoorbeeld de inhoud van cel A2 maal cel A3 berekenen, dan kun je de volgende formule gebruiken: =A2*A3 .

Naast het maken van berekeningen door gebruik te maken van de bovenstaande operatoren, kun je ook gebruik maken van de ingebouwde functies die Excel heeft. Je kunt een functie in je werkblad invoegen door eerst de cel te selecteren waar je de uitkomst van je berekening wilt hebben. Kies vervolgens uit het menu Insert de optie Function . Er verschijnt nu een dialoogvenster met de naam Paste Function. Links in het dialoogvenster zie je Function category staan. Kies een categorie uit, rechts (Function name) verschijnen dan de formules die bij de door jou gekozen functie categorie behoren. Na een functie uitgekozen te hebben, klik je op OK, een volgende dialoogvenster verschijnt. Vul dit dialoogvenster in en klik weer op OK, je berekening wordt uitgevoerd.

Ad f. Relatieve en absolute celverwijzingen 0.3. Basishandelingen Top
Standaard zijn celverwijzingen relatief. Dat wil zeggen dat de celadressen automatisch worden aangepast als je een formule kopieert. Staat in cel A3 bijvoorbeeld: =A1+A2 en kopieer je deze cel naar cel B3, dan staat in B3: =B1+B2.

Absolute celverwijzingen veranderen niet als een formule wordt gekopieerd. Een celverwijzing kan absoluut gemaakt worden door dollartekens voor het kolom_getal en of rij_getal te zetten. Bijvoorbeeld: $A$4. De twee dollartekens geven aan dat zowel de rij als de kolom absoluut zijn.

A1 relatief adres
$A$4absoluut adres
$A4kolom absoluut, rij relatief
A$4kolom relatief, rij absoluut


Ad g. Openen van bestanden 0.3. Basishandelingen Top
Kies uit het File menu de optie Open of klik op het symbool Open. Een volgende dialoogvenster verschijnt.

Zorg dat achter Files of type Microsoft Excel bestanden staat. Is dit niet zo, klik dan op het driehoekje achter Files of type en selecteer Microsoft Excel bestanden. Klik op het driehoekje achter Look in om de schijf waarop de bestanden staan te selecteren. De Excel bestanden verschijnen nu in het venster. Selecteer een bestand. Klik tenslotte op OK.


Ad h. Bestanden bewaren 0.3. Basishandelingen Top
Kies uit het File menu de optie Save of klik op het symbool Save. Controleer of achter Save in de juiste schijf is geselecteerd. Zo niet, klik op het driehoekje achter Save in en selecteer de juiste schijf. Vul achter File name de naam van het te bewaren bestand in. Controleer of achter Save as type Microsoft Excel Workbook staat. Zo niet, klik op het driehoekje achter Save as type en selecteer Microsoft Excel Workbook. Klik vervolgens op Save.



© Instituut voor Geschiedenis, Universiteit Leiden 1998
Redactie: P.K. Doorn / M.P. Rhebergen