Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 5, nummer 2 (maart 2005)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Redactioneel
   Reportage
   Colofon
 
Interview

Wat kozen de Grieken?

Een interview met prof. dr. Holger Gzella, de nieuwe professor Hebreeuws en Aramees, over hoe deze eeuwenoude talen bruggen bouwden naar het westen en tegelijk nog altijd als golven op onze moderne kusten beuken.

Door Bart de Haas

Om meteen maar met de deur in huis te vallen, is het waar dat Jezus geen Hebreeuws sprak, maar Aramees?

"In die tijd werden er in Palestina verschillende varianten van het Aramees gesproken. Ook Jezus sprak daar waarschijnlijk een dialect van. In de film van Mel Gibson hebben de mensen in Hollywood dit dialect proberen te reconstrueren. Dit klopt niet helemaal, maar het geeft je een idee van hoe die taal ongeveer geklonken heeft. Dit fascineert me heel erg, hoe de talen zich ontwikkeld hebben, dus het Hebreeuws voordat het Hebreeuws werd, maar ook het Syrisch en het Ugaritisch, maar ook in de relatie met de taal van nu. Aramees en Hebreeuws worden nog altijd gesproken. Het Hebreeuws is zelfs de officiŽle taal van IsraŽl!"

Hoe oud zijn deze talen eigenlijk?

"Beide talen stammen al van ver voor het begin van onze jaartelling. Zo is het Oude Testament in het Hebreeuws geschreven, maar het Aramees is zelfs nog ouder. Ongeveer drieduizend jaar geleden werden de eerste inscripties hierin geschreven, maar de gesproken taal zelf stamt allicht van nog veel eerder. Het leuke is dat je nu in de metro van Frankfurt of in the States opnieuw constructies terug kunt horen die al duizenden jaren oud zijn. Zo blijven altijd als golven tot ons komen. Er is continuÔteit."

Als golven?

"Als golven komen ze uit de oceaan van eeuwen, maar beuken ze op de kusten van de huidige tijd. Zo is er altijd een link naar het verleden, bij het Aramees dus naar meer dan duizend jaar voor Christus. Het was onder meer de administratieve taal van het Perzische Rijk in het midden van het eerste millennium. Zoals nu het Engels diende de taal als lingua franca in een groot gebied; het was ook echt een prestigetaal. Zelfs in Afghanistan en Pakistan probeerden ze het Aramees onder de knie te krijgen."

Hoe lang bleef het Aramees de lingua franca van zo’n groot rijk?

"Totdat Alexander [de Grote; BdH] PerziŽ binnenviel en het rijk in elkaar stortte. Naast de nieuwe hellenistische invloeden, kwamen er ook vele (geschreven) variŽteiten en dialecten van het Aramees naar boven, die tot dan toe nog verborgen waren. Als het ijs eenmaal gebroken is, kun je zien wat eronder aanwezig is. Ook al snel komt de ontwikkeling van nieuwe literaire tradities in onder meer de Joods-Aramese en Syrische. Het Syrisch zou overigens later de lingua franca van het christelijke nabije oosten worden."

Gebruikt u deze nieuwe literaire tradities ook in uw bestudering van de taal?

"Taal en cultuur kun je niet los van elkaar zien. Talen nemen gedachten, cultuur en religie met zich mee. Dat is mijn eigen stijl, ik maak gebruik van linguÔstiek en filologie om de teksten beter te kunnen begrijpen, om ze te kunnen interpreteren en om te ontdekken welke meerdere mogelijkheden er in zo’n tekst verborgen zitten. Ook in die tijd dachten ze al erg goed na over de taal. Hoe simpel die teksten ook lijken, er zit bijna altijd meer in dan je denkt. In de Mesopotamische cultuur was er een extreem ontwikkelde schrijfcultuur met veel (en lang) educatie. Men dacht na over betekenis en variatie, en dit strekte zich uit richting het westen, eerst richting de Aramese staten, maar via deze talen ook richting Europa."

Hoe gebeurde dat eigenlijk, via welke wegen?

"Van grote invloed hierop is de verspreiding en bestudering van de Bijbel, maar ook hiervoor waren er contacten tussen oosterse en westerse volkeren, onder meer via de handel. Het Aramees vormde als het ware een brug tussen het oosten en het westen. Interessant is te zien hoe men met deze talen omging. Een ander voorbeeld van hoezeer men nadacht over de taal is te zien in de Griekse vertaling van de Bijbel. Semitische talen, in dit geval het Hebreeuws, hebben maar weinig vormen. Ze gebruiken andere manieren om een gedachte mee uit te drukken, o.a. via bijwoorden, deelwoorden en woordvolgordevariaties. De Griekse vertalers hebben dit goed in de gaten gehad en het is fascinerend om te zien hoe zij deze uitdrukkingen in hun eigen taal omzetten."

Is er niet een mythe waarin verteld wordt dat er 72 Griekse vertalers aan een vertaling van de Bijbel werkten en dat ze alle 72 op een identieke vertaling kwamen? Gelooft u dit?

"Nee, naar mijn mening maakt elke vertaler een andere keuze, zoals verschillende mensen eenzelfde gebeurtenis ook verschillend zouden navertellen. Interessant is het nu juist om te kijken welke keuze ze hebben gemaakt en waarom."

In dat geval: waarom heeft ķ de keuze voor dit vakgebied gemaakt?

"Eigenlijk ben ik van oorsprong classicus. Ik studeerde Grieks en Latijn, en filosofie en oude geschiedenis in Oxford. Hierna heb ik mijn doctorstitel in MŁnster gehaald op de Septuagint, de Griekse vertaling van de Bijbel. Dit versterkte mijn interesse in de relatie tussen de klassieke en de Semitische talen. Van 1999 tot 2002 heb ik me vervolgens in Rome volledig geconcentreerd op de Semitische talen. En ik heb er ook nog Assyriologie geleerd. Hierna ben ik naar Heidelberg gegaan om me op juist de oude varianten van het Aramees te storten, zoals die in het Perzische Rijk voorkwamen. In Heidelberg was men erg gespecialiseerd in dit onderwerp. Vervolgens kwam ik in Leiden terecht."

Als Heidelberg zo gespecialiseerd is, waarom dan toch naar Leiden? En wat zijn uw ambities hier?

"Het is een totaal andere league. In Leiden heb je ťťn van de grootste departementen voor deze oude talen van de wereld. Leiden is de Champions League! Hier werken veel meer mensen dan in Heidelberg, het is niet te vergelijken. In de eerste plaats wil ik hier graag de historische studie van het Hebreeuws en het Aramees promoten, inclusief de culturele achtergronden, want die zijn volgens mij noodzakelijk voor een goed begrip van de teksten. Er zijn immers nog veel te weinig studenten om alles grondig uit te zoeken. Verder zal ik natuurlijk ook lesgeven en hoop ik nog vele boeken en artikelen uit te geven. Momenteel doe ik vooral onderzoek naar de oude culturen, maar allicht dat ik over een paar jaar iets heel anders doe. Dat is ook het mooie van deze discipline, dat je kunt kiezen. En tot nu toe vind ik elke dag wel weer iets nieuws in de teksten. Het blijft ťťn grote ontdekking."

Meer interviews

Printversie

Uw reactie
vorige pagina top pagina