Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 5, nummer 1 (februari 2005)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Redactioneel
   Reportage
   Colofon
 
Reportage

"Ik kies de catastrofe en de dood"

Reportage over de Conferentie 'Walter Benjamin - Denker in Extremen'

door Bart de Haas

In een brief uit 1912, hij was toen pas 22, schreef Walter Benjamin dat je bij het hoogst geestelijke moest beginnen om bij de oorsprong, de materie, nooit uit te komen. Aan deze paradoxale man, wiens geschiedfilosofische overdenkingen door bijna alle wetenschappelijke takken gebruikt kunnen worden, werd in Leiden van 20 tot en met 22 januari een conferentie gewijd.

Het is vrijdag 21 januari. De 78 lampjes van de Universiteitszaal in het Academiegebouw werpen hun licht op de dertig aanwezigen in de zaal. Deze aanwezigen, voor het merendeel mannen, werpen op hun beurt hun licht op de man die nog veel meer licht bracht, namelijk Walter Benjamin (1890-1940). De man die vindt dat iets pas goed verwoord is als het doet mijmeren. Aan hem was een driedaagse conferentie gewijd met de titel ‘Walter Benjamin – denker in extremen’, die al op donderdag begon en nog tot zaterdag zou duren.

Voor de opening van de dag was zelfs Uwe Steiner uit Houston uitgenodigd, maar ook zonder hem mocht er toch wel gesproken worden van een topbezetting als het gaat om Benjaminkenners in Nederland en België. Dit alles gaf wel de nodige taalproblemen. Zo was het grootste deel van lezingen ondanks de vele citaten ‘gewoon’ in het Nederlands, maar wisselde men met name in discussies het Duits en het Engels af, zodat iedereen mee kon doen, iets wat de discussie voor enkele Nederlandse participanten beperkte of in elk geval minder hevig maakte. En dat was jammer.

Aan de andere kant leverde de keur aan talen toch ook veel op. De jonge Sebastiaan Garvelink (Leiden) sprak over "enige motieven bij Herman Teirlinck". Hierin haalde hij het volgende citaat aan uit diens boek Het ivoren aapje. "Ze drongen door de halve duisternis der smalle steegjes van de Kapellewijk en nu waren ze binnen het volle stadsrumoer. Al de kroegen, kavitjes en kaberdoezen der Hoogstraat waren open en onder de lage lichten krioelde een bleek gepeupel van willokseters en kwakzuipers, vaatkapoenen en gauwdieven, wijventoekkers en makrellen, oude stumpers en jonge wurmen aldooreen." Gelukkig was er iemand in de zaal die dit kon vertalen.

Dezelfde Garvelink slaagt er diverse malen in de zaal aan het lachen te krijgen. Bijvoorbeeld als hij de tirade voorleest waarin Baudelaire, die in Brussel niet wist te slagen, schrijft wat hij van de Belgen vond. En als hem even later wordt gezegd dat hij nog maar zeven minuten mag spreken – op Uwe Steiner na had iedereen een halfuur – besluit hij om met een optimistisch onderwerp te eindigen, namelijk ‘Catastrofe en dood’. Waarbij en passant ook nog eens een terroristische actie in het Brussel van toen ter sprake komt.

Boeiend was ook de lezing van de germanist Jef Jacobs, die de boeken Allerzielen van Cees Nooteboom (1998) en Austerlitz van W.G. Sebald (2001) met elkaar vergeleek door te kijken wat ze met de ideeën van Benjamin deden. Typisch Benjaminisch zou volgens hem zijn: het nietig verklaren van wat geweest is, de vergetenheid en toch het zoeken hiernaar, mededogen met het nietige. Er is een verzet tegen de herinnering en tegelijk een drang hiernaar.

De interessante figuren en plaatsen in de boeken zijn vooral de mislukten, de gebochelden, de dieren, de kometen, de stenen en begraafplaatsen. Deze dwingen de aandacht af op het verleden. Hier is dat verleden bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog, de erfenis hiervan voor de mensen van nu en de consequenties die deze heeft voor de enkeling, zoals melancholie en schuldgevoel in de hoofdpersoon. Maar – en dat is typisch in de geest van Walter Benjamin – juist in de herinnering schuilt de hoop op verlossing.

Opmerkelijk in de besproken romans is de rol die film en fotografie spelen, van de stoepen en trottoirs bij Nooteboom, versus de grotere gebouwen en plattegronden bij Sebald. En vanwege hun symboliek zijn ook stations erg belangrijk, als metaforen van het zwerven. In zijn hand-out met talloze citaten uit beide boeken neemt Jacobs dan ook diverse foto’s en afbeeldingen op.

 "Want dat is het mooie van Benjamin," zegt Gerard Visser, samen met Jacobs de organisator en bedenker van deze conferentie, "Benjamin is niet weg te krijgen, hij blijft altijd weer opnieuw actueel. En zijn werk is bijna op alles toepasbaar, van popmuziek tot kinderspeelgoed!"       



 
Gerard Visser (links) en Jef Jacobs

Dit blijkt ook uit de verscheidenheid aan lezingen. Waren Jacobs en Garvelink nog met name op letterkunde gericht, andere lezingen betroffen filosofie, film en fotografie. Over de laatste twee onderwerpen gaan onder meer de lezingen van René Boomkens (Groningen), die een pleidooi voor de film hield, en Tineke de Ruiter (Leiden). De dagen zijn dan ook in thema’s verdeeld, met vrijdag literatuur en kunstgeschiedenis en zaterdag filosofie en theologie. Volgens Jacobs zal dit de groep wetenschappers bij discussies niet in twee kampen verdelen: "De thema’s staan niet tegenover elkaar. Het zijn cirkels die elkaar overlappen."

"Het doel van de conferentie is mensen bij elkaar te brengen," vult Visser aan, "van jong tot oud. Naast enkele wetenschappers die al jaren met Benjamin bezig zijn, hebben we ook enkele studenten uitgenodigd die op Benjamin zullen promoveren."

Eén van die jonge promovendi is Stef van den Hof (Utrecht). In zijn lezing ‘Moderniteit als shock en belevenis’ zet hij Ernst Jünger en Walter Benjamin tegenover elkaar. Jünger ziet oorlog als een ultieme belevenis, waarmee de rauwe kern van het bestaan bereikt kan worden. Benjamin is linkser en schetste zijn collega af als decadent, als iemand die de oorlog zou verheerlijken. Zo is er tussen hen een behoorlijk gecompliceerde verhouding.

Aan het eind van de dag is er nog een discussie. Alle sprekers worden uitgenodigd om naast elkaar te gaan zitten. Na enkele monologen met lange vragen en nog langere antwoorden, van vooral de ouderen binnen de groep, komt de discussie, als ook de jongeren zich in de strijd gaan mengen, eindelijk op gang. Bij de borrel na afloop, in de Grote Beer, zullen de discussies ongetwijfeld wat soepeler verlopen. Zo is de conferentie in elk geval in z’n opzet geslaagd, namelijk om de mensen bij elkaar te brengen.

Uw reactie
vorige pagina top pagina