Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 5, nummer 1 (februari 2005)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Redactioneel
   Reportage
   Colofon
 
   

Focus & Massa

door Ton van Haaften

In NRC Handelsblad van zaterdag 5 februari jl. stond onder de titel ‘Langs de lat’ een verhelderende bijdrage over de plannen van minister Van der Hoeven om onderzoekers te gaan ‘afrekenen’ op hun prestaties. Wat de minister de komende jaren wil gaan doen, heeft zij opgeschreven in het Wetenschapsbudget:

‘Voor de lange termijn wil ik toe naar een systematische vaststelling van onderzoeksoutput, kwantitatief en kwalitatief, die periodieke herverdeling mogelijk maakt in de richting van best presterende universiteiten of onderdelen daarvan.’

‘Prestatiebekostiging’ heet dat en de echo van de zo jammerlijk mislukte ‘voorwaardelijke financiering’ uit de jaren zeventig van de vorige eeuw klinkt er zwaar in door. Maar politici laten – zoals we weten - niet snel los en stoten zich ook regelmatig aan dezelfde steen.

In het Verenigd Koninkrijk hebben ze al zo’n kleine twintig jaar ervaring met prestatiebekostiging. De wetenschappers van overzee die ík daarover spreek, klagen steen en been. Naar wat ik hoor heeft het daar vigerende systeem van prestatiebekostiging het algemene academische klimaat zo verpest dat vele Britse collega’s het eiland proberen te ontvluchten.

De minister wil die prestatiebekostiging overigens niet zomaar. Het achterliggende en hogere doel is het voeren van een gericht onderzoeksbeleid met als oogmerk universiteiten te prikkelen excellente prestaties te leveren. En volgens velen wordt die excellentie nu niet geleverd, omdat het onderzoek in Nederland te versnipperd is, wat ten koste zou gaan van de kwaliteit en productiviteit. We moeten daarom – in de woorden van adviescommissie Wijffels – ‘focus en massa in het onderzoek creëren’.

Nu kan ik me heel goed voorstellen dat deze beschouwingen, overwegingen en doelstellingen vanuit het gezichtspunt van het bčtaonderzoek, met inbegrip van het technische en medische, enig en misschien zelfs wel veel hout snijden. Voor dit type onderzoek zijn immers vaak zeer hoge investeringen in infrastructuur en ondersteunend personeel nodig. En laten we ook niet vergeten dat er in deze hoek heel veel geld omgaat en dat er dus grote belangen op het spel staan, inclusief die van het bedrijfsleven. Dit vereist in veel gevallen inderdaad een gericht en geregisseerd onderzoeksbeleid en daarbij moet je dan ook enige bureaucratie voor lief nemen.

Maar voor de geesteswetenschappen snijdt het aanhoudende pleidooi voor het duo Focus & Massa geen hout. Het onderzoek in onze wetenschappen was en is relatief kleinschalig en zal dat in de toekomst ook blijven. Daarom is goed onderzoeksbeleid in de geesteswetenschappen eerst en vooral goed onderwijs- en personeelsbeleid, in het bijzonder het scouten, selecteren en begeleiden van talent. En dat is precies waar universiteiten zelf goed in (behoren te) zijn. Daar komt nog bij dat de voor de geesteswetenschappen beschikbare fondsen voor onderzoek – zowel in de eerste als in de tweede geldstroom - peanuts zijn vergeleken bij die waarover onze bčtabroeders en -zusters kunnen beschikken. Dat betekent dat zelfs bij de geringste vorm van bureaucratisering, die het herverdelen van die fondsen nu eenmaal onvermijdelijk met zich mee zal brengen, de kosten daarvan niet in verhouding zullen staan tot de opbrengsten. Het heeft daarom weinig zin om het circus van de prestatiebekostiging op de geesteswetenschappen los te laten. En bovendien is daar ook geen noodzaak toe, omdat de kwaliteit van het onderzoek in deze wetenschapsgebieden door de bank genomen al van zeer hoog tot excellent niveau is als gevolg van het beleid dat de universiteiten in de afgelopen twintig jaar zelf hebben gevoerd.

Het valt daarom te hopen dat de minister en vele andere beleidsverantwoordelijken ervan kunnen worden overtuigd dat de verschillende wetenschapsgebieden niet langs dezelfde, op de bčtawetenschappen geďnspireerde, bureaucratische meetlat moeten worden gelegd en dat de armetierige en weinig creatieve beleidsmatige monocultuur moet worden doorbroken. (Bestaat er geen prestatiebekostiging voor beleidsmakers?). Er is in onze vakgebieden de afgelopen jaren immers al genoeg kapot gemaakt.

vorige pagina top pagina
Uw reactie