Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 5, nummer 1 (februari 2005)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Redactioneel
   Reportage
   Colofon
 
Personalia

‘Koppel promotierecht los van hoogleraar’

Interview met Barend ter Haar

Oncontroversieel zijn ze niet, de ideŽen van Barend ter Haar (46), sinds een half jaar directeur van CNWS. De hoogleraar Chinees geniet van zijn overtuigingswerk. ‘Mijn baan is misschien nog wel leuker dan die van dekaan.’

Door Arjen van Veelen

    

Hoe bevalt het besturen u tot nu toe?

‘Besturen is niet zo heel anders dan lesgeven, want je probeert mensen te overtuigen. Voordat een student accepteert dat je misschien wel een nuttig inzicht hebt of dat je gelijk hebt dat hij misschien op tijd moet beginnen – dat kost ook tijd en lukt niet altijd. Maar daar laat ik mij niet door uit het veld slaan. Het is overtuigingswerk: macht heb je formeel niet, wel invloed of gezag. Enthousiasmeren, daar put ik voldoening uit. Zolang je maar genoeg van je ideeŽn kunt verwezenlijken. Je doet dit tenslotte omdat je ideeŽn hebt.

Daarbij heeft lobbyen zijn charmes en vergaderen is ook een sociale activiteit. Natuurlijk, alles gaat langzaam, iedereen mag meepraten en dat heeft zijn voors en tegens. Ik heb, misschien nog meer dan mijn voorganger dat had, de neiging: nu wil ik het gewoon gaan doen.’

Is extra geld een oplossing?

‘Meer geld is niet altijd fijn. Vechten voor je geld is ook gezond, dat maakt creatief. Ik zou wel meer geld willen dat je ad hoc via de Universiteit krijgt, dus niet via het NWO. Zodat je bijvoorbeeld een veelbelovend iemand snel voor twee jaar kunt benoemen en talent tijdelijk onderdak kunt bieden. Als je toevallig een goed jaar hebt met twee goede aio’s, moet je die vast kunnen houden. Daar heb je tijdelijk, los geld voor nodig.

Het CNWS is niet per se arm. Maar anderzijds: dertien mensen om China af te dekken klinkt heel veel, maar als je kijkt hoe groot China is - twee miljard mensen, drieduizend jaar geschreven geschiedenis – en dat vergelijkt met West Europa… Als hoogleraar dek ik de hele Chinese geschiedenis en religie af terwijl je daar voor het Westen de faculteit theologie en geschiedenis voor hebt. Dan is dertien mensen voor China peanuts, en dat is dan onze grootste Niet-Westerse opleiding.

Niemand zegt nee tegen geld, maar dat geld zou op een plek moeten komen waar expliciet over kwaliteit wordt nagedacht en waar het niet zo is dat als je geld een keer niet gebruikt het meteen wordt weggehaald. Daar kun je geen kwaliteitsbeleid op maken.’

Hoe reŽel is het om geld te verwachten van het bedrijfsleven?

‘Het zou mooi zijn om bijvoorbeeld een Chinees bedrijf te vinden dat een miljoen geeft voor de opvang van talentvolle Chinese studenten in Leiden. Talent is er genoeg, maar je hebt beurzen nodig. Wat ik ook heel mooi zou vinden is een leerstoel voor het moderne India, die er nu niet is. Stel dat je een Indiaas bedrijf bereid vindt om zo’n leerstoel, net als in Amerika gebeurt, met een foundation te ondersteunen. Maar daarvoor moet je netwerken en dat kost tijd. Daar moet je prestigieuze mensen op zetten, beroemde hoogleraren bijvoorbeeld, iemand van het college van bestuur, of het hoofd van de universiteitsbibliotheek. Mijn droom is een zo goede toegang tot ministeries te vinden dat dit soort dingen mogelijkheid wordt.’

Welke ideeŽn heeft u op het gebied van personeelsbeleid en kwaliteitscontrole?

‘Een universiteit die zichzelf serieus neemt moet bereid zijn te snijden op grond van kwaliteit, dus niet snijden omdat er nu eenmaal bezuinigd moet worden. Onderwijs, onderzoek en bestuur moeten we serieus nemen als taken. Men moet op minstens twee van deze drie taken goed zijn. Vijf jaar na een benoeming kun je kijken of iemand goed functioneert en bij bewezen bekwaamheid bied je iemand een nieuw contract aan. Natuurlijk moet je dan heel goed nadenken over je criteria en personeelsbeleid. We moeten strenger zijn, maar niet schoolmeesterig. Het mag geen formele exercitie zijn. Besturen is een creatief proces, dat is ook het leuke van mijn baan. Leuker nog denk ik dan die van dekaan. Een dekaan is een echte bestuurder; ik zit op de grens van onderzoek en bestuur. Ik geloof dat als je te formalistisch bent het mis gaat omdat creatieve mensen zoals wetenschappers daar niet van houden. Dus het moet ontspannen: veel praten, een beetje plagen, stangen. Niet formalistisch, niet van: per driehonderd uur ťťn artikel en dat allemaal in refereed journals.

Verder vind ik dat we af moeten van het formatieplaatsensysteem. Door te stellen dat je voor die-en-die taak altijd een hoogleraar moet hebben, kun je een goed iemand soms nooit tot hoogleraar benoemen.

Ik zou er voor pleiten om promotierecht los te koppelen van hoogleraren en vast te koppelen aan bewezen onderzoekskwaliteit, oftewel het feit dat je volwaardig lid ben van een onderzoeksschool. Verder moet besturen niet meer puur afhankelijk zijn van hoogleraren. Dan ben je van de voornaamste reden om een hoogleraar zo belangrijk te vinden af. Op die manier kun je een talentvolle, jonge onderzoeker aannemen die zich zo kan bewijzen en op kan klimmen. Met dit systeem kun je kwaliteit vasthouden. Dat motiveert.’

Hoe staat het met de internationale samenwerking, bijvoorbeeld die met SOAS?

‘Voor het overleven van het Niet Westen als wetenschappelijke discipline is het absoluut essentieel dat je partners hebt die je regelmatig ziet. Het zou mooi zijn als er elders in Nederland een plek is waar veel Niet Westen zit. Dan heb je meer concurrentie, schuifmogelijkheden en meer studenten in totaal. Maar dat is op dit moment niet realistisch. Buiten Nederland zijn er zat goede concentraties van Niet Westerse studies, zoals het SOAS in Londen maar ook Heidelberg en Parijs, die willen samenwerken. De verbindingen zijn snel. Van deur tot deur ben je in vier uur bij SOAS. Ik ben op een dag heen en weer gevlogen en heb toen iets van zeven uur gehad om te werken, Parijs hetzelfde verhaal. Samenwerken is dus mogelijk, alleen: voor het SOAS geldt dat zodra je het formeler maakt zij met het probleem van collegegeldverlies zitten. Een student betaalt in Engeland veel meer collegeld in dan hier. Als zij een student een jaar laten gaan betekent dat simpelweg inkomstenderving. Maar uitwisseling van docenten zie ik op korte termijn absoluut gebeuren.’

Hoe staat het met de bezetting van de Niet Westerse gebieden?

‘Voor sommige belangrijke gebieden zoals Chinese economie of recht van Japan hebben we geen mensen in dienst. In heel Nederland is er geen hoogleraar boeddhisme. Dat is absurd: voor een van de grootste wereldgodsdiensten hebben we geen deskundige. Dat vind ik nu echt nijpend. Een voorstel van mij om dat te ondervangen – ik heb het ooit eens bij de rector gedropt – zijn kruisbenoemingen. Je kunt mensen niet alleen benoemen bij Talen en Culturen van bijvoorbeeld China of Japan, maar ook bij de disciplines waar ze thuishoren. Dus de econooom van China zit bij ons en bij Erasmus Universiteit. De docent geschiedenis van de geneeskunde van het Verre Oosten zit bij de medische faculteit ťn bij ons in de Letterenfaculteit. Hij of zij geeft dan les in de geneeskunst aan de medische faculteit en in de geschiedenis ervan aan beide faculteiten. Zo zijn ze veel beter te legitimeren. Momenteel moeten we elke aanstelling legitimeren in het kader van, zeg, de studie Chinees. Als dit plan zou lukken, zou ik erg tevreden zijn. Daar mogen ze me voor wakker maken.’

www.let.leidenuniv.nl/bth

www.cnws.leidenuniv.nl 

Printversie

Uw reactie
vorige pagina top pagina