Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 5, nummer 1 (februari 2005)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Redactioneel
   Reportage
   Colofon
 
Bericht uit… 

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen. Deze keer:

Onder de wapenen in Afghanistan

door LKol (R) Willem Vogelsang

In november/december was ik als reserve officier van de Koninklijke Landmacht in Afghanistan om daar een bezoek te brengen aan de Nederlandse troepen. Ik maakte deel uit van een klein groepje gemilitariseerde burgerspecialisten met de opdracht om een rapport te schrijven over de civiele situatie in de provincie Baghlan, in het noorden van het land. In dat gebied, vlakbij de provincie hoofdstad Pul-i Khumri, heeft het Nederlandse leger sinds de zomer een kleine basis ingericht met ongeveer 150 manschappen. Men wilde van ons weten hoe de Nederlandse troepen daar, naast hun veiligheidstaken, ook een andere bijdrage kunnen leveren aan de wederopbouw van het land. Tevens was ons gevraagd te kijken hoe een eventuele militaire bijdrage kan worden ingepast in de inspanningen van de burgerautoriteiten en buitenlandse hulpverleners. Dat rapport, meer dan zeventig pagina’s dik, is inmiddels, vier weken na terugkeer in Nederland, aan de militaire leiding in Den Haag overhandigd en wordt nu besproken met andere betrokken ministeries.

Ik was in de zomer van 2002 voor de laatste keer in Afghanistan geweest. Ik reisde toen met lokaal vervoer door het land en genoot van de mogelijkheid om overal en altijd in de theehuizen en op straat met de lokale bevolking te praten. Dat was nu, in november/december, heel wat anders. Aan de ene kant kon ik in Kabul als militair niet zomaar over straat lopen, en je kunt zeker ook niet zonder blikken of blozen in uniform en gewapend een ministerie binnenstappen. Aan de andere kant had ik wel weer de positie om via de ambassade en de militaire leiding allerlei personen te zien en spreken waarmee ik anders niet of met veel moeite een afspraak had kunnen maken.

Afghanistan is op de goede weg; de bedrijvigheid is enorm, de vervuiling door uitlaatgassen is een probleem geworden, in het hele land gaan kinderen naar school, de gezondheidszorg is sterk verbeterd, de infrastructuur is veel beter dan een aantal jaren geleden, er is een gekozen president en het land maakt zich op voor parlementaire verkiezingen. Buitenlandse troepen, inclusief die uit Amerika, en buitenlandse hulpverleners worden door vrijwel alle Afghanen warm en gastvrij ontvangen. Van enige animositeit, of sympathie voor de vroegere Taliban, is geen sprake. Dat wil niet zeggen dat alles nu koek en ei is in dat land; de problemen zijn nog steeds enorm, maar na 25 jaar burgeroorlog is men toch duidelijk op de goede weg.

Het viel ons in Baghlan vooral op hoe de Nederlandse soldaten zich, tegen die achtergrond, vooral nog als een militaire macht opstellen. Begrijpelijk natuurlijk, vanuit hun achtergrond, maar waar Afghanistan vooral behoefte aan heeft is een sterke politiemacht. De militairen moeten, zogezegd, van hun paard af. Ondanks de goede wil van de zijde van de officieren ontbrak het in Pul-i Khumri toch duidelijk aan kennis en ervaring om efficiŽnt met de bevolking om te gaan. Veel manschappen komen nooit het kampement uit, en al het eten en drinken wordt ingevoerd uit het buitenland terwijl bijvoorbeeld vlak buiten de poort allerlei fruit kan worden gebracht tegen een fractie van de prijs die men nu betaalt. Als men al de poort uitgaat, draagt men een scherfvest, de helm moet bij de hand gehouden worden, men is gewapend, en als men ergens stopt of een afspraak heeft wordt de omgeving `geveiligd’. Vanuit militair oogpunt begrijpelijk, maar voor de Afghanen soms wat moeilijk te vatten. Als ik me ooit eens zorgen heb gemaakt was het als we weer een dorp binnen kwamen, door de bevolking druk zoenend werden begroet, terwijl dan een paar militairen in volle uitrusting met de vinger aan de trekker op de daken gaan staan.

Eremantel

De veiligheid van de manschappen ligt niet in hun militaire positie, maar juist in een goede verstandhouding met de bevolking. Het is de bevolking die de militairen moet waarschuwen als er dreiging is. De officieren begrijpen dat ook wel, mar hun voornaamste zorg, en ook hun opdracht uit Den Haag, is toch in de eerste plaats om hun troepen weer heelhuids terug te brengen naar Ermelo. En een militair denkt dan in de eerste plaats aan zijn wapens. Maar de bevolking begrijpt niet waar men zich zorgen over maakt. Ze verwachten concrete hulp. Het Nederlandse kampement is officieel een Provincial Reconstruction Team, maar de Reconstruction laat vooralsnog wat te wensen over. Het was af en toe gÍnant om ergens in een dorp te arriveren, midden in de provincie, en dan na de thee en de kebab te moeten toezien hoe de militairen aan de kinderen alleen wat knuffelbeesten gaven. Heel leuk voor een foto voor moeder de vrouw thuis, maar als je in dat dorp weer eens terugkomt, vraagt de bevolking toch om wat meer. Er komt nog bij dat de Duitsers en Engelsen in Noord-Afghanistan soortgelijke kampementen hebben ingericht , en juist wel erg betrokken zijn bij de concrete opbouw van het land. We kregen dan ook regelmatig de vraag waarom zŪj wel, en wij niet iets daadwerkelijks te bieden hadden.

Toch was het een geweldige belevenis om weer in Afghanistan te zijn, en om het militaire bedrijf van dichtbij mee te maken. Ik heb wel degelijk bewondering voor ‘onze jongens’. Een groot kamp opzetten, zorgen voor het eten, patrouilles organiseren, de manschappen bezighouden, vaste verblijven opbouwen, enz. Mijn woordenschat is ook behoorlijk uitgebreid, en wat te zeggen van al die vreselijke afkortingen die men gebruikt, en waarvan men zelf vaak niet weet waar het voor staat. Aan de andere kant soms ook weer om vreselijk te lachen: als de jongens klagen dat ze broccoli te eten krijgen ("lust ik niet"), of als de container met Kerstkalkoenen ‘verdwenen’ is, ergens tussen Den Haag en Kabul.

Kampement

In het begin werden we door de militairen toch wat vreemd bekeken; wat komen ze doen, doen we het dan niet goed zo, en wie zijn zij om ons te vertellen hoe we ons moeten gedragen? Het ijs was echter heel snel gebroken, en de meeste dagen konden wij de poort uit, hoewel altijd onder begeleiding en met minimaal twee wagens. Het was ook snel duidelijk dat wij de lokale bevolking heel andere vragen stelden, en heel anders met hen omgingen, dan men gewend was. Tegen het einde van ons verblijf had ik de eer nog een feest te organiseren, met een echte Afghaanse band. Edoch, met 144 mannen en zes vrouwen is het voor de gemiddelde Nederlandse vent wat moeilijk om los te komen. Voor de Afghaanse tolken en de muziekgroep moet het een komisch gezicht zijn geweest, al die wat vreemd kijkende Hollanders die maar niet in beweging waren te krijgen. Gelukkig eindigde het feest in een uitbundige danspartij, maar het heeft wat moeite gekost!

Printversie

Uw reactie
vorige pagina top pagina