Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 4, nummer 2 (maart 2004)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Colofon
 
Interview

Praten over kijken 

Het innerlijke oog van Reindert Falkenburg

“Close-viewing” zou Reindert Falkenburg zijn interpretatiewijze willen noemen. De nieuwe hoogleraar oude beeldende kunst van de opleiding kunstgeschiedenis onderzoekt zoals hij zelf zegt: “de geschiedenis van het zien van het kunstwerk”. Ruim een jaar geleden verruilde hij zijn professoraat in Berkeley voor zijn huidige studiekamer in het Leidse.

Reindert Falkenburg: 
"Het zien van het niet-zichtbare, dat vind ik interessant"

Door Linda Vermeulen

“Zien is genoeg” waren de eerste woorden van uw oratie afgelopen herfst. De betekenis van een kunstwerk lijkt voornamelijk afhankelijk te zijn van de interpretatie van het werk door de eeuwen heen.

Ik wil niet zeggen dat een kunstwerk alleen bestaat bij de gratie van de interpretatie, maar de interpretatie is zeker een belangrijk onderdeel van het werk zelf. Een kunstwerk is namelijk pas goed te beschrijven wanneer de rol van de beschouwer is onderzocht. Helaas wordt deze rol vaak onderschat. Naarmate het publiek anders naar een schilderij gaat kijken, kan zelfs de genrenotie van een stuk veranderen. Zo hoeft bijvoorbeeld een landschap niet altijd een landschap te blijven. Naar analogie van de mooie literatuurwetenschappelijke term ‘close-reading’, zou ik in de kunstgeschiedenis wel willen spreken van ‘close-viewing’: een nauwkeurige analyse van vorm en inhoud van de voorstelling vind ik namelijk heel belangrijk. Daarnaast zijn ook de eigen denkwereld en de verbeelding van de toeschouwer van belang, deze dragen bij aan de betekenisvorming van het beeld tijdens de daad van het kijken.

Naast landschappen, profane kunst, houdt u zich ook bezig met religieuze kunst. Wat vindt u leuker?

Het spannendst vind ik de grijze zone tussen deze twee, waarbij je niet kunt zeggen wat het precies is. Bijvoorbeeld landschappen met hele kleine religieuze scènes die je soms nauwelijks kunt zien. Ik zie het als een soort kijkspel om deze afbeeldingen te ontdekken en te interpreteren. Als een archeoloog ben ik dan bezig “virtuele opgravingen” te doen in zo’n schilderij.

Als voorbeeld van een landschap met religieuze elementen, noemt Falkenburg het landschap met de Emmaüsgangers van Henri met de Bles en zoekt hij vergeefs in zijn volle boekenkast naar een afbeelding.

Door de vele details in de voorstelling word je als beschouwer betrokken bij het begrijpen van het verhaal. Je dwaalt zelf door het schilderij, maakt als het ware een visuele tocht over het pad dat van de voorgrond van het doek naar de achtergrond leidt, waar de Emmaüsgangers zich bevinden. De twee voormalige volgelingen van Jezus zijn op weg naar Emmaüs en pikken onderweg een vreemdeling op. Wanneer deze laatste op de plaats van bestemming het brood zegent en breekt, herkennen zij in hem de Messias en verdwijnt hij uit het zicht. Ik vind het een sensatie om in een landschap alle motiefjes te bekijken, op jacht te zijn. “Zie ik het, begrijp ik het?”. Op de grens van het zien en het niet-zien heb je dan een ‘aha-erlebnis’. Deze ervaring is niet te beleven of te beschrijven, zonder dat het oog, de esthetische ervaring van het zien, daarbij een grote rol speelt.

Dan is er een tweede dimensie in dit spel van kijken: “de esthetiek van het onzichtbare”, die zich bijvoorbeeld manifesteert in de kunst uit de renaissance, waarin je geacht wordt ‘iets te zien wat je niet kunt zien’. Is dit niet in strijd met uw opvatting dat juist alles te zien is op een schilderij?

Als je kijkt naar meditatie- en devotiestukken uit de oude tijd en het begin van de moderne tijd in de Nederlanden, ontdek je dat er vaak een activiteit van de beschouwer verondersteld wordt, bij het bekijken van een beeld. Een detail als het schijnsel van een licht dat op het gewaad van Maria Magdalena valt, doet de aanwezigheid van Christus vermoeden. Veel schilders zochten in de renaissance naar een manier om het schilderij iets te laten oproepen dat eigenlijk niet zichtbaar was. Met het kunstwerk evoceerden zij het ongrijpbare, het metafysische element. Het paradoxale is dat dit niet-zichtbare in de werkelijkheid ook niet zichtbaar was, maar weldegelijk op het schilderij ‘visueel’ ervaarbaar is gemaakt.

Key-role, grey-zone, “Breughel en Bosch zijn my favorites”: de Engelse termen die af en toe door het gesprek heenglippen, verraden Falkenburgs voormalige aanstelling aan de Graduate Theological Union in Berkeley, California. Waarom verkiest hij Leiden boven zijn hoogleraarschap in Berkeley?

Het voordeel van Europa is dat ik aan de bron van mijn onderzoeksmateriaal zit, het is trouwens een sensationele ervaring om terug te gaan naar een vroegere tijd. Dan is het alsof het nu en het toen elkaar even raken.

Bovendien ben ik heel graag betrokken bij de vele vernieuwingen die zich momenteel aan de Universiteit Leiden voltrekken. Door de nieuwe onderzoeksmaster Western and Asian Art History in Comparative Perspective, die onlangs goedgekeurd is, stelt de opleiding kunstgeschiedenis zich meer open voor vergelijkingen tussen westerse en niet-westerse kunst. Dat vind ik een mooie ontwikkeling. Ook het multi-interdisciplinaire onderzoek dat hier mogelijk is op het niveau van promoties en postdocs spreekt mij heel erg aan.

Wat zijn uw wetenschappelijke ambities hier aan de universiteit Leiden?

Ik hoop dat ik ondanks alle bestuurlijke beslommeringen tijd heb om mijn boek het zien met het innerlijke oog af te schrijven. Dit innerlijke oog is niet iets dat je op zak draagt en af en toe even open kunt doen, hoor. Ik doel nu op een visuele ervaring waardoor je bij het kijken naar een schilderij als het ware door iets heen breekt, welhaast letterlijk door iets heen ziet.

Ach, praten over kijken is eigenlijk heel moeilijk. Het liefst interpreteer ik een schilderij vis-à-vis het werk zelf. Ik vind het leuk om samen met andere onderzoekers en studenten via verschillende visies tot een interpretatie te komen.

 
Printversie

Uw reactie
naar boven