Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 2, nummer 6 (oktober 2002)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Colofon
Discussie
 
Familiezilver in de verkoop? Leiden op zijn smalst

  
    Paul Hoftijzer, Scaliger Instituut

We beleven momenteel rare tijden in Nederland. De politiek is op hol geslagen, de beurs stort in, Harry Mulisch wil Nederland verlaten en de politie vangt geen inbrekers meer. Zelfs in het anders zo bedaagde Leiden gebeuren dingen die tot voor kort niemand voor mogelijk had gehouden.

Zo ontvouwde de scheidend voorzitter van het College van Bestuur, drs. L.E.H. Vredevoogd, op 2 september j.l. in zijn rede bij de opening van het academisch jaar een plan voor de verkoop van stukken uit de Leidse wetenschappelijke collecties. Zijn argumentatie hiervoor is dat Leiden de afgelopen jaren financieel zo door de overheid is afgeknepen, dat drastische maatregelen getroffen moeten worden om de oplopende tekorten van de universiteit te dekken. Vredevoogd vertelde er overigens niet bij dat die tekorten mede zijn ontstaan doordat het College, in plaats van de tering naar de nering te zetten, een fonds van vele miljoenen heeft gecreëerd onder andere voor allerlei projecten met een hoog stokpaardjesgehalte - ik noem de Leiden University School of Management, de Haagse Vestiging, het Leiden University World Wide Programme en de Faculteit der Kunsten - en bovendien een peperduur huisvestings- en managementbeleid hanteert.

Aanvankelijk werd over de uitspraken van Vredevoogd een beetje lacherig gedaan. Ze zouden immers alleen bedoeld zijn als signaal aan de Haagse politiek dat het water de universiteiten echt tot aan de lippen staat. Geleidelijk dringt echter het besef door dat het bittere ernst is. De rector heeft zich in Mare in dezelfde bewoordingen uitgelaten en de Raad van Toezicht heeft inmiddels het groene licht gegeven. Bovendien heeft de kersverse staatssecretaris voor cultuur Van Leeuwen (LPF) na kritische kamervragen laten weten dat het de Universiteit wat hem betreft vrij staat haar collecties af te stoten. Het is daarom de hoogste tijd dat ons slaperige Leidse wereldje wakker wordt en zich teweer gaat stellen tegen dit heilloze voornemen. Want willen we werkelijk toestaan dat het College als een dief in eigen huis er met ons Leidse familiezilver vandoor gaat?

Overigens hoeft er weinig twijfel te bestaan waar Vredevoogd op doelde toen hij sprak over 'onze rijke collecties'. Al eerder is geprobeerd een Blaeu-atlas uit het bezit van de Universiteitsbibliotheek te verkopen en zonder twijfel zijn de begerige blikken nu opnieuw gevallen op de Bijzondere Collecties van deze instelling. Kennelijk heeft men de les van toen niet geleerd. Er zijn namelijk genoeg redenen waarom het College de handen thuis moet houden.

  
Topstuk in de verkoop?

Tekening door Jan Wandelaar voor een plaat in de anatomische atlas van Bernardus Siegfried Albinus,

Tabulae sceleti et musculorum corporis humani
(Leiden, 1747)

UB Leiden, BPL 1914 I

Er lijkt aan het Rapenburg een hardnekkig misverstand te bestaan over doel en functie van de Bijzondere Collecties. Deze bestanden zijn geen museale verzamelingen, waaraan bezoekers van buiten zich kunnen vergapen. Het zijn vóór alles instrumenten voor onderwijs en onderzoek. Dat waren ze vroeger en dat zijn ze vandaag en morgen niet minder. Dat de Universiteitsbibliotheek en Letterenfaculteit zich dat doel ten zeerste bewust zijn, blijkt uit de oprichting twee jaar geleden, nota bene met steun van de Campagne voor Leiden en het College, van het Scaliger Instituut. Het Scaliger Instituut streeft ernaar het gebruik van de Bijzondere Collecties in onderwijs en onderzoek zoveel mogelijk te bevorderen. Daartoe worden lezingen, masterclasses en symposia georganiseerd en beschikt het instituut over een eigen Scaliger wisselleerstoel, momenteel bezet door prof. dr. W.P. Gerritsen. Tegelijkertijd worden onderzoekers uit binnen- en buitenland in de gelegenheid gesteld voor kortere of langere tijd als fellow van het Instituut in Leiden te werken. Een aanslag op de Bijzondere Collecties is derhalve een aantasting van de kerntaken van de Universiteit.

Een misvatting bestaat kennelijk ook over de aard van de Bijzondere Collecties. Zij vormen een over een lange reeks van jaren en vaak onder veel moeilijker omstandigheden dan nu samengesteld geheel van bestanden op alle gebieden van wetenschap, die in hun inhoudelijke opbouw en historische continuïteit de ontwikkeling van de Leidse Universiteit weerspiegelen. Zij bestaan niet uit losse, op zich zelf staande componenten, maar ontlenen hun betekenis juist aan hun onderlinge samenhang. Zij zijn het Leidse academische erfgoed bij uitstek. Dit besef van de cultuurhistorische meerwaarde van de som der delen, dat in de wereld van de monumentenzorg, musea en archieven reeds lang gemeengoed is, lijkt bij de huidige bestuurders van de Leidse Universiteit ten enenmale te ontbreken.

Afstoting van delen van de Bijzondere Collecties is echter ook moreel verwerpelijk ten opzichte van de velen die, op welke manier ook, aan de totstandkoming van deze verzamelingen hebben gewerkt. Neem de Leidse uitgever en verzamelaar J.T. Bodel Nijenhuis. In 1866, zes jaar voor zijn dood, bepaalde hij dat zijn indrukwekkende verzameling van atlassen, kaarten, prenten en tekeningen in zijn geheel in Leiden ter beschikking van de wetenschap moest worden gesteld. Toen de collectie naar de oude UB werd overgebracht wilde de toenmalige bibliothecaris W.N. du Rieu boven de ingang van de kamer waar de collectie werd bewaard in goud de woorden 'Museum Geographicum Bodellianum' aanbrengen, als eerbewijs aan de samensteller van wat nog altijd een van de belangrijkste bestanden op het gebied van de historische cartografie en topografie ter wereld is. Welke bestuurder van nu heeft het recht die schenking leeg te plunderen? En wat voor effect zal dat hebben op toekomstige weldoeners, die wel twee keer na zullen denken voordat ze hun verzamelingen aan een onbetrouwbare Universiteit zullen overdragen?

Zo zijn er nog wel meer argumenten aan te dragen. Ik weet niet wat men verwacht van de opbrengst van de verkoop, maar een paar honderd wat Vredevoogd noemt 'vaak zeer goede' onderzoekers houd je er niet mee aan de slag. De revenuen van de verkoop van stukken uit de Bijzondere Collecties zullen slechts een druppel op de gloeiende plaat blijken te zijn. Het is daarom geen investering, maar een desinvestering. Immers, wat weg is, komt nooit meer terug. Het College lijkt zich evenmin bewust dat zij zich met deze plannen de goede naam van de Leidse Universiteit nationaal en internationaal te grabbel gooit, want welke instelling in de beschaafde wereld gaat zich nog aan dit soort praktijken te buiten? En hoe moet ook worden geselecteerd welke voorwerpen voor verkoop in aanmerking komen, wie kan bepalen wat voor toekomstig onderzoek in Leiden kennelijk niet meer van belang is? Maar het ergste is misschien wel dat men in het huidige politieke en economische klimaat in Nederland riskeert een domino-effect teweeg te brengen. Er lopen vandaag de dag ook buiten Leiden genoeg lieden rond voor wie cultuurbehoud en wetenschappelijk erfgoed lege begrippen zijn en die er geen bezwaar in zien om uitverkoop te houden in de depots van musea, archieven en bibliotheken teneinde hun politieke ambities te financieren. 125 Jaar geleden schreef Victor de Stuers in De Gids een vlammende aanklacht tegen de schandalige verwaarlozing door de overheid van wetenschap en kunst. Vandaag beleven we de Leidse variant daarvan. Aan ons de taak er iets tegen te doen.

Reacties kunnen worden gestuurd naar e-mail

 

Reacties:
lees
reacties

 

Up