Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 2, nummer 1 (februari 2002)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   Colofon
 
Berber-specialist Harry Stroomer: 
"Het onbekende bekend maken"

Onlangs is dr. Harry Stroomer benoemd tot bijzonder hoogleraar voor de Afro-Aziatische talen. Een gesprek over onveiligheid en smeergeld bij het veldwerk in Afrika en het belang van onderzoek naar het Tachelhiyt-Berber voor de Marokkanen in Nederlanden en bovenal zijn passie voor taal. 

"Ik ben altijd al een talenmens geweest." 

 

Door Koen Moonen

Stroomer: "Al vanaf mijn jeugd in Alkmaar ben ik gefascineerd geweest door taal. Ik herinner me nog dat ik als kind van vijf onmiddellijk de Zwarte Piet wist te ontmaskeren, omdat die een zwaar Leids accent had. Het was natuurlijk onze Leidse buurvrouw die zich voor de gelegenheid als Zwarte Piet had verkleed. Die viel dus onmiddellijk door de mand. Ik was al vroeg op taal en uitspraak gericht. Ik wist vrij zeker dat ik na de middelbare school iets met talen zou gaan doen, en uiteindelijk heb ik voor Arabisch gekozen. Daarin ben ik afgestudeerd. Naast het Arabisch heb ik me al vanaf mijn tweede studiejaar met de Zuid-Semitische talen bezig gehouden. Ik ben altijd al een talenmens geweest."

"Semitische talen behoren tot de Afroaziatische taalfamilie, naar grootte de vierde taalfamilie in de wereld. Het Afroaziatisch is een groep van 230 talen met zes subfamilies: Semitische talen, Berberse talen, Koesjitische talen, Tsjadische talen, Omotische talen en het Egyptisch van de Farao's. Noord-Semitische talen zoals het Arabisch en het Hebreeuws worden op universiteiten in ruime mate bestudeerd, maar de andere helft van de Semitische talen, de Zuidsemitische veel minder. Bij Zuidsemitisch moet je denken aan ongeveer 15 talen in EthiopiŽ waaronder het Amhaars, de landstaal van EthiopiŽ, maar ook aan Zuidsemitische talen in Yemen en Oman. Eťn van mijn leermeesters, prof. A.J. Drewes, heeft me sterk gestimuleerd in mijn taalkundige belangstelling, maar leerde me ook groot belang te hechten aan de culturele, hier dus vaak islamitische, context van deze talen. 

Voor mijn promotie heb ik een taalbeschrijving gemaakt van een Koesjitische taal, het Oromo dat in Zuid-EthiopiŽ en Noord-Kenia gesproken wordt. Na mijn promotie in 1987 ben ik me met Berbertalen gaan bezighouden en dan vooral het Tachelhiyt, ook wel Sous-Berber genoemd."

Afrika is een politiek onrustig continent, wat voor invloed heeft dat gehad?

"Deze invloed is natuurlijk redelijk groot, zo heb ik in 1980 veldwerk gedaan in SomaliŽ, waar ik me heb beziggehouden met het stadsdialect van de hoofdstad Mogadishu. Dat zou nu niet meer mogelijk zijn - te onveilig. Er zijn jaren geweest dat het veilig was in SomaliŽ, maar er zijn ook jaren dat het er erg onveilig was. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld EthiopiŽ, waar vanaf 1972 tot 1995 veldwerk onderzoek nagenoeg onmogelijk was. Ik heb de Koesjitische taal, Oromo bestudeerd in Kenia en toen ik daarmee na mijn promotie verder wilde gaan, werd er bezwaar gemaakt vanuit Kenia. Men eiste geld, veel geld, als ik het onderzoek zou willen continueren. Gelukkig kon ik als taalbeschrijver ook met andere Afroaziatische talen aan de slag vandaar dat ik toen overgestapt ben op de studie van Berber talen. Ik heb het Berber vanaf 1987 aan de Leidse universiteit geÔntroduceerd en er vanuit de studenten behoorlijk wat belangstelling voor gekregen. Berber talen leven in de schaduw van het Arabisch. In Marokko zie je bijvoorbeeld dat de studie van Berber absoluut niet gestimuleerd wordt, men is bang dat het de eenheid van Marokko in gevaar brengt. Naar buiten toe wordt dit land als een Arabischtalig land voorgesteld maar toch spreekt ongeveer de helft van de Marokkaanse bevolking een Berber taal. Het geval van Marokko staat niet alleen in het Midden Oosten. Achttien van de pakweg twintig landen die we Arabische landen noemen, hebben ook andere talen dan Arabisch binnen hun landgrenzen, talen die soms vrij slecht bekend zijn. De culturele dominantie van het geschreven Arabisch zorgt ervoor dat deze talen, inclusief de Arabische spreektalen, in de schaduw van het Arabisch blijven staan.." 

"Ik kies heel duidelijk voor het bekendmaken van deze onbekende talen en taalvormen; ik voel me niet aangetrokken tot het doen van onderzoek op het gebied van het geschreven Arabisch, ik laat dat graag over aan arabisten. 

In tegenstelling tot wat veel mensen denken gaat het in deze opdracht niet om talen met heel weinig sprekers. In Oost-Afrika is het Oromo met zijn tien tot vijftien miljoen sprekers een grote taal. Het Tachelhiyt-Berber van Zuid-Marokko (achter Agadir) is de grootste Berbertaal in de wereld is, je spreekt hier over zes tot acht miljoen mensen."

Wat is de maatschappelijke relevantie van de studie van deze talen? 

"Die is voor mij nogal evident. Om het voorbeeld van het Tachelhiyt-Berber te nemen: ik weet dat het voor Berbertaligen in Zuid-Marokko bijna niet te doen is om op dezelfde manier met hun taal bezig te zijn zoals wij dat hier in Europa doen. Wij zijn uitgerust met computers, met een fantastische bibliotheek, we krijgen er de tijd voor. Als je weet dat je een woordenboek aan het maken bent voor een taalgebied met zes tot acht miljoen sprekers, vind ik dat maatschappelijk relevant, zeker in deze tijd van een geglobaliseerde visie op de wereld. 

De maatschappelijke relevantie geldt ook voor de Nederlandse situatie: driekwart van de Marokkanen in Nederland is Berbertalig is. Uit die groep zijn sommigen op zoek naar informatie over hun eigen taal en hoe die taal in elkaar zit. Je helpt ze in zekere zin bij het zoeken naar hun identiteit." 

"De behoefte aan informatie over talen is enorm groot. Een paar voorbeelden: ik krijg veel telefoontjes van overheidsinstanties over van alles en nog wat: dat kan gaan over de spelling van het Somali in het paspoort van een asielzoeker, over de vertaling van een Eritrees politierapport voor de advocaat van een andere asielzoeker, over de exacte locatie van een bepaalde taal, etc. Toen Nederlandse soldaten vorig jaar naar Eritrea vertrokken ben ik ook voortdurend over de talen in deze gebieden geconsulteerd, onder meer door het Ministerie van Defensie. Of kranten die je bellen met hun vragen, laatst nog met de vraag hoe het nu kan dat er zoveel moeilijkheden waren over de vertaling van de banden van Osama bin Laden. Nou ja, voorbeelden zat!"

In een eerder interview heeft u gezegd dat de universiteit de onderzoekstraditie van Oosterse vakken als Berberse en Zuidsemitische talen moet verbeteren. 

De drie termen die in de naam van mijn opdracht voorkomen ("Afroaziatisch, in het bijzonder Berberse en Zuidsemitische talen") staan voor drie hele grote vakken. Qua grootte en breedte van het gebied zou er zeer veel voor te zeggen zijn om een aparte vakgroep Afroaziatisch op te zetten, en dan liefst met flink wat wetenschappelijk personeel. Ik weet dat ik niet de enige ben met dergelijk wensen, maar dat belet me niet om ze te hebben. Laat ik maar proberen veel mensen op deze gebieden aan te trekken voor onderzoek.

Waar gaat u zich mee bezighouden? 

Eťn van mijn hoofdtaken is een woordenboek van het Tachelhiyt-Berber, dit zal wellicht meerdere delen gaan omvatten. Verder ik wil graag een grammatica van deze taal maken met veel aandacht voor dialectvariatie. Ik wil ook blijven doorgaan met het uitgeven van teksten in het Tachelhiyt Berber omdat ik dat beschouw als voorwerk voor deze twee genoemde projecten. Ik probeer de Berberstudies ook internationaal te profileren. Zo heb ik recent, in samenwerking met de Duitse uitgeverij Koeppe een internationale monografieserie over Berbertalen opgezet, waarvoor grote belangstelling bestaat. Het eerste deel, een prachtige studie van het Touareg-Berber door de taalkundige David Sudlow, is recent in deze serie uitgekomen. De manuscripten van de volgende twee delen liggen op mijn bureau.

Ook voor het onderwijs en onderzoek van Zuidsemitische talen wil ik me blijven inzetten, Leiden is de enige Nederlandse universiteit die deze mogelijkheden biedt. Vooral het vak Klassiek Ethiopisch, met zijn directe belang voor de Ethiopisch-Christelijke kerk, heeft de belangstelling van studenten.

 

naar boven