Hubert Slings
Onderwijs- en Wetenschapsbeleid
Stammend uit een geslacht van onderwijzers en docenten (vader,
moeder, grootvader, grootmoeder, overgrootvader werkzaam in lager dan
wel middelbaar onderwijs) ben ik opgegroeid in het besef dat onderwijs
in het leven van mensen een basale doch cruciale rol speelt. In een
maatschappij die is afgestemd op rendement en efficiëntie moet er
echter voor gewaakt worden dat onderwijs niet wordt gereduceerd tot
opleiding. Scholing is in de eerste plaats vorming.
Het is me daarom een genoegen om sinds 1 maart jl. voor onze
faculteit te mogen werken als beleidsmedewerker onderwijs. In zekere zin
val ik met mijn neus in de boter. Want juist het genoemde begrippenpaar
- academische vorming versus praktische opleiding - speelt bij de
invoering van de Ba/Ma-structuur een centrale rol. Ik zie het als een
uitdaging direct betrokken te zijn bij de vaak precaire afwegingen die
daarbij gemaakt moeten worden.
In Leiden heb ik al heel wat voetstappen liggen. In 1985 liet ik me
als student inschrijven bij wat toen nog de 'vakgroep Nederlands'
heette. In de jaren die volgden genoot ik van studie en studentenleven.
Het jaar 1991 bezorgde me niet alleen een doctoraaldiploma maar ook een
echtverbintenis met Inge de Vries, studente Nederlands en lid van
dezelfde studentenvereniging (VGSL 'Franciscus Gomarus').
Na de studie volgde een jaar postdoctorale lerarenopleiding, waarna
ik in april 1992 als onderzoeker in opleiding werd aangesteld bij het
project Nederlandse
literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Onder begeleiding van
Frits van Oostrom deed ik onderzoek naar Middelnederlandse literatuur in
het voortgezet onderwijs. Dat resulteerde in 2000 in het proefschrift
Toekomst voor de Middeleeuwen (uitgegeven in de NLCM-reeks van
Prometheus). Als praktisch uitvloeisel van mijn onderzoek ontstond de
reeks Tekst in Context, een serie schoolboeken over historische
literaire werken voor gebruik in het Studiehuis, waarvoor ik zelf delen
verzorgde over Karel en Elegast en Reinaert de vos (uitgegeven bij
Amsterdam University Press). Inmiddels ben ik via het NLCM ook betrokken
bij een internet-literatuurgeschiedenis-project, in de eerste plaats
bedoeld voor gebruik in het Studiehuis.
In 1997 verhuisden we van Leiden naar Steenwijk, vanwege een fusie
van de uitgeverij waar Inge werkte. Ik kan iedereen aanbevelen om een
paar jaar in die contreien te vertoeven. Uiteraard hebben natuurschoon
en gemoedelijkheid zo hun charmes. Voor de taalliefhebber kan daaraan
toegevoegd worden dat we de 'Ik heb de band lek'-constructie van Cor van
Bree talloze malen 'live' mochten betrappen, en ook een ons voordien
onbekende constructie van het type 'Ik ben een nieuwe jas nodig'.
Omdat de tweeënhalf uur spoor die ligt tussen de 'Olde veste' en de
'Alma mater' inmiddels tot een flinke dwarsligger is uitgegroeid, hopen
we binnenkort met onze drie kinderen Gerben (6), Christine (4) en Peter
(0,5) vanuit het Niet-Westen terug te verhuizen naar het Westen. Of
beter gezegd: vanuit de Niet-Randstad terug naar de Randstad. Want dat
is een onderscheid waartegen geen wet Gelijke Behandeling is opgewassen.
|