Homepage Universiteit Leiden

Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum
Leidse opgravingscampagne te Saqqara

Jaargang 1, nummer 4 (mei 2001)

   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Bibliotheek
   ICT
   Colofon
 
Nieuwe sporen van een religieuze revolutie in het Oude Egypte

Voorlopige resultaten van de recente Leidse opgravingscampagne te Saqqara, door René van Walsem, Opleiding Egyptologie

In februari heeft de gezamenlijke expeditie van het Rijksmuseum van Oudheden en de Universiteit Leiden maar liefst twee keer in één seizoen de internationale pers gehaald. Dat was nog niet eerder vertoond sinds het begin van dit project in 1975. De redenen voor deze belangstelling worden hieronder toegelicht.

Voorgeschiedenis en aanleiding tot het oorspronkelijke project

Mijn collega Maarten Raven en ik vielen in 1975 als kersverse kandidaten in de egyptologie tijdens ons eerste bezoek aan Egypte als lid van een archeologische expeditie in Saqqara met onze neus in de boter. Met de vondst van het imposante graf van Horemheb, chefstaf (onder Toetanchamon) en later zelf farao geworden, was een antwoord gevonden op een reeks vragen die leefde binnen het Rijksmuseum van Oudheden. Sinds het eerste kwart van de 19e eeuw bezit dit museum namelijk enige met prachtige reliëfs gedecoreerde kalksteenplaten en beelden van een aantal graven rond de tijd van Toetanchamon en wat later (±1330-1300 v.Chr.). De precieze omvang en locatie was echter onbekend. Om op deze primaire museale vragen betreffende de context van bepaalde stukken antwoord te vinden werd in samenwerking met de Egypt Exploration Society (Londen) in 1975 de eerste campagne gestart. Doel was het vinden van het graf van Maya (o.a. minister van financiën ten tijde van Toetanchamon en met drie beelden in het museum vertegenwoordigd) wiens tombe door de Duitse egyptoloog Lepsius op een kaart uit het midden van de 19e eeuw was aangegeven. Door de onbetrouwbaarheid van deze kaart werd echter niet Mayas graf gevonden, maar dat van Horemheb. Inmiddels zijn ruim tien graven bloot gelegd. Die van Maya (1986) en Horemheb zijn nog steeds de grootste. De samenwerking werd in 1998 door de EES beëindigd.

Nieuwe vraagstellingen en een nieuw samenwerkingsverband

De inmiddels omvangrijke groep graven is vanzelf aanleiding geworden tot het stellen van andere vragen. Zo blijkt Horemheb zijn graf op de plaats van een met de grond gelijk gemaakt Ouderijks elitegraf ("mastaba", ±2350 v.Chr.) gebouwd te hebben. Hij gebruikte niet alleen stenen van dit graf, maar ook van het nabij gelegen complex van koning Djoser uit ±2650 v.Chr. Ook vragen omtrent de bovengrondse en ondergrondse architectonische ontwikkeling van de graven zelf, hun iconografie, hun sociale status en positie t.o.v. elkaar en binnen de hele setor van omliggende graven en hun toegankelijkheid overstijgen de oorspronkelijke vragen. Een instap door de universiteit lag dan ook voor de hand. In december 1998 werd een overeenkomst getekend tussen de Faculteit Letteren, d.w.z. de Opleiding Egyptologie, de Faculteit Archeologie (financier van alle archeologisch veldwerk) en het RMO. In 1999 en 2000 werd het laatste onuitgegraven gebied pal ten zuiden van Horemheb onderzocht. Hierover is in Mare en Leidraad (oktober 2000) bericht. Het universitaire geld was hiermee goed besteed. Het was ook duidelijk dat ter beantwoording van de nieuwe vragen de campagnes op grotere leest geschoeid moesten worden. De benodigde financiën konden echter niet door de universiteit alleen opgebracht worden. Het is dan ook een bijzonder heugelijk feit dat NWO een door mij ingediend voorstel heeft gehonoreerd (zie www.leidenuniv.nl/forum/onderzoek/mrt/1.htm). Naast de universitaire en museale bijdragen is hierdoor, dit project op de beoogde schaal voor 2001-2004 veilig gesteld.

Een nieuw graf en nieuw licht op het begin van een religieuze omwenteling 

De primaire doelstelling van het afgelopen seizoen was vast te stellen of er grafcomplexen ten oosten van dat van Horemheb lagen. Na een dag of tien tekenden zich de contouren af van een grafgebouw van kleistenen muren met aan de binnenzijde kalkstenen platen met reliëfs en teksten. (foto 1 en/of 2) Deze laatste onthulden dat het nieuwe graf uit de zogenaamde Amarna-periode stamde. Amarna is de naam van een plaats in Midden Egypte bij de plek waar koning Amenhotep IV, nadat hij zijn naam had veranderd in Achnaton, vanaf jaar zes van zijn 17-jarige regering (±1350 v.Chr.), een nieuwe hoofstad, Achetaton ("horizon van de Aton"), stichtte. De overplaatsing van het hof en de regering vanuit de oude hoofdstad Thebe naar de nieuwe was het uitvloeisel van een door deze farao begonnen religieuze revolutie. Het polytheïsme werd afgeschaft. De zonneschijf Aton die als stralend en levenschenkend hemellichaam de concrete manifestatie was van de oude zonnegod Re werd de enige officieel toegestane god. Het betreft hier de oudste concrete aanzet tot monotheïsme van de mensheid in de vorm van een zuivere zonnereligie. Dit leidde tot de vervolging van met name de rijksgod Amon en met hem gelieerde goden: tempels werden gesloten, afbeeldingen en namen weggehakt. Het ging niet alleen om een omwenteling in religieus gedachtegoed, maar ook om een drastische verandering in iconografie en stijl om deze nieuwe leer artistiek te visualiseren. Zo werd de zon als een licht gebolde schijf met in handen eindigende stralen weergegeven, terwijl Achnaton, zijn vrouw Nefertiti en hun dochters zogenaamd "karikaturaal" (aan het eind van de regering sterk afgezwakt) werden afgebeeld met uitgezakte kinnen, hangbuiken, spillebenen en -armen. Deze vormentaal werd weer overgenomen in de monumenten van Achnatons hof- en regeringsfunctionarissen. Met de start van een religieuze omwenteling is deze nog niet meteen in het hele land gerealiseerd, oftewel, er was een aanloop en overgangsfase. Op dit punt nu is de vondst van het nieuwe graf uitermate instructief. Zo blijkt de eigenaar, Meryneith ("Geliefde van (de godin) Neith"), de titel "hogepriester in de tempel van Neith" te combineren met die van "rentmeester van de Atontempel in Memphis" en "Grootste van de zieners (=hogepriester) van de Aton" (foto 3). Dit duidt op een periode dat de klassieke goden nog getolereerd werden naast de Aton. Vanaf jaar 5-6 gebeurde dit niet meer. Ook het voorkomen van afbeeldingen van traditionele goden op de reliëfs (foto 4) (naast deze titels) in een stijl die erg lijkt op die van Achnaton's vader Amenhotep III, maar met aanzetten tot de vroege Amarnastijl, wijst op deze overgang. Verder wordt de overgang naar de onverdraagzame fase geïllustreerd door de verandering van de oorspronkelijke naam van eigenaar Meryneith in die van Meryre ("Geliefde van Re"). In de ingang in het oosten van het graf is hij dan ook met deze naam in de vroege Amarnastijl afgebeeld. Tenslotte, ook in het westelijk deel van het graf treft men vroeg Amarna-reliëf aan, maar schilderingen in twee aangrenzende kapellen zijn weer in de pre-Amarnastijl. Alleen in het graf van Ramose in Thebe vindt je ook twee stijlen.

Een onwaarschijnlijk interessant beeld 

Een van deze kapellen verborg een verrassing die groot genoeg was om nog een keer de schijnwerpers van de nieuwsmedia op ons werk te richten en wel door de de ontdekking van een puntgaaf dubbelbeeld van een zittende Meryre en zijn vrouw Inioeia. Het stond nog op de oorspronkelijke plaats waar het 3350 jaar geleden was neergezet. Dit is uniek. De asymmetrische over de schouder weggeslagen pruik van de vrouw is van slechts twee andere beelden bekend (foto 5). De teksten op het beeld werpen verder licht op de carrière van Meryre. Hij is namelijk "Schrijver in de Atontempel in Achetaton en in Memphis". Oftewel, hij combineerde hoge functies aan de Atontempels in het noorden (Memphis) en in de nieuwe hoofdstad, waarvan de laatste de belangrijkste was. Zijn vrouw droeg de titel "favoriete van de koningin". Het eigenaardige is echter dat het beeld zelf in de pre-Amarnastijl is. Het graf is trouwens nooit voltooid: een wand is deels ongedecoreerd. Dit suggereert een overplaatsing van Meryre naar Achetaton. Het feit dat daar een imposant rotsgraf, eveneens onvoltooid, is aangetroffen op naam van "de grootste van de zieners van de Aton, Meryre" maakt van deze suggestie (vrijwel) een zekerheid.

Een overlevende van een contra-revolutie? 

Als hogepriester van de Aton en als "dienaar die naar de schone leer (nl. die van Achnaton) luistert", functioneerde Meryre zeer hoog aan het hof, hetgeen ook voor zijn vrouw gold. Na Achnatons dood verliet men onder Toetanchamon (oorspronkelijk Toetanchaton) Achetaton en keerde men terug tot het vertrouwde polytheïsme. Zoals gezegd is Meryres graf in Achetaton onvoltooid gebleven. Opvallend is dat in zijn graf in Saqqara op een paar plaatsen in de reliëfs voorstellingen van Achnaton zorgvuldig zijn weggehakt zonder de rest te beschadigen. Ook op het beeld is een borstsieraad zorgvuldig weggebeiteld. Hoogst opvallend is echter dat op een paar plaatsen de in Meryre veranderde naam Meryneith weer naar Meryneith is terugveranderd. Dit suggereert een terugkeer naar zijn eerste graf om daar uiteindelijk toch begraven te worden.

Recyclen is ouder dan de weg naar Rome 

Na het legen van de ruim zes meter diepe schacht in de centrale zuilenhof is echter geen spoor gevonden van restanten van een, zoals gebruikelijk, in de oudheid reeds grondig geplunderde Nieuwerijks begraving. De kans is dan ook klein dat we bij onze vluchtige inspectie van het kamer- en gangenstelsel iets wezenlijks over het hoofd hebben gezien. Wat onze verkenning wel aan het licht heeft gebracht is dat de aanvankelijk raadselachtige vroeg-dynastieke (2e dynastie ±2750 v.Chr.), stukken aardewerk en kalkstenen dummy-vaatwerk, die we aan de oppervlakte aantroffen, afkomstig zijn uit minstens twee imposante ondergrondse gangen uit die tijd. Dat betekent dat Meryneith/re de plek heeft ingenomen en de schacht hergebruikt van een grafgebouw dat ruim 1400 jaar eerder was aangelegd. In dit deel van de begraafplaats blijken dus graven te liggen die eeuwen ouder zijn dan die waarvan sporen zijn gevonden onder het graf van Horemheb. Dit voegt iets wezenlijks toe aan onze kennis over deze sector van het grafveld.

Vervolgonderzoek 

Er is duidelijk nog zeer veel op te helderen en te onderzoeken aan dit graf. Voor volgend jaar staat het legen van het zeer complexe ondergrondse kamer en gangenstelsel op het programma. Door veel latere in het graf aangebrachte schachten en kamers omvat dit stelsel minstens 2000 jaar grafgebruik met al zijn formele en inhoudelijke veranderingen in de loop van de tijd. Verder moeten de muren aan de buitenzijde tot op de woestijnbodem vrij gelegd worden met de kans dat nog ontbrekende reliëffragmenten met meer informatie opduiken. Ook zullen de iconografie en de teksten na de fotografische documentatie van dit jaar in tekening vastgelegd worden. Wordt vervolgd.

 

Foto's:
Klik op foto:
klik voor vergroting
klik voor vergroting
klik voor vergroting
klik voor vergroting
klik voor vergroting

 

Up