Voorbij het zwarte gat
door Wim Blockmans
Druppelsgewijze hebben artikelen in MARE gedurende de voorbije
maanden duidelijk gemaakt dat de Universiteit Leiden kampt met
aanzienlijk grotere financiële problemen dan de andere
universiteiten.
De verklaring hiervoor is complex: in het algemeen meent de
rijksoverheid nog steeds te moeten besparen op de universiteiten en
heeft ze bijvoorbeeld geen cent extra over voor de aanzienlijke maar
noodzakelijke inspanningen op het terrein van de informatisering.
Daarnaast is er een specifiek Leidse problematiek: jarenlang
aanslepende reorganisaties van de centrale diensten met de daarbij
horende tekorten, problemen met de huisvesting, sterk teruglopende
aantallen studenten, een bekostigingssysteem dat hoofdzakelijk de
einddiploma's honoreert en daardoor de recente groei niet direct in
evenredige baten vertaalt. Leiden heeft ervoor gekozen geen modieuze
opleidingen te creëren die 'communicatie, management, bedrijf of
Europa' in hun benaming voeren. Elders trekken die juist wel grote
aantallen studenten. Hierdoor daalt ons 'marktaandeel', wat de
financiering nog eens extra negatief beïnvloedt.
Bezuinigingen
De Letterenfaculteit had, dankzij zuinig beheer, een traditie van
evenwichtige begrotingen. In 2000 is dat niet gelukt als gevolg van
de 3% extra bezuinigingen opgelegd door de regering en de uit de pan
vliegende kosten van de informatisering. Nu blijkt dat de centrale
reserves van de universiteit opgemaakt zijn door jarenlange
overbestedingen, en ook andere grote faculteiten kampen met
aanzienlijke tekorten, is iedere flexibiliteit verdwenen. Het voor
2000 opgelopen tekort moet de faculteit zelf uit haar zuinig
bijeengespaarde reserves zien te halen, wat haar aanpassingsvermogen
in de volgende jaren aanzienlijk verkleint. Bovendien worden we tot
2005 nog met vele miljoenen gekort. Het College van Bestuur gaat er
bovendien van uit dat het Ministerie sedert enkele jaren het
Convenant Kleine Letteren niet meer honoreert, om welke reden het
ook van het Niet-Westen een bijdrage in de algehele inlevering eist.
In de begroting wordt de traditionele tweedeling binnen Letteren
alvast opgeheven.
Maatregelen
Het faculteitsbestuur overlegt uiteraard al enkele maanden over de
mogelijkheden om creatief om te springen met deze gegevens waartegen
opstandigheid niet zinvol lijkt, althans binnen het kader van de
universiteit. Natuurlijk heeft het faculteitsbestuur zich hard
ingespannen om onze zaak te bepleiten, en heeft daar wellicht ook
wel enig effect mee bereikt. Het is evident dat ingrepen in deze
orde van grootte hier en daar pijn zullen doen. Nu reeds wordt hard
geklaagd over sommige tijdelijk gehandhaafde vacatures - maatregelen
die achteraf alleen maar als voorzichtige wijsheid kunnen worden
betiteld. Wij moeten er begrip voor vragen dat verworven posities
niet automatisch claims voor de toekomst rechtvaardigen. Essentieel
lijkt ons dat overal een initiërende houding doordringt, die
inspeelt op mogelijkheden om meer studenten aan te trekken en ze ook
op de meest adequate wijze voor te bereiden op het beroepsleven.
Investeren in de toekomst
Aan de bescherming van onze 'kleine letteren' zal gelijkelijk
aandacht besteed worden, in het Westen evenzeer als in het
Niet-Westen. Productiviteit van onderzoekers en kwaliteit van
onderwijs zullen faculteitsbreed gevolgd worden. Tegelijk hopen we
in al deze schaarste toch nog vernieuwingsimpulsen te kunnen blijven
geven aan de modernisering van onze onderwijsprogramma's en aan
jonge en productieve onderzoekers. Zulke investeringen in de
toekomst moeten ons spoedig tot een stabiele financiële situatie
terugvoeren. Alleen een faculteit die haar studenten en medewerkers
perspectieven biedt is immers een omgeving waar het prettig en
stimulerend is te werken.
|