



| Uit: Verscheyde Nederduytsche Gedichten, van Grotius, Hooft, Barlaeus, Huygens, Vondel en anderen. Versamelt door J.V., J.S., T.V.D., B., G.P., C.L.B. [Deel 1]. tAmsterdam, voor Lodewijck Spillebout, 1651. [Deel 2:] Verscheyde Nederduytsche gedichten, van P. C. Hooft, C. Huygens, C. Barlaeus, Tesselschade, Vondel, Vander Burgh, en anderen. Het tweede deel, verzamelt door J. V. M. [= Geeraert Brandt]. Amsterdam, Lodewyck Spillebout, 1653. |
KLAGHTE
Num lachrymas victus dedit, aut miseratus amantem est? |
| Uit: Oovergebleeve rym-stukken, of vervolg der versen, van en op de Heeren en Meesters Jan, Huyg, Willem, en Pieter De Groot. Met eenige hier en daar op zyn plaats ingevoegde van de uytgever der zelver. Delft, Andries Voorstad, 1722, p. 130-133. |


