| IK neeme de vrymoedigheid, dit Blyspel van KRISPYN TESTATEUR en GELEGATEERDE, of de ERFGENAAM DOOR LIST, aan Uwe Edt.: op te offeren. Indien het Uwe Edt.:, wiens liefhebbery der Tooneelpoëzy, den liefhebberen zo bekend is, dat ik haaren lof daar omtrent niet behoeve op te haalen, kan behaagen, en den armen voordeel toe brengen, zal ik [fol. A2v] t’eenemaal voldaan zyn: want het is geensins myn oogmerk Uwe Edt.: te vergen het tegen al te naauwziende muggezifters te beschermen, veel min het harnas voor deszelfs misslagen aan te trekken; dewyl ik uwe heusheid dan al te veel zoude misbruiken, en vergeeten dat ik reets ben, |