AUTEUR: De kinderlyke dwaaling. 1796.
In: Almanach voor kinderen, met gedichtjens vertellingjens, en plaatjens [...] voor het jaar 1796
Uitgegeven door EDITEUR
Red. dr. A.J.E. Harmsen, Universiteit Leiden.
Cenetonnnnnn - EDBO
In deze uitgave zijn evidente zetfouten gecorrigeerd en gemarkeerd met een asterisk.

Dit is een onderdeel van de Ceneton Groeipagina. Van dit toneelstuk moeten nog alle pagina’s gedaan worden.

PERSOONAADJEN.
EVERHARD. PIETJE KEETJE } Kinderen van EVERHARD. WILLEM. Met tooneel verbeeldt een straat.
D E KINDERLIJKE D W A A. L I N G. TOONEELSPEL. EERSTE TOONEEL. WILLEM, PIETJE. [Zij komen op het tooneel, twistende over een' appel die Willem in zijn hand heeft,} WILLEM. Ik zeg u 't is mijn appel. P IETJ E. En ik zeg u dat ik er de helft van wil hebben. WILLEM. Ja maar ik zeg u dat gij uw leven lang de helft 'er niet van krijgt. PIETJE. Dan zullen we er om vechten. WILLEM. k kan niet vechten, PIETJE. Neen maar niet met de vuisten' met den sabel, maat. WILLEM. Jassesneen! nog veelminder; il heb niet eens een sabel. PIETJE. Geen snaphaan ook ? WILLEM. Wel neen ik ! wat zou ik met ee^ fnaphaan en fabel doen? ong tukker krijgen ? 1P I E T J E. O . j knaapjen! dan weet ik wat gij *ijt. WILLEM. Wat dan? (Pietje luistert hem iet in *t oor.) Van die diigen heb ik geen; yerftand.

Continue

TITELPAGINA

Continue