Willem van der Hoeven: De vermomde minnaar., Amsterdam 1714.
Uitgegeven door drs. G.C. van Uitert
Red. dr. A.J.E. Harmsen, Universiteit Leiden.
Ceneton037360Facsimile
In deze uitgave zijn evidente zetfouten gecorrigeerd en gemarkeerd met een asterisk.

Continue
[
p. 1: frontispice]
De Vermomde Minnaer
Bleyspel door W. vander Hoeven.
M. Elgersma inven[i]t et fecit

[p. 2: blanco]
[p. 3]

DE

VERMOMDE

MINNAAR;

BLYSPEL.

DOOR

WILLEM VAN DER HOEVEN.

[Vignet: Perseveranter]

TE AMSTELDAM,
_____________________________________

By de Erfg. van J. LESCAILJE, en DIRK RANK,
op de Beurs-sluis, 1717.

Met Privilegie.



[p. 4: blanco]
[p. 5]

COPYE

VAN DE

PRIVILEGIE.

DE Staten van Holland ende Westvriesland doen te weten, alsoo ons vertoont is by de Regenten van het Burger weeshuis ende Oude Mannenhuis, der Stadt Amsterdam, en in die qualiteyt, te zamen eigenaars, mitsgaders Regenten van den Schouburg aldaar, dat sy Supplianten, sedert eenige Jaren hebben gejouisseert van onsen Octroye of Privilegie van dato den 19. September 1684. waar by wy aen de Regenten van den selven Schouburg, in die tyt hadden gelieven te consenteren, accordeeren ende octroijeren, dat sy, gedurende den tyd van vyftien eerst achter een volgende Jaren, de Wercken die doenmaals ten dienste van het Tooneel reets gedruckt waren, ende van tyd tot tyd, nog vorder in het ligt gebracht, ende ten Tooneele gevoert soude werden, alleen soude mogen drukken, uytgeven ende verkoopen, nu ondervonden, dat de Jaren, by het voorgemelde Octroy of Privilegie genaamt, op den 19. September 1699. soude komen te expireren; ende dewyl de Supplianten ten meesten dienste van de Schouburg, waar van hunne respective Godshuizen onder andere mede moesten werden gesubcenteert, de voorgemelde Werken, soo van Treurspellen, Blyspellen als Kluchten, als anders die reets gedrukt en ten Tooneele gevoert waren, of in het toekomende gedrukt, en ten Toneele gevoert soude mogen werden, geerne alleen, gelyk voorheenen, souden blyven drucken, doen drucken uytgeven en verkopen, ten einde de selve Werken, door het nadrukken van andere, haer luyster, soo in taal, als Spelkonst, niet mogten komen te verliezen, dog dat sulcx aan haer na de expiratie van het bovengemelde ons Octroy, en sulcx na den 19. September 1699. niet gepermitteert soude wezen, soo vonden sy Supplianten hun genootsaakt sig te keren tot ons, onderdanig versoekende, dat wy aan de Supplianten, in hare bovengemelde qualiteit, geliefden te verleenen prolongatie van het voorsz. Octroy of Privilegie, omme de voorsz. Werken, soo van Treurspellen, Blyspellen, Kluchten als andere, reets gemaakt en ten Toneele gevoert, en als nog in het ligt te brengen, den tyd van vyftien eerst achter een volgende Jaren, alleen te mogen drukken en verkopen, of te doen drucken en verkopen, met verbod aan allen andere op seeckere hooge penen, by U Ed. Groot Mog. daar toe te stellen in communi forma; soo is ’t dat wy de saacke, ende ’t versoek voorz. overgemerckt hebbende, ende genegen* wesende, ter bede van de Supplianten, uyt onse rechte wetenschap: Souveraine magt en authoriteit, deselve Supplianten geconsenteerd geaccordeerd en geoctroyeert hebben, consenteren, accorderen en octroyeren, mits desen, dat sy,by continuatie,* de voorsz. Werken, soo van Treurspellen, Blyspellen, Kluchten* als andere, reets gemaakt ende ten* Tooneele gevoert, en als nog in het [p. 6] licht te brengen, den tyd van vyftien eerst achter een volgende Jaren, alleen binnen onsen Landen, sullen mogen drucken, doen drucken, uitgeven en verkopen, verbiedende daarom allen en een ygelyk, de voorsz. werken, in 't geheel ofte ten deele, naar te drukken, ofte, elders naargedrukt, binnen den selven onze lande te brengen, uyt te geven, ofte verkopen, op de verbeurte van alle de naargedrukte, ingebragte, ofte verkogte exemplaren, ende een boete van drie hondert guldens, daar en boven: te verbeuren, te appliceren een darde part voor den Officier, die de calangie doen sal, een darde part voor den Armen der Plaatsen daar ’t casus voorvallen sal, ende het resterende darde part voor de Supplianten, alles in dien verstande, dat wy de Supplianten met dezen onzen Octroye alleen willende gratificeren tot verhoedinge van hare schade door het nadrucken van de voorsz. werken, daar door in genigen deele verstaan den inhoude van dien te authoriseren, ofte te advoueren, ende, veel min het selve onder onze protextie ende bescherminge eenig meerder credit, aansien, of reputatie te geven, nemaar de Supplianten in cas daar inne iets onbehoorlyks souden influeren, alle het selve tot haren laste sullen gehouden wesen te verantwoorden, tot dien einde wel expresselyk begeerende, dat by aldien sy dese onse Octroye, voor de voorsz. Werken sullen willen stellen, daar van geen geabbrevieerde ofte gecontraheerde mentie sullen mogen maken, nemaar gehouden sullen wesen het selve Octroy in ’t geheel, en sonder eenige Omissie, daar voor te drucken, ofte te doen drucken, ende dat sy gehouden sullen syn een exemplaer van de voorsz. werken, gebonden en wel geconditioneert, te brengen in de Bibliotheecq van onse Universiteit tot Leiden, ende daar van behoorlyk te doen blyken, alles op pene van het effect van dien te verliesen, ende ten einde de Supplianten van den inhoude van desen onsen Octroye ende consente mogen genieten als naar behooren, lasten wy allen ende een yegelyk, die ’t aangaan mag, dat sy de Supplianten van den inhoude van desen doen lasten ende gedogen, rustelyk, vredelyk, ende volkomentlyk genieten ende gebruiken, cesserende alle belet ter contraire gedaan. Gedaan in den Hage, onder onsen grote Zegele, hier onder aan doen hangen op den een en twintigste May in ’t Jaar onses Heer en Zaligmakers, een duisent ses hondert negen en negentigh.
A. HEINSIUS.
Ter ordonnantie van de Staaten
SIMON van BEAUMONT.
    De Regenten van het Wees- en Oude Mannenhuis hebben, in haar voorsz. qualiteit, het regt van deeze Privilegie, voor DE VERMOMDE MINAAR, BLYSPEL, vergund aan de Erfgenamen van J. Lescailje.

                                In Amsteldam, den 20 November 1714.



[p. 7]

KORTE INHOUD.

Een onvoorziene vlam, treft Karels edel hart;
Waarom hy al ’t gevaar des doods heeft uit getart:
Nogtans verbood hem de eer, zyn schoone t’onderhouwen,
Wyl zy verlooft was aan een ander, om te trouwen.
(5) Hy volgt zyn Leidstar na, vermomd in ’t gekke kleed,
Daar hem de Liefde in ’t eind, bewoogen met zyn leed,
Door vreemde schikking, om zyn vroomheid te betaalen,
Schoon alles hooploos scheen, gewenst doet Zegepraalen.



[p. 8]

VERTOONERS.

RUDOLF, Een oud Edelman.
ISABELLE, Zyn Dogter.
ROSETTE, Kamenier van Isabelle.
LUDEWYK, Verloofd aan Isabelle.
KAREL, Vermomde Minnaar van Isabelle.
ROSANDER,
ALARDUS,
} Dienaars van Karel.
KORNELIA, Verloofd aan Ludewyk.
BREGITTE, Kamenier van Kornelia.
LEONOOR, Dienstmaagd
PIETER, Knegt
} van Ludewyk.
JAN, Een Arbeider.

Het Spel speelt in het Huis, en de Tuin van Ludewyk.
Continue
[
p. 9]

DE

VERMOMDE

MINNAAR;

BLYSPEL.
_____________________

EERSTE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

LEONOOR, ALARDUS, JAN.

ALARDUS met Reisgoed op den hals.
ZO dit nog langer duurt, zo hou ik voor gewis,
En zeker, dat dit huis een heele Lynbaan is;
Continue

Tekstkritiek:

Privilege, p. 5 genegen er staat: genesen
ibid. continuatieer staat: continatie
ibid. Kluchten er staat: Lluchten
ibid. tener staat: teu